CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Reactienota op Mobiliteitsvisie 2040

Raadsvergadering 28 mei 2026, gemeente EmmenBij agendapunt: Mobiliteitsvisie 2040 'Emmen zet stappen'7.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota op Mobiliteitsvisie Emmen 2040 Bijlage bij het raadsvoorstel tot vaststelling van de Mobiliteitsvisie 2040 ‘Emmen zet stappen’

Gemeente Emmen, januari 2026

1

Inleiding Van 1 oktober tot en met 13 november 2025 lag het ontwerp van de Mobiliteitsvisie 2040 ‘Emmen zet stappen’ ter inzage. Dit is bekendgemaakt via de gebruikelijke kanalen en per e-mail gedeeld met direct betrokkenen, met het verzoek om te reageren. In deze nota worden de ontvangen reacties besproken. Leeswijzer Binnen de inspraakperiode zijn er tien unieke zienswijzen binnengekomen. In deze nota zijn de opmerkingen op volgorde van ontvangst samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. De structuur is als volgt: 1.1: Samenvatting van de opmerking A: Reactie van de gemeente B: Conclusie Vervolgens zijn alle in de ontwerpvisie aangebrachte wijzigingen in een tabel verzameld. Overzicht ontvangen zienswijzen Zaak nr. Indiener zienswijze 1 290571-2025: 498494 Inwoner 2 290571-2025: 905948 Veiligheidsregio Drenthe (VRD) 3 290571-2025: 972922 Ondernemend Emmen 4 290571-2025: 649917 Transport en Logistiek NL (TNL) 5 189461-2023:836621 ProRail* 6 290571-2025: 320493 GGD Drenthe 7 290571-2025: 734157 Gemeente Borger - Odoorn 8 290571-2025: 487432 OV-bureau Groningen Drenthe 9 189461-2023:813497 Staatsbosbeheer* 10 189461-2023: 337687 Provincie Drenthe* Tabel: Overzicht ontvangen zienswijzen

Ontvangen op 20 oktober 24 oktober 29 oktober 30 oktober 5 november 11 november 12 november 13 november 13 november 19 november

* De zienswijzen van ProRail, Staatsbosbeheer en de Provincie Drenthe zijn gericht tegen de Omgevingsvisie 2040 waarvan een ontwerp gelijktijdig ter inzage lag. De opmerkingen die betrekking hebben op het domein mobiliteit zijn ook in deze Reactienota op de Mobiliteitsvisie 2040 opgenomen en verwerkt. Alle zienswijzen zijn als bijlage toegevoegd en openbaar. In verband met privacywetgeving (Wbp) zijn namen en contactgegevens geanonimiseerd.

2

Reactie op zienswijzen A. Inwoner 1.1

Fietsverbindingen moeten aantrekkelijk en afwisselend zijn, met routes die niet langs drukke autowegen lopen maar door het landschap, met groen en rustpunten. Denk dus vanuit de fietser: maak de route leuk, comfortabel en uitnodigend.

A

Om meer en verder te fietsen zet de visie in op directe, comfortabele en veilige routes (zie pagina 24, ‘Meer en verder fietsen’). Dit betekent niet dat routes door het landschap moeten verdwijnen. De suggesties om fietsroutes ook leuk te maken, worden meegenomen bij de uitwerking van plannen. De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

1.2

Landbouwverkeer moet zoveel mogelijk uit dorpskernen worden geweerd vanwege overlast door geluid en trillingen. In plaats daarvan zouden andere wegen geschikt gemaakt moeten worden voor dit zware verkeer.

A

De zorgen over geluid en trillingen door landbouwverkeer in dorpskernen zijn begrijpelijk. Tegelijkertijd is Emmen een agrarische regio waar landbouwverkeer een vanzelfsprekend onderdeel is van het dagelijks leven. De visie zet daarom in op het faciliteren van landbouwverkeer op wegen die daarvoor geschikt zijn, zodat de overlast in dorpen zoveel mogelijk wordt beperkt (zie pagina 25 “Landbouwverkeer faciliteren op geschikte wegen”). De suggestie om alternatieve routes te verbeteren sluit goed aan bij deze aanpak en wordt afgewogen bij de verdere uitwerking.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

2.

Veiligheidsregio Drenthe (VRD)

2.1

Als treinen met gevaarlijke stoffen direct het Getec-terrein kunnen bereiken, verbetert dit de veiligheid in het centrum en zijn er meer ontwikkelmogelijkheden in het centrum. Nu keren treinen nog bij station Emmen.

A

De visie zet in op het ontwikkelen van een vitale binnenstad van betekenis (zie pagina 35, ‘Ruimte voor het ontwikkelen van een vitale binnenstad van betekenis’). De suggestie om gevaarlijke stoffen via een directe aftakking naar het GETEC-terrein te vervoeren wordt herkend als kans voor zowel veiligheid als ruimtelijke ontwikkeling. In de visie wordt het belang van een veilig en efficiënt logistiek netwerk onderstreept, waarbij multimodale ontsluiting en het beperken van risico’s centraal staan. Deze suggestie wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van de Nedersaksenlijn en logistieke infrastructuur.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

2.2

Plaats brandstoffen of energie opslagsystemen zo dat een veilige woon- /werkomgeving mogelijk is. Afstemming met diensten zoals de VRD zorgt voor een integrale brede veiligheid.

A

De visie erkent het belang van een veilige inpassing van energie- en brandstofopslag (zie Hoofdstuk 5, Dimensie ‘Schoon & Duurzaam’). Afstemming met veiligheidsdiensten zoals de VRD is een vast onderdeel van het proces bij ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen. Deze zienswijze sluit aan bij het uitgangspunt om veiligheid integraal te borgen. De opmerking wordt verder voor kennisgeving aangenomen.

3

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

2.3

Over het spoor worden ook gevaarlijke stoffen vervoerd. Betrek daarom diensten zoals het VRD vroegtijdig bij het onderzoek naar het verdiept aanleggen van het spoor in het centrum van Emmen.

A

Het verdiept aanleggen van het spoor in het centrum van Emmen is een maatregel die nadrukkelijk wordt onderzocht in de visie (zie pagina 27, ‘Verminderen barrières’). Vroegtijdige betrokkenheid van de VRD is essentieel en wordt meegenomen in de verdere planvorming.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Ook opmerking 5.3 (ProRail) gaat over de verdiepte spoorligging en heeft niet geleid tot aanpassing van de visie.

2.4

Tip: neem ter promotie het veenpark in Barger-Compascuum op in een fietsroute in de omgeving.

A

De mobiliteitsvisie beschrijft de hoofdlijnen van het mobiliteitsbeleid. In de visie wordt ingezet op icoonroutes en het versterken van toeristische verbindingen (zie pagina 27, ‘Versterken Emmen als recreatieve bestemming’). De suggestie om het veenpark op te nemen in fietsroutes wordt overgebracht naar de betreffende afdeling om mee te nemen bij verdere uitwerking van het recreatieve fietsnetwerk.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

2.5

Houd rekening met de bereikbaarheid voor hulpdiensten bij het toepassen van het STOMPprincipe.

A

Het STOMP-principe is leidend bij gebiedsontwikkeling (zie pagina 33, ‘STOMP-principe leidend bij gebiedsontwikkeling’). Veiligheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten blijven altijd randvoorwaardelijk. De reactie wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van ruimtelijke plannen.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Ook opmerkingen 6.2 (GGD) en 8.9 (OV-bureau) gaan over het STOMP-principe en hebben niet geleid tot aanpassing van de visie.

2.6

Bij een eventuele aanleg van een noordelijke rondweg kan ook de route gevaarlijke stoffen worden herzien.

A

De suggestie om bij een eventuele aanleg van een noordelijke rondweg ook de routering van gevaarlijke stoffen te herzien, wordt als waardevol beschouwd. In de Mobiliteitsvisie 2040 is de verkenning van een noordelijke rondweg opgenomen op de Kaart Mobiliteitsvisie (bijlage 3). In de visie zelf wordt deze rondweg genoemd als een mogelijke maatregel om de leefkwaliteit in de stad te verbeteren (zie pagina 36: “Doorgaand verkeer soepel via de Rondweg, minder verkeer door de stad”). Ook andere partijen, zoals Ondernemend Emmen (opmerking 3.2) en de gemeente Borger-Odoorn (opmerking 7.1), zien potentiële voordelen van een noordelijke rondweg. Om recht te doen aan zowel de kaart als de ingebrachte zienswijzen, is het nodig om de verkenning van een noordelijke rondweg expliciet te benoemen in de dimensie ‘Verbinden’ (hoofdstuk 3). Daarmee wordt duidelijk dat deze maatregel niet alleen ruimtelijke kwaliteit

4

dient, maar ook een rol kan spelen in het verbeteren van de bereikbaarheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid. B

De verkenning van de mogelijkheden voor aanleg van een noordelijke rondweg wordt toegevoegd aan de Dimensie Verbinden (hoofdstuk 3).

2.7

Naar verwachting is voor vrachtverkeer voor de korte afstanden elektrificatie het meest geschikt, en krijgt waterstof de voorkeur als brandstof voor het afleggen van langere afstanden.

A

De verschuiving naar elektrisch transport speelt een cruciale rol in het verduurzamen van de mobiliteitssector. Het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) en de prognoses van ElaadNL voorzien een sterke groei in het aantal elektrische voertuigen, met een dominantie van batterijelektrische aandrijving in 2050. De verwachting is dat lichte voertuigen zoals personenauto’s en bestelwagens volledig geëlektrificeerd zullen zijn, terwijl ook aanzienlijk deel van het vrachtvervoer op elektriciteit zal rijden. Het deel dat niet elektrisch gaat worden, zal naar verwachting worden ingevuld door een combinatie van biobrandstoffen en waterstof. Dit laatste komt in de visie onvoldoende naar voren.

B

De inzet van een combinatie van biobrandstoffen en waterstof, naast elektrificatie, wordt toegevoegd aan het kopje ‘Wat zien we’ in de Dimensie ‘Schoon en Duurzaam’ (hoofdstuk 5).

3.

Ondernemend Emmen

3.1

In het mobiliteitssysteem moet de auto niet worden gezien als probleem maar als onderdeel van de oplossing, mits slim gefaciliteerd, schoon en veilig.

A

De visie erkent dat de auto een belangrijke rol blijft spelen, zeker in het buitengebied. Het realiseren van een goede balans tussen het aantal rijdende en geparkeerde auto's en de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de omgeving is essentieel. Daarbij vormt parkeren bij ruimtelijke ontwikkelingen een belangrijke randvoorwaarde voor leefbaarheid, bereikbaarheid en economische vitaliteit. De visie streeft ernaar dat het aantal parkeerplaatsen aansluit bij de specifieke situatie in een gebied (Hoofdstuk 4, Dimensie ‘Ruimte maken’). In dorpen en wijken met een relatief hoog autobezit kan dit betekenen dat extra parkeerplaatsen worden toegevoegd. Tegelijkertijd zien we mogelijkheden om bestaande parkeercapaciteit beter te benutten. Het is niet wenselijk om openbare ruimte structureel in te richten voor parkeerplaatsen die slechts op piekmomenten nodig zijn — zeker niet in centra of nabij stations. Traditioneel wordt bij planontwikkeling het benodigde aantal parkeerplaatsen berekend en gereserveerd. Als dit principe ongewijzigd blijft, zal de ruimte die exclusief voor de auto wordt ingericht blijven toenemen. Voor het verbeteren van de leefkwaliteit in Emmen is er voldoende potentieel om autoverplaatsingen te vervangen door alternatieven.

Hiervoor wordt het STOMP-principe gehanteerd: bij dit ontwerpprincipe staat niet langer de auto centraal, maar beginnen we bij de voetganger (Stappen), gevolgd door de fietser (Trappen), het Openbaar Vervoer, gedeelde mobiliteitsoplossingen en pas als laatste de privéauto. Het STOMP-principe sluit de privéauto dus niet uit. Maar door mobiliteit anders te benaderen, kunnen we de schaarse ruimte efficiënter benutten en tegelijkertijd ruimte creëren voor ruimtelijke opgaven zoals woningbouw, vergroening, klimaatadaptatie en wateropvang. Zo werken we aan een toekomstbestendige en leefbare gemeente.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

5

3.2

Een noordelijke rondweg is essentieel om doorgaand verkeer uit de stad te weren, de leefbaarheid in de binnenstad te verbeteren en de doorstroming voor logistiek verkeer te garanderen.

A

De opmerking bevestigt de richting die de gemeente wil inslaan. In de Mobiliteitsvisie 2040 is de verkenning van een noordelijke rondweg opgenomen op de Kaart Mobiliteitsvisie (bijlage 3). In de visie zelf wordt deze rondweg genoemd als een mogelijke maatregel om de leefkwaliteit in de stad te verbeteren (zie pagina 36: “Doorgaand verkeer soepel via de Rondweg, minder verkeer door de stad”). Ook andere partijen, zoals de Veiligheidsregio Drenthe (opmerking 2.6) en de gemeente Borger-Odoorn (opmerking 7.1), zien potentiële voordelen van een noordelijke rondweg. Om recht te doen aan zowel de kaart als de ingebrachte zienswijzen, is het nodig om de verkenning van een noordelijke rondweg expliciet te benoemen in de dimensie ‘Verbinden’ (hoofdstuk 3). Daarmee wordt duidelijk dat deze maatregel niet alleen ruimtelijke kwaliteit dient, maar ook een rol kan spelen in het verbeteren van de bereikbaarheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid.

B

De verkenning van de mogelijkheden voor aanleg van een noordelijke rondweg wordt toegevoegd aan de Dimensie Verbinden (hoofdstuk 3).

3.3

Het verder opwaarderen van de N34, met verdubbeling van het deel tussen Emmen en De Punt, is een noodzakelijke vervolgstap voor het waarmaken van ambities (veiligheid, economische bereikbaarheid en verstedelijking).

A

De N34 is een belangrijke verbindingsweg voor Emmen en de regio. Het is een weg waar te vaak ongelukken gebeuren. Daarnaast staat het verkeer bij het verkeersplein Gieten in de spits regelmatig vast. Dat zorgt voor vertraging voor al het verkeer, maar ook voor onveilige situaties. Daarom heeft de provincie Drenthe onderzocht hoe de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid en het openbaar vervoer verbeterd kunnen worden. Uit dit onderzoek blijkt dat de beste oplossing een fly-over (viaduct over het verkeersplein) bij het verkeersplein Gieten is, gecombineerd met de verdubbeling van de N34 tussen Eext en Gasselte (bron: Provincie Drenthe). De visie onderkent het belang van goede regionale verbindingen en multimodale ontsluiting. De visie kiest nadrukkelijk voor het beter benutten van infrastructuur, het stimuleren van duurzame en multimodale mobiliteit en de ontwikkeling van de Nedersaksenlijn als structurele verbetering van de bereikbaarheid en als motor voor gezonde verstedelijking. Een volledige verdubbeling van de N34 is op dit moment niet aan de orde.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

3.4

Station Zuid moet opgewaardeerd worden tot OV-hub met een hoogwaardige stationsomgeving, goede fietsaansluitingen en stallingsmogelijkheden en voldoende parkeervoorzieningen.

A

De visie benoemt het belang van stations als motoren van gezonde verstedelijking. Daarvoor moeten de stations goed bereikbaar en de stationsgebieden comfortabel zijn. Overeenkomstig de Kaart Mobiliteitsvisie (bijlage 3) is station Zuid aangewezen als OV-hub. In de visie staat op pagina 20 dat alleen het stationsgebied van Emmen versterkt wordt (‘Stationsgebied Emmen, de ontvangstruimte van de regio’). Dit ‘versterken’ moet gelden voor alle stations.

B

De inhoud van het kopje ‘Stationsgebieden, de ontvangstruimtes van de regio’ in de Dimensie ‘Verbinden’ (hoofdstuk 3) wordt verbreed naar alle station.

6

4.

Transport en logistiek Nederland (TLN)

4.1

De gemeente Emmen moet zich hard maken voor een clean energy hub in de buurt van de A37 met voldoende ruimte voor truckparking.

A

Deze mening wordt gedeeld. De visie zet ook in op de ontwikkeling van een clean energy hub nabij de A37 (pagina 45, ‘Tankhubs voor snelladen en duurzame brandstoffen’). Knooppunt Veenoord en knooppunt Klazienaveen zijn in de Kaart Mobiliteitsvisie (bijlage 3) opgenomen als zoekgebied daartoe. De combinatie met truckparking en aanvullende voorzieningen versterkt het vestigingsklimaat.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Opmerking 10.1 (Provincie Drenthe) gaat ook over een clean energy hub en heeft geleid tot aanscherping van de tekst onder het kopje ‘Tankhubs voor snelladen en duurzame brandstoffen’ op pagina 45.

4.2

‘Kleinschaliger vrachtvervoer in de binnenstad’ (pagina 36) kan leiden tot juist meer verkeersbewegingen wat de verkeersveiligheid en de duurzaamheid niet ten goede komt. Graag gezamenlijk bekijken hoe de winkels en de horeca in het centrum van Emmen op een toekomstbestendige manier bevoorraad kunnen blijven worden.

A

Het realiseren van een transitie naar duurzamere stadslogistiek is inderdaad makkelijker gezegd dan gedaan: de vele betrokken stakeholders (leveranciers, vervoerders, lokale ondernemers, inwoners en overheden) hebben verschillende belangen, verantwoordelijkheden en handelingsperspectieven. De visie erkent dat kleinschalige stadslogistiek zorgvuldig moet worden georganiseerd (pagina 44, ‘Slimmer organiseren van stadslogistiek en pakketbezorging’). Samenwerking met ondernemers is essentieel om tot een toekomstbestendige oplossing te komen. De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen en meegenomen in de verdere uitwerking van duurzame stadsdistributie. Het aanbod van TLN om mee te denken wordt gewaardeerd.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

5.

ProRail*

*De zienswijze van ProRail is gericht tegen de Omgevingsvisie 2040 waarvan het ontwerp gelijktijdig ter inzage lag. De opmerkingen die de Mobiliteitsvisie 2040 raken zijn in deze Reactienota verwerkt. 5.1

Het spoornetwerk moet voldoende ruimte behouden om veilig en toekomstbestendig te functioneren. ProRail vraagt om haar belangen mee te nemen bij de uitwerking in omgevingsplannen en om bij alle ambities nauw af te stemmen met de MIRT-Verkenning Nedersaksenlijn.

A

Bij ontwikkelingen nabij het spoor wordt rekening gehouden met de genoemde aspecten. De ambities tot het spoor brengt de gemeente in de MIRT-verkenning Nedersaksenlijn in.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

5.2

Ontwikkelingen nabij het spoor kunnen de bereikbaarheid versterken, maar ook conflicteren met het functioneren van het spoor. ProRail vraagt om voldoende afstand tot het spoor en een zorgvuldig ontwerp bij woningbouw, bedrijventerreinen, ecologische verbindingen en mobiliteitshubs. Specifiek wordt gevraagd om duurzame verbindingen naar stations en aandacht voor overwegveiligheid.

7

A

De visie zet in op gezonde verstedelijking in stationsgebieden en het functioneren van de stationsgebieden als knooppunten die goed bereikbaar zijn en waar je makkelijk en comfortabel aankomt of overstapt (zie pagina 20 ‘Stationsgebieden, de ontvangstruimtes van de regio). Ook zet de visie in op een verdiepte ligging van het spoor, o.a. om het aantal spoorwegovergangen te verminderen (zie pagina 27 ‘Verminderen barrières ‘). Bij ontwikkelingen nabij het spoor wordt rekening gehouden met de genoemde aspecten en zo nodig vroegtijdig in overleg getreden.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Opmerking 3.4 (Ondernemend Emmen) gaat ook over stationsgebieden en heeft geleid tot aanscherping van de tekst.

5.3

ProRail verzoekt om bij de gewenste verdiepte ligging van het spoor ook een alternatief met ongelijkvloerse overwegen te onderzoeken. Dit alternatief is mogelijk financieel haalbaarder en biedt vergelijkbare veiligheid. Daarbij wordt verzocht om ruimtelijke reserveringen aan te houden voor toekomstige spooruitbreidingen en stationsaanpassingen.

A

In het proces van het opstellen van de Omgevingsvisie is de afweging gemaakt tussen ongelijkvloerse overwegen of het verdiept aanleggen van de spoorbaan. De keuze voor een verdiepte spoorligging is gericht op het verminderen van barrièrewerking in het centrum en het versterken van de verbinding tussen wijken. Deze oplossing beperkt geluidsbelasting, voorkomt wachttijden bij overwegen voor stedelijk verkeer en vraagt minder ruimte dan alternatieven. Bij de uitwerking wordt rekening gehouden met toekomstige spoor- en stationsaanpassingen. Afstemming vindt plaats binnen de MIRT-verkenning Nedersaksenlijn en de Verkenning Gebiedsontwikkeling Nedersaksenlijn, in samenhang met ontwikkelingen in Emmen. Vroegtijdige betrokkenheid van ProRail is essentieel en wordt meegenomen in de verdere planvorming.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Ook opmerking 2.3 (VRD) gaat over de verdiepte spoorligging en heeft niet geleid tot aanpassing van de visie.

5.4

ProRail merkt op dat er nog geen overleg is geweest over de verplaatsing van het rangeerterrein. Een nieuwe locatie moet minimaal dezelfde fysieke en milieuruimte bieden en volledig operationeel zijn vóór verwijdering van het bestaande terrein. ProRail vraagt om duidelijkheid over financiering van deze verplaatsing.

A

Het verplaatsen van het rangeerterrein staat in de Mobiliteitsvisie niet vermeld. Voor een inhoudelijke reactie wordt verwezen naar de Reactienota van de Omgevingsvisie 2040.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

5.5

Zichtlijnen naar stations moeten behouden blijven voor vindbaarheid en beleving. Daarbij dragen voorzieningen voor cultuur en levendigheid in de directe stationsomgeving bij aan sociale veiligheid rondom het station.

A

De zichtbaarheid en vindbaarheid, alsmede de aantrekkelijkheid zijn belangrijke uitgangspunten voor Emmen bij de ontwikkelingen rondom stationslocaties in het algemeen en rondom Emmen Centraal in het bijzonder. Dit uitgangspunt wordt bij de ontwikkeling van de spoorzone meegenomen.

8

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

5.6

Onderstations en relaiskasten moeten vrij blijven van bebouwing en goed bereikbaar zijn voor onderhoud. Er moet minimaal 5 meter afstand worden gehouden, met hekwerk op die grens.

A

Bij concrete uitwerking van programma's en projecten nabij het spoor worden de genoemde aspecten meegenomen. Zo nodig wordt vroegtijdig in overleg getreden.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

5.7

Externe veiligheid, geluid, trillingen, overwegveiligheid, waterpeil, windhinder, schaduwwerking en reflectie van zonnepanelen vragen aandacht bij de uitwerking van plannen. Deze aspecten zijn cruciaal voor een veilige en leefbare omgeving nabij het spoor. Zonneparken mogen geen negatieve invloed hebben op seinen of spoorinfrastructuur.

A

Bij concrete uitwerking van programma's en projecten nabij het spoor worden de genoemde aspecten meegenomen. Zo nodig wordt vroegtijdig in overleg getreden.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

5.8

Bureau Spoorbouwmeester en het Spoorbeeld zijn goede hulpmiddelen voor ruimtelijke kwaliteit. ProRail biedt aan om vroegtijdig mee te denken bij planvorming.

A

Bij concrete uitwerking van programma's en projecten nabij het spoor worden de genoemde aspecten meegenomen. Het aanbod van ProRail om vroegtijdig mee te denken wordt gewaardeerd.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

6.

GGD Drenthe

6.1

De GGD adviseert om de mobiliteitsvisie inhoudelijk af te stemmen op omgevingsplannen voor een samenhangende aanpak van brede welvaart. Nu zijn er tegenstrijdigheden, zoals parkeernormen bij vrijstaande woningen versus de ambitie om autogebruik te verminderen. Afstemming zorgt voor een gezonde, duurzame en beweegvriendelijke leefomgeving.

A

De visie legt hoofdkeuzes vast voor het toekomstige mobiliteitsbeleid. Omgevingsplannen dienen, na vaststelling, inhoudelijk afgestemd te worden op de gemaakte keuzes.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

6.2

Het STOMP-principe wordt positief ontvangen, maar mist concrete kaders voor toepassing. De GGD vraagt hoe ontwikkelaars worden gestimuleerd en hoe de gemeente toetst of ontwerpen voldoen. Daarnaast adviseren zij om het verlagen van parkeernormen explicieter op te nemen, omdat fysieke maatregelen effectiever zijn dan gedragsverandering.

A

De visie omarmt het STOMP-principe (zie pagina 33 ‘STOMP-principe leidend bij gebiedsontwikkeling)’ en zet in op het verder terugbrengen van de parkeervraag (pagina 35 ‘Vraag naar parkeerplaatsen verder terugbrengen’). Om handen en voeten te geven aan de strategie wordt nog een uitvoeringsplan opgesteld. De constatering dat concrete kaders missen klopt dus en de suggesties om de strategie tot een succes te maken worden meegenomen bij de uitwerking.

9

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Ook opmerking 2.5 (VRD) en opmerking 8.9 (OV-bureau) gaan over het STOMP-principe en hebben niet geleid tot aanpassing van de visie.

6.3

De visie noemt ontmoediging van autoverkeer rond scholen, maar de GGD adviseert dit te versterken door autoluwe of autovrije schoolstraten als expliciet beleid op te nemen. Een concrete ambitie, zoals een percentage schoolstraten transformeren, wordt aanbevolen. Dit sluit aan bij landelijke richtlijnen van CROW.

A

De visie erkent dat veel ouders hun kind met de auto naar school brengen met negatieve gevolgen voor zowel verkeersveiligheid als de zelfredzaamheid van kinderen op latere leeftijd (zie Dimensie ‘Veilig meedoen’, hoofdstuk 6). De concrete acties komen terug in uitvoeringsprogramma's.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

6.4

Hoewel vergroening en klimaatadaptatie worden genoemd, ontbreekt aandacht voor groene parkeeroplossingen. De GGD adviseert om ambities concreet te maken en klimaatadaptieve maatregelen, zoals groene tegels, op te nemen. Dit draagt bij aan een duurzame openbare ruimte.

A

Klimaatadaptief ontwerpen is een van de gemeentelijke opgaves die voortkomt uit het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR). De aangedragen suggestie wordt meegegeven aan de projectteams die over de inrichting gaan.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

6.5

Gezondheid en brede welvaart zijn kernpunten in de visie, maar ontbreken in het monitoringsplan. De GGD stelt voor om gezondheid als indicator op te nemen, zodat de impact van mobiliteitsmaatregelen structureel gevolgd kan worden. Gebruik van bestaande GGD-data, zoals de Gezondheidsmonitor, wordt aanbevolen.

A

De Mobiliteitsvisie moet de huidige en toekomstige prestaties van het vervoerssysteem monitoren en hiervoor streefcijfers (prestatie-indicatoren) formuleren. Deze monitoring moet de gemeente in samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat periodiek aan de Europese Commissie doorgeven (zie pagina 66 van de visie). De opmerking wordt gedeeld maar de Mobiliteitsvisie is niet het juiste instrument om te monitoren op trends in gezondheid. Voorgesteld wordt om samen met de GGD, in afstemming met de Omgevingsvisie, nader te bekijken hoe wel effectief gemonitord kan worden op trends in gezondheid.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

7.

Gemeente Borger-Odoorn

7.1

De aanleg van een noordelijke rondweg als provinciale stroomweg (100 km/u) wordt ondersteund, omdat dit sluipverkeer in dorpen van Borger-Odoorn kan verminderen. Wel is zorgvuldige landschappelijke inpassing door het Valtherbos essentieel.

A

De visie erkent het belang van een robuuste regionale ontsluiting en sluit aan bij het idee om leefbaarheid te verbeteren in wijken en dorpen. In de Mobiliteitsvisie 2040 is de verkenning van een noordelijke rondweg opgenomen op de Kaart Mobiliteitsvisie (bijlage 3). In de visie zelf wordt deze rondweg genoemd als een mogelijke maatregel om de leefkwaliteit in de stad te

10

verbeteren (zie pagina 36: “Doorgaand verkeer soepel via de Rondweg, minder verkeer door de stad”). Ook andere partijen, zoals de Veiligheidsregio Drenthe (opmerking 2.6) en Ondernemend Emmen (opmerking 3.2), zien potentiële voordelen van een noordelijke rondweg. Om recht te doen aan zowel de kaart als de ingebrachte zienswijzen, is het nodig om de verkenning van een noordelijke rondweg expliciet te benoemen in de dimensie ‘Verbinden’ (hoofdstuk 3). Daarmee wordt duidelijk dat deze maatregel niet alleen ruimtelijke kwaliteit dient, maar ook een rol kan spelen in het verbeteren van de bereikbaarheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid. B

De verkenning van de mogelijkheden voor aanleg van een noordelijke rondweg wordt toegevoegd aan de Dimensie Verbinden (hoofdstuk 3). Ook opmerking 9.1 van Staatsbosbeheer gaat over de inpassing van mobiliteitsmaatregelen in bossen en omgeving (waaronder de noordelijke rondweg) maar heeft niet geleid tot aanpassing van de visie.

7.2

De bestaande rondweg moet een volwaardige stroomweg worden met een snelheidsregime van 100 km/u vanwege het belang in het regionale netwerk, mocht de noordelijke rondweg niet worden gerealiseerd.

A

De visie erkent het belang van een robuuste regionale ontsluiting. De opmerking wordt voor kennisname aangenomen. Het ombouwen van de Rondweg naar een 100 km/h weg is op dit moment niet aan de orde.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

7.3

De voorgestelde mobiliteitshub aan de N34 bij afslag Klijndijk / Emmen-Noord wordt gesteund vanwege de samenkomst van diverse verkeersstromen. Een hoogwaardige OV-aansluiting maakt het een efficiënt overstappunt voor inwoners en bezoekers van de BOCE-gemeenten. Dit versterkt de regionale bereikbaarheid en het gebruik van duurzaam vervoer.

A

De visie benoemt het zoekgebied voor een mobiliteitshub aan de N34 expliciet (zie Kaart mobiliteitsvisie, bijlage 3). Verdere uitwerking vindt plaats in overleg met regionale partners.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

7.4

De Nedersaksenlijn wordt gezien als een belangrijke verbetering voor bereikbaarheid en leefbaarheid in de regio. Directe spoorverbindingen met grote steden vergroten toegang tot werk, onderwijs en zorg. Stationsgebieden moeten worden ontwikkeld met functies zoals wonen, onderwijs en zorg, en andersom moeten bestaande voorzieningen worden verbonden met stations.

A

De visie ondersteunt de realisatie van de Nedersaksenlijn als structurele verbetering van de bereikbaarheid en als impuls voor gebiedsontwikkeling. De koppeling van stationsgebieden aan wonen, werken, onderwijs en zorg past binnen de integrale benadering van de visie. Dit sluit goed aan bij de wens om functies en stationsgebieden wederzijds te versterken.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

7.5

De Q-liner moet belangrijk blijven als snelle verbinding tussen dorpen langs de N34 en steden als Emmen en Groningen, ondanks de komst van de Nedersaksenlijn. Een route via de Odoornerweg is toekomstbestendig en vergroot de bereikbaarheid van Klijndijk, Valthe, ’t Haantje en Emmermeer.

11

A

Het behoud van snelle verbindingen tussen dorpen en steden blijft belangrijk (zie pagina 25 ‘Uitnodigend openbaar vervoer’). De suggestie om de route van de Qliner te verleggen naar de Odoornerweg is voor kennisgeving aangenomen. Strategische haltes worden meegenomen in de uitwerking.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

7.6

Er is waardering voor de inzet op doorfietsroutes als stimulans voor duurzame mobiliteit. De F34, de route tussen Borger, Exloo, Emmen, Nieuw-Amsterdam, Dalen en Coevorden wordt actief ondersteund. Deze verbinding draagt bij aan gezondheid, bereikbaarheid en sociale participatie.

A

De visie zet sterk in op doorfietsroutes als onderdeel van duurzame mobiliteit en regionale verbinding (zie pagina 24 ‘Meer en verder fietsen'). De F34 (Hunebedbikeway) sluit aan bij de ambitie om fietsen aantrekkelijker te maken voor woon-werkverkeer en recreatie. Samenwerking met Borger-Odoorn en Coevorden is belangrijk en wordt actief gezocht.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

7.7

De verbinding Valthe–Weerdinge–Emmen is essentieel voor toegang tot voorzieningen aan de oostkant van Emmen. Deze ontbreekt in figuur 9 van de visie en moet worden opgenomen. Het is een belangrijke route voor de zuidkant van Borger-Odoorn.

A

Er is ervoor gekozen om op de kaartbeelden in de visie (o.a. figuur 9 en in bijzonder bijlage 3) voor autoverkeer alleen de bovenlokale verbindingen en de stadsentrees vanaf hoofdwegen (vanaf de A37, N34, N862 en N853) weer te geven. Dit om de multimodale bereikbaarheid beter tot uitdrukken te kunnen brengen. Dat lokale verbindingen, waaronder de route tussen Valthe en Emmen, niet expliciet zijn aangeduid betekent dus niet dat de visie inzet op het laten vervallen van deze routes.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

8.

OV-bureau Groningen Drenthe

8.1

OV-bureau staat op pagina 10 niet vermeld als aanwezige bij het Werkatelier.

A

Het OV-bureau heeft deelgenomen aan het werkatelier op 10 april 2025 (zie bijlage 2, Nota van Participatie’, pagina 74).

B

Het OV-bureau wordt toegevoegd aan de opsomming onder het kopje Participatieproces (pagina 10).

8.2

De auto is dominant in het verkeer rond Emmen, terwijl het OV een relatief klein aandeel heeft. Toch stappen dagelijks 4.000 mensen op station Emmen in bus of trein, waarmee station Emmen het grootste OV-knooppunt van Drenthe is. Deze belangrijke rol van het station verdient meer aandacht in de visie.

A

Hoewel autogebruik in onze gemeente dominant is, blijft goed openbaar vervoer belangrijk. De visie zet ook in op het op orde hebben van het OV- netwerk om mensen te verleid om over te stappen naar duurzame vormen van vervoer (pagina 19 ‘Uitnodigend openbaar vervoer’). Ook zet de visie in op het versterken van het station als knooppunt en verbeteren van de treinverbindingen (zie pagina 20 ‘spoorslags in Emmen’). De opmerking dat het belang van

12

station Emmen onderbelicht wordt in de rubriek ‘wat zien we’ van de dimensie Verbinden (hoofdstuk 3) wordt gedeeld. B

De tekst onder het kopje ‘Wat zien we’ in de dimensie ‘Verbinden’ (pagina 17) moet aangescherpt worden.

8.3

Er rijden momenteel geen goederentreinen tussen Coevorden en Rotterdam. Een verhoging van de frequentie op de Emmerlijn kan dit verder bemoeilijken, mogelijk alleen nog ruimte biedend in de nacht. Geluidsoverlast en infrastructuurbeperkingen moeten hierbij worden meegewogen.

A

De visie zet in op het versterken van de Euroterminal Coevorden als multimodaal logistiek knooppunt (zie pagina 23 ‘Benutten Euroterminal Coevorden als internationale transporthub) om op die manier ook voor goederenvervoer klimaatneutraal alternatief te kunnen bieden. Dit is een vereiste voor Urban Nodes. Daarbij is gekozen om bestaande faciliteiten in de regio beter te benutten. De opmerking dat er momenteel geen goederentrein rijdt naar Rotterdam is bevestigd vanuit Coevorden. Wel rijden er goederentreinen naar Duitsland. De tekst moet hierop worden aangepast. De consequenties voor het spoor als de Euroterminal beter wordt benut, worden betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen. Zo nodig wordt vroegtijdig met ProRail in overleg getreden.

B

De tekst onder het kopje ‘Wat zien we?’ in de dimensie Verbinden (hoofdstuk 4, pagina 17) en de tekst onder het kopje ‘Benutten Euroterminal Coevorden als internationale transporthub’ (pagina 23) moeten worden aangescherpt.

8.4

De tabel op pagina 18 lijkt ook doorgaand verkeer over de A37 te tonen, wat het autogebruik sterk vergroot. Mogelijk is 70% van dit verkeer slechts op doorreis. De meerwaarde van deze opname in de visie is twijfelachtig.

A

Het linker deel van de tabel op pagina 18 (bebouwde kom stad Emmen) is zonder de A37. Het rechter deel van de tabel (gemeente Emmen) is inclusief de A37. Uit de gegevens blijkt dat binnen de bebouwde kom van de stad Emmen procentueel vrijwel evenveel autoverkeer rijdt (87% vs. 90%). Dat opname van de A37 de getallen beïnvloedt is inderdaad waar, maar niet zodanig dat hierdoor conclusies anders zouden zijn.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

8.5

De gemeente streeft naar kwalitatief goede OV-verbindingen met hoge frequenties, lange bedieningsperioden en comfortabele haltes. Infrastructuur en doorstroming zijn hierbij cruciaal.

A

De visie zet in op uitnodigend openbaar vervoer (zie pagina 25 ‘Uitnodigend openbaar vervoer)). Adequate infrastructuur is randvoorwaardelijk.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

8.6

Het lage OV-gebruik is niet de reden voor het hoge autogebruik. Beperkte OV-frequenties en grotere afstanden spelen een grotere rol. Verzocht wordt om het vermelde op pagina 19 aan te passen.

A

De opmerking wordt gedeeld. Het lage OV-gebruik in onze gemeente kan geen reden zijn voor het hoge autogebruik.

13

B

De tekst onder het kopje ‘Welke bijdrage levert mobiliteit?’ in de Dimensie ‘Verbinden’ (hoofdstuk 4, pagina 19) moet aangescherpt worden.

8.7

Het belang van fietsparkeerplaatsen bij bushaltes wordt onderschreven. Mini-hubs met deelfietsen kunnen bedrijventerreinen beter bereikbaar maken.

A

De visie zet in op het versterken van ketenmobiliteit om het mobiliteitssysteem flexibel te maken en houden. Daarvoor moeten OV-knooppunten goed bereikbaar zijn en OV-haltes goede en voldoende fietsparkeerplaatsen hebben (pagina 24 ‘Meer en verder fietsen'). Ook zijn gerichte investeringen nodig in fiets- en OV-verbindingen om werklocaties bereikbaar te maken (zie pagina 25 ‘Uitnodigend openbaar vervoer’). Er is kennisgenomen van de waardering voor deze inzet.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

8.8

Het OV in dorpen voorziet nog steeds in een belangrijke behoefte, vooral op middellange en lange afstanden. De verbindingen tussen Emmen en omliggende kernen zijn overdag en ’s avonds goed, ondanks eerdere bezuinigingen. Wel staat de snelheid onder druk door o.a. verkeersremmende maatregelen; een balans tussen bereikbaarheid en exploitatie is nodig.

A

De ontwikkeling van een goed en betrouwbaar OV-netwerk is en blijft een continu proces. De visie zet in op het versterken van het basisnetwerk tussen Emmen, kerndorpen en regionale centra (pagina 25 ‘Uitnodigend openbaar vervoer’). Daarnaast zet de visie in op slimme OVontsluiting van dorpen en wijken (zie pagina 52 ‘Slimme OV-ontsluiting voor dorpen en wijken’). Dit door vervoer slimmer te organiseren en aanbod te combineren, waardoor met gelijkblijvende middelen meer mensen kunnen worden bereikt – om zo de bereikbaarheid van voorzieningen veilig te stellen.

B

De tekst onder het kopje “Uitnodigend openbaar vervoer’ (pagina 24) wordt aangepast.

8.9

Het STOMP-principe is goed, maar maatregelen om auto’s te ontmoedigen kunnen ook het OV negatief beïnvloeden. In Emmen deelt de bus vaak de infrastructuur met de auto, waardoor snelheidsverlagingen ook de bus raken.

A

Door in te zetten op het STOMP-principe (zie pagina 33, STOMP-principe leidend bij gebiedsontwikkeling’) wordt geprobeerd om gezonde en duurzame mobiliteit te bevorderen waaronder het OV. Daarbij zet de visie in op een verkeersveilige verkeersdeelname (zie Dimensie ‘Veilig meedoen’, hoofdstuk 6). Het streven is om het OV hier zo weinig mogelijk hinder van te laten ondervinden.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Ook opmerking 2.5 (VRD) en opmerking 6.2 (GGD) gaan over het STOMP-principe en hebben niet geleid tot aanpassing van de visie.

8.10

Het initiatief om kinderen kennis te laten maken met het OV wordt gewaardeerd. Ook ouderen kunnen baat hebben bij een soortgelijke ervaring. Het OV-bureau denkt graag mee over de invulling.

A

De visie zet in op het veilig meedoen van iedereen, jong en oud (zie ‘Dimensie Veilig meedoen’, hoofdstuk 6). Het aanbod van het OV-bureau om mee te denken hoe OVervaringen kunnen worden opgedaan, wordt gewaardeerd.

14

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

8.11

Het OV-bureau staat ervoor open samen met de gemeente en Publiek Vervoer de bereikbaarheid van kleine dorpen te verbeteren, ook op rustige momenten. Door vervoerstromen te combineren kan de bezetting van bussen worden verhoogd. Dit draagt bij aan een efficiënter OV-systeem.

A

De visie zet in op het slimmer organiseren van OV-verbindingen (pagina 52 ‘Slimme OVontsluiting voor dorpen en wijken’). Het aanbod van het OV-bureau om hierin mee te denken wordt gewaardeerd.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

8.12

Toegankelijkheid gaat verder dan fysieke voorzieningen; ook het begrijpen en betalen van het systeem is belangrijk. Gewaardeerd wordt dat de gemeente hier aandacht aan besteedt. De Meedoenpas kan hierbij een oplossing bieden voor mensen met een smalle beurs.

A

De visie zet in op het verbeteren van vervoersongelijkheid (zie pagina 52 ‘Aanpakken vervoersongelijkheid’). Er is kennisgenomen van de waardering en de inzet hiervoor van het OV-bureau.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

8.13

OV draagt ook bij aan gezondheid, doordat reizigers vaak lopen of fietsen naar haltes. Dit onderstreept het belang van goede fiets- en looproutes. Benoem in de uitwerking van de dimensie Gezondheid het OV expliciet als gezonde vervoersvorm, met verwijzing naar RIVMonderzoek.

A

De opmerking dat ook OV-gebruik bijdraagt aan het verbeteren van de gezondheid wordt gedeeld.

B

De tekst onder het kopje ‘Sturen op gezonde én milieuvriendelijke verplaatsingen’ op pagina 57 moet aangescherpt worden.

9.

Staatsbosbeheer*

9.1

Mobiliteitsprojecten zoals doorfietsroutes, de nieuwe rondweg en de Nedersaksenlijn kunnen leiden tot versnippering van leefgebieden en verstoring door geluid, licht en trillingen, met risico op ecologische isolatie. Staatsbosbeheer wil graag samen zoeken naar een goede balans tussen projecten en natuurwaarden. Daarom vraagt Staatsbosbeheer om vroegtijdige en actieve betrokkenheid bij de uitvoering, gezien de rol als beheerder én grondeigenaar.

A

Voordat het tot een eventuele realisatie komt, moeten diverse onderzoeken in het voortraject plaatsvinden. De genoemde thema’s worden hierin nadrukkelijk meegenomen. Benodigde maatregelen worden dan ook in beeld gebracht. Voor de doorfietsroute F34 (Borger – Exloo Emmen) vindt al overleg met Staatsbosbeheer plaats, in gang gezet vanuit Borger-Odoorn. Voor de Noordelijke Rondweg geldt dat eerst nog onderzoek wordt gedaan naar de noodzaak en haalbaarheid ervan en dat het daarmee nog niet zeker is dat deze er komt. Voor de

*De zienswijze van Staatsbosbeheer is gericht tegen de Omgevingsvisie 2040 waarvan een ontwerp gelijktijdig ter inzage lag.

15

Nedersaksenlijn geldt dat het onderzoek naar het tracé de komende jaren gaat plaatsvinden in het kader van de MIRT Verkenning Nedersaksenlijn. B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

10.

Provincie Drenthe*

10.1

De provincie waardeert dat de Omgevingsvisie het belang van goede bereikbaarheid voor kernen en werkgebieden erkent en dat er aandacht is voor duurzame mobiliteit, fietsroutes en dorpsverbindende netwerken, wat aansluit bij provinciale ambities. Zij adviseert echter om mobiliteit expliciet te koppelen aan de energie-infrastructuur, omdat elektrisch vervoer, deelmobiliteit en emissievrij transport een groeiende druk op het elektriciteitsnet leggen.

A

De Mobiliteitsvisie 2040 zet in op laad- en tankhubs, slimme mobiliteitssystemen en integrale planning van energie en mobiliteit. Zo wordt samen gezorgd voor een toekomstbestendig, schoon en bereikbaar Emmen. Het advies om mobiliteit te koppelen aan energieinfrastructuur wordt gedeeld. Gezien de huidige netsituatie is het wenselijk om opwek en verbruik van energie zoveel mogelijk lokaal aan elkaar te koppelen. Er worden kansen gezien om tankhubs voor snelladen en duurzame brandstoffen (zie pagina 45) aan te sluiten op lokale duurzame opwek, bijvoorbeeld de Drentse Zonneroute langs de A37, waar grootschalige opwek van zonne-energie wordt gerealiseerd. Daarnaast zijn locaties als GETEC en GZI Next interessant, vanwege de potentiële lokale beschikbaarheid van waterstof, groengas en zonne-energie. Op de bedrijventerreinen ontstaan mogelijkheden om een tankhub te integreren binnen bredere smart energy hub-initiatieven. Het is nodig om de visie hierop aan te vullen.

B

Het koppelen van opwek en verbruik van energie wordt toegevoegde aan de tekst onder het kopje ‘Tankhubs voor snelladen en duurzame brandstoffen’ (Dimensie Schoon & Duurzaam, hoofdstuk 5, pagina 45)

10.2

De provincie ziet kansen in het ontwikkelen van multifunctionele hubs waar vervoer, laadinfrastructuur, energieopslag en deelmobiliteit samenkomen, en adviseert dit als ontwikkelingsprincipe op te nemen.

A

De mobiliteitsvisie zet in op het versterken van bestaande mobiliteitsnetwerken en deze slim te verknopen (zie pagina 19). Duurzame mobiliteitketens worden versterkt met mobiliteitshubs (zie ‘Duurzame mobiliteitsketens versterken met mobiliteitshubs’, pagina 26). Voor het efficiënter en duurzamer organiseren van goederenstromen wordt ingezet op het verbeteren van regionale samenwerking (zie pagina 23 ‘Benutten Euroterminal Coevorden als internationale transporthub’)

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

10.3

De provincie moedigt aan om mobiliteit niet alleen technisch, maar ook sociaal te benaderen door deze te verbinden aan betaalbaarheid en leefbaarheid.

A

Vanuit vijf dimensie op brede welvaart benaderd, zet de Mobiliteitsvisie in op onder andere betaalbare mobiliteit via deelconcepten, op het aanpakken van vervoersongelijkheid, op een leefbare omgeving met ruimte voor fietsers en voetgangers en toegang voor iedereen. Zo wordt mobiliteit duurzaam én sociaal.

* De zienswijze van de Provincie Drenthe is gericht tegen de Omgevingsvisie 2040 waarvan een ontwerp gelijktijdig ter inzage lag.

16

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

10.4

De provincie benadrukt dat Emmen een formele positie heeft als urban node in het Europese TEN-T netwerk, wat verplichtingen en kansen biedt voor duurzame stedelijke logistiek, multimodale bereikbaarheid en zero-emissie stadslogistiek. In de Omgevingsvisie ontbreekt een expliciete koers voor goederenstromen, spoorlogistiek en multimodaliteit; geadviseerd wordt om hiervoor een integrale logistieke strategie te formuleren.

A

De Mobiliteitsvisie 2040 zet in op multimodale bereikbaarheid, het bevorderen van het gebruik van schone voertuigen en op slimme, schone en efficiënte logistiek. Met slimme hubs, spoorverbindingen en samenwerking met ondernemers en netbeheerders wordt Emmen toekomstbestendig gemaakt als logistiek knooppunt.

B

De opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie.

17

Overzicht wijzigingen

De onderstaande tabel toont per pagina de wijzigingen die in de visie zijn aangebracht. Pag. Reden Wijziging 2 Opm. 8.1 Het OV-bureau is toegevoegd aan de opsomming van deelnemers van de werksessies. 7 Ambtshalve De introductie van bijlage 3, de Kaart Mobiliteitsvisie is verplaatst naar hoofdstuk 8. 17 Opm. 8.2 Het station Emmen als het grootste OV-knooppunt van Drenthe is toegevoegd aan de tekst ‘Wat zien we’. 17 Opm. 8.3 De tekst over de Euroterminal is uit het kopje ‘wat zien we’ verwijderd. Op pag. 23 wordt gemeld dat ingezet wordt op het versterken van de terminal. 20 Ambtshalve Onder het kopje ‘Spoorslags in Emmen’ is toegevoegd: Nu de Nedersaksenlijn wordt aangelegd, gebruiken we de periode tot opening ervan om de bestaande spoorverbinding Emmen-Enschede te verbeteren. 20 Opm. 3.4 Het kopje ‘Stationsgebied Emmen, de ontvangstruimte van de regio’ is gewijzigd in ‘De stationsomgeving, de ontvangstruimte van stad en regio’. De gewijzigde tekst heeft nu betrekking op alle stations, niet alleen op Emmen. 23

Opm. 8.6

24 25

Opm. 2.6 + 3.2 + 7.1 Opm. 8.8

39

Ambtshalve

39

Opm. 2.7

45

Opm. 10.1

55

Ambtshalve

57

Opm. 8.13

57

Ambtshalve

58

Ambtshalve

61

Ambtshalve

69

Ambtshalve

79

Ambtshalve

De zinnen ‘Onze regio wordt gekenmerkt door relatief grote afstanden en relatief weinig OV-gebruikers. Het gebruik van de auto blijft daarom van belang’ zijn geschrapt uit het kopje ‘Lopen en fietsen als voorkeur, plek voor de auto waar het kan’. Het kopje ‘Onderzoek naar noordelijke rondweg’ is met toelichtende tekst toegevoegd. De zin: “De realiteit is dat de stads- en streekbus die elk uur of halfuur door wijken en dorpen slingert, steeds minder wordt gebruikt”, is op advies van het OV-bureau geschrapt uit het kopje ‘Uitnodigend openbaar vervoer’. Het aantal geregistreerde auto's per 1.000 inwoners is geactualiseerd. De volgende zin is toegevoegd aan het kopje ‘Wat zien we’: Het deel dat niet elektrisch gaat worden, zal naar verwachting worden ingevuld door een combinatie van biobrandstoffen en waterstof. Het kopje ‘Tankhubs voor snelladen en duurzame brandstoffen’ is aangevuld met kansen om aan te sluiten op lokale duurzame opwek. De tekst in de inleiding is herschreven en de opsommingen onder het kopje ‘wat zien we' zijn en overzichtelijker gemaakt. Onder het kopje ‘Sturen op gezonde én milieuvriendelijke verplaatsingen’ is OV toegevoegd aan vervoerswijzen die een gezondheidsvoordeel opleveren. Onder het kopje ‘Sturen op gezonde én milieuvriendelijke Verplaatsingen' is toegevoegd dat we ook werken aan rookvrije bushaltes voor een gezonde en veilige reisomgeving.

‘Bushaltes' zijn toegevoegd aan de opsomming waarbij specifiek aandacht wordt besteed bij het overzichtelijk inrichten van wegen en hun omgeving. De titel van hoofdstuk 8 is veranderd was “Samengevat: Onze mobiliteitsprincipes”, is nu “Mobiliteitsprincipes; ons gezamenlijke kompas”. De ter inzage legging van het ontwerp van de Mobiliteitsvisie is als slotzin toegevoegd aan de inleiding. Stap 3 van bijlage 2 is daarmee vervallen. Aan bijlage 3, Kaart Mobiliteitsvisie, is toegevoegd:  De Greenwisecampas (omgeving hoek Dordsestraat / Boermarkeweg) is toegevoegd als zoekgebied voor een mobiliteitshub;  De Nieuw-Amsterdamsestraat / N853 is toegevoegd als stadsentree, het deel tussen de Rondweg en de A37

18

BIJLAGE ONTVANGEN ZIENWIJZES Zienswijze 1: Inwoner Aan de gemeenteraad van Emmen,

Hierbij geef ik als inwoner van Emmer-Compascuum graag mijn zienswijze over de OntwerpMobiliteitsvisie die nu ter inzage ligt.

Onderwerp 'doorfietsroutes' Onderdeel van het beleid is de aanleg van doorfietsroutes. Emmen-Klazienaveen, CoevordenEmmen-Borger. Mogelijk Emmen-Emmer-Compascuum. Deze fietspaden worden breder dan normaal en de fietsers krijgen voorrang bij kruisingen. Naar mijn idee zou dit niet de enige maatregel voor het bevorderen van fietsgebruik tussen de dorpen moeten zijn. Zoals ergens staat dat bij loopverbindingen gedacht moet worden vanuit de voetganger, geldt dit ook bij fietsverbindingen: Denk vanuit de fietser: Het is gewoon heel saai om 10 km lang op een fietspad langs steeds diezelfde rechte autoweg te fietsen. Probeer de route leuker te maken: Niet langs die drukke autoweg. Een doorsteekje door het land als het kan. Laat hier en daar wat bomen en struiken langs de weg staan. Plaats halverwege de afstand een schuilhutje met bankjes.

Onderwerp 'landbouwverkeer' Op bladzijde 25 gaat het kort over landbouwverkeer onder het kopje Landbouwverkeer faciliteren op geschikte wegen. Ik lees hier niets over het weren van landbouwverkeer uit de dorpskernen, vanwege de geluidsoverlast en trillingen die de voertuigen veroorzaken. Naar mijn idee moet geprobeerd worden om andere doorgaande wegen geschikt te maken voor dit zware verkeer, met het doel om te vermijden dat het dwars door de dorpskernen dendert (bijvoorbeeld Emmer-Compascuum).

Met vriendelijke groet, XXX XXXX XXXXXXX XXXXXXX XXXXXXXXXXXXXXXXX

19

Zienswijze 2: Veiligheidsregio Drenthe (VRD)

20

ZIENSWIJZE 3: ONDERNEMEND EMMEN 21

22

23

24

ZIENSWIJZE 4: TRANSPORT EN LOGISTIEK NEDERLAND (TLN) Van: Halma, Klaas XXxxxX.tln.nl Verzonden: woensdag 29 oktober 2025 14:04 Aan: Gemeente Emmen <Gemeente@emmen.nl> Onderwerp: Reactie Ontwerp-Mobiliteitsvisie Emmen 2040 - 290571-2025 Beste heer/ mevrouw, Bedankt voor het doen toekomen van de ontwerp-mobiliteitsvisie Emmen 2040. Per september ben ik de belangenbehartiger voor TLN in de regio Noord en Oost-Nederland. Ik volg hiermee XXXxxxXX op. Vanaf heden mag u mijn e-mailadres gebruiken voor correspondentie. XXxxxxX.tln.nl. In de mobiliteitsvisie worden toekomstige uitdagingen voor de transport en logistieke sector benoemd. De gemeente heeft in beeld dat er zogenoemde clean energy hubs zouden moeten komen waarbij er ook gelegenheid moet zijn voor truckparking. De transportsector gaat de komende jaren veranderen, fossiele voertuigen worden vervangen door e-trucks. Dit vraagt om een aanpassing in de laadvoorziening zowel voor de publieke als de private sector. In de visie wordt gelukkig wel benoemd dat er een enorme vergroting van de netcapaciteit nodig is. TLN zou graag willen zien dat gemeente Emmen zich hard gaat maken voor een clean energy hub in de buurt van de A37 waarbij er voldoende ruimte is voor truckparking. Als hierop nu niet wordt doorgepakt is er over 10 jaar een grote uitdaging om de vrachtwagens in 2040 voldoende te kunnen voorzien van stroom.

Op pagina 36 wordt er gesproken over milieuvriendelijk stadsdistributie. Hierbij kunnen we denken aan het toegang verlenen van alleen maar kleinere bestel- of vrachtwagens. Het grote risico dat hierachter schuil gaat is dat dit alsnog meer verkeersbewegingen oplevert en dat dit de verkeersveiligheid en de duurzaamheid niet ten goede komt. Graag blijven wij met de gemeente Emmen in gesprek, zodat wij gezamenlijk kunnen kijken hoe de winkels en de horeca in het centrum van Emmen op een toekomstbestendige manier bevoorraad kunnen blijven worden. Mocht u hierover vragen hebben dan ben ik bereid deze uiteraard te beantwoorden.

25

Zienswijze 5: ProRail (zienswijze op Ontwerp-Omgevingsvisie 2040)

26

27

28

29

Zienswijze 6: GGD Drenthe

30

31

Zienswijze 7: Gemeente Borger-Odoorn

32

33

34

Zienswijze 8: OV-bureau Groningen – Drenthe

35

36

37

Zienswijze 9: Staatsbosbeheer (zienswijze op Ontwerp-Omgevingsvisie 2040)

38

39

Zienswijze 10: Provincie Drenthe (zienswijze op Ontwerp-Omgevingsvisie 2040)

40

41

42

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=7b96a292-aaaf-4078-aeb7-5be22a5926bb