Bijlage 1 - Bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Europaweg en Hankenhofweg (bouw woning) - Toelichting
Tekst van het document
Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk
4
Hoofdstuk 2 Beleid
7
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving
16
Hoofdstuk 4 Onderzoeken
21
Hoofdstuk 5 Toelichting op de planregels en verbeelding
36
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke betrokkenheid
42
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
43
2
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Toelichting
3
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Hoofdstuk 1
1.1
Inleidend hoofdstuk
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
Verzocht is medewerking te verlenen aan de realisatie van een woningbouwkavel op het perceel kadastraal bekend gemeente Schoonebeek, sectie C met nummer 5664, gelegen op de hoek van de Hankenhofweg en Europaweg te Schoonebeek. De locatie is momenteel onbebouwd. In het bestemmingsplan 'Schoonebeek' is de kavel bestemd als 'Agrarisch’. Met het wijzigen van deze bestemming naar 'Wonen - Vrijstaand' wordt de realisatie van een vrijstaande woning mogelijk gemaakt binnen het plangebied, hetgeen mogelijk is op basis van de gemeentelijke beleidsnotitie ‘Bouwen in de Linten’. 1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen op een hoekkavel langs de Hankenhofweg en Europaweg in Schoonebeek. Het plangebied bevindt zich centraal in Schoonebeek. Aan de zuidzijde wordt het perceel begrensd door de Europaweg, aan de oostzijde door de Hankenhofweg en naar het noorden toe bevinden zich woningen. Aan de noordwestzijde bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijf die nu als woning wordt gebruikt, deze wordt in voorliggend bestemmingsplan meegenomen en worden voorzien van een woonbestemming. Het perceel is momenteel voorzien van grasland, enkele bomen en wordt begraasd door (klein)vee. Hierna volgt een luchtfoto van het plangebied vanuit de lucht en vanaf ‘streetview’.
4
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
1.3
Huidige planologische regelingen
Het voorliggende bestemmingsplan ‘Schoonebeek, hoek Europaweg en Hankenhofweg (bouw woning)' vervangt gedeeltelijk het vigerende bestemmingsplan ‘Schoonebeek'. In dit bestemmingsplan is de locatie bestemd als 'Agrarisch' zonder een bouwvlak ter plaatse waar de nieuwe woning gaat worden gebouwd. De bestaande boerderij, die al jaren niet meer agrarisch wordt gebruikt en die nog is voorzien van een bestemming ‘Agrarisch’ zal tevens naar een woonbestemming worden bestemd in dit bestemmingsplan.
5
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan 'Schoonebeek, hoek Europaweg en Hankenhofweg (bouw woning)' verliest het genoemde bestemmingsplan ‘Schoonebeek’, voor zover zij vallen binnen het plangebied, zijn rechtskracht en wordt vervangen door het bestemmingsplan 'Schoonebeek, hoek Europaweg en Hankenhofweg (bouw woning)'. 1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met een bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes. 1.5
Overzicht verricht onderzoek
Ten behoeve van het opstellen van voorliggend bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken verricht en adviezen gegeven. Daarnaast is er informatie gebruikt uit onderzoeken en adviezen die in een ander kader zijn uitgevoerd. De conclusies uit de verschillende onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting. Ter voorbereiding van het bestemmingsplan zijn de volgende onderzoeken verricht en rapportages opgesteld: 1. Akoestisch onderzoek; 2. Archeologisch onderzoek ; 3. Ecologisch onderzoek; 4. Watertoets 5. Verkennend bodemonderzoek. 6. Nader bodemoderzoek
6
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Gemeentelijk beleid
2.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef
Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan ‘Schoonebeek, hoek Europaweg en Hankenhofweg (bouw woning)’ is vooral het thema Wonen van belang. De Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid troef richt zich op een accentverschuiving van kwantiteit naar kwaliteit en differentiatie van woonmilieus: De opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. Naast een kwaliteitsimpuls van de bestaande woningen wordt ingezet op wervende woonmilieus. Om ervoor te zorgen dat de woningmarkt op orde blijft, is een continue aanpassing aan de veranderende vraag geboden. Dit geldt niet alleen voor de kern van Emmen, maar ook voor de dorpen. Zo ontstaat op termijn een cyclische vernieuwing van de bestaande woongebieden. 2.1.2
Woonvisie 2022 - 2030 'BuitengeWoon Thuis in Emmen'
De Woonvisie 2022 – 2030 'BuitengeWoon Thuis in Emmen' wil toewerken naar een passende woningvoorraad en woonomgeving voor de huidige en nieuw inwoners. Diversiteit is daarbij het uitgangspunt. De inwoners van de gemeente Emmen zijn divers en dat vraagt om voldoende beschikbaarheid van verschillende typen woningen. Om de missie in relatie tot de beschikbaarheid van voldoende passende woningen en vernieuwende woonconcepten te behalen, wordt er de komende jaren voor alle wijken en dorpen vanuit de volgende vier uitgangspunten gewerkt: 1. Het aanbieden van een grotere diversiteit aan woningen in de wijken en dorpen; 2. Herstructurering van oudere woonbuurten; 3. Ontwikkelen van diverse seniorgeschikte woningen en starterswoningen; 4. Een groei van 4.000 woningen tot 2030. Om ervoor te zorgen dat nieuwe bouwplannen aansluiten bij de (toekomstige) woningbehoefte hanteert de gemeente Emmen een kwalitatief en kwantitatief afwegingskader voor woningbouw. Kwalitatief afwegingskader: 1. We beoordelen woningbouwinitiatieven niet individueel maar in samenhang. 2. We geven prioriteit aan plannen voor herstructurering, transformatie en inbreiding. 3. We geven prioriteit aan woningbouwplannen voor aandachtsgroepen. 4. Woningbouwplannen dragen bij aan een variërend en aantrekkelijk woonmilieu. 5. Woningbouwplannen dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit.
Kwantitatief afwegingskader: De Woonvisie geeft voor het deelgebied ‘De Velden’ (waar Schoonebeek toe behoort) tot
7
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
2030 een netto groei van 580 woningen op de woningvoorraad. 2.1.3
Bouwen in de linten
De gemeenteraad heeft op 14 december 2017 de beleidsnotitie "Bouwen in de Linten" vastgesteld. De beleidsnotitie geeft het onderzoek weer naar de ruimtelijke kaders en criteria die bij de beoordeling van verzoeken tot incidentele woningbouw in de linten moeten worden gehanteerd. In de beleidsnotitie is een balans gezocht tussen het incidenteel toevoegen van woningen enerzijds en het behoud van de waarde en karakteristiek van het landschap anderzijds. Het doel van de beleidsnotitie "Bouwen in de Linten" is het verkrijgen van een helder ruimtelijk kader voor het toetsen van nieuwe aanvragen voor het bouwen van woningen binnen lintbebouwingen in de gemeente Emmen. In de beleidsnotitie zijn ruimtelijke criteria verwoord. Bij de ruimtelijke ontwikkeling van de linten dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het belang van de kernen, en anderzijds het belang van het landschap. In de eerste plaats is bepaald wat de begrenzingen van de kernen zijn en wat de linten binnen en buiten de kernen zijn. Als vervolgstap is voor de linten buiten de kernen bepaald welke delen onlosmakelijk met het landschap zijn verbonden en welke delen met de kern zijn verbonden. De linten kunnen worden onderverdeeld in "landschapsgerelateerde linten", "dorpsgerelateerde linten" en in "lint binnen kern".
De locatie op de hoek van de straten Hankenhofweg en Europaweg is gelegen in een lint aangeduid als ‘Lint binnen kern’.
8
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Linten binnen de kern Dit “lint binnen de kern” (paars aangeduid op kaart “Ontwikkeling Lintbebouwing”) worden gekenmerkt door geconcentreerde bebouwing: Zowel in het lint als in de directe omgeving om het lint. De linten zijn door de jaren verdicht geraakt, waardoor de fysieke ruimte voor het toevoegen van woningen beperkt is. Opvulling van de nog aanwezige open plekken heeft geen negatieve ruimtelijke gevolgen op de omgeving. Deze plekken komen dan ook in aanmerking voor bebouwing. Bij toevoegingen dient te worden aangesloten bij de stedenbouwkundige structuren van de omgeving. Onder andere dient afstemming te worden gezocht bij aspecten als de kavelbreedte, de voorgevelrooilijn en bebouwingskenmerken ten aanzien van nokrichting, bebouwingsmassa en hoogten. 1. kavelbreedte De breedte van voorliggende kavel bedraagt 34 meter. In de directe nabijheid is sprake van kavels met een breedte variërend van 23 meter tot en met 40 meter. De kavelbreedte van 34 meter past in de omgeving. 2. Voorgevelrooilijn Qua oriëntatie zijn de woningen langs de Europaweg georiënteerd op de Europaweg. Dat zal de beoogde nieuwe woning ook gaan doen. 2.1.4
Welstandsbeleid
Bouwwerken moeten voldoen aan 'redelijke eisen van welstand'. Een welstandscommissie beoordeelt bouwplannen aan de vooraf vastgestelde welstandscriteria opgenomen in de Welstandsnota. Op 30 juni 2016 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota vastgesteld. In deze nota wordt vooraf bepaald wat de redelijke eisen van welstand zijn. Dit betekent dat gekeken wordt of een bouwplan qua uitstraling wel past bij de omgeving. Het bestemmingsplan en de Welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsbeleid heeft zo min mogelijk regels. Voor de meeste gebieden, ook voor dit gedeelte van Schoonebeek waar het plangebied gelegen is, geldt het welstandsniveau 'hoog'. 2.1.5
Erfgoedbeleidkaart
Op de gemeentelijke erfgoedbeleidskaart is het gebied vanuit de historische stedenbouwkunde aangeduid als een gebied met een herkenbaar te houden lintstructuur uit de bouwperiode 1000 – 1850.
9
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Het beleid is gericht op het ‘herkenbaar houden’. Het gaat daarbij om het herkenbaar houden van de historische en ruimtelijke structuur (zoals een bomenrij) en samenhang van een gebied. In de gemeente Emmen zijn er plekken die met elkaar verbonden zijn. Dat noemen ze structuren. Dit zijn bijvoorbeeld wijken, dorpen, erven tuinen of groen, wegen en kanalen. Voorbeelden uit de gemeente zijn: een bomenrij langs een weg; een bepaalde opzet van een wijk. Bijvoorbeeld de wijk Emmerhout met zijn woonerven de Veenkoloniën met lintdorpen zoals Emmer-Compascuum, de boerderijen en landerijen in rechte stroken vanaf het kanaal, de wijken en sloten, zoals bijvoorbeeld de Dikke Wijk in Nieuw-Amsterdam de essen, zoals de Emmer Es, waar vroeger de akkers van de boeren uit Emmen lagen. De gemeente wil deze structuren graag als een geheel houden, want ze laten de geschiedenis goed zien. Kortom, ze hebben een hoge cultuurhistorische waarde. De gemeente vraagt haar inwoners om deze structuren niet zomaar te veranderen en hier zuinig op te zijn. De gemeente maakt verschil in vier soorten: Landschappelijke gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde. Stedenbouwkundige gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde. Groenstructuren van hoge cultuurhistorische waarde. Infrastructuur en waterwegen van hoge cultuurhistorische waarde.
Ten behoeve van het plan is een gedegen erfinrichtingsplan opgesteld waarmee met de voor het gebied belangrijke waarden rekening is gehouden. Er zal een woning met bijbehorende erfinrichting komen die past bij de bestaande karakteristiek van het gebied.
10
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
2.1.6
Integrale parkeervisie gemeente Emmen
In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip "voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel voldoende laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen enof wijzigen gebruik. In het nieuwe parkeerbeleid zijn, bij het invullen van de parkeerbehoefte bij ontwikkelingen, de kengetallen zoals deze zijn vervat in de landelijke kencijfers parkeren van het CROW leidraad, waarbij in principe wordt uitgegaan van parkeren op eigen terrein. Deze parkeerkencijfers hebben een bandbreedte: in overleg met de initiatiefnemer wordt de parkeernorm bepaald. Ook biedt het beleid ruimte om in bepaalde gevallen gemotiveerd af te wijken van de CROW-normen, om zo maatwerk te kunnen leveren, bijvoorbeeld in gevallen waarbij het autobezit lager ligt dan de norm.
Voor woningbouw is daarbij aangegeven dat de parkeercapaciteit gebaseerd moet zijn op autobezit. Met deze aanpak wil de gemeente voorkomen dat een te strak gehanteerde parkeernorm een belemmerende factor vormt bij nieuwbouw of de transformatieopgave van leegstaande winkelpanden. De gemeente doet hierbij een beroep op de initiatiefnemers van verbouw en nieuwbouwprojecten om het invullen van de parkeerbehoefte te zien als een gezamenlijke opgave. In het parkeerbeleid gelden bij het invullen van de parkeerbehoefte de kengetallen zoals deze zijn vervat in de landelijke kencijfers parkeren van het CROW. In de parkeerberekening is uitgegaan van de bouw van 1 vrijstaande woning in de gemeente Emmen in niet stedelijk gebied, rest bebouwde kom. Op basis van de berekening middels de CROW is dan een parkeerbehoefte aanwezig van 2,3 parkeerplaatsen = 3 parkeerplaatsen. Het terrein is voldoende groot voor het kunnen bieden van plaats aan 3 parkeerplaatsen en zal daarmee voldoen aan de gemeentelijke parkeernota. 2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
In oktober 2018 is de Omgevingsvisie Drenthe 2018 vastgesteld. De Omgevingsvisie Drenthe is een strategisch plan: het geeft de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing weer voor de provincie Drenthe. Het geeft het wenselijke beeld van hoe de provincie er in 2030 uit moet zien. In de Omgevingsvisie zijn vier wettelijk voorgeschreven provinciale planvormen samengenomen, te weten: De provinciale structuurvisie op grond van de Wro; Het provinciaal milieubeleidsplan op grond van de Wet milieubeheer (Wm); Het regionaal waterplan op grond van de waterwetgeving; Het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan op grond van de Planwet verkeer en vervoer. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe voor de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode erna.
11
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Missie De missie van de omgevingsvisie is de volgende: “Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten”. De kernkwaliteiten zijn: rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid; naoberschap; menselijke maat; veiligheid; kleinschaligheid (Drentse schaal). Ruimtelijke ontwikkelingen De provincie wil ontwikkelingen stimuleren die een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Deze kwaliteit zit voor de provincie in het zorgvuldig gebruikmaken van de ruimte, het behouden en waar mogelijk versterken van de kernkwaliteiten en het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Hieronder volgen de delen uit de Omgevingsvisie die relevant zijn voor het voorliggende ruimtelijk initiatief. Wonen Omgevingsbeeld De verschillen in bevolkingsontwikkeling tussen de stedelijke gebieden en ook in het landelijk gebied worden groter. Op basis van de huidige prognoses blijft de bevolking van Assen stabiel en profiteert de noordzijde van Drenthe van de groei van Groningen. De zuidelijke as laat in de prognoses een sterk verloop zien, van groei in de gemeente Meppel tot het doorzetten van de krimp in de gemeente Emmen die in 2014 is ingezet. De regio Oost-Drenthe is door het Rijk aangewezen als één van de regio’s waar de bevolkingskrimp in Nederland het sterkst is.
Lokaal laten, ook in Oost-Drenthe, sterke dorpen nog steeds bescheiden groeicijfers zien. Op de woningmarkt worden de verschillen tussen stad en platteland, zand en veen en gebieden met wel of geen krimp groter. Vraag en aanbod passen niet altijd goed meer bij elkaar, wat leidt tot een vraag naar nieuwe woningen. Dit terwijl een deel van de bestaande woningvoorraad leeg blijft staan of in kwaliteit afneemt en huishoudens niet kunnen doorstromen naar passende woningen. De woningbouwopgave in Drenthe krijgt tot 2030 te maken met een daling van circa 1.100 huishoudens. Daarnaast bestaat er onder de huidige huishoudens, ongeveer 2500, een vraag naar nieuwe woningen. Hoewel het aantal huishoudens afneemt, blijven mensen in nieuwe woningen willen wonen (vervangingsvraag). Op lange termijn (2040) verwachten we een geschatte daling van 5.000 huishoudens. De geschatte vervangingsvraag in 2040 bedraagt ook ongeveer 5.000 woningen. Geografisch gezien speelt deze opgave met name in Zuidoost-Drenthe en in gebieden waar bevolkingsdaling speelt. Daarnaast daalt de woningvoorraad naar verwachting licht in kleine kernen, met name in de veenkoloniale lintdorpen, vergrijzende zanddorpen en in de oudere buitenwijken, doordat de vervangingsvraag wordt gerealiseerd in de grotere kernen en rondom de bestaande voorzieningen.
Deze gebieden worden daarmee intensiever bebouwd, met herbestemming van bedrijfs- en winkelpanden en/of gestapelde woningbouw. Zorgvuldig ruimtegebruik
12
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
De provincie wil zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte in Drenthe. Grootschalige bouwplannen en uitbreidingen in het landelijk gebied, los van bestaande bebouwingslocaties, zijn niet vanzelfsprekend. De provincie vindt dat gemeenten bij nieuwbouwplannen een werkwijze moeten hanteren die leidt tot zorgvuldig ruimtegebruik en verwijst naar de Ladder voor Duurzame verstedelijking zoals opgenomen in art. 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening. Voorliggend plan betreft de bouw van een woning in bestaand stedelijk gebied. Het verzoek voldoet aan het provinciaal beleid. Het plan is ook niet ladderplichtig omdat er geen sprake is van een situatie waarbij 12 woningen of meer gerealiseerd worden. 2.2.2
Provinciale omgevingsverordening
Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. In de omgevingsverordening is het perceel gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Binnen Bestaand Stedelijk Gebied ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van woningbouw primair bij de gemeente. De verordening geeft verder geen specifieke bepalingen voor percelen met deze aanduiding.
2.2.3
Kernkwaliteiten
Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid:
13
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Landschap Het plangebied is gelegen binnen het landschap ‘Veenkoloniën’. Van provinciaal belang is de samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Met de bouw van één vrijstaande woning binnen het bestaande bebouwingslint wordt geen afbreuk gedaan aan de kenmerkende wijkenstructuur. Er wordt gebouwd op een wijze qua verkaveling die soortgelijk is als andere woningen in dit bestaande lint. De kernkwaliteit is dan ook niet in het geding. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied Emmen en haar venen. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Het is bedoeld om de bestaande cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de hoofdstructuur, te borgen. Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist.
Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de bestaande lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. 2.3
Rijksbeleid
2.3.1
Ruimtelijk - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Schoonebeek zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Echter deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied.
14
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
2.3.2
Ladder duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio’s. De Ladder is onder andere van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Momenteel is in jurisprudentie bepaald dat een woningbouwproject vanaf 12 woningen wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan gaat uit van de bouw van maximaal 1 woning en is daarmee niet Ladderplichtig. 2.4
Conclusie
De conclusie van de in dit bestemmingsplan ‘Schoonebeek, hoek Europaweg en Hankenhofweg (bouw woning)’ beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct doorwerkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan eveneens geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale beleid. Wat betreft het gemeentelijk beleid kan geconcludeerd worden dat hieraan wordt voldaan.
15
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
3.1
Planbeschrijving
Ontstaansgeschiedenis
Het plangebied is gelegen in het gebied van de kleinschalige veenontginningen. Het wordt gerekend tot het gebied Schoonebeek en omgeving. Deze ontginningen zijn een menging van oude (middeleeuwse), jongere (17e en 18e eeuw) en jongste (19e en 20e eeuw) ontginningen. De oudste ontginningen zijn bij het huidige Schoonebeek. Er waren vier afzonderlijke bebouwingslinten, te weten Westeinde, Kerkeinde, Middendorp en Oosteinde, die op zandruggen waren gevestigd. De oudste percelen rondom de boerderijen waren blokvormig en de boerderijen lagen min of meer willekeurig naast elkaar op de zandrug. Vanaf de 17e eeuw lagen de boerderijen op langgerekte kavelstroken, die noordwaarts het veen in liepen en zuidwaarts tot het Schoonebeekerdiep. Deze konden ontstaan door het recht van opstrek. Van oudsher was er een wegverbinding met Coevorden die langs verschillende kleine nederzettingen voerde. Deze route was niet al te goed begaanbaar. Deze situatie verbeterde met de in de 18e eeuw aangelegde verbinding tussen Dalen/Coevorden, Schoonebeek en Nieuw-Schoonebeek. Grote delen van deze weg werden rond 1880 verhard. Omstreeks 1930 kwamen er verbindingen tot stand met de noordelijker gelegen kernen Nieuw-Amsterdam (Nieuw-Amsterdamseweg) en Amsterdamscheveld – Erica (Beekweg).
Door de verbeterde financiële positie van de gemeente werden er vanaf de jaren ‘50 verschillende wegen aangelegd of verbeterd. De Hoofdweg tussen CoevordenSchoonebeek- Nieuw-Schoonebeek en de Duitse grens werd vernieuwd. Na deze reconstructie kreeg het de naam 'Europaweg'. De woonstraten binnen het dorp Schoonebeek werden aangelegd bij dorpsuitbreidingen in de periode tussen 1945 en nu. Door de industrialisatie, met name de komst van de olie-industrie (NAM) naar de gemeente Schoonebeek, groeide de bevolking sterk. Er moesten nieuwe woningen komen. De uitbreidingen van de NAM vonden bijna allemaal plaats aan de noordzijde van het dorp. Aan de Julianalaan en de Mente werden arbeiderswoningen gebouwd. Voor het technisch geschoolde personeel verrezen woningen aan de Hankenhofweg. Aan de Burgemeester Norbruislaan werden twaalf bungalows voor het kaderpersoneel gebouwd. Bij het ontwerpen van de huizen en buurten werd op de regionale karakteristiek in gespeeld. De buurten hadden een groen karakter. Ook werd getracht speelsheid in te brengen door een wisselend verloop van de rooilijn en ze niet evenwijdig aan de weg te plaatsen. In deze periode werd ook ontspanningscentrum “De Boo” voor de NAM medewerkers gebouwd (1951). 3.2
Planbeschrijving
Verzocht is medewerking te verlenen aan de realisatie van een woningbouwkavel op een perceel grond gelegen op de hoek van de Hankenhofweg en Europaweg te Schoonebeek. De locatie is momenteel onbebouwd, er staan enkele bomen en er graast (klein)vee.
16
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Het plan voorziet in 2 doelen, te weten het herbestemmen van de voormalige boerderij naar een woonbestemming en het kunnen bouwen van één vrijstaande woning met bijbehorende bouwwerken op de locatie waar nu nog kleinvee graast. Vanuit de gemeente Emmen zijn de volgende randvoorwaarden meegegeven voor de verdere planuitwerking van het bouwplan. Hiervan kan worden aangegeven dat in overleg met de gemeente is overeengekomen dat de grote schuur behouden kan blijven.
Het volgende bouwplan is tot stand gekomen. Onderstaand eerst een weergave van de situatietekening van de beoogde woning op het perceel, gevolgd door een doorsnede van het bouwplan en 3d-visualisaties. Het bouwplan is reeds akkoord bevonden door welstand.
17
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
18
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
3.3
Landschappelijke inpassing
Tevens zal het perceel op een gedegen wijze landschappelijk worden ingepast. Daartoe is door het bureau De Erfontwikkelaar een erfinrichtingsplan opgesteld. De borging van dit erfinrichtingsplan komt tot stand door het opnemen van een zogeheten ‘voorwaardelijke verplichting’ in de bestemmingsplanregels. Onderstaand een weergave van het erfinrichtingsplan. Het voormalige boerenerf wordt opgeknapt door de sloop van enkele kleine landschapsontsierende bebouwing. Het erf kent een 'voor-' en 'achterzijde' doordat er aan de straatzijde een siertuin is voorzien met enkele grote lindes en het erf achter de boerderij dat veel functioneler is ingericht. Het karakter van het agrarische erf moet behouden blijven. Overmatige verharding dient verwijderd te worden. Naast de boerderij is nu een kleine weide gelegen. Hier kan een woning komen. De woning wordt getoetst aan de welstandsnota.. De rooilijn zal verschillen van de naastgelegen woningen. Dit is kenmerkend aan de Europaweg. Het nieuwe erf krijgt een ontsluiting op de Hankenhofweg. Hiermee hoeft er geen extra ontsluiting op de Europaweg worden voorzien wat de verkeersveiligheid ten goede komt. Middels een lage geschoren haag wordt het erf afgeschermd. Het is niet toegestaan om middels een schutting of tuinmuur het erf af te schermen. Op het erf wordt een Walnoot aangeplant die het bouwvolume verzacht.
Omwille van de leesbaarheid van onderstaande
19
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
tekening wordt verder verwezen naar de bijlage bij de regels in de vorm van het volledige erfinrichtingsplan.
20
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Onderzoeken
4.1
Archeologie en monumenten
4.1.1
Algemeen
De gemeente Emmen heeft archeologiebeleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport, dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologiebeleid en waar de beleidskeuzes zijn gemaakt. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan. Onderstaande tabel geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer.
Deze beleidskeuzes zijn vertaald in dubbelbestemmingen. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek.
21
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
4.1.2
Archeologische waarden in het plangebied
Het plangebied is volgens de beleidskaart gelegen in een gebied met een ‘Waarde 2’ dubbelbestemming, hetgeen betekent dat er onderzoek nodig is bij ingrepen van meer dan 100 m2 én dieper dan 0,30 meter. Naar verwachting zal de woning met bijgebouwen groter zijn dan 100 m2 en is er archeologisch onderzoek nodig. Door onderzoeksbureau Laagland Archeologie is een archeologisch bureau-onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport daarvan is als bijlage 1 bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Het aangetroffen verstoorde bodemprofiel maakt de kans klein dat er nog archeologische resten in de bodem aanwezig zijn. De archeologische verwachting kan worden bijgesteld naar laag. Niet uitgesloten kan worden dat er diepere archeologische grondsporen in de bodem aanwezig zijn. Deze zullen nauwelijks geroerd worden en de waarde van lossen sporen is beperkt. Het onderzoek is beoordeeld door Het Oversticht en er kan worden ingestemd met de conclusies van het uitgevoerde onderzoek. 4.1.3
Archeologische monumenten
Binnen het plangebied liggen geen (beschermde) archeologische monumenten.
22
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
4.1.4
Cultuurhistorie
4.1.4.1 Monumenten Beschermde monumenten worden gekenmerkt door een samenhangend en gaaf geheel van architectonische stijlkenmerken. Een monument kan representatief zijn voor een bepaalde bouwstijl, maar kan ook een rijke bouwgeschiedenis hebben met verwijzingen naar verschillende bouwstijlen. Voor zover de bouwgeschiedenis niet duidelijk afleesbaar is, kan zij door bouwhistorisch onderzoek aan het licht komen. Monumenten worden in hoge mate gewaardeerd om hun architectuurhistorische kwaliteit, waardoor zij belangrijk bijdragen aan de kwaliteit en de identiteit van hun omgeving. Een bouwplan voor een monument wordt getoetst aan het monumentenbeleid. Richtinggevend is hiervoor de redengevende omschrijving van het monument. Naast de toetsing aan het monumentenbeleid dat gericht is op het behouden van de historische kenmerken van het monument wordt het bouwplan voor wat betreft de welstandsaspecten getoetst aan de onderstaande criteria: toevoegingen aan, op of bij monumenten worden op herkenbare wijze vormgegeven. Hierbij vormen de historische stijlkenmerken van het monument de inspiratiebron; er is aandacht voor zorgvuldige detaillering en materiaalkeuze. Het plangebied kent geen monumenten. 4.1.5
Conclusie
Vanuit archeologie en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor uitvoering van het gewenste woningbouwplan. Wel blijft de meldingsplicht conform de Erfgoedewet 2016 van kracht. Dit houdt in dat mochten er tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden gevonden, de initiatiefnemer dit onmiddellijk dient te melden bij de gemeentelijke archeoloog. 4.2
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. 4.2.1
Gebiedsbescherming
In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke
23
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. 4.2.2
Soortenbescherming
Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplantingof rustplaatsen van dieren, danwel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal.
In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen. De aanwezige bomen op het terrein zijn niet monumentaal of waardevol. 4.2.3
Naturrwaarden in het terrein
4.2.3.1 Gebiedsbescherming Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt niet binnen het NNN of Natura 2000. De dichtstbijzijnde grens van NNN ligt op circa 2 kilometer afstand van de onderzocht locatie. De dichtstbijzijnde grens van Natura 2000 gebied ligt op circa 5,4 kilometer afstand van de onderzochte locatie. De voorgenomen werkzaamheden zijn echter van dien aard dat het uitgesloten is de kernwaarden van het NNN en N2000 zullen worden aangetast. 4.2.3.2 Soortenbescherming Het deel van het plangebied waar de woning gaat worden gebouwd is sprake van grasland. De bomen blijven staan. Wel wordt er nog verouderde bebouwing geslopt. Omdat hiervan niet zeker is of deze waarden op het gebied van de flora- en fauna herbergen is een ecologische quickscan uitgevoerd. Door onderzoeksbureau Alcedo Natuurprojecten is vervolgens een ecologische quickscan uitgevoerd. Het bij het onderzoek behorende rapport is als bijlage 2 bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek:
24
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
De aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels kan op basis van de bevindingen van deze quickscan worden uitgesloten; Op de onderzochte locatie kan worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen zoals holen en burchten van grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn; De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kan op basis van de bevindingen van deze quickscan worden uitgesloten; De onderzochte locatie functioneert als foerageerbied voor vleermuizen en vervult ook een mogelijk onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen, deze functionaliteiten komen niet direct in gevaar door de voorgenomen ingreep; De onderzochte locatie grenst niet aan het NNN en de geplande werkzaamheden zijn van dien aard dat de kernwaarden van het NNN niet worden aangetast; De onderzochte locatie ligt op 5,63 kilometer afstand van N2000 gebied. Het laten uitvoeren van een Aerius calculatie is sinds 1 juli 2021 voor de aanlegfase niet meer noodzakelijk. Met deze QuickScan is vast komen te staan dat er op de onderzochte locatie geen vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen broeden. Tevens is uitgesloten dat er ter plaatse vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat voor het beoogde plan geen ecologische belemmeringen bestaan.
Vanuit het perspectief soortenbescherming zijn geen ecologische belemmeringen te verwachten. Door het ecologisch adviesbureau zijn nog wel enkele vrijblijvende suggesties gedaan om de nieuwbouw natuur-inclusief in te richten. Dat zou betekenen dat de in de spouwmuur van de woning huismussen- en vleermuiskasten worden geïntegreerd en dat voor de te kiezen beplanting wordt aanbevolen gebruik te maken van inheemse soorten. Initiatiefnemer neemt de vrijblijvende suggesties over in het ontwerp van het bouwplan als ook in de verdere erfinrichting. 4.2.4
Stikstofdepositie
Het project voorziet in het bouwen en gebruiken van een vrijstaande woning. Tijdens de bouwwerkzaamheden wordt kortstondig gebruikt gemaakt van machines. Door het verstoken van brandstof stoten die stikstof uit aan de atmosfeer. Deze activiteiten zijn eenmalig en kortdurend. Ook hoeft vanaf 1 juli 2021 de aanlegfase van bouwactivietiten zoals deze niet meer te worden meegerekend. De nieuwe woning is gasloos. Het gebruiken en wonen in de woning gaat niet gepaard met uitstoot van stikstof. Het aantal vervoersbewegingen in de gebruiksfase bedraagt circa 7 vervoersbewegingen per etmaal. Vanwege de geringe omvang van het project, de eenmalige uitvoering van het project en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Bargerveen (ca. 5,4 kilometer) zal de ontwikkeling niet leiden tot een toename van de stikstofbelasting op dit Natura 2000-gebied. 4.3
Fysieke veiligheid
De Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet
25
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. 4.3.1
Externe veiligheid
4.3.1.1 Bevi-inrichtingen binnen het plangebied Het plangebied is geïnventariseerd op de zogenoemde Bevi-bedrijven (vergunde situatie en feitelijke situatie). Hieruit blijkt dat in het plangebied geen Bevi-bedrijven gelegen zijn. Ook is het realiseren van nieuwe bevi-inrichtingen binnen het plangebied niet toegestaan. Op de kaart hierna is dit visueel verduidelijkt. Het plangebied bevindt zich bij de blauwe ster.
4.3.1.2 Bevi-inrichtingen buiten het plangebied Nabij het plangebied bevinden zich geen Bevi-bedrijven die invloed hebben op de planlocatie. 4.3.1.3 Buisleidingen, route gevaarlijke stoffen en hoogspanningsleidingen Er bevinden zich in de directe nabijheid van het plangebied geen buisleidingen, geen hoogspanningsleidingen en ook geen transportroutes van gevaarlijke stoffen. 4.3.2
Conclusie
Ter plaatse van het plangebied bevinden zich geen inrichtingen met een risicocontour waartoe een nadere verantwoording van het plaatsgebonden dan wel groepsrisico dient plaats te vinden. Een nader onderzoek of berekening naar het groepsrisico is dan ook niet nodig.
26
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
4.3.3 Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied Zodra plannen ontwikkeld worden dient de brandweer in een vroeg stadium bij de plannen betrokken te worden om op basis van het beoogde veiligheidsniveau een advies te kunnen uitbrengen op de inrichting en ontwikkeling van het gebied. Hiervoor zijn de volgende zaken van belang: 1. Voor het bestrijden van een brand is de brandweer afhankelijk van een goede bluswatervoorziening. Conform de Wet op de Veiligheidsregio's moet een gemeente zorgen voor een openbare bluswatervoorziening. Bij locaties waar geen toereikende openbare bluswatervoorziening kan worden aangelegd, zal de eigenaar moeten zorgen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening in overleg met de brandweer. Vanaf 1 januari 2014 maakt de brandweer gebruik van tankautospuiten en tankwagens, aangevuld met vulpunten voor de tankwagens als primaire bluswatervoorziening. Er hoeven ten behoeve van deze ontwikkeling geen vulpunten bijgeplaatst te worden. 2. Op grond van de Wet op de veiligheidsregio's (okt. 2010) is de Veiligheidsregio Drenthe, in geval van calamiteit, verantwoordelijk voor het waarschuwen en alarmeren van de bevolking door middel van het Waarschuwings- en alarmeringssysteem.
Als gevolg van deze taak zijn binnen de gemeente sirenes geplaatst op een zodanige wijze dat een optimale dekking gerealiseerd is binnen de gemeente. De sirenes die elke eerste maandag van de maand precies om 12:00 uur overal in het land loeien als test, is de verwachting dat deze op den duur verdwijnen. Dit vanwege het gegeven dat de minister van Justitie en Veiligheid voornemens is tot uitfasering van dit systeem. In de toekomst wordt bij grote rampen alarm geslagen via onder meer calamiteitenzenders, geluidswagens, NL-Alert en sociale media. Het voordeel van deze communicatiemiddelen is dat ze veel gerichter kunnen worden ingezet. 3. Het is belangrijk dat in geval van calamiteiten hulpverleningsdiensten direct ter plaatse kunnen komen en zonder beperkingen hulp kunnen verlenen. Om die reden dienen alle objecten in het plangebied via twee onafhankelijke wegen bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten. Het gebied voldoet aan deze vereisten. 4. Het dekkingsplan van de Veiligheidsregio Drenthe, vastgesteld in december 2013, geeft in het kort het volgende weer: Het brandverloop verloopt tegenwoordig zo snel dat 3 zaken zeer belangrijk zijn om slachtoffers te voorkomen: het voorkomen van brand, het ontdekken van brand en het vluchten bij brand. Bij het vluchten bij brand heeft men een eigen verantwoordelijkheid of is men aangewezen op de BHV - organisatie.
De brandweer heeft in beginsel als taak het houden van een brandscheiding ter voorkoming van branduitbreiding en het beschermen van (niet-zelfredzame) personen achter die scheiding. Geadviseerd wordt de initiatiefnemer te informeren over mogelijk te treffen aanvullende brandveiligheidsmaatregelen. Denk hierbij aan de BIObiz factoren: a. bouwkundige voorzieningen, bijv. voldoende afstand t.o.v. de erfgrens i.v.m. brandoverslag naar ander perceel. b. installatietechnische voorzieningen, bijv. woningsprinklers of watermistsysteem. c. organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor en door de bewoners. d. brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen. e. inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal. f. zelfredzaamheid van de aanwezigen, toepassen veilige vluchtroutes. 4.4
Milieu
In deze paragraaf worden de voor dit bestemmingsplan relevante milieuaspecten beschreven. Aangegeven wordt wat de beperkingen en mogelijkheden in het plangebied zijn, bezien vanuit verschillende milieudisciplines.
27
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
4.4.1
Vormvrije M.E.R.-beoordeling
In voorliggend bestemmingsplan “Schoonebeek, hoek Europaweg en Hankenhofweg (bouw woning)” komen geen activiteiten voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van woningbouw, stedelijke ontwikkeling of industrieterrein indien het oppervlakte groter is dan 100 hectare of meer als 2000 woningen omvat. Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., immers hier is sprake van de bouw van maximaal 1 woning. Echter, op 1 juli 2017 heeft een wijziging in de wet- en regelgeving plaatsgevonden. Een belangrijk nieuw element in het Besluit m.e.r.. is nu het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven.
Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. In bijlage III van de EU-richtlijn m.e.r staan de criteria genoemd waarnaar moet worden gekeken bij de beoordeling. Het algemene uitgangspunt bij een dergelijke beoordeling is dat er geen MER hoeft worden opgesteld, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect.
In de volgende tabel is opgesomd of er sprake is van significante nadelige invloed op het milieu als gevolg van de bouw van de woning.
28
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 – Omgevingsfactoren – is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling. 4.4.2
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Binnen het plangebied is sprake van een nieuw te realiseren woning. Van belang is na te gaan welke functies/bedrijven zich in de nabijheid van het plangebied bevinden en welk omgevingstype er is. Aan weerszijden van de te bouwen woning bevinden zich woningen. Van de woningen naar de beoogde nieuwe woning is er geen milieuhinder te verwachten. Ook aan de zuidkant van het kanaal bevinden zich woonbestemmingen. Er is geen milieuhinder te verwachten.
29
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
4.4.3
Bodem
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijk meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet ‘nuttig’, dan is er sprake van het zich ontdoen van ‘nuttig’ gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. 4.4.3.1 Verkennend bodemonderzoek Aangezien op de locatie van het plangebied sprake is van de bouw van een woning, waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen (kunnen) verblijven is onderzoek naar bodem noodzakelijk. Op basis van het bodemloket zijn er gegevens beschikbaar voor het plangebied.
In 2005 is een historisch onderzoek uitgevoerd. Er zal nu een verkennend bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu is vervolgens een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het bij het onderzoek behorende rapport is als bijlage 3 bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De grond ter plaatse van het voormalige afgiftepunt van de benzinepomp bevat een sterk verhoogd gehalte minerale olie. Nader onderzoek naar de aard en omvang van deze verontreiniging is op dit terreindeel noodzakelijk. Voor het overige bevat de grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. Deze lichte verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “verdacht” wordt aanvaard. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden.
De onderzoeksresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn onvoldoende om een goed inzicht in de milieuhygiënische bodemkwaliteit te geven, nader bodemonderzoek is noodzakelijk. 4.4.3.2 Nader milieukundig bodemonderzoek Het nader onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu. Het onderzoeksrapport daarvan is als bijlage 4 bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het aanvullende onderzoek. Op basis van de bekende onderzoeksresultaten wordt het volumecriterium voor een ernstig geval van bodemverontreiniging in grond (>25 m3 sterk verontreinigde grond) voor wat betreft minerale olie naar verwachting niet overschreden. Op basis van de bekende onderzoeksresultaten is er voor wat betreft de parameter minerale olie naar verwachting geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet 30
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Schoonebeek, hoek Hankenhof/Europaweg (vastgesteld)
Bodembescherming. Op de locatie was in het verleden lange tijd, vanaf 1953, een autoreparatiebedrijf (De Moel en Hermes) gevestigd. Het is niet bekend wanneer de activiteiten zijn beëindigd. Volgens informatie van de bewoner is de locatie rond 1990 nog enige tijd in gebruik geweest door HAK wegenbouw voor opslag van barakken. De laatste 30 jaar is de locatie als grasveld in gebruik. Aannemelijk is dat de verontreiniging voor 1987 is ontstaan. Vanuit het onderzoeksbureau zijn vervolgens de volgende aanbevelingen gedaan: 1. In het kader van de beoogde herontwikkeling van de locatie wordt geadviseerd om de geconstateerde verontreiniging te saneren; 2. Indien wordt overgegaan tot een eventuele sanering van de verontreiniging of voor het treffen van sanerende maatregelen dient vooraf een plan van aanpak, waarin de voorgenomen saneringswerkzaamheden worden beschreven, te worden ingediend bij het bevoegd gezag; 3. In het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging dient de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zoveel mogelijk aan te sluiten bij het toekomstige bodemgebruik. Ter afstemming wordt geadviseerd om het onderhavige bodemonderzoek in dit kader voor te leggen aan het bevoegd gezag. 4.4.3.3 Beoordeling RUD op nader milieukundig onderzoek Het nader milieukundig onderzoek is vervolgend door de RUD beoordeeld en van advies voorzien.
De conclusie van het advies luidt: “De conclusie dat de verontreiniging waarschijnlijk ontstaan is vóór 1987 wordt onderschreven. Er is zodoende geen sprake van een verontreiniging waar artikel 13 van de Wet Bodembescherming (Zorgplicht) van toepassing is. Omdat het volume grond waarin de interventiewaarde wordt overschreden (7 m3) kleiner is dan 25 m3 bedoeld in de Wbb (artikel 29 lid 21) betreft het geen historisch geval van ernstige bodemverontreiniging zoals vastgesteld in §2.1 van de Circulaire Bodemsanering. Er hoeft niet vastgesteld te worden of de verontreiniging met spoed gesaneerd dient te worden. Voor eventuele woningbouw op locatie plaats kan vinden dient de verontreiniging wel gesaneerd te worden op basis van §4, artikel 2.4.1 van de Bouwverordening 2007, Emmen. Hiervoor dient een Plan van Aanpak te worden ingediend dat dient te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente Emmen). Sanering van deze verontreiniging dient plaats te vinden tot het niveau dat aansluit bij de toekomstige functie (Wonen).” Alvorens het bestemmingsplan vastgesteld kan worden door de gemeenteraad dient er door de initiatiefnemer, in samenwerking met het onderzoeksbureau, een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld te worden. Dit PvA moet door de bodemspecialist van de RUD goedgekeurd worden.
Vervolgens dient dit goedgekeurde PvA als bijlage toegevoegd te worden bij het bestemmingsplan, voordat het aan de gemeenteraad aangeboden wordt voor vaststelling. Sanering De initiatiefnemer heeft i.h.k.v. artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving een melding ingediend bij de RUD Drenthe. Onderdeel van deze melding is een saneringsaanpak m.b.t. de bodemverontreiniging. De melding is daarbij ontvankelijk. De verontreinigde grond zal op gepaste wijze gesaneerd worden. Het aspect bodem vormt verder geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van dit bestemmingsplan.