Bijlage 1 - Detailinformatie berekeningen septembercirculaire 2025
Tekst van het document
Bijlage bij raadsbrief actueel financieel perspectief 2025-2029 (septembercirculaire 2025) Toelichting bij paragraaf 2 Uitkomsten van de septembercirculaire 2025 Effect op het begrotingsresultaat 2025 tot en met 2029 Bij het maken van de berekeningen is als volgt gehandeld: • Gebruik makend van de rekenmodule Pauw wordt de uitkomst van de septembercirculaire 2025 berekend. • Hiervan wordt dan de uitkomst van de laatste berekening meicirculaire 2025 in mindering gebracht. • Het alsdan ontstane verschil is nog niet het resultaat voor onze begroting; daarvoor wordt het verschil gecorrigeerd voor: o inbegrepen bedragen van taakmutaties o inbegrepen bedragen van integratie- en decentralisatie uitkeringen o inbegrepen bedragen van de 3 decentralisaties – integratie uitkering sociaal domein (Jeugd, WMO en Participatie) o inbegrepen compensatie Oekraïne (indien aanwezig) • Vervolgens resteert het effect op het begrotingsresultaat. De financiële vertaling staat in de navolgende tabellen. De uitkomsten van de septembercirculaire 2025 zijn als volgt:
De analyse van de oorzaken van dit resultaat staat in de raadsbrief zelf. Uitgelicht moet worden dat er een negatieve accresontwikkeling geraamd is t.o.v. de meicirculaire 2025. We corrigeren deze stelpost vanaf 2026, wat resulteert in een verzachting van het negatieve effect op het begrotingsresultaat. Tevens vindt er een storting plaats van € 4.1 miljoen in de reserve Jeugdhulp. Door mutatie van het BUIG-budget (najaarsnota 2025) kan in 2025 een bijstelling ad € 800.000 als voordeel worden ingeboekt. De positieve effecten vanaf 2026 vertalen nu in het kader van behoedzaamheid door naar de kostenkant van de BUIG-begroting.
Samenvattend kan worden gesteld dat de septembercirculaire het Berap 2025-II resultaat met € 1.288.000 verbeterd en de circulaire een licht negatief effect heeft op de begroting van 2026. De posten onder B. worden in detail hierna verder toegelicht.
I. Taakmutaties Het effect van de taakmutaties is als volgt te specificeren
Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024: Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Voor de gemeente Emmen bedraagt dit € 5.9 miljoen. Voorgesteld wordt om €4,1 miljoen te storten in de reserve Jeugdhulp, zodat er middelen beschikbaar zijn voor noodzakelijke investeringen en frictiekosten. Het restant afgerond €1,8 miljoen valt vrij ten gunste van de algemene middelen, omdat het een compensatie is voor een tekort uit het verleden. Dat tekort hebben we toen afgedekt uit de algemene middelen, dus gaat het nu ook terug naar de algemene middelen. II. Integratie- /decentralisatie uitkeringen Het effect van de integratie/decentralisatie uitkeringen is als volgt te specificeren:
III. Integratie uitkering sociaal domein Het effect op de budgetten van de integratie uitkering sociaal domein is als volgt te specificeren:
IV. Compensatie Oekraïne Er zijn in deze circulaire geen compensatiemiddelen voor kosten in verband met opvang Oekraïners beschikbaar gesteld. Gemaakte keuzes bij berekeningen septembercirculaire 2025 De berekeningen van de septembercirculaire 2025 zijn hiervoor weergegeven. Bij die berekeningen zijn een aantal keuzes gemaakt. Deze keuzes zijn de volgende: Algemeen • De eerder berekende voorlopige bedragen (stelposten vooruitlopend op de septembercirculaire 2025) worden nu verrekend. • Voor de basisgegevens bepalen we ieder jaar voor het huidige jaar opnieuw het vertrekpunt aan de hand van de meest actuele gegevens die beschikbaar zijn. Dit doen we tijdens de meicirculaire. Daarmee hebben we een actueel beeld van het relatieve aandeel van de gemeente in het totaal van het gemeentefonds. Voor de meerjarige ontwikkeling volgen we waar dat logisch is de landelijke ontwikkeling die het Rijk hanteert. Daarmee hebben we een geringere foutkans bij foutieve landelijke prognoses door een dempend effect van de uitkeringsfactor. Deze meerjarige indexcijfers publiceert het Rijk samen met de Meicirculaire. Als overduidelijk is dat de ontwikkeling in onze gemeente op een bepaalde maatstaf afwijkt van de landelijke ontwikkeling, dan worden eigen inschattingen gehanteerd.
Een aantal basisgegevens 2025 is nu definitief bekend, de structurele effecten daarvan zijn verwerkt in de doorrekening voor de jaren 2025 en verder. Taakmutaties en integratie- /decentralisatie uitkeringen • Taakmutaties en integratie-/decentralisatie-uitkeringen (IU’s en DU’s) worden in principe eerst centraal gereserveerd. Op een later moment wordt beoordeeld of de middelen daadwerkelijk nodig zijn voor het beoogde doel. • Bedragen tot circa € 70.000 worden direct verwerkt op de grootboeknummers van de betreffende beleidsteams. Dit geldt ook voor taakmutaties, IU’s en DU’s die repeterend van aard zijn (al eerder zijn opgenomen in de begroting van betreffend team) én voor kortingen op eerder ontvangen middelen. • Voor bedragen boven € 70.000 is een collegevoorstel vereist. Bij bedragen groter dan € 400.000 moet daarnaast ook een raadsvoorstel worden ingediend. Op deze manier wordt de transparantie en bestuurlijke controle over de middelen geborgd, terwijl de werkwijze werkbaar en proportioneel blijft in relatie tot de benodigde tijd en kosten. • Middelen voor jaar T, moeten ook besteed worden in jaar T. Indien middelen niet worden opgehaald of de besteding in 2025 is niet realistisch, vallen de middelen vrij ten gunste van het begrotingsresultaat in betreffend jaar.
Indien de in jaar T vrijgevallen middelen toch nodig blijken te zijn zal bij de eerst volgende bestuursrapportage een voorstel tot resultaatbestemming van het resultaat jaar T worden gedaan. Integratie uitkering sociaal domein • De ontvangen volume indexatie beschermd wonen wordt vanaf 2026 met de stelpost verrekend. Voor 2025 is de stelpost € 0, waardoor het bedrag van € 40.000 direct wordt toegekend aan het betreffende beleidsteam ter dekking van het tekort in de jaarschijf 2025. • De ontvangen middelen participatiebudget worden eerst opzij gezet en kunnen door middel van een collegevoorstel worden opgehaald.