Bijlage 1: Bestemmingsplan Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 (toelichting, regels en bijlagen)
Tekst van het document
Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Huidige planologische regelingen 1.4 Opzet bestemmingsplan 1.5 Overzicht verricht onderzoek
5 5 5 6 7 7
Hoofdstuk2 Beleid 2.1 Gemeentelijk beleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Rijksbeleid 2.4 Conclusie
8 8 13 15 15
Hoofdstuk3 Planbeschrijving en Stedenbouwkundige structuur 3.1 Algemene planbeschrijving 3.2 Stedenbouwkundige hoofdstructuur
16 16 16
Hoofdstuk4 Onderzoeken 4.1 Archeologie en monumenten 4.2 Ecologie 4.3 Fysieke veiligheid 4.4 Milieu 4.5 Waterparagraaf
20 20 21 22 26 28
Hoofdstuk5 Toelichting op de planregels en verbeelding 5.1 Algemeen 5.2 Inventarisatie 5.3 Toelichting op de verbeelding 5.4 Toelichting op de regels 5.5 Handhaving
30 30 30 30 30 36
Hoofdstuk6 Maatschappelijke betrokkenheid 6.1 Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen 6.2 Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
37 37 37
Hoofdstuk7
38
Economische uitvoerbaarheid
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Watertoets Bijlage 2 Nota van beantwoording vooroverleg Bijlage 3 Advies Externe Veiligheid VRD
39 40 45 52
Regels
59
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
60 60 65
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Wonen - Tweeaaneen Waarde - Archeologie 4
66 66 69
Hoofdstuk3 Artikel 5
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
71 71
2 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
72 73 74 76 77
Hoofdstuk4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels overgangsrecht slotregel
78 78 79
Bijlagen bij de regels
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 3
81
4 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
De reden voor het opstellen van het Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 is het splitsen van de woning tot twee afzonderlijke wooneenheden. De woning is gebouwd als een vrijstaande woning met inwoning. In de loop der tijd is het perceel kadastraal gesplitst en verbouwd tot twee afzonderlijke wooneenheden. Door de woningsplitsing ook planologisch vast te leggen wordt de mogelijkheid geboden om afzonderlijk bijgebouwen en bijbehorende bouwwerken te kunnen bouwen. Dit bestemmingsplan Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 met planidentificatienummer NL.IMRO.0114.2022010-B701 heeft in de eerste plaats als doel de bestaande planologische situatie opnieuw vast te leggen. Ten tweede moet het bestemmingsplan de bestaande situatie voorzien van een adequaat en actueel ruimtelijk- en juridisch kader. Een derde doelstelling van het bestemmingsplan is dat het plan eenvoudiger en beter handhaafbaar moet zijn.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied van het bestemmingsplan Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 ligt ten noorden van de A37, ten zuiden van het industrieterrein Bargermeer en Oranjedorp en Nieuw Dordrecht. Ten oosten van het perceel ligt het bedrijventerrein A37. Het plangebied is kadastraal gesplitst en bestaat uit de percelen Emmen, sectie AE, nummers 2559 en 2558. Op het perceel staat een vrijstaande woning Het plangebied heeft een oppervlakte van ca 7000 m2, incl het perceel AE 2242 waarop een schuur staat behorenden bij nr. 101. In de nabije omgeving zijn woningen.
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 5
Figuur 1-1: De ligging van het plangebied Emmen Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 in de gemeente Emmen.
Figuur 1-2: Indicatie begrenzing plangebied.
1.3
Huidige planologische regelingen
Het voorliggende bestemmingsplan Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 gedeeltelijk het bestemmingsplan "Nieuw-Dordrecht, linten Oranjedorp en Bladderswijk o.z. c.a.", vastgesteld op 21 november 1991. Het plangebied heeft de bestemming Woondoeleinden - Vrijstaande Woonhuizen. Binnen het plangebied mag volgens dit bestemmingsplan 1 vrijstaande woning worden opgericht.
6 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
Figuur 1-3: uitsnede plankaart
Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" verliest dit bestemmingsplan voor zover zij valt binnen het plangebied rechtskracht. Het bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" vervangt gedeeltelijk het genoemde plan.
1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes. Het bestemmingsplan heeft het planidentificatienummer: NL.IMRO.0114.2022010-B701.
1.5
Overzicht verricht onderzoek
Ter voorbereiding van het bestemmingsplan Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 zijn onderzoeken verricht en adviezen gegeven. Daarnaast is er informatie gebruikt uit onderzoeken en adviezen die in een ander kader zijn uitgevoerd. De conclusies uit de onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting. Ter voorbereiding van het bestemmingsplan is een nieuwe watertoets verricht. Verder zijn er geen nieuwe onderzoeken uitgevoerd omdat dit bestemmingsplan een bestaande situatie actualiseerd.
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 7
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Gemeentelijk beleid
2.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, veelzijdigheid troef
De Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 is vooral het thema wonen van belang. De Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef richt zich op een accentverschuiving van kwantiteit naar kwaliteit en differentiatie van woonmilieus: de opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. Dit betekent meer levensloopbestendige woningen en meer ruimte voor bouwkavels. Om ervoor te zorgen dat de woningmarkt op orde blijft, is een continue aanpassing aan de veranderende vraag geboden. Dit geldt niet alleen voor de kern van Emmen, maar ook voor de dorpen. Zo ontstaat op termijn een cyclische vernieuwing van de bestaande woongebieden.
Landschap Versterken van het landschap door in te zetten op bebossing van de Hondsrug, het vrijwaren van de steilrand, het koesteren van de openheid, de herkenbaarheid van de kanalenstructuur te vergroten, de beekdalen te herstellen en het gebruik van de essen te vergroten. Duurzaamheid: Het benoemen van het uitgebreide kanalenstelsel en de beekdalen voor de berging van water. Specifiek betreft het hier de Buma Marchienawijk/ Sleenerstroom en het Schoonebeekerdiep. Het herstel van de beekdalen combineert de verbetering van de waterkwaliteit met noodberging, alsmede versterking van het landschap. Een tweetal gebieden is benoemd als mogelijk zoekgebied. De term 'mogelijk zoekgebied' betekent dat deze relatief onbebouwde gebieden een mogelijke toekomstige geschiktheid kennen voor de berging van water. Deze geschiktheid dient behouden te blijven, maar is alleen nodig indien scenario's met een verdergaande klimaatverandering hiertoe aanleiding geven. Wonen: Vanuit de structuurvisie vindt aansluiting plaats op het bestaande bouwprogramma (zie ook woonplan). Voor fase 2 en 3 van de Delftlanden vindt een verbijzondering plaats en wordt gericht op meer landelijke en dorpse woonmilies.
Naast een kwaliteitsimpuls van de bestaande woningen wordt ingezet op op wervende woonmilieus, te weten: water/lintwonen tussen Barger- en Emmer Compascuum, boswonen op de Hondsrug en erfwonen in het zuidelijk deel van de gemeente. Voorzieningen: Inzet op versterking van de centrumfunctie van Emmen en behoud bestaande ruimtelijke structuur niet-commerciële voorzieningen. Bij natuurlijke wijzigingsmomenten inzetten op versterking van de kwaliteit en efficiënte bundeling. 2.1.2
Woonbeleid
De woonvisie 2022-2030 'BuitengeWoon Thuis in Emmen' wil toewerken naar een passende woningvoorraad en woonomgeving voor de huidige en nieuw inwoners. Diversiteit is daarbij het uitgangspunt. De inwoners van de gemeente Emmen zijn divers en dat vraagt om voldoende beschikbaarheid van verschillende typen woningen. De ontwikkelingen zoals genoemd in dit bestemmingsplan passen in de woonvisie 'Buitengewoon Thuis in Emmen' 2022-2030 zoals vastgesteld 8 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
op 27 oktober 2022. Om de missie in relatie tot de beschikbaarheid van voldoende passende woningen en vernieuwendewoonconcepten te behalen, wordt er de komende jaren voor alle wijken en dorpen vanuit de volgende vier uitgangspunten gewerkt: 1. 2. 3. 4.
Het aanbieden van een grotere diversiteit aan woningen in de wijken en dorpen; Herstructurering van oudere woonbuurten; Ontwikkelen van diverse seniorgeschikte woningen en starterswoningen; Een groei van 4.000 woningen tot 2030.
Om ervoor te zorgen dat nieuwe bouwplannen aansluiten bij de (toekomstige) woningbehoefte hanteert de gemeente Emmen een kwalitatief en kwantitatief afwegingskader voor woningbouw. Kwalitatief afwegingskader: We beoordelen woningbouwinitiatieven niet individueel maar in samenhang. We geven prioriteit aan plannen voor herstructurering, transformatie en inbreiding. We geven prioriteit aan woningbouwplannen voor aandachtsgroepen. Woningbouwplannen dragen bij aan een variërend en aantrekkelijk woonmilieu. Woningbouwplannen dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit. De Woonvisie geeft voor het deelgebied De Blokken (waar Nieuw-Dordrecht binnen valt) een netto groei met 55-105 woningen op de woningvoorraad. Vanuit het woonbeleid wordt het bouwen in de linten begrensd. Tussen 2018 en 2028 is er ruimte voor de bouw van maximaal 50 woningen. In de beleidsnotitie Bouwen in de linten staat beschreven waar gebouwd mag worden. Het perceel valt binnen deze beleidsnotitie. 2.1.3
Beleidsnotitie "Bouwen in de linten"
De gemeenteraad heeft op 14 december 2017 de beleidsnotitie "Bouwen in de Linten" vastgesteld. De beleidsnotitie geeft het onderzoek weer naar de ruimtelijke kaders en criteria die bij de beoordeling van verzoeken tot incidentele woningbouw in de linten moeten worden gehanteerd. In de beleidsnotitie is een balans gezocht tussen het incidenteel toevoegen van woningen enerzijds en het behoud van de waarde en karakteristiek van het landschap anderzijds. Het doel van de beleidsnotitie "Bouwen in de Linten" is het verkrijgen van een helder ruimtelijk kader voor het toetsen van nieuwe aanvragen voor het bouwen van woningen binnen lintbebouwingen in de gemeente Emmen. In de beleidsnotitie zijn ruimtelijke criteria verwoord. Bij de ruimtelijke ontwikkeling van de linten dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het belang van de kernen, en anderzijds het belang van het landschap. In de eerste plaats is bepaald wat de begrenzingen van de kernen zijn en wat de linten binnen en buiten de kernen zijn. Als vervolgstap is voor de linten buiten de kernen bepaald welke delen onlosmakelijk met het landschap zijn verbonden en welke delen met de kern zijn verbonden. De linten kunnen worden onderverdeeld in "landschapsgerelateerde linten", "dorpsgerelateerde linten" en in "lint binnen kern".
De locatie Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 is gelegen in een lint aangeduid als 'Lint binnen kern'. De linten zijn door de jaren verdicht geraakt, waardoor de fysieke ruimte voor het toevoegen van woningen beperkt is. Opvulling van de nog aanwezige open plekken heeft geen negatieve ruimtelijke gevolgen op de omgeving. Deze plekken komen dan ook in aanmerking voor bebouwing. Bij toevoegingen dient te worden aangesloten bij de stedenbouwkundige structuren van de omgeving. Onder andere dient afstemming te worden gezocht bij aspecten als de kavelbreedte, de voorgevelrooilijn en bebouwingskenmerken ten aanzien van nokrichting, bebouwingsmassa en hoogten. Het gaat hier niet om de toevoeging van een nieuwe woning maar het opsplitsen van een bestaand perceel met woning in twee afzonderlijke eenheden. Juridisch en stedenbouwkundig kan daarom worden aangesloten bij deze beleidsnotitie die het toevoegen van een woning mogelijk maakt.
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 9
Figuur 2-1: Uitsnede kaart beleidsnotitie "Bouwen in de linten"
2.1.4
Verkeersbeleid
Het Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP) (december 2013) gaat uit van de inrichting van wegen volgens de Duurzaam veilig-principes. De wegen in de gemeente Emmen zijn gecategoriseerd conform Duurzaam Veilig met als doel een optimale afstemming te bereiken tussen de functie van de weg, de vormgeving en het gebruik ervan door de weggebruiker. Hiermee wordt beoogd onbedoeld gebruik van de weg, conflicten met hoge snelheids- en richtingsverschillen, alsmede onzeker gedrag te voorkomen. De wegen zijn verdeeld in drie categorieën, stroomwegen, gebiedsontsluitingsweg en erftoegangswegen. Verder zet het GVVP in op een multimodale benadering van verkeer. Dit houdt in dat niet enkel naar de bereikbaarheid per auto wordt gekeken maar nadrukkelijk ook naar andere vervoersmodaliteiten, zoals het openbaar vervoer of de fiets. Dit bestemmingsplan is niet in strijd met het gemeentelijke verkeersbeleid.
10 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
2.1.5
Integrale parkeervisie
In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip “voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel voldoende laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en- of wijzigen gebruik. Voor toekomstige (nieuwbouw)ontwikkelingen is in de parkeervisie de landelijke richtlijnen van het CROW leidraad. Uitgangspunt blijft in beginsel voldoende parkeerruimte op eigen terrein. Als dit niet kan, kan eventueel teruggevallen worden op parkeren in de openbare ruimte, waarvoor aan de gemeente een afkoopsom wordt betaald. Er is in het plangebied voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
2.1.6
Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Vaarverbinding Erica-Ter Apel
De structuurvisie 'Gebiedsontwikkelingsplan Vaarverbinding Erica - Ter Apel' is vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari 2013. De omgeving van het plangebied is daarin aangeduid als bijzondere plek, vanwege de ligging tussen de A37 en een bedrijventerrein en een zorgvuldig aangelegde groenstrook. De aanwezigheid van een sluis geeft kansen voor recreatieve en commerciële ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen kunnen worden gecombineerd met een passantenhaven. De structuurvisie geeft aan dat de locatie stedenbouwkundig gezien vraagt om een inpassing die met zorg plaatsvindt. Dit heeft te maken met het bestaande bedrijventerrein op korte afstand. Eventuele ontwikkelingen moeten zorgvuldig worden afgestemd met de bestaande omgeving. De structuurvisie sluit woningsplitsing binnen dit plangebied niet uit. Gezien de mogelijkheden als gevolg van de beleidsnotitie Bouwen in de linten, wordt de woonfunctie in deze omgeving versterkt. 2.1.7
CultuurhistorischeWaardenkaart en Erfgoednota 2017-2022
De Cultuurhistorische Waardenkaart Emmen betreft een inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische waarden en bestaat uit een beleidskaart, bronnenkaart en een toelichtende rapportage. Aansluitend is een beleidsnota geschreven: Erfgoednota Emmen 2017-2022. De Cultuurhistorische Waardenkaart en Erfgoednota 2017-2022 zijn op 28 september 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. De Cultuurhistorische Waardenkaart en Erfgoednota hebben de volgende systematiek gebaseerd op beleidskeuzes. Er is op basis van analyse gekozen voor een drietal beleidskeuzen met bijbehorend maatregelenpakket, welke afloopt naar zwaarte: Beschermen; Herkenbaar houden; Respecteren en rekening mee houden. De maatregel 'Beschermen' heeft betrekking op erfgoed met een zeer hoge cultuurhistorische waarde, zoals monumenten (Rijk, provincie, gemeente), monumentale en waardevolle bomen en beschermde dorpsgezichten (Rijk). 'Herkenbaar houden' heeft betrekking op gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde, te weten: Landschappelijke gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde Stedenbouwkundige gebieden en structuren van hoge cultuurhistorische waarde Groenstructuren van hoge cultuurhistorische waarde Infrastructuur en waterwegen van hoge cultuurhistorische waarde Ten slotte is de maatregel 'Respecteren en rekening mee houden' geformuleerd.
Deze maatregel heeft betrekking op beeldbepalende bouwwerken, Canon van Emmen, inventarisatie ErfgoedNetwerk, tradities en de top vijf bewonersavonden.
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 11
Op de Cultuurhistorische Waardenkaart is het plangebied aangeduid als gelegen binnen het veenkoloniaal landschap - hoogveen - stuwwal onder veen. De planmatige, grootschalige hoogveenontginningen kwamen na 1850 maar vooral na 1870 op gang. De verveningen van Zuidoost Drenthe zijn, in de tijd, de laatste grootschalige hoogveenontginningen van Nederland. Het hoogveengebied van de Gemeente Emmen is vanaf drie hoofdrichtingen aan snee gebracht: vanuit het noorden als voortzetting van de Groninger veenkoloniën, vanuit het westen door het doortrekken van de Hoogeveensche Vaart en vanuit het noordwesten via het Oranjekanaal. Het Oranjekanaal zou oorspronkelijk via Nieuw-Dordrecht naar het Smeulveen worden aangelegd. Door een tegenvallende ondergrond, namelijk te grote hoogteverschillen, is de bestaande route gekozen. Over het traject van de Verlengde Hoogeveensche Vaart is lange tijd strijd gevoerd tussen concurrerende maatschappijen. Uiteindelijk is het bestaande traject aangelegd. De andere mogelijkheid was het kanaal vanaf Erica recht door te trekken richting Duitsland. Een systeem met dubbel kanaal is bij Klazienaveen door de keuze voor de huidige loop van de Verlengde Hoogeveensche Vaart nooit uitgevoerd. Het gebied tussen Oranjedorp en Erica is door middel van het bloksysteem ontgonnen. Het gebied neemt daarbij een bijzondere positie in.
Door de hoogteverschillen in de ondergrond liggen hier de hoofdwijken niet loodrecht op het kanaal. De aardkundige ondergrond is bepalend geweest voor de afwijkende wijze waarop het gebied tussen het Oranjekanaal en de Ericasestraat is ontgonnen. De hoofdwijken zijn namelijk evenwijdig met de westelijke flank van de Hondrug gelegd. Het gebied, dat voorheen uitmaakte van de veenkolonie Barger Westerveen ligt, tezamen met het huidige industrieterrein Bargermeer (voorheen de kolonie Oosterveen), tussen de twee uitlopers van de Hondsrug. Vooral aan de westzijde richting Ericasestraat is de overgang naar de hoger gelegen uitloper van de Hondsrug nog zeer goed waarneembaar. De nog bestaande kanalen en wijken zijn de hoofdstructuur geweest van de veenkoloniale ontginning. Deze zijn kenmerkend voor het gebied. De wegen die vanaf 1850 in het hoogveengebied werden aangelegd hebben door hun rechtlijnigheid ook een ‘zeer hoge’ kenmerkenheid. Daarnaast is vaak de ensemblewaarde met het kanaal en de dorpslinten nog goed aanwezig. Op grond van de Erfgoednota Emmen 2017-2022 valt het plangebied binnen de beleidskeuze 'herkenbaar houden'. Als maatregel is in de Erfgoednota genoemd: herkenbaar houden van de historische en ruimtelijke structuur en samenhang.
De gemeentelijke opgave in deze categorie luidt ontwikkelingen zodanig vroegtijdig te begeleiden dat deze aansluiten of inspelen op de cultuurhistorische kwaliteiten. Conclusie ten aanzien van de cultuurhistorische waarden In het plangebied wordt rekening gehouden met de rationele verkaveling doordat de kavel van de woning haaks is gelegen op de Bladderswijk. De situering van de woning, geörienteerd op de Bladderswijk, sluit aan bij de bestaande bebouwing. In Hoofdstuk 3 Planbeschrijving wordt nader ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing van het plan. 2.1.8
Welstandsbeleid
De welstandsnota 2016, gemeente Emmen is opgesteld uitgaande van het motto: “Loslaten van kan, regelen wat ertoe doet”. De gemeente hecht waarde aan de omgevingskwaliteit, en ziet daarbij onderscheid tussen de verschillende gebieden die de gemeente rijk is. Niet ieder gebied vraagt om dezelfde benadering. De welstandsnota 2016 kent drie welstandsniveaus: welstandsvrij, welstandsluw en welstandsniveau hoog. Voor een aantal gebieden is de ambitie naar beneden bijgesteld ,waardoor welstandsvrije gebieden zijn toegenomen. Het niveau welstandsluw is geïntroduceerd. In de luwe gebieden wordt op een aantal basale aspecten van welstand gestuurd en wordt afstand genomen van gedetailleerde beoordelingen. Daarnaast moeten gebieden die van meer waarde zijn - niveau hoog – goed beschermd blijven. Deze gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Emmen. Voornamelijk zijn dit de centra van dorpen, wijken en de beschermde dorpsgezichten. Voor deze gebieden geldt een hoog ambitieniveau. Het gemeentebestuur beoogt met deze nota een dynamische welstand in Emmen, waarbinnen ruimte is voor dialoog en “kwalitatief herstel” met de samenleving. 12 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
Het bestemmingsplan en de welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplan geeft aan wat, hoeveel, in welke vorm en waar er gebouwd mag worden. Het welstandsbeleid geeft aan hoe het gebouw er uit mag komen te zien. Dit wil zeggen dat het welstandsbeleid moet voorkomen dat er gebouwen gebouwd worden die afbreuk doen aan de omgeving. Het plangebied is gelegen in een gebied aangeduid als "welstandsluw".
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe.
Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd : rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang.
Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid:
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 13
Landschap Het plangebied is gelegen binnen het landschap van de veenkoloniën. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied Emmen en haar venen. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Het is bedoeld om de cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de hoofdstructuur, te borgen. De ambitie voor de Veenkoloniën richt zich specifiek op het zichtbaar houden van de machinale veenwinning en veenverwerking op het Amsterdamscheveld en het Bargerveen, zowel in het landschap als in de bebouwing. Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist.
Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen het gebied De Hondsrug met een hoog beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In gebieden met een hoog beschermingsniveau staat de provincie ontwikkelingen toe als aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. De Hondsrug is een markant en dominerend onderdeel van het Drents Plateau. Het landschappelijk contrast met het naastgelegen Hunzedal is beeldbepalend. De bijzondere geologie van de Hondsrug is de inspiratie geweest voor het ontwikkelen van een geopark. De Hondsrug is het eerste gebied in Nederland dat is erkend als UNESCO Global Geopark.
Dat is een gebied met bijzondere geologische kwaliteiten en, daarmee samenhangende, cultuurhistorische en ecologische waarden. In dit gebied zijn de kernkwaliteiten archeologie, landschap en cultuurhistorie onlosmakelijk gekoppeld aan het (economische) vestigingsklimaat en de vrijetijdseconomie. De provincie zet deze gebiedskwaliteiten in voor een duurzame economische ontwikkeling van het gebied. De Hondsrug UNESCO Global Geopark draagt bij aan bewustwording, kennisverbreding en een inspirerend kader van kernkwaliteiten voor nieuwe initatieven. 2.2.2
Provinciale omgevingsverordening
Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. In de omgevingsverordening is het perceel gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Binnen Bestaand Stedelijk Gebied ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van woningbouw primair bij de gemeente. De verordening geeft verder geen specifieke bepalingen voor percelen met deze aanduiding.
14 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
2.3
Rijksbeleid
2.3.1
Ruimtelijk beleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Emmen zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied.
2.4
Conclusie
De conclusie van de in dit bestemmingsplan Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct door werkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan in niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt op zijn beurt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat het plan niet in strijd is met het geldende gemeentelijke- en provinciale beleid, wanneer rekening wordt gehouden met bepaalde aspecten zoals de ruimtelijke/stedenbouwkundige en milieutechnische inpassing. Hierop wordt nader ingegaan in de volgende hoofdstukken.
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 15
Hoofdstuk 3 structuur 3.1
Planbeschrijving en Stedenbouwkundige
Algemene planbeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de Bladderswijk OZ 101 te Nieuw-Dordrecht/Oranjedorp. Ten noorden van het plangebied bevinden zich het Industrie- en bedrijventerrein Bargermeer. Ten zuid-oosten bevind zich het dorp Klazienaveen en ten zuid-westen van het plangebied bevindt zich het dorp Erica. Stedenbouwkundig gezien is de bebouwing in de omgeving haaks geörienteerd op het kanaal en de weg. De locatie is momenteel als als een woonperceel met een vrijstaande woning tuin met schuur in gebruik. Het plan voorziet in de mogelijkheid tot het splitsen van de vrijstaande woning met bijbehorende bouwwerken. De woonkavel heeft een breedte van circa 78 meter, dit wordt opgesplitst in een kavel met een breedte van 31 meter en 46 meter (incl. naastgelegen schuur). De percelen zijn 86 meter diep. Hiermee wordt aangesloten op de bestaande verkavelingsstructuur voor woningen aan de Bladderswijk OZ. Het plangebied is bestemd als 'Wonen - Vrijstaand'. Binnen de bestemming 'Wonen - Vrijstaand' mag één vrijstaande woning met bijbehorende bouwwerken worden gebouwd binnen het bouwvlak. Dit wordt door dit bestemmingsplan gewijzigd in de bestemming "Wonen - Aaneengesloten" om de woningsplitsing in twee aparte wooneenheden planologisch te actualiseren. De bouwregels zijn afgestemd op de bouwregelsdie van toepassing zijn op woningen in het lint.
De gezamenlijke oppervlakte van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogte 250 m2.
3.2
Stedenbouwkundige hoofdstructuur
De bebouwing langs de Bladderswijk OZ betreft een zogenaamde lintbebouwing. Lintbebouwing Historisch gezien zijn de aanwezige lintbebouwingen verbonden aan de landschappen. De ruimtelijke kenmerken verschillen. De te onderscheiden typen lintbebouwing binnen de gemeente zijn: Randveenontginningen Streekdorpen Kanaaldorpen van de Veenkoloniën Wegdorpen van de Veenkoloniën De Bladderswijk is een zogenaamd 'Kanaaldorp in de Veenkoloniën' Kanaaldorpen van de Veenkoloniën De kanaaldorpen van de Veenkoloniën zijn ontstaan ten tijde van de grootschalige veenafgravingen aan het eind van de 19e- en begin 20e eeuw. De ligging en het ontstaan van de dorpen zijn bepaald door de wijze van ontginning van het veen. Verdichting is ontstaan bij kruisingen van (water)wegen en bij bruggen. Algemene ruimtelijke kenmerken lintbebouwing Soort bebouwing Bij enkellinten kan de bebouwing aan één, maar ook aan beide zijden van de ontginningsas staan. De bebouwing bestaat oorspronkelijk uit een mix van grote boerderijen en kleine woningen. Het voorkomen van boerderijen varieert nogal, er zijn linten die uitsluitend bestaan uit woningen. De dubbellinten kennen een duidelijk contrast in soorten bebouwing. De agrarische bebouwing bevindt zich aan één zijde van de weg (de 'landzijden'). Aan de andere zijden staan de woningen en de overige bebouwing.
Voor beide typen kanaaldorpen geldt dat de bebouwing overwegend vrijstaand is.
16 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
Regelmatigheid bebouwing De kavels staan recht op de ontginningsas. De afmetingen zijn bijna identiek; +/- 20 meter breed en 100 meter diep. Het regelmatige verkavelingspatroon heeft tot gevolg gehad dat de bebouwing ook op een regelmatige afstand van elkaar is geplaatst en meestal in één rooilijn ligt.
Open ruimten De open ruimten tussen de bebouwing geven een doorkijk op het achterliggende, vaak nog open gebied. De aanwezigheid en de breedte van de open ruimten varieert. Open ruimten kunnen zodanig beplant zijn dat ze geen doorzicht op het achtergelegen gebied meer geven.
Dichtheid De linten buiten de kernbegrenzing zijn vrijwel allemaal uitlopers van de kern. Aan het uiteinde stopt de regelmatige bebouwing soms abrupt. In andere gevallen gaat de overgang geleidelijker: Hoe verder van de kern, hoe minder aaneengesloten de bebouwing.
Wegen- en kanalenpatroon De wegenstructuur is gebaseerd op het stelsel van kanalen en wordt gekenmerkt door langgerekte lijnen. Dwarsverbindingen sluiten meestal haaks aan. 'Enkellinten' bestaan uit één lange rechtlijnige hoofdweg, in veel gevallen nog met het hoofdkanaal er naast. 'Dubbellinten' bestaan uit twee evenwijdige hoofdontsluitingen (kanalen) gescheiden door stroken van ongeveer 200 meter.
Relatie met landelijke gebied In welke mate het landelijke gebied doordringt in het lint is afhankelijk van het aantal en de breedte van de open ruimten, de dichtheid van de bebouwing en/of beplanting en soms de bebouwingssamenstelling. Bij enkellinten was het achterliggende landelijke gebied oorspronkelijk goed waarneembaar tussen de bebouwing. De woningen stonden op een zodanige afstand van elkaar dat er zicht op het achterliggende landelijke gebied was. Door de toevoeging van erfafscheidingen en erfbeplantingen is dit zicht echter veelal afgenomen. Dubbellinten zijn aan de landzijde open. Slechts op enkele plaatsen staat een boerderij of woning. De relatie met het achterliggende landelijke gebied is sterk. De andere zijde daarentegen is gesloten; de twee achter elkaar gelegen bebouwingslinten met erfafscheidingen en erfbeplantingen geven geen doorkijk op het achterliggende gebied.
Beplanting en water Dominerend is de opgaande beplanting langs de hoofdontginningsassen (hoge bomen langs de kanalen en wegen). Verder zijn er de erfbeplantingen. Kenmerkend is het open water in kanalen en wijken.
Situatie Bladderswijk OZ 100-101 Het perceel ligt binnen het gebied "linten binnen de kern" (zie beleidsnotitie "Bouwen in de linten")
Linten binnen de kern "Linten binnen de kern" worden gekenmerkt door geconcentreerde bebouwing: Zowel in het lint als in de bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 17
directe omgeving om het lint. De linten zijn door de jaren verdicht geraakt, waardoor de fysieke ruimte voor het toevoegen van woningen beperkt is. Opvulling van de nog aanwezige open plekken heeft geen negatieve ruimtelijke gevolgen op de omgeving. Deze plekken komen dan ook op basis van de beleidsnotitie 'bouwen in de linten' in aanmerking voor bebouwing. Bij toevoegingen dient te worden aangesloten bij de stedenbouwkundige structuren van de omgeving. Onder andere dient afstemming te worden gezocht bij aspecten als de kavelbreedte, de voorgevelrooilijn en bebouwingskenmerken ten aanzien van nokrichting, bebouwingsmassa en hoogten.
Inpassing woning De genoemde ruimtelijke criteria in de beleidsnotitie hebben tot doel om nieuw te bouwen woningen 'in te passen' in de omgeving. Te denken valt hierbij aan omgevingsaspecten als verkavelingsstructuur, bouwhoogte, nokrichting en voorgevelrooilijnen. Het gaat hier echter niet om de fysieke toevoeging van een woning maar het juridisch toevoegen van een wooneenheid door middel van woningsplitsing.
Verkavelingsstructuur: Kenmerkend voor dit bebouwingslint is de gevarieerde breedtemaat van de kavels. Er is geen bestaande herkenbare, repeterende vaste maat van kavelbreedtes. De bestaande, met grotendeels vrijstaande woningen, bebouwde kavels hebben een maat van minimaal 14 m oplopend tot maximaal 49 m. Dit zijn geen incidenten maar sluiten aan bij de bestaande gevarieerde kavelbreedte van de Bladderswijk OZ. De te bebouwen kavel sluit qua kavelbreedte aan bij de bestaande verkavelingsstructuur/kavelbreedte.
Afstand tot de perceelsgrens De gewenste afstand van de bebouwing tot de zijdelingse perceelgrenzen voldoet aan de normen die de gemeente stelt bij de kavels in de directe omgeving.
Bouwhoogte De gewenste bouwhoogte sluit aan bij de normen voor bouwhoogtes van deze tijd. Door de minimale eisen uit het bouwbesluit voor bouwhoogtes van verblijfsruimtes binnen een woning worden de nieuwe woningen automatisch hoger dan de bestaande woningen. Bij de actualisatie van de bestemmingsplannen wordt voorzien in een bouwhoogte voor woningen van maximaal 9 m.
Nokrichting De gewenste nokrichting sluit aan bij de kenmerkende nokrichting voor lintbebouwing, haaks op de weg.
Massa De bebouwingsmassa voldoet aan de normen die de gemeente stelt bij vergelijkbare kavels in een vergelijkbaar gebied.
Voorgevelrooilijn. Aan de Bladderswijk is niet een éénduidige herkenbare rechte voorgevelrooilijn. De afstand van de hoofdgebouwen tot de kant van de weg is gevarieerd. Dit bestemmingsplan actualiseerd een bestaande situatie. Er vindt geen aantasting plaats van het straatbeeld.
18 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
Open ruimte Het betreft een kavel waarbij de achtergelegen kavel reeds is bebouwd, er is geen sprake meer van een open ruimte/doorzicht.
Ruimtelijke conclusie: Na afweging van bovenstaande criteria is de woningsplitsing passend binnen de bestaande lintstructuur aan de Bladderswijk OZ te Nieuw-Dordrecht. Het toevoegen van een wooneenheid door woningsplitsing op deze kavel heeft geen nadelige invloed op het bestaande straat- en bebouwingsbeeld.
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 19
Hoofdstuk 4
Onderzoeken
4.1
Archeologie en monumenten
4.1.1
Algemeen
De gemeente Emmen heeft archeologie beleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport, dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologie beleid en waar de beleidskeuzen zijn gemaakt. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in gemeentelijk archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan, tabel 1 geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer. Categorie
Archeologische waarden
Oppervlakte
Diepte
Drainage
Rijksmonument
Beschermd
-
-
Verbod
Waarde Archeologie 1
Zeer hoge archeologische waarde
0 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 2
(zeer) (hoge) archeologische waarde
100 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 3
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m2
30 cm + 10 cm
Verbod
Waarde Archeologie 4
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m2
30 cm + 10 cm
Toegestaan
Tabel 1: Onderverdeling van archeologische waarden.
Deze beleidskeuzen zijn vertaald in een dubbelbestemmingen.Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. 4.1.2
Archeologische waarden in het plangebied
Het plangebied Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 is volgens de beleidskaart gelegen in een gebied met Waarde - Archeologie 4. Gebieden gecategoriseerd als Waarde - Archeologie 3 en Waarde Archeologie 4 zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw, landschappelijke kenmerken en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Voor gebieden aangeduid met Waarde Archeologie 4 is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 1000 m2 en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm + 10 cm principe). Voor deze waarde geldt geen drainageverbod. De werkzaamheden die gaan plaatsvinden in het plangebied houden in de mogelijkheid tot woningen en bijgebouwen van maximaal 250 m2 (kleiner dan 1000 m2). Om die reden is nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' is opgenomen op de verbeelding en in de planregels.
20 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
4.2
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.
Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.
Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen. 4.2.1
Vorm vrije m.e.r. en stikstofdepositie
In voorliggend bouwplan komen geen activiteiten voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r.. Vanwege de afwezigheid van die activiteit(en) hoeft geen vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Er is geen Aerius-berekening uitgevoerd aangaande stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden omdat dit bestemmingsplan een actualisatatieplan betreft waarin de bestaande situatie planologisch wordt vastgelegd. Het gebruik van het perceel en de intensiteit van dit gebruik wordt niet gewijzigd. bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 21
4.2.2
Conclusie
De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het plan. Omdat het bestemmingsplan voorziet hetactualiseren van een bestaande splitsing van een vrijstaande woning in twee wooneenheden is het niet nodig om een quickscan flora- en faunaonderzoek uit te voeren. Ook is er geen onderzoek uitgevoerd naar stikstofdepostie. Bij toekomstige aanvragen om Omgevingsvergunningen (bouw/sloop) moet er echter wel rekening gehouden worden met het volgende: Om negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden op de aanwezige broedvogels te voorkomen, dient te worden gewerkt buiten het broedseizoen (buiten de periode half maart t/m half juli). Ook dient het struweel buiten het broedseizoen verwijderd te worden. Om negatieve effecten te voorkomen op de mogelijke vliegroute van vleermuizen, moet overdag gewerkt worden en mogen bouwlampen niet op de bomenlaan aan de Bladderswijk schijnen. Voor nationaal beschermde soorten geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. Dit kan door het rooien van de struiken in één richting uit te voeren, zodat eventuele grondgebonden zoogdieren zelfstandig het gebied kunnen verlaten.
Ten slotte is op basis van de Wnb altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Daarbij geldt voor alle bouwactiviteiten dat er voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden, waardoor: de aanvang van de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot beginaugustus) dient plaats te vinden; een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten; (wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden.
4.3
Fysieke veiligheid
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), dat in oktober 2004 van kracht werd, verplicht het bevoegd gezag de externe veiligheid mee te wegen in het beleid. Het Bevi stelt grenzen aan het risico dat bedrijven mogen veroorzaken voor hun omgeving (het 'plaatsgebonden risico'). Zo moet er tussen risicovolle bedrijven en risicogevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen, scholen) een bepaalde afstand blijven, om mensen in de omgeving te beschermen. Daarnaast gaat het besluit in op de kans op een ramp waarbij een groep mensen betrokken is (het 'groepsrisico'). Voor het groepsrisico geldt dat onderbouwing van het risico plaats dient te vinden als er besluiten genomen moeten worden die vermeld zijn in de artikelen 4 en 5 van het Bevi. Voor het vaststellen van het besluit dient het bestuur van Veiligheidsregio Drenthe in de gelegenheid gesteld te worden advies uit te brengen over het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval. Het Bevi dient te worden toegepast voorafgaande aan de vaststelling van een bestemmingsplan. Beoordeeld dient te worden of voor burgers het minimum beschermingsniveau gehandhaafd wordt. Een nadere concretisering van het besluit is opgenomen in de (ministeriële) "Regeling externe veiligheid inrichtingen" (Revi).
Hierin zijn onder andere de LPG-afstanden (Plaatsgebonden Risicocontouren) opgenomen. Vanuit de Veiligheidsregio Drenthe en RUD Drenthe is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van de gebouwen in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101. Hierbij is getoetst aan bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid, bereikbaarheid, bluswatervoorziening, repressieve dekking en alarmsystemen welke onderdeel zijn van de veiligheidsketen.
22 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
4.3.1
Fysieke veiligheidssituatie
Tabel en Figuur 4.3: Externe veiligheid: risicobronnen plangebied. Plangebied is met blauwe stip aangegeven.
4.3.1.1 Toetsing risicobronnen Externe veiligheid 1. Bevi-inrichtingen binnen het plangebied: Binnen het plangebied zijn geen Bevi bedrijven aanwezig danwel mogelijk. 2. Bevi-inrichtingen buiten het plangebied: Buiten het plangebied zijn geen bevi-bedrijven die relevant zijn
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 23
voor het plangebied. 3. Bevt en route gevaarlijke stoffen: Ten aanzien van weg, water en spoor zijn er geen relevante risico's die normoverschrijdend zijn. De in 2007 in de Gemeente Emmen vastgestelde routering gevaarlijke stoffen heeft geen invloed op het plangebied. 4. Buisleidingen: Op ca. 235 meter afstand van het plangebied is een buisleiding aanwezig van de Gasunie. In het recente verleden waren de aanwezige 3 NAM leidingen ook nog relevant. Doordat deze 3 buisleidingen al langer dan 1 jaar buiten bedrijf zijn, hoeft hiermee geen rekening meer te worden gehouden. De Gasunie buisleiding heeft een invloedsgebied, 1% letaliteit, van ca. 465 meter en een 100% letaliteitsgrens van ca. 160 meter. Op basis hiervan kan gesteld worden dat de buisleiding van de Gasunie invloed heeft op het plangebied. Echter het betreft een bestaande vergunde situatie die juridisch "gelegaliseerd" wordt middels dit conserverende plan. 5. Plaatsgebonden risico: Niet van toepassing. Overig 6. Hoogspanningslijnen: Binnen en in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen hoogspanningslijnen gesitueerd die nadelig op het plangebied kunnen werken. Inrichting en ontwikkeling 7. Bluswatervoorzieningen: In beginsel is ten aanzien van dit initiatief voorzien in voldoende middelen aan bluswatervoorziening. 8.
Waarschuwings- en alarmeringssysteem: Het is conform de handleiding voor het WAS systeem (HAVOS) dat het plangebied buiten de dekking valt. 9. Bereikbaarheid Het gebied heeft 2 normale toeritten via de Bladderswijk. Hiermee voldoet het gebied goed aan de uitgangspunten van bereikbaarheid. 10. Opkomsttijd: Initiatiefnemers zijn geinformeerd over mogelijke te treffen brandveiligheidsmaatregelen. Met hierbij aan de BIObiz factoren: bouwkundige voorzieningen, bijv. aanbouw van een nevenfunctie van de woning: brandwerend afscheiden of op voldoende afstand i.v.m. branddoorslag- of overslag. installatietechnische voorzieningen, woningrookmelders en bijv. woningsprinklers organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor de bewoners brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal zelfredzaamheid van de aanwezigen, risico-communicatie t.a.v. de hogedrukaardgastransportleiding. 4.3.2
Groepsrisco
In beginsel is de verantwoording van het groepsrisico bij een conserverend plan niet aan de orde. Echter voorafgaand daaraan is bij het vaststellen van het bestemmingsplan destijds dit wel aan de orde en als zodanig ook beschreven. De herziening van het bestemmingsplan Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 is een conserverend bestemmingsplan. Gelet op het onderzoek van de RUD Drenthe in het advies van de Hulpverleningsdienst Drenthe kan het volgende worden geconcludeerd: Het bestemmingsplan Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 leidt niet tot een verandering of toename van het groepsrisico. Vanwege het conserverende karakter verandert het groepsrisico niet en neemt het groepsrisico binnen de invloedsgebieden van de risicobronnen niet toe. Daarbij kan geconcludeerd worden dat de hulpdiensten voldoende zijn toegerust om veilig en voldoende handelend op te treden. De planlocatie ligt buiten het invloedsgebied en tevens buiten de 100% letaliteitszone van een hoge druk aardgasleiding van de Gasunie. In de nieuwe situatie wordt de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar niet overschreden. De planlocatie ligt buiten de belemmeringenstrook van de leiding.
24 1" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-10
4.3.3
Conclusie
Bij het vaststellen van het bestemmingsplan geeft de externe veiligheid regelgeving de verplichting om het groepsrisico te verantwoorden. De herziening van het bestemmingsplan Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101 is een conserverend bestemmingsplan. Het plangebied zelf bevat geen risicobronnen. In en in de nabij het plangebied is geïnventariseerd op zogenoemde Bevi-bedrijven. Hieruit is gebleken dat er in en in de nabij het plangebied geen Bevi-bedrijven zijn gelegen. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich wel buisleidingen. Er bevinden zich geen hoogspanningsmasten in de nabijheid van het plangebied.Ten behoeve van de beoordeling van het aspect externe veiligheid voor dit bestemmingsplan heeft de VRD een advies uitgebracht. Deze is te vinden als Bijlage 3 Advies Externe Veiligheid VRD. Dit advies is overgenomen in dit bestemmingsplan. Het aspect externe veiligheid levert voor dit plan geen belemmeringen op en kan worden vastgesteld. In het kader van regelgeving in relatie tot Externe Veiligheid gelden voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen. De VRD adviseert over de zelfredzaamheid en de mogelijkheid voor de bestrijding van een ramp alsmede over de bereikbaarheid van het gebied waar zich een ramp kan voordoen. Bij de verantwoordingsplicht gaat het om de vraag in hoeverre risico's, als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling, nog acceptabel zijn.
Daarbij moet worden afgewogen, welke veiligheidsverhogende maatregelen moeten of kunnen worden toegepast. Met de verantwoordingsplicht worden betrokken partijen gedwongen om een goede ruimtelijke afweging te maken waarin de veiligheid voor de maatschappij als geheel voldoende gewaarborgd wordt. Op deze manier wordt beoogd een situatie te creëren, waarbij zoveel mogelijk de risico's zijn afgewogen en geanticipeerd is op de mogelijke gevolgen van een incident. Deze afweging is kwalitatief van aard en richt zich op aspecten als de mogelijkheden van bestrijdbaarheid van een mogelijke calamiteit en de mate van zelfredzaamheid van de bevolking. Risicobronnen (RO) De maatgevende risicobron is de buisleiding van de Gasunie zoals reeds aangegeven met een diameter van 30 inch en een druk van 80 bar. Hierdoor vindt transport van gas plaats. De afstand van de buisleiding tot aan de woning is ca. 235 meter. Scenario's De hogedrukaardgastransportleiding ligt noordelijk van de locatie op ca. 235 meter afstand. Door oorzaken als (graaf)werkzaamheden, boomwortels, corrosie, aardverschuivingen kan er een lek of breuk in de leiding ontstaan. Hierdoor stroomt het gas onder hoge druk uit de buisleiding met een hoge fluittoon. Het brandbare gas kan ontstoken worden door ontstekingsbronnen als passerende auto's of door een drainagemachine met vonken bij het raken van de buisleiding.
Als gevolg van de ontsteking ontstaat een fakkelbrand met warmtestraling waarbij bovenstaande 1e, 2e en 3e ring afstanden behaald kunnen worden. De kans op een dergelijk scenario is erg klein. Zelfredzaamheid De personen in het gebouw zijn, op kinderen en minder validen na, zelfredzaam. Hierdoor is men in staat, wanneer men bij een dergelijk scenario zonder ontsteking snel wordt gewaarschuwd, te vluchten. Gezien de wegenstructuur is het zeker mogelijk om van het incident af te vluchten.Bij een ontsteking van het scenario is het niet mogelijk voor de aanwezigen om zichzelf nog in veiligheid te brengen. Bestrijdbaarheid /beheersbaarheid Bij een dergelijk scenario is het zaak dat de leidingbeheerder zo snel mogelijk de buisleiding inblokt, waardoor gasuitstroom 'beperkt' wordt. De hulpdiensten kunnen niet eerder optreden dan dat de gasconcentratie onder een bepaalde ontstekingswaarde is gedaald. Bij een ontstoken gaslekkage/breuk zijn de hulpdiensten niet instaat op te treden vanwege de grote afstanden waarop de warmtestraling optreed. Er kan niet eerder opgetreden worden dan wanneer de buisleiding ingeblokt is en het gas opgebrand is. Optreden zal voornamelijk gericht zijn buiten de 3e ring en langzamerhand richting de bron en de woning. Maatregelen
bestemmingsplan "Nieuw Dordrecht, Bladderswijk OZ 100-101" (vastgesteld) 25
Gezien de afstand van het object tot aan de buisleiding is risico-communicatie t.a.v. een lekkage / breuk het enige dat in de voorbereiding voor ontsteking kan helpen. De bewoners doen er goed aan om zich op de hoogte te stellen wat in zo'n geval te kunnen doen, handelingsperspectief.
4.4
Milieu
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Binnen het plangebied is sprake van een nieuw te realiseren woning. 4.4.1
Vormvrije m.e.r.