Bijlage 1: Toelichting Bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67 (RIS.10507)
Tekst van het document
Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV Feike Visser Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 5
Analyserapport
VO Bargerweg 67 te Emmen
Orderdatum 11-09-2020 Startdatum 11-09-2020 Rapportagedatum 14-09-2020
200402 13314367
- 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Grondwater (AS3000)
1 pb04, filterstelling: 400-500
Analyse
Eenheid
fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
µg/l µg/l µg/l µg/l
Q
S
001 <25 <25 <25 <50
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV Feike Visser Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 5
Analyserapport
VO Bargerweg 67 te Emmen 200402 13314367
- 1
Orderdatum 11-09-2020 Startdatum 11-09-2020 Rapportagedatum 14-09-2020
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV Feike Visser Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 5 van 5
Analyserapport
VO Bargerweg 67 te Emmen
Orderdatum 11-09-2020 Startdatum 11-09-2020 Rapportagedatum 14-09-2020
200402 13314367
- 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
barium
Grondwater (AS3000)
cadmium
Grondwater (AS3000)
kobalt
Grondwater (AS3000)
Conform AS3110-3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 Idem Idem Idem Conform AS3110-3 en conform NEN-EN-ISO 17852 Conform AS3110-3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 Idem Idem Idem Conform AS3130-1 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
koper
Grondwater (AS3000)
kwik
Grondwater (AS3000)
lood
Grondwater (AS3000)
molybdeen
Grondwater (AS3000)
nikkel
Grondwater (AS3000)
zink
Grondwater (AS3000)
benzeen
Grondwater (AS3000)
tolueen
Grondwater (AS3000)
ethylbenzeen
Grondwater (AS3000)
o-xyleen
Grondwater (AS3000)
p- en m-xyleen
Grondwater (AS3000)
xylenen (0.7 factor)
Grondwater (AS3000)
styreen
Grondwater (AS3000)
naftaleen
Grondwater (AS3000)
1,1-dichloorethaan
Grondwater (AS3000)
1,2-dichloorethaan
Grondwater (AS3000)
1,1-dichlooretheen
Grondwater (AS3000)
cis-1,2-dichlooretheen
Grondwater (AS3000)
trans-1,2-dichlooretheen
Grondwater (AS3000)
som (cis,trans) 1,2dichloorethenen (0.7 factor) dichloormethaan
Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000)
1,1-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
1,2-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
1,3-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
som dichloorpropanen (0.7 factor)
Grondwater (AS3000)
tetrachlooretheen
Grondwater (AS3000)
tetrachloormethaan
Grondwater (AS3000)
1,1,1-trichloorethaan
Grondwater (AS3000)
1,1,2-trichloorethaan
Grondwater (AS3000)
trichlooretheen
Grondwater (AS3000)
chloroform
Grondwater (AS3000)
vinylchloride
Grondwater (AS3000)
tribroommethaan
Grondwater (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grondwater (AS3000)
Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3110-5
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001
G6815301 B1868709
11-09-2020 11-09-2020
11-09-2020 11-09-2020
ALC236 ALC204
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
BIJLAGE 5:
TOETSING ANALYSERESULTATEN WBB
Projectnaam Projectcode
VO Bargerweg 67 te Emmen 200402
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)
M1-bg1 1 or
monster voorbehandeling() Ja droge stof(gew.-%) 90.5 gewicht artefacten(g) 4.5 aard van de artefacten(-) Stenen
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)
2.3
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 2.7 METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
35 <0.2 2.2 7.9 <0.05 19 <0.5 3.5 120
M2-bg2 2 or
br
br
MM4-og4 4 or
br
br
---
-----
Ja 89.0 <1 Geen
---
-----
Ja 90.8 <1 Geen
---
-----
Ja 91.2 <1 Geen
---
-----
--
--
2.7
--
--
3.2
--
--
2.2
--
--
--
--
1.6
--
--
1.6
--
--
3.0
--
--
*
30 0.42 <1.5 20 0.08 31 <0.5 4.4 38
116 0.7 3.69 40.4 0.114 48.2 0.35 12.8 88.6
27 <0.2 <1.5 8.9 <0.05 16 <0.5 3.2 41
105 0.228 3.69 17.7 0.0498 24.6 0.35 9.33 94.4
<20 <0.2 <1.5 6.6 <0.05 11 <0.5 <3 32
48.2 0.235 3.33 13.1 0.0494 16.9 0.35 5.65 71.9
0.02
--
--
0.02
--
11.43
11.4
*
1.25
1.25
4.9
15.3
4.9
22.3
100
312
<20
63.6
125 0.235 7.18 15.8 0.0496 29.4 0.35 9.65 273
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 --<0.01 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.364 0.364 1.337
1.34
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9
21.3
6.4
23.7
MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
130
<20
51.9
30
MM3-bg3 3 or
a
--
* *
--
*
*
--
a
Monstercode en monstertraject 1 13310350-001 M1-bg M1-bg, 01: 0-10 2 13310350-002 M2-bg M2-bg, 09: 0-50 3 13310350-003 MM3-bg MM3-bg, 02: 0-40, 03: 0-30, 04: 0-25, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50 4 13310350-004 MM4-og MM4-og, 01: 50-100, 04: 50-100, 05: 60-100, 07: 50-100, 08: 50-100, 09: 50-100 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). * ** *** -# a
b
+
° or br
bt)
het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde het gehalte is groter dan de interventiewaarde geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik.
Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. Origineel resultaat Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 1: lutum 2.7% humus 2.3% 2: lutum 1.6% humus 2.7% 3: lutum 1.6% humus 3.2% 4: lutum 3% humus 2.2%
Tabel: Toetsingswaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven Toetsingswaarden1)
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
AW
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
1/2(AW+I)
6.8 102 115 18 290 96 68 430
I
920 13 190 190 36 530 190 100 720
RBK eis
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.5 21 40
0.35
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 20
510
1000
4.9
MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
2595
5000
35
1)
AW 1/2(AW+I) I RBK
190
achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10% humus en 25% lutum.
Overzicht gemeten verontreinigingen in grond en grondwater Grond (AS3000) Humus:2.3, Lutum:2.7 M1-bg M1-bg, 01: 0-10
Achtergrondwaarde overschrijding
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Grond (AS3000) Humus:2.7, Lutum:1.6 M2-bg M2-bg, 09: 0-50
Achtergrondwaarde overschrijding
Tussenwaarde overschrijding cadmium(0.42)koper(20)som PCB (7) (0.7 factor)(6.4 µg/kgds)
Interventiewaarde overschrijding -
zink(120)
Grond (AS3000) Humus:3.2, Achtergrondwaarde overschrijding Lutum:1.6 MM3-bg MM3-bg, 02: 0-40, 03: 0-30, pak-totaal (10 van VROM) (0.7 04: 0-25, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, factor)(11.43)totaal olie C10 - C40(100) 08: 0-50
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Grond (AS3000) Humus:2.2, Achtergrondwaarde overschrijding Lutum:3 MM4-og MM4-og, 01: 50-100, 04: 50- 100, 05: 60-100, 07: 50-100, 08: 50100, 09: 50-100
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Projectnaam Projectcode
VO Bargerweg 67 te Emmen 200402
Tabel: Analyseresultaten grondwater (as3000) monsters (gehalten in µg/l, tenzij anders aangegeven) Monstercode
11
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
44 <0.20 <2 7.9 <0.05 <2.0 <2 7.4 21
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen interventie factor vluchtige aromaten
<0.2 <0.2 <0.2 0.21 <0.2 <0.02
a
a
0.0002
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan <0.2 1,2-dichloorethaan <0.2 a 1,1-dichlooretheen <0.1 trans-1,2-dichlooretheen <0.1 -som (cis,trans) 1,2a dichloorethenen (0.7 factor) 0.14 a dichloormethaan <0.2 1,1-dichloorpropaan <0.2 -1,2-dichloorpropaan <0.2 -1,3-dichloorpropaan <0.2 -som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.42 a tetrachlooretheen <0.1 a tetrachloormethaan <0.1 a 1,1,1-trichloorethaan <0.1 a 1,1,2-trichloorethaan <0.1 trichlooretheen <0.2 chloroform <0.2 a vinylchloride <0.2 tribroommethaan <0.2 MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
<50
Monstercode en monstertraject 1 13314367-001 1 pb04, filterstelling: 400-500 De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675. De gehalten die de betreffende streefwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de streefwaarde te zijn. b gehalte is groter dan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000) Toetsingswaarden1)
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen vluchtige aromaten
S
1/2(S+I)
1)
S 1/2(S+I) I RBK
RBK
50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65
338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432
625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800
20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10
0.20 7.0 4.0 0.20 6.0 0.01
15 504 77 35 153 35
30 1000 150 70 300 70 1
0.20 0.20 0.20 0.21 0.20 0.020
900 400 10 1000
0.20 0.20 0.10 0.20
20
0.14
80 40 10 300 130 500 400 5.0 630
0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20
600
50
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan 7.0 454 1,2-dichloorethaan 7.0 204 1,1-dichlooretheen 0.01 5.0 dichloormethaan 0.01 500 som (cis,trans) 1,2dichloorethenen (0.7 factor) 0.01 10 som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.80 40 tetrachlooretheen 0.01 20 tetrachloormethaan 0.01 5.0 1,1,1-trichloorethaan 0.01 150 1,1,2-trichloorethaan 0.01 65 trichlooretheen 24 262 chloroform 6.0 203 vinylchloride 0.01 2.5 tribroommethaan MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
I
50
325
streefwaarde gemiddelde van streef- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
Overzicht gemeten verontreinigingen in grond en grondwater Grondwater (AS3000) Streefwaarde overschrijdingTussenwaarde overschrijdingInterventiewaarde overschrijding 1 pb04, filterstelling: 400-500-
BIJLAGE 6:
VERKLARING OMTRENT VELDWERK (COLOFON)
80 et 67" (voorontwerp)
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en m
Regels
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67" (voorontwerp) 81
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67 met identificatienummer NL.IMRO.0114.2020026-B301 van de gemeente Emmen; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aan huisgebonden kleinschalige beroep- of bedrijfsactiviteiten:
een beroep, of het beroepsmatig verlenen van diensten of bedrijfvoering dat op administratief, lichaamsverzorgend , juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
achtererfgebied:
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw; 1.7
achtererfscheiding:
een van de weg afgekeerde zijde van een bouwperceel, met dien verstande, dat wanneer daarvoor volgens het plan meerdere zijden in aanmerking kunnen komen, burgemeester en wethouders bepalen welke zijde als achtererfscheiding dient te worden aangemerkt; 1.8
achtergevel:
gevel aan de achterzijde van een (hoofd)gebouw; 1.9
ander(e) bouwwerk(en):
een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.10
andere geluidsgevoelige gebouwen:
andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; 1.11
andere werk(en):
een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.12
archeologische verwachting
verwachting van middelhoge of hoge archeologische waarden, welke nader onderzocht dienen te worden;
82 et 67" (voorontwerp)
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en m
1.13
archeologische waarde:
vastgestelde archeologische waarde zoals weergegeven op de Archeologisch Monumenten Kaart (AMK); 1.14
bebouwing:
één of meer gebouwen en/ of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.15
bebouwingsgrens:
een op de verbeelding aangegeven grens die, door gebouwen niet mag worden overschreden, behoudens overschrijdingen die krachtens deze voorschriften zijn toegestaan; 1.16
bed and breakfast
het gebruik van een ruime met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, een tot enkele nachten, ter plaatse verblijft; onder bed and breakfast wordt niet begrepen overnachtingen, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. De ruimte die gebruikt wordt voor bed and breakfast mag niet worden gebruikt als zelfstandige woning; 1.17
begane grond:
de bouwlaag of verdiepingsvloer van een gebouw ter hoogte van het peil; 1.18
beroeps- cq; bedrijfsvloeroppervlakte:
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een aan-huis-gebonden beroep c;q; een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.19
bestaand:
bestaand ten tijde van de eerste dag van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 1.20
bestaande bebouwing:
bebouwing aanwezig op de eerste dag van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 1.21
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.22
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.23
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.24
bodemingreep:
werken of werkzaamheden die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige (archeologische) bodemarchief; 1.25
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.26
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67" (voorontwerp) 83
1.27
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.28
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.29
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarop ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.30
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde verbonden is; 1.31
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden of verhuren van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.32
erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.33
erker:
een (hoek- of rondvormig) uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, waaronder ook een entreeportaal, bouwkundig bestaand uit een 'lichte' constructie met een overwegend transparante uitstraling, waarbij het entreeportaal een meer besloten karakter mag hebben; 1.34
garage:
overdekte stalling voor een of meer auto's; 1.35
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.36
geometrische plaatsbepaling:
locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem; 1.37
gevel:
een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak; 1.38
gevellijn:
de fysieke, danwel doorgetrokken denkbeeldige lijn die, behoudens toegelaten afwijkingen, bij het bouwen aan de wegzijde met het vooraanzicht vanaf de weg, niet mag worden overschreden; 1.39
groenvoorziening:
een (openbaar)gebied, dat is ingericht als berm, park, groenstrook, beplantingsstrook, grasveld, plantsoen, sport- en speelveldjes en dergelijke, welke voor het gehele jaar of een groot deel van het jaar voor het publiek algemeen toegankelijk moet zijn;
84 et 67" (voorontwerp)
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en m
1.40
hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst; 1.41
luifel:
een andere bouwwerk, bevestigd aan een wand zonder in contact te komen met de grond, vaak boven een raam of deur; 1.42
overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.43
overkapping:
een ander bouwwerk, dat een overdekte ruimte vormt met ten hoogste één wand (dak op pootjes); 1.44
overstek:
bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel; 1.45
perceelsgrens:
de lijn, welke de scheiding vormt tussen twee bouwpercelen of tussen een bouwperceel en een aangrenzend terrein; 1.46
serre:
een (hoek- of rondvormig) uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, bouwkundig bestaand uit een lichte constructie met een overwegend transparante uitstraling; 1.47
straat- en bebouwingsbeeld:
de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; 1.48
voorerf:
gedeelte van het erf dat aan de voorkant van het gebouw gelegen is; 1.49
voorerfgebied
erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.50
wonen aaneengebouwd (rijwoning):
wonen in een grondgebonden woning, de woning staat met andere gelijkvormige huizen onder een kap of in een rij. De woning is uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.51
wonen dubbel:
wonen in een grondgebonden woning, de woning is aan één kant tegen een andere woning aangebouwd en slechts op 1 zijde gesitueerd op de zijdelingse perceelsgrens, waaronder ook begrepen geschakelde woningen. De woning is uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.52
wonen vrijstaand:
wonen in een grondgebonden woning waarbij het hoofdgebouw vrij staat van naastgelegen hoofdgebouw en uitsluitend bedoeld is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67" (voorontwerp) 85
1.53
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.54
zijerf:
gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het (hoofd)gebouw gelegen is; 1.55
zijerfscheiding:
een scheiding tussen twee bouwpercelen of tussen een bouwperceel en een daarop aansluitende bestemming, met dien verstande dat wanneer daarvoor volgens het plan meerdere zijden in aanmerking kunnen komen, burgemeester en wethouders bepalen welke zijde als zijerfscheiding dient te worden aangehouden;
86 et 67" (voorontwerp)
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en m
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de zij- c.q. achtererfscheiding:
de kortste afstand gemeten tussen een bouwwerk en de zij- c.q. achtererfscheiding; 2.2
de bebouwing op de verbeelding:
de op de verbeelding aangegeven (kadastrale) bebouwing wordt als illustratief beschouwd; 2.3
bebouwingspercentage:
een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9
het peil:
het peil overeenkomstig de bouwverordening, danwel indien geen peil overeenkomstig de bouwverordening is vast te stellen, de hoogte van het afgewerkte bouwterrein, indien in of op het water wordt gebouwd, dan het Normaal Amsterdams Peil of een ander plaatselijk waterpeil aan te houden;
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67" (voorontwerp) 87
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Wonen - Vrijstaand
Bestemmingsomschrijving
De voor Wonen - Vrijstaand aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. vrijstaande woningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. tuinen en erven; met bijbehorende: d. e. f. g. h. i.
andere bouwwerken; sport- en speelgelegenheden; toegangswegen, in- en uitritten; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. per bouwvlak is één vrijstaande woning toegestaan; c. de gezamenlijke oppervlakte van een hoofdgebouw inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 225 m²; 3.2.2
Hoofdgebouwen
a. als hoofdgebouw mag uitsluitend een vrijstaande woning worden gebouwd; b. de voorgevel van het hoofdgebouw dient in de gevellijn te worden opgericht; c. de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 3 meter te bedragen; d. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag maximaal 9 meter bedragen; e. de goothoogte van een hoofdgebouw mag maximaal 6 meter bedragen; f. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet minder dan 30 graden bedragen; 3.2.3
Bijbehorende bouwwerken
a. het oppervlak van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag maximaal 75 m² bedragen. Indien het bouwperceel groter is dan 1000 m² mag het oppervlak van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk maximaal 100 m² bedragen; b. bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden opgericht dan wel het verlengde daarvan; c. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 3 meter bedragen; d. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 6 meter bedragen; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken binnen 3 meter afstand van de perceelsgrens mag maximaal 3,5 meter bedragen; 3.2.4
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag voor de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 meter bedragen, achter de voorgevel van het hoofdgebouw mag dit maximaal 2 meter mag bedragen; b. overkappingen, zoals carports, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak vanaf 3 meter achter de voorgevel, waarbij de bouwhoogte van een overkapping maximaal 3 meter en de maximale oppervlakte maximaal 20 m² mag bedragen; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, mag maximaal 6 meter bedragen en maximaal 10 m² vloeroppervlak beslaan; 88 et 67" (voorontwerp)
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en m
3.3
Nadere eisen
3.3.1
Bevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. b. c. d. e. f. g. h.
de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; cultuurhistorie; verkeersveiligheid; sociale veiligheid; brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen.
3.4
Afwijken van de bouwregels
3.4.1
Bevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 3.2.2 onder b en toestaan dat de voorgevel van het hoofdgebouw tot maximaal 5 meter achter de voorgevelrooilijn mag worden opgericht; b. artikel 3.2.2 onder f en toestaan dat de dakhelling van het hoofdgebouw minder dan 30 graden mag bedragen; c. artikel 3.2.3 onder b en toestaan dat bijbehorende bouwwerken direct vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden opgericht; d. artikel 3.2.4 onder b en toestaan dat overkappingen direct vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw gerealiseerd mogen worden; 3.4.2
Beperking
a. De toepassing van de in artikel 3.4.1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de in de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en/of belangen onevenredig worden geschaad, dan wordt de omgevingsvergunning niet verleend. Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning; b. het gebruiken van gronden en bouwwerken zonder uitvoering te geven aan de realisatie en instandhouding van circa 15-20 m3 compenserende waterberging.
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67" (voorontwerp) 89
Artikel 4
4.1
Wonen - Dubbel
Bestemmingsomschrijving
De voor Wonen - Dubbel aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. twee-onder-een-kapwoningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. tuinen en erven; met bijbehorende: d. e. f. g. h. i.
andere bouwwerken; sport- en speelgelegenheden; toegangswegen, in- en uitritten; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. per bouwvlak is één vrijstaande woning toegestaan; c. de gezamenlijke oppervlakte van een hoofdgebouw inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 200 m²; 4.2.2
Hoofdgebouwen
a. als hoofdgebouw mag uitsluitend een dubbel woning worden gebouwd worden gebouwd; b. de voorgevel van het hoofdgebouw dient in de gevellijn te worden opgericht; c. de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 3 meter te bedragen; d. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag maximaal 9 meter bedragen; e. de goothoogte van een hoofdgebouw mag maximaal 6 meter bedragen; f. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet minder dan 30 graden bedragen; 4.2.3
Bijbehorende bouwwerken
a. het oppervlak van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag maximaal 75 m² bedragen. Indien het bouwperceel groter is dan 1000 m² mag het oppervlak van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk maximaal 100 m² bedragen; b. bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden opgericht dan wel het verlengde daarvan; c. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 3 meter bedragen; d. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 6 meter bedragen; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken binnen 3 meter afstand van de perceelsgrens mag maximaal 3,5 meter bedragen; 4.2.4
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag voor de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 meter bedragen, achter de voorgevel van het hoofdgebouw mag dit maximaal 2 meter mag bedragen; b. overkappingen, zoals carports, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak vanaf 3 meter achter de voorgevel, waarbij de bouwhoogte van een overkapping maximaal 3 meter en de maximale oppervlakte maximaal 20 m² mag bedragen;
90 et 67" (voorontwerp)
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en m
c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, mag maximaal 6 meter bedragen en maximaal 10 m² vloeroppervlak beslaan; 4.3
Nadere eisen
4.3.1
Bevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. b. c. d. e. f. g. h.
de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; cultuurhistorie; verkeersveiligheid; sociale veiligheid; brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen.
4.4
Afwijken van de bouwregels
4.4.1
Bevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 4.2.2 onder b en toestaan dat de voorgevel van het hoofdgebouw tot maximaal 5 meter achter de voorgevelrooilijn mag worden opgericht; b. artikel 4.2.2 onder f en toestaan dat de dakhelling van het hoofdgebouw minder dan 30 graden mag bedragen; c. artikel 4.2.3 onder b en toestaan dat bijbehorende bouwwerken direct vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden opgericht; d. artikel 4.2.4 onder b en toestaan dat overkappingen direct vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw gerealiseerd mogen worden; 3.4.2
Beperking
a. De toepassing van de in artikel 4.4.1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de in de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en/of belangen onevenredig worden geschaad, dan wordt de omgevingsvergunning niet verleend. Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 4.4.2
Beperking
a. De toepassing van de in artikel 4.4.1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de in de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en/of belangen onevenredig worden geschaad, dan wordt de omgevingsvergunning niet verleend. Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 4.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning; b. het gebruiken van gronden en bouwwerken zonder uitvoering te geven aan de realisatie en instandhouding van circa 15-20 m3 compenserende waterberging.
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67" (voorontwerp) 91
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. terreinen van middelhoge of hoge archeologische verwachtingen; b. bescherming en veiligstelling van de vastgestelde archeologische waarden; 5.2
Omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk
1. De aanvrager van een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op gronden, die op de verbeelding zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 4, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. 2. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in het eerste lid genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 3. In de situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
In de voorschriften wordt geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. 4. Het eerste lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 1000 m², waarbij het gaat om een totaal aan te verstoren bodemoppervlak binnen een plangebied of bouwvlak van een samenhangend project dat niet opgedeeld kan worden in deeluitwerkingen; c. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m. 5. Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, bedoeld in het eerste lid, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld in lid c., is lid d, aanhef en de onderdelen 2 en 3, niet van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Lid b., c. en e. zijn van overeenkomstige toepassing.
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen, is het verboden om op of in de gronden, die op de verbeelding zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 4, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren: a. bodemingrepen meer dan 1000 m2 op een grotere diepte dan 30 centimeter, ter plaatse van de bestemming Waarde - Archeologie 4; 2. Het verbod als bedoeld in artikel 5.3 onder 1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. drainage betreffen; b. normaal onderhoud en beheer betreffen; 92 et 67" (voorontwerp)
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en m
c. bodemingrepen tot ten hoogste 30 cm; d. niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (niet-kerend woelen) tot ten hoogste 10 cm onder de bouwvoor betreffen, de zogenaamde woellaag (tezamen met sub b het 30 cm + 10 cm principe); e. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; f. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; g. oppervlakte beslaan van ten hoogste 1000 m2; 1. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 3. Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 4.
De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, die betrekking heeft op gronden, die op de verbeelding zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 4, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord is vastgesteld.Alvorens tot onderzoek over te gaan kan een archeoloog in dienst van de gemeente, een provinciaal archeoloog of hiermee gelijk te stellen archeologische deskundige advies worden gevraagd omtrent de noodzaak tot onderzoek, indien deze schriftelijk heeft verklaard dat een onderzoek niet noodzakelijk is vervalt de verplichting tot onderzoek zoals gesteld in artikel 5.3 onder 4. 5. Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in lid d genoegzaam blijkt dat: a. de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld b. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c. schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de aanlegvergunning verbonden voorschriften; 1.
de archeologische deskundige Burgemeester en Wethouders positief heeft geadviseerd omtrent het uitvoeren van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 6. In de situatie als bedoeld in lid e, onderdeel 3, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de aanlegvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; 1. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7. Indien lid f, onderdeel 3 van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. 5.4
Wijzigingsbevoegdheid
5.4.1
Bevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening: a. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 wijzigen of geheel of gedeeltelijk doen vervallen, indien op basis van een archeologisch onderzoek is aangetoond dat in de desbetreffende gronden geen archeologische waarden meer aanwezig zijn; b. aan gronden met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 alsnog de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1, Waarde - Archeologie 2 of Waarde - Archeologie 3 toekennen, indien een archeologisch onderzoek dit, gelet op de ter plaatse aanwezige waarden, rechtvaardigt; c. de oppervlaktes en/of dieptes als genoemd in artikel 5.3 en 5.2 veranderen en/of desgewenst een extra aanduiding hiervoor opnemen indien dat op basis van nader verkregen archeologische kennis noodzakelijk en/of mogelijk is.
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67" (voorontwerp) 93
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
94 et 67" (voorontwerp)
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en m
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Ondergeschikte bouwonderdelen
a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen, gevelversieringen, meeontworpen sierende elementen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouwgrens dan wel de maximale bouwhoogte niet meer dan maximaal 1 meter wordt overschreden; b. Vlaggenmasten en antennemasten, voorzover deze direct ten dienste staan van -en onderdeel uitmaken van een gebouw, mogen de toegestane maximale bouwhoogte met maximaal 1,5 meter overschrijden; c. Dakopbouwen, noodtrappen, luchtbehandeling- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 1,5 meter ten opzichte van de bouwhoogte van een gebouw, en mogen geen groter oppervlakte beslaan dan 15% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw, waarop zij worden geplaatst.
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67" (voorontwerp) 95
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Bevoegdheid
Indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels kan worden afgeweken, kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 8 afwijken van de regels door: a. het afwijken van de voorgeschreven maten, oppervlaktes, afmetingen, afstanden en percentages met maximaal 10%; b. het binnen de bestemming in geringe mate verschuiven (maximaal 2 meter) van het bouwvlak; c. het toestaan van geringe afwijkingen, welke in het belang van zijn een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in de situering maximaal 3 meter bedraagt; d. het toestaan van in geringe mate, doch maximaal 5 meter afwijken van een bestemmingsgrens, van het profiel van een straat of de vorm van een plein, alsmede van de vorm van bebouwde oppervlakken (bouwpercelen), voor zover zulks noodzakelijk en/of wenselijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen; e. het in geringe mate aanpassen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven, mits de afwijking in de situering maximaal 3 meter bedraagt; f.
het toestaan van het oprichten van maximaal 30 m² extra gebouwen voor noodzakelijke voorzieningen in het licht van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) uitsluitend op grond van - en vertoon van een medische indicatie; g. het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten behoeve van het openbaar net aangesloten nutsvoorzieningen, telecommunicatieverkeer openbaar vervoer of het wegverkeer, kunstwerken van artistieke aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen, met dien verstande dat: 1. de goothoogte van een gebouw maximaal 3 meter mag bedragen; 2. de oppervlakte van een gebouw maximaal 50 m² mag bedragen; 3. de bouwhoogte van een ander bouwwerk maximaal 10 meter mag bedragen; h. de hoogte van andere bouwwerken zijnde, te vergroten en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt verhoogd tot niet meer dan 10 meter; i. het overschrijden van de gevellijn door: 1. erkers, balkons, luifels en bordessen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken tot maximaal 1 meter, over de gehele breedte van de voorgevel; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m2 en de bouwhoogte maximaal 3 meter zal bedragen; a. het toestaan van erf- en terreinafscheidingen langs de openbare weg met een maximale bouwhoogte tot 1,50 meter; b.
de uitoefening van aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten toe te staan in een deel van de woning, waarbij de volgende bepalingen gelden: 1. de verblijfsruimten moeten blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening; 2. de woonfunctie moet in overwegende mate gehandhaafd blijven en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden mogen niet onevenredig worden aangetast; 3. de woonfunctie moet in ruimtelijke zin en visuele zin primair blijven; 4. de beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning; 5. maximaal 40% van het te bebouwen vloeroppervlak mag gebruikt worden voor huis verbonden activiteiten met een maximum van 50 m²; 6. detailhandel mag niet plaatsvinden behoudens een beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis verbonden beroep/ en bedrijf; 7. er mogen geen reclameborden groter dan 0,5 m² bij of aan de woning worden geplaatst; 8. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt; c. het gebruiken van een deel van de woning voor Bed and Breakfast, waarbij de volgende bepalingen gelden: 1. de activiteit is uitvoerbaar binnen de bestaande bebouwing; 2. de activiteit is ruimtelijk ondergeschikt ten opzichte van de woonfunctie; 96 et 67" (voorontwerp)
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en m
3. parkeren ten behoeve van Bed and Breakfast moet op eigen terrein. 8.2
Afweging
De toepassing van de in artikel 8.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot die gevallen, waarbij het functioneren van de in de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad, dan wordt de omgevingsvergunning niet verleend.
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67" (voorontwerp) 97
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
98 et 67" (voorontwerp)
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en m
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67.
bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Bargerweg 64 tot en met 67" (voorontwerp) 99