Bijlage 1 - Bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144
Tekst van het document
Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding
4
Hoofdstuk 2 Beleid
7
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving en Stedenbouwkundige structuur
19
Hoofdstuk 4 Onderzoeken
25
Hoofdstuk 5 Toelichting op de planregels en verbeelding
41
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke betrokkenheid
48
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
49
2
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Toelichting
3
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op een onbebouwd perceel tussen de woningen aan de Bladderswijk Oostzijde 141 en 144. Initiatiefnemer is voornemens om op dit perceel een vrijstaande woning te bouwen. Het perceel heeft reeds een woonbestemming. De ontwikkeling is echter wel strijd met het geldende bestemmingsplan “Nieuw-Dordrecht, linten Oranjedorp en Bladderswijk o.z. c.a.” aangezien binnen de woonbestemming voor dit gebied het maximum aantal woningen is vastgelegd. Binnen dit aantal is geen ruimte om een woning toe te voegen. Het is daarom wenselijk om het bestemmingsplan te herzien en ter plaatse onder voorwaarden, een woning toe te staan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Dit bestemmingsplan "Nieuw-Dordrecht, Bladderswijk OZ 144" voorziet in een adequaat en actueel ruimtelijk- en juridisch kader. In deze toelichting wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologische oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de Bladderswijk Oostzijde 144 in Nieuw-Dordrecht. Het plangebied ligt in het lint van de Bladderswijk. De kern Nieuw-Dordrecht ligt ten noorden van het plangebied, aan de overzijde van de A37. De kern Klazienaveen ligt op kortere afstand ten zuidoosten van het plangebied. In de directe nabijheid van het plangebied zijn hoofdzakelijk woonpercelen aanwezig. Het plangebied staat kadastraal bekend als Emmen, sectie AE, nummer 1.533 (deels). Het perceel is onbebouwd. Aan noordwest- en zuidoostzijde liggen andere woonpercelen. De Bladderswijk Oostzijde en het parallel liggende Oranjekanaal ligt aan de zuidwestzijde. Aan de noordoostzijde liggen agrarische cultuurgronden. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de omliggende kernen en de directe omgeving.
4
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
1.3
Huidige planologische regelingen
Het voorliggende bestemmingsplan vervangt een klein deel van het bestemmingsplan "Nieuw-Dordrecht, linten Oranjedorp en Bladderswijk o.z. c.a." (vastgesteld 21 november 1991). De gronden ter plaatse van het plangebied zijn voorzien van de enkelbestemming 'woondoeleinden' met een bouwvlak. Tevens gelden er een paraplubestemmingsplan, namelijk het 'Parapluplan Parkeernormen gemeente Emmen' (vastgesteld 26 april 2018) en het facetbestemmingsplan "Emmen, Archeologie (facetbestemmingsplan)" (vastgesteld 28 april 2022). In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan "Nieuw-Dordrecht, linten Oranjedorp en Bladderswijk o.z. c.a." opgenomen. Het plangebied is met de rode belijning aangegeven.
Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Zoals reeds aangegeven zijn de gronden ter plaatse van het plangebied voorzien van de bestemming 'Woondoeleinden'. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor vrijstaande woonhuizen, met daarbij behorende aanbouwen, bijgebouwen, tuinen en erven, met bijbehorende andere bouwwerken. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend in het bouwvlak toegestaan. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het op de kaart aangegeven aantal, wat in dit geval 20 bedraagt. Dit aantal is reeds aanwezig. Bij het van kracht worden van voorliggend bestemmingsplan verliest het bovengenoemde bestemmingsplan, voor zover zij valt binnen het plangebied, rechtskracht. Het bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 vervangt het genoemde plan. 1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes.
5
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
1.5
Verricht onderzoek
Ter voorbereiding van het bestemmingsplan 'Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144' zijn drie onderzoeken verricht en advies gegeven. Tevens is er een watertoets uitgevoerd en zijn de overige milieuaspecten geanalyseerd. Daarnaast is informatie gebruikt uit onderzoeken en adviezen die in een ander kader zijn uitgevoerd. De conclusies uit de onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek/analyses.
6
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Gemeentelijk beleid
2.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, veelzijdigheid troef
De structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is op 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 is vooral het thema Wonen van belang. De Structuurvisie richt zich ten aanzien van wonen op een accentverschuiving van kwantiteit naar kwaliteit en differentiatie van woonmilieus: de opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. Dit betekent meer levensloopbestendige woningen en meer ruimte voor bouwkavels. Om ervoor te zorgen dat de woningmarkt op orde blijft, is een continue aanpassing aan de veranderende vraag geboden. Dit geldt niet alleen voor de kern van Emmen, maar ook voor de dorpen. Zo ontstaat op termijn een cyclische vernieuwing van de bestaande woongebieden.
Het thema 'wonen' is nader uitgewerkt in de Woonvisie, die hieronder is beschreven. 2.1.2
Woonvisie 2022-2030 'BuitengeWoon Thuis in Emmen'
2.1.2.1 Algemeen In september 2022 heeft de gemeenteraad van Emmen de woonvisie 2022-2030 'BuitengeWoon Thuis in Emmen' vastgesteld. Met de nieuwe woonvisie zet de gemeente Emmen in op een gevarieerde woonomgeving en beschikt over een breed, duurzaam aanbod van woningen in diverse prijsklassen, in alle kernen. Het aanbod sluit aan bij de behoeften en financiële mogelijkheden van de huidige en toekomstige bewoners. In de woonvisie staat de volgende missie centraal: De gemeente Emmen werkt samen met inwoners en betrokken partijen aan wonen, en heeft de volgende ambities: 1. Emmen draagt zorg voor een aantrekkelijke, leefbare woonomgeving waar iedereen zich thuis voelt en zichzelf naar vermogen kan redden. 2. Emmen geeft ruimte aan vernieuwende woonconcepten. 3. Emmen versterkt haar groene omgeving, zet in op een duurzaam woon- en leefklimaat en een toekomstbestendige woningvoorraad. 2.1.2.2 Ambities voor vernieuwing in de woningvoorraad van wijken en dorpen Om de missie in relatie tot de beschikbaarheid van voldoende passende woningen en vernieuwende woonconcepten te behalen, werkt de gemeente de komende jaren voor alle wijken en dorpen vanuit de volgende vier uitgangspunten: 1. het aanbieden van een grotere diversiteit aan woningen in de wijken en dorpen In een aantal wijken en dorpen is er sprake van een grote eenzijdigheid van woningen.
Meestal gaat het hierbij om veel van hetzelfde type eengezinswoningen. Deze eenzijdigheid willen de gemeente Emmen doorbreken door andere woningtypen toe te voegen. Het kan gaan om het toevoegen van andere woningen in de traditionele bouw zoals grotere, luxere woningen en kleinere woningen voor bijvoorbeeld starters of senioren. Ook hebben mensen
7
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
tegenwoordig andere woonwensen zoals extra ruimte voor een thuiskantoor. Dit vraagt om een andere plattegrond van woningen. 2. Herstructurering van oudere woonbuurten Om de grotere diversiteit van het woningaanbod te bereiken en de eenzijdigheid te doorbreken, is op sommige plekken herstructurering nodig. Er zijn in de wijken en dorpen veel woonbuurten die inmiddels 50 jaar of ouder zijn. Een deel van de woningen, en het openbaar gebied, in deze woonbuurten zijn niet meer toekomstbestendig. Daarom is op veel plekken een verbeteringsslag nodig. Gelet op de grote opgaven zal geprioriteerd moeten worden wat betreft locaties. Dit vraagt een nadere uitwerking. 3. Ontwikkelen van diverse seniorgeschikte woningen en starterswoningen Senioren (65-plussers) maken een steeds groter deel uit van de bevolking in Emmen. Uit het woningmarktonderzoek is gebleken dat er een tekort is aan passende woningen voor deze groep. Ook is het van belang om geen woningen te bouwen die alleen aantrekkelijk zijn voor senioren, omdat op lange termijn het aandeel senioren weer gaat afnemen volgens de bevolkingsprognoses. De seniorenwoningen die gebouwd worden, moeten daarom ook aantrekkelijk zijn voor andere doelgroepen. Levensloopbestendig bouwen is daarom waar de gemeente Emmen op aanstuurt. Senioren hebben verschillende woonwensen en behoeften.
Daarom wordt gestimuleerd een diversiteit aan woningtypen, waaronder nieuw woonvormen zoals hofjes waar senioren (mogelijk gemixt met jongeren) bij elkaar wonen met een gemeenschappelijke tuin. Een bijkomend voordeel van bouwen voor senioren is dat de woningen die de senioren achterlaten beschikbaar komen voor gezinnen of starters. Daarmee ontstaat de gewenste doorstroming op de woningmarkt. Dit alleen is niet genoeg om aan de vraag van deze doelgroepen te voldoen, met name voor starters. Vanwege de hoge prijzen hebben zij steeds minder kans op een woning. Daarom wordt ook de bouw van nieuwe, betaalbare starterswoningen gestimuleerd. 4. Een groei van 4.000 woningen tot 2030 Er is op dit moment sprake van een woningtekort. De autonome groei bestaat tot 2030 uit 1.500 woningen. Daarbovenop is er een extra ambitie van vijf procent groei van de woningvoorraad. In totaal komt de gemeente hiermee op een ambitie 4.000 extra woningen te bouwen tot 2030. Dit bestaat uit zowel koopwoningen als huurwoningen. Uit het woningmarktonderzoek is namelijk gebleken dat er een toenemende vraag is naar socialeen middenhuurwoningen. Daarom stimuleert de gemeente Emmen ook een groei van 5% in sociale- en middenhuurwoningen.
Ook landelijk wordt de vraag naar betaalbare woningbouw gestimuleerd, onder andere in het Nationaal Programma Wonen, waarin een aandeel van 30% sociale woningbouw wordt geambieerd. 2.1.2.3 Kwalitatief afwegingskader In de woonvisie 'BuitengeWoon Thuis in Emmen is een kwalitatief afwegingskader is als volgt opgebouwd: 1. Woningbouwinitiatieven worden niet individueel, maar in samenhang bekeken. 2. Prioriteit wordt gegeven aan plannen voor herstructurering, transformatie en inbreiding. 3. Prioriteit wordt gegeven aan woningbouwplannen voor aandachtsgroepen. 4. Woningbouwplannen dragen bij aan een variërend en aantrekkelijk woonmilieu. 5. Woningbouwplannen dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit.
8
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
2.1.2.4 Kwantitatief afwegingskader Richting 2030 wil de gemeente Emmen ten minste 4.000 woningen aan de woningvoorraad toevoegen. Deze woningen worden verspreid over de hele gemeente toegevoegd. In onderstaand afwegingskader benoemd de gemeente de globale verdeling van de woningen over de vier gebieden. Verdere uitwerkingen per gebied zijn te vinden in het Programma. Gebieden
Beoogde groei Ambitie groei huishoudens tot 2030 woningvoorraad 5% tot 2030
Totaal aantal woningen extra tot 2030
Stad Emmen
900
1.400
2.300
De Monden
100
260
360
De Blokken
290
480
770
De Velden
210
360
570
Totaal
1.500
2.500
4.000
De kwantitatieve groei is verdeeld op basis van de hoeveelheid woningen in de verschillende gebieden. Op deze manier groeien de verschillende gebieden in verhouding tot elkaar. De genoemde aantallen worden gezien als een richtlijn voor de gebieden, maar zijn geen harde grens. De grootste huishoudensgroei verwacht de gemeente voor de kern Emmen. In de Monden voorziet de gemeente de kleinste groei. 2.1.2.5 Landelijk gebied De provincie Drenthe is het bevoegde gezag ten aanzien van het bouwen van woningen in het buitengebied. In het buitengebied wordt op dit moment ruimte geboden voor de volgende ontwikkelingen: 1. De ‘Ruimte voor Ruimte regeling’: op basis van deze regeling kan verouderde stalruimte worden ingeruild voor de realisatie van woningen. Hierbij geldt een maximum bouw van twee woningen per situatie. 2. Het bouwen van woningen conform de gemeentelijke beleidsnotitie Bouwen in de Linten: in deze uitwerking van de Woonvisie is beschreven waar - en onder welke voorwaarden gebouwd mag worden binnen de diverse lintbebouwingen. 3. De ontwikkeling van landgoederen: in ruil voor de inrichting van vijf hectare landgoed, mag één woning worden gerealiseerd. 4. In uitzonderlijke gevallen kan worden voorzien in de realisatie van kleinschalige bijzondere woonmilieus, mits deze gericht zijn op woonwensen en leefstijlen van kleine specifieke doelgroepen.
Bij deze ontwikkeling dient sprake te zijn van inpassing in het landschap en het verbeteren van andere functies, zoals het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit, het vergroten van het cultuurhistorische karakter, het verbeteren van voorzieningen, het realiseren van de water- en natuuropgave en het versterken van de recreatie. Omdat de vraag naar landelijk wonen stijgt, wil Emmen het aantal bouwmogelijkheden binnen het landelijk gebied uitbreiden. Een gebiedsgerichte benadering is hierbij aan de orde. Dit sluit aan bij de uitkomsten uit het woningmarktonderzoek. De vraag ligt tussen de 100 en 150 woningen in het totale landelijk gebied tot 2030. Binnen de Blokken, waaronder het plangebied valt, zijn specfiiek in de linten 24 woningen beoogd.
9
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
2.1.2.6 Toetsing van het initiatief aan de woonvisie 2022-2030 'BuitengeWoon Thuis in Emmen' Middels de voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de woonvisie. Er wordt met name bijgedragen aan punt 4 om de woningvoorrraad te laten groeien. In de Blokken is ruimte voor 770 woningen, waarbij 24 woningen in de linten. Onderhavig plan voorziet in het toevoegen van een woning in het lint. Voorwaarde is dat aan de beleidsnotitie voor Linten wordt voldaan. Hier wordt in paragraaf 2.1.3 aan getoetst. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de ambities en uitgangspunten die worden beschreven in de Woonvisie 2022-2030 'BuitengeWoon Thuis in Emmen'. 2.1.3
Beleidsnotitie 'Bouwen in de linten'
De gemeenteraad heeft op 14 december 2017 de beleidsnotitie Bouwen in de linten vastgesteld. De beleidsnotitie geeft het onderzoek weer naar de ruimtelijke kaders en criteria die bij de beoordeling van verzoeken tot incidentele woningbouw in de linten moeten worden gehanteerd. In de beleidsnotitie is een balans gezocht tussen het incidenteel toevoegen van woningen enerzijds en het behoud van de waarde en karakteristiek van het landschap anderzijds. Het doel van de beleidsnotitie Bouwen in de linten is het verkrijgen van een helder ruimtelijk kader voor het toetsen van nieuwe aanvragen voor het bouwen van woningen binnen lintbebouwingen in de gemeente Emmen. In de beleidsnotitie zijn ruimtelijke criteria verwoord. Bij de ruimtelijke ontwikkeling van de linten dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het belang van de kernen, en anderzijds het belang van het landschap. In de eerste plaats is bepaald wat de begrenzingen van de kernen zijn en wat de linten binnen en buiten de kernen zijn. Als vervolgstap is voor de linten buiten de kernen bepaald welke delen onlosmakelijk met het landschap zijn verbonden en welke delen met de kern zijn verbonden. De linten kunnen worden onderverdeeld in 'landschapsgerelateerde linten', 'dorpsgerelateerde linten' en in 'lint binnen kern'.
10
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Afbeelding 2.1 Uitsnede van kaart 2: benadering lintbebouwing (Bron: beleidsnotitie 'bouwen in de linten')
Het plangebied ligt in een lint aangeduid als 'dorpsgerelateerd lint'. Zie ook bovenstaand afbeelding voor een uitsnede van de 'Ontwikkeling Lintbebouwingskaart' waarbij het plangebied met de rode omlijning en pijl is weergegeven. Deze categorie linten (oranje aangeduid op kaart “Ontwikkeling Lintbebouwing”) betreft de (vrijwel) aaneengesloten uitlopers van de kernen met (woon)bebouwing. De visie in de “dorpsgerelateerde linten” is gericht op: Het incidenteel (max. 2 woningen) opvullen van open plekken. Hierdoor worden uitsluitend kleinschalige ontwikkelingen met een beperkt ruimtelijk effect mogelijk gemaakt. Het uitsluiten van woonbebouwing binnen grotere open ruimten (40 – 100 m). Deze ruimten zijn bepalend voor de uitstraling in de overgangszone tussen kern – buitengebied. In bepaalde situaties geven ze waardevol doorzicht op achterliggend landschap. Opvulling van deze ruimten zou daarnaast leiden tot veel meer bouwmogelijkheden, wat qua woonbeleid niet meer als kleinschalig en incidenteel kan worden aangemerkt. Verlenging van dorpsgerelateerde linten is niet mogelijk. Bij toevoegingen dient te worden aangesloten bij de stedenbouwkundige structuren van de omgeving. Onder andere dient afstemming te worden gezocht bij aspecten als de kavelbreedte, de voorgevelrooilijn en bebouwingskenmerken ten aanzien van nokrichting, bebouwingsmassa en hoogten.
2.1.3.1 Toetsing van het initiatief aan het Woonbeleid en 'Bouwen in de linten' In voorliggend geval wordt een woning toegestaan in een dorpsgerelateerd lint. Zoals al aangegeven is er in de linten ruimte voor 50 woningen tussen 2018 en 2028. Deze woning past in deze programmering. Ten aanzien van het dorpsgerelateerd lint geldt dat incidenteel woningbouw op open plekken mogelijk is. Daar is in dit geval sprake van. Het gaat om een open ruimte van minder dan 40 m, zodat ook aan deze voorwaarde voldaan wordt. Er zal tot slot aangesloten worden op de stedenbouwkundige structuren van de omgeving, zowel qua uitstraling als positionering van de woning. 2.1.4
Ruimtelijke waardenkaart
De Cultuurhistorische Waardenkaart Emmen betreft een inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische waarden en bestaat uit een beleidskaart, bronnenkaart en een toelichtende rapportage. Aansluitend is een beleidsnota geschreven: Erfgoednota Emmen 2017-2022. De Cultuurhistorische Waardenkaart en Erfgoednota 2017-2022 zijn op 28 september 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. De Cultuurhistorische Waardenkaart en Erfgoednota hebben de volgende systematiek gebaseerd op beleidskeuzes. Er is op basis van analyse gekozen voor een drietal beleidskeuzen met bijbehorend maatregelenpakket, welke afloopt naar zwaarte: Beschermen; Herkenbaar houden; Respecteren en rekening mee houden. De maatregel 'Beschermen' heeft betrekking op erfgoed met een zeer hoge cultuurhistorische waarde, zoals monumenten (Rijk, provincie, gemeente), monumentale en waardevolle bomen en beschermde dorpsgezichten (Rijk). 'Herkenbaar houden' heeft betrekking op gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde, te weten: Landschappelijke gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde Stedenbouwkundige gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde
11
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Groenstructuren van hoge cultuurhistorische waarde Infrastructuur en waterwegen van hoge cultuurhistorische waarde Ten slotte is de maatregel 'Respecteren en rekening mee houden' geformuleerd. Deze maatregel heeft betrekking op beeldbepalende bouwwerken, Canon van Emmen, inventarisatie ErfgoedNetwerk, tradities en de top vijf bewonersavonden. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart is het plangebied aangeduid als gelegen binnen het veenkoloniaal landschap - hoogveen - stuwwal onder veen. De planmatige, grootschalige hoogveenontginningen kwamen na 1850 maar vooral na 1870 op gang. De verveningen van Zuidoost Drenthe zijn, in de tijd, de laatste grootschalige hoogveenontginningen van Nederland. Het hoogveengebied van de Gemeente Emmen is vanaf drie hoofdrichtingen aan snee gebracht: vanuit het noorden als voortzetting van de Groninger veenkoloniën, vanuit het westen door het doortrekken van de Hoogeveensche Vaart en vanuit het noordwesten via het Oranjekanaal. Het Oranjekanaal zou oorspronkelijk via Nieuw-Dordrecht naar het Smeulveen worden aangelegd. Door een tegenvallende ondergrond, namelijk te grote hoogteverschillen, is de bestaande route gekozen. Over het traject van de Verlengde Hoogeveensche Vaart is lange tijd strijd gevoerd tussen concurrerende maatschappijen. Uiteindelijk is het bestaande traject aangelegd.
De andere mogelijkheid was het kanaal vanaf Erica recht door te trekken richting Duitsland. Een systeem met dubbel kanaal is bij Klazienaveen door de keuze voor de huidige loop van de Verlengde Hoogeveensche Vaart nooit uitgevoerd. Het gebied tussen Oranjedorp en Erica is door middel van het bloksysteem ontgonnen. Het gebied neemt daarbij een bijzondere positie in. Door de hoogteverschillen in de ondergrond liggen hier de hoofdwijken niet loodrecht op het kanaal. De aardkundige ondergrond is bepalend geweest voor de afwijkende wijze waarop het gebied tussen het Oranjekanaal en de Ericasestraat is ontgonnen. De hoofdwijken zijn namelijk evenwijdig met de westelijke flank van de Hondrug gelegd. Het gebied, dat voorheen uitmaakte van de veenkolonie Barger Westerveen ligt, tezamen met het huidige industrieterrein Bargermeer (voorheen de kolonie Oosterveen), tussen de twee uitlopers van de Hondsrug. Vooral aan de westzijde richting Ericasestraat is de overgang naar de hoger gelegen uitloper van de Hondsrug nog zeer goed waarneembaar. De nog bestaande kanalen en wijken zijn de hoofdstructuur geweest van de veenkoloniale ontginning. Deze zijn kenmerkend voor het gebied. De wegen die vanaf 1850 in het hoogveengebied werden aangelegd hebben door hun rechtlijnigheid ook een ‘zeer hoge’ kenmerkendheid.
Daarnaast is vaak de ensemblewaarde met het kanaal en de dorpslinten nog goed aanwezig. Op grond van de Erfgoednota Emmen 2017-2022 valt het plangebied binnen de beleidskeuze 'herkenbaar houden'. Als maatregel is in de Erfgoednota genoemd: herkenbaar houden van de historische en ruimtelijke structuur en samenhang. De gemeentelijke opgave in deze categorie luidt ontwikkelingen zodanig vroegtijdig te begeleiden dat deze aansluiten of inspelen op de cultuurhistorische kwaliteiten. 2.1.4.1 Conclusie ten aanzien van de cultuurhistorische waarden In het plangebied wordt geen aanpassing verricht aan de opzet in het perceel. De woning wordt qua situering passend in het lint geplaatst. Het benodigde bestemmingsplan laat de huidige verkaveling intact en sluit aan op de omgeving. In Hoofdstuk 3 Planbeschrijving wordt nader ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing van het plan.
12
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
2.1.5
Welstandsbeleid
De welstandsnota 2016, gemeente Emmen is opgesteld uitgaande van het motto: “Loslaten van kan, regelen wat ertoe doet”. De gemeente hecht waarde aan de omgevingskwaliteit, en ziet daarbij onderscheid tussen de verschillende gebieden die de gemeente rijk is. Niet ieder gebied vraagt om dezelfde benadering. De welstandsnota 2016 kent drie welstandsniveaus: welstandsvrij, welstandsluw en welstandsniveau hoog. Voor een aantal gebieden is de ambitie naar beneden bijgesteld, waardoor welstandsvrije gebieden zijn toegenomen. Het niveau welstandsluw is geïntroduceerd. In de luwe gebieden wordt op een aantal basale aspecten van welstand gestuurd en wordt afstand genomen van gedetailleerde beoordelingen. Daarnaast moeten gebieden die van meer waarde zijn - niveau hoog – goed beschermd blijven. Deze gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Emmen. Voornamelijk zijn dit de centra van dorpen, wijken en de beschermde dorpsgezichten. Voor deze gebieden geldt een hoog ambitieniveau. Het gemeentebestuur beoogt met deze nota een dynamische welstand in Emmen, waarbinnen ruimte is voor dialoog en “kwalitatief herstel” met de samenleving. Het bestemmingsplan en de welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplan geeft aan wat, hoeveel, in welke vorm en waar er gebouwd mag worden.
Het welstandsbeleid geeft aan hoe het gebouw er uit mag komen te zien. Dit wil zeggen dat het welstandsbeleid moet voorkomen dat er gebouwen gebouwd worden die afbreuk doen aan de omgeving. Het plangebied is gelegen in een gebied aangeduid als "welstandsluw". 2.1.5.1 Toetsing van het initiatief aan de RWK en Welstandsbeleid Het concrete bouwplan zal door de welstandcommissie van de gemeente worden getoetst. Gesteld wordt dat het voornemen geen afbreuk doet aan het voorkomen van het perceel en past binnen het welstandsbeleid van de gemeente Emmen. 2.1.6
Conclusie toetsing gemeentelijk beleid
Het bestemmingsplan past binnen het geldende gemeentelijke beleid. 2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie (vastgesteld op 3 oktober 2018) is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur.
13
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd : rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd.
Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid: Landschap Het plangebied is gelegen binnen het landschap van de veenkoloniën. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Het plangebied is onderdeel van een bebouwingslint en zorgt ervoor dat het lint verder wordt opgevuld. Hiermee draagt het bij aan de kenmerkende bebouwingslinten in de gemeente. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied ligt binnen het gebied Emmen en haar venen. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Het is bedoeld om de cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de hoofdstructuur, te borgen.
De ambitie voor de Veenkoloniën richt zich specifiek op het zichtbaar houden van de machinale veenwinning en veenverwerking op het Amsterdamscheveld en het Bargerveen, zowel in het landschap als in de bebouwing. Dit wordt nader beschreven in paragraaf 2.1.4. Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met
14
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Dit wordt nader beschreven in paragraaf 4.1. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen het gebied De Hondsrug met een hoog beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In gebieden met een hoog beschermingsniveau staat de provincie ontwikkelingen toe als aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. De Hondsrug is een markant en dominerend onderdeel van het Drents Plateau.
Het landschappelijk contrast met het naastgelegen Hunzedal is beeldbepalend. De bijzondere geologie van de Hondsrug is de inspiratie geweest voor het ontwikkelen van een geopark. De Hondsrug is het eerste gebied in Nederland dat is erkend als UNESCO Global Geopark. Dat is een gebied met bijzondere geologische kwaliteiten en, daarmee samenhangende, cultuurhistorische en ecologische waarden. In dit gebied zijn de kernkwaliteiten archeologie, landschap en cultuurhistorie onlosmakelijk gekoppeld aan het (economische) vestigingsklimaat en de vrijetijdseconomie. De provincie zet deze gebiedskwaliteiten in voor een duurzame economische ontwikkeling van het gebied. De Hondsrug UNESCO Global Geopark draagt bij aan bewustwording, kennisverbreding en een inspirerend kader van kernkwaliteiten voor nieuwe initiatieven. Het plangebied ligt daarnaast binnen een middel en generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In gebieden met een middel en generiek beschermingsniveau gaat de provincie met de gebruiker, eigenaar of initiatiefnemer na hoe zij rekening kunnen houden met het aardkundig erfgoed. Overige waarden Het plangebied heeft tot slot nog een specifieke waarde ten aanzien van de milieukwaliteit en het watersysteem. Beide thema's komen in Hoofdstuk 4 nader en gespecificeerd aan de orde. 2.2.2
Provinciale omgevingsverordening
Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe (op 3 oktober 2018) vastgesteld. In de omgevingsverordening is het perceel gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Binnen Bestaand Stedelijk Gebied ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van woningbouw primair bij de gemeente. De verordening geeft verder geen specifieke bepalingen voor percelen met deze aanduiding.
15
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
2.3
Rijksbeleid
2.3.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
2.3.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (de vervanger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)) de zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 2.3.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte.
Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
16
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
2.3.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 2.3.1.4 Toetsing aan de NOVI Het betreft een plan waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. De locatie ligt in de bebouwingslint ten zuiden van de kern Klazienaveen.
De bouw voorziet in de behoeften van de huidige generatie inwoners, maar speelt ook in op die van toekomstige generaties, waarvoor steeds meer huizen beschikbaar moeten zijn. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 2.3.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
2.3.2.1 Algemeen In de SVIR (voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
17
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
2.3.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan niet van toepassing aangezien planologisch gezien sprake is van het toevoegen van slechts één woning. 2.4
Conclusie
De conclusie van de in dit bestemmingsplan beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct door werkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt op zijn beurt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan eveneens geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale beleid. Wat betreft het gemeentelijk beleid kan gesteld worden dat op basis van de woonvisie inbreiding op deze locatie passend is.
18
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 structuur 3.1
Planbeschrijving en Stedenbouwkundige
Algemene planbeschrijving
Het plangebied betreft in de huidige situatie een braakliggend perceel. De voorzijde (zuidwestzijde) grenst aan de Bladderswijk Oostzijde. Aan noordwestzijde ligt een bosstrook, aan de noordoostzijde ligt agrarische cultuurgrond en aan de zuidoostzijde ligt een woonperceel. Zoals aangegeven ligt het perceel braak en heeft het in de huidige situatie een enigszins rommelige uitstraling. Het voornemen betreft om ter plaatse van het perceel een woning met bijgebouw te bouwen. In de volgende subparagraaf wordt op de gewenste stedenbouwkundige situatie ingegaan. Hierna zijn een luchtfoto en straatbeeld van de huidige situatie opgenomen.
Afbeelding 3.1 Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Atlas van de leefomgeving)
19
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Afbeelding 3.2 Huidige situatie plangebied (Bron: Google Streetview)
In dit geval gaat het om de bouw van een vrijstaande woning, aansluitend in de bebouwingsstructuur langs dit lint. De planologische voorwaarden, zoals deze zijn weergegeven in het principebesluit, zijn in dit bestemmingsplan in de regels en verbeelding vertaald. In de volgende afbeeldingen zijn een impressie en een plattegrond van de gewenste situatie weergegeven. Opgemerkt wordt dat de kavel een breedte krijgt van minimaal 20 m, anders dan weergegeven op de plattegrond.
Afbeelding 3.3 Plattegrond gewenste situatie (Bron: Paarhuis Bouw & Advies)
20
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Afbeelding 3.4 Impressie gewenste situatie (Bron: Paarhuis Bouw & Advies)
3.2
Stedenbouwkundige hoofdstructuur
3.2.1
Kanalen en linten
De bebouwing langs de Bladderswijk Oostzijde betreft een zogenaamde lintbebouwing. Lintbebouwing Historisch gezien zijn de aanwezige lintbebouwingen verbonden aan de landschappen. De ruimtelijke kenmerken verschillen. De te onderscheiden typen lintbebouwing binnen de gemeente zijn: Randveenontginningen Streekdorpen Kanaaldorpen van de Veenkoloniën Wegdorpen van de Veenkoloniën De Bladderswijk is een zogenaamd 'Kanaaldorp in de Veenkoloniën' Kanaaldorpen van de Veenkoloniën De kanaaldorpen van de Veenkoloniën zijn ontstaan ten tijde van de grootschalige veenafgravingen aan het eind van de 19e- en begin 20e eeuw. De ligging en het ontstaan van de dorpen zijn bepaald door de wijze van ontginning van het veen. Verdichting is ontstaan bij kruisingen van (water)wegen en bij bruggen. Algemene ruimtelijke kenmerken lintbebouwing Soort bebouwing Bij enkellinten kan de bebouwing aan één, maar ook aan beide zijden van de ontginningsas staan. De bebouwing bestaat oorspronkelijk uit een mix van grote boerderijen en kleine woningen. Het voorkomen van boerderijen varieert nogal, er zijn linten die uitsluitend bestaan uit woningen. De dubbellinten kennen een duidelijk contrast in soorten bebouwing. De agrarische bebouwing bevindt zich aan één zijde van de weg (de 'landzijden'). Aan de andere zijden staan de woningen en de overige bebouwing.
Voor beide typen kanaaldorpen geldt dat de bebouwing overwegend vrijstaand is.
21
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Regelmatigheid bebouwing De kavels staan recht op de ontginningsas. De afmetingen zijn bijna identiek; +/- 20 meter breed en 100 meter diep. Het regelmatige verkavelingspatroon heeft tot gevolg gehad dat de bebouwing ook op een regelmatige afstand van elkaar is geplaatst en meestal in één rooilijn ligt. Open ruimten De open ruimten tussen de bebouwing geven een doorkijk op het achterliggende, vaak nog open gebied. De aanwezigheid en de breedte van de open ruimten varieert. Open ruimten kunnen zodanig beplant zijn dat ze geen doorzicht op het achtergelegen gebied meer geven. Dichtheid De linten buiten de kernbegrenzing zijn vrijwel allemaal uitlopers van de kern. Aan het uiteinde stopt de regelmatige bebouwing soms abrupt. In andere gevallen gaat de overgang geleidelijker: Hoe verder van de kern, hoe minder aaneengesloten de bebouwing. Wegen- en kanalenpatroon De wegenstructuur is gebaseerd op het stelsel van kanalen en wordt gekenmerkt door langgerekte lijnen. Dwarsverbindingen sluiten meestal haaks aan. 'Enkellinten' bestaan uit één lange rechtlijnige hoofdweg, in veel gevallen nog met het hoofdkanaal er naast. 'Dubbellinten' bestaan uit twee evenwijdige hoofdontsluitingen (kanalen) gescheiden door stroken van ongeveer 200 meter.
Relatie met landelijke gebied In welke mate het landelijke gebied doordringt in het lint is afhankelijk van het aantal en de breedte van de open ruimten, de dichtheid van de bebouwing en/of beplanting en soms de bebouwingssamenstelling. Bij enkellinten was het achterliggende landelijke gebied oorspronkelijk goed waarneembaar tussen de bebouwing. De woningen stonden op een zodanige afstand van elkaar dat er zicht op het achterliggende landelijke gebied was. Door de toevoeging van erfafscheidingen en erfbeplantingen is dit zicht echter veelal afgenomen. Dubbellinten zijn aan de landzijde open. Slechts op enkele plaatsen staat een boerderij of woning. De relatie met het achterliggende landelijke gebied is sterk. De andere zijde daarentegen is gesloten; de twee achter elkaar gelegen bebouwingslinten met erfafscheidingen en erfbeplantingen geven geen doorkijk op het achterliggende gebied. Beplanting en water Dominerend is de opgaande beplanting langs de hoofdontginningsassen (hoge bomen langs de kanalen en wegen). Verder zijn er de erfbeplantingen. Kenmerkend is het open water in kanalen en wijken. Situatie Bladderswijk OZ 144 Straat- en bebouwingsbeeld Het perceel ligt aan de Bladderswijk. De Bladderswijk maakt onderdeel uit van een historisch bebouwingslint, ontgonnen vanuit de parallelweg langs het Oranjekanaal.
Zowel het bebouwingslint, de Bladderswijk en de boomstructuur langs deze weg hebben een cultuurhistorische waarde en dienen bij een ontwikkeling herkenbaar te blijven. In het geval van de bomen gaat het om waardevolle bomen. De Bladderswijk maakt onderdeel uit van een dubbellint (er is aan weerszijde van het kanaal bebouwing), er is sprake van een gelijkmatige rechtlijnige verkaveling recht op de ontginningsas. De kavels zijn gemiddeld zo’n 20 meter breed en de bebouwing langs de bladderswijk is 22
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
voor het merendeel uitgevoerd in één bouwlaag met kap. De noklijn varieert tussen parallel aan de weg met haaks op de weg. Aan de Bladderswijk 144, 141 en 140 staan bungalows. Het toevoegen van een woning op deze plek past in het ritme van de aanwezige bebouwing. De aanwezige cultuurhistorische waarden blijven met deze beoogde ontwikkeling in stand. Langs de Bladderswijk O.Z. is sprake van een verspringende rooilijn. Af en toe staat er een woning wat naar voren gerooid, ten opzichte van de overige woningen. De bestaande woning op nummer 144 is zo’n woning die dichter op de doorgaande weg is gesitueerd. Het is daarmee wenselijk dat een nieuwe woning aan de Bladderswijk weer iets terug te rooien, in lijn met nummer 141. Doorzicht hoeft niet behouden te blijven Aan de noordwestzijde van het erf van Bladderswijk OZ 144, waar men de kavel graag wil splitsen, is sprake van een klein doorzicht naar het oosten. Het betreft een ruimte met een breedte van circa 20 meter met zicht op een verlengstuk van het bedrijventerrein aan de A37. Aan de overzijde van de Bladderswijk, waar (van oudsher) de boerderijen staan, is veel zicht op het open landschap. Dit doorzicht is niet een waardevol doorzicht naar een bijzonder landschap. Het doorzicht is daarbij ook niet aangemerkt als een waardevol landschap in de kaart behorend bij de beleidsnotitie Bouwen in de Linten.
Het is een van de weinige open ruimtes in het bebouwingslint dat aansluit op Klazienaveen. Ten noordwesten van het bebouwingslint zijn meer onbebouwde ruimtes te vinden, welke een doorkijk bieden naar het noorden. Ook hier is zicht op het bedrijventerrein A37. De bestaande ruimte ten noordwesten van de woning Bladderswijk OZ 144 is daarom niet te bestempelen als waardevol en hoeft daarom niet open gehouden te worden. Daarom is bebouwing hier inpasbaar 3.3
Verkeersstructuur
3.3.1
Parkeren
In oktober 2017 is de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Voor toekomstige (nieuwbouw)ontwikkelingen zijn in de parkeervisie de landelijke richtlijnen van het CROW leidraad. Uitgangspunt blijft in beginsel voldoende parkeerruimte op eigen terrein. Als dit niet kan, kan eventueel teruggevallen worden op parkeren in de openbare ruimte, waarvoor aan de gemeente een afkoopsom wordt betaald. Om de parkeerbehoefte te bepalen wordt gebruik gemaakt van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW: Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Emmen (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom. Functie/woningtype: Koop, huis, vrijstaand: 2,3 parkeerplaatsen per woning; Het voornemen maakt één vrijstaande woning mogelijk. Dit leidt tot een parkeerbehoefte van afgerond gemiddeld: 3 parkeerplaatsen. Het plangebied is van voldoende omvang om op eigen terrein te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte, waarmee het aspect parkeren geen belemmering vormt voor het voornemen. 3.3.2
Verkeer
Om de verkeersgeneratie te bepalen wordt gebruik gemaakt van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW: Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Emmen (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom. Functie/woningtype: Koop, huis, vrijstaand: 8,2 verkeersbewegingen De verwachte totale verkeersgeneratie van de ontwikkeling bedraagt afgerond 9 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het plangebied ontsluit zich aan de zuidwestzijde 23
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
ontsluiten op de Bladderswijk OZ en heeft hiermee een goede ontsluiting op de bestaande wegen. Gesteld wordt dat de omliggende infrastructuur in voldoende mate is inrichting om de toekomstige verkeerbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor voorliggend voornemen.
24
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Onderzoeken
4.1
Archeologie en monumenten
4.1.1
Algemeen
Per 28 april 2022 heeft de gemeente Emmen het facet bestemmingsplan "Emmen, Archeologie (facetbestemmingsplan)" vastgesteld. De reden voor het opstellen van het Emmen, Archeologie (facetbestemmingsplan) is dat de gemeente de regels ten aanzien van archeologische waarden en verwachtingen in het gehele grondgebied van de gemeente eenduidig wil regelen. De gemeente Emmen heeft in 2013 haar Beleidsnota archeologie vastgesteld. Hiermee komt de gemeente haar wettelijke verplichtingen ten aanzien van archeologie na en creëert de gemeente duidelijkheid over de omgang met archeologische waarden in het gemeentelijk grondgebied. Onderdeel van de beleidsnota is de archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart zijn de verschillende archeologische waarden en verwachtingen ingedeeld in diverse categorieën. Aan de categorieën zijn voorwaarden verbonden met betrekking tot archeologisch onderzoek. Deze voorwaarden kunnen worden vastgelegd in bestemmingsplannen. Deze voorwaarden zijn nog niet voor het gehele grondgebied van de gemeente op die manier vastgelegd. Om ervoor te zorgen dat de regels ten aanzien van archeologische waarden en verwachtingen in het gehele grondgebied van de gemeente gelden en eenduidig zijn, en ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is dit facetbestemmingsplan archeologie opgesteld.
De regeling kan dan ook vanaf 2022, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, overgenomen worden in het gemeentelijk Omgevingsplan. De archeologische beleidsadvieskaart is de basis voor dit facetbestemmingsplan. In deze archeologische beleidsadvieskaart zijn de volgende vier categorieën opgenomen. Categorie
Archeologische waarden
Oppervlakte
Diepte
Drainage
Rijksmonument Beschermd
-
-
Verbod
Waarde Archeologie 1
Zeer hoge archeologische waarde
0 m2
30 cm + 10 c m
Verbod
Waarde Archeologie 2
(zeer) (hoge) archeologische waarde
100 m 2
30 cm + 10 c m
Verbod
Waarde Archeologie 3
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m 2
30 cm + 10 c m
Verbod
Waarde Archeologie 4
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m 2
30 cm + 10 c m
Toegestaan
Tabel 1 Onderverdeling van archeologische waarden
Deze beleidskeuzen zijn vertaald in archeologische dubbelbestemmingen. Per archeologische waarde zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek.
25
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
4.1.2
Archeologische waarden in het plangebied
Het plangebied is volgens de beleidskaart gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachting. In onderstaande afbeelding is een uitsnede uit de archeologische waardenkaart weergegeven. Het plangebied, met de rode ster aangeduid, ligt in een gebied met waarde 4 (middelhoog of hoge verwachting).
Afbeelding 4.1Uitsnede archeologische beleidskaart (Bron: gemeente Emmen)
Dit zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle perioden. In de gemeente Emmen zijn dit globaal het gedeelte op de Hondsrug, de beekdalen en de delen van het veengebied dat niet tot in de ondergrond zijn ontgonnen. Voor deze categorieën is een minimumoppervlak voor bodemverstoringen opgenomen van 1.000 m² en een diepte van 30 cm onder maaiveld. In dit geval wordt de oppervlakte van 1.000 m 2 aan verstoring niet overschreden bij de bouw van woning met bijgebouw. Een archeologisch onderzoek is dan ook niet nodig. 4.1.2.1 Archeologische monumenten Binnen het plangebied liggen geen (beschermde) archeologisch monumenten. Ook ligt binnen een afstand van 50 meter buiten het plangebied geen archeologisch monument.
26
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
4.1.3
Monumenten
Beschermde monumenten worden gekenmerkt door een samenhangend en gaaf geheel van architectonische stijlkenmerken. Een monument kan representatief zijn voor een bepaalde bouwstijl, maar kan ook een rijke bouwgeschiedenis hebben met verwijzingen naar verschillende bouwstijlen. Voor zover de bouwgeschiedenis niet duidelijk afleesbaar is, kan zij door bouwhistorisch onderzoek aan het licht komen. Monumenten worden in hoge mate gewaardeerd om hun architectuurhistorische kwaliteit, waardoor zij belangrijk bijdragen aan de kwaliteit en de identiteit van hun omgeving. Een bouwplan voor een monument wordt getoetst aan het monumentenbeleid. Richtinggevend is hiervoor de redengevende omschrijving van het monument. Naast de toetsing aan het monumentenbeleid dat gericht is op het behouden van de historische kenmerken van het monument wordt het bouwplan voor wat betreft de welstandsaspecten getoetst aan de onderstaande criteria: toevoegingen aan, op of bij monumenten worden op herkenbare wijze vormgegeven. Hierbij vormen de historische stijlkenmerken van het monument de inspiratiebron; er is aandacht voor zorgvuldige detaillering en materiaalkeuze. Het plangebied kent geen monumenten. 4.1.4
Conclusie
Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Tot slot wordt gesteld dat het voornemen geen negatief effect op monumenten heeft. 4.2
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. 4.2.1
Algemeen
4.2.1.1 Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. In dit geval is een stikstofberekening uitgevoerd. De gehele rapportage is als Bijlage 1 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan.
27
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Nieuw-dordrecht, Bladderswijk OZ 144 (vastgesteld)
Met behulp van de AERIUS Calculator is berekend dat de stikstofdepositie in de nabijgelegen Natura-2000 gebieden als gevolg van het bouwproces lager is dan de maximale hoeveelheid van 0,00 [mol/hectare·jaar]. Ook tijdens de gebruiksfase is de berekende stikstofdepositie lager dan de maximale hoeveelheid van 0,00 [mol/hectare ·jaar]. De AERIUS-rapporten van beide berekeningen zijn terug te vinden in de bijlage. 4.2.1.2 Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.