CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13: Bodemonderzoek deelgebied 3 (RIS.10459)

Commissie Wonen en Ruimte 10 januari 2022, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan Klazienaveen 'Meridiaan'+ bijlage RIS.10424 en de bijlagen RIS.10432 t/m RIS.10439 en de bijlagen RIS.10456 t/m RIS.1046513.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Klazienaveen, Meridiaan (vastgesteld)

Bijlage 14 Bodemonderzoek deelgebied 3

361

Postbus 75 4140 AB Leerdam Prins Mauritsstraat 17

VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEPTUNUSBAAN IN KLAZIENAVEEN (kadastrale percelen Emmen I 9132, 10164, 12785, 14658, 15845 en 16483)

4141 JC Leerdam T +31 88 99 04 800

Ref.: NL202004848-R20-124 13 februari 2020

Stichting Lefier

RPS advies- en ingenieursbureau bv

Contactpersoon Adres

Projectleider Postbus 2102

Projectnummer

NL202004848

7801 CC Emmen

Kenmerk Datum

NL202004848-R20-124 13 februari 2020

Versie

1.0

Handtekening

Handtekening

Akkoord

Akkoord

Projectleider en auteur

Controleur

Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 2 van 19

RPS advies- en ingenieursbureau bv in Leerdam RPS besteedt veel aandacht aan de uitvoering van zijn werkzaamheden en is hiervoor gecertificeerd volgens:

▪ ▪ ▪ ▪

NEN-EN-ISO 9001:2008 en ISO 14001:2004

2001 + 2002

VGM Checklist Aannemers (VCA**) BRL SIKB 1000 (Monsterneming voor partijkeuringen grond; protocol 1001) BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek; protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018)

▪

BRL SIKB 6000 (Beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding en evaluatie (water)bodemsanering; protocollen 6001 en 6003)

RPS advies- en ingenieursbureau bv is een onafhankelijk adviesbureau. Uitbesteding van werkzaamheden en/of analyses vindt plaats bij gecertificeerde en/of geaccrediteerde bedrijven (ISO 9001:2008, ISO 14001:2004, RvA-Testen en BRL SIKB 1000, 2000, 6000).

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 3 van 19

INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

INLEIDING ..................................................................................................................... 5 Algemeen ....................................................................................................................... 5 Aanleiding ...................................................................................................................... 5 Doelstelling..................................................................................................................... 5 Toegepaste normen ....................................................................................................... 5 Opbouw rapportage ....................................................................................................... 6

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 7 Ligging locatie en algemene gegevens ......................................................................... 7 Historische gegevens ..................................................................................................... 7 Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ....................................................................... 8 Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) .............................................................................. 9 Achtergrondwaarden ...................................................................................................... 9 Geologie en geohydrologie ............................................................................................ 9 Conclusie vooronderzoek ............................................................................................ 10

3 3.1 3.2 3.3

ONDERZOEKSSTRATEGIE ....................................................................................... 11 Hypothese .................................................................................................................... 11 Onderzoeksopzet veldwerk .......................................................................................... 11 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ............................................ 11

4 4.1 4.2 4.3 4.4

RESULTATEN VELDWERK ....................................................................................... 13 Veldwerk ...................................................................................................................... 13 Lokale bodemopbouw .................................................................................................. 13 Zintuiglijke waarnemingen ........................................................................................... 13 Meetresultaten grondwatermonsters ........................................................................... 13

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................. 14 Samenstelling analysemonsters .................................................................................. 14 Toetsing analyseresultaten .......................................................................................... 14 Toetsingswaarden ........................................................................................................ 14 Toetsingsresultaten grondmonsters ............................................................................ 16 Toetsingsresultaten grondwatermonsters .................................................................... 17 Interpretatie .................................................................................................................. 17

6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................... 18 Conclusies .................................................................................................................... 18 Toetsing hypothesen .................................................................................................... 18 Aanbevelingen ............................................................................................................. 18 Hergebruiksmogelijkheden grond ................................................................................ 19 Kwaliteit ........................................................................................................................ 19

BIJLAGEN 1.A 1.B 2. 3. 4. 5. 6.

kadastrale kaarten Locatieoverzicht met boorpunten en peilbuizen Boorprofielen Toetsingskader Analysecertificaten Getoetste analyseresultaten Foto’s van de onderzoekslocatie

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 4 van 19

1. INLEIDING 1.1

Algemeen

Dit rapport behandelt het verkennend bodemonderzoek dat RPS advies- en ingenieursbureau bv (RPS) heeft verricht in opdracht van Stichting Lefier. Het onderzoek is uitgevoerd aan de Neptunusbaan in Klazienaveen (gemeente Emmen) en staat bij RPS geregistreerd onder nummer NL202004848.

1.2

Aanleiding

Aanleiding voor dit bodemonderzoek is de voorgenomen eigendomsoverdracht en herontwikkeling ter plaatse van de kadastrale percelen Emmen, sectie I, nummers 9132, 10164, 12785, 14658 (gedeeltelijk), 15845 en 16483 (gedeeltelijk) met een totale oppervlakte van 3.804 m². In het kader van de aanvraag van een WABO-omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) is bodemonderzoek vereist.

1.3

Doelstelling

Het doel van het verkennend onderzoek in deze situatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater, in gehalten boven de streefwaarde of het geldende achtergrondgehalte, die een belemmering kunnen vormen voor de herontwikkelingsplannen.

1.4

Toegepaste normen

Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5725 (Nederlandse Norm: 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek', oktober 2017). Het vooronderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek van de bodem (= veld- en laboratoriumonderzoek). De bij het vooronderzoek verzamelde informatie wordt gebruikt voor het verkrijgen van een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740/A1 (Nederlandse Norm: ‘Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’, februari 2016). De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL 2000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) met onderliggende protocollen 2001 en 2002.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 5 van 19

1.5 •

•

• •

•

Opbouw rapportage In hoofdstuk 2 is een beeld gegeven van de onderzoekslocatie. Aspecten als ligging, terreininrichting en grondgebruik zijn hierbij toegelicht. Tevens is in dit hoofdstuk duidelijk gemaakt welke bodembelastende activiteiten in het verleden hebben plaatsgevonden. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksstrategie. Hierin is de hypothese gesteld en een toelichting gegeven op het uitgevoerde veldonderzoek, de wijze van monstername en laboratoriumonderzoek. De resultaten van het veldonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 4. Bodemopbouw, grondwaterstanden en zintuiglijke waarnemingen zijn in dit hoofdstuk behandeld. De samenstelling van de mengmonsters en de resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk is tevens een interpretatie van deze resultaten gegeven. In hoofdstuk 6 zijn vervolgens conclusies getrokken naar aanleiding van het veld- en laboratoriumonderzoek en zijn aanbevelingen gedaan.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 6 van 19

2

VOORONDERZOEK

2.1

Ligging locatie en algemene gegevens

De onderzoekslocatie aan de Neptunusbaan ligt aan de noordzijde van Klazienaveen in de woonwijk ‘Sterrenbuurt’. De westzijde van het terrein grenst aan de Meridiaan, de noordzijde aan de Zuiderkeerweg en de oost- en zuidzijde aan de Neptunusbaan. Momenteel is de locatie in gebruik als openbaar groen (grasveld). In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie samengevat. tabel 2.1: algemene gegevens onderzoekslocatie algemene gegevens

informatiebron

adres

Neptunusbaan

opdrachtgever

plaats / gemeente

Klazienaveen / Emmen

opdrachtgever

kadastrale aanduiding

Gemeente Emmen, sectie I, perceelnummers 9132,

Kadaster

10164, 12785, 14658 (ged.), 15845 en 16483 (ged.) x-,y-coördinaten

263438-527728

Kadaster

(totale) oppervlakte locatie

3.804 m²

opdrachtgever

huidig gebruik

openbaar groen (grasveld)

veldinspectie

bestemming

nieuwbouw woningen

opdrachtgever

bebouwing op het terrein

geen

opdrachtgever/

terreinverharding

geen

veldinspectie veldinspectie

In de bijlagen zijn de volgende tekeningen en kaarten opgenomen: Bijlage 1a - kadastrale kaarten Bijlage 1b - gedetailleerde tekening van het perceel met de boorlocaties

2.2

Historische gegevens

Bij de gemeente Emmen is navraag gedaan naar beschikbare gegevens over de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie en de naastgelegen percelen. Daarnaast is het bodemloket van het gezamenlijk bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb) geraadpleegd via www.bodemloket.nl. (Bodembedreigende) activiteiten op de locatie De gemeente Emmen geeft aan dat er geen informatie bekend is over bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten op de locatie. Op aangrenzend perceel (Meridiaan 74-88) is volgens de beschikbare informatie van de gemeente en het bodemloket een ondergrondse brandstoftank aanwezig met een inhoud van 10.000 liter. De brandstoftank is niet meer in gebruik en destijds in eigen gebruik gesaneerd (opgevuld met zand). Exacte locatiegegevens over de locatie van de brandstoftank is door de gemeente Emmen niet gegeven. Volgens de gemeente Emmen is de tanksanering voldoende uitgevoerd en hoeft er geen vervolgactie te worden uitgevoerd. Invloed op de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie lijkt daarom uitgesloten.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 7 van 19

Uit een historisch bodemonderzoek van Register is aangegeven dat ten zuiden van de onderzoekslocatie een benzinestation, autowasserij en autoreparatiebedrijf aanwezig zijn geweest in de periode 1970-1996. Luchtfoto’s en ander kaartmateriaal Op basis van de beschikbare oude luchtfoto’s en kaartmateriaal (via: www.topotijdreis.nl) heeft de onderzoekslocatie lange tijd een agrarisch karakter gehad. De locatie ligt in een veen- en turfsteekgebied. Vanaf 1906 is Klazienaveen zichtbaar en bestaat het hoofdzakelijk uit lintbebouwing met turf gerelateerde bedrijfsactiviteiten. Dit blijft tot halverwege de jaren ’60 onveranderd. In de jaren ’60 is het noorden van Klazienaveen ontwikkeld tot een wijk met appartementen en woningbouw. De onderzoekslocatie is nooit bebouwd geweest. Locatie-inspectie Op woensdag 22 januari 2020 heeft een medewerker van ons bureau, de heer M.J. van de Vliert, een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens deze locatie-inspectie, voor uitvoering van het veldwerk, zijn geen bodembedreigende situaties geconstateerd. Op de onderzoekslocatie zijn geen verdachte deellocaties zichtbaar. In bijlage 6 zijn foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.

2.3

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Op de onderzoekslocatie is, voor zover bekend bij de gemeente Emmen en de opdrachtgever, nog niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd. In de directe omgeving zijn diverse bodemonderzoeken bekend. De beschikbare gegevens worden hieronder kort besproken: -Verkennend bodemonderzoek Meridiaan 4-48, RPS, rapport met kenmerk 1905247A00-R19-1118 d.d. 10 december 2019: Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek is geconcludeerd dat de bovengrond tot 0,5 m-mv aan de Meridiaan 4-48 over een oppervlakte van circa 180 m² grond matig verontreinigd is met PCB. De oorzaak van de aangetroffen verontreiniging is niet bekend. Omdat er geen sterk verhoogde PCBgehalten zijn waargenomen, mag worden geconcludeerd dat er in het kader van de Wbb (Wet bodembescherming) géén sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In de ondergrond is geen verontreiniging geconstateerd. Het grondwater bevat een licht verhoogde concentratie aan naftaleen. -Verkennend bodemonderzoek Meridiaan 64-98, RPS, rapport met kenmerk 1905248A00-R19-1119 d.d. 10 december 2019: Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek is geconcludeerd dat de bovengrond tot 0,5 m-mv aan de Meridiaan 64-98 licht is verontreinigd met PCB. In de ondergrond, ook nabij de voormalige huisbrandolietank, is geen verontreiniging aangetoond.

De gemeten verhoging aan barium in het grondwater is beschouwd als regionale achtergrondconcentratie. -Verkennend bodemonderzoek Meridiaan 50-52, RPS, rapport met kenmerk 1801107A00-R18-206 d.d. 11 april 2018: Dit onderzoek is uitgevoerd onder andere ter plaatse van het voormalig benzine-service-station. Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek is geconcludeerd dat de bovengrond tot 0,5 m-mv aan de Meridiaan 50-52 hooguit licht is verontreinigd met zink en/of PCB. In de ondergrond is geen verontreiniging aangetoond. De gemeten verhoging aan barium in het grondwater is beschouwd als regionale achtergrondconcentratie.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 8 van 19

-Verkennend bodemonderzoek, september 1996, Kruse, kenmerk niet bekend: Het verkennend onderzoek is uitgevoerd om na te gaan of er verontreiniging aanwezig is na beëindiging van het benzine-service-station (periode 1970-1996). De bovengrond is licht verontreinigd met minerale olie en PAK. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte minerale olie waargenomen. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom

2.4

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS)

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. De stofgroep bestaat uit ruim 6000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Inmiddels worden er al meer dan vijftig jaar producten gemaakt en gebruikt waar PFAS in voorkomen. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden PFAS in Nederland, en breder in Europa, inmiddels niet alleen bij puntbronnen, maar diffuus verspreid in het milieu aangetroffen. In heel Nederland zijn de bovengrond en geroerde bodems verdacht op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Bron: tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie en website bodemplus FAQ PFAS

2.5

Achtergrondwaarden

Voor het gebied waarbinnen de onderzoekslocatie ligt, is een bodemkwaliteitskaart opgesteld. Hierin zijn gemiddelde en achtergrondwaarden opgenomen die in het gebied voorkomen. De onderzoekslocatie valt in zone W1 (Wonen voor 1967) en zowel de boven- als ondergrond voldoet aan klasse achtergrondwaarde. Bij toepassing van grond op de locatie dient deze te voldoen aan LMW2 (maximaal klasse wonen). In de bodemkwaliteitskaart zijn voor zover bekend geen gegevens opgenomen over het voorkomen van PFAS.

2.6

Geologie en geohydrologie

Voor een beschrijving van de regionale bodemopbouw en geohydrologie is gebruik gemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland, via www.dinoloket.nl (TNO). Lokale bodemopbouw Voor de lokale bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.2. Geohydrologie Het uitgebreide geohydrologische profiel is in tabel 2.2 weergegeven.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 9 van 19

tabel 2.2: geohydrologisch profiel onderzoekslocatie laag

diepte in m-

bodemsamenstelling

mv Deklaag

0 tot 1,65

Boxtel: Matig fijn tot fijn zand met weinig zandige klei

1,65 tot 2,50

Drenthe: zandige klei fijn, midden en grof zand

2,50 tot 24

Matig fijn zand en fijne tot grove zanden

24 tot 47

Urk: Matig fijn tot grove zanden

47 tot 60

Appelscha: grove en matig fijne zanden

60 tot 78

Oosterhout: matig fijn tot fijn zand

78 tot 101

Oosterhout: complexe eenheid

(formatie van Boxtel en Drenthe) Eerste watervoerend pakket (formatie van Peelo) Eerste watervoerend pakket (formatie van Urk en Appelscha Eerste watervoerend pakket (formatie van Oosterhout)

Grondwater De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk gericht. Zeer lokaal kan de grondwaterstroming afwijken door verschillen in bodemopbouw of door humane bodemverstorende activiteiten. Op basis van de beschikbare grondwatergegevens kan geen uitspraak worden gedaan of er kwel of inzijging optreedt op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt voor zover bekend niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Ook vindt er in de directe nabijheid geen grondwateronttrekking plaats.

2.7

Conclusie vooronderzoek

Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn geen concrete aanwijzingen naar voren gekomen dat de onderzoekslocatie of een deel ervan is verontreinigd met één of meer stoffen. De locatie kan als ‘onverdacht’ voor bodemverontreiniging worden beschouwd. De landbodem is echter wel verdacht op het heterogeen voorkomen van een verontreiniging met PFAS. De verdenking op het voorkomen van PFAS komt voort uit het gestelde in het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Gesteld wordt dat de bovenste circa 1,0 m van alle bodems en/of geroerde bodemlagen in Nederland verdacht zijn op het voorkomen van PFAS.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 10 van 19

3

ONDERZOEKSSTRATEGIE

3.1

Hypothese

Uit het vooronderzoek zijn geen concrete aanwijzingen naar voren gekomen dat de locatie of een deel ervan is verontreinigd met één of meer stoffen. De onderzoekshypothese luidt derhalve ‘onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL)’ zoals beschreven in paragraaf 5.1 van de NEN5740.

3.2

Onderzoeksopzet veldwerk

De conform de gekozen onderzoeksstrategie uit te voeren werkzaamheden zijn weergegeven in tabel 3.1. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 met onderliggende protocollen 2001 en 2002. Bij de monstername wordt extra aandacht geschonken aan kleding en schoeisel. Een en ander teneinde contaminatie van de monsters met PFAS gerelateerde stoffen te voorkomen. tabel 3.1: overzicht veldwerkzaamheden (deel)locatie

Neptunusbaan in Klazienaveen

oppervlakte

boringen

boringen

peilbuizen

boringen

(m2)

tot 0,5 m-mv

tot gws1)

tot 1,5 m-gws2)

totaal

3.804

10

2

1

13

(diverse kadastrale percelen) gws: grondwaterstand (min. 1,0 m-mv) 1)

Indien de grondwaterstand zich ondieper bevindt dan 1,0 m-mv, geldt een boordiepte van 1,0 m-mv. Bevindt de grondwaterstand zich dieper dan 2,0 m-mv, dan geldt een boordiepte van 2,0 m-mv.

2)

Indien de grondwaterstand zich dieper dan 5,0 m-mv bevindt, wordt er geen peilbuis geplaatst.

In tabel 3.1 is de diepte van de boringen aangegeven in meters beneden het maaiveld (m-mv). De einddiepte van de peilbuis is circa 1,5 m onder de heersende grondwaterspiegel. De peilbuis worden na plaatsing afgepompt. Het uitkomende bodemmateriaal wordt zintuiglijk beoordeeld op kleur en samenstelling en gedetailleerd weergegeven in profielbeschrijvingen. Grondmonsters worden genomen uit trajecten van maximaal 50 cm. Zintuiglijk verontreinigde bodemlagen worden apart bemonsterd, zodat gerichte analyse van deze lagen mogelijk is. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden wordt tevens aandacht besteed aan het voorkomen van asbest en asbestgelijkende materialen in de bodem. De peilbuis wordt een week na plaatsing nogmaals afgepompt en bemonsterd en in het veld onderzocht op pH (zuurgraad) en elektrische geleiding (EC).

3.3

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

Het conform de gekozen onderzoeksstrategie uit te voeren laboratoriumonderzoek is weergegeven in tabel 3.2. Naast het ‘standaardpakket bodem’ wordt de boven- en ondergrond tevens geanalyseerd op PFAS(30). De analyses worden door een RvA-geaccrediteerd milieulaboratorium uitgevoerd conform de geldende richtlijn. Voor analyses op grond en grondwater geldt het AS3000 (Accreditatieschema 3000). AS3000 beschrijft alle kwaliteitseisen vanaf het moment van monsteroverdracht aan het laboratorium tot en met de analyse en rapportage van het laboratorium.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 11 van 19

tabel 3.2: laboratoriumonderzoek (deel)locatie

Neptunusbaan in Klazienaveen (diverse kadastrale percelen)

2

bovengrond

ondergrond

(0,0-0,5 m-mv)

(0,5-2,0 m-mv)

standaardpakket bodem* + PFAS***

1

standaardpakket bodem* + PFAS ***

grondwater

1

standaardpakket grondwater**

*) droge stof, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), PAK (10 VROM), minerale olie (GC), polychloorbifenylen (PCB’s - som 7). **) barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen (BTEXNS), gechloreerde koolwaterstoffen en chloorbenzenen, bromoform en minerale olie (GC). ***) 30 stoffen uit de PFAS-advieslijst handelingskader d.d. 12 juli 2019 (Bodemplus)

Van alle grond(meng)monsters wordt afzonderlijk het gehalte van organisch stof en lutum bepaald.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 12 van 19

4

RESULTATEN VELDWERK

4.1

Veldwerk

De boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn uitgevoerd op woensdag 22 januari 2020 door de heer van RPS overeenkomstig tabel 3.1 en onder Kwalibo-erkenning (certificaat K40562). In verband met het uit te voeren bodemonderzoek op de locatie is bij het Kadaster Klic een graafmelding uitgevoerd. Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot kabels en leidingen waren niet noodzakelijk.

4.2

Lokale bodemopbouw

De lokale bodemopbouw kan als volgt worden gekarakteriseerd: • De bodem van 0,0 m-mv tot maximaal 2,5 m-mv bestaat uit matig grof, zwak siltig tot kleiig zand. Het freatisch grondwater is aangetroffen op een diepte van circa 1,0 m-mv. In bijlage 2 zijn de profielbeschrijvingen als boorstaten opgenomen.

4.3

Zintuiglijke waarnemingen

Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn zintuiglijk geen afwijkingen aan de grond en het grondwater geconstateerd. Op basis hiervan zijn geen directe aanwijzingen gevonden die duiden op eventuele bodemverontreinigingen op de locatie. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn geen asbest en/of asbestgelijkende materialen in de bodem of op het maaiveld waargenomen. Omdat ook uit de bodeminformatie van de gemeente Emmen geen verontreiniging met asbest naar voren is gekomen, gaan wij ervan uit dat de locatie als niet asbestverdacht kan worden aangemerkt.

4.4

Meetresultaten grondwatermonsters

Tijdens de bemonstering van de peilbuis op woensdag 29 januari 2020 is het elektrisch geleidingsvermogen (EC), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater vastgesteld met behulp van een geijkte troebelheid/pH/EC-meter. De bemonstering is eveneens uitgevoerd door de heer van ons bureau onder Kwalibo-erkenning. Het EC wordt als maat gehanteerd voor de hoeveelheid opgeloste zouten in het water en wordt uitgedrukt in micro-Siemens per centimeter (µS/cm) of milli-Siemens per centimeter (mS/cm). In tabel 4.1 zijn de resultaten van deze metingen weergegeven. tabel 4.1: gegevens grondwatermonsters nummer

filterstelling

peilbuis

(m-mv)

08

1,5-2,5

pH

5,2

EC

troebelheid

gws tijdens plaatsing

gws tijdens

(µS/cm)

(NTU)

(m-mv)

bemonstering(m-mv)

501

14,1

1,00

0,30

De pH en EC kunnen voor de onderzoekslocatie als normale waarden worden beschouwd. Met betrekking tot troebelheid dient te worden gesteld dat wanneer de waarde hoger ligt dan 10 NTU, eventueel gemeten verontreinigingen in het grondwater met slecht oplosbare organische parameters (onder andere PAK en PCB), deze mede veroorzaakt kunnen zijn door gronddeeltjes.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 13 van 19

5

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

5.1

Samenstelling analysemonsters

De laboratoriumwerkzaamheden zijn grotendeels uitgevoerd conform de onderzoeksopzet, weergegeven in tabel 3.2. Alleen door het aantreffen van verschillende bodemtypen (zand en veen) is één extra mengmonster van de ondergrond ingezet. De samenstelling van de mengmonsters van de boven- en ondergrond heeft plaatsgevonden in het laboratorium van Synlab in Hoogvliet. Hierbij is rekening gehouden met de geografische indeling van de onderzoekslocatie, de bodemtypen en informatie zoals weergegeven in hoofdstuk 4. In tabel 5.1 en 5.2 zijn respectievelijk de specificaties voor de grond- en grondwatermonsters aangegeven. tabel 5.1: samenstelling grond(meng)monsters nummer

nummer

diepte

analysepakket

(meng)monster

boring

min-max

incl. AS3000

onderzoeksdoel

(m-mv) BG1

01 t/m 07

BG2

0,0 - 0,5

08 t/m 13

OG1

0,0 - 0,5

02, 08 en 12

0,7 - 1,6

standaardpakket

bepalen kwaliteit zandhoudende

bodem + PFAS

bovengrond

standaardpakket

bepalen kwaliteit zandhoudende

bodem + PFAS

bovengrond

standaardpakket bodem + PFAS

berpalen kwaliteit zandhoudende ondergrond

tabel 5.2: overzicht grondwatermonsters nummer

nummer

filterstelling

analysepakket

watermonster

boring

(m-mv)

incl. AS3000

8

1,5 - 2,5

standaardpakket

08-1-1

onderzoeksdoel

bepalen kwaliteit grondwater

grondwater

5.2

Toetsing analyseresultaten

5.2.1

Toetsingswaarden

Toetsing van de analyseresultaten vindt plaats aan de toetsingswaarden zoals die op 1 juli 2013 van kracht zijn geworden (Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013), zie ook ‘Toelichting op het Wbb’ in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice van SIKB-IHW) via de webapplicatie @MIS, PAIS of MijnLab. Grond In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen de AW2000-waarde (voorheen: ‘streefwaarde’) en de interventiewaarden. Als actiewaarde (tussenwaarde) voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de achtergrondwaarde ((AW+I) * ½). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: AW2000 T I

= achtergrondwaarde = triggerwaarde voor nader onderzoek (voorheen tussenwaarde) = interventiewaarde

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 14 van 19

Dit leidt tot de volgende indeling: • gehalte < AW2000 • gehalte > AW2000 en < T • gehalte > T en < I • gehalte > I

- niet verontreinigd - licht verontreinigd - matig verontreinigd - sterk verontreinigd

Alvorens de analyseresultaten te toetsen worden deze naar standaard bodem omgerekend (organische stof 10% en humus 25%). Voor barium geldt dat per 1 april 2009 wettelijk geen eis meer is vastgesteld. Grondwater In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen streef- en interventiewaarden. Als actiewaarde voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de streefwaarde ((S+I) * ½). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: S T I

= = =

streefwaarde triggerwaarde voor nader onderzoek (voorheen tussenwaarde) interventiewaarde

Dit leidt tot de volgende indeling: • gehalte < S - niet verontreinigd • gehalte > S en < T - licht verontreinigd • gehalte > T en < I - matig verontreinigd • gehalte > I - sterk verontreinigd De toetsingswaarden voor grondwater zijn landelijk vastgesteld. De analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 5 zijn alle analyseresultaten van de monsters weergegeven die getoetst zijn aan de geldende achtergrond-/streef-, tussen- en interventiewaarden. Toetsingskader Per- en Polyfluoralkylstoffen (PFAS) Vooruitlopend op de definitieve normstelling voor het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie is op 29 november 2019 een aangepaste (voorlopige) norm boven de bepalingsgrens vastgesteld. In onderstaande tabel 5.3 zijn de toepassingsnormen van grond op de landbodem en in oppervlaktewater weergegeven.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 15 van 19

tabel 5.3: overige toepassingsnormen voor het toepassen van grond (in µg/kg d.s.)1

Toepassingssituatie

Toepassingsnorm PFOS PFOA PFAS

GenX

Op de landbodem Grond toepassen boven grondwaterniveau2 Bodemfunctieklasse bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur landbouw/natuur, wonen of industrie wonen of industrie landbouw/natuur wonen of industrie wonen of industrie Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven grondwaterniveau 2 Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau 3, met inbegrip van grootschalig toepassen In oppervlaktewater Grond toepassen 1. 2.

3.

0,9 0,9 3,0 3,0 0,1 0,9

0,8 0,8 7,0 7,0 0,1 0,8

0,8 0,8 3,0 3,0 0,1 0,8

0,8 0,8 3,0 3,0 0,1 0,8

0,1

0,1

0,1

0,1

Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast.

Voor de toepassing van PFAS-houdende grond en baggerspecie is niet alleen het tijdelijk handelingskader van belang, maar dient vanzelfsprekend ook te worden voldaan aan alle verplichtingen die voor het toepassen voortvloeien uit het Besluit bodemkwaliteit. Bron: Tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie

Voor de gemeenten die voorafgaand aan de publicatie van het tijdelijk handelingskader al gebiedsspecifiek beleid hebben vastgesteld, blijft dit beleid van kracht. Hiernaast hebben gemeenten de mogelijkheid gebiedsspecifiek beleid vast te stellen. Lokaal kunnen derhalve afwijkende normen voor hergebruik van PFAS-houdende grond gelden. Bron: website bodemplus, FAQ PFAS.

5.2.2

Toetsingsresultaten grondmonsters

In de geanalyseerde grond(meng)monsters zijn overschrijdingen van de toetsingswaarden conform de Wbb aangetoond. In tabel 5.4 zijn de monsters waarin overschrijdingen zijn aangetoond weergegeven en de verhoogde parameters aangegeven. Als voor een parameter geen verhoging is aangetoond, is deze niet in de tabel opgenomen. De resultaten zijn tevens indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit ter bepaling van de mogelijkheden voor hergebruik van de grond. tabel 5.4: analyseresultaten grond(meng)monsters (meng) overschrijdende Wbb monster parameter(s)

PFOA (µg/kg ds)

PFOS (µg/kg ds)

overige PFAS (µg/kg ds)

Bbk

BG1

-

<AW

0,54

1,91

<0,1

Wonen

BG2

PAK10

>AW

0,36

0,90

<0,1

Industrie

OG1

PCB

>AW

0,20

0,14

<0,1

Wonen

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 16 van 19

5.2.3

Toetsingsresultaten grondwatermonsters

In het geanalyseerde grondwatermonster zijn overschrijdingen van de toetsingswaarden van de Wbb aangetoond. De overschrijdingen zijn opgenomen in tabel 5.5. Als voor een bepaalde component geen overschrijding is aangetoond, is deze component niet in de tabel opgenomen. tabel 5.5: overzicht gemeten overschrijdingen in de grondwatermonsters nummer watermonster

08-1-1

5.3

kritische parameter(s)

overschrijding

barium en zink

> streefwaarde

Interpretatie

Verontreinigingssituatie grond Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond lokaal (BG2; boring 08 t/m 13) licht verontreinigd is met PAK. De overige geanalyseerde parameters overschrijden de achtergrondwaarde niet. De bovengrond van grond(meng)monster BG1 is niet verontreinigd. In de ondergrond overschrijdt het gehalte aan PCB de achtergrondwaarde. Geen van de overig geanalyseerde parameters is verhoogd aangetoond. De aangetoonde gehalten aan PFAS voldoen aan toepassingsnormen voor het toepassen van grond op de landbodem boven grondwaterniveau, van respectievelijk 3,0 (µg/kg ds), 7,0 (µg/kg ds) en 3,0 (µg/kg ds). Wanneer de resultaten van de grond(meng)monsters indicatief worden getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit, dan voldoet de bovengrond van BG1 aan klasse Wonen op basis van PFOA. De bovengrond van BG2 voldoet aan klasse Industrie op basis van PAK10. De ondergrond (OG1) voldoet aan klasse Wonen op basis van PCB. Verontreinigingssituatie grondwater De licht verhoogde concentraties aan barium en zink in het grondwater worden beschouwd als regionaal verhoogde achtergrondconcentratie. Geen van de overig geanalyseerde parameters overschrijden de streefwaarde.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 17 van 19

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In dit hoofdstuk vindt de integratie plaats van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek. Op basis hiervan is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater beschreven. Vervolgens vindt de toetsing plaats van de vooraf opgestelde hypothese.

6.1

Conclusies

Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodem ter plaatse van de percelen I 9132, 10164, 12785, 14658 (ged.), 15845 en 16483 (ged.) aan de Neptunusbaan in Klazienaveen (gemeente Emmen) hooguit licht is verontreinigd. In de bovengrond tot 0,5 m-mv is lokaal een licht verhoogd gehalte aan PAK10 gemeten en in de ondergrond tot maximaal 1,6 m-mv een licht verhoogd gehalte aan PCB. De gemeten concentraties aan PFAS in zowel boven- als ondergrond staan hergebruik niet in de weg. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties aan barium en zink. Wanneer de resultaten indicatief worden getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit, dan voldoet de grond aan klasse Wonen (BG1 en OG1) of Industrie (BG2). In beide gevallen geldt dat de grond onder voorwaarde geschikt is voor gebruik elders. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is door middel van dit bodemonderzoek in voldoende mate in beeld gebracht. De resultaten van dit bodemonderzoek hoeven geen belemmering te vormen bij de voorgenomen eigendomsoverdracht en herontwikkeling.

6.2

Toetsing hypothesen

De onderzoekshypothesen, zoals opgesteld in paragraaf 3.1, zijn vergeleken met de resultaten van dit bodemonderzoek. Een overzicht van de toetsing van de hypothesen is in tabel 6.1 opgenomen. tabel 6.1: toetsing onderzoekshypothese per deellocatie (deel)locatie hypothese

conclusie

Neptunusbaan in Klazienaveen

hypothese verworpen

onverdacht van bodemverontreiniging

Formeel dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ te worden verworpen door het aantreffen van lichte verontreinigingen aan PAK en PCB in de grond. De gemeten gehalten geven echter geen aanleiding tot vervolgonderzoek.

6.3

Aanbevelingen

De opdrachtgever wordt geadviseerd een exemplaar van dit rapport bij de koopakte te voegen. Voor de aanvraag van een WABO-omgevingsvergunning dient deze rapportage ter beoordeling te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Emmen.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 18 van 19

6.4

Hergebruiksmogelijkheden grond

Grond die tijdens graafwerkzaamheden binnen de onderzochte locatie vrijkomt, mag zonder verder onderzoek binnen de onderzoekslocatie teruggebracht worden. Het is echter niet de bedoeling dat de licht verontreinigde grond als aanvulling dient of wordt gemengd met niet verontreinigde ondergrond. Wanneer grond van de locatie of naar buiten de geldende bodemkwaliteitszone moet worden afgevoerd, geeft dit verkennend bodemonderzoek onvoldoende informatie over de hergebruiksmogelijkheden en wordt door de toepasser een partijkeuring (AP04) geëist. Op basis van de analyseresultaten wordt gesteld dat bij uitvoering van graafwerkzaamheden geen aanvullende arbeidshygiënische veiligheidsmaatregelen genomen hoeven te worden (CROW 400).

6.5

Kwaliteit

RPS is onafhankelijk en heeft, naast de relatie opdrachtgever - opdrachtnemer, geen enkele relatie met de opdrachtgever. Wij zijn door het ministerie van Infrastructuur en Milieu aangewezen als erkend monsternemer. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de monsterneming en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Dit onderzoek betreft een momentopname. Naar gelang de tijd tussen onderzoek en toepassing groter is, dient voorzichtigheid betracht te worden bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. Dit onderzoek is geheel uitgevoerd volgens de NEN 5740. Onderzoek naar een mogelijke verontreiniging met asbest maakt echter geen deel uit van dit protocol. Dit onderzoek doet derhalve geen uitspraak over de aanwezigheid van asbest ter plaatse.

rps.nl NL202004848-R20-124 | 13 februari 2020 Pagina 19 van 19

BIJLAGE 1. A Kadastrale kaarten

rps.nl

Uw referentie: NL202004848

6

8

12

14

16

18

15829

10

15830

Uittreksel Kadastrale Kaart

20

15828

15827

15826

15825

15838

15831

15824

12785

15839

10164 15840

15841

15842 15845 15843 9132 15844

Neptu nu sb aan

8976 18

20

22

24

26

28

30

32

12783

15421 18/ TR

8002 0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 20 januari 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

5m

25 m

Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Emmen I 15845

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

22

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: NL202004848

6 88-98

15824

12785

12784 64-8 6

10164

66-74

15845 82

8321

9132

19

Neptu nu sb aan

M eridiaan

15422

17

8976 18

20

8975 15

15421 18/ TR

8002 13 0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 20 januari 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

5m

25 m

Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Emmen I 9132

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

22

BIJLAGE 1. B Locatieoverzicht met boorpunten en peilbuizen

rps.nl

!

5

!

6

7

!

!

13

)

A³

4

8

!

9

!

H ! 1

!

12

2

H ! !

3

!

10

11

!

0 3,25 6,5

Legenda

19,5

26 Meters

Projec t:

! Ondiepe boring H Diepe boring !

Opdrachtgever:

Lefier

Om sc hrijv ing:

)

A³ peilbuis

Ov erz ichtsk aart met boorlocaties

Onderzoekslocatie Bebouwing Perceel Wate r en b od em

Prin s M au ri tss tr aa t 1 7 , 4 1 41 J C Le e rd am Pos tb us 7 5, 4 14 0 AB Le e rd a m T + 31 8 8 - 99 0 4 8 00 W w ww. rp s. nl

Regionale ligging

schaal

1:25.000

NL202004848

Formaat:

A4

Projec tleider:

Schaal:

1:500

Auteur:

Status :

Vel dwerk :

Datum veldwerk :

Projec tnummer:

Blad: Nummer:

Definitief 22-01-2020 1 van 1

NL202004848-001

Wij z:

© ondergrond: Esri Nederland, Kadast er ; Esri Nederl and, Comm unit y Map Cont ributors

VO Neptunusbaan in Klazienaveen

soort

pdf /pri nt door: k am perdijk e, 24-1-2020

13

\\10.53.1. 12\ dat a\ GGI\1 Projecten\NL202004848\ 3 Werk dos sier\04 Tek eni ngen\2_MXD\t ekening.mx d

BIJLAGE 2. Boorprofielen

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

01

Boring:

02

Datum: X: Y:

22-01-2020 263385.00 527720.94

Datum: X: Y: GWS:

22-01-2020 263394.80 527721.56 90

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. groenstrook Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

0

0 1

groenstrook Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

50 2 -70

Zand, matig grof, zwak siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

3 100

4 150 5 -200

200

Boring:

03

Boring:

04

Datum: X: Y:

22-01-2020 263408.56 527716.94

Datum: X: Y:

22-01-2020 263402.80 527740.00

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

0

0 1 50

gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

Boormeester:

Projectnaam:

VO Neptunusbaan in Klazienaveen

Projectcode:

NL202004848

Opdrachtgever: LEFIER

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

05

Boring:

06

Datum: X: Y:

22-01-2020 263395.75 527782.00

Datum: X: Y:

22-01-2020 263411.10 527772.44

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

0

0 1

-50

50

Boring:

07

Boring:

08

Datum: X: Y:

22-01-2020 263420.30 527755.50

Datum: X: Y: GWS:

22-01-2020 263427.25 527742.06 100

N.A.P. 0

0 1

-20

2 -50

50

gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

N.A.P. gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraal geelbruin, Edelmanboor

0

0 1

-20

2

groenstrook Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, neutraal geelbruin, Edelmanboor

50 3 -80

100

Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

4

5 150

6 -200

200

Zand, matig grof, kleiïg, geen olie-water reactie, neutraal blauwgrijs, Edelmanboor

7 250

-250

Boormeester:

Projectnaam:

VO Neptunusbaan in Klazienaveen

Projectcode:

NL202004848

Opdrachtgever: LEFIER

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

09

Boring:

10

Datum: X: Y:

22-01-2020 263426.78 527729.00

Datum: X: Y:

22-01-2020 263446.80 527719.20

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

0

0 1

-50

50

Boring:

11

Boring:

12

Datum: X: Y:

22-01-2020 263435.70 527714.25

Datum: X: Y: GWS:

22-01-2020 263455.62 527726.80 130

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

0

0 1

gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

50 2

100

3 -120

Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

4 150

5 200

-200

Boormeester:

Projectnaam:

VO Neptunusbaan in Klazienaveen

Projectcode:

NL202004848

Opdrachtgever: LEFIER

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

13

Datum: X: Y:

22-01-2020 263448.44 527746.50 N.A.P. 0

0 1

gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

Boormeester:

Projectnaam:

VO Neptunusbaan in Klazienaveen

Projectcode:

NL202004848

Opdrachtgever: LEFIER

Getekend volgens NEN 5104

BIJLAGE 3. Toetsingskader

BIJLAGE Toelichting WBB (TOETSINGSKADER LANDBODEMS) Voor het bepalen van de kwaliteit van het onderzochte bodemmateriaal worden (de) monsters getoetst aan toetsingswaarden van de Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675 d.d. 27 juni 2013. Wanneer uit onderzoek blijkt dat mogelijk sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging treedt de Wet bodembescherming (Wbb) in werking. In de hiernavolgende paragrafen wordt nader uitleg gegeven over de toetsingswaarden van de genoemde circulaire en enkele zaken met betrekking tot de Wbb. Toetsingsnormen Bij toetsing van de analyseresultaten van het laboratoriumonderzoek wordt uitgegaan van een standaard bodem (25% lutum en 10% organische stof). Indien de percentages lutum en organische stof in het onderzochte materiaal hiervan afwijken, worden de in het laboratorium gemeten gehalten van de zware metalen, arseen en organische verbindingen omgerekend naar een standaardbodem. Doorgaans is dit van toepassing op alle onderzochte bodemmonsters. In de circulaire zijn twee waarden gegeven voor de beoordeling van de concentraties van de verschillende stoffen in de bodem en waaraan getoetst wordt: • Achtergrondwaarde (AW2000-waarde): deze waarde geeft het kwaliteitsniveau aan waarbij de functionele eigenschappen voor mens, plant en dier zijn veiliggesteld. De AW2000-waarde komt overeen met het Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR).

• Interventiewaarde (I-waarde): de interventiewaarde geeft de concentratie aan waarboven sprake is van een ernstige of dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van mens, plant en dier. Bij een overschrijding van de interventiewaarde in meer dan 25 m3 bodemmateriaal is sprake van een ernstig geval van (water)bodemverontreiniging en dient sanering plaats te vinden. De urgentie van het geval wordt bepaald door middel van een risico-onderzoek, dat deel uitmaakt van het nader bodemonderzoek. Aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek vormt onder andere een overschrijding van de tussenwaarde, die als volgt kan worden geformuleerd: de tussenwaarde is de helft van de interventiewaarde en geeft de concentratie aan waarboven nader bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Binnen het nader bodemonderzoek wordt de mate en omvang van de verontreiniging bepaald. Daarbij gaat het om het volume grond en/of grondwater met concentraties boven de interventiewaarde. Wet bodembescherming (Wbb) Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en urgentie van sanering wanneer in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater de concentratie van een verontreinigende stof hoger is dan de interventiewaarde. Van een ernstig geval van bodemverontreiniging moet melding worden gemaakt bij het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de provincie.

Daarnaast zijn er enkele bevoegdgezaggemeenten (zie Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Wbb, Stb. 2000, 591 – 21 december 2000) die gelijk worden gesteld met een provincie, waardoor een dergelijk geval binnen de gemeentegrenzen bij de desbetreffende gemeente moet worden gemeld. Veelal wordt als gevolg van een melding in het kader van de Wbb een beschikking afgegeven. In het kader van de Wet bodembescherming is de meldingsplicht van toepassing wanneer handelingen worden verricht met: • Een ernstig geval van bodemverontreiniging. Er is sprake van een ernstig geval indien meer dan 25m3 grond en/of 100 m3 grondwater sterk is verontreinigd.

•

Meer dan 50 m3 licht tot matig verontreinigde grond of 1.000 m3 licht tot matig verontreinigd grondwater wordt verplaatst en er geen samenloop is met andere wettelijke kaders zoals de Woningwet (aanvraag bouwvergunning).

Besluit bodemkwaliteit Per 1 juli 2008 zijn grond en baggerspecie uit het Bouwstoffenbesluit genomen en is het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) inwerking getreden. Het Bbk is gebaseerd op een risicobenadering met als uitgangspunt een directe relatie tussen (chemische) kwaliteit en het gebruik van de bodem. In de normstelling is gekozen voor een ‘altijd-‘ en een ‘nooit-grens’. De ‘altijd-grens’ bestaat uit de Achtergrondwaarden (AW2000). Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Partijen grond en baggerspecie die voldoen aan de AW2000 zijn altijd vrij toepasbaar. De ‘nooit-grens’ wordt bepaald met behulp van het Saneringscriterium. Dit is geen vaste norm, maar een methodiek om te bepalen of sprake is van een onaanvaardbaar risico. Tussen de ‘altijd-‘ en ‘nooit-grens’ liggen de Maximale Waarden. Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te maken voor de functie die de bodem heeft. Aan de bodemkwaliteitsklassen en de bodemfunctieklassen zijn dezelfde normen gekoppeld: de Maximale Waarden voor de klasse Wonen en de Maximale Waarden voor de klasse Industrie.

Om een partij grond of baggerspecie te mogen toepassen moet zowel de bodemkwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse worden getoetst (dubbele toetsing). Grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit de Maximale Waarden voor de klasse industrie overschrijdt mag in het generiek kader niet worden toegepast. Tabel: toepassen landbodem

kwaliteit functie

AW2000

WONEN

INDUSTRIE

AW

WO

IND

AW

WO

IND

AW

WO

IND

AW2000

✓

✓

✓

✓

WONEN

X

X

X

X

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

INDUSTRIE

X

X

X

X

X

X

X

X

✓ ✓ ✓

partij

Tabel: toepassen waterbodem bodem

toepassen waterbodem

kwaliteit

AW2000

A

B

partij A

✓

✓

✓

✓

✓

✓

B

X

X

X

X

X

X

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

BIJLAGE 4. Analysecertificaten

Analyserapport

SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl

RPS advies- en ingenieursbureau B.V. Prins Mauritsstraat 17 4141 JC LEERDAM

Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer

Blad 1 van 14

: VO Neptunusbaan in Klazienaveen : NL202004848 : 13183793, versienummer: 1.

Rotterdam, 30-01-2020 Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project NL202004848. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 14 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support.

Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,

Technical Director

SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

RPS advies- en ingenieursbureau B.V.

Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 2 van 14

Analyserapport

VO Neptunusbaan in Klazienaveen

Orderdatum 22-01-2020 Startdatum 22-01-2020 Rapportagedatum 30-01-2020

NL202004848 13183793 - 1

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001 002 003

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

BG1 BG1 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-20) 07 (20-50) BG2 BG2 08 (0-20) 08 (20-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50) OG1 OG1 02 (70-110) 08 (80-120) 12 (120-160)

Analyse

Eenheid

Q

droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten

gew.-% g -

S S S

79.1 18 stenen

79.3 <1 geen

78.5 <1 geen

organische stof (gloeiverlies)

% vd DS

S

5.8

5.1

1.8

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS

S

2.7

2.7

1.8

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

S S S S S S S S S

23 <0.2 <1.5 12 0.05 30 <0.5 3.5 44

<20 <0.2 <1.5 8.2 <0.05 15 <0.5 3.4 26

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20

0.13 2.9 0.78 4.9 2.4 2.2 0.91 1.4 0.81 0.89 1) 17.32

<0.01 0.03 <0.01 0.08 0.06 0.05 0.03 0.04 0.03 0.03 1) 0.364

<1 <1 <1 <1 1.1 <1 <1 1) 5.3

<1 <1 <1 <1 1.7 1.6 1.1 1) 7.2

mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds

001

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S 0.01 fenantreen mg/kgds S 0.08 antraceen mg/kgds S 0.03 fluoranteen mg/kgds S 0.20 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.12 chryseen mg/kgds S 0.14 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.08 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.10 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.08 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.08 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.92 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds

S S S S S S S S

<1 <1 1.3 <1 2.3 2.1 1.3 1) 9.1

002

003

De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

RPS advies- en ingenieursbureau B.V.

Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 3 van 14

Analyserapport

VO Neptunusbaan in Klazienaveen

Orderdatum 22-01-2020 Startdatum 22-01-2020 Rapportagedatum 30-01-2020

NL202004848 13183793 - 1

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001 002 003

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

BG1 BG1 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-20) 07 (20-50) BG2 BG2 08 (0-20) 08 (20-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50) OG1 OG1 02 (70-110) 08 (80-120) 12 (120-160)

Analyse

Eenheid

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds

ANALYSES UITGEVOERD DOOR DERDEN som PFOA (0.7 factor) µg/kgds som PFOS (0.7 factor) µg/kgds Adviespakket PFAS 30 componenten

Q

001

002

S

<5 <5 10 13 20

<5 19 28 29 80

2)

0.54 2) 1.91 zie bijlage

003

<5 <5 <5 <5 <20

2)

0.36 2) 0.9 zie bijlage

2)

0.2 2) 0.14 zie bijlage

De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

RPS advies- en ingenieursbureau B.V.

Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Analyserapport

VO Neptunusbaan in Klazienaveen NL202004848 13183793 - 1

Blad 4 van 14

Orderdatum 22-01-2020 Startdatum 22-01-2020 Rapportagedatum 30-01-2020

Monster beschrijvingen

001

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

002

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

003

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

Voetnoten 1 2

De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. Deze berekening is uitgevoerd door SYNLAB A&S B.V. (Rotterdam). De analyse is uitbesteed.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

RPS advies- en ingenieursbureau B.V.

Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 5 van 14

Analyserapport

VO Neptunusbaan in Klazienaveen

Orderdatum 22-01-2020 Startdatum 22-01-2020 Rapportagedatum 30-01-2020

NL202004848 13183793 - 1

Analyse

Monstersoort

Relatie tot norm

droge stof

Grond (AS3000)

gewicht artefacten

Grond (AS3000)

aard van de artefacten

Grond (AS3000)

organische stof (gloeiverlies)

Grond (AS3000)

lutum (bodem)

Grond (AS3000)

barium

Grond (AS3000)

cadmium

Grond (AS3000)

kobalt

Grond (AS3000)

koper

Grond (AS3000)

kwik

Grond (AS3000)

lood

Grond (AS3000)

molybdeen

Grond (AS3000)

nikkel

Grond (AS3000)

zink

Grond (AS3000)

naftaleen

Grond (AS3000)

fenantreen

Grond (AS3000)

antraceen

Grond (AS3000)

fluoranteen

Grond (AS3000)

benzo(a)antraceen

Grond (AS3000)

chryseen

Grond (AS3000)

benzo(k)fluoranteen

Grond (AS3000)

benzo(a)pyreen

Grond (AS3000)

benzo(ghi)peryleen

Grond (AS3000)

indeno(1,2,3-cd)pyreen

Grond (AS3000)

pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28

Grond (AS3000)

Grond: Gelijkwaardig aan ISO 11465 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 (monstervoorbehandeling conform NEN-EN 16179). Grond (AS3000): conform AS3010-2 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 Conform AS3000 en conform NEN-EN 16179 Idem Grond: gelijkwaardig aan NEN 5754. Grond (AS3000): conform AS3010-3 Grond: eigen methode. Grond (AS3000): conform AS3010-4 Conform AS3010-5 en conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN-EN-ISO 17294-2) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem

PCB 52

Grond (AS3000)

PCB 101

Grond (AS3000)

PCB 118

Grond (AS3000)

PCB 138

Grond (AS3000)

PCB 153

Grond (AS3000)

PCB 180

Grond (AS3000)

som PCB (7) (0.7 factor)

Grond (AS3000)

totaal olie C10 - C40

Grond (AS3000)

som PFOA (0.7 factor)

Grond (AS3000)

som PFOS (0.7 factor)

Grond (AS3000)

Adviespakket PFAS 30 componenten

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

Conform AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3010-7 en conform NEN-EN-ISO 16703 Analyse uitbesteed Idem Idem

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

001

Y8207033

22-01-2020

22-01-2020

ALC201

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

RPS advies- en ingenieursbureau B.V.

Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 6 van 14

Analyserapport

VO Neptunusbaan in Klazienaveen

Orderdatum 22-01-2020 Startdatum 22-01-2020 Rapportagedatum 30-01-2020

NL202004848 13183793 - 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=fd45685e-a151-4d39-96c5-0ff00ebd6ad1