CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwerpbeschikking omgevingsvergunning uitgebreid-besluit

Commissie Wonen en Ruimte 11 september 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Ontwerp-VVGB Ericasestraat 31 te Erica (224290-2023)3.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ONTWERP OMGEVINGSVERGUNNING Wij hebben op 13 januari 2021 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het toevoegen van loonwerk- en grondverzetsactiviteiten aan de agrarische bestemming en het plaatsen van reclame met de volgende activiteiten: De aanvraag gaat over Ericasestraat 31 te Erica, kadastraal bekend gemeente Emmen, sectie AG, nummers 1865 en 2096 en staat bij ons geregistreerd onder zaak 13305-2021. De aanvraag is ingediend door dhr. T.F.A. Luttikhold, juridisch adviseur omgevingsrecht van Cumela advies gevestigd aan de Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ, te Nijkerk. Namens dhr. J. Kamst en zijn Loon- en Grondverzet Bedrijf, gevestigd aan de Ericasestraat 31, 7887 GA, te Erica.

Het college van burgemeester en wethouders, gelet op: • dat de aanvraag is afgehandeld overeenkomstig de bepalingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb); • dat de uitgebreide procedure als bedoeld in artikel 3.10 en verder van de Wabo is gevoerd; • dat het toevoegen van de gewenste activiteiten onder voorwaarden genoemd in de alinea ‘voorwaardelijke verplichtingen’, ruimtelijk aanvaardbaar zijn bovenop de toegestane activiteiten geboden in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’; • dat er een verklaring van geen bedenkingen wordt gevraagd aan de gemeenteraad; • dat er op basis van artikel 2.22 Wabo voorschriften aan de vergunning zijn verbonden.

Ontwerpbesluit Een omgevingsvergunning te verlenen voor de volgende activiteiten: • het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (het toevoegen van beperkte loonwerk- en grondverzetsactiviteiten); • het bouwen van een bouwwerk (reclamebord) • het aanbrengen van handelsreclame op of aan een onroerende zaak (reclamebord);

overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlagen. Emmen, XX-XX-XXXX

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Emmen, namens dezen, senior medewerker Vergunningen Leefomgeving,

de heer Deze brief is elektronisch gemaakt en daarom staat er geen handtekening onder.

Gemeente Emmen, 13305-2021:325809 blad 2-8

Bijlage Omgevingsvergunning zaak 13305-2021 Gewaarmerkte stukken De volgende documenten maken deel uit van de vergunning: - I-13305-2021:124158, Afwijken bestemmingsplan Ericasestraat 31 (d.d 13 januari 2021) - 13305-2021:324529, Tekening_foto_reclame_pdf (geen datum) - 13305-2021:639686, 13305-2021_Rapport voortoets stikstof (maart 2023) - 13305-2021:649582, 13305-2021_Begeleidend schrijven ruimtelijke onderbouwing en verantwoording milieuaspecten (april 2023) - 13305-2021:932050, 13305-2021_Rapport AERIUS projectberekening (d.d. 23 maart 2023) - 13305-2021:140951, 13305-2021_Tekening situatie terreinindeling (d.d. 21 december 2022) - 13305-2021:873304, 13305-2021_Rapport akoestisch onderzoek (d.d. 21 maart 2023) Volledigheid Wij hebben aan de hand van de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor) bekeken of de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van het bouwplan op de fysieke leefomgeving. Er is gebleken dat een aantal gegevens ontbrak. Op grond van artikel 4.5 lid 1 van de Awb is de gemachtigde op 11 februari 2021 in de gelegenheid gesteld binnen 4 weken de aanvraag aan te vullen. Op 13 april 2022 is nogmaals om aanvulling gevraagd. Op 21 april 2022 is gevraagd om uitstel voor de aanvullende gegevens tot 27 mei 2022. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 18 mei 2022.

De aanvraag is met de aanvullende gegevens volledig en in behandeling genomen. Hierdoor is de wettelijke procedure opgeschort met 74 dagen. Beslistermijn verlengd Wij kunnen de beslistermijn verlengen met maximaal 6 weken. Dit is bepaald in artikel 3.12 lid 8 van de Wabo. Op 26 maart 2021 hebben wij de beslistermijn verlengd met 6 weken. Overwegingen Bij het nemen van het besluit hebben wij het volgende overwogen: De activiteit ‘het bouwen van een bouwwerk’ Het reclamebord betreft een bouwwerk. Bij de toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘het bouwen van een bouwwerk’ spelen de weigeringsgronden uit artikel 2.10 Wabo een rol. Indien geen van deze weigeringsgronden aanwezig is, moeten wij de gevraagde vergunning verlenen. Hieronder gaan wij nader in op de afzonderlijke weigeringsgronden: a. Bouwbesluit 2012 Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat het project voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. b. Bouwverordening Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat het project voldoet aan de bepalingen van de Bouwverordening. c. Vigerend bestemmingsplan De locatie waar het project wordt uitgevoerd is gelegen in het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ en is voorzien van de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden 1’ (artikel 5 van de planregels).

Het bouwwerk voldoet aan de bepalingen voor ‘andere bouwwerken’ uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’.

Gemeente Emmen, 13305-2021:325809 blad 3-8

d. Redelijke eisen van welstand Het project is door de welstandcommissie getoetst aan de bepalingen van de welstandsnota van de gemeente Emmen. De commissie heeft op 19 juni 2023 positief geadviseerd. Wij nemen dit advies over. Het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onder d van de Wabo. De activiteit ‘het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ Voorts is gevraagd om het toevoegen van loonwerk en grondverzet aan de geldende agrarische bestemming op het perceel. De locatie van het aangevraagde is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ en is voorzien van de bestemming ‘Agrarisch-grondgebonden 1’ (artikel 5 van de planregels). Het door u aangevraagde project is in strijd met de planregels. Uw aanvraag is in strijd met het bestemmingsplan omdat een loonwerkbedrijf bij recht niet is toegestaan binnen de bestemming ‘agrarisch-grondgebonden 1’. Wij hebben beoordeeld of wij een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ op grond van artikel 2.12 van de Wabo kunnen en willen verlenen. Uw project kan worden gerealiseerd als uw project niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De motivering van ons besluit moet een goede ruimtelijke onderbouwing bevatten, als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3 van de Wabo.

Bij beoordeling van het aangevraagde zijn de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. Op de aangevraagde activiteiten wordt hieronder afzonderlijk ingegaan: Het toevoegen van activiteiten ten behoeve van loonwerk en grondverzet Loonwerk- en grondverzetbedrijven boven de 500 vierkante meter worden in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 aangemerkt als milieucategorie 3.1. deze categorie behelst een aanzienlijke (milieu)belasting voor de omgeving. Mede hierdoor zijn er in de gemeente Emmen slechts enkele specifieke plaatsen buiten een industrieterrein aangewezen voor uitvoering van deze activiteiten. Het toevoegen van dergelijke activiteiten aan de Ericasestraat 31 is in beginsel niet ruimtelijk inpasbaar. Onder voorwaarden kan wel medewerking worden verleend aan het stallen van werktuigen, het houden van een loonwerk- en grondverzetsbedrijf op de locatie voor zover het gaat om kleinschalige grondopslag tot 200 m² en maximaal 500 m3.

Voor een uitgebreide beschrijving van de activiteiten zie bijlage 2 (de ruimtelijke onderbouwing, kenmerk: 13305-2021:649582).Hierin is aangetoond dat de activiteiten verenigbaar zijn met het gemeentelijke beleid en een goede ruimtelijke ordening. Afbakening Uit de inleidende regels (1.9) van het bestemmingsplan blijkt voor de bestemming agrarisch bedrijf grondgebonden de volgende definitie: agrarische bedrijvigheid (bedrijfsvoering), zoals akkerbouw, veeteelt en vollegrond tuinbouw die afhankelijk zijn van de groeikracht van de bodem waarop het bedrijf wordt uitgeoefend, uitgezonderd een boomkwekerij. Dit betekent dat er voor uitoefening van het agrarische bedrijf materieel en machines aanwezig mogen zijn. Bij de beoordeling van strijdigheid met het bestemmingsplan is het uitgangspunt dat er niet meer machines en of materieel aanwezig is dan er gezien de werkzaamheden benodigd zijn. Dit is afhankelijk van het seizoen en de aard van de werkzaamheden. Bij de ruimtelijke onderbouwing zit ook een weergave van de machines en voertuigen die er gestald worden voor zowel het agrarische bedrijf als het beoogde loonwerkbedrijf.

Gemeente Emmen, 13305-2021:325809 blad 4-8

Voorwaardelijke verplichtingen ruimtelijke ordening (voorwaarden) Om een goede ruimtelijke ordening te waarborgen zijn er op grond van artikel 2.22 Wabo voorschriften verbonden aan de vergunning. Indien door de aanvrager niet aan de voorwaardelijke verplichtingen wordt voldaan wordt er geacht geen goede ruimtelijke ordening te zijn. Het directe logistieke belang van de aanvrager is de opstal voor de machines in passieve periodes. Voor stalling van machines wordt de loods op het terrein aangewezen en zijn er stallingsplaatsen gevraagd rondom de loods. De hinder zal met name voortkomen uit de verkeersbewegingen van het aanwezige materieel. Om dit te minimaliseren worden de volgende voorschriften aan de vergunning verbonden: • • •

•

• • •

De vervoersbewegingen genoemd in het akoestisch onderzoek (kenmerk: 13305-2021:873304) zijn leidend; De voertuigen ten behoeve van het loonwerk/grondverzetsbedrijf dienen buiten de inrichting te worden bijgetankt; Voertuigen ten behoeve van het loonwerk- en grondverzetsbedrijf mogen uitsluitend worden opgesteld in de machineberging of opstelplaatsen rondom de machineberging als benoemd in figuur 4, blz. 13 (kenmerk: 13305-2021:649582); Voertuigen ten behoeve van het loonwerk- en grondverzetsbedrijf mogen uitsluitend worden opgeslagen op de planlocatie tijdens de zomer- en kerstvakantie (periodes conform vakanties op www.rijksoverheid.nl /onderwerpen/schoolvakanties); Het is uitsluitend toegestaan om zand of grond op te slaan binnen de afmetingen: 200 vierkante meter met maximale hoogte van 2,5 meter en maximaal 500 kubieke meter. Het opgeslagen materiaal betreft slechts grond met klasse natuur-landbouw/achtergrond waarde (AW) op basis van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk); Het is verboden zand ten behoeve van de bedrijfsvoering te verkopen aan particulieren.

Milieuaspecten Het bedrijf dient te voldoen aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit ter bescherming van de leefomgeving (milieu). Deze voorschriften gelden van rechtswege en moeten, voor zover van toepassing worden nageleefd door het bedrijf. Natuur In de Wet natuurbescherming is vastgesteld dat voor elk project een AERIUS berekening uitgevoerd moet worden. Met deze berekening wordt de depositiebijdrage berekend ter plaatse van het Natura 2000-gebied. Voor het aspect stikstofdepositie moet voor het voorgenomen plan zowel de gebruiksfase als de bouwfase in kaart gebracht worden. De onderzoeken moeten alle relevante emissiebronnen bevatten. Deze uitstoot is in kaart gebracht. Hieruit is gebleken dat er geen significante gevolgen zijn voor het Natura-2000 gebied ‘het Bargerveen’. Luchtkwaliteit In Titel 5.2 Wet milieubeheer en de bijbehorende bijlage 2 bij de Wet milieubeheer zijn grens- en richtwaarden gesteld aan de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht op leefniveau, die wij als toetsingscriteria moeten hanteren. Op grond van artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer kan de vergunning worden verleend, als aannemelijk gemaakt kan worden dat de bijdrage aan de concentratie van een stof is ‘niet in betekenende mate' (NIBM).

Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen), aangeduid als Besluit NIBM, legt vast wanneer een project NIBM bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof in de omgevingslucht. Dat is het geval wanneer aannemelijk is, dat het project een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) in de omgevingslucht veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3% van de jaargemiddelde concentratie van die stof (maximaal 1,2 μg/m3) Uit de NIBM berekening blijkt dat het aannemelijk is dat het onderhavig project niet in betekende mate bijdraagt aan een toename van de concentratie van fijn stof en stikstofdioxide in de omgevingslucht.

Gemeente Emmen, 13305-2021:325809 blad 5-8

Bij opslag, laden en lossen van zand kan stof zich verspreiden. Ook zijn De stuifklassen van het opgeslagen zand materiaal is gespecificeerd en is aangegeven is waar en hoeveel er wordt opgeslagen op het perceel. Op grond van artikel 3.32 van het Activiteitenbesluit moeten goederen in de buitenlucht zodanig worden op- of overgeslagen dat: a. Zoveel mogelijk wordt voorkomen dat stofverspreiding optreedt die op een afstand van meer dan 2 meter van de bron met het blote oog waarneembaar is en; b. verontreiniging van de omgeving zoveel mogelijk wordt beperkt. doordat de zand tussen keerwanden wordt opgeslagen en bij droge weersomstandig met harde wind de zand bevochtigd wordt, zal stofhinder in de omgeving worden voorkomen dan wel beperkt. Bodem De wijzigingen betreffen de opslag van schoon zand en de opslag van materieel in de vakantieperiode. De bodemkwaliteit is naar verwachting geschikt voor het voorgenomen gewijzigde gebruik van de locatie. Er vindt geen toename in het bebouwde oppervlakte en verblijfsgebied plaats waardoor nader bodemonderzoek niet noodzakelijk is. Op een klein deel van de locatie is in het verleden bodemonderzoek uitgevoerd (BLGG, kenmerk: A008228/94249, 04-06-1994). Daarbij werden hooguit lichte verontreinigingen aangetroffen.

• Ter plaatse van verblijfsruimtes is – voor zover bekend – nooit sprake geweest van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten. • Op basis van de bodemkwaliteitskaart wordt een bodemkwaliteit verwacht die voldoet aan de klasse ‘wonen’ (westzijde locatie) en ‘landbouw/natuur’ (oostzijde locatie). In het kader van het activiteitenbesluit dient er bij bodembedreigende activiteiten die uitgevoerd gaan worden een nulsituatie onderzoek te worden uitgevoerd. Er is voor het nieuwe loonwerk berdrijf echter geen sprake van toekomstige activiteiten (opslag schoon zand en opslag van materieel) die als bodembedreigend beschouwd worden. Derhalve kan een nulsituatie bodemonderzoek achterwege blijven. De bodembedreigende activiteiten die gaande zijn ten bate van het landbouwbedrijf zijn een continuering van de bedrijfsvoering. Voor alle ter plaatse uitgevoerde bodembedreigende activiteiten wordt uitgegaan van de nulsituatie zoals beschreven op basis van de bodemkwaliteitskaart (klasse ‘wonen’ (westzijde locatie) en ‘landbouw/natuur’ (oostzijde locatie)). Bij beëindiging van bodembedreigende activiteiten dient een eindsituatie bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Dit geldt zowel voor het landbouwbedrijf als voor het loonwerk bedrijf.

Als uit dat eindsituatieonderzoek blijkt dat de bodem (verder) is verontreinigd of aangetast, moet de veroorzaker maatregelen nemen om die verontreiniging te saneren. Geluid Aangetoond moet worden of de inrichting (cumulatief) voor het aspect geluid gelijkwaardig is aan een categorie 2 bedrijf. Hiervoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (besluitstuk kenmerk: 133052021:873304). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat in de representatieve bedrijfssituatie en incidentele bedrijfssituatie 2 voldaan wordt aan het toetsingskader en de inrichting gelijkwaardig is aan een categorie 2 bedrijf. Tijdens de incidentele bedrijfssituatie 1 wordt niet in alle perioden voldaan aan het toetsingskader. Gelet op de soort activiteiten zijn maatregelen (schermen, etc.) redelijkerwijs niet mogelijk. Deze incidentele bedrijfssituatie komt in totaal maximaal 8 keer per jaar voor en is daarmee acceptabel. De indirecte hinder voldoet in alle bedrijfssituaties aan het toetsingskader. Er is voor het aspect geluid sprake van een goede ruimtelijke ordening en er wordt voldaan aan het Activiteitenbesluit. Conclusie Gelet op voorgaande is het college van oordeel dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. De opgenomen voorschriften hebben als doelstelling om aantasting van de te voorkomen dan wel te verminderen.

Gemeente Emmen, 13305-2021:325809 blad 6-8

De activiteit ‘het aanbrengen van handelsreclame op of aan een onroerende zaak’ Bij de toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘het aanbrengen van handelsreclame op of aan een onroerende zaak’ speelt artikel 2.18 van de Wabo een rol. Daarnaast is de Reclameverordening gemeente Emmen 2023 van belang. Hierbij worden ook de criteria uit de ‘welstandsnota gemeente Emmen 2016’ bij de beoordeling betrokken. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: • het bouwplan niet ontsierend is als zodanig en in relatie met de omgeving; • dat de verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht; • dat overlast voor gebruikers of eigenaren van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken wordt voorkomen danwel zoveel mogelijk beperkt wordt; • alleen reclame mogelijk voor diensten of producten die in het pand plaats vinden: respectievelijk verkocht worden; • de reclame moet in evenwicht zijn met de architectuur, de schaal van het pand en de omgeving; • de kwaliteit van het pand en de omgeving moet behouden blijven; • extreem (fel) kleur- en materiaal gebruik is niet toegestaan. De welstandscommissie heeft de voorgestelde reclame op 19 juni 2023 goedgekeurd. De commissie is akkoord omdat er een afbeelding van landbouwwerktuigen wordt afgebeeld, het totaalbeeld hiervan brengt geen fel kleurgebruik met zich mee.

Tevens wordt er voldoende maat gehouden van de weg en de bedrijfswoning. Ook maakt de beperkte hoogte dat het bord een ondergeschikt karakter heeft. Verklaring van geen bedenkingen Op grond van artikel 2.27, lid 1 van de Wabo en artikel 6.5, lid 1 van het Bor moeten wij een aanvraag voor de activiteit ‘gebruik in strijd met het bestemmingsplan’, die uitsluitend vergunbaar is op grond van artikel 2.12, lid 1, onder 30 van de Wabo, voorleggen aan de gemeenteraad. De gemeenteraad geeft vervolgens aan of deze wel of geen bedenkingen heeft tegen het project. De gemeenteraad kan, op grond van artikel 6.5, lid 3 van het Bor, categorieën aanwijzen waarin een verklaring niet is vereist. De gemeenteraad heeft op 28 april 2011 besloten tot het aanwijzen van categorieën van gevallen waarin een verklaring niet is vereist. Het onderhavige project behoort niet tot een aangewezen categorie waardoor in dit geval een verklaring nodig is. Terinzagelegging Het ontwerp ligt gedurende 6 weken ter inzage

Gemeente Emmen, 13305-2021:325809 blad 7-8

Bijlage Rechtsbeschermingmogelijkheden A Zienswijze Gedurende de in de desbetreffende kennisgeving genoemde termijn van 6 weken kan een ieder schriftelijk of mondeling zijn/haar zienswijze over het ontwerp naar voren brengen. Uw schriftelijke zienswijze kunt u indienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, Postbus 30.001, 7800 RA Emmen. Voor het indienen van een mondelinge zienswijze kunt u contact opnemen met de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH). De mondelinge zienswijze wordt schriftelijk vastgelegd. Gezien de administratieve afwikkeling is het wenselijk om uw mondelinge zienswijze een week voor afloop van de termijn kenbaar te maken. De naar voren gebrachte zienswijzen worden bij het besluit gevoegd en mede ter inzage gelegd. Alleen als u nu uw zienswijze naar voren brengt kunt u, mits u tevens belanghebbende bent, in een later stadium in beroep gaan. B Bezwaar Belanghebbenden kunnen tegen een vergunning of een weigering binnen een termijn van 6 weken een schriftelijk en gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, Postbus 30.001, 7800 RA Emmen. De bezwaartermijn begint op de dag na de datum van bekendmaking van het betreffende besluit.

Een bezwaarschrift moet in ieder geval bevatten: • de naam en het adres van de indiener; • dagtekening; • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht inclusief datum en nummer van het genomen besluit; • de gronden (redenen) van het bezwaar; • een vertaling van het bezwaarschrift als deze in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede • behandeling noodzakelijk is; Als het bezwaarschrift niet voldoet aan deze eisen of te laat is ingediend, kan het bezwaar nietontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat het bestuursorgaan niet inhoudelijk op uw bezwaren hoeft in te gaan. Een onafhankelijke commissie zal uw bezwaarschrift behandelen en u horen. Deze commissie brengt na het horen een advies uit aan de het college van burgemeester en wethouders. Het college neemt de beslissing op uw bezwaarschrift. C Beroep Het beroep kan enkel worden ingesteld door belanghebbenden. Aldus kan degene die tijdig zijn/haar zienswijze bij het college van burgemeester en wethouders van gemeente Emmen naar voren heeft gebracht, evenals een belanghebbende aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij/zij geen zienswijze bij het college naar voren heeft gebracht, beroep instellen bij de Rechtbank Noord-Nederland, afdeling bestuursrecht. Voor een beroepschrift gelden dezelfde minimumeisen als voor een bezwaarschrift (zie opsomming onder B).

Voor de indiening van een beroep bent u griffierecht verschuldigd. Het beroepschrift moet schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend bij de Rechtbank NoordNederland, afdeling bestuursrecht, Postbus 150, 9700 AD Groningen.

Gemeente Emmen, 13305-2021:325809 blad 8-8

D Voorlopige voorziening Als u tegen een besluit bezwaar maakt of beroep instelt, heeft dit geen schorsende werking. De besluiten treden in werking op de dag waarop de bezwaar-/beroepstermijn begint, dan wel op de dag na afloop van de bezwaar-/beroepstermijn. Dit betekent dat het genomen besluit mag worden uitgevoerd zolang het college van burgemeester en wethouders op basis van het advies van de onafhankelijke commissie of de Rechtbank Noord-Nederland niet anders heeft beslist. Uitvoering van een besluit kan echter nadelig voor u zijn. Daarom kunt u, zolang er nog geen definitieve uitspraak over uw bezwaar of beroep is, bij afzonderlijke brief een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland, afdeling bestuursrecht, Postbus 150, 9700 AD Groningen. De werking van het besluit wordt dan opgeschort totdat op dit verzoek is beslist. Voor de indiening van een verzoek om een voorlopige voorziening bent u griffierecht verschuldigd. Indien sprake is van een van rechtswege verleende vergunning kan een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend om juist de opschortende werking van een bezwaarschrift te beëindigen. E Inwerkingtreding De hoofdregel is dat de vergunning, in werking treedt een dag na haar bekendmaking. Er is een aantal uitzonderingen op deze hoofdregel.

1 De omgevingsvergunning voor de activiteiten: • het ‘uitvoeren van een werk’; • het ‘slopen van een bouwwerk’; • het ‘slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- en dorpsgezicht’; • het ‘slopen van een monument’; • het ‘vellen van een houtopstand’; • en die tot stand is gekomen via de reguliere procedure treedt pas in werking na afloop van de bezwaartermijn (ofwel zes weken na de bekendmaking). 2 De omgevingsvergunning die tot stand is gekomen met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure, treedt altijd in werking na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepsschrift (ofwel zes weken na de dag waarop de terinzagelegging is aangevangen). 3 De omgevingsvergunning die van rechtswege is verleend, treedt pas in werking na afloop van de bezwaartermijn (ofwel zes weken na de bekendmaking) of, indien bezwaar is gemaakt, nadat op dit bezwaar is beslist. Wanneer gedurende de genoemde termijnen bij de bevoegde rechter een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. In het laatstgenoemde geval kan de vergunninghouder de voorzieningenrechter van de rechtbank verzoeken de opschorting op te heffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=6196e62f-55c2-4be2-a5ea-577f8404c53d