CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting op de belasting- en tarievenverordeningen 2024

Commissie Bestuur, Middelen en Economie 7 december 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Belastingverordeningen 2024 (inclusief tarieventabellen)1.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage I Toelichting bij de belastingverordeningen 2024 De verordeningen voor het jaar 2024 zijn samengesteld als logisch vervolg op de verordeningen van de vorige jaren. De verordeningen zijn in de afgelopen jaren zoveel mogelijk in overeenstemming gebracht met de modelverordeningen van de VNG. Veelal hoefden door alle inspanningen van vorige jaren slechts tarieven aangepast te worden, en kleine wijzigingen doorgevoerd te worden. Echter: per 2024 wordt de Omgevingswet ingevoerd, wat gevolgen heeft voor de Legesverordening. Voor deze verordening is weer aansluiting gezocht bij de modelverordening die door de VNG is aangeleverd en waar nodig is deze aangepast op de Emmense situatie. WOZ-waardes Een heel belangrijke kanttekening om vooraf te plaatsen (net als in vorige jaren), is de beschikbaarheid van WOZ-taxatiewaardes. Vorig jaar is gebleken dat het vaststellen van de tarieven beter en specifieker gedaan kan worden, als er meer taxatiewaardes bekend zijn. De aandacht moest afgelopen jaar gespreid worden over de afhandeling van het aantal WOZ-bezwaren en de herwaardering voor het nieuwe jaar. Vanwege onvoldoende beschikbare capaciteit, in het gehele WOZ-werkveld in het afgelopen jaar, zullen de WOZ-waardes pas beschikbaar komen en gecontroleerd kunnen worden in november. Pas hierna kan een meer specifieke berekening van de tarieven voor OZB en rioolheffing plaats vinden.

De in deze verordeningen vermelde tarieven kunnen daardoor nog aangepast (lees: verlaagd) moeten worden. Dit zal, indien nodig, gebeuren via een wijzigingsverordening. Algemeen Generiek zijn de meeste van onderstaande rechten (inclusief leges) met 2,5% verhoogd. Dit zoals opgenomen in de meerjarenbegroting van 2022 en de nieuwe begroting voor 2024. Waar dit anders is staat het specifiek vermeld. De gebruikte nummering is gelijk aan de nummering van de bijlage, waar deze toelichting nummer 1 heeft. De nummering hieronder start daarom met 2. Verordeningen 2. Legesverordening en legestarieven De Omgevingswet wordt ingevoerd per 1 januari 2024. Hierdoor vinden er grote veranderingen plaats in de legesverordening in met name hoofdstuk 2. De legesverordening is aangepast aan het nieuwe model van de VNG. Daarbij zijn wijzigingen doorgevoerd in de indeling, waarbij er nu geen sprake meer is van titels, hoofdstukken en artikelen, maar zijn het nu hoofdstukken, paragrafen en artikelen. De verwijzingen in de artikelen zijn hierop aangepast. De modelverordening is vervolgens aangepast naar de specifieke situatie in onze gemeente. Daarbij komt het voor dat artikelen gereserveerd zijn. Deze artikelen staan in de modelverordening, maar zijn niet of op andere wijze van toepassing voor Emmen. Vanuit praktische overwegingen zijn deze paragrafen of artikelen gereserveerd.

De leges zijn in zijn algemeenheid verhoogd met 2,5%. Daar waar op grond van wettelijke bepalingen de maximale tarieven door het Rijk worden vastgesteld, zijn deze zo opgenomen, als ze al bekend zijn. Denk hierbij aan reisdocumenten en rijbewijzen. Al door het Rijk vastgestelde tarieven zijn niet opgenomen (denk aan aktes burgerlijke stand). De nieuwe (maximum) tarieven zijn geïndexeerd en vastgesteld door de Rijksministerraad, maar wachten nog op advies van de Raad van State. De verwachting is dat de tarieven voor reisdocumenten niet meer wijzigen, de tarieven voor rijbewijzen zijn ten tijde van dit schrijven nog niet bekend, maar zullen worden aangepast zodra dit wel het geval is. De invoering van de Omgevingswet wordt zo veel mogelijk beleidsneutraal uitgevoerd. Enkel de legestarieven voor milieuactiviteiten zijn nieuw. Hiervoor worden per 1 januari 2024 leges geheven. De uitvoering van deze milieutaken ligt bij de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe. Samen met de Omgevingswet wordt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ingevoerd. Dit betekent onder andere een ‘knip’ van de oude omgevingsvergunning voor bouwen in een ruimtelijke vergunning (beleidsmatige toets) en een bouwtechnische vergunning. In plaats van één tarief voor de activiteit bouwen komen er twee tarieven voor de twee (deel)vergunningen.

1

3. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De begrote opbrengst is als basis gebruikt bij de tariefvaststelling. Daarbij is uitgegaan van de recente besluitvorming rond de begroting. Hierin is rekening gehouden met areaaluitbreiding in de opbrengsten OZB, terwijl de kosten (het aanslagbedrag) voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde ongeveer gelijk moeten blijven. De tarieven zijn aangepast aan de voorlopige uitkomsten van de herwaardering met waardepeildatum 1 januari 2023. De gemiddelde waardestijging van woningen is in het afgelopen jaar berekend op ongeveer 4%, waardoor de tarieven voor OZB woningen zullen dalen met een vergelijkbaar percentage. Dit zal resulteren in het ongeveer gelijk blijven van de aanslag OZB voor de eigenaar van een gemiddelde woning. Daarbij moet worden opgemerkt dat het woningtarief ook van toepassing is op een aantal specifieke categorieën objecten en niet alleen op woningen in de beperkte zin van het woord. Dan gaat het ook over garageboxen, recreatiewoningen, een deel van de verzorgings- en verpleegtehuizen en woonwagens. Bij de niet-woningen is sprake van een zeer kleine waardestijging. Het is niet zinvol te spreken over een gemiddelde niet-woning of de algemene waardeontwikkeling daarvan, omdat onder deze categorie bijvoorbeeld winkels, agrarische bedrijven, tuinbouwbedrijven, horeca, scholen, etc. vallen.

Daarnaast vallen ook de NAM-objecten en Wildlands hieronder. Deze categorie is dusdanig divers samengesteld dat de waardeverandering in totaal verschillende richtingen gaat. Wel hebben diverse ontwikkelingen invloed op de mate waarin de verschillende categorieën zich qua waarde ontwikkelen. Horeca en recreatie ontwikkelen zich bijvoorbeeld anders dan de supermarkten en winkels. Verder is nog van belang dat bij de zogenaamde gebruikersheffingen (OZB gebruik bij niet-woningen, rioolgebruik bij woningen en niet-woningen en de afvalstoffenheffing) de leegstand een rol speelt. Daar waar geen gebruiker is, kunnen deze heffingen ook niet worden opgelegd. Bij de vaststelling van de tarieven wordt daarom rekening gehouden met de op dat moment geconstateerde leegstand. Gecombineerd met de voorlopige uitkomsten van de herwaardering dienen de tarieven als volgt te worden vastgesteld: o Voor eigenaren van woningen: 0,1369 % (was 0,1419 %) van de WOZ-waarde; o Voor eigenaren niet-woningen: 0,3402 % (was 0,3405 %) en o Voor gebruikers van niet-woningen: 0,2762 % (was 0,2837 %) 4. Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting. Voor deze belasting geldt dat de inhoud van de verordening vrijwel gelijk is aan die van de OZB en dit resulteert in gelijke tarieven voor zowel roerende als onroerende zaken. 5.

Rioolheffing Ook voor het bepalen van de rioolheffing wordt gebruik gemaakt van de begrote bedragen voor 2024. Bij deze begroting is rekening gehouden met het nieuwe Gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Ook in dit geval is rekening gehouden met de (voorlopige) ontwikkeling van de WOZ-waarde van de categorieën woningen en niet-woningen en het uitgangspunt dat de opbrengsten maximaal kostendekkend mogen zijn. Bij de rioolheffing wordt als eis gesteld dat er direct of indirect sprake is van een aansluiting op het gemeentelijk riool. Dat betekent dat bepaalde categorieën zoals bouwkavels, woningen in aanbouw, hoogspanningsmasten e.d. niet worden aangeslagen. Daarom is de heffingsgrondslag enigszins afwijkend van die voor OZB en is daarmee ook de tariefverandering anders. Bij de niet-woningen geldt hierbij ook nog het effect van de aftopping van de aanslag. Boven een WOZwaarde van €4.500.000 wordt geen rioolheffing geheven, dus de heffingsgrondslag is voor deze categorie nog weer lager. Dit bedrag was in vorige jaren begrensd op €2.500.000 en in 2023 op €3.500,000, maar in samenspraak met voormalig wethouder Otter is besloten om dit jaarlijks op te hogen, om daarmee ook de grootverbruikers van het riool passend aan te kunnen slaan.

Door dit te doen worden de tarieven voor de overige gebruikers van het riool licht verlaagd, omdat het uitgangspunt is dat de rioolheffing maximaal kostendekkend is. Tenslotte zijn bepaalde objecten niet aangesloten op het riool, omdat ze zelf hun rioolwater zuiveren. Dit geldt bijvoorbeeld voor enkele objecten op het Getec-Park.

2

Na correctie wegens de waardeverandering van het onroerend goed en rekening houdend met leegstand resulteren de volgende tarieven: o Voor eigenaren van woningen: 0,0470% (was 0,0442%) van de WOZ-waarde; o Voor gebruikers van woningen: 0,0309% (was 0,0304%); o Voor eigenaren niet-woningen: 0,0880% (was 0,0873%) en o Voor gebruikers van niet-woningen: 0,0625% (was 0,0604%). 6. Rioolaansluitrecht Voor het aansluiten van een pand op de gemeentelijke riolering wordt een aansluitrecht geven. De tarieven hiervoor zijn met 2,5% verhoogd. Daarnaast is toegevoegd in de verordening dat deze heffingen vrijgesteld zijn van BTW. 7. Afvalstoffenheffing In 2022 is het diftar-systeem ingevoerd voor de afvalstoffenheffing: de inwoners van de gemeente betalen naast een vast tarief van € 220, een bedrag per lediging van de grijze container (€7,-) of aanbieding van een vuilniszak in de ondergrondse container (€2,-). Hiermee wordt het scheiden van afval gestimuleerd en wordt geprobeerd meer bewustzijn te creëren over de kosten die afval met zich meebrengt. Ook voor 2024 is gekozen om de tarieven gelijk te houden aan die van het vorige jaar. De mogelijkheid om tegen betaling een extra PMD of GFT container te verkrijgen is ook toegevoegd. Daarnaast is een wijziging aangebracht in de voormalige efficiency drempel (€10,-). Bedragen die onder de drempel vielen werden voorheen niet opgelegd.

Echter is door de goede automatisering meer werk om deze te verwijderen dan om het wel op te leggen. Het is dus efficiënter om de drempel te verwijderen. 8. Tarievenverordening Reinigingsrechten, Openbare werken en Geo-Informatie De tarieven zijn, voor zover niet op andere wijze voorgeschreven, met 2,5% verhoogd. 9. Verordening en tarieventabel Begrafenisrechten De tarieven zijn met 2,5% verhoogd en daarna afgerond op hele euro’s. Ook zijn in deze verordening de begrippen gelijk getrokken met de begrippen in de overige begraafplaatsverordening en nadere regels. 10. Precariobelasting De precariobelasting is sinds 2014 beperkt tot een heffing op olietransportleidingen. Dit betreft uiteraard een weinig dynamisch geheel, sinds de heropening van het olieveld is de opbrengst een stabiele factor. De opbrengst is ongeveer € 27.000 per jaar. 11 en 12. Reclamebelasting De reclamebelasting is verdeeld in twee verschillende gebieden en verordeningen (Emmen/Klazienaveen en Nieuw Amsterdam/Veenoord). Op basis van de WOZ-waarde wordt bepaald in welke klasse een bedrijf valt en wat dus het te betalen tarief is. Deze vaste bedragen zijn ongewijzigd gebleven; bij een gewijzigde WOZ-waarde is het wel mogelijk dat een bedrijf in een andere tariefklasse valt. 13. Verordening marktgelden De tarieven zijn voor 2024 gelijk gebleven aan 2023.

Er wordt gewerkt aan een nieuwe visie voor de markt, waardoor er naar verwachting in de loop van 2024 wijzigingen verwacht kunnen worden. 14. Parkeerbelastingverordening en -tarieventabel De tarieven voor het op straat parkeren zijn gelijk gebleven aan 2023. In het kader van het uniformeren van vergunningen is het tarief van de bewonersvergunning voor het schilgebied wederom verhoogd (vierde van vijf jaarlijkse, gelijkwaardige stappen om schil en centrum gelijk te trekken). De naheffingsaanslag is aangepast overeenkomstig het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde maximum van € 76,70 (was € 72,90). De artikelen in de Legesverordening die betrekking hebben op parkeren zijn aangepast met 1,5%. 15. Toeristenbelasting Tijdens de begrotingbehandeling is besloten het tarief met € 0,05 te verhogen naar € 1,65 per persoon per nacht. Dit is zo ook in de verordening verwerkt. Daarnaast zijn aanpassingen gedaan om de nieuwe 3

verordening campergelden mogelijk te maken. 16. Verordening campergelden Dit betreft een nieuwe verordening, ter voorbereiding op de aanleg van de geplande camperplaatsen aan het Westeind in Emmen. Hierdoor kunnen we de gebruikers van camperplaatsen laten betalen voor het overnachten. Het is de bedoeling dat deze camperplaats de huidige camperplaats op P-Oost vervangt waar nu nog gratis kan worden overnacht. Vanwege de invoering van campergelden is ook de forfaitaire berekeningswijze van de toeristenbelasting aangepast. Het tarief is in overleg met de brancheverenigingen en na juridisch advies bepaald op € 12. Hiermee voldoen we aan de vereisten in de wet Markt en overheid. 17. Sporttarieven Met de verordening tarieven gemeentelijke sportvoorzieningen stelt de raad de tarieven als basis voor privaatrechtelijke overeenkomsten voor huur en gebruik van de sportvoorzieningen vast. De inkomsten voor sport zijn in de begroting verhoogd met 1%. De tarieven zijn daarom ook grotendeels met ditzelfde percentage aangepast.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=af0bc197-f6ba-4ac7-972c-e71ed1ca746c