CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente EmmenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplannen voor Geluidzonering en Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer42.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan

Bargermeer. Voor het GVP Bargermeer zijn de beoordelingspunten aangepast ten opzichte van het Wet geluidhinder onderzoek Bargermeer. Er zijn nieuwe punten opgenomen op de voorgestelde nieuwe zonegrens en de punten ter plaatse van woningen zijn waar nodig gewijzigd. In het gebied dat binnen de zone komt te liggen zijn nieuwe beoordelingspunten toegevoegd. De punten die buiten de zone komen te liggen alsook de punten en beoordelingshoogten die niet (meer) maatgevend bleken te zijn, zijn verwijderd. Het model bij het Wet geluidhinder onderzoek Bargermeer is al voorbereid op het onderscheid tussen geluidbudget- en kavelreservebronnen in het geluidverdeelmodel. Beoordelingspunten In het model zijn beoordelingspunten (toetspunten) opgenomen ter plaatse van maatgevende woningen, veelal ter plaatse van de eerstelijns bebouwing, maar soms ook daarachter en op de 50 dB(A) zonegrens. De beoordelingshoogte is overeenkomstig de op grond het bestemmingsplan toegelaten bouwhoogte: hieruit resulteert voor de meeste woningen een beoordelingshoogte van 5 m en voor bungalows van 1.5 m. Meestal geldt: hoe groter de hoogte, hoe hoger de geluidbelasting. Ter plaatse van flats is de hoogste werkelijke hoogte (bovenste verdieping) opgenomen.

Uitgangspunt invulling Bargermeer in geluidverdeelplan Het uitgangspunt voor het GVP is om zo goed mogelijk aan te sluiten bij: de vergunde geluidproductie van de bestaande bedrijven (gebieden waarin bedrijven zijn gevestigd die nu al veel ruimte vergund hebben, krijgen meer geluidruimte toebedeeld); de verwachte geluidproductie van uitbreiding van bestaande en vestiging van toekomstige bedrijven; de geluidruimte die beschikbaar is binnen de bestaande grenswaarden. Mede door te zorgen voor een efficiënte en optimale geluidruimteverdeling, wordt bevorderd dat er voldoende geluidruimte beschikbaar blijft voor bedrijven die dat nodig hebben. Een dergelijke efficiënte en optimale geluid-ruimteverdeling wordt verkregen door: de geluidbudgetten zo over de kavels te verdelen, dat deze de ruimte binnen de Wgh grenswaarden optimaal benutten; te zorgen voor flexibiliteit door het creëren van reserveruimte; rekening te houden met de gebruikte geluidsruimte en de nog beschikbare geluidsruimte op een kavel bij toetsing nieuwe initiatieven of wijzigingen van activiteiten op een kavel. Het GVP Bargermeer gaat uit van de geluidruimte die beschikbaar is binnen de Wgh grenswaarden zoals zij op dit moment gelden dan wel via het Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer en het daarbij behorende hogere waardenbesluit worden vastgesteld.

Zoals aangegeven, wordt met dat plan de zone gewijzigd en worden voor een aantal woningen de grenswaarden op woningen gewijzigd. Via het begrip "reserve" is vastgelegd welke afwijkende waarden voor de nachtperiode worden gehanteerd. Gehanteerde reservebronnen De reserve is ruimtelijk verdeeld door op alle geluidkavels naast de standaard geluidbudgetbronnen en vergund grotere geluidbudgetbronnen rekening te houden met een deel van de reserve. Deze kavelreserve is het verschil tussen het standaard geluidbudget en de basisgeluidruimte uit het Wet geluidhinder onderzoek Bargermeer. De standaard geluidbudgetten, de kavelreserves en de basisgeluidruimten zijn per gebied aangegeven in Bijlage 1 Geluidverdeelplan. De bronkenmerken van de reservebronnen zijn gelijk aan die van de standaard geluidbudgetbronnen. De bedrijfsgegevens per geluidkavel zijn aangegeven het GVP. Wanneer de vergunde ruimte op een geluidkavel groter is dan het standaard geluidbudget, is de kavelreservebron navenant kleiner omdat de gebruikte geluidsruimte op de kavel - bepaald per m2 - hoger is dan het standaardbudget per m2. Is de vergunde ruimte groter dan de basisgeluidruimte, dan is de kavelreservebron nihil.

bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" (vastgesteld) 19

4.3

Verdeling en beheer van geluidsruimte

Voor het bedrijventerrein is op basis van een aantal randvoorwaarden een akoestische indeling gemaakt. Dit is gedaan met de uitgangspunten dat het bedrijventerrein gebruikt moet kunnen worden voor de huidige en toekomstige bedrijven en dat de geluidsgevoelige bestemmingen in de omgeving van het industrieterrein de nodige bescherming krijgen. De geluidbelasting op de toetspunten op de zone mag niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Aan elk perceel op Bargermeer is een geluidbudget toegekend, de voor het perceel minimaal beschikbare geluidruimte. De verdeling en het beheer van de geluidsruimte wordt in dit bestemmingsplan vastgesteld door het geluidverdeelplan als beleidsregel te koppelen. De gekozen indeling van de geluidsruimte voor de bedrijven is getoetst aan het geluid dat de bedrijven nu al op het bedrijventerrein aanwezige bedrijven veroorzaken. Voor de kavels is de geluidsreservering toegepast. De verkaveling van het bedrijventerrein is weergegeven als bijlage van het Geluidverdeelplan. Die geluidsverkaveling is als ruimtelijk relevante regeling als beleidsregel gekoppeld aan deze verordening en in dit bestemmingsplan uitgewerkt in een aparte gebiedsaanduiding: 'Milieuzone geluidzonebeheer'. Bij de invulling van de kavels zal dan nadrukkelijk moeten worden gekeken naar de optredende geluidsbelastingen.

Verwezen wordt naar Bijlage 1 Geluidverdeelplan en Bijlage 2 Standaard geluidbudgettenkaart. De 50 dB(A)- contour die hoort bij de akoestische verkaveling en de ligging van de geluidszone is in Bijlage 4 Wet geluidhinder onderzoek Bargermeer weergegeven en het Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer, dossiernummer NL.IMRO.0114.2021046-), als vastgesteld op @. 4.3.1

Beoordelingspunten, berekening emissiekengetal en toetsingsmarge

In het Wet geluidhinder onderzoek Bargermeer is een beschrijving opgenomen van het akoestisch model. Dit is ook het model dat als basis is aangehouden voor het geluidverdeelplan. Dat model is al voorbereid op het onderscheid tussen kavelbudget- en kavelreservebronnen. Voor de vaststelling van het GVP Bargermeer zijn ten opzichte van het Wet geluidhinder onderzoek Bargermeer nieuwe punten op de zonegrens gekozen. Ook toetspunten op woningen zijn gewijzigd: de punten die buiten de zone kwamen te vallen zijn verwijderd, punten of beoordelingshoogten die niet (meer) maatgevend bleken te zijn verwijderd, bij de vergrote zonegrens aan de zuidzijde zijn punten toegevoegd en de grenswaarde van een aantal punten is gewijzigd in de vast te stellen hogere waarde. De beoordelingspunten liggen vast in het geluidverdeelmodel en zijn gespecificeerd in het Bijlage 1 Geluidverdeelplan. De ligging van de beoordelingspunten en de manier waarop het emissiekengetal van de vergunde geluidruimte wordt berekend, is beschreven in dit geluidverdeelplan. 4.3.2

Geluidverdeelsystematiek

Op elke geluidkavel is een standaard geluidbudget gelegd. Samen omvatten de geluidkavels het totale oppervlak met een standaard geluidbudget binnen het GVP Bargermeer. De kern van de definitie is dat de geluidkavel het oppervlak voor de activiteiten omvat. De grenzen van een geluidkavel kúnnen overeenkomen met een kadastrale kavel of met de grens van een (actuele) inrichting, maar dat is niet noodzakelijk: een geluidkavel kan ook een déél daarvan zijn of worden gevormd door meerdere ervan of een geheel andere begrenzing hebben. De geluidkavels van de bestaande bedrijven sluiten bij het in werking treden van het plan in de meeste gevallen aan bij het kadastrale oppervlak. In enkele gevallen zal dat groter kunnen kan zijn dan het voor de activiteiten gebruikte oppervlak. Het geluidoppervlak kan als gevolg van een mutatie kleiner worden. In die gevallen dient op het overige perceelgedeelte een standaard geluidbudget te worden teruggelegd. Geluidkavels liggen vast. Een bedrijf kan in de praktijk voor zijn activiteiten gebruik maken van precies één hele geluidkavel, maar ook van een deel daarvan of van meerdere geluidkavels. Met de activiteiten wordt bedoeld de activiteiten conform de vergunning of melding. Het betreft naast de hoofd- ook de secundaire activiteiten van de inrichting. 20 Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan

4.3.3

Geluidbudgetten

Het standaard geluidbudget is een geluidemissie van een standaard geluidbron volgens vaste kenmerken zoals bronhoogte en geluidspectrum gelijkmatig verdeeld over het oppervlak van de geluidkavel. Het is evenredig met de grootte van de kavel en wordt daarom uitgedrukt in een geluidsvermogenniveau LW in dB(A)/m². Alleen voor de geluidkavels van het GETEC Park waarop zich bij het in werking treden van het plan een bedrijf bevindt, is het standaard geluidbudget op een andere manier opgebouwd, namelijk door middel van bronnen en reflecterende en afschermende objecten, dus op de manier waarop ook een vergund groter geluidbudget is opgebouwd. De geluidkavels en het daaraan toegekende standaard geluidbudget zijn opgenomen in Bijlage 2 Standaard geluidbudgettenkaart. Zij zijn daarmee geborgd binnen het plan. Een vergund groter geluidbudget wordt gevormd door de aanwezige of toekomstige geluidsbronnen en reflecterende en afschermende bebouwing binnen de geluidkavel. Dit vergund groter geluidbudget kan dus in elke richting verschillend van grootte zijn. Van een vergund groter geluidbudget kan sprake zijn in één of meer etmaalperioden. Van een vergund groter geluidbudget op het moment van het in werking treden van het plan kan enkel sprake zijn op basis van geluidvoorschriften in een omgevingsvergunning dan wel maatwerkvoorschriften.

Als de geluidruimte op grond van de standaard geluidvoorschriften van het Abm groter is dan het standaard geluidbudget, dan wordt dit wordt in het kader van het GVP Bargermeer niet beschouwd als een vergund groter geluidbudget. Dit is in overeenstemming met de specifieke gebruiksregels van het plan. Het gebruikt geluidbudget is het geluidbudget dat behoort tot het gebruikt kaveloppervlak. Als het gebruikt kaveloppervlak niet precies gelijk is aan een geluidkavel, wordt het gebruikt geluidbudget gevormd door een deel of een optelsom van de budgetten van de geluidkavels. Dit heeft als consequentie dat ook het uitsluitend veranderen van het gebruikt kaveloppervlak een te toetsen mutatie is in de zin van dit GVP Bargermeer. Met het oog op verkleining of vergroting van het gebruikt kaveloppervlak, splitsing of samenvoeging van activiteiten of inrichtingen zijn regels opgenomen over de verdeling van het gebruikt geluidbudget. Bij splitsing dient op elk zelfstandig deel van de geluidkavel dan wel van de gebruikte geluidkavel ten minste het standaard geluidbudget te blijven liggen. De geluidbudgetten vormen een recht: de geluidruimte binnen geluidbudgetten zijn in het plan bij recht beschikbaar. Het geluidbudget is de hoeveelheid geluid die vanaf een geluidkavel mag worden geëmitteerd. Het geluidbudget is onafhankelijk van reflecterende en afschermende bebouwing rondom de geluidkavel.

Het is een “standaard” geluidbudget: een geluidbron met vaste, standaard kenmerken op elke m² van de geluidkavel (met uitzondering van het GETEC Park). Bij een toetsing worden de standaard geluidbudgetten gerespecteerd: hoeveel geluidruimte er ook op andere kavels op het industrieterrein wordt toegestaan, dit tast de geluidbudgetten niet aan. Dit is via de planregels geborgd. Een geluidbudget blijft gedurende de werkingsduur van het geluidverdeelplan altijd beschikbaar. Hiervan kan gebruik worden gemaakt door de eigenaar/grondbeheerder van de geluidkavel en het ter plaatse gevestigde of te vestigen bedrijf. Als deze (een deel van) de geluidkavel koopt of verkoopt, koopt of verkoopt deze daarmee ook automatisch het daarop rustende geluidbudget. Bij het in werking treden van het geluidverdeelplan is op een aantal geluidkavels een bedrijf aanwezig met een vergunde geluidruimte die groter is dan het geluidbudget. Op deze geluidkavels geldt een “vergund grotere geluidruimte” conform de vergunning. Wanneer een bedrijf meer ruimte nodig heeft, kan dit worden toegestaan. Er ontstaat dan een vergund grotere geluidruimte, of het al aanwezige vergund grotere geluidruimte wordt nog groter. Wanneer een bedrijf in een vergunning minder ruimte aanvraagt en vergund krijgt, neemt de vergund grotere geluidruimte af.

De vergund grotere geluidruimte kan worden verlaagd, onder andere bij de revisie van de vergunning. Wij hebben hiermee een mogelijkheid om – met in achtnemeing van deze procedures - na te gaan of het bedrijf de vergund grotere geluidruimte nog nodig heeft en die zo nodig aan te (laten)

bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" (vastgesteld) 21

passen. Wanneer zich op de geluidkavel een ander bedrijf vestigt dat geheel andere activiteiten gaat uitvoeren waarop de geldende vergunning niet ziet, vervalt de vergund grotere geluidruimte en gaat op de geluidkavel het geluidbudget gelden.

22 Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting en uitvoerbaarheid

Juridische toelichting

Thematische herziening Dit Facetbestemmingsplan is een thematische herziening van de beheersverordening “Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein”, vastgesteld 4 juli 2013 en heeft geen betrekking op andere plannen, verordeningen en regelingen binnen het plangebied. De thematische herziening heeft uitsluitend betrekking op de verdeling van de geluidsruimte binnen de grenzen van het gezoneerde industrieterrein. De herziening is thematisch, omdat er voor een specifiek onderwerp een regeling wordt vervangen dan wel wordt aangevuld met een beleidsregel en voor het overige de beheersverordening in stand blijft. De herziening is dus niet rechtstreeks verwerkt in de beheersverordening “Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein”. Ten aanzien van het onderwerp dat een thematische bestemmingsplan regelt, in dit geval de geluidsverdeling, komen de regels ten aanzien van dat onderwerp in de onderliggende beheersverordening te vervallen. Dit op grond van de algemene rechtsregel, dat een latere wet boven een eerdere wet gaat. 5.1.1

Juridische regeling

In de beheersverordening is de bestaande situatie verbeeld door middel van het besluitvlak 'bestaand'. Hiermee is de bestaande situatie vastgelegd. De feitelijk aanwezige bebouwing en het feitelijk aanwezige gebruik vallen hieronder. Maar ook de nog onbebouwde gronden vallen onder de bestaande situatie. Dit betekent dat de gronden bebouwd mogen worden conform de regels van de huidige beheersverordening “Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein” (NL.IMRO.0114.2013005-0701), zoals vastgesteld in 2013. In de beheersverordening is de bestaande situatie vastgelegd door middel van een besluitgebied. Het begrip "bestaand" is gedefinieerd in de begripsbepalingen van de regels en de bestaande functies zijn overgenomen in besluitsubvlakken. De beheersverordening maakt onderscheid in bouwregels en gebruiksregels. Hierbij is aangesloten op de planologische mogelijkheden van de eerder geldende bestemmingsplannen in dit gebied (van voor 2013). Gezoneerd Industrieterrein De kavels behorende bij het bedrijventerrein zijn door dit facetplan aangewezen met de aanduiding 'Milieuzone - geluidzonebeheer'. Deze gronden vormen het gezoneerd industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder.

Deze gronden zijn mede bedoeld voor het veiligstellen van de totale beschikbare geluidsruimte op het industrieterrein, op de van toepassing zijnde milieucategorieën afgestemde verdeling van de geluidsruimte over de kavels door uitvoering te geven aan het geluidverdeelplan, het garanderen, het beheer door de gemeente van een algemene geluidsruimte, dat niet betrokken is bij de verdeling over de kavels en een efficiënt gebruik van de totale beschikbare geluidsruimte. Deze geluidsruimte is per kavel in de vorm van maximale geluidsimmissiewaarden voor de dag-, avond- en nachtperiode op de toetspunten van de geluidszone en de woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld aangegeven. Bij de invulling van de kavels is gekeken naar de optredende geluidsbelastingen. De 50 dB(A)- contour die hoort bij de akoestische verkaveling en de ligging van de geluidszone is in Bijlage 4 Wet geluidhinder onderzoek Bargermeer en het bijbehorende Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (dossiernummer NL.IMRO.0114.2021046-, als vastgesteld op @) weergegeven. Voor het overige blijft het bepaalde in de voorschriften en op de verbeeldingen van de beheersverordening “Emmen, Bargermeer industrie- en bedrijventerrein”, vastgesteld 4 juli 2013 van kracht. Procedure Het bestemmingsplan is als ontwerp 6 weken ter inzage gelegd.

Binnen de termijn van 6 weken kon een ieder schriftelijk of mondeling zijn zienswijze(n) bij de gemeenteraad kenbaar maken. Het concept-ontwerp van dit bestemmingsplan is ter vooroverleg aangeboden aan de ketenpartners, erkende overlegpartners en de bedrijven op het bedrijventerrein, het resultaat van dit vooroverleg is opgenomen in paragraaf 5.2.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid.

bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" (vastgesteld) 23

5.1.2

Inventarisatie

Voor nieuwe en bestaande percelen is de bronsterkte bepaald. In het navolgende wordt beschreven op welke wijze de bronsterkte van bestaande percelen is bepaald. De onbebouwde gedeelten van het industrieterrein zijn ingevuld met toekomst (geluids)bronnen om geluidsruimte te reserveren voor nieuwe inrichtingen die daar gevestigd kunnen worden conform de bestaande bestemming. Toekomstbronnen hebben steeds betrekking op vrijstralende geluidsbronnen op een hoogte van 5 m met het standaard industrielawaaispectrum. De beheersverordening Bargermeer voorziet in een indeling in bedrijfscategorieën volgens de VNG uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 1999. Hierin worden bedrijven beoordeeld op basis van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. Voor ieder aspect wordt per type bedrijf een minimale afstand tot woonbebouwing aangegeven. De hoogste vereiste afstand is bepalend voor de bedrijfscategorie. De volgende akoestische invulling is gehanteerd: Categorie 1: 50 dB(A) (etmaalwaarde) per m2; Categorie 2: 55 dB(A) (etmaalwaarde) per m2; Categorie 3: 60 dB(A) (etmaalwaarde) per m2; Categorie 4: 65 dB(A) (etmaalwaarde) per m2. Per kavel is aan de hand van het oppervlak de bronsterkte van de bijbehorende toekomstbron bepaald. De geluidsuitstraling van de bestaande inrichtingen is gemodelleerd op basis van de vergunde situatie.

Waar mogelijk is gebruikgemaakt van onderliggende vergunningsonderzoeken. Een aantal inrichtingen is relevant geacht voor de geluidsuitstraling van het industrieterrein terwijl geen vergunningsonderzoek beschikbaar is. Van deze inrichtingen zijn de bekende bedrijfsactiviteiten bij de bedrijven geverifieerd en geactualiseerd. Hiertoe zijn geen geluidsmetingen verricht. Geluidsvermogensniveaus voor nieuwe of gewijzigde geluidsbronnen zijn afkomstig uit de geluidsbibliotheek van het NAA. Inrichtingen waarvan geen passend rekenmodel beschikbaar is, worden gemodelleerd op basis van vigerende vergunningen. Voor dergelijke bedrijven is een vervangend geluidsniveauvermogen vastgesteld op basis van de vergunde geluidsniveaus en de bijbehorende plaatsbepaling. Hiervoor is het standaard industrielawaaispectrum aangehouden. Voor inrichtingen die buiten bedrijf zijn en inrichtingen die meldingsplichtig zijn, zijn vervangende geluidsvermogensniveaus vastgesteld op basis van de onderliggende milieucategorisering volgens het bestemmingsplan. Indien voor vervangende geluidsbronnen geen bronhoogte uit de situatie kan worden afgeleid, is deze bepaald op twee derde van de bebouwingshoogte. Met de vastgestelde bronsterkten en de terreingegevens is een rekenmodel opgesteld. Met dit rekenmodel is de geluidsoverdracht van het industrieterrein naar de omgeving berekend.

Het kavelbudget voor elke kavel ligt vast in het geluidverdeelmodel behorend tot dit geluidverdeelplan, opgebouwd in Geomilieu. Het kavelbudget bestaat voor een nog in te vullen kavel uit een emissiebron per m². Voor een geluidskavel bestaat het uit een combinatie van geluidsbronnen, gebouwen, schermen, bodem- en dempingsgebieden en/of een emissiebron per m². De vergunde grotere geluidruimte bij het in werking treden van dit plan ligt voor de betreffende kavels vast in het geluidverdeelmodel. De kavelreserve ligt voor elke kavel vast in het geluidverdeelmodel. Mutaties worden in dit geluidverdeelplan bijgehouden. Elk kavelbudget, elke grotere vergunde geluidruimte en kavelreserve resulteert op enig moment in een immissiewaarde op de beoordelingspunten. 5.1.3

Beleidsregels Geluidverdeelplan Bargermeer

In Bijlage 1 Geluidverdeelplan Bargermeer zijn de beleidsregels opgenomen, deze zijn ook als zodanig verwerkt in de regels van dit bestemmingsplan. In het Geluidverdeelplan is ook een algemene toelichting gegeven op deze beleidsregels alsmede een artikelsgewijze toelichting op deze beleidsregels. In Bijlage 2 Standaard geluidbudgettenkaart worden de geluidbudgetten per kavel weergegeven.

24 Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan

5.2

Uitvoerbaarheid

5.2.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan voorziet niet in ingrijpende veranderingen waarbij particuliere belangen geschaad zouden kunnen worden. De situatie uit de geldende beheersverordening wordt voortgezet. Het plan is in vooroverleg voorgelegd aan de RUD (c.q. Omgevingsdienst Drenthe), VRD, Provincie Drenthe, de omliggende EOP's (Angelslo, Bargeres, Bargermeer/Meerveld, Centrum Emmen, Nieuw-Dordrecht, Oranjedorp, Zuidbarge, Barger-Oosterveld en Noordbarge) en Ondernemend Emmen. Zowel de provincie als de VRD gaven aan geen opmerkingen te hebben over het concept-ontwerp. De RUD onderschrijft dat in het geluidzoneringsonderzoek is nagegaan waar de (vergunde) geluidruimte van bedrijven en kavels kan worden beperkt. De RUD onderkent ook dat uit het onderzoek blijkt dat hiermee niet alle knelpunten worden opgelost; dit zou de aanwezige en gewenste bedrijvigheid op Bargermeer onmogelijk maken. Voor een aantal woningen zal daarom een hogere waarde voor de geluidbelasting van het industrieterrein moeten worden vastgesteld en moet de zone aan de zuidzijde worden vergroot. Daarentegen kan de zone aan de noordzijde enigszins worden verkleind. De RUD adviseert in de toelichting alleen de aanleiding, het doel en de conclusie te vermelden, en voor de inhoud (uitgangspunten en uitkomsten) naar de betreffende onderzoeken te verwijzen.

Hiermee wordt voorkomen dat er door andere bewoording verschillen in interpretatie ontstaan. De ontwerpbestemmingsplannen en het ontwerpbesluit hogere grenswaarden met bijbehorende stukken hebben van 15 december 2023 tot en met 25 januari 2024 voor eenieder ter inzage gelegen en is gestuurd naar de overlegpartners. Op 10 en 11 januari 2024 hebben we inloopavonden gehouden voor omwonenden die bij de Hgw-procedure zijn betrokken. Ook hebben we diverse informatiemomenten voor de bedrijven op Bargermeer en overlegpartners en ketenpartners georganiseerd in het voortraject. De indieners van de vooroverlegreacties en adviezen zijn rechtstreeks geïnformeerd en hebben de gemeentelijke beantwoording over het vooroverleg rechtstreeks ontvangen. Er zijn binnen de termijn van terinzagelegging 13 zienswijzen binnengekomen op het ontwerp Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (NL.IMRO.0114.2023035-B501) en het ontwerp Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer (NL.IMRO.0114.2021046B501) en het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde. Uit deze zienswijzen zijn 51 vragen of opmerkingen gedestilleerd en beantwoord in het zienswijzenverslag. Voor zover een vraag of opmerking in een andere zienswijze ook aan de orde, is in dit document het antwoord op deze zienswijzen waar mogelijk samengevoegd. Zie voor het verslag bijlage .....

Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen hoeft het bestemmingsplan niet gewijzigd te worden vastgesteld. Wel hebben wij het GVP geactualiseerd en de regels wat aangescherpt en verduidelijkt (ambtshalve) naar aanleiding van bevindingen met andere GVP's. Vanwege de aanscherping van de regels en de begrippen van dit bestemmingsplan is deze ter gewijzigde vaststelling ten opzichte van het ontwerp aan de gemeenteraad voorgelegd. 5.2.2

Grondexploitatie en economische uitvoerbaarheid

Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wro en het Bro beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten van een planologisch ontwikkeling door middel van een exploitatieplan of met een exploitatieovereenkomst. Het is echter niet mogelijk een exploitatieplan te koppelen aan dit facetplan. Aangezien de beheersverordening het bestaande gebruik regelt, zijn aan de uitvoering hiervan ook geen kosten verbonden die ten laste komen van de gemeente. Bovendien biedt dit facetplan geen mogelijkheid voor nieuwe bouwplannen. Kostenverhaal is alleen bij nieuwe voor bouwplannen mogelijk. Om deze reden is ook het weergeven van de economische uitvoerbaarheid ten behoeve van de inzet van gemeentelijke middelen niet relevant.

bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" (vastgesteld) 25

26 Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" (vastgesteld) 27

Bijlage 1 Geluidverdeelplan

28 Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan

GELUIDVERDEELPLAN INDUSTRIETERREIN BARGERMEER EMMEN Beleidsregel

GELUIDVERDEELPLAN INDUSTRIETERREIN BARGERMEER EMMEN Beleidsregel

Noorderstaete 26 9402 XB Assen

Opdrachtgever

Gemeente Emmen Raadhuisplein 1 7811 AP Emmen

Contactpersoon

de heer B. Derksen

Via

RUD Drenthe Westerbrink 1 9405 BJ Assen

Contactpersoon

de heer C.N. de Boer

Uitgevoerd door

Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV

Behandeld door

J.P. Dwarshuis

Datum

7 december 2023

Kenmerk

6365-GVP/NAA/jd/ft/8

(0592) Postbus 340339 630 naa@naa.nl 9400 AH Assen www.naa.nl

(0592) 340 630 naa@naa.nl www.naa.nl

iban btw kvk

NL41 RABO 0382 8383 35 NL006719028B01 04029676

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding ..................................................................................................................................................................... 3

2

Beleidsregels ............................................................................................................................................................. 5 2.1 Begrippen 5 2.2 Toepassingsgebied 6 2.3 Toetsing aan de gebruiksregels 6 2.4 Beoordeling bij afwijking van de gebruiksregels 7 2.5 Toetsingsprocedure 8 2.6 Monitoring en evaluatie 9

3

Algemene toelichting op de beleidsregels ............................................................................................................. 10 3.1 Doel van het geluidverdeelplan 10 3.2 Geluidverdeelsystematiek in hoofdlijnen 10

4

Artikelsgewijze toelichting op de beleidsregels ..................................................................................................... 13 4.1 Begrippen 13 4.2 Toepassingsgebied 15 4.3 Toetsing aan de gebruiksregels 15 4.4 Beoordeling bij afwijken van de gebruiksregels 17 4.5 Toetsingsprocedure 18 4.6 Monitoring en evaluatie 18

5

Geluidbudgetten ..................................................................................................................................................... 19 5.1 Standaard geluidbudgetten 19 5.2 Vergund grotere geluidbudgetten 20

6

Inputgegevens geluidverdeelmodel ....................................................................................................................... 21 6.1 Beoordelingspunten 21 6.2 Uitgangspunt totale geluidruimte 21 6.3 Gehanteerde reservebronnen 21 6.4 Geluidverdeelmodel 22

BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Standaard geluidbudgettenkaart Vergund grotere geluidbudgettenkaart Gemeld grotere geluidruimtekaart Bepaling gebruikt geluidbudget Bepaling toetsingsmarge Ligging beoordelingspunten Bronkenmerken standaard geluidbudgetbronnen Berekeningswijze emissiekengetal vergunde geluidruimte Bedrijfsgegevens per geluidkavel Grafische weergaven geluidverdeelmodel Invoergegevens geluidverdeelmodel

7 december 2023 | 6365-GVP/NAA/jd/ft/8

.

Blad 2 van 22

1

INLEIDING

Het industrieterrein Bargermeer is een industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Rond het terrein is op grond van hoofdstuk V van de Wet geluidhinder (Wgh) een zone vastgesteld, waarbuiten de geluidbelasting vanwege het terrein niet meer mag bedragen dan 50 dB(A). Voor woningen binnen de zone zijn daarbij hogere grenswaarden vastgesteld. Via het “Facetbestemmingsplan Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer” (hierna: facetbestemmingsplan geluidzonering Bargermeer) wordt deze zone overigens gewijzigd en worden voor een aantal woningen de grenswaarden op woningen gewijzigd. Voor dat plan is een “Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder” uitgevoerd. Hiervan is verslag gedaan in het rapport met kenmerk 6365-BP/NAA/jd/ft/8 d.d. 17 april 2023 (hierna: Wet geluidhinder onderzoek Bargermeer). Daarin is het industriegeluidmodel beschreven en is de benodigde geluidruimte voor het industrieterrein aangegeven. Deze grenswaarden moeten in acht genomen worden bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor milieuinrichtingen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en bij het vaststellen van maatwerkvoorschriften voor inrichtingen die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm). Wgh bewaakt op deze manier de totale vergunde geluidbelasting van het industrieterrein op de omgeving.

De voor dit industrieterrein beschikbare geluidruimte is beperkt. Het is daarom noodzakelijk om zorgvuldig om te gaan met het uitgeven van geluidruimte. De gemeente Emmen wenst daarom een instrument in handen te hebben om de geluidtoedeling op de verschillende kavels te kunnen sturen. Het voorkomt dat één of meer bedrijven de beschikbare geluidruimte (dan wel meer dan een voor hen evenredig deel) opsouperen. Zo’n instrument geeft zekerheid aan de gemeente dat de overige kavels op het terrein voor het beoogde doel beschikbaar blijven en het geeft zekerheid aan gevestigde bedrijven dat er op hun kavel voldoende geluidruimte beschikbaar blijft. Dit instrument is gevonden in een geluidverdeelplan. Door het Noordelijk Akoestisch Adviesburo B.V. is dan ook in opdracht van de gemeente Emmen een Geluidverdeelplan opgesteld voor het terrein (hierna: GVP Bargermeer). Het GVP Bargermeer wordt verankerd door middel van de regels van het bestemmingsplan “Facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer” (hierna: het facetbestemmingsplan geluidverdeelplan Bargermeer) en door het opnemen van geluidbudgetten op geluidkavels in dat plan. Voorliggend GVP Bargermeer beschrijft de beleidsregels bij de toepassing van de planregels.

De beleidsregels geven  uitleg over de wijze waarop volgens de gebruiksregels aan het geluidbudget wordt getoetst en uitleg over de in het GVP Bargermeer gebruikte begrippen en  uitleg over de manier waarop de gemeente beoordeelt of en onder welke voorwaarden van die gebruiksregels kan worden afgeweken door met een omgevingsvergunning een grotere geluidruimte dan het geluidbudget toe te staan. Het GVP Bargermeer geeft dus de beleidsregels met een toelichting daarop en vormt daarmee voor de toekomst het handvat voor de uitvoering van het beleid dat is verankerd via de planregels, met name voor het afwijken van de gebruiksregels van het plan. Daarnaast gaan deze beleidsregels in op  de procedure volgens welke de geluidtoetsing plaatsvindt en de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de hierbij betrokken partijen en  de manier waarop de gemeente de geluidverdeling monitort en evalueert, inclusief de manier waarop met vergund grotere geluidruimten wordt omgegaan. De beleidsregel kan worden gewijzigd naar aanleiding van gewijzigde inzichten. Daarom verwijzen de genoemde bestemmingsplannen via een dynamische verwijzing naar deze beleidsregel.

Het GVP Bargermeer gaat uit van de geluidruimte die beschikbaar is binnen de geldende Wgh grenswaarden: de buitenste zonegrens en de grenswaarden op woningen in de zone als vastgesteld met het facetbestemmingsplan geluidzonering Bargermeer). Het GVP Bargermeer wijzigt die grenswaarden niet. Voor het wettelijk kader dat van

7 december 2023 | 6365-GVP/NAA/jd/ft/8

.

Blad 3 van 22

toepassing is op de geluidruimte van het industrieterrein wordt verwezen naar dat facetbestemmingsplan met het daarbij behorende Wet geluidhinder onderzoek Bargermeer. Leeswijzer: Hoofdstuk 2 geeft de beleidsregels. Hoofdstuk 3 geeft een algemene toelichting op de beleidsregels en hoofdstuk 4 een artikelsgewijze toelichting. Hoofdstuk 5 specificeert de geluidbudgetten. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de invoergegevens van het geluidverdeelmodel. Opmerkingen: Het GVP Bargermeer reguleert alleen industriegeluid (het geluid afkomstig van gevestigde en nog te vestigen inrichtingen), zoals hoofdstuk V van de Wgh dat definieert en enkele andere activiteiten zoals opslaglocaties voor elektrische energie en zonneparken. Windturbinegeluid valt hier niet onder. Ook regelt het GVP Bargermeer niets ten aanzien van bijvoorbeeld wegverkeersgeluid.

7 december 2023 | 6365-GVP/NAA/jd/ft/8

.

Blad 4 van 22

2

BELEIDSREGELS

2.1

Begrippen

Artikel 1 Begripsbepaling In deze beleidsregel wordt verstaan onder Plan, plangebied, GVP, GETEC Park en overig terrein 1. plan: facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer; 2. plangebied: het plangebied/beheersgebied van het plan; 3. GVP: het Geluidverdeelplan industrieterrein Bargermeer als vervat in het plan; 4. GETEC Park: het GETEC Park zoals weergegeven in bijlage 1; 5. Overig terrein: het plangebied minus het GETEC Park; Activiteiten en vergunning 6. activiteiten: de activiteiten verricht in een inrichting als bedoeld in art. 1.1 lid 3 Wm, alsmede de activiteiten die worden verricht in een inrichting die niet op grond van 1.1. lid 3 Wm is aangewezen, maar wel een relevante geluidemissie kunnen veroorzaken, met uitzondering van windturbines; 7. bestaande activiteiten: de activiteiten zoals aanwezig op het moment van inwerkingtreding van het plan; 8. veranderde activiteiten: de activiteiten na verandering of revisie (bijvoorbeeld na een omgevingsvergunning activiteit milieu voor het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting, al dan niet via revisie); 9. andere activiteiten: geheel andersoortige activiteiten veroorzaakt door een ander bedrijf waarbij de activiteiten van het vorige bedrijf worden beëindigd (bijvoorbeeld na het intrekken van een omgevingsvergunning activiteit milieu); 10. vergunning: Wabo vergunning milieu; 11.

melding: melding op grond van het activiteitenbesluit milieubeheer (Abm); 12. maatwerkvoorschrift: maatwerkvoorschrift op grond van het Abm; Geluidverdeelmodel 13. geluidverdeelmodel: het rekenmodel behorend bij dit GVP. De invoergegevens bij het in werking treden van het plan zijn in hoofdstuk 6 gespecificeerd. Beoordelingspunt 14. beoordelingspunt: rekenpunt waarop de geluidimmissiewaarde wordt berekend en getoetst. De beoordelingspunten zijn gespecificeerd in § 6.1; Geluidkavel 15. geluidkavel: het oppervlak gelegen binnen het plangebied waarop activiteiten worden uitgevoerd of met welke voor de toekomst rekening is gehouden. De geluidkavels zijn gespecificeerd in § 5.1; Geluidbudgetten 16. standaard geluidbudget: de geluidemissiewaarden in dB(A)/m² die aan een geluidkavel zijn toegekend op basis van het geluidverdeelmodel. De standaard geluidbudgetten zijn gespecificeerd in § 5.1; 17. vergund groter geluidbudget: het geluidbudget van een geluidkavel dat groter is dan het standaard geluidbudget conform een geldende vergunning of maatwerkvoorschrift. De vergund grotere geluidbudgetten bij het in werking treden van het plan zijn gespecificeerd in § 5.2. 15. Op basis van enkel een melding kan geen sprake zijn van een vergund grotere geluidbudget bij het in werking treden van het plan; Gebruikte delen geluidoppervlak en geluidbudgetten 18.

gebruikt geluidoppervlak: het deel of de delen van de geluidkavel(s) waarop de activiteiten plaatsvinden; 19. gebruikt geluidbudget: het deel of de delen van het standaard geluidbudget en het vergund groter geluidbudget behorend bij het gebruikt geluidoppervlak zoals bepaald volgens bijlage 4;

7 december 2023 | 6365-GVP/NAA/jd/ft/8

.

Blad 5 van 22

Bedrijfsverzamelgebouw 20. bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw met bijbehorende bedrijfsterrein bedoeld voor meerdere kleine bedrijfjes; de bedrijfsverzamelgebouwen zijn gespecificeerd in bijlage 9 blad 14-15. Mutaties 21. mutatie: elke vergunnings- of meldingsplichtige verandering binnen het plangebied die effect kan hebben op de geluidbelasting vanwege de activiteiten op de beoordelingspunten. Onder mutatie wordt in ieder geval verstaan: het bouwen van een bouwwerk, het oprichten, al dan niet milieu-neutraal veranderen of veranderen van (de werking van) of het in werking hebben van een milieu-inrichting (omgevingsvergunningplichtig voor activiteit milieu), het starten of veranderen van de activiteiten in een meldingsplichtige inrichting, het beëindigen van activiteiten, het slopen van een bouwwerk alsmede het veranderen van het gebruikt geluidoppervlak. Hierbij gaat het uiteraard alleen om legale veranderingen, dat wil zeggen waarvoor de vergunning wordt verkregen c.q. de melding wordt geaccepteerd; Reserve 22.

reserve: op een beoordelingspunt op enig moment het verschil tussen:  de Wet geluidhinder grenswaarde (en in afwijking hiervan op de beoordelingspunten W290, W921 en W292 in de nachtperiode een grenswaarde voor het LAeq van respectievelijk 49, 47 en 47 dB(A)) en  de som van de standaard geluidbudgetten en de vergund grotere geluidbudgetten; Reserve GETEC Park en reserve overig terrein 23. GETEC Park-reserve: op een beoordelingspunt op enig moment de som van de reservebronnen op het GETEC Park; 24. Reserve overig terrein: op een beoordelingspunt op enig moment de som van de reservebronnen op het overig terrein; Toetsingsmarge 25. toetsingsmarge: de bij toetsing toegepaste marge zoals bepaald conform bijlage 5; Bevoegd gezag en zonebeheerder 26. bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen; 27. bevoegd gezag omgevingsvergunning: het college dat bevoegd is om de vergunning te verlenen dan wel de melding af te handelen; 28. zonebeheerder: de akoestisch adviseur die namens het bevoegd gezag de geluidzone beheert en bewaakt.

2.2

Toepassingsgebied

Artikel 2 Toepassingsgebied De beleidsregel is van toepassing op besluiten op aanvragen om vergunningen en meldingen binnen het plangebied ten aanzien van toetsing aan de specifieke gebruiksregels en het afwijken van de gebruiksregels.

2.3

Toetsing aan de gebruiksregels

Deze paragraaf is van toepassing op de toetsing aan de specifieke gebruiksregels onder a van het plan. Artikel 3 Inleiding 1. Alle mutaties worden getoetst. 2. Van een toetsing kan worden afgezien. Dit ter beoordeling van de zonebeheerder. 3. In afwijking van lid 1 worden mutaties binnen een bedrijfsverzamelgebouw niet getoetst. 4. De mutaties worden in het geluidverdeelmodel verwerkt. 5. In het geval een inrichting is gesloten en de vergunning is ingetrokken of een melding van beëindiging van de activiteiten is geaccepteerd, blijven de bedrijfsobjecten van de gesloten inrichting in het geluidverdeelmodel

7 december 2023 | 6365-GVP/NAA/jd/ft/8

.

Blad 6 van 22

gehandhaafd tot het moment waarop voor het slopen dan wel voor andere activiteiten een vergunning is verleend of melding is geaccepteerd. 6. In het geval een inrichting is vergund, maar niet is opgericht, worden bij het intrekken van de vergunning of de acceptatie van de melding van beëindiging van de activiteiten de bedrijfsobjecten uit het geluidverdeelmodel verwijderd. 7. Indien een grotere geluidruimte wordt toegestaan, zullen één of meer reservebronnen zodanig worden verlaagd, dat de totale geluidbelasting van geluidbudgetten en reservebronnen op de beoordelingspunten gelijk blijft. Artikel 4 Vervallen vergund groter geluidbudget Het vergund groter geluidbudget vervalt wanneer op de geluidkavel de vergunning is ingetrokken of de melding van beëindiging van de activiteiten is geaccepteerd. Artikel 5 Wijze van toetsing 1. De gebruikte geluidruimte mag op enig beoordelingspunt niet groter zijn dan (de immissiewaarde resulterend uit) het gebruikt geluidbudget. 2. Er wordt naar gestreefd dat de gebruikte geluidruimte op een aan het gebruikt geluidoppervlak toegevoegd deel waarop géén vergund groter geluidbudget aanwezig is, niet groter is dan (de immissiewaarde resulterend uit) het standaard geluidbudget behorend tot dat toegevoegd deel. 3. De reserve mag op enig beoordelingspunt niet kleiner zijn dan de actuele reserve. 4.

Het gestelde in lid 1 t/m 3 geldt afzonderlijk voor de dag-, avond- en nachtperiode (conform de periode-indeling van de Wet geluidhinder). 5. Bij toepassing van lid 1 t/m 3 wordt de toetsingsmarge gehanteerd, met dien verstande dat het geluidbudget met deze marge wordt verhoogd en de actuele reserve met deze marge wordt verlaagd.

2.4

Beoordeling bij afwijking van de gebruiksregels

Deze paragraaf is van toepassing op het afwijken van de specifieke gebruiksregels van het plan. Artikel 6 Toestaan grotere geluidruimte 1. Voor het toestaan van een grotere geluidruimte moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. uit het advies van de zonebeheerder blijkt dat de reserve niet onevenredig wordt aangetast en b. in de aanvraag is aangetoond dat de extra geluidruimte nodig is ondanks toepassing van de beste beschikbare technieken en eventuele extra maatregelen. 2. Voor het toestaan van een grotere geluidruimte moet daarnaast worden voldaan aan de volgende voorwaarde: voor het toestaan van een grotere geluidruimte op het GETEC Park mag de reserve overig terrein niet wordt aangetast en voor het toestaan van een grotere geluidruimte op het overig terrein mag de GETEC Park reserve niet wordt aangetast. 3. Voor onevenredige aantasting van de reserve spelen factoren als de mate van overschrijding van het standaard geluidbudget, van het vergund groter geluidbudget en van de mate van verkleining van de reserve een rol. 4. Onder eventuele extra maatregelen wordt ook begrepen het toepassen van een qua geluidhinder optimale terreinindeling. Artikel 7 Toestaan verkleining reserve 1. Voor het toestaan van een verkleining van de reserve moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

uit het advies van de zonebeheerder blijkt dat de reserve niet onevenredig wordt aangetast en b. in de aanvraag is aangetoond dat het verkleinen van de reserve niet kan worden voorkomen ondanks toepassing van maatregelen, waaronder een qua geluidhinder optimale terreinindeling. 2. Het bepaalde in Artikel 6 lid 2 en 3 is van overeenkomstige toepassing.

7 december 2023 | 6365-GVP/NAA/jd/ft/8

.

Blad 7 van 22

2.5

Toetsingsprocedure

Artikel 8 Toetsingsprocedure 1. Een bedrijf doet bij het bevoegd gezag een aanvraag om een vergunning. In de aanvraag is een geluidrapport opgenomen. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag bij de zonebeheerder een pré-toets aanvragen. 2. Een bedrijf vraagt vooraf bij de zonebeheerder een knip van het geluidverdeelmodel op, waarmee het geluidrapport wordt opgesteld. De zonebeheerder verstrekt het geluidbudget, de spelregels voor het gebruik van het geluidverdeelmodel en de specifieke eisen die ten behoeve van de toetsing aan het GVP aan de aanvraag en het geluidrapport worden gesteld. Ten minste worden in de aanvraag aangegeven: het gebruikt geluidoppervlak, de gebruikte geluidruimte en de toetsing aan het gebruikt geluidbudget. 3. Het bevoegd gezag omgevingsvergunning toetst de inhoud van het geluidrapport aan de algemene vereisten voor een geluidrapport, of de beste beschikbare technieken zijn toegepast en verifieert of de inhoud in overeenstemming is met de overige delen van de aanvraag. 4. Het bevoegd gezag omgevingsvergunning stuurt het geluidrapport vergezeld van zijn beoordeling van het rapport en de BBT toets voor een toets aan het GVP naar de zonebeheerder. 5. De zonebeheerder toetst het rapport aan de Wgh grenswaarden en aan de regels van het GVP. 6.

Indien de gebruikte geluidruimte voldoet aan de gebruiksregels van het GVP, zendt de zonebeheerder de toetsrapportage naar het bevoegd gezag en naar het bevoegd gezag omgevingsvergunning. Dit geldt dan als advies van het bevoegd gezag aan het bevoegd gezag omgevingsvergunning. 7. Indien de gebruikte geluidruimte niet voldoet aan de gebruiksregels van het GVP maar een afwijking daarvan nodig is: a. ontvangt het bedrijf eerst gelegenheid het geluidrapport aan te passen; b. zendt de zonebeheerder zijn toetsrapportage naar het bevoegd gezag; c. zendt het bevoegd gezag haar advies naar het bevoegd gezag omgevingsvergunning. 8. Het gestelde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het afhandelen van een melding en het stellen van maatwerkvoorschriften. Artikel 9 Bijzondere bepalingen De zonebeheerder kan het bevoegd gezag omgevingsvergunning advies geven ten aanzien van het bij de aanvraag om grotere geluidruimte gevoegde geluidrapport. Indien het geluidrapport hierop niet (voldoende) wordt aangepast, neemt de zonebeheerder zijn advies opnieuw op in zijn toetsrapportage. Artikel 10 Beste beschikbare technieken 1. In het geluidrapport bij de aanvraag of de melding is minimaal het bedrijfsscenario opgenomen dat voldoet aan de beste beschikbare technieken. 2.

Mocht blijken dat door technische ontwikkelingen tegen vergelijkbare kosten een hoger beschermingsniveau bereikt kan worden dan vastgestelde BBT-documenten dan wordt daaraan in het geluidrapport aandacht besteed.

7 december 2023 | 6365-GVP/NAA/jd/ft/8

.

Blad 8 van 22

2.6

Monitoring en evaluatie

Artikel 11 Verkleining vergund groter geluidbudget 1. Het bevoegd gezag omgevingsvergunning verlangt van het bedrijf c.q. de eigenaar of gebruiker van de geluidkavel een onderzoek naar de benodigde geluidruimte met toepassing van de beste beschikbare technieken a. bij de aanvraag om revisie van de vergunning; b. op grond van de evaluatievoorschriften verbonden aan de vergunning; c. op basis van de wettelijke actualisatieplicht van vergunningen op basis van milieuwetgeving, zoals wijziging in de BREF en d. na een verzoek van de zonebeheerder. 2. Het bevoegd gezag omgevingsvergunning zal voor de in lid 1 bedoelde rapportage de volgende termijn stellen in de situaties genoemd onder lid 1: a. bij de aanvraag; b. de in het evaluatievoorschrift genoemde termijn; c. 2 jaar na het ingaan van wettelijke actualisatieplicht; d. 2 jaar na het verzoek. 3. Het bevoegd gezag omgevingsvergunning verstrekt dit onderzoek vergezeld van zijn beoordeling aan de zonebeheerder in de situaties genoemd in lid 1: a. bij de aanvraag; b. t/m d: binnen 3 maanden na ontvangst van de rapportage. 4. Afhankelijk van de resultaten van het onderzoek geeft de zonebeheerder omtrent het verkleinen dan wel laten vervallen van het vergund groter geluidbudget zijn advies aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag geeft haar advies aan het bevoegd gezag omgevingsvergunning. 5.

Het vergund groter geluidbudget kan gedurende een bepaalde termijn gehandhaafd blijven ten behoeve van het in de toekomst uitvoeren van veranderde activiteiten op de geluidkavel . Deze termijn bedraagt ten hoogste 3 jaar vanaf de termijn genoemd in lid 2, tenzij het bedrijf binnen deze periode aantoont dat het vergund groter geluidbudget nodig is voor concrete toekomstige veranderingen op de geluidkavel . Artikel 12 Verkleining vergund groter geluidbudget op verzoek eigenaar of gebruiker De eigenaar of gebruiker van de geluidkavel kan verzoeken het vergund groter geluidbudget te verkleinen. Artikel 13 Monitoring 1. De zonebeheerder stelt ten minste elk jaar een voortgangsrapport op over de ontwikkelingen op het industrieterrein en in de zone over de afgelopen kalenderjaren. Daarin wordt onder meer verslag gedaan van de in het voorgaande kalenderjaar uitgegeven geluidruimte en een overzicht van de nog resterende geluidruimte. Ten minste de samenvatting daarvan wordt openbaar gemaakt. 2. De zonebeheerder evalueert het GVP ten minste elke vijf kalenderjaren. Als er wijzigingen nodig of gewenst zijn, adviseert de zonebeheerder het bevoegd gezag over aanpassing. Bij deze aanpassing verwerkt het bevoegd gezag in ieder geval de vergrotingen en verkleiningen van de vergund grotere geluidbudgetten.

Ook wordt bezien of de standaard geluidbudgetten en de vergund grotere geluidbudgetten nog wel overeenkomen met de daadwerkelijke geluidproductie van gerealiseerde bedrijven om zodoende onnodige geluidreserveringen te voorkomen. Eerstvolgende reguliere evaluatie is in 2028. 3. Het bevoegd gezag kan ter ondersteuning van de zonebeheerder een zonebeheerteam oprichten.

7 december 2023 | 6365-GVP/NAA/jd/ft/8

.

Blad 9 van 22

3

ALGEMENE TOELICHTING OP DE BELEIDSREGELS

3.1

Doel van het geluidverdeelplan

De Wgh bepaalt dat de geluidbelasting van alle bedrijven op het industrieterrein samen wordt getoetst aan de zonegrenswaarde van 50 dB(A) en aan de grenswaarden op woningen in de zone. Volgens de Wgh mag bij een te toetsen initiatief (vergunningaanvraag) alleen het vergunde geluid worden betrokken, toekomstige ontwikkelingen waarvoor nog geen vergunning is verleend, niet. Als een aanvrager meer aanvraagt dan gewenst, waardoor het risico ontstaat dat er voor nog uit te geven kavels te weinig of zelfs géén geluidruimte overblijft, maar het geluid van de aangevraagde vergunning samen met het al vergunde geluid dus zonder de reserveringen voor de toekomst wél voldoet aan de grenswaarden van de Wgh, kan het bevoegd gezag de vergunning om die reden niet weigeren. Een geluidverdeling die juridisch via de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd, voorkomt dat een bedrijf onevenredig veel geluidruimte opsoupeert, omdat daarin harde regels worden gesteld over de maximale geluidtoedeling per kavel waaraan vergunningaanvragen moeten worden getoetst. Het bestemmingsplan biedt in tegenstelling tot andere instrumenten wel een weigeringsgrond voor dergelijke aanvragen. Zo wordt bevorderd dat er voldoende geluidruimte beschikbaar blijft voor bedrijven die dat nodig hebben en gronden blijven kunnen worden uitgegeven naar hun bestemming.

Ook biedt zo’n geluidverdeling vastgelegd in een bestemmingsplan bestaande bedrijven bescherming, doordat het geluidbudget op hun kavel altijd wordt gehandhaafd. Het belangrijkste doel van het geluidverdeelplan is dan ook:

Het borgen van een zorgvuldig omgaan met de beschikbare geluidruimte.

En daarmee:

Het bevorderen van de toekomstbestendigheid van bedrijvigheid op het industrieterrein.

Als aanvulling op deze geluidtoedeling zijn in deze beleidsregels o.a. de procedures en taken vastgelegd van de verschillende partijen die betrokken zijn bij de geluidruimte van een kavel, zoals de gemeente, het bevoegd gezag voor de milieuvergunning, de terreinbeheerder, een vertegenwoordiging van het bedrijfsleven e.d.

3.2

Geluidverdeelsystematiek in hoofdlijnen

De doelen van het GVP zijn in het GVP Bargermeer uitgewerkt via rechten (geluidbudgetten), flexibiliteit (reserve) en een optimale geluid-ruimteverdeling. De beschikbare geluidruimte is verdeeld over geluidbudgetten en reserve. De som van alleen de geluidbudgetten is dus kleiner dan de in totaal beschikbare geluidruimte. De geluidbudgetten vormen een recht. Zolang de gebruikte geluidruimte binnen het geluidbudget past, wordt voldaan aan de gebruiksregels van het bestemmingsplan. Door de mogelijkheid van toekenning van geluidruimte uit de reserve via een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan is flexibiliteit gecreëerd: daar waar dat nodig is, is zo extra ruimte mogelijk. Door de geluidbudgetten ruimtelijk zo te verdelen, dat deze de geluidruimte binnen de beschikbare geluidruimte optimaal benutten, wordt de beschikbare geluidruimte zo goed mogelijk benut. Op kavels op grotere afstand van woningen is de beschikbare ruimte per m² groter dan op kortere afstanden. Aan het eind van deze paragraaf worden de uitgangspunten voor deze optimale verdeling nog nader toegelicht.

7 december 2023 | 6365-GVP/NAA/jd/ft/8

.

Blad 10 van 22

Geluidbudgetten De geluidbudgetten vormen een recht: de geluidruimte binnen geluidbudgetten zijn in het plan bij recht beschikbaar. Het geluidbudget is de hoeveelheid geluid die vanaf een geluidkavel mag worden geëmitteerd. Het geluidbudget is onafhankelijk van reflecterende en afschermende bebouwing rondom de geluidkavel. Bij een toetsing worden de geluidbudgetten gerespecteerd: hoeveel geluidruimte er ook op andere kavels op het industrieterrein wordt toegestaan, dit tast de geluidbudgetten niet aan. Dit is via de planregels geborgd. Binnen de geluidbudgetten wordt onderscheiden tussen:  het standaard geluidbudget, zoals vastgelegd via de planregels en  het vergund groter geluidbudget, conform een geldende vergunning. De geluidkavels en de standaard geluidbudgetten zijn opgenomen op bijlage 1 “Standaard geluidbudgettenkaart” bij het facetbestemmingsplan geluidverdeelplan Bargermeer en daarmee geborgd in het plan. Zij kunnen niet met een wijziging van de beleidsregel worden gewijzigd. Een standaard geluidbudget blijft gedurende de werkingsduur van het geluidverdeelplan altijd beschikbaar. Hiervan kan gebruik worden gemaakt door de eigenaar/grondbeheerder van de geluidkavel en het ter plaatse gevestigde of te vestigen bedrijf. Als deze (een deel van) de geluidkavel koopt of verkoopt, koopt of verkoopt deze daarmee ook automatisch het daarop rustende geluidbudget.

Een vergund groter geluidbudget geldt voor een bestaand bedrijf. Het blijft op de geluidkavel gelden zolang het bedrijf hier gevestigd blijft, ook wanneer dat bedrijf zijn activiteiten verandert. Bij het in werking treden van het geluidverdeelplan is op een aantal geluidkavels een bedrijf aanwezig met een vergunde geluidruimte die groter is dan het standaard geluidbudget. Op deze geluidkavels geldt een vergund groter geluidbudget conform de vergunning. Wanneer een bedrijf meer ruimte nodig heeft, kan dit met inachtneming van de beleidsregels worden toegestaan. Er ontstaat dan een vergund groter geluidbudget, of het al aanwezige vergund groter geluidbudget wordt nog groter. Het vergund groter geluidbudget kan via de procedures van de beleidsregel worden verlaagd, onder andere bij de revisie van de vergunning. Wel kan worden afgesproken dat het vergund groter geluidbudget nog gedurende een bepaalde termijn op de kavel blijft liggen ten behoeve van concrete toekomstige ontwikkelingen. Wanneer zich op de geluidkavel een ander bedrijf vestigt dat geheel andere activiteiten gaat uitvoeren, vervalt het vergund groter geluidbudget en gaat op de geluidkavel het standaard geluidbudget gelden. Reserve In het GVP Bargermeer is een reserve aanwezig. Het gaat om één totale, algemene reserve. De reserve is alle geluidruimte die niet bij recht beschikbaar is.

Het is dus de geluidruimte tussen:  de wettelijke grenswaarden en  de som van de standaard geluidbudgetten en de vergund grotere geluidbudgetten. De grootte van de reserve verschilt per beoordelingspunt en varieert ook in de tijd. In het GVP Bargermeer is dus reserveruimte aanwezig. Net als dat in het geluidverdeelmodel op elke kavel het geluidbudget is gelegd, is ook op de meeste kavels een geluidreservebron gelegd. Noot: een bedrijf kan wél rechten ontlenen aan het geluidbudget, maar niet aan de reservebron.

7 december 2023 | 6365-GVP/NAA/jd/ft/8

.

Blad 11 van 22

Werking De zonebeheerder toetst bij een aanvraag voor geluidruimte de aangevraagde (gebruikte) geluidruimte op een geluidkavel aan het geluidbudget: indien dat aanwezig is, aan het vergund groter geluidbudget en anders aan het standaard geluidbudget. Blijft de aangevraagde geluidproductie binnen geluidbudget, dan wordt voldaan aan de planregels. Mits ook wordt voldaan aan de beste beschikbare technieken, is de gevraagde geluidruimte vanuit ruimtelijk oogpunt zonder meer beschikbaar. Is een grotere geluidruimte nodig, dan kan dit via een omgevingsvergunning voor binnenplans afwijken worden toegestaan. Het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning maakt hiervoor een afweging en kan hierbij putten uit de reserve. Het toekennen van een grotere geluidruimte uit de reserve is aan voorwaarden verbonden. GETEC Park Het GETEC Park is een belangrijk deel van het industrieterrein. De gemeente vindt het belangrijk dat ontwikkelingen hierop mogelijk blijven. Daarom wordt beoogd voor (de ontwikkelingen op) dit terrein voldoende geluidruimte te behouden, namelijk de geluidruimte (geluidbudgetten plus reserve) die daaraan bij is aan in werking treden van het plan is toegekend.

Voor het toekennen van geluidruimte uit de reserve is daarom aan deze beleidsregel de extra voorwaarde verbonden dat  voor een bedrijf op het GETEC Park de reserve overig terrein niet mag worden aangetast en  voor een bedrijf buiten het GETEC Park de reserve van het GETEC Park niet mag worden aangetast.

7 december 2023 | 6365-GVP/NAA/jd/ft/8

.

Blad 12 van 22

4

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING OP DE BELEIDSREGELS

4.1

Begrippen

Artikel 1 Begripsbepaling In deze beleidsregel wordt verstaan onder Plan, plangebied, GVP, GETEC Park en overig terrein 1. Het GVP Bargermeer heeft betrekking op het plangebied van het facetbestemmingsplan Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer. 4. Het GETEC Park is een belangrijk industrieterrein binnen Bargermeer. Het heeft diverse aspecten gemeenschappelijk. De gemeente wil op dit park voldoende geluidruimte behouden. Daarom gelden voor dit park een aantal bijzondere bepalingen. De begrenzing van het GETEC Park is in het GVP vastgelegd, zodat duidelijk is welke kavels hieronder worden begrepen. 5. Met overig terrein wordt het deel van het industrieterrein Bargermeer buiten het GETEC Park aangeduid. Activiteiten en vergunning 6. Onder de activiteiten en het daardoor geproduceerd geluid worden dus verstaan het geluid van de “toestellen en installaties” en de activiteiten van al dan niet mobiele machines en apparaten zoals laden en lossen en intern transport vanwege inrichtingen als bedoeld in art. 1.1 lid 3 Wm en op grond van dat artikellid bij AMvB, te weten het Besluit omgevingsrecht (Bor), zijn aangewezen. Hiertoe behoren ook de laad- en losactiviteiten die buiten de grens van de inrichting op de openbare weg of op het water plaatsvinden, maar toegerekend (moeten) worden aan de inrichting.

Het geluid van windturbines valt niet onder de werkingssfeer van het GVP Bargermeer (art. 1b Wgh). Aanvullend worden onder het GVP Bargermeer activiteiten beoordeeld die niet op grond van art. 1.1 lid 3 Wm in het Besluit omgevingsrecht is aangewezen, maar wel een relevante geluidemissie kunnen veroorzaken. Hierbij wordt op dit moment met name gedoeld op opslaglocaties voor elektrische energie op industriële schaal en aan zonneparken. Hiermee wordt ook geanticipeerd op de toekomstige Omgevingswet waaronder deze activiteiten mogelijk in de totale geluidbeoordeling zullen moeten worden betrokken. Deze definitie wijzigt uiteraard niet dat deze activiteiten niet aan Wgh grenswaarden behoeven te worden getoetst. 9. Gedoeld wordt op geheel andersoortige activiteiten van een ander bedrijf, waarbij de activiteiten van het bedrijf daarvóór worden beëindigd. 10. Waar in het GVP Bargermeer wordt gesproken over een vergunning wordt gedoeld op een omgevingsvergunning voor een inrichting (art. 1.1 lid 3 Wm). Beoordelingspunt 14. Toetsingen worden uitgevoerd op alle in de beleidsregel gespecificeerde beoordelingspunten. In uitzonderlijke gevallen kunnen voor een individuele toetsing nog beoordelingspunten worden toegevoegd.

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een mutatie gelegen op zeer korte afstand op woningen, waarbij een significante toename van de geluidbelasting ontstaat op woningen gelegen tussen twee beoordelingspunten. Geluidkavel Op elke geluidkavel is een standaard geluidbudget gelegd. Samen omvatten de geluidkavels het totale oppervlak met een standaard geluidbudget binnen het GVP Bargermeer. De kern van de definitie is dat de geluidkavel het oppervlak voor de activiteiten omvat. De grenzen van een geluidkavel kúnnen overeenkomen met een kadastrale kavel of met de grens van een (actuele) inrichting, maar dat is niet noodzakelijk: een geluidkavel kan ook een déél daarvan zijn of worden gevormd door meerdere ervan of een geheel andere begrenzing hebben. De geluidkavels van de bestaande bedrijven sluiten bij het in werking treden van het plan in de meeste gevallen aan bij het kadastrale oppervlak. In enkele gevallen zal dat groter kunnen kan zijn dan het voor de activiteiten gebruikte oppervlak. Het geluidoppervlak kan als gevolg van een mutatie kleiner worden. In die gevallen zal op het overige perceelgedeelte een standaard geluidbudget worden gelegd, waarvoor de ruimte uit de reserve zal worden gehaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=3da2525b-b1e2-4be0-afc8-a5318ebfb43b