CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Voortgangsdocument RES-regio Drenthe 2025

Commissie Wonen en Ruimte 12 mei 2025, gemeente EmmenBij agendapunt: Raadsbrief - Voortgangsdocument RES-regio Drenthe 20258.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Drenthe

Voortgangsdocument Regionale Energie Strategie (RES) Regio Drenthe Maart 2025

www.energievoordrenthe.nl

2

Voorwoord Samen koersvast richting 2030 Voor u ligt het Voortgangsdocument 2025 van de RES-regio Drenthe. Een document dat terugblikt op de afgelopen twee jaar, maar ook een doorkijkje geeft naar de periode die voor ons ligt. Sinds de vaststelling van de RES 1.0 in 2021, met daarin de doelstelling om in 2030 in Drenthe 3,45 TWh grootschalig hernieuwbare energie op te wekken, hebben we als regio grote stappen gezet. Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met diverse uitdagingen. Desondanks blijven we ons met onverminderde inzet richten op de realisatie van onze doelen voor 2030. Het onderstreept de complexiteit van de energietransitie, die nog steeds in hoog tempo gaande is. Dit biedt kansen, maar legt ook knelpunten bloot. Denk hierbij aan de over­­ belasting van het elektriciteitsnet, personele uitdagingen bij RES-partners en het realiseren en behouden van draagvlak en zeggenschap onder inwoners. Ondertussen zijn wet- en regelgeving, nationale programma’s, plannen en ambities in beweging. Juist in deze dynamiek is het van cruciaal belang dat we koers houden en daadkracht tonen. De oprichting van het Drents Overleg Energie met ingang van 2025 markeert een nieuwe fase in onze regionale samenwerking. Het is de eerste stap richting een bredere, integrale aanpak van regionale energievraagstukken in Drenthe.

We werken samen aan een toekomstbestendig Drenthe, waarin de ontwikkeling van een nieuw energiesysteem centraal staat.

Colofon Tekst en eindredactie: Werkbureau RES-regio Drenthe in opdracht van het Drents Overleg Energie Tekeningen: Herman Roozen Grafische verzorging: Grafische diensten provincie Drenthe

Ik dank iedereen die zich de afgelopen periode met visie, daadkracht en toewijding heeft ingezet voor de energietransitie in Drenthe. Alleen door samen te werken en van elkaar te leren, kunnen we de balans vinden tussen snelheid, zorgvuldigheid en draagvlak. Samen bouwen we de komende tijd verder aan een nieuw duurzaam energiesysteem in onze prachtige provincie. Namens het Drents Overleg Energie, Riek Siertsema (onafhankelijk voorzitter)

3

Samenvatting In 2021 spraken we in de RES-regio Drenthe af om in 2030 3,45 TeraWattuur (TWh) hernieuwbare energie op te wekken met windmolens, zonnevelden en zon op gebouwen. We stelden ambities op over hoe we dat het best kunnen doen. Ook maakten we afspraken over het stimuleren van zonnepanelen op gebouwen en zoeken we naar duurzame warmtebronnen om onze huizen en gebouwen op een andere manier te verwarmen. Dit voortgangsdocument blikt terug op de afgelopen twee jaar. Het laat zien waar we in de RES-regio Drenthe op dit moment staan, wat er is gebeurd en waar we aan werken.

Het is van groot belang om deze ambities zo snel mogelijk te vertalen naar concrete projecten, om zicht te houden op het realiseren van de RES-doelen. Het grootste deel van de ambitie valt in de categorie zon op gebouw. De realisatie ervan verloopt minder snel dan gewenst. Via de Versnellingsaanpak zon op dak wordt gewerkt aan het oplossen van knelpunten en worden dakeigenaren door een gerichte aanpak van onafhankelijke informatie, advies en begeleiding voorzien.

Duurzame warmte Er is een aanzienlijke afname van het totale aardgasverbruik in Drenthe te zien, van 455 miljoen m3 in 2021 naar 334 miljoen m3 in 2023. De dalende trend is het gevolg van een combinatie van factoren zoals de hogere gasprijzen van de afgelopen tijd, verbeterde isolatie van gebouwen en de elektrificering van de warmtevraag. Gemeenten staan de komende tijd voor grote uitdagingen in de warmtetransitie en worden hierbij vanuit de RES-regio ondersteund.

Ontwikkelingen en context Maatschappelijke betrokkenheid Sinds de publicatie van het Voortgangsdocument 2023 zijn op nationaal niveau aanpassingen voorzien in wet- en regelgeving, waaronder de nieuwe Energiewet en de Wet collectieve warmte. Er zijn nieuwe landelijke windnormen in concept gepubliceerd en er geldt een aangescherpte voorkeursvolgorde zon. Op nationaal en provinciaal niveau zijn bovendien verschillende programma’s opgezet en plannen uitgewerkt, die relevant zijn voor de uitvoering van de RES 1.0. Denk hierbij aan het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie, het Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren van het Energiesysteem en het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat.

Bij alle nieuwe energieprojecten in de RES-regio Drenthe vindt procesparticipatie plaats. Het realiseren van lokaal eigendom blijft in de praktijk een grote uitdaging, ondanks alle inspanningen vanuit overheden en lokale energiecoöperaties. Bij veel projecten wordt daarom (al dan niet noodgedwongen) gekozen voor andere vormen van financiële participatie.

Zorgvuldig ruimtegebruik

Voortgang RES-doelen per thema1

De afspraken uit de RES 1.0 ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik zijn geborgd in zowel gemeentelijk als provinciaal beleid. Daarnaast is binnen de RES-regio Drenthe een goed toegankelijk kennisnetwerk ontstaan. Op ambtelijk en bestuurlijk niveau vindt ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik veel uitwisseling van ervaringen plaats.

Hernieuwbare elektriciteit

Aandachtspunten en ontwikkelingen

We constateren dat op 31 december 2024 met de huidige opwek van 2,01 TWh een aanzienlijk deel van de Drentse bijdrage van 3,45 TWh is gerealiseerd, namelijk 58%. In het Voortgangsdocument 2023 bedroeg de realisatie nog 55,3%. Op 31 december 2024 zat er voor 0,61 TWh aan projecten in de pijplijn en er stond 1,07 TWh als te realiseren ambities open.

De komende periode is er een stevige inspanning van alle betrokken partijen nodig om projecten zo snel mogelijk te vergunnen en het elektriciteitsnet tijdig te verzwaren. Het realiseren van energieprojecten in lokaal eigendom blijft hierbij een belangrijk aandachtspunt. Realisatie van de Drentse bijdrage vraagt van alle RES-partners veel inzet en capaciteit. De krappe arbeidsmarkt vormt hierbij een knelpunt. Tot slot heeft ook de veranderende wet- en regelgeving vanuit het Rijk invloed op de voortgang van de realisatie van de RES ambities.

1

Op een aantal plaatsen binnen dit document zijn getallen afgerond ter vergroting van de leesbaarheid. Optellingen van categorieën kunnen daarom marginaal afwijken van de gepresenteerde totalen.

4

Op weg naar 2027 We maken plannen in een dynamische context. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe ambtelijk-bestuurlijke samenwerkingsstructuur rond de energietransitie in Drenthe. In het licht van deze beoogde nieuwe regionale samenwerkingsstructuur is er voor de periode na 1 juli 2025 geen aparte RES­uitvoeringsstrategie opgesteld. De inspanningen en projecten die in de periode 2025-2027 nodig zijn om de RES-doelstellingen te realiseren worden opgenomen in een overkoepelende uitvoeringstrategie, die vanuit de nieuwe regionale samenwerkingsstructuur wordt opgesteld. Tot die tijd werken het werkbureau RES en de RES-werkgroepen door aan de lopende opdrachten en projecten die nodig zijn om de ambities, zoals afgesproken in de RES 1.0, te realiseren.

5

Inhoud

Voorwoord

2

Samenvatting

3

1

Inleiding

5

2.

Voortgang RES-doelstellingen per thema

9

3.

Aandachtspunten en ontwikkelingen

15

4.

Op weg naar 2027

17

5.

Overzicht bijlagen

18

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Eén van de afspraken uit het Klimaatakkoord is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe er duurzame elektriciteit op land opgewekt kan worden. Valt de keuze op windmolens, zon op veld of zon op gebouwen? Kan het energienetwerk dat wel aan? Welke warmtebronnen kunnen we gebruiken zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen? Hoe zorgen we dat 50% van de opgewekte energie eigendom wordt van de lokale gemeenschap? In een Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft elke energieregio zijn eigen keuzes. De RES-regio Drenthe is één van deze regio’s. Het landelijke doel is om in 2030 ten minste 35 TWh aan grootschalige duurzame elektriciteit op land op te wekken. In 2050 moet Nederland klimaatneutraal zijn. De vastgestelde ambities in de eerste RES’en (RES 1.0) van de regio’s tellen op tot 55 TWh in 2030. In december 2022 spraken bestuurders van Rijk, decentrale overheden en de netbeheerders formeel af - na overleg met bestuurlijk trekkers van de regio’s zich gezamenlijk in te spannen om de vastgestelde RES’en uit te voeren met als streefdoel 55 TWh.

1.2

Afspraken RES 1.0

In 2021 spraken we in de RES-regio Drenthe af om in 2030 3,45 TeraWattuur (TWh) hernieuwbare energie op te wekken met windmolens, zonnevelden en zon op gebouwen. We stelden ambities op over hoe we dat het best kunnen doen. Ook maakten we afspraken over het stimuleren van zonnepanelen op gebouwen en zoeken we naar duurzame warmtebronnen om onze huizen en gebouwen op een andere manier te verwarmen.

6

Tijdens de vaststelling van het Drentse bod van 3,45 TWh hebben nieuwe inzichten bij de uitwerking van een aantal projecten ertoe geleid dat de totale verwachting voor de opwek van hernieuwbare energie enigszins naar boven is bijgesteld tot 3,499 TWh, onderverdeeld naar: • 1,123 TWh windenergie • 1,249 TWh zonne-energie op veld • 0,893 TWh grootschalig zonne-energie op gebouw • 0,234 TWh techniek-neutraal

Van alle samenwerkende partijen binnen de RES-regio Drenthe neemt een afgevaardigde bestuurder deel aan het Drents Overleg Energie, of is daarvan agenda-lid. De afgevaardigde bestuurders van de colleges en dagelijks besturen dragen bestuurlijk de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de RES-regio Drenthe. Beslissingen door afgevaardigde bestuurders van deze bevoegde gezagen worden formeel genomen in een separaat overleg. De bestuurders zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor de terugkoppeling naar hun colleges, dagelijks besturen of Gedeputeerde Staten. De overige partners in het Drents Overleg Energie hebben een adviserende rol in het proces.

1.3

Bestuurlijk Een onafhankelijk voorzitter begeleidt het proces aan het Drents Overleg Energie (DOE). Per thema is er een bestuurlijk trekker aangewezen. Het separate overleg tussen de afgevaardigde bestuurders van de bevoegde gezagen vindt aansluitend aan het brede bestuurlijke overleg plaats.

Samenwerking binnen de RES-regio Drenthe

In de RES-regio Drenthe werken overheden, netbeheerders en maatschappelijke partners samen aan de energieopgaven waar we in de regio voor staan. Dat doen we gelijkwaardig, ieder vanuit de eigen rol.

1.3.1

Deelnemende partijen in de RES

De volgende partijen werken samen binnen de RES-regio Drenthe: • Overheden: 12 gemeenten, provincie Drenthe, 4 waterschappen • Netbeheerders: Enexis, TenneT, RENDO, Gasunie • Maatschappelijke partners: o Natuur- en Milieufederatie Drenthe – namens de natuur- en land­­ beherende organisaties o LTO Noord – namens de landbouw o VNO-NCW – namens het bedrijfsleven o Drentse KEI – namens de energiecoöperaties o Woonstichting De Volmacht – namens de woningcorporaties o JongRegio – namens de jongere generatie

1.3.2.

Regionale samenwerking

Om efficiënter, effectiever en integraler samen te werken aan de regionale energietransitie bestaat er sinds 1 januari 2025 nog maar één bestuurlijke vergadertafel voor alle regionale energievraagstukken: het Drents Overleg Energie (DOE). De Drentse Energietafel en het Portefeuillehouders-overleg Energie, Klimaat en Milieu zijn in dit overleg opgegaan.

Ambtelijk Medewerkers van alle partijen in de RES-regio Drenthe zijn vertegenwoordigd aan het Ambtelijk Overleg Energie en werken mee aan verschillende RES-werkgroepen. Het Ambtelijk Overleg Energie is de ambtelijke tafel ter voorbereiding op de bestuurlijke tafel. Binnen de verschillende RES-werkgroepen worden de stukken voor de bestuurlijke tafel opgesteld en opdrachten uitgevoerd. Het werkbureau van de RES-regio Drenthe is de ambtelijk opdrachtnemer van de DOE en voert de ambtelijke procesregie. Volksvertegenwoordigers Met het vaststellen van de RES 1.0 hebben de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen besturen van de waterschappen de kaders vastgesteld voor de uitwerking van de Regionale Energiestrategie in de RES-regio Drenthe. Met informatiebijeenkomsten, nieuwsbrieven, halfjaarlijks rapportages en de online RES-monitor worden volksvertegenwoordigers op de hoogte gehouden van de regionale ontwikkelingen. Daarnaast bieden NP RES en VNG webinars en trainingen aan voor volksvertegen­ woordigers om hun positie en controlerende rol binnen de energietransitie, op regionaal en lokaal niveau, te versterken.

7

1.4

Ontwikkelingen en context

Sinds de publicatie van het Voortgangsdocument 2023 zijn op nationaal niveau aanpassingen voorzien in wet- en regelgeving. Daarnaast zijn sindsdien op nationaal en provinciaal niveau verschillende programma’s opgezet en plannen uitgewerkt, die relevant zijn voor de uitvoering van de RES 1.0.

1.4.1

Wet- en regelgeving

Energiewet De nieuwe Energiewet vervangt de huidige elektriciteit- en gaswetgeving. Met de nieuwe regelgeving worden energieconsumenten beter beschermd, komen er meer mogelijkheden om het volle stroomnet flexibel te gebruiken en wordt het veilig uitwisselen van gegevens tussen netbeheerders, energieleveranciers en klanten beter geregeld. Ook zijn er nieuwe mogelijkheden voor mensen en bedrijven gecreëerd om zelf actief te worden op de energiemarkt, bijvoorbeeld via energiegemeenschappen die de door leden geproduceerde elektriciteit verkopen en leveren. Wet collectieve warmte De Wet collectieve warmte (Wcw) vervangt de huidige warmtewet. Het doel van dit wetsvoorstel is om de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken en zo de energietransitie te bevorderen. Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) voegt aan de Omgevingswet, de Gaswet en de Warmtewet instrumenten toe waardoor gemeenten (lokale) regels kunnen opstellen om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving van aardgas naar duurzame alternatieven tot uitvoering te brengen. Landelijke windnormen Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt nieuwe landelijke milieuregels voor windparken op. Dit is het gevolg van de uitspraak van de Raad van State in een zaak over de uitbreiding van Windpark Delfzijl Zuid.

Deze uitspraak heeft gevolgen voor alle windparken in voorbereiding waar nog geen onherroepelijke vergunning voor is afgegeven.

Aangescherpte voorkeursvolgorde zon De aangescherpte voorkeursvolgorde zon, ook wel zonnneladder genoemd, is bedoeld om multifunctioneel ruimtegebruik met zonne-energie te stimuleren en landbouw- en natuurgebieden te ontzien. Overheden sturen langs vier treden: - Trede 1: Zonnepanelen op daken en gevels - Trede 2: Onbenutte terreinen in bebouwd gebied - Trede 3: Onbenutte terreinen in landelijk gebied - Trede 4: Landbouw- en natuurgronden Afschaffen salderingsregeling Eigenaren van zonnepanelen kunnen vanaf 1 januari 2027 zelf opgewekte stroom niet meer wegstrepen tegen hun verbruik.

1.4.2

Nationale en provinciale programma’s en plannen

Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) ondersteunt gemeenten om hun regierol voor de lokale warmtetransitie beter te kunnen vervullen. Programma Energiehoofdstructuur Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) is een thematische uitwerking van het beleid in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) voor de ruimtelijke inrichting van de Energiehoofdstructuur. Het PEH laat zien welke nieuwe nationale energieinfrastructuur nodig is richting 2050 en waar deze slim geplaatst kan worden. Nationaal Plan Energiesysteem Het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) beschrijft hoe Nederland een energie­ systeem ontwikkelt dat past bij een klimaatneutrale samenleving. In het Nationaal Plan Energiesysteem staat een langetermijnvisie op het energiesysteem in 2050. Nationaal Programma Verduurzaming Industrie De Nederlandse industrie verduurzaamt en vervangt steeds meer fossiele energiebronnen door duurzame alternatieven, zoals waterstof en elektriciteit. Het NPVI streeft ernaar om de verduurzaming van de industrie te versnellen. Om de toekomstige industriële energievraag in kaart te brengen, hebben industriële clusters een Cluster Energie Strategie (CES) opgesteld.

8 1.5.2 Landelijk en Drents Actieprogramma Netcongestie We gaan van een centraal energiesysteem naar een flexibel systeem. Tegelijkertijd groeit de vraag naar elektriciteit sneller dan het net kan worden uitgebreid. Om dit probleem in Drenthe aan te pakken aan te pakken, heeft de provincie Drenthe het Drents Actieprogramma Netcongestie (DAN) opgesteld. Dit sluit aan op het Landelijke Actieprogramma Netcongestie (LAN). Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren van het Energiesysteem en Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Het elektriciteitsnet moet worden verzwaard en uitgebreid: er moet een nieuwe regionale energie-infrastructuur komen. Om de netbeheerders hiermee goed te kunnen helpen, heeft de provincie Drenthe het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) opgesteld. Het pMIEK is een instrument om te komen tot een betere afstemming met netbeheerders en gemeenten over de wijze waarop, wanneer en waar energie-infrastructuur wordt gerealiseerd binnen de provincie. Voor de komende periode is een aanpassing van de nationale programmastructuur aangekondigd. Per 1 januari 2026 zullen het Nationaal Programma RES, het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie en het Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren van het Energiesysteem samen verder gaan als Nationaal Programma Energie Strategie.

1.5

Totstandkoming voortgangsdocument

1.5.1

Scope en proces

Dataverzameling

Tenzij anders vermeld is de peildatum voor de gegevens in deze rapportage 31 december 2024. Het merendeel van de gegevens in dit voortgangsdocument is aangeleverd door de Drentse gemeenten, via de halfjaarlijkse uitvraag vanuit het werkbureau RES. De gemeenten hebben de reeds bestaande data van duurzame opwekprojecten gecontroleerd en waar nodig aangevuld. De gegevens over zon op gebouw en particulier zon op veld zijn gebaseerd op het zonnepanelen-detectie­ onderzoek van MapGear, waarbij de luchtfoto’s in april en mei 2024 zijn gemaakt. Er is een aanvullende schatting gedaan voor de periode tot eind 2024. Voor een aantal onderdelen geldt dat de informatie vanuit NP RES, RVO en CBS beschikbaar komt gedurende het eerste en tweede kwartaal van 2025 (volgens de NP RES methodiek voor gegevensverzameling). Het betreft bijvoorbeeld de pijplijn voor zon op gebouw (gebaseerd op SDE-lijsten) en data over het gasverbruik in de gebouwde omgeving (vanuit de regionale klimaatmonitor van RVO). Waar mogelijk hebben we met voorlopige cijfers of schattingen gewerkt. Nieuw in dit voorgangsdocument is dat we de uniforme terminologie van het NP RES begrippenkader2 gebruiken voor de verschillende categorieën van opwek van elektriciteit. Zon op dak noemen we vanaf nu zon op gebouw (dit omvat zowel zon op dak als zon op gevel).

Zon op land wordt zon op veld (dit omvat naast zon op land tevens zon op water en zon op infrastructuur).

Veranderde systematiek zon op gebouw Voor zon op gebouw is de opgave voor de RES 1.0 opgesteld o.b.v. een berekening van de potentieel geschikte daken en reeds gerealiseerde zon op gebouw projecten. In de loop der tijd is duidelijk geworden dat deze data afweek van landelijke data. Via zonnepanelendetectie door luchtfoto’s is inmiddels betere data verkregen over het aantal gerealiseerde zon op gebouw projecten. Ook is er door aan te sluiten bij de landelijke meetmethode meer inzicht gekomen in potentieel geschikte daken.

De scope van dit Voortgangsdocument is gelijk aan de doelstellingen zoals opgenomen in de RES 1.0-regio Drenthe. Net als in 2023, is het Voortgangsdocument RES-regio Drenthe 2025 informerend en niet kaderstellend: het kent geen aanvullende ambities of gewijzigde kaders ten opzichte van de RES 1.0-regio Drenthe. Daarom wordt het Voortgangsdocument RES-regio Drenthe 2025 vastgesteld door de colleges en dagelijks besturen en ter informatie aan de raden, staten en algemeen besturen aangeboden.

Hieruit blijkt dat er sprake is geweest van een overschatting van het aantal beschikbare en gerealiseerde daken. Deze cijfers zijn daarom met terugwerkende kracht naar beneden bijgesteld.

2

NP RES begrippenkader

9

2.

Voortgang RES-doelstellingen per thema

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de stand van zaken per thema. Het laat zien waar we staan in de realisatie van de doelstellingen uit de RES 1.0 en geeft aan welke stappen er de afgelopen periode gezet zijn. Een overzicht van de voortgang per doelstelling3 is opgenomen in de bijlage.

De Drentse RES-bijdrage: 3,45 TWh, 3,499 TWh of 3,69 TWh? In dit voorgangsdocument wordt er gesproken over de Drentse RES-bijdrage. In dit verband worden verschillende getallen gebruikt. Hoe zit dat precies? •

In de concept RES (september 2020) stelden we als RES-regio 3,45 TWh voor als onze bijdrage aan de landelijke RES-opgave.

•

Voor de daaropvolgende ontwikkeling van de RES 1.0 (April 2021) is deze bijdrage uitgewerkt naar de verschillende opwek-technologieën en een nog in te vullen techniek-neutraal deel. Opgeteld kwam dit uit op een totaal van 3,499 TWh.

•

De afgelopen jaren ontwikkelden projecten zich soms net wat anders dan eerder geprognotiseerd en gepland. De totale verwachte opwek op basis van de gerealiseerde projecten, de pijplijn en de resterende ambitie komt op dit moment daardoor iets hoger uit, namelijk op 3,69 TWh.

Met de 3,45 TWh aan hernieuwbare energieproductie van de RES-regio Drenthe wordt een bijdrage geleverd aan de emissie reductie in Nederland. Op 31 december 2024 is er sprake van 409 kton vermeden CO2 (equivalent van 58% van 3,45 TWh).

2.1

Hernieuwbare elektriciteit

De in de RES 1.0 vastgestelde Drentse bijdrage aan de NP RES doelstelling (het Drentse bod) bedroeg 3,45 TWh, verdeeld over windenergie, zonne-energie op veld en grootschalig zonne-energie op gebouw. Ook was een deel van het bod nog techniek-neutraal: dit deel van het bod moest nog nader ingevuld worden met een opwektechniek. Het Drentse bod is onveranderd, maar in de loop van de tijd pakt de realisatie van sommige projecten iets anders uit vergeleken met de initiële verwachtingen. De totale verwachte Drentse RES opwek van hernieuwbare elektriciteit staat nu op 3,69 TWh. Voor invulling van de resterende techniek-neutrale component zijn inmiddels verkenningen in gang gezet. De verwachte bijdragen per techniek zijn daarmee als volgt: • • • •

1,053 TWh windenergie 1,637 TWh zonne-energie op veld 0,965 TWh grootschalig zonne-energie op gebouw 0,037 TWh techniek-neutraal

Stand van zaken We monitoren de realisatiegraad en status van de totale opwek van hernieuw­ bare elektriciteit in TWh, op basis van de doelstelling van RES 1.0 (3,45 TWh). We constateren dat op 31 december 2024 met de huidige opwek van 2,01 TWh een aanzienlijk deel van onze bijdrage van 3,45 TWh is gerealiseerd, namelijk 58%. In het Voortgangsdocument 2023 bedroeg de realisatie nog 55,3%. Op 31 december 2024 zat er voor 0,61 TWh aan projecten in de pijplijn en er stond 1,07 TWh aan te realiseren ambities open. In vergelijking met de andere RES-regio’s in Nederland doet Drenthe het relatief goed als het gaat om gerealiseerde projecten. De pijplijn voor wind- en zonneenergie was in alle regio’s echter niet eerder zo leeg. Dit geldt ook in sterke mate voor Drenthe. Daarom is het van groot belang om de Drentse ambities zo snel mogelijk te vertalen naar concrete projecten, om zicht te houden op het realiseren van de RES-doelen. De realisatie en status van de productie van hernieuwbare elektriciteit per opwekcategorie monitoren we op basis van de huidige stand van zaken voor de verwachte totale Drentse opwek in 2030.

3

Bijlage 1 – Overzicht voortgang per doelstelling

10 Zon op veld Het grootste deel van de totale Drentse verwachte opwek wordt geleverd door zonneenergie op veld, namelijk 1,637 TWh (44% van totale verwachte opwek). Inmiddels is hiervan 0,861 TWh (53%) gerealiseerd en is er een bestaande pijplijn van 0,435 TWh (27%) met initiatieven en projecten die in ontwikkeling zijn. De resterende ambitie voor zon op veld bedraagt 0,341 TWh (21%).

Figuur 2 geeft de voortgang van de projectstadia binnen de status ‘pijplijn’ weer. Figuur 2 – Voortgang projectstadia binnen status ‘pijplijn’

Wind op land De totale verwachte opwek vanuit windenergie is lager dan bij zon op veld (1,053 TWh, 29% van totaal). De relatieve voortgang bij deze opwekcategorie is hoger. Inmiddels is 0,886 TWh opwek gerealiseerd (84%) en is er een pijplijn van 0,063 TWh (6%). De ambitie in de opwekcategorie windenergie bedraagt 0,104 (10%). Zon op gebouw Het grootste deel van de resterende ambitie, zowel absoluut als relatief, resteert in de opwekcategorie zon op gebouw. Van het totaal aan verwachte opwek in deze categorie (0,965 TWh) moet meer dan de helft nog nader ingevuld worden (0,587 TWh, 61%). De pijplijn is ten opzichte van de meting in juni 2024 wel iets toegenomen tot 0,114 TWh (12%). De gerealiseerde productie vanuit deze opwek­categorie bedraagt 0,263 TWh (27%). Techniek-neutraal Er resteert nog een ambitie van 0,037 TWh waarvoor allocatie naar een opwek­techniek zal moeten plaatsvinden. In figuur 1 is de voortgang van de realisatie van de ambitie per technieksoort weergegeven, onderverdeeld naar status: ambitie, pijplijn en huidig (gerealiseerde opwek). Figuur 1 Voortgang realisatie ambitie opwek hernieuwbare energie

Uit bovenstaande grafiek blijkt ook, dat de doelstelling om vóór 1 januari 2025 de benodigde vergunningen voor energieprojecten te verlenen niet gehaald is. Deze datum is destijds landelijk vastgesteld vanuit de gedachte dat men daarna nog 5 jaar de tijd heeft om alle vergunde energieprojecten te realiseren.

Proces en genomen stappen De RES-werkgroep Hernieuwbare Elektriciteit heeft de afgelopen twee jaar verschillende stappen gezet om de energietransitie te ondersteunen. Versnellingsaanpak zon op dak De ambitie voor zon op gebouw is groot, maar de realisatie ervan verloopt minder snel dan gewenst. Factoren die de realisatie in de weg staan zijn o.a. netcongestie, de geschiktheid van dakconstructies en verzekeringsvraagstukken. De groei in het aantal zonnedaken stagneert door de wisselende berichtgeving over saldering. Met name de psychologische doorwerking over de terugverdientijd en de onzekerheid omtrent de businesscase zorgen ervoor dat de potentie van zon-op-dak niet benut wordt. Om knelpunten weg te nemen en dakeigenaren gericht van onafhankelijke informatie, advies en begeleiding te voorzien is de Versnellingsaanpak zon op dak4 opgesteld. Hiermee wordt gewerkt aan het verduurzamen van bedrijventerreinen, maatschappelijk vastgoed en agrarisch vastgoed.

4

Bijlage 2 – Versnellingsaanpak zon op dak

11

Het Dashboard zon op dak5 is ingericht om de potentie per gemeente inzichtelijk te maken. Regionaal worden kennis, expertise en best practices gedeeld in de samenwerking tussen gemeenten en bedrijventerreinen. Relatie met pMIEK Bij de te maken keuzes voor de maatschappelijke prioritering in de pMIEK kijken we of de midden- en hoogspanningsstations verzwaard worden, zodat de RES-projecten een aansluiting kunnen krijgen. Dit gebeurt in een continu overleg tussen de verschillende partners in de RES-regio Drenthe.

2.2

Duurzame warmte

In de RES-regio Drenthe werken we vanuit de Regionale Structuur Warmte. Hierin zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: • In de periode tot 2030 wordt door de gebouwde omgeving voor warmte 15% minder energie gebruikt: van 3,9 TWh in 2020 naar 3,3 TWh in 2030. • Inwoners en bedrijven worden gemotiveerd tot het nemen van geen-spijt maatregelen. Initiatieven en energiecoöperaties worden gestimuleerd en er wordt een beweging van ambassadeurs opgebouwd. • In de Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeenten zijn wijken genoemd waar plannen zijn om in de periode tot 2030 van het aardgas af te gaan. • Innovatie bij lokale en regionale bedrijven wordt gestimuleerd. Tot 2030 realiseren we minimaal tien experimenten op het gebied van warmte, inclusief experimenten met opslag en conversie van energie. • In 2030 worden de aanwezige regionale warmtebronnen benut.

Stand van zaken In 2022 was er een aanzienlijke afname van het totale aardgasverbruik in Drenthe te zien van 455 miljoen m3 in 2021 naar 403 miljoen m3 in 2022. De daling heeft verder doorgezet in 2023 naar 334 miljoen m3. Geconverteerd6 naar TWh is dit 3,263 TWh. Binnen het totale aardgasverbruik in de gebouwde omgeving is het aardgasverbruik voor woningen met ongeveer 58 miljoen m3 gedaald van 298 m3 in 2022 naar 240 m3 in 2023. Deze dalende trend is het gevolg van een combinatie van factoren zoals de hogere

5 6

Dashboard zon op dak Conversiefactor bron: www.gasunieenergyconverter.nl

gasprijzen van de afgelopen tijd, verbeterde isolatie van gebouwen en de elektrificering van de warmtevraag. Daarnaast worden er ook lokale experimenten uitgevoerd om de warmtetransitie te versnellen, met name in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken. Zo wordt er bijvoorbeeld gebouwd aan een waterstofwijk in Hoogeveen en zijn er proeftuinen voor aardgasvrije wijken in Dalen en Ansen. In Assen zijn de eerste stappen gezet voor een warmtenet in de wijk De Lariks, gebaseerd op een bronnen­­ strategie waarin meerdere bronnen worden gebruikt om het warmtenet te voeden. De gemeente verkent de mogelijkheden voor een gemeentelijk warmtebedrijf. Eén van de mogelijke bronnen hiervoor is de restwarmte van afvalverwerker Attero, een regionale warmtebron. Binnen de regio is afstemming met twee andere gemeenten om te onderzoeken of deze bron in de toekomst gezamenlijk geëxploiteerd kan worden. Samen met de provincie worden ook de mogelijkheden voor een provinciaal warmtebedrijf verkend. Uit een door NPLW georganiseerd bestuurlijk doe-atelier in het voorjaar van 2024 bleek dat er potentie is voor de inzet van lokale warmtebronnen zoals restwarmte. Ook is er potentie voor kleine collectieve warmtenetten.

Proces en genomen stappen De RES-werkgroep Duurzame Warmte heeft de afgelopen twee jaar verschillende stappen gezet om de warmtetransitie te ondersteunen. Regionale routekaart Warmte We hebben een Regionale routekaart Warmte7 ontwikkeld die antwoord geeft op de vraag: van welke duurzame warmtebronnen gaan we in de RES-regio Drenthe gebruik maken als we van het aardgas afgaan? Deze routekaart is in 2024 geüpdatet. De kaart geeft inzicht in het verloop van de warmtetransitie in Drenthe en maakt inzichtelijk waar op korte termijn op gestuurd moet worden om de transitie efficiënt te laten verlopen. We monitoren de voortgang van de verschillende onderdelen van de warmtetransitie en ondersteunen gemeenten met gezamenlijke onderzoeken.

7

Bijlage 3 – Regionale routekaart Warmte

12

Uitvoeringsprogramma Groen Gas In Drenthe is veel potentie voor de productie van groen gas. We hebben kansen geïdentificeerd waarbij het van meerwaarde is om als RES-regio samen op te trekken en afspraken te maken. RES-partners spelen elk hun eigen rol. We werken deze afspraken verder uit en stellen aan de hand daarvan een uitvoeringsprogramma op. We volgen en onderzoeken innovaties en regelgeving op het gebied van groen gas, om op basis daarvan beleid en vergunningverlening uit te werken. In 2024 is een scenariostudie gepubliceerd door CE Delft, waarin verschillende ontwikkelbeelden worden besproken. In Drenthe zullen er naar verwachting veel installaties voor mono-mestvergisting komen. Op verschillende plekken zijn door netbeheerders al investeringen gedaan, zoals de recente installatie van een groen gas booster. Ook worden de netten onderling gekoppeld om meer capaciteit vrij te maken om groen gas in te voeden. Beleid en handreiking warmtepompen Gemeenten staan voor grote uitdagingen in de warmtetransitie. Om aardgasvrij te worden moeten keuzes gemaakt worden tussen verschillende warmtesystemen. We ondersteunen gemeenten met kennisdeling over innovaties en nieuwe ontwikkelingen, onder andere op het gebied van warmtepompen. Zo onderzoeken we o.a. hoe geluidsoverlast en een negatieve impact op het straatbeeld beperkt kunnen worden.

We adviseren gemeenten hierin zodat zij op hun beurt inwoners kunnen informeren. In deze verkenning worden ook de mogelijkheden voor collectieve warmteoplossingen meegenomen die de nieuwe warmtewetgeving biedt.

Stand van zaken Vrijwel alle gemeenten en de provincie hebben inmiddels een energiebeleid en/of participatiebeleid opgesteld, al dan niet als onderdeel van de Omgevingsvisie. Bij alle nieuwe energieprojecten in de RES-regio Drenthe vindt procesparticipatie plaats. Bij 11 grootschalige zon op veld projecten is of wordt lokaal eigendom8 gerealiseerd, evenals bij 1 windpark. De percentages lokaal eigendom variëren tussen 2% en 100%. Bij 12 windprojecten en 15 zon op veld projecten is sprake van financiële participatie in andere vormen, zoals een omwonendenregeling (individuele baten), een omgevingsfonds (collectieve baten) en/of andere lokale baten. Het realiseren van lokaal eigendom blijft in de praktijk een grote uitdaging, ondanks de inspanningen vanuit overheden en lokale energiecoöperaties. Hier zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen. Het afdwingen van lokaal eigendom is juridisch nog niet mogelijk, wat de voortgang in de weg zit. Wel is het dankzij de nieuwe Energiewet (aangenomen in december 2024) mogelijk voor gemeenten om een inspanningsverplichting op te leggen aan initiatiefnemers. Het is voor energiecoöperaties steeds lastiger om de businesscase voor het investeren in een zon- of windpark rond te krijgen. Dit heeft o.a. te maken met de hoge rentestanden. Het ontwikkelen van een energieproject in lokaal eigendom is bovendien complex.

Het gebrek aan de juiste specialistische kennis en expertise bij energiecoöperaties in combinatie met de grote risico’s van een dergelijke investering leidt er regelmatig toe dat energie­coöperaties (noodgedwongen) kiezen voor een andere vorm van financiële participatie.

Proces en genomen stappen

2.3

Maatschappelijke betrokkenheid

In de RES 1.0 zijn de volgende afspraken gemaakt met betrekking tot participatie en lokaal eigendom: • De gemeenten geven vorm aan hun eigen energiebeleid. Evenals de gemeenten draagt de provincie Drenthe zorg voor participatiebeleid bij energieprojecten. • Er vindt procesparticipatie plaats in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een energieproject. • Er vindt financiële participatie plaats in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een energieproject. • Er wordt gestreefd naar 50% lokaal eigendom bij nieuwe energieprojecten.

De RES-werkgroep Participatie & Lokaal eigendom heeft de afgelopen twee jaar verschillende stappen gezet om de maatschappelijke betrokkenheid bij de energietransitie te versterken.

8 Bij het monitoren van lokaal eigendom en andere vormen van financiële participatie lopen we tegen diverse uitdagingen aan. Zo is er geen eenduidige definitie van lokaal eigendom en is er niet altijd voldoende zicht op de betrokkenheid van lokale energiecoöperaties. We werken aan het verbeteren van de datakwaliteit om hier in de toekomst betere uitspraken over te kunnen doen.

13

Verkenning zelfrealisatie en -exploitatie energieprojecten Er is de afgelopen periode veel onderzoek gedaan en kennis gedeeld over de mogelijke rol van regionale en lokale overheden bij het risicodragend investeren in duurzame energieprojecten. Zo zijn er masterclasses, een werkconferentie en een workshop rondom dit thema georganiseerd voor ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers. Een extern adviesbureau heeft een memo uitgebracht waarin de mogelijke rollen van overheden bij het investeren in duurzame energieprojecten worden beschreven. Uitvoeringsprogramma lokaal eigendom & Steunpunt Lokale Energie-Initiatieven Er zijn diverse knelpunten die de realisatie van lokaal eigendom in de weg zitten. Deze zijn in kaart gebracht, met als doel een uitvoeringsprogramma te ontwikkelen waarmee de knelpunten kunnen worden opgelost. Er is allereerst behoefte aan een heldere regionale ambitie en mogelijk een verbreding van de huidige definitie en scope van lokaal eigendom. Dit o.a. vanwege de nieuwe Energiewet, de koppeling van opwek aan warmte en opslag en het toenemende belang van lokale oplossingen om netcongestie en energiearmoede tegen te gaan. Het verder concretiseren van de huidige RES-ambitie m.b.t. lokaal eigendom en lokale zeggenschap heeft de komende tijd dan ook prioriteit.

De RES is daarnaast nauw betrokken bij het Programma Lokale Energietransitie Drenthe (PLED) van de Drentse Kei, de Natuur- en Milieufederatie Drenthe en de provincie Drenthe. In 2024 waren er in Drenthe meer dan 100 lokale energie-initiatieven actief, waaronder zo’n 40 lokale energiecoöperaties. Vanuit het Steunpunt Lokale Energie-Initiatieven Drenthe worden lokale energie-initiatieven aangejaagd, ondersteund en geadviseerd, om zo lokaal eigenaarschap in Drenthe mogelijk te maken. Naar verwachting zal het steunpunt in de huidige vorm onderdeel worden van het bredere uitvoerings­programma. Publieksvriendelijke RES-monitor We ontwikkelen een interactieve kaart voor de website van het Drents Energieloket, met daarop alle duurzame energieprojecten en inwonersinitiatieven in Drenthe. Het ontwerp van de kaart is getoetst bij 300 inwoners van Drenthe. Bordspel ‘Stroomstrijders’ en digitale gastles Energie In het najaar van 2024 is het bordspel ‘Stroomstrijders’ 9 uitgebracht. Het spel draait om energiebesparing en duurzame energieopwekking en maakt kinderen op een speelse manier bewust van dit belangrijke onderwerp. Ruim 80 Drentse basisscholen hebben het

9

Bordspel Stroomstrijders

spel aangevraagd. Meer dan 1.300 kinderen hebben daarnaast deelgenomen aan een digitale gastles over energie, die tijdens de Nationale Klimaatweek georganiseerd is in samenwerking met IVN Natuureducatie. JongRegio vertegenwoordiging De vertegenwoordiging van jongeren heeft een nieuwe impuls gekregen met het aantrekken van een kwartiermaker voor JongRegio Drenthe (voormalig JongRES). Sinds september 2024 hebben jongeren daarmee weer een stem aan zowel de ambtelijke als bestuurlijke RES-tafel. Energiecafés Periodiek organiseerden we een Energiecafé waarin een actueel thema of vraagstuk centraal stond, zoals batterijopslag of energiegemeenschappen. Het Energiecafé biedt iedereen die betrokken is bij de RES de gelegenheid om kennis op te doen en ervaringen uit te wisselen.

2.4

Zorgvuldig ruimtegebruik

In de RES 1.0 zijn de volgende afspraken gemaakt met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik: • Er wordt zoveel mogelijk zonne-energie binnen de gebouwde omgeving opgewekt. • Bij zon op veld projecten streven we naar combinaties met meerwaarde voor andere functies en beleidsdoelstellingen en/of waarbij sprake is van meervoudig ruimtegebruik. • Bij het realiseren van zon op veld projecten, windturbines en nieuwe elektriciteitsstations hebben we aandacht voor het Drentse landschap. We houden rekening met een aantal landschapsclassificaties en eigenschappen. • We hebben aandacht voor effecten op natuurwaarden, biodiversiteit en bodemkwaliteit bij ontwikkeling van zon op veld projecten, windturbines en grootschalige inzet van duurzame warmtebronnen. • Ruimtelijke afspraken borgen in Omgevingsvisie en plannen.

Stand van zaken De afspraken uit de RES 1.0 zijn geborgd in zowel gemeentelijk als provinciaal beleid. Wat betreft grootschalige opwek geven gemeenten zelf invulling aan hun eigen RES-ambities, zowel kwantitatief als kwalitatief. In lijn met de kwantitatieve en

14

kwalitatieve RES-doelstellingen heeft de provincie zowel helder beleid (omgevingsvisie) als regels (omgevingsverordening) opgesteld om dit via een actieve toetsing te borgen. Dit geeft op voorhand ook een helder signaal af aan initiatiefnemers over wat RES-partners in Drenthe verwachten. Een mooi voorbeeld van een project waarin sprake is van meervoudig ruimte­ gebruik en meerwaarde voor de omgeving is de Energietuin Assen-Zuid. Dit zonnepark levert niet alleen stroom, er is ook volop ruimte voor de natuur, biodiversiteit en recreatie. Daarnaast is binnen de RES-regio Drenthe een goed toegankelijk kennisnetwerk ontstaan. Op ambtelijk en bestuurlijk niveau vindt ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik veel uitwisseling van ervaringen plaats.

Proces en genomen stappen De RES-werkgroep Zorgvuldig Ruimtegebruik heeft de afgelopen twee jaar verschillende stappen gezet om zorgvuldig ruimtegebruik in de energietransitie te stimuleren.

Ontwerpgids DOET De Ontwerpgids Drentse Energie Ontwerp Tafel (DOET)10 is ontwikkeld en beschikbaar gesteld als werkmethode. Initiatiefnemers van energieprojecten, bewoners, ontwerpers, overheden en belanghebbenden doorlopen met deze gids snel en doelgericht een ontwerpproces voor een gebiedsontwikkeling. Batterijopslag (ruimtelijke doorwerking) De provinciale omgevingsverordening wordt aangepast in verband met de toenemende vraag naar grootschalige batterijopslag. Hierin is ook rekening gehouden met zorgvuldig ruimtegebruik. Voor de beoordeling van de ruimtelijke doorwerking van andere vormen van batterijopslag is advies gegeven aan de RES-werkgroep Hernieuwbare Elektriciteit. Hieruit bleek dat een bedrijfsbatterij ‘achter de meter’ in de meeste gevallen als een reguliere bedrijfsactiviteit kan worden beschouwd, passend binnen een bedrijfsbestemming of -functie, met aandacht voor aspecten zoals veiligheid en milieuhinder. Batterijopslag als primaire commerciële activiteit is doorgaans niet toegestaan binnen het huidige omgevingsplan.

Inwonersevaluatie zonneparken De Natuur- en Milieufederatie Drenthe (NMF Drenthe) heeft de methode ‘Inwonersevaluatie zonneparken’ ontwikkeld, die nu ook op landelijk niveau navolging krijgt. De evaluatiemethodiek is tot nu toe vijf keer ingezet om gerealiseerde zonneparken samen met de omgeving te beoordelen, zowel vanuit maatschappelijk als landschappelijk oogpunt. De uitkomsten dragen bij aan het vormgeven van nieuwe grootschalige opwekprojecten. NMF Drenthe wil deze evaluaties graag met steun vanuit de gemeenten voortzetten. Energietoets en Energieparagraaf (gekoppeld aan ruimtelijke onderbouwingen) Enexis werkt op landelijk niveau samen met andere netbeheerders om extra hulpmiddelen aan overheden aan te kunnen bieden voor het toetsen van nieuwe initiatieven aan mogelijkheden en beperkingen op het lokale stroomnet. Deze komen in de loop van 2025 beschikbaar. De Energieparagraaf helpt initiatiefnemers en vergunningverleners via een gestandaardiseerde opzet om alle relevante aspecten van een nieuw initiatief in de wisselwerking met energie-opgaven mee te nemen.

10

Bijlage 4 – Ontwerpgids DOET

15

3.

Aandachtspunten en ontwikkelingen

In dit hoofdstuk beschrijven we diverse ontwikkelingen en aandachtspunten op nationaal en regionaal niveau, die relevant zijn bij de uitvoering van de RES 1.0. In de NP RES foto december 202411 heeft het Nationaal Programma RES een aantal landelijke aandachtspunten en randvoorwaarden opgenomen die noodzakelijk zijn om de RES-ambities te realiseren. Hier sluiten we ons bij aan. Daarnaast vragen we aandacht voor een aantal specifieke ontwikkelingen.

Gemeentelijke vergunningverlening Het is niet gelukt om voor 1 januari 2025 de volledige Drentse RES-ambitie te vertalen naar concrete plannen, projecten en vergunningen. Dit vraagt van alle betrokken partijen nog steeds een stevige inspanning en een zorgvuldige aanpak.

Energie-infrastructuur en netcongestie Netcongestie is en blijft een groot obstakel bij de realisatie van de RES-doelstellingen: het belemmert projectontwikkeling en vergunningverlening. De netbeheerders zijn verantwoordelijk voor voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet. TenneT is dat voor de hoogspanningsstations. In Drenthe zijn regionale netbeheerders Rendo en Enexis verantwoordelijk voor de midden- en laagspanningsstations. Zij investeren fors in uitbreiding en verzwaring van het net op basis van concrete plannen van overheden en marktpartijen. Naar verwachting zullen de meeste hoogspanningsstations in 2028-2029 verzwaard zijn. Daarna kunnen ook de verzwaarde middenspanningsstations aangesloten worden en komt er weer ruimte op het net. In Drenthe is een groot deel van middenspanningsstations aangesloten op hoogspanningsstations in Groningen en Overijssel. Ook nieuwe middenspanningsstations worden hierop aangesloten en zijn daardoor afhankelijk van de sturing op de verzwaring in Groningen en Overijssel. Het is belangrijk om de opwek van wind- en zonne-energie meer en slimmer te combineren, om daarmee zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van het elektriciteitsnetwerk. Bijvoorbeeld door bij nieuwe aanvragen voor het aansluiten van zonprojecten combinaties te onderzoeken met windenergie via cable-pooling.

Ook het bij elkaar brengen van opwek, gebruik en opslag is in dit verband belangrijk.

11

NP RES foto december 2024

Onder regie van de provincie wordt het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) gemaakt. Op woensdag 29 januari 2025 heeft het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe het pMIEK 2.0 vastgesteld. Het pMIEK is een instrument om te komen tot een betere afstemming met netbeheerders en gemeenten over de wijze waarop, wanneer en waar energie-infrastructuur wordt gerealiseerd binnen de provincie. De keuzes die hierin worden gemaakt zijn daarmee van invloed op de mogelijkheden per gemeente om de RES-doelen te halen in een bepaalde periode. De RES-doelen zijn hierin een leidend principe. In de Aanzet voor de Energievisie ‘Zicht op energie’, die is opgesteld voor de pMIEK 2.0, zijn de ontwikkelingen van de elektriciteitsvraag geschetst. Gebaseerd op gegevens uit de Klimaatmonitor, is de verwachting dat de elektriciteitsvraag in Drenthe stijgt van 2,2 TWh per jaar in 2024 naar 4,2 TWh in 2050. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de elektrificatie van de gebouwde omgeving, deze zal in Drenthe waarschijnlijk erg groot zijn. De elektriciteitsvraag zal daarmee nog aanzienlijk verder stijgen dan 4,2 TWh.

Batterijopslag De markt rondom batterijopslag is volop in opkomst. De markt hierin sturend laten zijn, is onwenselijk, o.a. in verband met handelen op verschillende markten wat kan leiden tot overbelasting op het net. Op dit moment is er onduidelijkheid over wanneer en waar batterijopslag wenselijk is. Er is beleid nodig over hoe we samen willen omgaan met batterijopslag, wie hiervoor verantwoordelijk is en onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Net als voor wind en zon, is het aan te bevelen hier samen met de markt een gedragscode over af te spreken. Juridisch kan het wenselijk zijn dat er de mogelijkheid komt om batterijen verplicht netneutraal/ netcongestieverzachtend in te zetten.

Warmte-experimenten Er zijn in onze regio nog weinig warmte-experimenten uitgevoerd. Dat is een gemiste kans, omdat experimenteren met alternatieve warmteoplossingen een kans biedt om de warmtetransitie te versnellen. In de RES 1.0 hebben we daarom voor het experimenteren met warmte een ambitie uitgesproken. Het Programma Aardgasvrije Wijken stimuleerde de uitrol van deze experimenten. Het Programma Aardgasvrije Wijken is onlangs opgenomen in het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie.

16 Warmteprogramma’s en wijkuitvoeringsplannen

Lokaal eigendom

De komende jaren moet elke gemeente een warmteprogramma vaststellen. In een warmteprogramma beschrijft een gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Hierin staat welke wijken, buurten en dorpskernen in de komende 10 jaar van het aardgas gaan en hoe dat gebeurt. Op basis van het warmteprogramma worden per wijk vervolgens wijkuitvoeringsplannen opgesteld. Deze plannen zijn leidend voor de investeringsplannen van de netbeheerders. Door het opstellen van wijkuitvoeringsplannen, weten netbeheerders of zij rekening moeten houden met individueel elektrificeren of een aansluiting voor een collectieve warmteoplossing.

Het realiseren van lokaal eigendom blijft in de praktijk een grote uitdaging, ondanks de inspanningen vanuit overheden en lokale energiecoöperaties. Hier zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen. Hoewel het dankzij de nieuwe Energiewet voor gemeenten nu mogelijk is om een inspanningsverplichting op te leggen aan initiatiefnemers, zien we het juridisch niet af kunnen dwingen van lokaal eigendom middels beleid nog steeds als grootste probleem. Daarnaast is het voor energiecoöperaties steeds moeilijker om hun businesscase rond te krijgen en om voldoende capaciteit en kennis binnen de coöperatie op te bouwen.

Warmtenetten De aanleg van warmtenetten neemt in Drenthe een beperkte rol in. Dit betekent dat we in Drenthe veel van onze gebouwde omgeving zullen elektrificeren. Hiervoor zal de netcapaciteit fors moeten toenemen. Netbeheerders houden rekening met bijna 100% elektrificatie. Warmtenetten hebben de laagste maatschappelijke kosten en zijn minder belastend voor het elektriciteitsnet dan een all-electric oplossing. Belangrijk hierbij is om vanuit de gemeenten aan te sluiten bij de verduurzamingsopgave van woning­ corporaties, wat zekerheid geeft over het aantal aansluitingen dat nodig is. Er is behoefte aan handvatten vanuit het Rijk om de betaalbaarheid van warmtenetten te vergroten. De nieuwe Energiewet, de Wet collectieve warmte en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie maken hier een begin mee, maar vereisen extra stappen in het kader van betaalbaarheid en de financiering door gemeenten.

Bijmengverplichting groen gas Om een regionale ambitie af te spreken en te halen, is duidelijkheid nodig over de beoogde inwerkingtreding van de bijmengverplichting en de definitieve omvang van de bijmengverplichting. Daarnaast moet het voor producenten aantrekkelijk zijn om groen gas te produceren. Daarvoor hebben ze duidelijkheid nodig over de milieunormen en regelgeving rondom stikstof en voldoende subsidies om de businesscase rond te krijgen.

Het idee achter het streven naar 50% lokaal eigendom is dat partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van energieprojecten. Het creëren van draagvlak en lokale zeggenschap is daarbij het belangrijkste uitgangspunt. In de RES 1.0 hebben we een definitie opgenomen voor wat we in Drenthe verstaan onder lokaal eigendom. In de periode daarna is ook op nationaal niveau een definitie vastgesteld, wat in de praktijk voor onduidelijkheid zorgt. Daarnaast zien we dat de focus op lokaal eigendom in de praktijk tot veel discussie en een beperkte focus leidt, waarbij het achterliggende doel (draagvlak en zeggenschap) op de achtergrond raakt. Daarom is het wenselijk om een meer integrale Drentse visie op en aanpak van participatie en lokaal eigendom te ontwikkelen. Gezien de toenemende samenhang tussen opwek, warmte en opslag ligt het voor de hand om hierbij breder te kijken dan alleen naar lokaal eigendom van opwekprojecten.

Arbeidsmarkt Zowel op beleidsniveau als op uitvoeringsniveau komen we capaciteit tekort. Veel taken die op de regio afkomen, kunnen, ondanks goede intenties, daardoor niet (altijd) met voldoende tijd, kennis en kunde worden opgepakt. De tijdelijkheid van de middelen voor de energietransitie en financiële moeilijkheden die de komende periode bij gemeenten wordt verwacht, maken dat het lastig is om structurele banen te creëren. Daarbij hebben weinig mensen ervaring en/of kennis op het gebied van klimaat en energie, waardoor inwerken van personeel veel tijd kost.

17

4.

Op weg naar 2027

Het belang van samenwerking op regionaal niveau binnen de RES-regio Drenthe wordt door alle betrokken partijen volmondig onderschreven. Binnen de dynamische context waarin de energietransitie zich bevindt, is het van groot belang dat alle betrokken partijen aan tafel zitten en we gezamenlijk koers houden. Realisatie van de RES-doelen brengt grote uitdagingen met zich mee en vereist in de komende periode een maximale en onafgebroken inzet van alle betrokken partijen.

4.1

Verbreding RES via regionale samenwerking

De afgelopen jaren bleek de scope van de RES zowel op nationaal als regionaal niveau te beperkt te zijn. Door het gebrek aan integraliteit konden niet alle inspanningen uit het uitvoeringsprogramma op een effectieve en efficiënte manier worden uitgevoerd.

4.3

Monitoring

Met de online Drentse RES-monitor12 wordt per deelthema gevolgd wat de voortgang is van de gestelde doelen tot 2030. De informatie hiervoor wordt aangeleverd door de Drentse gemeenten en is daarnaast afkomstig uit nationale bronnen. Het werkbureau RES benadert de gemeenten tweemaal per jaar actief voor het leveren van input. Mede op basis van deze informatie wordt de halfjaarlijkse voortgangsrapportage opgesteld met aandachtspunten voor het vervolgproces richting 2030. De komende periode blijven we ons richten op het verbeteren van de kwaliteit van data en het ontzorgen van de gemeenten bij het aanleveren van data.

4.4

Planning

Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe ambtelijk-bestuurlijke samenwerkingsstructuur rond de energietransitie in Drenthe, waarin thema’s als gebouwde omgeving, industrie & bedrijven, energiesysteem en energie-opwek worden ondergebracht. Het doel is om voor de zomer van 2025 besluitvorming over de inrichting en uitvoering van deze samenwerking te laten plaatsvinden.

Voor 1 juli 2027 stellen we opnieuw een voortgangsdocument op, dat we, via de colleges en Dagelijks Besturen, ter informatie aan de gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen aanbieden. Daartussenin rapporteren we halfjaarlijks de voortgang op de afzonderlijke doelstellingen. Deze rapportages publiceren we op de website www.energievoordrenthe.nl. Na 2027 volgt er ook in 2029 een voortgangsdocument. Wanneer er tussentijds op regionaal niveau nieuwe opwek-ambities worden geformuleerd, stelt het Drents Overleg Energie een RES 2.0 Herijking op. Deze RES 2.0 Herijking wordt dan ter besluitvorming aangeboden aan gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen. Op dit moment is hiervan geen sprake.

4.2

4.5

Uitvoeringsstrategie 2025-2027

In het licht van de beoogde nieuwe regionale samenwerkingsstructuur is er voor de periode na 1 juli 2025 geen aparte RES-uitvoeringsstrategie opgesteld. De inspanningen en projecten die in de periode 2025-2027 nodig zijn om de RES-doelstellingen te realiseren worden opgenomen in een overkoepelende uitvoeringstrategie, die t.z.t. vanuit de nieuwe regionale samenwerkingsstructuur wordt opgesteld. Tot die tijd werken het werkbureau RES en de RES-werkgroepen door aan de lopende opdrachten en projecten die nodig zijn om de ambities, zoals afgesproken in de RES 1.0, te realiseren.

Financiering

Voor de uitvoering van de RES ontvangt de RES-regio Drenthe een doeluitkering van het Rijk. Tot nu toe is het gelukt om het proces binnen de doeluitkering van het Rijk uit te voeren. Voor de projecten die direct tot de – binnen de NP RES aan de RES-regio Drenthe – afgesproken opdracht vallen, verwachten we dat dit ook voor de komende periode lukt. Voor de versterking van de natuur en ecologie bij energieprojecten is een aanvullend kwaliteitsbudget beschikbaar gesteld voor 2025 en 2026. Voor het verbeteren van de regionale energie-infrastructuur is een aanvullende uitkering beschikbaar voor 2024 en 2025, waarbij de middelen uit 2024 zijn overgeheveld naar 2025.

12

Drentse RES-monitor

18

5.

Overzicht bijlagen

Bijlage 1

Overzicht voortgang per doelstelling

Drents Overleg Energie 2025

Bijlage 2

Versnellingsaanpak zon op dak

Drents Overleg Energie 2023

Bijlage 3

Regionale routekaart Warmte

Drents Overleg Energie 2024

Bijlage 4

Ontwerpgids DOET

Drents Overleg Energie 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=9a27a692-5b87-4e00-9e26-f5589a88d80d