CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan 'Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134'

Commissie Wonen en Ruimte 11 april 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 13420.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

6

Hoofdstuk 2 Beleid

9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving en Stedenbouwkundige structuur

19

Hoofdstuk 4 Onderzoeken

21

Hoofdstuk 5 Toelichting op de planregels en verbeelding

33

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke betrokkenheid

41

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid

42

Regels

43

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

44 44 50

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen - Vrijstaand Artikel 4 Waarde - Archeologie 4

51 51 54

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

57 57 58 59 60 62

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 overgangsrecht Artikel 11 slotregel

63 63 64

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Onderzoek stikstofdepositie

Bijlage 2

Aerius berekening gebruiksfase

Bijlage 3

Aerius berekening bouwfase

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek

Bijlage 7

Watertoets

Bijlage 8

Rapportage NNN-toets

2

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

3

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

4

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Toelichting

5

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan

De reden voor het opstellen van het bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 is een binnengekomen verzoek voor het bouwen van een vrijstaande woning tussen de adressen Zuidersloot 134 en Zuidersloot 136 te Weiteveen. De initiatiefnemers zijn woonachtig op het perceel aan de Zuidersloot 134 te Weiteveen en zijn voornemens hun woonperceel zodanig kadastraal te splitsen dat er een nieuwe woonkavel beschikbaar komt. Op deze nieuwe woonkavel is het plan om een nieuwe vrijstaande woning te realiseren. Omdat op de gronden ter plaatse van het plangebied om basis van het bestemmingsplan 'Weiteveen' geen nieuwe woning gebouwd kan worden, is het gewenst om de gronden te wijzigen naar een passende woonbestemming met een bouwrecht. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. 1.2

Ligging plangebied

Het plangebied van het bestemmingsplan is gelegen aan de Zuidersloot te Weiteveen tussen nummers 134 en 136. Het wordt globaal begrensd door de woningen aan de Zuidersloot in het westen, en door het Natura 2000-gebied Bargeveen in het noorden, zuiden en oosten (zie figuur 1.1).

Figuur 1-1: De ligging van het plangebied Emmen Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 in de gemeente Emmen.

Het perceel van het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Emmen, sectie SNB00 F, nummer 1334 (zie figuur 1-2).

6

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Figuur 1-2: Indicatie begrenzing plangebied.

1.3

Huidige planologische regelingen

Het voorliggende bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan 'Weiteveen' dat is vastgesteld op 25 mei 2009. In het bestemmingsplan 'Weiteveen' is het perceel als 'wonen-vrijstaand' bestemd voor vrijstaande woningen, bijgebouwen, tuinen en erven. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd en het aantal vrijstaande woningen dat aanwezig was ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan mag niet vermeerderd worden. Voor het desbetreffende perceel was er destijds 1 woning aanwezig, dus mag er op basis van het bestemmingsplan 'Weiteveen' maximaal 1 vrijstaande woning aanwezig zijn. 1.4

Opzet bestemmingsplan

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes. 1.5

Overzicht verricht onderzoek

Ter voorbereiding van het bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 zijn diverse onderzoeken verricht en adviezen gegeven. Daarnaast is er informatie gebruikt uit onderzoeken en adviezen die in een ander kader zijn uitgevoerd. De conclusies uit de onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting. Ter voorbereiding van het bestemmingsplan zijn de volgende onderzoeken verricht: Akoestisch onderzoek Aerius-berekening Bodemonderzoek Quickscan Flora en fauna

7

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Rapportage NNN-toets Watertoets

8

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Beleid

2.1

Gemeentelijk beleid

2.1.1

Structuurvisie gemeente Emmen 2020, veelzijdigheid troef

Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 zijn vooral de thema's wonen van belang. De Structuurvisie richt zich ten aanzien van wonen op een accentverschuiving van kwantiteit naar kwaliteit en differentiatie van woonmilieus: de opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. Dit betekent meer levensloopbestendige woningen en meer ruimte voor bouwkavels. Om ervoor te zorgen dat de woningmarkt op orde blijft, is een continue aanpassing aan de veranderende vraag geboden. Dit geldt niet alleen voor de kern van Emmen, maar ook voor de dorpen. Zo ontstaat op termijn een cyclische vernieuwing van de bestaande woongebieden. Het thema 'wonen' is nader uitgewerkt in de Woonvisie, die hieronder is beschreven.

2.1.2

Woonbeleid

De woonvisie 2022-2030 'BuitengeWoon Thuis in Emmen' wil toewerken naar een passende woningvoorraad en woonomgeving voor de huidige en nieuw inwoners. Diversiteit is daarbij het uitgangspunt. De inwoners van de gemeente Emmen zijn divers en dat vraagt om voldoende beschikbaarheid van verschillende typen woningen. De ontwikkelingen zoals genoemd in dit bestemmingsplan passen in de woonvisie 'Buitengewoon Thuis in Emmen' 2022-2030 zoals vastgesteld op 27 oktober 2022. Om de missie in relatie tot de beschikbaarheid van voldoende passende woningen en vernieuwendewoonconcepten te behalen, wordt er de komende jaren voor alle wijken en dorpen vanuit de volgende vier uitgangspunten gewerkt: 1. Het aanbieden van een grotere diversiteit aan woningen in de wijken en dorpen 2. Herstructurering van oudere woonbuurten; 3. Ontwikkelen van diverse seniorgeschikte woningen en starterswoningen; 4. Een groei van 4.000 woningen tot 2030. Om ervoor te zorgen dat nieuwe bouwplannen aansluiten bij de (toekomstige) woningbehoefte hanteert de gemeente Emmen een kwalitatief en kwantitatief afwegingskader voor woningbouw. Kwalitatief afwegingskader: We beoordelen woningbouwinitiatieven niet individueel maar in samenhang. We geven prioriteit aan plannen voor herstructurering, transformatie en inbreiding. We geven prioriteit aan woningbouwplannen voor aandachtsgroepen.

Woningbouwplannen dragen bij aan een variërend en aantrekkelijk woonmilieu. Woningbouwplannen dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit. De Woonvisie geeft voor het deelgebied De Blokken (waar Weiteveen binnen valt) een netto groei met 55-105 woningen op de woningvoorraad. Het initiatief is daarmee passend binnen

9

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

de woonvisie. Vanuit het woonbeleid wordt het bouwen in de linten begrensd. Tussen 2018 en 2028 is er ruimte voor de bouw van maximaal 50 woningen. In de beleidsnotitie Bouwen in de linten staat beschreven waar gebouwd mag worden. Het perceel valt binnen deze beleidsnotitie.

2.1.3

Beleidsnotitie "Bouwen in de linten"

De gemeenteraad heeft op 14 december 2017 de beleidsnotitie Bouwen in de linten vastgesteld. De beleidsnotitie geeft het onderzoek weer naar de ruimtelijke kaders en criteria die bij de beoordeling van verzoeken tot incidentele woningbouw in de linten moeten worden gehanteerd. In de beleidsnotitie is een balans gezocht tussen het incidenteel toevoegen van woningen enerzijds en het behoud van de waarde en karakteristiek van het landschap anderzijds. Het doel van de beleidsnotitie Bouwen in de linten is het verkrijgen van een helder ruimtelijk kader voor het toetsen van nieuwe aanvragen voor het bouwen van woningen binnen lintbebouwingen in de gemeente Emmen. In de beleidsnotitie zijn ruimtelijke criteria verwoord. Bij de ruimtelijke ontwikkeling van de linten dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het belang van de kernen, en anderzijds het belang van het landschap. In de eerste plaats is bepaald wat de begrenzingen van de kernen zijn en wat de linten binnen en buiten de kernen zijn. Als vervolgstap is voor de linten buiten de kernen bepaald welke delen onlosmakelijk met het landschap zijn verbonden en welke delen met de kern zijn verbonden. De linten kunnen worden onderverdeeld in 'landschapsgerelateerde linten', 'dorpsgerelateerde linten' en in 'lint binnen kern'.

De locatie aan de Zuidersloot 134 te Weiteveen is gelegen in een lint aangeduid als 'dorpsgerelateerd lint'. Dorpsgerelateerde linten bestaan uit lintbebouwing buiten de kernbegrenzing die door een aaneengesloten (woon)bebouwing met de kern verbonden is. In de beleidsnotitie is de visie in 'dorpsgerelateerde linten' gericht op het incidenteel opvullen van open plekken. 'Dorpsgerelateerde linten' komen onder voorwaarden in aanmerking voor het toevoegen van woningen. De voorwaarden hebben betrekking op de stedenbouwkundige en milieutechnische inpassing. Bij toevoegingen dient te worden aangesloten bij de stedenbouwkundige structuren van de omgeving. Onder andere dient afstemming te worden gezocht bij aspecten als de kavelbreedte, de voorgevelrooilijn en bebouwingskenmerken ten aanzien van nokrichting, bebouwingsmassa en hoogten.

10

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Figuur 2.1: Uitsnede van kaart 'Bouwen in de linten'

2.1.4

Integrale parkeervisie

In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip “voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel voldoende laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en- of wijzigen gebruik. Voor toekomstige (nieuwbouw)ontwikkelingen is in de parkeervisie de landelijke richtlijnen van het CROW leidraad. Uitgangspunt blijft in beginsel voldoende parkeerruimte op eigen terrein. Als dit niet kan, kan eventueel teruggevallen worden op parkeren in de openbare ruimte, waarvoor aan de gemeente een afkoopsom wordt betaald. Voor dit initiatief is voldoende parkeerruimte op eigen terrein mogelijk. 2.1.5

Cultuurhistorische Waardenkaart en Erfgoednota 2017-2022

De Cultuurhistorische Waardenkaart Emmen betreft een inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische waarden en bestaat uit een beleidskaart, bronnenkaart en een toelichtende rapportage. Aansluitend is een beleidsnota geschreven: Erfgoednota Emmen 2017-2022. De Cultuurhistorische Waardenkaart en Erfgoednota 2017-2022 zijn op 28 september 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. De Cultuurhistorische Waardenkaart en Erfgoednota hebben de volgende systematiek gebaseerd op beleidskeuzes. Er is op basis van analyse gekozen voor een drietal beleidskeuzen met bijbehorend maatregelenpakket, welke afloopt naar zwaarte: Beschermen; 11

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Herkenbaar houden; Respecteren en rekening mee houden. De maatregel 'Beschermen' heeft betrekking op erfgoed met een zeer hoge cultuurhistorische waarde, zoals monumenten (Rijk, provincie, gemeente), monumentale en waardevolle bomen en beschermde dorpsgezichten (Rijk). 'Herkenbaar houden' heeft betrekking op gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde, te weten: Landschappelijke gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde Stedenbouwkundige gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde Groenstructuren van hoge cultuurhistorische waarde Infrastructuur en waterwegen van hoge cultuurhistorische waarde Ten slotte is de maatregel 'Respecteren en rekening mee houden' geformuleerd. Deze maatregel heeft betrekking op beeldbepalende bouwwerken, Canon van Emmen, inventarisatie ErfgoedNetwerk, tradities en de top vijf bewonersavonden. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart is het plangebied aangeduid als gelegen binnen de maatregel 'herkenbaar houden' en binnen het veenkoloniaal landschap - hoogveen. De planmatige, grootschalige hoogveenontginningen kwamen na 1850 maar vooral na 1870 op gang. De verveningen van Zuidoost Drenthe zijn, in de tijd, de laatste grootschalige hoogveenontginningen van Nederland.

Het hoogveengebied van de Gemeente Emmen is vanaf drie hoofdrichtingen aan snee gebracht: vanuit het noorden als voortzetting van de Groninger veenkoloniën, vanuit het westen door het doortrekken van de Hoogeveensche Vaart en vanuit het noordwesten via het Oranjekanaal. Het Oranjekanaal zou oorspronkelijk via Nieuw-Dordrecht naar het Smeulveen worden aangelegd. Door een tegenvallende ondergrond, namelijk te grote hoogteverschillen, is de bestaande route gekozen. Over het traject van de Verlengde Hoogeveensche Vaart is lange tijd strijd gevoerd tussen concurrerende maatschappijen. Uiteindelijk is het bestaande traject aangelegd. De andere mogelijkheid was het kanaal vanaf Erica recht door te trekken richting Duitsland. Een systeem met dubbel kanaal is bij Klazienaveen door de keuze voor de huidige loop van de Verlengde Hoogeveensche Vaart nooit uitgevoerd. Het gebied tussen Oranjedorp en Erica is door middel van het bloksysteem ontgonnen. Het gebied neemt daarbij een bijzondere positie in. Door de hoogteverschillen in de ondergrond liggen hier de hoofdwijken niet loodrecht op het kanaal. De aardkundige ondergrond is bepalend geweest voor de afwijkende wijze waarop het gebied tussen het Oranjekanaal en de Ericasestraat is ontgonnen. De hoofdwijken zijn namelijk evenwijdig met de westelijke flank van de Hondrug gelegd.

Het gebied, dat voorheen uitmaakte van de veenkolonie Barger Westerveen ligt, tezamen met het huidige industrieterrein Bargermeer (voorheen de kolonie Oosterveen), tussen de twee uitlopers van de Hondsrug. Vooral aan de westzijde richting Ericasestraat is de overgang naar de hoger gelegen uitloper van de Hondsrug nog zeer goed waarneembaar. De nog bestaande kanalen en wijken zijn de hoofdstructuur geweest van de veenkoloniale ontginning. Deze zijn kenmerkend voor het gebied. De wegen die vanaf 1850 in het hoogveengebied werden aangelegd hebben door hun rechtlijnigheid ook een ‘zeer hoge’ kenmerkenheid. Daarnaast is vaak de ensemblewaarde met het kanaal en de dorpslinten nog goed aanwezig. Op grond van de Erfgoednota Emmen 2017-2022 valt het plangebied binnen de beleidskeuze 'herkenbaar houden'. Als maatregel is in de Erfgoednota genoemd: herkenbaar houden van de historische en ruimtelijke structuur en samenhang. De gemeentelijke opgave in deze categorie luidt ontwikkelingen zodanig vroegtijdig te begeleiden dat deze aansluiten of inspelen op de cultuurhistorische kwaliteiten.

12

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Conclusie ten aanzien van de cultuurhistorische waarden: In het plangebied wordt rekening gehouden met de rationele verkaveling. Doordat het bestaande perceel gelijkmatig wordt gesplitst, past de ontwikkeling binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur in het dorp. In Hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing van het plan.

Figuur 2.2: Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart

2.1.6

Welstandsbeleid

De welstandsnota 2016, gemeente Emmen is opgesteld uitgaande van het motto: “Loslaten van kan, regelen wat ertoe doet”. De gemeente hecht waarde aan de omgevingskwaliteit, en ziet daarbij onderscheid tussen de verschillende gebieden die de gemeente rijk is. Niet ieder gebied vraagt om dezelfde benadering. De welstandsnota 2016 kent drie welstandsniveaus: welstandsvrij, welstandsluw en welstandsniveau hoog. Voor een aantal gebieden is de ambitie naar beneden bijgesteld ,waardoor welstandsvrije gebieden zijn toegenomen. Het niveau welstandsluw is geïntroduceerd. In de luwe gebieden wordt op een aantal basale aspecten van welstand gestuurd en wordt afstand genomen van gedetailleerde beoordelingen. Daarnaast moeten gebieden die van meer waarde zijn - niveau hoog – goed beschermd blijven. Deze gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Emmen. Voornamelijk zijn dit de centra van dorpen, wijken en de beschermde dorpsgezichten. Voor deze gebieden geldt een hoog ambitieniveau. Het gemeentebestuur beoogt met deze nota een dynamische welstand in Emmen, waarbinnen ruimte is voor dialoog en “kwalitatief herstel” met de samenleving. Het bestemmingsplan en de welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplan geeft aan wat, hoeveel, in welke vorm en waar er gebouwd mag worden.

Het welstandsbeleid geeft aan hoe het gebouw er uit mag komen te zien. Dit wil zeggen dat het welstandsbeleid moet voorkomen dat er gebouwen gebouwd worden die afbreuk doen aan de omgeving. Het plangebied is gelegen in een gebied aangeduid als 'welstandsluw'. .

13

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Drenthe 2018

De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe.

Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd : rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang.

Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid:

14

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Landschap Het plangebied is gelegen binnen het landschap van de veenkoloniën. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied Emmen en haar venen. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Het is bedoeld om de cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de hoofdstructuur, te borgen. De ambitie voor de Veenkoloniën richt zich specifiek op het zichtbaar houden van de machinale veenwinning en veenverwerking op het Amsterdamscheveld en het Bargerveen, zowel in het landschap als in de bebouwing. Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist.

Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. Natuur Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een robuuste, samenhangende structuur van natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden, ecologische verbindingen en agrarische gebieden met hoge natuurwaarden, bijvoorbeeld gebieden met agrarisch natuurbeheer. Het plangebied is gelegen in een NNN-gebied.

Conclusie ten aanzien van kernkwaliteiten Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van één vrijstaande woning. De realisatie van de woning leidt niet tot een aantasting van de beschreven kernkwaliteiten. In Hoofdstuk 3 en Hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de ruimtelijke inpassing van de woning.

15

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

2.2.2

Provinciale omgevingsverordening

Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. In de omgevingsverordening is het perceel gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Binnen Bestaand Stedelijk Gebied ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van woningbouw primair bij de gemeente. De verordening geeft verder geen specifieke bepalingen voor percelen met deze aanduiding. Artikel 2.17 lid 1 van de POV bepaalt dat een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. De gemeenteraad heeft op 14 december 2017 de geactualiseerde beleidsnotitie Bouwen in de linten vastgesteld. De beleidsnotitie is een nadere uitwerking van de Woonvisie 2018-2023. Het plan past binnen de gemeentelijke woonvisie (zie paragraaf 2.1.2) en het plangebied is gelegen in een bebouwingslint dat aansluit bij bestaand stedelijk gebied. Het plan is in overeenstemming met artikel 2.17 lid 1 van de POV. Artikel 2.9 lid 2 van de POV biedt voorts de mogelijkheid dat Gedeputeerde Staten van Drenthe de begrenzing van bestaand stedelijk gebied wijzigt wanneer via onherroepelijk geworden ruimtelijke plannen of een inpassingsplan nieuwe bebouwingsmogelijkheden zijn gecreëerd.

De gronden aangeduid op kaart D3 (Natuurnetwerk Nederland) van de POV vormen het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied is gelegen in het bebouwingslint aan de zuidkant van de Zuidersloot. Het gehele bebouwingslint langs de zuidkant van de Zuidersloot tot aan de kruising met de Kerkenweg valt volgens de kaart D3 van de POV binnen het Natuur Netwerk Nederland. De NNN-kaart overlapt hier tevens met de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied. In artikel 2.28 zijn bepalingen opgenomen die gelden binnen het Natuurnetwerk Nederland. Volgens artikel 2.29, kan een ruimtelijke plan, in afwijking van artikel 2.28, eerste en tweede lid, voorzien in nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten, onder bepaalde voorwaarden. Ten behoeve van de toetsing aan de bepalingen uit de POV is een rapportage opgesteld. Deze is toegevoegd als Bijlage 8. Het doel van de NNN-toets is inzicht verkrijgen in de mogelijke (significant) negatieve effecten op natuurwaarden als gevolg van het plan. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen. Het NNN-gebied, waar het plangebied zich in bevindt, is circa 2.703 hectare groot. Het plangebied (bouwkavel) betreft circa 0,16 hectare. Er gaat daardoor circa 0,5% van het NNN verloren.

Bovendien zal niet het gehele perceel bebouwd en verhard worden, waardoor het percentage zelfs een overschatting betreft. Het maximale gezamenlijke oppervlakte aan hoofdgebouw en bijgebouwen bedraagt volgens het bestemmingsplan 250 m2 (dit is exclusief de vergunningsvrije bouwmogelijkheden). Er gaat bij de toevoeging van een woning in het NNN-gebied zodoende geen significant oppervlakte verloren. Het plangebied bevindt zich tevens in een reeds bestaand bebouwingslint. Rondom het plangebied zijn verschillende natuurbeheertypen aanwezig. Het perceel ligt in een veenweidegebied. In de directe omgeving ligt het gebied in een voor het landschap kenmerkende lintbebouwing. Aan de noordkant van het perceel ligt een greppel, een weg (Zuidersloot) en een bomenrij. Er is geen struiklaag aanwezig. Ten noorden van de straat is een brede greppel/sloot aanwezig. Het perceel biedt geen belangrijke verplaatsplaatsen of essentieel foerageergebied voor soorten die kenmerken zijn voor het omliggende Natura 2000 gebied of het NNN-gebied waar het zelf in gelegen is. Het perceel is ook geen belangrijke verbindingsfactor tussen direct omliggende natuurlijke gebieden, waardoor bij

16

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

toevoeging van een woning geen barrière zal ontstaan. De aanwezige greppel geeft onvoldoende dekking, waardoor grondgebonden zoogdieren zich via andere omliggende structuren zullen verplaatsen. Ook ligt het plangebied niet binnen een aangewezen (beoogde) ecologische verbindingszone die NNN-gebieden met elkaar dienen te verbinden. Het plangebied zelf is rondom voorzien van een hek en is/wordt intensief begraasd (korte vegetatiemat). In het plangebied staan enkele bomen, er is geen struiklaag aanwezig binnen het plangebied. Permanent oppervlaktewater is niet aanwezig binnen het plangebied. Bij toevoeging van de woning aan het NNN zullen geen archeologische, geologische, geomorfologische of bodemkundige fenomenen die als belangrijk en representatief worden beschouwd voor de (natuurlijke) ontstaansgeschiedenis van een groter gebied verloren gaan. Er gaan geen landvormen, kenmerkende opbouw van de ondergrond, of actieve geomorfologische processen verloren. Bovendien zullen er hooguit oppervlakkige vergravingen plaatsvinden (fundering). Ten behoeve van de voorliggende planontwikkeling hoeven er ook geen bomen te worden gekapt en tevens hoeven er geen sloten en greppels worden gedempt. De bestaande inrit aan de noordoosthoek blijft behouden, deze hoeft alleen verhard te worden.

De biotische kwaliteit van een beheertype wordt uitgedrukt in het voorkomen van kwalificerende flora- en faunasoorten uit diverse soortgroepen, zoals bijvoorbeeld vogels en vlinders. De kwaliteitsbepaling van een gebied kan worden ingedeeld in ‘hoog’, ‘midden’, of ‘laag’, afhankelijk van de hoeveelheid kwalificerende soorten die voorkomt in het plangebied. Het plangebied wordt intensief beheerd/begraasd, waarbij voornamelijk Engels raaigras aanwezig is. Vanwege het ontbreken van geschikt habitat, wordt beschermde fauna uitgesloten (zie ook Bijlage 4 Quickscan flora en fauna). Tevens is het plangebied ongeschikt voor doelsoorten van het Bargerveen (zoals aangewezen broedvogels watersnip en blauwborst), vanwege het ontbreken van open water, moerasachtig gebied en aanwezige verstoring door het intensieve beheer en begrazing. Op basis van de aangetroffen soorten in het plangebied en de te verwachten soorten, wordt de kwaliteit van het plangebied voor het NNN aangemerkt als ‘laag’. Bij de toevoeging van een woning, zal er derhalve geen negatief effect zijn op natuurdoelen of -kwaliteit van het NNN. Uit het rapport wordt geconcludeerd dat gezien de lage ecologische waarde door de huidige terreinkenmerken, er geen sprake is van significante negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.

Bovendien gaat er een zeer klein oppervlakte van het NNN verloren (minder dan één procent van het NNN-gebied) en wordt de samenhang van het NNN door toevoeging van de woning niet aangetast. Het plangebied bevindt zich al in een reeds bestaand bebouwingslint. Er zijn zodoende geen significante negatieve effecten op het NNN als gevolg van de toevoeging van één woning binnen het plangebied. Vervolgstappen zoals compensatie worden niet noodzakelijk geacht. 2.3

Rijksbeleid

2.3.1

Ruimtelijk beleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Emmen zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Echter deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied.

17

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

2.4

Conclusie

De conclusie van de in dit bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct door werkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan in niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt op zijn beurt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan eveneens geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale en gemeentelijke beleid.

18

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 structuur

3.1

Planbeschrijving en Stedenbouwkundige

Ontstaansgeschiedenis

Weiteveen is een wegdorp in de overgang van een randveenontginningslandschap (Schoonebeeker Veld) en grootschalige veenontginningslandschap (Bargerveen c.q. Amsterdamsche Veld). De onderhavige locatie zit ten zuiden van het Zuidersloot en dient zich daarom in het ritme te voegen van de dominante stroken verkavelingsstructuur. Deze lijnen staan niet haaks op de Zuidersloot als doorgaande weg maar circa 102° ten opzichte van de weg. Tijdens de verkaveling van het Schoonebeeker Veld in het einde van de 18e eeuw is deze waaiervormige structuur ontstaan. De perceelbreedtes waren circa 90 m ter plaatsen van de doorgaande route op de zandrug (de huidige Europaweg in Nieuw-Schoonebeek). Hierin zijn een aantal ritmes geconstateerd: De onderlinge perceelsgrenzen staan in een waaiervorm nagenoeg parallel naast elkaar. Dit in contrast met de (hoofd)gebouwen omdat deze in een rooilijn staan die evenwijdig loopt met de Zuidersloot. Ondanks dat de waaiervorm richting het vluchtpunt in het noorden smaller wordt, zijn de gemeten breedtes van de westelijke percelen zijn smaller dan links ten opzichte van de Zuidersloot. Dit komt doordat de Zuidersloot constant 3° ten opzichte van het absolute oost-west-as loopt. Diverse stroken vanuit het zuidelijk gelegen landschap zijn onderverdeeld ten plaatsen van de bebouwingslint is bijna gelijkwaardige percelen.

In de onderstaande opstelsommen zie je duidelijk hoe het uitwaaierend effect resulteert in bredere percelen waardoor de bebouwing ook ruimer, landelijker op het perceel komen te staan. De achterliggende perceelsgrenzen wijken af van de erfafscheidingen in de praktijk. Deze perceelsgrenzen lopen parallel met de Zuidersloot terwijl de erfinrichting is gebaseerd vanuit (haakse hoeken) ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrenzen.

3.2

Algemene planbeschrijving

Het plan voorziet in de ontwikkeling om het bestaande perceel bijna gelijkmatig te splitsen. Het nieuwe perceel zal dan 32,1 meter breed worden. Voor het bestaande perceel aan nummer 134 blijft er dan 30,8 meter over. Hiermee zullen de twee percelen goed in het ritme passen van het bovengenoemde uitwaaierend effect vanuit het dorp naar het buitengebied (Bargerveen) toe. De percelen worden per twee steeds een stapje breder waardoor de woningen ruimer op het perceel is gesitueerd en een landelijkere setting hebben. Een gelijkmatige perceelsplitsing levert ook geen praktische bezwaren op met de bestaande situatie op het erf. De onderhavige locatie bevindt zich op het einde van de “dorpsgerelateerde lint” en gaat twee woningen verderop over in het buitengebied van Bargerveen. Het is van belang om de open karakter te behouden dat de bouwmassa niet overheersend wordt waarmee het zich gaat karakteristeren als een meer verstedelijkt gebied. Van invloed is ook de bebouwingsmogelijkheden die worden gegeven met de beoogde enkelbestemming in het vigerend bestemmingsplan. Hiernaast heb je ook de vergunningsvrije bouwregels volgens BOR bijlage II en de beleidsnotitie “Verruiming bouwmogelijkheden ruime woonpercelen”. 19

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Het beoogde beeld is dat hier een vrijstaande, grondgebonden woning wordt gerealiseerd met een erfinrichting dat alleen ten dienste staat van het wonen. Overige bijgebouwen die ten dienste zijn van enige vorm van bedrijvigheid zou het landschappelijke beeld te veel verrommelen en het doorzicht naar het achterliggende landschap ontnemen. Voor waarborging dat er onbedoeld te veel bebouwingen op het erf komen te staan pleit voor een compacter perceel te kiezen. Voor de perceeldiepte wordt aangesloten bij de huidige situatie op het erf. Op een diepte van circa 55 meter staat momenteel de afrastering van het achterliggende weiland. Door de afsplitsing hierop aan te laten sluiten worden de maximale bebouwingsmogelijkheden met 100 m² gereduceerd ten opzichte van een kavelsplitsing van meer dan 55 meter diep. Ook wordt het achterliggend perceel, dat nu als weiland wordt gebruikt, gewaarborgd dat het instant blijft, inclusief de losse opgaande beplanting. Qua bouwmassa van het hoofdgebouw worden geen expliciete richtlijnen aangegeven in het vigerend bestemmingsplan. Wel wordt dit indirect gereguleerd door een maximale goot- en bouwhoogte. Er is hier geen aanleiding om hier nadere eisen te stellen dan hetgeen momenteel ook geldt voor de andere woonpercelen binnen het lint.

In het bestaande bebouwingsbeeld van het lint is de repeterende continuïteit van de zadeldaken de drager van de samenhang van het bebouwingsbeeld in het huidige straatbeeld. Voor behoud van het landelijke karakter van de lint en een niet storende inpassing van de nieuwe woning gelden deze bouwregels ook voor onderhavig perceel. Ook draagt dit bij in de sturing naar een redelijke omvang van het hoofdgebouw. In het bebouwingslint is de bestaande voorgevelrooilijn zeer gaaf. Alle hoofdgebouwen staan in dezelfde afstand tot de Zuidersloot. Deze ligt op circa 10,3 meter uit de voorste perceelsgrens. Hier wordt ook niet op afgeweken voor een niet storende inpassing. Conform het vigerende bestemmingsplan zal het hoofdgebouw ten minste 3 meter uit de zijdelingse perceelgrens worden gebouwd en aan de oostelijke zijde 5 meter uit de insteek sloot.Het doorzicht met de sloot en de houtsingel wordt hierdoor gewaarborgd. Logischer wijs zou hier dan ook een inrit gerealiseerd wordt. Dit komt ook overeen met de historische situatie. Bovendien kan de erfontsluiting van het huidige weiland worden hergebruikt

20

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

Onderzoeken

4.1

Archeologie en monumenten

4.1.1

Algemeen

De gemeente Emmen heeft archeologie beleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport, dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologie beleid en waar de beleidskeuzen zijn gemaakt. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in gemeentelijk archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan, tabel 1 geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer. Categorie

Archeologische waarden Oppervlakte

Diepte

Drainage

Rijksmonument

Beschermd

-

-

Verbod

Waarde Archeologie 1

Zeer hoge archeologische waarde

0 m2

30 cm + 10 c m

Verbod

Waarde Archeologie 2

(zeer) (hoge) archeologische waarde

100 m2

30 cm + 10 c m

Verbod

Waarde Archeologie 3

Middelhoge of hoge verwachting

1000 m2

30 cm + 10 c m

Verbod

Waarde Archeologie 4

Middelhoge of hoge verwachting

1000 m2

30 cm + 10 cm

Toegestaan

Tabel 1: Onderverdeling van archeologische waarden.

Deze beleidskeuzen zijn vertaald in een dubbelbestemmingen. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. 4.1.2

Archeologische waarden in het plangebied

Het plangebied Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 is volgens de beleidskaart gelegen in een gebied met archeologische waarde 4 , figuur 4.1 is uitsnede uit de beleidskaart.

21

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

figuur 4.1: Uitsnede archeologische beleidskaart, plangebied gelegen in waarde - archeologie 4.

Het plangebied is volgens de beleidskaart deels gelegen in een gebied met een lage verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Deels is de locatie in een gebied aangeduid met 'Waarde - Archeologie 4'. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' is opgenomen op de verbeelding en in de planregels. Gebieden gecategoriseerd als waarde-3 en waarde- 4 zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw, landschappelijke kenmerken en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Delen van dit landschap kunnen bovendien zijn afgedekt door esdekken. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle perioden Voor gebieden aangeduid met Waarde - archeologie 4 is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 1000 m2 en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm +10 cm principe). De Waarde - Archeologie 4 is apart opgenomen omdat dit terreinen zijn waar naast bovenstaande bepalingen geen drainageverbod geldt.

De werkzaamheden die gaan plaatsvinden in het plangebied houden bedragen een bodemverstoringsoppervlak kleiner dan 1000 m2, om die reden is een nader archeologisch onderzoek van de omgeving niet noodzakelijk geacht. 4.1.2.1 Archeologische monumenten Binnen het plangebied liggen geen (beschermde) archeologisch monumenten. Ook ligt 50 meter buiten het plangebied geen archeologisch monument. 4.1.3

Monumenten

Beschermde monumenten worden gekenmerkt door een samenhangend en gaaf geheel van architectonische stijlkenmerken. Een monument kan representatief zijn voor een bepaalde bouwstijl, maar kan ook een rijke bouwgeschiedenis hebben met verwijzingen naar verschillende bouwstijlen. Voor zover de bouwgeschiedenis niet duidelijk afleesbaar is, kan zij door bouwhistorisch onderzoek aan het licht komen. Monumenten worden in hoge mate gewaardeerd om hun architectuurhistorische kwaliteit, waardoor zij belangrijk bijdragen aan de kwaliteit en de identiteit van hun omgeving. Een bouwplan voor een monument wordt getoetst aan het monumentenbeleid.

22

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Richtinggevend is hiervoor de redengevende omschrijving van het monument. Naast de toetsing aan het monumentenbeleid dat gericht is op het behouden van de historische kenmerken van het monument wordt het bouwplan voor wat betreft de welstandsaspecten getoetst aan de onderstaande criteria: toevoegingen aan, op of bij monumenten worden op herkenbare wijze vormgegeven. Hierbij vormen de historische stijlkenmerken van het monument de inspiratiebron; er is aandacht voor zorgvuldige detaillering en materiaalkeuze. Het plangebied kent geen monumenten. 4.1.4

Conclusie

Op grond van de bovengenoemde informatie wordt een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. In het bestemmingsplan wordt de dubbelbestemming Waarde-archeologie-4 opgenomen. 4.2

Ecologie

De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.

Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. In dit geval is een stikstofberekening uitgevoerd. De gehele rapportage is als Bijlage 1 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Met behulp van de AERIUS Calculator is berekend dat de stikstofdepositie in de nabijgelegen Natura-2000 gebieden als gevolg van het bouwproces lager is dan de maximale hoeveelheid van 0,00 [mol/hectare·jaar]. Ook tijdens de gebruiksfase is de berekende stikstofdepositie lager dan de maximale hoeveelheid van 0,00 [mol/hectare ·jaar]. De AERIUS-rapporten van beide berekeningen zijn terug te vinden in Bijlage 2 en Bijlage 3. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van 23

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplantingof rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd.

Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen. 4.2.1

Natuurwaarden in het plangebied

Het plangebied ligt dicht bij het natuurgebied Bargerveen, welke tevens is aangemerkt als natura 2000 gebied. In het kader van het bestemmingsplan is daarom een flora en fauna onderzoek uitgevoerd door het bureau Otte Groen Advies. Deze is als Bijlage 4 toegevoegd aan dit bestemmingsplan. Door middel van een veld- en bureau onderzoek wordt beoordeeld welke natuurwaarden verwacht worden in het plangebied en wordt gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt er gekeken of de plannen mogelijk een negatief effect hebben op de Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde Natuurmonumenten. De werkzaamheden die zullen worden uitgevoerd binnen de begrenzing van de planlocatie bedragen het bouwen van één nieuwe woning, waarbij er geen bomen worden gekapt en de bestaande sloten ongemoeid blijven. Daarnaast zal de bestaande inrit worden gebruikt en is er geen sprake van toename van kunst en strooilicht tijdens en na het uitvoer van de werkzaamheden. Met betrekking tot het weidevogelgebied en beschermde landschapselementen geldt dat de planlocatie niet ligt binnen het beschermde gebied. Naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkelingen zijn negatieve effecten op weidevogelgebieden niet te verwachten.

Aantasting van vaste verblijfplaatsen van beschermde soorten is niet aan de orde, daar het plangebied niet beschikt over een geschikt leefgebied en doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Significante verslechtering van (potentieel) leefgebied is geen sprake. Tijdens de inventarisatie zijn geen nesten, nestactiviteiten en/of nestrestanten op de planlocatie aangetroffen. In de directe omgeving zijn geen nesten, nestactiviteiten en/of nestrestanten aangetroffen. Het plangebied ontbreekt aan een geschikt leefgebied voor zwaarder beschermde soorten (amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden) en dergelijke soorten komen dan ook met zekerheid niet voor op de planlocatie. Op basis van het veldbezoek is de inschatting dat de vleermuizen geen gebruik maken van de planlocatie.Op de planlocatie is geen bebouwing aanwezig. In de twee zomereiken zijn geen holten, takscheuren of los schors aanwezig die in potentie kunnen dienen als

24

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

verblijfplaats voor vleermuizen. Hier is echter geen sprake van een foerageergebied dat van essentieel belang is voor vleermuizen. In de directe omgeving zijn vele vergelijkbare en meer geschikte locaties aanwezig. Het voorkomen van beschermde soorten uit overige soortgroepen (amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden) is op voorhand uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt leefgebied en doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Negatieve effecten op beschermde soorten uit overige soortgroepen zijn derhalve op voorhand uit te sluiten. Een ontheffing of nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Algemene soorten komen hoogstwaarschijnlijk wel in en rond het plangebied. Herkomst is terug te voeren op de eventueel aanwezige waterafvoersloten. Deze soorten zijn niet beschermd of staan op de vrijstellingslijst van de provincie Drenthe. Uit de eerder genoemde AERIUS-berekening is gebleken dat er geen sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden 4.2.2

Conclusie

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van één woning in het bebouwingslint aan de Zuidersloot te Weiteveen. Er hoeft geen bebouwing gesloopt te worden. Ten behoeve van de uitvoering van het plan is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Uit het onderzoek, dat als Bijlage 4 is toegevoegd bij dit bestemmingsplan, blijkt dat er geen beschermde soorten geraakt worden. Nader onderzoek is daarom niet nodig. Ten slotte is op basis van de Wnb altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren.

Daarbij geldt voor alle bouwactiviteiten dat er voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden, waardoor: de aanvang van de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot begin augustus) dient plaats te vinden; een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten; (wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden. 4.3

Fysieke veiligheid

Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Bevi valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. Vanuit de Veiligheidsregio Drenthe en RUD Drenthe is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van de gebouwen in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan

25

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134. Hierbij is getoetst aan bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid, bereikbaarheid, bluswatervoorziening, repressieve dekking en alarmsystemen welke onderdeel zijn van de veiligheidsketen. 4.3.1

Fysieke veiligheidssituatie

In het kader van regelgeving in relatie tot Externe Veiligheid gelden voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen. 4.3.1.1 Risicobronnen binnen en buiten het plangebied Het plangebied en de omgeving is geïnventariseerd op de aanwezigheid van zogenoemde Bevi-bedrijven. Er zijn binnen en in de nabijheid van het plangebied geen Bevi-bedrijven gelegen. Het plangebied en de omgeving is geïnventariseerd op de aanwezigheid van buisleidingen. Er zijn binnen en in de nabijheid van het plangebied geen buisleidingen gelegen die van invloed kunnen zijn op de realisatie van een vrijstaande woning binnen het plangebied. Er bevinden zich in of in de nabijheid van het plangebied geen hoogspanningslijnen en ook geen transportroutes van gevaarlijke stoffen. 4.3.2 Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied Zodra plannen ontwikkeld worden dient de brandweer in een vroeg stadium bij de plannen betrokken te worden om op basis van het beoogde veiligheidsniveau een advies te kunnen uitbrengen op de inrichting en ontwikkeling van het gebied. Hierbij zijn de volgende zaken van belang: 1. Voor het bestrijden van een brand is de brandweer afhankelijk van een goede bluswatervoorziening. Conform de Wet op de Veiligheidsregio moet een gemeente zorgen voor een openbare bluswatervoorziening.

Bij locaties waar geen toereikende openbare bluswatervoorziening kan worden aangelegd, zal de eigenaar moeten zorgen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening in overleg met de brandweer. Vanaf 1 januari 2014 maakt de brandweer gebruik van tankautospuiten en tankwagens, aangevuld met vulpunten voor de tankwagens als primaire bluswatervoorziening. Er hoeven ten behoeve van deze ontwikkeling geen vulpunten bijgeplaatst te worden. 2. Ten aanzien van het alerteren van burgers bij een noodsituatie wordt het alarmmiddel NL-alert doorontwikkeld om de verschillende doelgroepen nog beter te kunnen bereiken. Daarnaast komt het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS, ook wel 'de sirenes') vanaf 2025 in een 'end of life'-fase. De besluitvorming over de toekomst van het WAS zal worden overgelaten aan het volgende kabinet. Dit betekent dat het WAS niet per 1 januari 2022 zal worden uitgefaseerd. De locatie valt buiten de dekking van het WAS-systeem. Dit betekent niet dat het WAS-systeem niet hoorbaar is, maar deze is wel verminderd hoorbaar. 3. Het is belangrijk dat in geval van calamiteiten hulpverleningsdiensten direct ter plaatse kunnen komen en zonder Afwegingen hulp kunnen verlenen. Om die reden dienen alle objecten in het plangebied via twee onafhankelijke wegen bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten. Het gebied voldoet wel aan deze vereisten.

Bij nieuwe ontwikkelingen dienen de volgende acties ondernomen te worden: Het gebied heeft 2 normale toeritten vanaf aanvullen. Tevens is er een secundaire route te gebruiken in geval van obstructie van deze 2 toeritten via aanvullen. Hiermee voldoet het gebied goed aan de uitgangspunten van bereikbaarheid. 4. Het dekkingsplan van de Veiligheidsregio Drenthe, vastgesteld in december 2013, geeft in het kort het volgende weer: Het brandverloop verloopt tegenwoordig zo snel dat 3 zaken zeer belangrijk zijn om slachtoffers te voorkomen: het voorkomen van brand, het

26

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 (vastgesteld)

ontdekken van brand en het vluchten bij brand. Bij het vluchten bij brand heeft men een eigen verantwoordelijkheid of is men aangewezen op de BHV – organisatie. De brandweer heeft als taak het houden van een brandscheiding ter voorkoming van branduitbreiding en het beschermen van niet-zelfredzame personen achter die scheiding. Desondanks dat een woning bij een brand als verloren kan worden beschouwd, wordt geadviseerd de brandveiligheidsmaatregelen op elkaar af te stemmen. a. bouwkundige voorzieningen, bijv. extra brandscheiding tussen de verdiepingen, en tussen woning en aanbouw, zoals een garage (geen rieten kap); b. installatietechnische voorzieningen, bijv. woningrookmelders - woningsprinklers; c. organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor de bewoners; d. brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen; e. inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal; f. zelfredzaamheid van de aanwezigen, toepassen veilige vluchtroutes. 4.4

Milieu

4.4.1

Vormvrije m.e.r.

In het Besluit m.e.r. zijn drempelwaarden opgenomen voor wanneer er een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Sinds de wijziging van het Besluit op 1 april 2011 is een beoordeling van een activiteit die op de D-lijst van het Besluit m.e.r. voorkomt noodzakelijk, ook al ligt de omvang van de activiteit (ver) onder de drempelwaarde. In voorliggend bestemmingsplan Weiteveen, Zuidersloot naast nr. 134 komen geen activiteiten voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r.. Vanwege de afwezigheid van die activiteit(en) hoeft geen vormvrije m.e.r. -beoordeling plaats te vinden. 4.4.2

Bedrijven en milieuzonering

Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt de bedrijvigheid in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is in het plangebied een inventarisatie geweest van de aanwezige bedrijven en nagedacht over de bedrijfsactiviteiten die toelaatbaar zijn in het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen bedrijfsactiviteiten mogelijk. In de omgeving van het plangebied zijn ook geen (agrarische) bedrijfsactiviteiten mogelijk. 4.4.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=79ea8835-b3f4-4604-9970-c946bb6ffb97