Bijlage 1 bij RA21.0019 Statuten Stichting Openbaar Onderwijs Emmen (RIS.10089)
Tekst van het document
Bijlage 1
Statuten stichting Openbaar Onderwijs Emmen
Artikel 1.
Naam
1
De naam van de stichting is: Openbaar Onderwijs Emmen
2
Zij heeft haar zetel in de gemeente Emmen na 1 januari 2022.
Artikel 2.
Begripsbepaling
In deze statuten wordt verstaan onder: a De gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Emmen; b
Stichting: Openbaar Onderwijs Emmen
c
De scholen: de openbare scholen voor primair onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs die onder het bestuur van de stichting vallen;
d
Gemeente: de gemeente Emmen;
e
College van B&W: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente als bedoeld onder d;
f
WPO: de Wet op het primair onderwijs
g
GMR: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting;
h
College van bestuur: het bevoegd gezag van de stichting;
i
Raad van toezicht: de intern toezichthouder van de stichting.
Artikel 3.
Doel en middelen
1
De stichting heeft ten doel het geven van openbaar onderwijs aan de scholen (basisscholen, speciaal onderwijs en speciaal voorgezet onderwijs) die onder haar gezag vallen, met inachtneming van artikel 46 van de WPO.
2
De stichting heeft ten doel het bieden van onderwijs en opvang in de leeftijd van 0 tot 20 jaar.
3
De stichting heeft geen winstoogmerk.
4
Het tot verwezenlijking van het doel van de stichting bestemde vermogen wordt gevormd door: a
rijksbekostiging;
b
vergoedingen voor de door de stichting verleende diensten;
c
subsidies, giften en donaties;
d
hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving;
e
hetgeen op andere wijze verkregen wordt binnen de kaders van wet- en regelgeving.
Artikel 4.
Visie en grondslag
De stichting zorgt voor openbaar onderwijs: a Dat bijdraagt aan de ontwikkeling van de leerlingen vanuit de kernwaarden van het openbaar onderwijs: gelijkwaardigheid, vrijheid en ontmoeting en geeft hier op actieve wijze invulling aan; b
Dat toegankelijk is voor leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing;
c
Dat wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing;
d
Waarvoor personeel op gelijke voet benoembaar is.
Artikel 5.
College van Bestuur; samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis
1
De stichting wordt bestuurd door een college van bestuur, bestaande uit ten hoogste twee natuurlijke personen.
2
Het college van bestuur wordt benoemd door de raad van toezicht conform het bepaalde in artikel 17c lid 3 van de WPO. De raad van toezicht benoemt de voorzitter van het college van bestuur. Indien het college van bestuur slechts uit één persoon bestaat, is deze persoon automatisch voorzitter en draagt de naam bestuurder.
3
Bij de samenstelling van het college van bestuur wordt gelet op de aanwezigheid van algemeen bestuurlijke kwaliteiten, kennis en ervaring met het onderwijs en affiniteit met de doelstelling van de stichting. Daarnaast wordt rekening gehouden met een spreiding van deskundigheden en achtergronden. Deze zaken worden door de raad van toezicht in algemene zin vastgesteld in een profielschets. De raad van toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen van de leden van het college van bestuur.
4
De leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun arbeidsovereenkomst.
5
De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en kostenvergoedingen van de leden van het college van bestuur.
6
Het college van bestuur kan onderling vaststellen welk lid met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het college van bestuur voor het gehele bestuur onverlet.
7
Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht met inachtneming van het bepaalde in de cao voor bestuurder in het PO. De schorsing van de bestuurder vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.
8
De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd een lid van het college van bestuur te ontslaan. Het betreffende lid wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.
9
Het college van bestuur defungeert: a
door zijn overlijden;
b
door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);
c
door zijn ontslag door de rechtbank;
d
door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht, en
e
door het verstrijken van de duur van zijn arbeidsovereenkomst;
f
door toetreding tot het college van B&W dan wel toetreding van de gemeenteraad in de gemeente waarin de scholen van de stichting zijn gevestigd.
10 In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig college van bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het college van bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen.
Artikel 6.
College van Bestuur; taken en bevoegdheden
1
Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt de bestuurder zich naar het belang van de stichting, het belang van het openbaar onderwijs en het belang van de samenleving.
2
De bestuurder heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend.
3
Het college van bestuur formuleert concrete doelstellingen, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt. Het college van bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de doelstellingen worden gehaald.
4
Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen. Voor het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, is voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig.
5
Het college van bestuur heeft in ieder geval voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a
het vaststellen van het strategisch meerjarenplan;
b
het vaststellen van de begroting en meerjarenbegroting;
c
het vaststellen van de jaarrekening en het jaarverslag;
d
het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en het bedrag van € 100.000,- overschrijden;
e
de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek;
f
ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting;
g
een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling;
h
(het doen van een voorstel tot) opheffing of afsplitsing van (een deel van) door de stichting in stand gehouden scholen;
i
het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden scholen;
6
Ieder lid van het college van bestuur zorgt voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling in relatie tot de totale benodigde deskundigheid van het college van bestuur.
7
Het functioneren van het college van bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld.
Artikel 7.
College van Bestuur; werkwijze
1
In de vergaderingen van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van bestuur één stem. Alle besluiten van het college van bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
2
In het geval de stemmen staken brengt het college van bestuur de raad van toezicht hiervan onverwijld schriftelijk op de hoogte. Binnen drie weken na ontvangst van deze schriftelijke mededeling overlegt de voorzitter van de raad van toezicht met het college van bestuur over het voorgenomen besluit. Na dit overleg neemt het college van bestuur alsnog een besluit. Indien dan alsnog de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
3
Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden van het college van bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden van het college van bestuur zich vóór het voorstel heeft
verklaard. Van elk buiten de vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 4
Elk lid van het college van bestuur, alsmede elk lid van de raad van toezicht, is bevoegd een vergadering van het college van bestuur bijeen te roepen. Bij een eenhoofdig college van bestuur is elk lid van de raad van toezicht bevoegd het college van bestuur voor overleg op te roepen waarbij besluitvorming plaatsvindt zoals in het reglement bedoeld in lid 7 van dit artikel beschreven staat.
5
De vergaderingen van het college van bestuur zijn besloten voor zover het college van bestuur niet anders beslist.
6
Van het verhandelde in de vergaderingen van het college van bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend.
7
Het college van bestuur regelt zijn werkzaamheden en al hetgeen zijn functioneren betreft bij reglement. In ieder geval wordt hierin een regeling voorzien betreffende de wijze van vergaderen en de wijze van besluitvorming. Het reglement dient vooraf te worden goedgekeurd door de raad van toezicht.
Artikel 8.
Vertegenwoordiging
1
Het college van bestuur alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de WPO niet anders voortvloeit.
2
Het college van bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
Artikel 9.
Toezicht op het Bestuur
1
De gemeenteraad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de WPO bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 lid 11 van de WPO.
2
De raad van toezicht houdt toezicht op het college van bestuur. Dit geschiedt op de wijze en binnen de kaders als omschreven in deze statuten, de WPO en het reglement zoals bedoeld in artikel 11 lid 10.
3
De raad van toezicht is in ieder geval belast met de taken als omschreven in artikel 17c van de WPO.
Artikel 10.
Raad van toezicht
1
Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraad in deze statuten, en de WPO is het toezicht op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting opgedragen aan een raad van toezicht. De raad van toezicht bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen.
2
De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad. Benoeming geschiedt met inachtneming van een profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven.
3
De raad van toezicht doet aan de gemeenteraad een voordracht voor de benoeming van de leden van de raad van toezicht, waarbij: a
Eén lid op bindende voordracht van de GMR benoemd wordt conform artikel 17a lid 2 WPO;
b
Een derde deel maar niet meer dan de helft van het aantal leden op bindende voordracht van de oudergeleding van de GMR benoemd worden conform artikel 48 lid 12 sub b WPO;
c
Het resterende aantal leden op voordracht van de raad van toezicht benoemd worden.
4
De raad van toezicht stelt bij reglement een procedure vast voor de voordracht als bedoeld in lid 3 van dit artikel. De profielschets als bedoeld in lid 2 van dit artikel maakt deel uit van dit reglement.
5
De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk.
De in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 6
Voor de voorzitter van de Raad van Toezicht wordt een separate profielschets opgesteld en een benoemingsprocedure gevolgd.
7
Eventuele bezoldiging van leden van de raad van toezicht en onkostenvergoedingen aan leden van het college van bestuur en de raad van toezicht geschieden op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld - en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt - reglement. Jaarlijks wordt door het college van bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven.
8
Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting. De door de raad van toezicht aangewezen leden van de raad hebben te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen.
9
De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen.
10 Een lid van de raad van toezicht defungeert door: a
overlijden;
b
vrijwillig aftreden (bedanken);
c
het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden;
d
ontslag verleend door de rechtbank;
e
ontslag hem verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht;
f
toetreding tot het college van B&W dan wel toetreding van de gemeenteraad in de gemeente waarin de scholen van de stichting zijn gevestigd;
g
verklaring in staat van faillissement;
h
verlening van surseance van betaling;
i
ondercuratelestelling.
11 In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraad is of wordt aangewezen. De gemeente dient zo spoedig mogelijk nadat deze situatie is ontstaan hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Gaat de gemeenteraad niet binnen twee weken nadat zij van de gemelde situatie op de hoogte zijn gesteld tot een zodanige aanwijzing over dan wordt de raad van toezicht waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. 12 Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 13 Conform de code voor goed bestuur als bedoeld in artikel 171 WPO heeft de raad van toezicht een klankbordfunctie naar het college van bestuur. Artikel 11. 1
Raad van toezicht; werkwijze
In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.
2
De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.
3
Elk lid van de raad van toezicht is bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen.
4
De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente waar de scholen zijn gevestigd, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten.
5
Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen.
6
De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
7
De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden.
8
Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
9
Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend.
10 De raad van toezicht regelt zijn werkzaamheden en al hetgeen zijn functioneren betreft bij reglement. In ieder geval wordt hierin een regeling voorzien betreffende de wijze van vergaderen en de wijze van besluitvorming. 11 In ieder geval bevat het reglement als bedoeld in lid 10 een opsomming van besluiten waarbij het college van bestuur de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig heeft, onverlet het bepaalde in artikel 6 lid 5.
Artikel 12.
Boekjaar, jaarstukken
1
Het boekjaar van de stichting is het kalenderjaar.
2
Het college van bestuur stelt jaarlijks een begroting op. Na de voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht wordt de begroting vervolgens vastgesteld door het college van bestuur.
3
Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting, behoudens verlenging van deze termijn, na goedkeuring van de raad van toezicht, met ten hoogste vijf maanden op grond van bijzondere omstandigheden maakt het college van bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. Bij het opmaken van het jaarverslag houdt het college van bestuur rekening met bepaalde in artikel 6 lid 3 en legt het college van bestuur verantwoording af over het bepaalde in artikel 4 (specifieke kenmerken openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs). Bij het opmaken van de jaarrekening houdt het college van bestuur rekening met het bepaalde in artikel 5 lid 5 en 10 lid 7 (bezoldiging en onkostenvergoeding leden college van bestuur en leden raad van toezicht).
4
Na de voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht wordt het jaarverslag en de jaarrekening vervolgens vastgesteld door het college van bestuur. Het college van bestuur zendt binnen twee weken na vaststelling daarvan een afschrift naar de gemeenteraad. De gemeenteraad kan het verzoek indienen om met het college van bestuur te spreken over het jaarverslag en de jaarrekening.
5
De jaarrekening wordt namens het college van bestuur ondertekend door de voorzitter van het college van bestuur en namens de raad van toezicht door de voorzitter van de raad van toezicht.
6
De raad van toezicht draagt jaarlijks het college van bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen gecertificeerde accountant.
Artikel 13.
Statutenwijziging
1
Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
2
Het besluit tot statutenwijziging wordt genomen in een voltallige vergadering van het college van bestuur. Is de vergadering niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen. Deze vergadering vindt plaats niet eerder dan twee en niet later dan vier weken gerekend vanaf de oorspronkelijke vergadering, ongeacht het aantal aanwezigen.
3
Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken.
4
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Elk lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen passeren.
5
De leden van het college van bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten in te schrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Artikel 14.
Ontbinding en vereffening
1
Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Het bepaalde in artikel 13 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het college van bestuur tot ontbinding van de stichting.
2
Voorts is de gemeenteraad, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de WPO als bedoeld in artikel 48 lid 11 van de WPO, bevoegd zo nodig de stichting te ontbinden.
3
Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast.
4
De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
5
De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast.
6
Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".
7
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing in te schrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Artikel 15.
Juridische fusie en juridische splitsing
1
Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.
2
Het bepaalde in artikel 13 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op besluiten van het college van bestuur tot fusie en splitsing.
Artikel 16.
Overgangs- en slotbepalingen
1
In afwijking van het bepaalde in artikel 10, vijfde lid eindigt de zittingstermijn van twee leden van de eerste raad van toezicht na twee jaar. De raad van toezicht maakt het aftreden van deze leden zichtbaar in het rooster bedoeld in artikel 10, vijfde lid.
2
In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet.
3
In alle gevallen waarin deze statuten niet voorzien, beslist het college van bestuur.