Bijlage 1 - Toelichting op de belasting- en tarievenverordeningen 2026
Tekst van het document
Toelichting bij de belastingverordeningen 2026 De voor u liggende verordeningen zijn een uitwerking van de begroting die voor 2026 is vastgesteld. Ze zijn daarnaast samengesteld als logisch vervolg op de verordeningen van de vorige jaren. De verordeningen zijn in de afgelopen jaren in overeenstemming gebracht met de modelverordeningen van de VNG. De meeste aanpassingen voor dit jaar betreffen de tarieven, als er verdere wijzigingen hebben plaatsgevonden dan zal dat bij de verordening hieronder worden toegelicht. Speciale aandacht vragen de Riool- en Waterzorgheffing en de Reclamebelasting. Algemeen Generiek zijn de meeste van onderstaande rechten (inclusief leges) met 2,5% verhoogd. Dit zoals opgenomen in de begroting voor 2026. Waar dit anders is staat het specifiek vermeld. De gebruikte nummering is gelijk aan de nummering van de bijlagen, waar deze toelichting nummer 1 heeft. De nummering hieronder start daarom met 2. Verordeningen 2. Legesverordening en legestarieven De leges zijn in zijn algemeenheid verhoogd met 2,5%. De tarieven die met parkeren te maken hebben zijn met 1,5% verhoogd. Hoofdstuk 1 Daar waar op grond van wettelijke bepalingen de maximale tarieven door het Rijk worden vastgesteld, zijn deze zo opgenomen, als ze al bekend zijn. Denk hierbij aan reisdocumenten en rijbewijzen.
Tarieven die door het Rijk al vastgesteld worden, zijn niet opgenomen in deze verordening (denk hierbij aan aktes burgerlijke stand). De nieuwe (maximum) tarieven zijn geïndexeerd en vastgesteld door de Rijksministerraad, maar wachten nog op advies van de Raad van State. Ten tijde van dit schrijven zijn de tarieven voor rijbewijzen nog niet bekend en die van reisdocumenten zijn voorlopig (het formele ontwerpbesluit moet nog vastgesteld worden). Deze tarieven zullen worden aangepast of toegevoegd zodra deze bekend zijn, de ervaring is dat dat jaarlijks medio december pas het geval is en dat we deze voor de definitieve vaststelling in overleg met de Griffie kunnen aanpassen. Hoofdstuk 2 en 3 De Omgevingswet werd ingevoerd per 1 januari 2024. Door de ervaringen die inmiddels opgedaan zijn hebben we op punten de verordening aangepast ten opzichte van vorige jaren. Dit betreft voornamelijk bepalingen die ervoor zorgen dat de heffingen en processen beter gestroomlijnd worden en zodat aanvragers geen exceptionele bedragen hoeven te betalen. Aan de Legesverordening zijn, net als vorig jaar, twee bijlagen toegevoegd (2a en 2b). De eerste bijlage is de zogenaamde ROEB-lijst die is vastgesteld door het Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht. Dit is een lijst van prijzen voor bouwwerken die door deskundigen zijn vastgesteld aan de hand van marktgegevens van de afgelopen tijd.
Daarmee wordt gelijkheid in heffing van leges bereikt voor die belastingplichtigen die een aanvraag indienen voor de bouw van vergelijkbare bouwwerken, waarbij geen aanneemsom of raming van de bouwkosten beschikbaar is. Deze lijst wordt jaarlijks herzien, maar draagt vanwege de herkomst (marktgegevens uit het verleden) een jaartal van het afgelopen jaar. De tweede bijlage betreft een lijst met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) die als kleine afwijkingen worden beschouwd en waarvoor een apart tarief is vastgesteld. De VNG-modelverordening is de basis voor deze legesverordening, waardoor het voorkomt dat artikelen gereserveerd zijn: deze artikelen staan in de modelverordening, maar zijn niet of op andere wijze van toepassing voor Emmen. 3. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De begrote opbrengst is als basis gebruikt bij de tariefvaststelling. Daarbij is uitgegaan van de recente besluitvorming rond de begroting. Hierin is rekening gehouden met areaaluitbreiding in de opbrengsten OZB, terwijl de kosten (het aanslagbedrag) voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde ongeveer gelijk moeten blijven. 1
De tarieven zijn aangepast aan de voorlopige uitkomsten van de herwaardering met waardepeildatum 1 januari 2025. De gemiddelde waardestijging van woningen is in het afgelopen jaar berekend op ongeveer 10%, waardoor de tarieven voor OZB woningen zullen dalen met een vergelijkbaar percentage. Dit zal resulteren in het ongeveer gelijk blijven van de aanslag OZB voor de eigenaar van een woning met gemiddelde Woz-waarde. Daarbij moet worden opgemerkt dat het woningtarief ook van toepassing is op een aantal specifieke categorieën objecten en niet alleen op woningen in de beperkte zin van het woord. Dan gaat het ook over garageboxen, recreatiewoningen, een deel van de verzorgings- en verpleegtehuizen en woonwagens. Bij de niet-woningen is sprake van een kleinere waardestijging. Het is niet zinvol te spreken over een gemiddelde niet-woning of de algemene waardeontwikkeling daarvan, omdat onder deze categorie bijvoorbeeld winkels, agrarische bedrijven, tuinbouwbedrijven, horeca, scholen, etc. vallen. Daarnaast vallen ook de NAM-objecten en Wildlands hieronder. De niet-woningen zijn dusdanig divers dat de waardeverandering per categorie in totaal verschillende richtingen gaat. Wel hebben diverse ontwikkelingen invloed op de mate waarin de verschillende categorieën zich qua waarde ontwikkelen. Horeca en recreatie ontwikkelen zich bijvoorbeeld anders dan supermarkten en winkels.
Bij de nietwoningen is de geregistreerde leegstand gestegen ten opzichte van de tariefsberekeningen van vorig jaar. Daarom is het tarief voor OZB gebruik licht gestegen. Verder is nog van belang dat bij de zogenaamde gebruikersheffingen (OZB gebruik bij niet-woningen, rioolgebruik bij woningen en niet-woningen en de afvalstoffenheffing) de leegstand ook een rol speelt. Daar waar geen gebruiker is, kunnen deze heffingen ook niet worden opgelegd. Bij de vaststelling van de tarieven wordt daarom rekening gehouden met de op dat moment geconstateerde leegstand, die hoger is dan vorig jaar. Gecombineerd met de uitkomsten van de herwaardering dienen de tarieven als volgt te worden vastgesteld: o Voor eigenaren van woningen: 0,1177 % (was 0,1298 %) van de WOZ-waarde; o Voor eigenaren niet-woningen: 0,3170 % (was 0,3320 %) en o Voor gebruikers van niet-woningen: 0,2620 % (was 0,2610 %) WOZ-waardes In vorige jaren is een voorbehoud gemaakt over de beschikbaarheid van de nieuwe WOZ-taxatiewaardes voor het komende belastingjaar. Ook dit jaar hebben we de berekeningen echter al completer kunnen doen, want meer dan 80% van de waardes is inmiddels bekend. Naar verwachting hoeven de berekende tarieven daarom niet meer gewijzigd te worden. Mocht dit wel zo zijn, dan zal dat gebeuren via een wijzigingsverordening. 4. Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten.
Voor deze belasting geldt dat de inhoud van de verordening vrijwel gelijk is aan die van de OZB en dit resulteert in gelijke tarieven voor zowel roerende als onroerende zaken. Met het gelijkstellen van deze verordeningen wordt ook de discussie vermeden of iets roerend of onroerend is. Hierover is in het verleden veel jurisprudentie geweest. 5. Riool- en Waterzorgheffing Gemeenten hebben zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. Klimaatverandering zorgt voor langdurige drogere perioden en zeer intensieve neerslag. De uitvoering van de zorgplichten richt zich meer en meer op maatregelen ter voorkoming van overlast in de publieke ruimte en het voorkomen van schade aan eigendommen. Daarnaast zijn er maatregelen nodig om te voorkomen dat hemel- en grondwater problemen geven voor de aan de ondergrond gegeven bestemming. Als voorkeursvolgorde geldt hierbij vasthouden-bergen-afvoeren. De klassieke functie van rioleren (transport, afvoer) staat bij deze zorgplichten zelfs achteraan. Om die reden heeft de VNG-modelverordening een benaming gekregen die meer is dan enkel een verwijzing naar de rioleringsgedachte en echt recht doet aan de brede gemeentelijke watertaken: de riool- en waterzorgheffing. Wij hebben de modelverordening van de VNG overgenomen, en zoveel mogelijk laten aansluiten bij de Rioolheffing van de afgelopen jaren.
Daarom vindt u nu de Verordening op de heffing en invordering van de Riool- en waterzorgheffing 2026.
2
Voor het bepalen van de heffing wordt gebruik gemaakt van de begrote bedragen voor 2026. Bij deze begroting is rekening gehouden met het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2024-2028. Ook in dit geval is rekening gehouden met de ontwikkeling van de WOZ-waarde van de categorieën woningen en nietwoningen en het uitgangspunt dat de opbrengsten maximaal kostendekkend mogen zijn. Bij de rioolheffing wordt als eis gesteld dat er direct of indirect sprake is van een aansluiting op het gemeentelijk riool. Dat betekent dat bepaalde categorieën zoals bouwkavels, woningen in aanbouw, hoogspanningsmasten e.d. niet werden aangeslagen. Daarom is de heffingsgrondslag enigszins afwijkend van die voor OZB en is daarmee ook de tariefverandering anders. Met het instellen van de nieuwe Rioolen waterzorgheffing ontstaan mogelijkheden om in de toekomst ook andere percelen aan te slaan voor deze heffing, terwijl ook het aangesloten zijn op het riool niet relevant meer is. Bij de niet-woningen geldt het effect van de “aftopping” van de aanslag. Een WOZ-waarde van €5.000.000 wordt als maximumwaarde gebruikt. Over de waarde boven dit bedrag wordt geen rioolheffing geheven, dus de heffingsgrondslag voor rioolheffing is voor deze categorie lager dan voor de OZB. Tenslotte zijn bepaalde objecten niet aangesloten op het riool, omdat ze zelf hun rioolwater zuiveren.
Dit geldt bijvoorbeeld voor enkele objecten op het Getec-Park. Na correctie wegens de waardeverandering van het onroerend goed en rekening houdend met leegstand resulteren de volgende tarieven: o Voor eigenaren van woningen: 0,0440% (was 0,0460%) van de WOZ-waarde; o Voor gebruikers van woningen: 0,0290% (was 0,0300%); o Voor eigenaren niet-woningen: 0,0860% (was 0,0880%) en o Voor gebruikers van niet-woningen: 0,0630% (was 0,0620%). 6. Rioolaansluitrecht Voor het aansluiten van een pand op de gemeentelijke riolering wordt een aansluitrecht geven. De tarieven hiervoor zijn gelijk gebleven aan vorig jaar. 7. Afvalstoffenheffing In 2022 is het diftar-systeem ingevoerd voor de afvalstoffenheffing: de inwoners van de gemeente betalen naast een vast tarief een bedrag per lediging van de grijze container of aanbieding van een vuilniszak in de ondergrondse container. Hiermee wordt het scheiden van afval gestimuleerd en wordt geprobeerd meer bewustzijn te creëren over de kosten die afval met zich meebrengt. De verordening afvalstoffenheffing is gelijk gebleven, behalve voor de vaste kosten van deze heffing. Deze stijgen het komende jaar conform de begroting met € 5 naar € 249 per jaar. 8.
Tarievenverordening Reinigingsrechten, Openbare werken en Geo-Informatie In deze verordening worden geen tarieven genoemd, maar er wordt genoemd wat gratis is voor de inwoners en wat tegen een op te vragen uurtarief mogelijk is. Deze tarieven zijn op aanvraag beschikbaar en werkzaamheden worden dan op basis van offerte uitgevoerd. Er hebben geen wijzigingen plaatsgevonden in deze verordening. 9. Verordening en tarieventabel Begrafenisrechten De tarieven zijn met 2,5% verhoogd en daarna afgerond. Verdere wijzigingen hebben niet plaatsgevonden. 10. Precariobelasting De precariobelasting is sinds 2014 beperkt tot een heffing op olietransportleidingen. Dit betreft uiteraard een weinig dynamisch geheel, de opbrengst een stabiele factor. Het tarief is niet gewijzigd. 11. Reclamebelasting De reclamebelasting was in vorige jaren opgebouwd uit twee verschillende verordeningen, omdat er twee manieren van heffen waren afgesproken. In het afgelopen jaar heeft overleg plaatsgevonden met de ondernemersverenigingen in de gemeente. Zij hebben gekozen voor eenzelfde wijze van heffen voor alle gebieden, namelijk op basis van de Woz-waarde (waardeklassen). De beide verordeningen zijn daarom vanaf dit jaar samengevoegd tot de nu voorliggende Verordening reclamebelasting die geldt voor de hele gemeente. 3
De tarieven zijn afgestemd met de afzonderlijke ondernemersverenigingen. In Emmen-centrum en Klazienaveen vindt een verhoging plaats, in Nieuw Amsterdam/Veenoord wordt de wijze van heffen anders, waardoor het ook voor kan komen dat een bedrijf meer betaalt. De opbrengst van deze heffingen wordt via subsidies aan de ondernemersfondsen uitgekeerd. Daarnaast is er aan artikel 3 een lid 2 toegevoegd, waardoor bij afwezigheid of onbekendheid van een gebruiker de aanslag kan worden opgelegd aan de eigenaar van het pand. 12. Verordening marktgelden. De tarieven zijn voor 2026 gestegen met 2,5% ten opzichte van 2025, en daarna afgerond, zoveel mogelijk op hele euro’s. Dit omdat de ervaring is dat veel bedragen contant worden afgerekend. 13. Parkeerbelastingverordening en -tarieventabel De tarieven voor het op straat parkeren zijn met 1,5% gestegen ten opzichte van vorig jaar. Gezien de wijze waarop dit in parkeerapparatuur verwerkt moet worden, is voor het straatparkeren gekozen voor een aanpassing van het aantal minuten in plaats van het tarief in euro’s. Het bedrag voor de naheffingsaanslag parkeerbelasting is aangepast overeenkomstig het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde maximum. Ook de artikelen in de Legesverordening die betrekking hebben op parkeren zijn aangepast met 1,5%. 14.
Toeristenbelasting Het tarief is met € 0,05 verhoogd naar € 1,75 per persoon per nacht. Verdere wijzigingen hebben niet plaatsgevonden. 15. Verordening campergelden Dit betreft de verordening voor het gebruik van de camperplaatsen aan het Westeind (bij P-Noord) in Emmen. Hierdoor kunnen we de gebruikers van camperplaatsen ook laten betalen voor het overnachten. Het tarief is bepaald op € 16,90. Vorig jaar was dit nog € 15, echter vanaf 2026 wordt over dit tarief 21% btw berekend, waar dat vorig jaar nog 9% was. De stijging van het tarief voor btw is daarmee ongeveer 1,5%. 16. Sporttarieven Met de Verordening tarieven gemeentelijke sportvoorzieningen stelt de raad de tarieven als basis voor privaatrechtelijke overeenkomsten voor huur en gebruik van de sportvoorzieningen vast. De inkomsten voor sport zijn in de begroting verhoogd met 1%. De tarieven zijn daarom met ditzelfde percentage aangepast, en daarna afgerond. In incidentele gevallen is dit naar boven afgerond, omdat er anders geen effect zou zijn op de tarieven.
4