CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.10 VII - Watertoets

Commissie Wonen en Ruimte 13 maart 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord’ gewijzigd vaststellen (14999-2023)7.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gaan was

NOTITIE

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Watertoets Veenoord-Boerdijk Veenoord-Boerdijk Planologie en Conditionering TenneT TSO B.V. 125549 Definitief 02 29 augustus 2022 125549/22-011.602 M.J. Hoendermis MSc Ir. J.D. Klein Ing. I.J.M. de Beer

Paraaf

Bijlage(n)

Gespreksverslag 1 maart 2022

Aan

TenneT TSO B.V. -

Kopie

1

AANLEIDING

TenneT werkt samen met de regionale netbeheerder Enexis aan het versterken van het elektriciteitsnet in Drenthe en Groningen. Dat is nodig om de energietransitie mogelijk te maken en het sterk stijgende aanbod van duurzame elektriciteitsproductie, zoals zonne- en windenergie op te vangen. Bovendien wordt op termijn een groei naar de vraag naar elektriciteit verwacht. De versterking van het netwerk vindt onder meer plaats door nieuwe 380/110/20 kV en 220/110/20 kV hoog- en middenspanningsstations te bouwen en bestaande hoogspanningsstations uit te breiden. De verschillende deelprojecten in Drenthe en Groningen vallen onder de 'Netversterking Noord-Oost Nederland' (NNON). De geplande uitbreidingen zijn in de onderstaande afbeelding schematisch weergegeven. Voorafgaand aan dit onderzoek is in opdracht van TenneT een locatiestudie uitgevoerd. Op basis hiervan is de locatie Veenoord-Boerdijk, in de gemeente Emmen, als voorkeurslocatie voor een hoogspanningsstation geselecteerd.

V.O.F. ACT TWB

Afbeelding 1.1 Geplande uitbreidingen in Noordoost Nederland van TenneT en Enexis

1.1

Voornemen

TenneT en Enexis gaan gezamenlijk het nieuwe 380/110/20kV-hoogspanningsstation ‘Veenoord-Boerdijk’ realiseren in het zuidoosten van Drenthe om overbelasting van het 110kV-hoogspanningsnet in de regio te voorkomen. Overbelasting wordt voorkomen door met het nieuwe station te zorgen voor: - een koppeling tussen het middenspanningsnet en het hoogspanningsnet; - nieuwe aansluitpunten voor duurzame initiatieven. Naast het station van TenneT komt een middenspanningsstation (20 kV) van de regionale netbeheerder Enexis. Het grootste deel van de duurzame initiatieven wordt aangesloten op het laag- en middenspanningsnet van Enexis. Via het nieuw te realiseren middenspanningsstation komt de energie op het hoogspanningsnet (110 kV- en 380 kV), waar het verder wordt getransporteerd. Het projectgebied ligt ten noorden van de A37 bij afrit 4 en sluit aan op het bedrijvenpark De Tweeling. De toekomstige stationslocatie ligt ten noordwesten van Veenoord en ten zuidwesten van Emmen, in de gemeente Emmen. De bijbehorende verbindingen komen deels in de gemeente Coevorden te liggen. Het nieuwe hoogspanningsstation wordt gerealiseerd naast de bestaande gecombineerde TenneT 380/110kV-hoogspanningsverbinding van Meeden naar Zwolle.

2 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

2

Afbeelding 1.2 Vlekkenplan locatie Veenoord-Boerdijk (november 2022)

In afbeelding 1.2 is het vlekkenplan voor het toekomstig hoogspanningsstation weergegeven. Naast ruimte voor het hoogspanningsstation is ruimte gereserveerd voor de aansluiting op de bestaande verbinding Zwolle-Meeden.

1.2

Doel en onderzoeksgebied

Om het plan mogelijk te maken worden onder andere de benodigde bureau- en veldonderzoeken voor de bestemmingsplanherzieningen, noodzakelijke vergunningen en m.e.r.-aanmeldingsnotities uitgevoerd. Voorliggende onderzoek is de waterparagraaf. Afbeelding 1.3 geeft het projectgebied voor de veldonderzoeken en deze waterparagraaf weer.

3 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

3

Afbeelding 1.3 Overzicht projectgebied stationslocatie Veenoord Boerdijk

Middels deze waterparagraaf en het doorlopen van het watertoetsproces wordt invulling gegeven aan de waterbelangen in het bestemmingsplan. In de gesprekken met het waterschap Vechtstromen is geïnventariseerd welke aspecten relevant zijn voor de voorgenomen werkzaamheden. Aan de hand van deze inventarisatie is de waterparagraaf verder uitgewerkt. Belangrijke aspecten die in de waterparagraaf aan de orde komen zijn in ieder geval: toename verhard oppervlak, watercompensatie, watergangen en waterkeringen, en kruising van kabels, leidingen.

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 van de notitie beschrijft de huidige situatie van het plangebied en de directe omgeving. Hierin wordt informatie als de hoogte en het watersysteem meegenomen, aangezien dit van belang is voor de waterbelangen. Hoofdstuk 3 beschrijft de betrokkenheid van het waterschap. Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens hoe het beoogde plan binnen de gestelde normen valt en welke eisen belangrijk zijn voor de uitvoering.

4 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

4

2

HUIDIGE SITUATIE

Afbeelding 2.1 geeft de hoogtekaart weer van het plangebied. Het gemiddelde maaiveld ligt rond NAP +12,5 m.

Afbeelding 2.1 Hoogtekaart projectgebied (AHN3)

2.1

Bodemopbouw

Uit de boringen en sonderingen blijkt dat de eerste 3 m voornamelijk uit fijn zand bestaat, en lokaal komen hier en daar dunne veenlaagjes of kleilaagjes voor van meestal circa 1,0 m dik. Daaronder is de bodem zandig. Pas op grote diepte is een scheidende kleilaag aanwezig, volgens REGIS pas vanaf 80 m-mv. In de sonderingen is conform verwachting geen scheidende laag aangetroffen tot aan einddiepte (circa 25 tot 30 m-mv). Deze bodemopbouw is gebaseerd op (mechanische) boringen en sonderingen uit het lokaal uitgevoerde bodemonderzoek van TAUW1.

2.2

Watersysteem

In deze paragrafen wordt het watersysteem kort besproken om een overzicht te krijgen van de huidige situatie. De informatie over het watersysteem is via open data verkregen van het waterschap Vechtstromen. In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op de aanpassingen aan het watersysteem en overige waterbelangen.

1

TAUW, ‘Verkennend (water)bodemonderzoek inclusief asbest NNON locatie Veenoord-Boerdijk’, kenmerk R006-1280309DKIV01-evm-NL, 25 november 2021.

5 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

5

2.2.1

Peilgebieden

Afbeelding 2.2 geeft de peilgebieden rondom het hoogspanningsstation van Veenoord-Boerdijk weer. Deze peilgebieden zijn van belang voor de aansluiting van het plangebied op de omgeving en het functioneren van de afvoer. In het noorden van het plangebied bevindt zich een peilgebied, CVK097, met een zomerpeil van NAP +11,15 m en een winterpeil van NAP +10,9 m. Het water stroomt af van oost naar west en komt uit bij een stuw, ook weergegeven op afbeelding 2.3, waar het water naar het lagere peilvak binnen het projectgebied stroomt. Het lagere peilvak, peilvak CVK095 (peilgebied Nieuwe Drostendiep), heeft een zomerpeil van NAP +10,8 m en een winterpeil van NAP +10,4 m. De Hoogeveense Vaart ligt in een apart en hoger peilvak en heeft een jaarrond streefpeil van NAP +12,95 m. Dit ligt hoger dan het gemiddelde maaiveld van de ontwikkellocatie.

Afbeelding 2.2 Peilgebieden Veenoord-Boerdijk

2.2.2

Hoofdwatergangen

Het water wordt afgevoerd via de hoofdwatergangen die staan aangegeven in de legger van het waterschap Vechtstromen. In de hoofdwatergangen zijn enkele duikers aanwezig voor kruisingen met wegen en is een syphon te zien op afbeelding 2.3 die onder de Hoogeveense Vaart doorgaat.

6 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

6

Afbeelding 2.3 Hoofdwatergangen rondom projectgebied

Het water vanaf het projectgebied wordt afgevoerd richting het westen via de syphon onder de Hoogeveense Vaart. De Hoogeveense Vaart heeft aan beide zijden waterkeringen die vallen onder het beheer van de provincie. Deze waterkering is relevant aangezien enkele kabelverbindingen deze waterkeringen kruist en het waterpeil van de Hoogeveense Vaart hoger ligt dan het maaiveld van het projectgebied.

3

UITGANGSPUNTEN

3.1

Afstemming waterschap

Via de digitale watertoets is het plan aangemeld bij het waterschap Vechtstromen. Via enkele afstemmingsoverleggen is het waterschap vervolgens verder betrokken bij de landschappelijke inpassing van het plan en de waterbelangen waaraan het plan raakt. In bijlage I is het gespreksverslag hierover bijgevoegd. Aan de hand van de relevante waterbelangen zijn uitgangspunten opgesteld die volgen uit het gesprek met het waterschap Vechtstromen of de keur van het waterschap Vechtstromen.

3.2

Waterveiligheid

Stations bij wateroverlast (overleg waterschap) - zorg dragen dat de stations waterveilig zijn ingericht en geen wateroverlast ervaren bij hevige regenval.

7 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

7

Waterveiligheid waterkeringen - geen negatieve gevolgen voor de waterkering langs de Hoogeveense Vaart, zie ook onderstaand artikel 6.5 van de waterwet. Waterwet: artikel 6.5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan voor rijkswateren en, met het oog op internationale verplichtingen of bovenregionale belangen, voor regionale wateren worden bepaald dat het verboden is zonder daartoe strekkende vergunning van onze minister, onderscheidenlijk het bestuur van het waterschap: a. water te brengen in of te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam; b. grondwater te onttrekken of water te infiltreren in andere gevallen dan als bedoeld in artikel 6.4; c. gebruik te maken van een waterstaatswerk of een daartoe behorende beschermingszone door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder werkzaamheden te verrichten, werken te maken of te behouden, dan wel vaste substanties of voorwerpen te storten, te plaatsen of neer te leggen, of deze te laten staan of liggen.

3.3

Wateroverlast en bergingscompensatie

Watercompensatie verhardingen (overleg waterschap) - bij een toename in verharding moet het afstromende hemelwater gecompenseerd worden met waterberging. Voor het toegenomen verhardingsoppervlak (m 2) geldt een verplichte compensatie van 100 mm. Dit betekent circa 100 liter per m2 toegenomen oppervlak. Dempen watergangen (keur) Artikel 3.31 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het dempen van oppervlaktewaterlichamen zoals opgenomen in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in paragraaf 1.3. Artikel 3.32 Inhoud specifieke zorgplicht De zorgplicht als bedoeld in artikel 1.7 houdt in ieder geval in dat het profiel van oppervlaktewaterlichamen en daarmee de bergings-, aan- en afvoercapaciteit tenminste hetzelfde blijven. Artikel 3.33 Vergunningplicht Het is verboden om zonder watervergunning een oppervlaktewaterlichaam te dempen. Vergraven watergangen (keur) Artikel 3.38 Vergunningplicht Het is verboden om zonder watervergunning een oppervlaktewaterlichaam te vergraven. Artikel 3.39 Aanvraagvereiste vergunning Bij de aanvraag van de watervergunning wordt, in aanvulling op artikel 1.10, het ontgrondingsvolume aangeleverd.

Artikel 3.40 Beoordelingsregel vergunning - bij het beoordelen van de aanvraag wordt getoetst of: 1 bij het vergraven van een oppervlaktewaterlichaam aan beide kanten van het nieuwe oppervlaktewaterlichaam een obstakelvrije beschermingszone van 3 m beschikbaar blijft; 2 bij het vergraven van een oppervlaktewaterlichaam een obstakelvrije zone van 4 m beschikbaar blijft als onderhoud vanaf 1 zijde plaatsvindt; 3 bij vergraving en machinaal onderhoud vanaf 1 zijde, de bovenbreedte van het oppervlaktewaterlichaam na de vergraving niet breder dan 4 m is; en

8 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

8

4

3.4

de vergraving geen belemmering vormt voor een vastgesteld ontwerp projectplan, een vastgesteld projectplan, een vastgesteld ontwerp watervergunning, een verleende watervergunning, een vastgesteld ontwerp waterbeheerplan of een vastgesteld waterbeheerplan.

Kabels en leidingen

NEN: 3650 & NEN: 3651 (overleg waterschap) De kabels en leidingen moeten in ieder geval worden aangelegd volgens NEN:3650. De NEN 3650-reeks geeft de veiligheidseisen voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingsystemen. Daarnaast gelden ook de eisen van NEN 3651 voor de aanleg van de kabels en leidingen in het plan. NEN 3651 geeft in aanvulling op de NEN 3650-reeks veiligheidseisen voor buisleidingen te land en gelegen in nabij belangrijke waterstaatswerken. Kabels (keur) In de keur van waterschap Vechtstromen is een minimale zorgplicht opgesteld waar een initiatiefnemer aan moet voldoen bij het werken aan kabels en leidingen om waterbelangen niet te schaden: - tijdens het aanleggen of verwijderen van de kabel de stabiliteit van de taluds niet negatief beïnvloed wordt; - na het aanleggen van de kabel de ontgraving aangevuld en zo nodig ingezaaid wordt; - een kabel die buiten gebruik wordt gesteld wordt verwijderd; - als onderhouds- of herstelwerkzaamheden uitgevoerd gaan worden, dit tenminste 2 werkdagen voor aanvang van de uitvoering van de werkzaamheden gemeld wordt. Daarnaast is duidelijk aangegeven op welke aspecten gelet moet worden bij de aanleg van kabels en leidingen. In de volgende alinea’s worden deze aspecten toegelicht en worden de eisen, indien beschikbaar, toegevoegd.

Doorstroming De doorstroming van het oppervlaktewaterlichaam mag niet worden gehinderd. Daarom mogen kabels niet in het doorstroomprofiel van het oppervlaktewaterlichaam worden aangelegd. Er zijn voorschriften die bepalen op welke wijze kabels ten opzichte van het (legger)profiel moeten worden aangelegd. Onderhoud Van belang is dat kabels niet worden beschadigd als onderhoudswerkzaamheden aan het oppervlaktewaterlichaam worden uitgevoerd. Voorschriften met betrekking tot de diepteligging beperken dit risico. Stabiliteit Kabels worden veelal aangelegd door middel van een open ontgraving en/of een gestuurde boring. Wanneer deze werkzaamheden te dicht op de insteek van een oppervlaktewaterlichaam worden uitgevoerd kan dat een negatief effect hebben op de stabiliteit van de oevers en de taluds. Wanneer een kabel eenmaal is ingegraven of geboord zou het voor kunnen komen dat deze beschadigd raakt. Er worden daarom bijvoorbeeld eisen gesteld aan de afmetingen van een ontgraving (maximale breedte en diepte van de geul) en de ligging van de kabel ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam. Voor de stabiliteit is niet zozeer de kabel maar de uitvoeringsmethode voor de aanleg van de kabel bepalend. Veelal leidt dit tot het stellen van aanvullende voorschriften. Tevens kunnen oppervlaktewaterlichamen voorzien zijn van kademuren.

In die gevallen kan het belangrijk zijn om aanvullende voorschriften te stellen. Ecologie/overige gebruiksfuncties Kabels mogen geen belemmering vormen voor de aanwezige of nog te ontwikkelen ecologische waarden. Bij meanderende oppervlaktewaterlichamen zal de ligging ervan in de tijd veranderen. Om er voor te zorgen dat de kabel niet wordt bloot gespoeld kunnen nadere eisen aan de diepteligging van de kabel worden

9 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

9

gesteld. Hierbij kan een afweging worden gemaakt tussen de economische levensduur en de snelheid van meanderen. Leidingen (keur) Doorstroming De doorstroming van het oppervlaktewaterlichaam mag niet worden gehinderd. Daarom mogen leidingen niet in het doorstroomprofiel van het oppervlaktewaterlichaam worden aangelegd. Er zijn voorschriften die bepalen op welke wijze leidingen ten opzichte van het (legger)profiel moeten worden aangelegd. Onderhoud Van belang is dat leidingen niet worden beschadigd als onderhoudswerkzaamheden aan het oppervlaktewaterlichaam worden uitgevoerd. Voorschriften met betrekking tot de diepteligging beperken dit risico. Stabiliteit Leidingen worden veelal geplaatst door middel van een open ontgraving en/of een gestuurde boring. Wanneer deze werkzaamheden te dicht op de insteek van een oppervlaktewaterlichaam worden uitgevoerd kan dat een negatief effect hebben op de stabiliteit van de oevers en de taluds. Wanneer een leiding eenmaal is ingegraven of geboord zou het voor kunnen komen dat deze beschadigd raakt. Er worden daarom bijvoorbeeld eisen gesteld aan de afmetingen van een ontgraving (maximale breedte en diepte van de geul) en de ligging van de leiding ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam. Voor de stabiliteit is niet zozeer de leiding maar de uitvoeringsmethode voor de aanleg van de leiding bepalend.

Veelal leidt dit tot het stellen van aanvullende voorschriften. Tevens kunnen oppervlaktewaterlichamen voorzien zijn van kademuren. In die gevallen kan het belangrijk zijn om aanvullende voorschriften te stellen. Ecologie/overige gebruiksfuncties Leidingen mogen geen belemmering vormen voor de aanwezige of nog te ontwikkelen ecologische waarden. Bij meanderende oppervlaktewaterlichamen zal de ligging ervan in de tijd veranderen. Om er voor te zorgen dat de leiding niet wordt bloot gespoeld kunnen nadere eisen aan de diepteligging van de leiding worden gesteld. Hierbij kan een afweging worden gemaakt tussen de economische levensduur en de snelheid van meanderen.

Meldingsplichtige activiteiten Het is verboden om een kabel aan te leggen, te verwijderen of te behouden in of onder een oppervlaktewaterlichaam of in de beschermingszone van het oppervlaktewaterlichaam zonder dit tenminste 14 dagen voor aanvang te melden als: - de spanning op de kabel maximaal 100 kV is; - de kabel evenwijdig aan het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd, en deze ten minste 2 m uit de insteek wordt aangelegd; - de kabel het oppervlaktewaterlichaam kruist en deze ten minste 1 m onder de vaste bodem van het oppervlaktewaterlichaam en ten minste 1 m uit de insteek wordt aangelegd; - in afwijking van het genoemde onder c, de kabel ten minste 4 m onder de vaste bodem van het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd als de kabel een oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen als vaarweg kruist; - de kabel de bovenzijde van een duiker kruist, en deze in een mantelbuis wordt aangelegd die tenminste 3 m uitsteekt aan weerszijden van de duiker en met ten minste 1 m grond wordt afgedekt; en - de kabel in de beschermingszone ten minste 1 m onder het maaiveld wordt aangelegd.

10 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

10

3.5

Bemaling

De zorgplicht als bedoeld in de algemene bepalingen van de keur, artikel 1.7, houdt in ieder geval in: 1 dat de freatische grondwaterstand of de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket niet meer dan noodzakelijk wordt verlaagd; 2 dat bij de aanleg en het beheer van een voorziening voor grondwateronttrekking voorkomen wordt dat er uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt; 3 dat de voorziening voor grondwateronttrekking wordt verwijderd of gedicht na definitieve beëindiging van de onttrekking zodanig dat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt; 4 dat als spanningsbemaling wordt toegepast een peilbuis of meetput wordt geplaatst om de stijghoogte te bepalen; 5 dat als retourbemaling wordt toegepast het grondwater in het watervoerende pakket wordt teruggebracht waaruit het onttrokken grondwater afkomstig is; 6 dat degene die grondwater onttrekt, de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater met een nauwkeurigheid van ten minste 95 % meet.

Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen kan het dagelijks bestuur in de voorschriften van de vergunning voor het onttrekken van grondwater of indien geen vergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten; 7 dat uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, indien de onttrekking is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, opgave wordt gedaan aan het dagelijks bestuur over de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater; 8 dat de meet- en rapportageplicht als genoemd in onder f niet geldt in geval van het onttrekken van grondwater met een pomp waarvan de capaciteit minder dan 10 m3 per uur is of wanneer het gaat om het bestrijden van een brand met grondwater. Artikel 3.91 Algemene regel 1 er mag ten behoeve van veedrenking en het bestrijden van brand grondwater onttrokken worden; 2 er mag ten behoeve van bouwputbemaling, proefbronnering, sleufbemaling, en bodemsanering grondwater onttrokken worden als: a. de capaciteit van de pomp niet meer dan 10 m3 per uur is; of b. de capaciteit van de pomp meer dan 10 m3 per uur is en de aaneengesloten onttrekking niet langer dan 2 dagen plaatsvindt; 3 als de capaciteit van de pomp niet meer dan 10 m3 per uur is mag grondwater onttrokken worden voor: a. beregening of bevloeiing; b. grondwatersanering; c.

het industrieel proces; en d. een andere reden dan genoemd in deze verordening. Artikel 3.92 Meldplicht 1 het is verboden om grondwater te onttrekken voor bouwputbemaling, proefbronnering, sleufbemaling of bodemsanering zonder dit tenminste 5 werkdagen voor het begin ervan te melden als: a. de capaciteit van de pomp meer dan 10 m3 per uur is; b. de duur van de aaneengesloten onttrekking langer dan 2 dagen en korter of gelijk aan 56 dagen is; c. in een aaneengesloten periode van 30 dagen niet meer dan 50.000 m3 wordt onttrokken; en d. de totale grondwateronttrekking minder of gelijk is aan 200.000 m3; 2 het is verboden om grondwater te onttrekken voor bouwputbemaling, proefbronnering, sleufbemaling of bodemsanering zonder dit tenminste 14 dagen voor het begin ervan te melden als: a. de capaciteit van de pomp meer dan 10 m3 per uur is; b. de duur van de aaneengesloten onttrekking langer dan 56 dagen en korter of gelijk is aan 180 dagen; c. in een aaneengesloten periode van 30 dagen niet meer dan 50.000 m3 wordt onttrokken; en d. de totale grondwateronttrekking minder of gelijk is aan 200.000 m3; 3 het is verboden om grondwater te onttrekken voor beregening of bevloeiing zonder dit tenminste 14 dagen voor het begin ervan te melden als:

11 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

11

4

5

6

7

8

a. de capaciteit van de pomp meer dan 10 m3 per uur en niet meer dan 60 m3 per uur is; b. de duur van de aaneengesloten onttrekking minder of gelijk is aan 90 dagen; en c. de totale grondwateronttrekking minder of gelijk is aan 25.000 m3; het is verboden om grondwater te onttrekken voor grondwatersanering zonder dit tenminste 5 werkdagen voor het begin ervan te melden als: a. de capaciteit van de pomp meer dan 10 m3 per uur is; b. de duur van de aaneengesloten onttrekking langer dan 2 dagen en korter of gelijk aan 56 dagen is; c. in een aaneengesloten periode van 30 dagen niet meer dan 50.000 m3 wordt onttrokken; en d. de totale grondwateronttrekking minder of gelijk is aan 200.000 m3; het is verboden om grondwater te onttrekken voor grondwatersanering zonder dit tenminste 14 dagen voor het begin ervan te melden als: a. de capaciteit van de pomp meer dan 10 m3 per uur is; b. de duur van de aaneengesloten onttrekking langer dan 56 dagen is; c. in een aaneengesloten periode van 30 dagen niet meer dan 50.000 m3 wordt onttrokken; en d. in een aaneengesloten periode van 365 dagen de totale grondwateronttrekking minder of gelijk is aan 200.000 m3; een melding voor bouwputbemaling bevat, in aanvulling op artikel 1.9: a. de reden van de onttrekking; b. de totale hoeveelheid te onttrekken grondwater; c. de hoeveelheid te onttrekken grondwater per maand; en d.

de start- en einddatum van de onttrekking; een melding voor beregening of bevloeiing bevat, in aanvulling op artikel 1.9: a. de capaciteit van de pomp; b. de reden van de onttrekking; c. de startdatum van de onttrekking; en d. indien bekent de einddatum van de onttrekking; een melding van een grondwateronttrekking met een andere reden dan de genoemde in het zesde of zevende lid bevat, in aanvulling op artikel 1.9: a. de capaciteit van de pomp; b. de reden van de onttrekking; c. de hoeveelheid per uur, per dag, per maand en per jaar van de totale onttrekking; d. de startdatum van de onttrekking; en e. indien bekend de einddatum van de onttrekking.

Artikel 3.93 Vergunningplicht Het is verboden om zonder watervergunning grondwater te onttrekken als: a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.91; b. niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.92, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid; c. de onttrekking is voor het drooghouden van een ondergronds bouwwerk; d. de onttrekking een andere reden dan genoemd in deze verordening heeft en de capaciteit van de pomp meer dan 10 m3 per uur is; e. de onttrekking is voor het industrieel proces en de capaciteit van de pomp meer dan 10 m3 per uur is en in een aaneengesloten periode van 365 dagen niet meer dan 150.000 m3 wordt onttrokken.

Artikel 3.94 Aanvraagvereiste vergunning Bij de aanvraag van de watervergunning worden, in aanvulling op artikel 1.10, de volgende gegevens aangeleverd: a. de reden van de onttrekking; b. de hoeveelheid te onttrekken grondwater; c. het invloedgebied van de onttrekking; d. de milieueffectrapportage; e. de effecten van de onttrekking op de omgeving door middel van een rapport dat voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de bijlage bij deze keur;

12 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

12

f. g.

de begin- en einddatum van de onttrekking; en bij bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of bodemsanering de diepte van de (bouw)put.

3.6

Lozen op oppervlaktewater

Artikel 3.76 Algemene regel (keur) Er mag water geloosd worden op een oppervlaktewaterlichaam als er gebruik gemaakt wordt van een pomp en de capaciteit van de pomp niet meer dan 10 m3 per uur is. Artikel 3.77 Meldplicht (keur) - het is verboden om water te lozen op een oppervlaktewaterlichaam zonder dit tenminste 14 dagen voor aanvang te melden als er gebruik gemaakt wordt van een pomp en de capaciteit van de pomp meer dan 10 m3 per uur en niet meer dan 60 m3 per uur is; - een melding bevat, in aanvulling op artikel 1.9, de capaciteit van de pomp in m3 per uur. Waterkwaliteit (overleg waterschap) - het geloosde water moet voldoen aan de eisen zoals opgesteld in het Besluit lozen buiten inrichtingen (BLBI).

3.7

Onderhoud

Artikel 2.2 Inhoud onderhoudsplicht (keur) 1 de onderhoudsplichtigen van waterstaatswerken zijn verplicht tot instandhouding van het waterstaatswerk overeenkomstig zijn waterhuishoudkundige functie; 2 de onderhoudsplichtigen van waterkeringen dragen te allen tijde zorg voor een goede toestand van de waterkeringen door onder andere het bestrijden van schadelijke diersoorten, met uitzondering van muskus- en beverratten, en van schadelijke begroeiingen, het herstellen van beschadigingen en het in stand houden van begroeiingen en materialen dienstig aan de waterkering; 3 de onderhoudsplichtigen van oppervlaktewaterlichamen zijn in ieder geval verplicht tot het daaruit verwijderen van voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiingen en afval, het herstellen van beschadigingen aan oevers en tot het onderhouden van begroeiingen, dienstig aan de waterhuishoudkundige functie van het oppervlaktewaterlichaam; 4 de onderhoudsplichtigen van ondersteunende kunstwerken of werken die in, op, aan of boven waterkeringen of de beschermingszone zijn aangebracht en mede een waterkerende functie hebben, zijn verplicht deze waterkerend te houden; 5 de middelen bestemd tot afsluiting van kunstwerken dienen door de onderhoudsplichtigen in goede staat te worden onderhouden en zo vaak als dat door of namens het dagelijks bestuur nodig wordt geoordeeld dient de goede werking

te worden getoond. Het waterkerend houden betreft zowel de instandhouding als het functioneren van het werk; 6 de onderhoudsplichtigen van ondersteunende kunstwerken en andere werken dienen de ondersteunende kunstwerken en werken die in, op, aan of boven de oppervlaktewaterlichamen zijn aangebracht en die een waterhuishoudkundige of mede een waterhuishoudkundige functie hebben, te onderhouden.

4

ROBUUSTHEID ONTWERP

In dit hoofdstuk wordt de inpassing van het plan nader uitgewerkt en wordt stilgestaan bij de waterbelangen en randvoorwaarden waar het plan aan moet voldoen. In onderstaande afbeelding, afbeelding 4.1, is het inpassingsplan weergegeven.

13 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

13

Afbeelding 4.1 Landschappelijk inpassingsplan (versie 22 mei 2022)

4.1

Waterveiligheid

Wateroverlast De stations worden toekomstbestendig gebouwd en opgehoogd. Hierdoor komen de stations zelf niet onder water te staan bij hevige regenval en stroomt water af via de watergangen rondom de stations. Waterkwaliteit Vanuit een opvangbak onder de transformatoren wordt hemelwater geloosd. Het geloosde water moet voldoen aan de eisen zoals opgesteld in het Besluit lozen buiten inrichtingen (BLBI).

4.2

Wateroverlast en bergingscompensatie

Door het aanbrengen van verharding, of aanpassingen aan het watersysteem, kan wateroverlast ontstaan bij piekbuien. In de komende paragrafen wordt de verharding en de watercompensatie toegelicht.

4.2.1

Watercompensatie verharding

Voor de aanleg van het hoogspanningsstation worden verhardingen aangelegd. Deze verhardingen moeten worden gecompenseerd met waterberging in oppervlaktewater. Naar aanleiding van het overleg met het waterschap Vechtstromen, wordt met een compensatie-eis gerekend van 100 mm. berging voor de toename in verhard oppervlak. Deze wordt voor 50 % meegerekend voor open verhardingen zoals grind en grasbetontegels.

14 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

14

In totaal wordt 57.519 m2 verharding toegevoegd. Dat betekent dat 5.752 m3 water geborgen moet worden binnen het plangebied. De berging in nieuw gecreëerd wateroppervlak mag gerekend worden als 1 m waterschijf bovenop het nieuwe water. Dat is omgerekend minimaal 5.752 m2 aan waterberging.

Afbeelding 4.2 Verharding van stationslocatie VOB

In het landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met de watercompensatie door meerdere watergangen te creëren en een oppervlaktewaterpartij met natuurvriendelijke oevers te creëren aan de zuidkant van het station.

Afbeelding 4.3 Inpassing waterberging

15 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

15

In de watergang ten zuiden van het station wordt een oppervlak van circa 6.575 m2 gerealiseerd. Deze waterberging voldoet dus aan de minimale waterberging die vereist is, 5.752 m2, als gevolg van de toename in verhardingen en open verhardingen.

4.2.2

Compenseren dempen hoofdwatergang

Voor de ontwikkeling van het plan worden geen hoofdwatergangen gedempt.

4.2.3

Compenseren dempen schouwsloten en overige watergangen

Op de stationslocaties liggen enkele kleine watergangen die niet staan aangegeven op de leggerkaart. Deze watergangen worden gedempt in verband met de plaatsing en ophoging van de stations. Het gaat hier om een totale lengte van circa 590 m, zoals aangegeven in afbeelding 4.4.

Afbeelding 4.4 Te dempen watergangen op stationslocaties

De watervergunning voor het dempen van watergangen wordt toegekend onder de volgende voorwaarden: - dat de demping geen negatieve invloed heeft op het watersysteem en/of voor belanghebbende partijen; - het (deels) dempen noodzakelijk is om watersystemen van elkaar gescheiden te houden om waterstaatkundige redenen; - de te dempen waterloop voor aanvang van demping grondig wordt geschoond van aanwezige beplanting en bagger; - de demping geen belemmering vormt voor een vastgesteld ontwerp projectplan, een vastgesteld projectplan, een vastgesteld ontwerp watervergunning, een verleende watervergunning, een vastgesteld ontwerp waterbeheerplan of een vastgesteld waterbeheerplan. In het inpassingsplan worden de gedempte watergangen verlegd rondom de stations om directe afwatering van de stationslocaties te garanderen. Door het omleggen van de watergangen wordt een totaal 610 m watergang aangelegd met een vergelijkbaar profiel als de gedempte watergangen. Deze watergangen zijn ingetekend in afbeelding 4.5. Hierdoor wordt de werking van het systeem niet aangetast en wordt het oppervlaktewater verder vergroot.

16 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

16

Afbeelding 4.5 Nieuwe watergangen Veenoord Boerdijk

De watervergunning van het vergraven van watergangen wordt toegekend mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: - bij het vergraven van een oppervlaktewaterlichaam aan beide kanten van het nieuwe oppervlaktewaterlichaam een obstakelvrije beschermingszone van 3 m beschikbaar blijft; - bij het vergraven van een oppervlaktewaterlichaam een obstakelvrije zone van 4 m beschikbaar blijft als onderhoud vanaf 1 zijde plaatsvindt; - bij vergraving en machinaal onderhoud vanaf 1 zijde, de bovenbreedte van het oppervlaktewaterlichaam na de vergraving niet breder dan 4 m is; en - de vergraving geen belemmering vormt voor een vastgesteld ontwerp projectplan, een vastgesteld projectplan, een vastgesteld ontwerp watervergunning, een verleende watervergunning, een vastgesteld ontwerp waterbeheerplan of een vastgesteld waterbeheerplan. Deze voorwaarden moeten nog worden meegenomen in de laatste versie van het ontwerp, 3 maart 2022, zoals weergegeven in afbeelding 4.1.

4.3

Waterafvoer

In overleg met het waterschap is besloten om de afwatering van de stationslocatie plaats te laten vinden via het lagere peilvak via de afvoersloot parallel aan de snelweg. De capaciteit en doorstroming van deze watergangen is beter dan de watergang ten noorden van het projectgebied. De afvoerrichting is indicatief ingetekend op het inpassingsplan in afbeelding 4.6.

17 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

17

Afbeelding 4.6 Afvoerrichting hemelwater station Veenoord Boerdijk

Bij zeer hevige regenval is het mogelijk om ook gebruik te maken van het noordelijke afvoervak. Door het plaatsen van een stuw gebeurt dit pas als het waterpeil is verhoogd tot de hoogte van het noordelijke peilgebied, NAP +11,1 m. De overstortoptie is weergegeven in het rood op afbeelding 4.6.

4.4

Capaciteit afwatering

Afvoer door neerslag Om de capaciteit van de afwatering te bepalen en te toetsen is gebruik gemaakt van een conservatieve meetmethode met afvoercoëfficiënten bij een standaardbui T=10. De afvoercoëfficiënt van het verharde oppervlak is 1, dit betekent dat 100 % van het water afstroomt en in de watergangen wordt afgevoerd. De afvoercoëfficiënt voor halfverharding is 0,75, waardoor 75 % direct afstroomt bij de voorgestelde T=10 bui van 31 mm/uur. Voor de afstroming van onverhard oppervlak is 2 l/s/ha. genomen. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de gehanteerde afstroomoppervlakken en de berekende afvoeren van dit oppervlak. De afvoercapaciteit van de watergangen bij een T=10 bui moet volgens deze methode minimaal 1.609 m3/uur aan water kunnen verwerken en afvoeren.

Tabel 4.1 Oppervlakteverdeling Oppervlak

Oppervlakte (m2)

Afvoercoëfficiënt

Afvoer

verharding

19.019

1

590 m3/uur

halfverharding

19.019

0,75

895 m3/uur

onverhard

285.456

2 l/s/ha

206 m3/uur

totaal

342.975

18 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

1.609 m3/uur

18

Capaciteit watergangen De watergangen hebben momenteel nog geen vastgesteld profiel in de leggerkaart. Voor het profiel van de watergangen is voor deze berekening een standaard talud gehanteerd van 1:1,5, standaard gehanteerd door het waterschap, met een waterdiepte van 0,5 m bij zomerpeil (NAP +10,8 m). De bodemhoogte komt hiermee op een hoogte van NAP +10,3 m en heeft een breedte van 1 m. Afbeelding 4.7 geeft een indicatieve dwarsdoorsnede van de watergang weer.

Afbeelding 4.7 Indicatieve doorsnede watergangen

Met de formule van Manning kan worden bepaald wat de snelheid en afvoer van een watergang bij een bepaald verhang en waterpeil zal zijn. In onderstaande afbeelding is de formule van Manning weergegeven

Afbeelding 4.8 Formule van Manning

V= k= n= Rh =

snelheid water (m/s) 1 (bij metriek stelsel) Mannings ruwheidscoëfficiënt 𝑆𝑡𝑟𝑜𝑜𝑚𝑜𝑝𝑝𝑒𝑟𝑣𝑙𝑎𝑘(𝑚2) ℎ𝑦𝑑𝑟𝑎𝑢𝑙𝑖𝑠𝑐ℎ𝑒 𝑙𝑒𝑛𝑔𝑡𝑒 (𝑚) =

S=

verhang (m/m)

𝑁𝑎𝑡𝑡𝑒 𝑜𝑚𝑡𝑟𝑒𝑘 (𝑚)

Voor de berekening van de afvoercapaciteit is een verhang genomen van 10 cm over 740 m, de maximale lengte van noord naar zuid. Verder worden de natte omtrek van het profiel en het stroomoppervlak meegenomen in de berekening ten behoeve van de hydraulische lengte, zoals weergegeven in onderstaande afbeelding 4.9.

Afbeelding 4.9 Illustratie natte omtrek en stroomoppervlak watergang

Bij een verhoging van het waterpeil, bijvoorbeeld door extreme neerslag, wijzigen ook de natte omtrek en het stroomoppervlak van de watergang. Hierdoor neemt de afvoer van de watergang verder toe. In

19 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

19

onderstaande tabel zijn de parameters en berekende afvoeren weergegeven voor de berekening bij 3 verschillende waterpeilhoogtes.

Tabel 4.2 Afmetingen watergangen bij verschillende waterpeilhoogtes Parameter

Waterpeil NAP +10,8 m

Waterpeil NAP +11,1 m

Waterpeil NAP +11,5 m

Mannings ruwheidscoëfficiënt

0,03

0,03

0,03

stroomoppervlak (m2)

0,875

1,76

3,36

natte omtrek (m)

2,80

3,88

5,33

0,1/740= 0,00014

0,00014

0,00014

hydraulische lengte

0,31

0,45

0,63

snelheid water (m/s)

0,18

0,23

0,29

debiet (m3/uur)

562

1.448

3.447

verhang (m/m)

Uit de berekende afvoeren blijkt dat de 2 ingetekende watergangen bij een waterpeil van NAP +10,8 m een waterafvoer hebben van ieder 562 m3/uur. Samen vormt dit een afvoer van 1.124 m3/uur. Naar verwachting zal de waterstand in de watergangen dus stijgen bij een T=10 bui. Bij een waterhoogte hoger dan NAP +11,1 m treden de overstorten in werking richting het noordelijke peilvak. Als het water deze hoogte, NAP +11,1 m, heeft bereikt hebben de watergangen die naar het zuiden afvoeren al een gezamenlijk debiet van circa 3.000 m3/uur. De watergangen kunnen dus voldoende water afvoeren bij piekbuien naar zowel het zuidelijke als het noordelijke peilgebied.

4.5

Kabels en leidingen

In het plangebied worden kabels en leidingen aangelegd die van invloed kunnen zijn op waterbelangen. In deze paragraaf wordt aangegeven welke kruisingen en kabels meldingsplichtig dan wel vergunningsplichtig zijn. Horizontaal gestuurde boringen (HDD) In het inpassingsplan van de stationslocatie vinden enkele gestuurde boringen plaats die kruisen of binnen de beschermingszone van hoofdwatergangen liggen. In deze paragraaf worden deze gestuurde boringen behandeld. Afbeelding 4.10 en afbeelding 4.11 tonen beide een gestuurde boring die kruisen met een watergang. Vanwege deze kruising zijn de gestuurde boringen meldingsplichtig en dienen ten minste 14 dagen voor aanvang gemeld te worden met daarin de volgende informatie: - hoeveel spanning er op de kabel komt te staan; - het aantal meters dat de kabel uit de insteek wordt aangelegd; en - als het een gestuurde boring is, het aantal meters dat de kabel onder de vaste bodem van het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd.

20 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

20

Afbeelding 4.10 Gestuurde boring (oranje lijnen) onder snelweg en afvoervak

Afbeelding 4.11 Gestuurde boring parallel aan afvoervak ten zuiden van de snelweg

Vergunningsplichtige activiteiten Voor enkele situaties geldt een vergunningsplicht voor de aanleg van kabels en leidingen: - het is verboden om zonder watervergunning een kabel aan te leggen, te verwijderen of te behouden in een waterkering of de beschermingszone van een waterkering; - het is verboden om zonder watervergunning een kabel aan te leggen, te verwijderen of te behouden in een oppervlaktewaterlichaam of de beschermingszone van het oppervlaktewaterlichaam als niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.58, eerste lid.

21 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

21

Kruising met Hoogeveense Vaart Voor de kruising van de gestuurde boring onder de Hoogeveense Vaart, zie afbeelding 4.12, geldt een vergunningsplicht, aangezien een waterkering wordt gekruist.

Afbeelding 4.12 Gestuurde boring onder waterkering

Om een watervergunning te verkrijgen moeten in de aanvraag van de watervergunning de volgende aspecten worden opgenomen: - hoeveel spanning er op de kabel komt te staan; - het aantal meters dat de kabel uit de insteek wordt aangelegd; - het aantal meters dat de kabel onder de vaste bodem van het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd. Bij het beoordelen van de aanvraag wordt getoetst of: - de afstand vanaf de bovenkant van de kabel tot aan de bodem van het oppervlaktewaterlichaam minimaal 1 m is; - de kabel een oppervlaktewaterlichaam dat als vaarweg is aangewezen kruist en de afstand tussen de bovenkant van de kabel tot de bodem van het oppervlaktewaterlichaam minimaal 4 m is; - de kabel, die een oppervlaktewaterlichaam moet kruisen, dat oppervlaktewaterlichaam haaks kruist; - de afstand tot de insteek minimaal 1 m is bij de kabel die in de lengterichting langs het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd; - de kabel niet in de lengte richting in de meanderzone van een oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd; - de kabel geen belemmering vormt voor een vastgesteld ontwerp projectplan, een vastgesteld projectplan, een vastgesteld ontwerp watervergunning, een verleende watervergunning, een vastgesteld ontwerp waterbeheerplan of een vastgesteld waterbeheerplan.

Aanvraag vergunning bij de provincie Drenthe Naast een watervergunning dient ook een vergunning bij de provincie Drenthe aangevraagd te worden, op basis van artikel 6.5 van de Waterwet. De Hoogeveense Vaart is namelijk een vaarweg en waterstaatwerk dat valt onder het beheer van de provincie. De aanvraag voor de aanleg van kabels en leidingen wordt rechtstreeks ingediend bij Gedeputeerde Staten van de provincie.

22 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

22

4.6

Grondwater en onttrekking

Vanuit het bemalingsadvies is de conclusie getrokken dat bemaling noodzakelijk is om de werkzaamheden in den droge uit te kunnen voeren. De bemaling duurt 29 weken waarin stationair maximaal 62 m3 per uur onttrokken dient te worden, hiervoor is dus een watervergunning nodig voor het tijdelijk onttrekken van grondwater. Bij het opstarten van de bemaling kan dit kortstondig 50 % hoger liggen, tot 90 m3/uur. Geadviseerd wordt om te lozen op het oppervlaktewater van de Verlengde Hoogeveense Vaart. Bij een debiet vanaf 60 m3/uur is ook de lozing vergunningsplichtig. Voor een deel van de werkzaamheden wordt deze grens overschreden, waarmee de lozing vergunningsplichtig is. Geadviseerd wordt om rekening te houden met aanvullende zuivering (beluchting en bezinking) alvorens het bemalingswater te lozen op het oppervlaktewater. De vergunning voor tijdelijke bemaling wordt apart aangevraagd. Artikel 3.79 Aanvraagvereiste lozingsvergunning Bij de aanvraag van de watervergunning wordt, in aanvulling op artikel 1.10, de capaciteit van de pomp in m3 per uur aangeleverd. Artikel 3.94 Aanvraagvereiste vergunning onttrekking - bij de aanvraag van de watervergunning worden, in aanvulling op artikel 1.10, de volgende gegevens aangeleverd: a. de reden van de onttrekking; b. de hoeveelheid te onttrekken grondwater; c. het invloedgebied van de onttrekking; d. de milieueffectrapportage; e.

de effecten van de onttrekking op de omgeving door middel van een rapport dat voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de bijlage bij deze keur; f. de begin- en einddatum van de onttrekking; en g. bij bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of bodemsanering de diepte van de (bouw)put.

4.7

Onderhoudsplicht

De watergangen worden onderhouden door TenneT, afgezien van de hoofdwatergangen zoals aangegeven in de Legger, en te zien zijn op afbeelding 2.3. Deze hoofdwatergangen worden onderhouden door het waterschap Vechtstromen.

23 | 23

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Definitief 02

23

I BIJLAGE: GESPREKSVERSLAG 1 MAART 2022

ACT TWB | 125549/22-011.602 | Bijlage I | Definitief 02

VERSLAG

Onderwerp Project Projectcode Datum overleg Referentie Auteur(s) Datum verslag Bijlage(n)

bondig verslag overleg Tennet-Waterschap Realisatie hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk 1 maart 2022 M.J. Hoendermis 1 maart 2022 -

Aanwezig Afwezig Kopie

1

toegestuurd aan aanwezigen

AGENDAPUNT 2: CHECK INFORMATIE

Watergang t.b.v. bos SBB (rode cirkel) gaat voor een gedeelte van de legger af. Wijziging in gebruik (landbouw naar industrie) kan beteken dat watergang wel moet blijven bestaan als schouwsloot. Peilvakken zijn niet goed te zien op de bovenstaande afbeelding.

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c | Postbus 24087 | 3502 MB Utrecht | +31 (0)30 765 19 00 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

2

AGENDAPUNT 3: LANDSCHAPSPLAN

Afbeelding 2.1 Landschapsplan (in bewerking)

Wordt station voldoende toekomstigbestendig gebouwd om leveringszekerheid te waarborgen? - Station wordt opgehoogd (ca. 1 m-mv) - Aantal installaties heeft o/w-scheider, deze moeten ook kunnen afvoeren -> O/w scheider moet voldoen aan eisen BLBI (besluit lozen buiten inrichtingen) - Er wordt nog een watergang rondom de stations ingetekend; Henry: we zijn nu opties in beeld aan het brengen, in de waterparagraaf de keuze motiveren en onderbouwen: - 2 peilvakken met niveauverschil (langs snelweg laagste peil) door stuw in noordelijke watergang - Optie: Afwateren op zuidelijke sloot waarschijnlijk beste optie? Noordelijk mee laten stromen bij hoge piekbelasting - Optie: Landbouwkavels laten afwateren op zuidelijk sloot en watergangen stationslocatie op noordelijke sloot? Grondwaterstanden → obv verdeling peilvak niet wenselijk - Optie: Leggerwaterlopen verbreden als barrière voor terrein en watercompensatie Aanvraag vergunning: - werkzaamheden (die blijvend zijn) zoveel mogelijk combineren in 1 uitvraag. Enexis en TenneT vragen wel gescheiden hun eigen vergunning aan.

- Tijdelijke bemaling moet apart worden aangevraagd; - Uitvoeringsvergunningen (bijv werkstroken, opstelplaatsen etc) worden door de aannemer gedaan Onderhoud: - Waterschap onderhoudt watergangen onder binnen de norm onderhoud; - Watergangen worden grotendeels onderhouden door TenneT; · Groenstroken langs water zijn voor waterschap dus niet direct een probleem

3

AGENDAPUNT 4: AANVULLENDE UITGANGSPUNTEN

Kabels en leidingen bij waterstaatswerken: - Opnemen en onderbouwen in waterparagraaf dat deze voldoen aan NEN: 3650 & NEN: 3651

2|3

Witteveen+Bos |

Lozingen van bedrijfsgebouw: - lozen en afvoer wc CDG toevoegen Waterkeringen: - Provincie heeft gegevens over Hoogeveense Vaart (bijv. diepte damwanden) Watercompensatie: - 100 mm. voor verhardingen. - Berekend als volume waterschijf van 1m. boven waterpeil bijv. - Opletten dat met name de stationslocatie zelf ook niet inundeert;

4

VERVOLG

Actie Waterschap: - Overleg Henry & Johnny over capaciteit afvoervakken -> komen er bijv. nog aanpassingen omdat de afvoercapaciteit niet voldoende is? Actie Witteveen+Bos: - Opstellen kort verslag n.a.v. overleg en rondsturen naar aanwezigen - Opstellen concept waterparagraaf en opsturen aan Henry Actie TenneT: - stuurt een planning naar het waterschap met daarin de geplande aanvragen voor vergunningen

3|3

Witteveen+Bos |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=ce914c71-e456-429e-8803-19866ddeba0e