CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan 'Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26'

Commissie Wonen en Ruimte 12 maart 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26'20.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Huidige planologische regelingen 1.4 Opzet bestemmingsplan 1.5 Overzicht verricht onderzoek

5 5 5 7 8 8

Hoofdstuk2 Beleid 2.1 Gemeentelijk beleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Rijksbeleid 2.4 Conclusie

10 10 12 14 14

Hoofdstuk3 Planbeschrijving en Stedenbouwkundige structuur 3.1 Algemene planbeschrijving

15 15

Hoofdstuk4 Onderzoeken 4.1 Archeologie en monumenten 4.2 Ecologie 4.3 Fysieke veiligheid 4.4 Milieu 4.5 Waterparagraaf

17 17 19 21 23 26

Hoofdstuk5 Toelichting op de planregels en verbeelding 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de regels 5.4 Handhaving

30 30 30 30 35

Hoofdstuk6 Maatschappelijke betrokkenheid 6.1 Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen 6.2 Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan

37 37 37

Hoofdstuk7

38

Economische uitvoerbaarheid

Regels

39

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

40 40 46

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Wonen - Vrijstaand Tuin Waarde - Archeologie 4

47 47 50 51

Hoofdstuk3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

53 53 54 55 56 57

Hoofdstuk4

Overgangs- en slotregels

58

2 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

Artikel 11 Artikel 12

overgangsrecht slotregel

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Ontwerpbesluit hogere grenswaarde geluid

Bijlage 2

Rapportage stikstofberekening

Bijlage 3

Stikstofberekening

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 6

Akoestischonderzoek

Bijlage 7

Watertoets

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 3

58 59

4 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan

De reden voor het opstellen van het Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26 is een binnengekomen verzoek voor het wijzigen van het gebruik van de percelen aan de Vaart Noordzijde 25 en 26 te Nieuw-Amsterdam. De initiatiefnemers zijn voornemens om de maatschappelijke bestemming te wijzigen naar een woonbestemming. De bestaande pastoriewoning blijft behouden en zal als reguliere woning worden gebruikt. Het voormalig kerkgebouw is inmiddels al gesloopt. Het gehele perceel wordt kadastraal gesplitst zodat er naast de bestaande woning ruimte is voor het bouwen van één nieuwe vrijstaande woning. Dit bestemmingsplan voorziet dus in een passende woonbestemming en voorziet in het toevoegen van 1 extra vrijstaande woning.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan ligt aan de Vaart Noordzijde 25 en 26. De percelen van het plangebied zijn kadastraal bekend als EMN00 G, nummers 6270, 6414, 13330, 13331, 13332, en 13333. Het plangebied is gelegen aan de Vaart Noordzijde en wordt omringd door woningen aan het noorden, westen en oosten. Ten zuiden van het plangebied is Verlengde Hoogeveensche Vaart gelegen.

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 5

Figuur 1-1: De ligging van het plangebied (rode vlak) in Nieuw-Amsterdam.

6 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

Figuur 1-2: Indicatie begrenzing plangebied.

1.3

Huidige planologische regelingen

Het voorliggende bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26 vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan 'Nieuw-Amsterdam en Veenoord', dat is vastgesteld op 22 december 2011.

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 7

Figuur 1.3 geeft een overzicht, niet volledig, van de oude bestemmingsplannen in het plangebied.

Daarnaast zijn in het verleden diverse (bouw)initiatieven met een afwijkingsprocedures mogelijk gemaakt. Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26 verliezen de genoemde bestemmingsplannen en de afwijkingen van het bestemmingsplan, voor zover zij vallen binnen het plangebied, rechtskracht het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26 vervangt de genoemde plannen.

1.4

Opzet bestemmingsplan

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes.

1.5

Overzicht verricht onderzoek

Ter voorbereiding van het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26 zijn diverse onderzoeken verricht en adviezen gegeven. Daarnaast is er informatie gebruikt uit onderzoeken en adviezen die in een ander kader zijn uitgevoerd. De conclusies uit de onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting. Ter voorbereiding van het bestemmingsplan zijn de volgende onderzoeken verricht: Akoestisch onderzoek 8 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

Verkennend bodem onderzoek Quickscan flora en fauna Stikstofberekening Watertoets

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 9

Hoofdstuk 2

Beleid

2.1

Gemeentelijk beleid

2.1.1

Structuurvisie gemeente Emmen 2020, veelzijdigheid troef

Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26 zijn vooral het thema wonen van belang. De Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef richt zich op een accentverschuiving van kwantiteit naar kwaliteit en differentiatie van woonmilieu. De opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. Dit betekent meer levensloopbestendige woningen en meer ruimte voor bouwkavels. Om ervoor te zorgen dat de woningmarkt op orde blijft, is een continue aanpassing aan de veranderende vraag geboden. Dit geldt niet alleen voor de kern van Emmen, maar ook voor de dorpen. Zo ontstaat op termijn een cyclische vernieuwing van de bestaande woongebieden. 2.1.2

Woonbeleid

De woonvisie 2022-2030 'BuitengeWoon Thuis in Emmen' wil toewerken naar een passende woningvoorraad en woonomgeving voor de huidige en nieuw inwoners. Diversiteit is daarbij het uitgangspunt. De inwoners van de gemeente Emmen zijn divers en dat vraagt om voldoende beschikbaarheid van verschillende typen woningen. Om de missie in relatie tot de beschikbaarheid van voldoende passende woningen en vernieuwende woonconcepten te behalen, wordt er de komende jaren voor alle wijken en dorpen vanuit de volgende vier uitgangspunten gewerkt: 1. 2. 3. 4.

Het aanbieden van een grotere diversiteit aan woningen in de wijken en dorpen; Herstructurering van oudere woonbuurten; Ontwikkelen van diverse seniorgeschikte woningen en starterswoningen; Een groei van 4.000 woningen tot 2030.

Om ervoor te zorgen dat nieuwe bouwplannen aansluiten bij de (toekomstige) woningbehoefte hanteert de gemeente Emmen een kwalitatief en kwantitatief afwegingskader voor woningbouw. Kwalitatief afwegingskader: We beoordelen woningbouwinitiatieven niet individueel maar in samenhang. We geven prioriteit aan plannen voor herstructurering, transformatie en inbreiding. We geven prioriteit aan woningbouwplannen voor aandachtsgroepen. Woningbouwplannen dragen bij aan een variërend en aantrekkelijk woonmilieu. Woningbouwplannen dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Kwantitatief afwegingskader: De Woonvisie geeft voor het deelgebied 'De Velden' (waar Nieuw-Amsterdam toe behoort) tot 2030 een netto groei met 570 woningen op de woningvoorraad. Het voorliggend bestemmingsplan betreft een functiewijziging van de maatschappelijke bestemming naar een woonbestemming, waarbij er 1 nieuwe vrijstaande woning wordt gebouwd. Het voorliggend plan draagt daarmee bij aan de groei van de woningvoorraad van het deelgebied 'De Velden' en is passend binnen de woonvisie. 2.1.3

Integrale parkeervisie

In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. 10 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip “voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel voldoende laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en- of wijzigen gebruik. Voor toekomstige (nieuwbouw)ontwikkelingen is in de parkeervisie de landelijke richtlijnen van het CROW leidraad. Uitgangspunt blijft in beginsel voldoende parkeerruimte op eigen terrein. Als dit niet kan, kan eventueel teruggevallen worden op parkeren in de openbare ruimte, waarvoor aan de gemeente een afkoopsom wordt betaald. Op het perceel aan de Vaart NZ 25 en 26 is voldoende ruimte om te parkeren op eigen terrein. 2.1.4

Ruimtelijke waardenkaart

De Ruimtelijke Waardenkaart (Bosch & Slabbers, 2008) belicht de aardkundige, archeologische, ecologische, hydrologische, cultuurhistorische en de landschappelijke waarden, evenals de monumenten van het buitengebied van de gemeente Emmen. De kaart is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan buitengebied, hierdoor ligt het accent op de waarden in buitengebied, maar komen de in het onderliggende waarden in de kernen ook aanbod. Om erfgoed nog beter te verankeren in het ruimtelijke beleid voor de woon- en leefomgeving, is de Cultuurhistorische Waardenkaart Emmen opgesteld. Dit is een inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische waarden en bestaat uit een beleidskaart, bronnenkaart en een toelichtende rapportage. Ook is er aandacht voor immaterieel erfgoed. Aansluitend is een beleidsnota geschreven: Erfgoednota Emmen 2017-2022. De Cultuurhistorische Waardenkaart en Erfgoednota 2017-2022 zijn op 28 september 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. De beleidskaart voor cultuurhistorie geeft de vertaling naar het beschermingsregime voor 3 categorieën erfgoed: Monumenten (rijk, provincie en gemeente) en bomen van de gemeentelijke bomenlijst, Cultuurhistorisch waardevolle gebieden, wijken en (groen)structuren, Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en plekken.

Afhankelijk van de waarde van het monument, ensemble, of object, wordt er ingezet op bescherming (bijvoorbeeld voor aangewezen monumenten), herkenbaar houden (van de waardevolle historische en ruimtelijke structuur en samenhang van een ensemble, zoals bijvoorbeeld een bebouwingslint), of respecteren en 'rekening houden met' (voor objecten of afzonderlijke plekken met een cultuurhistorische waarde). Voor het plangebied geldt het regime herkenbaar houden. 2.1.5

Welstandsbeleid

De welstandsnota 2016, gemeente Emmen is opgesteld uitgaande van het motto: “Loslaten van kan, regelen wat ertoe doet”. De gemeente hecht waarde aan de omgevingskwaliteit, en ziet daarbij onderscheid tussen de verschillende gebieden die de gemeente rijk is. Niet ieder gebied vraagt om dezelfde benadering. De welstandsnota 2016 kent drie welstandsniveaus: welstandsvrij, welstandsluw en welstandsniveau hoog. Voor een aantal gebieden is de ambitie naar beneden bijgesteld ,waardoor welstandsvrije gebieden zijn toegenomen. Het niveau welstandsluw is geïntroduceerd. In de luwe gebieden wordt op een aantal basale aspecten van welstand gestuurd en wordt afstand genomen van gedetailleerde beoordelingen. Daarnaast moeten gebieden die van meer waarde zijn - niveau hoog – goed beschermd blijven. Deze gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Emmen. Voornamelijk zijn dit de centra van dorpen, wijken en de beschermde dorpsgezichten. Voor deze gebieden geldt een hoog ambitieniveau. Het gemeentebestuur beoogt met deze nota een dynamische welstand in Emmen, waarbinnen ruimte is voor dialoog en “kwalitatief herstel” met de samenleving. Het bestemmingsplan en de welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 11

Het bestemmingsplan geeft aan wat, hoeveel, in welke vorm en waar er gebouwd mag worden. Het welstandsbeleid geeft aan hoe het gebouw er uit mag komen te zien. Dit wil zeggen dat het welstandsbeleid moet voorkomen dat er gebouwen gebouwd worden die afbreuk doen aan de omgeving. Het plangebied is gelegen in een gebied met het welstandsniveau hoog. Dit zijn gebieden die van grotere waarde voor de gemeente zijn. Deze gebieden dragen in ruimtelijke opzicht in grote mate bij aan de identiteit van de gemeente. Dit niveau betreft gebouwen, complexen en bouwwerken waaraan hoge ambitie aan ten grondslag ligt. Het gaat hier om beeldbepalende gebouwen en groepen van gebouwen die ruimtelijk en architectonisch een eenheid vormen. Deze bebouwing is dusdanig gesitueerd, dat alle zijden van het bouwwerk en de omgeving van het bouwwerk, beeldbepalend zijn. Criteria zijn gericht op behoud en versterking van de aanwezige hoge kwaliteiten. Bouwplannen worden beoordeeld in verhouding tot de aangrenzende bebouwing en de stedenbouwkundige impact voor de omgeving. Architectonisch relevante details, materiaal en kleur worden in samenhang met de omgeving en het bouwplan beoordeeld.

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Drenthe 2018

De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe.

Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd : rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen 12 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid: Landschap Het plangebied is gelegen binnen het landschap van de veenkoloniën. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Het plangebied is onderdeel van een bebouwingslint en zorgt ervoor dat het lint verder wordt opgevuld. Hiermee draagt het bij aan de kenmerkende bebouwingslinten in de gemeente. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied Emmen en haar venen. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing.

Het is bedoeld om de cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de hoofdstructuur, te borgen. De ambitie voor de Veenkoloniën richt zich specifiek op het zichtbaar houden van de machinale veenwinning en veenverwerking op het Amsterdamscheveld en het Bargerveen, zowel in het landschap als in de bebouwing. Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken.

Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. In deze gebieden kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron bij ontwikkelingen worden gebruikt. De provincie verwacht van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welk kenmerkend aardkundig erfgoed aanwezig is en dat zij hieraan bescherming geven via de gemeentelijk omgevingsvisie en plannen en initiatieven daarop beoordelen. 2.2.2

Provinciale omgevingsverordening

Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. De provinciale belangen die de Omgevingsvisie zijn benoemd, zijn vertaald in de regels van de Provinciale Omgevingsverordening. In de verordening in artikel 2.17 staat het volgende genoemd ten aanzien van woningbouw: Een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 13

termijn en is hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio's; benoemt tenminste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid, kernenstructuur; schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; geeft aan op welk wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd; geeft een lange termijn beeld. De provincie Drenthe heeft ingestemd met de woonvisie van de gemeente. De locatie is daarnaast aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. In de omgevingsverordening is het perceel gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Binnen Bestaand Stedelijk Gebied ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van woningbouw primair bij de gemeente. De verordening geeft verder, naast het bovengenoemde, geen specifieke bepalingen voor percelen met deze aanduiding. Zoals beschreven in artikel 2.1.2 is het voorliggend plan passend binnen de gemeentelijke woonvisie en valt het binnen bestaand stedelijk gebied. Het voorliggend plan sluit daarbij ook aan op de Provinciale Omgevingsverordening.

2.3

Rijksbeleid

2.3.1

Ruimtelijk beleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Emmen zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Echter deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied.

2.4

Conclusie

De conclusie van de in dit bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26 beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct door werkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan in niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt op zijn beurt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan eveneens geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale en gemeentelijke beleid.

14 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

Hoofdstuk 3 structuur 3.1

Planbeschrijving en Stedenbouwkundige

Algemene planbeschrijving

Op de betreffende locatie was voorheen een kerkgebouw aanwezig met pastoriewoning en bijbehorende bijgebouwen. Het voormalig kerkgebouw is inmiddels al gesloopt. Wat resteert is de pastoriewoning en de bijbehorende bijgebouwen. Het bebouwingslint langs de Vaart NZ kenmerkt zich door de aanwezige diversiteit aan bebouwing. Aan de deze zijde heeft de bebouwing een open en individueel karakter waar naast woningbouw ook garagebedrijven, werkplaatsen en (voormalige) agrarische bedrijven zijn gevestigd. De kruising Vaart NZ/Industrieweg/Veilingstraat wordt geaccentueerd door een fors woongebouw die afwijkt qua maat en schaal met de aangrenzende bebouwing. Het gevelbeeld van het bebouwingslint aan de Vaart NZ wordt vooral gekenmerkt door een grote mate aan variatie in positionering, afstand tot de perceelsgrens, bouwvolume en -hoogte, kapvorm, vormgeving en kleur- en materiaalgebruik. De samenhang is met name te vinden in de ritmiek van bouwmassa's van één tot twee lagen met kap. Platte daken komen bijna niet voor, alleen bij (voormalige) winkel-/bedrijfsfuncties. Kenmerkend voor de kerk en de pastoriewoning in het bebouwingslint is de terug liggende rooilijn van dergelijke functies. De pastoriewoning blijft in dit plan behouden en wordt gewijzigd naar een reguliere woning.

Door de terugliggende gevellijn van deze woning, is er gekozen om de nieuwe woning ook iets terug te leggen van de weg ten opzichte van de andere woningen aan de Vaart Noordzijde. Wanneer de nieuwe woning op dezelfde gevellijn wordt gebouwd als de naastgelegen woningen op nummers 23 en 28, wordt de voormalige pastoriewoning op nummer 26 weggedrukt tussen de bebouwing van de aangrenzende gronden. De voormalige pastoriewoning maakt dan ruimtelijk en visueel geen onderdeel meer uit van de Vaart Noordzijde. Daarom is ervoor gekozen om de nieuwe woning ongeveer halverwege te plaatsen tussen de gevellijn van de voormalige pastoriewoning en de woning op nummer 23. Hieronder ontstaat er een meer gelijkmatige verspringing in de gevellijnen van de woningen op dit stuk aan de Vaart Noordzijde en wordt de voormalige pastoriewoning meer betrokken bij het straatbeeld. De nieuwe situatie is weergegeven in de onderstaande afbeelding.

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 15

Afbeelding 3.1: Tekening nieuwe situatie.

16 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

Hoofdstuk 4

Onderzoeken

4.1

Archeologie en monumenten

4.1.1

Algemeen

De gemeente Emmen heeft archeologie beleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport, dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologie beleid en waar de beleidskeuzen zijn gemaakt. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in gemeentelijk archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan, tabel 1 geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer. Categorie

Archeologische waarden

Oppervlakte

Diepte

Drainage

Rijksmonument

Beschermd

-

-

Verbod

Waarde Archeologie 1

Zeer hoge archeologische waarde

0 m2

30 cm + 10 cm

Verbod

Waarde Archeologie 2

(zeer) (hoge) archeologische waarde

100 m2

30 cm + 10 cm

Verbod

Waarde Archeologie 3

Middelhoge of hoge verwachting

1000 m2

30 cm + 10 cm

Verbod

Waarde Archeologie 4

Middelhoge of hoge verwachting

1000 m2

30 cm + 10 cm

Toegestaan

Tabel 1: Onderverdeling van archeologische waarden.

Deze beleidskeuzen zijn vertaald in een dubbelbestemmingen. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. 4.1.2

Archeologische waarden in het plangebied

Het plangebied Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26 is volgens de beleidskaart gelegen in een gebied met archeologische waarde 4 , figuur 3.1 is uitsnede uit de beleidskaart.

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 17

figuur 3.1: Uitsnede archeologische beleidskaart, plangebied gelegen in waarde - archeologie 4.

Gebieden gecategoriseerd als waarde-3 en waarde- 4 zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw, landschappelijke kenmerken en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Delen van dit landschap kunnen bovendien zijn afgedekt door esdekken. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle perioden Voor gebieden aangeduid met Waarde - archeologie 4 is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 1000 m2 en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm +10 cm principe). De Waarde - Archeologie 4 is apart opgenomen omdat dit terreinen zijn waar naast bovenstaande bepalingen geen drainageverbod geldt. De werkzaamheden die gaan plaatsvinden in het plangebied houden in dat er bestaande bebouwing is gesloopt en er nieuwbouw gaat plaatsvinden.

Binnen de planregels voor archeologische waarde 4 geldt een uitzondering voor de onderzoeksplicht, bij het bouwen van een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 1000 m², waarbij het gaat om een totaal aan te verstoren bodemoppervlak binnen een plangebied of bouwvlak van een samenhangend project dat niet opgedeeld kan worden in deeluitwerkingen. In het voorliggende plan is het plangebied kleiner dan 1000 m2 en hoeft er daarom geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

18 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

4.1.2.1 Archeologische monumenten Binnen het plangebied liggen zijn geen (beschermde) archeologisch monumenten aanwezig. Ook liggen binnen 50 meter van het plangebied geen archeologische monumenten. 4.1.3

Monumenten

Beschermde monumenten worden gekenmerkt door een samenhangend en gaaf geheel van architectonische stijlkenmerken. Een monument kan representatief zijn voor een bepaalde bouwstijl, maar kan ook een rijke bouwgeschiedenis hebben met verwijzingen naar verschillende bouwstijlen. Voor zover de bouwgeschiedenis niet duidelijk afleesbaar is, kan zij door bouwhistorisch onderzoek aan het licht komen. Monumenten worden in hoge mate gewaardeerd om hun architectuurhistorische kwaliteit, waardoor zij belangrijk bijdragen aan de kwaliteit en de identiteit van hun omgeving. Een bouwplan voor een monument wordt getoetst aan het monumentenbeleid. Richtinggevend is hiervoor de redengevende omschrijving van het monument. Naast de toetsing aan het monumentenbeleid dat gericht is op het behouden van de historische kenmerken van het monument wordt het bouwplan voor wat betreft de welstandsaspecten getoetst aan de onderstaande criteria: toevoegingen aan, op of bij monumenten worden op herkenbare wijze vormgegeven. Hierbij vormen de historische stijlkenmerken van het monument de inspiratiebron; er is aandacht voor zorgvuldige detaillering en materiaalkeuze. Het plangebied kent geen monumenten. Hierbij gaat het om zowel rijksmonumenten, als gemeentelijke en provinciale monumenten. Monumenten worden via de Monumentenwet beschermd en krijgt in het bestemmingsplan geen nadere aanduiding. 4.1.4

Conclusie

Op grond van de bovengenoemden punten achten we een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Er wordt wel in het bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde-archeologie-4 opgenomen.

4.2

Ecologie

De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.

Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. Het plangebied behoort niet tot het NNN of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 19

Natuurnetwerk Nederland, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland, omdat de bescherming van het NNN geen externe werking kent. Stikstof Voor de realisatie van dit bouwplan wordt er gewerkt met meerdere werktuigen. Vanuit de verbrandingsmotoren van deze werktuigen ontstaan stikstofoxiden (NOx). De uitstoot is afhankelijk van factoren als het type werktuig, het vermogen, het percentage belasting en het aantal draaiuren. Voor de gebruiksfase wordt er gekeken naar de toevoeging van verkeer aan het huidige verkeersbeeld en de stikstofemissie die extra wordt uitgestoten als gevolg van dat verkeer. Voor dit project is met behulp van AERIUS een voortoets uitgevoerd. De resultaten zijn verwerkt in een stikstofonderzoek. Dit onderzoek en de rapportage ervan zijn toegevoegd aan dit bestemmingsplan respectievelijk als Bijlage 2 en Bijlage 3. Uit de voertoets is gebleken dat er geen sprake is van stikstofdepostie op stikstofgevoelige gebieden. De depositie op stikstofgevoelige gebied bedraagd 0,00 mol/ha/j. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan.

De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Door Fopma Natuuradvies is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het rapport is toegevoegd als Bijlage 4 toegevoegd aan dit bestemmingsplan. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Het bouwperceel zelf heeft weinig tot geen geschikte nestlocaties. Er staan ook geen bomen in het plangebied. De locatie is als nestplaats voor vleermuizen niet geschikt. Door de sloop en nieuwbouw wordt er ook geen vliegroute aangetast.

Met name de Vaart en de beplanting langs de Vaart is voor vleermuizen aantrekkelijk als vliegroute. Effecten van het voorliggend plan op vleermuizen wordt daarom uitgesloten. In het plangebied zijn verder geen beschermde plantsoorten aangetroffen en er is geen geschikt habitat aanwezig voor o.a. zoogdieren, reptielen, amfibieën en vissen. Vanuit het perspectief soortenbescherming zijn geen ecologische belemmeringen te verwachten. Door het ecologisch adviesbureau zijn nog wel enkele vrijblijvende suggesties gedaan om de nieuwbouw natuur-inclusief in te richten. Dat zou betekenen dat de in de spouwmuur van de woning huismussen- en vleermuiskasten worden geïntegreerd en dat voor de te kiezen beplanting wordt aanbevolen gebruik te maken van inheemse soorten. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd.

Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen. 20 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

4.2.1

Natuurwaarden in het plangebied

Het plangebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied, het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Bargerveen' ligt op een afstand van circa 9,5 kilometer. Het plangebied ligt daarnaast niet binnen het concreet begrensde NNN. De dichtstbijzijnde gronden van het NNN liggen op circa 1,3 kilometer ten westen van het plangebied. Gezien de afstand tot het NNN en de natura 2000 gebieden en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN of het natura 2000 gebied. Het plangebied is daarnaast al grotendeels verhard en bebouwd. Het voormalige kerkgebouw is al gesloopt. In het kader van het bestemmingsplan hoeft er verder geen bebouwing gesloopt te worden. Van enige natuurlijke waarden is daarom geen sprake. Met het hanteren van een aantal voorzorgsmaatregelen of werkprotocollen ten aanzien van vogels en vleermuizen kan er gebouwd worden buiten het broedseizoen als het perceel al bouwrijp is gemaakt. 4.2.2

Conclusie

Omdat het bestemmingsplan voorziet in het bouwen van een nieuwe woning is het uitvoeren van een flora- en faunaonderzoek noodzakelijk geacht. Ten behoeve van de uitvoering van het plan is door het bureau Fopma Natuuradvies een Quickscan flora- en fauna uitgevoerd. Uit het onderzoek, dat als Bijlage 4 is bijgevoegd bij dit bestemmingsplan, blijkt dat vanuit het perspectief soortenbescherming geen ecologische belemmeringen zijn te verwachten. Ten slotte is op basis van de Wnb altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren.

Daarbij geldt voor alle bouwactiviteiten dat er voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden, waardoor: de aanvang van de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot begin augustus) dient plaats te vinden; een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten; (wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden.

4.3

Fysieke veiligheid

Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Bevi valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. Op basis van de risicokaart (bron: risicokaart.nl) is een richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van de gebouwen in en rondom het plangebied. Hierbij is getoetst aan bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid.

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 21

4.3.1

Fysieke veiligheidssituatie

In het kader van regelgeving in relatie tot Externe Veiligheid gelden voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen. 4.3.1.1 Risicobronnen binnen het plangebied Het plangebied is geïnventariseerd op de aanwezigheid van zogenoemde Bevi-bedrijven (vergunde situatie en feitelijke situatie). Binnen het plangebied komen geen risicobronnen voor. 4.3.1.2 Risicobronnen buiten het plangebied De omgeving is geïnventariseerd op de aanwezigheid van o.a. buisleidingen, hoogspanningslijnen, transportroutes van gevaarlijke stoffen en zogenoemde Bevi-bedrijven. In de nabijheid, op circa 360 meter, van het plangebied is de spoorlijn Emmen - Zwolle gelegen. Deze route voor gevaarlijke stoffen heeft op basis van de risicokaart een plaatsgebonden risicocontour 10-6/jr en een groeps risicocontour van 16 meter. Het plaatsgebonden risicocontour is gelegen binnen de afzetting van het spoor, en het invloedsgebied en het brandaandachtsgebied is op ca. 30 meter van het spoor gelegen. Aangezien het plangebied niet binnen respectievelijk 16 en 30 meter van de spoorlijn gelegen is, is een nadere verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk. Verder bevinden zich geen buisleidingen, hoogspanningslijnen, Bevi-bedrijven of andere transportroutes in de omgeving van het plangebied. 4.3.2

Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied

Zodra plannen ontwikkeld worden dient de brandweer in een vroeg stadium bij de plannen betrokken te worden om op basis van het beoogde veiligheidsniveau een advies te kunnen uitbrengen. Hiervoor zijn de volgende zaken van belang: 1. Voor het bestrijden van een brand is de brandweer afhankelijk van een goede bluswatervoorziening. Conform de Wet op de Veiligheidsregio moet een gemeente zorgen voor een openbare bluswatervoorziening. Bij locaties waar geen toereikende openbare bluswatervoorziening kan worden aangelegd, zal de eigenaar moeten zorgen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening in overleg met de brandweer. Vanaf 1 januari 2014 maakt de brandweer gebruik van tankautospuiten en tankwagens, aangevuld met vulpunten voor de tankwagens als primaire bluswatervoorziening. Er hoeven ten behoeve van deze ontwikkeling geen vulpunten bijgeplaatst te worden. 2. Op grond van de Wet op de veiligheidsregio's (okt. 2010) is de Veiligheidsregio Drenthe, in geval van calamiteit, verantwoordelijk voor het waarschuwen en alarmeren van de bevolking door middel van het Waarschuwings- en alarmeringssysteem. Als gevolg van deze taak zijn binnen de gemeente sirenes geplaatst op een zodanige wijze dat een optimale dekking gerealiseerd is binnen de gemeente.

In de toekomst wordt bij grote rampen alarm geslagen via onder meer calamiteitenzenders, geluidswagens, NL-Alert en sociale media. Het voordeel van deze communicatiemiddelen is dat ze veel gerichter kunnen worden ingezet. 3. Het is belangrijk dat in geval van calamiteiten hulpverleningsdiensten direct ter plaatse kunnen komen en zonder beperkingen hulp kunnen verlenen. Om die reden dienen alle objecten in het plangebied via twee onafhankelijke wegen bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten. Het gebied voldoet wel aan deze vereisten. 4. Het dekkingsplan van de Veiligheidsregio Drenthe, vastgesteld in december 2013. Hierin staat beschreven dat het brandverloop tegenwoordig zo snel verloopt, dat drie zaken zeer belangrijk zijn om slachtoffers te voorkomen: het voorkomen van brand, het ontdekken van brand en het vluchten bij brand. Bij het vluchten bij brand heeft men een eigen verantwoordelijkheid of is men aangewezen op de BHV-organisatie. De brandweer heeft in beginsel als taak het houden van een brandscheiding ter voorkoming van branduitbreiding en het beschermen van (niet-zelfredzame) personen achter die scheiding. Desondanks dat een woning bij een brand als verloren kan worden beschouwd, wordt geadviseerd de brandveiligheidsmaatregelen op elkaar af te stemmen. Het gaat om de volgende aandachtspunten: a.

bouwkundige voorzieningen, zoals voorkomen brandoverslag vanuit gebouwen naar naburige percelen door veilige afstand of brandwerend van o.a. gevels; 22 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

b. installatietechnische voorzieningen, bijv. woningrookmelders - woningsprinklers; c. organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor de bewoners; d. brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen; e. inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal; f. zelfredzaamheid van de aanwezigen, toepassen veilige vluchtroutes.

4.4

Milieu

4.4.1

Vormvrije m.e.r.

In het Besluit m.e.r. zijn drempelwaarden opgenomen voor wanneer er een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Sinds de wijziging van het Besluit op 1 april 2011 is een beoordeling van een activiteit die op de D-lijst van het Besluit m.e.r. voorkomt noodzakelijk, ook al ligt de omvang van de activiteit (ver) onder de drempelwaarde. In voorliggend bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26 komen geen activiteiten voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r.. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van woningbouw, stedelijke ontwikkeling of industrieterrein indien het oppervlakte groter is dan 100 hectare of meer als 2000 woningen omvat. Vanwege de afwezigheid van die activiteit(en) hoeft geen vormvrije m.e.r. -beoordeling plaats te vinden.

4.4.2

Bedrijven en milieuzonering

Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt de bedrijvigheid in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is in het plangebied een inventarisatie geweest van de aanwezige bedrijven en nagedacht over de bedrijfsactiviteiten die toelaatbaar zijn in het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen bedrijfsactiviteiten mogelijk. Op deze manier wordt gezorgd dat de leefbaarheid van het plangebied ook in de toekomst behouden blijft. Voor het bepalen welke categorieën bedrijfsactiviteiten toelaatbaar zijn is in het kader van dit bestemmingsplan gebruik gemaakt van de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering" (van maart 2009). 4.4.2.1 Bedrijventerrein In het plangebied zijn geen bedrijventerreinen gelegen. Buiten het plangebied is in de omgeving het bedrijventerrein De Tweeling met bevi- bedrijven gesitueerd. De grens van dit bedrijventerrein ligt op circa 300 meter van het plangebied. Ook ligt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van het aspect geluid van het bedrijventerrein. Derhalve kan worden geconcludeerd dat voor de te realiseren woningen geen hinder wordt verwacht. 4.4.2.2 Verspreid liggende bedrijven (niet agrarisch) Naast de bedrijven gelegen op het bedrijventerrein liggen in een aantal bedrijven tussen de woonbebouwing verspreidt.

Zowel aan de Vaart Noordzijde als Vaart Zuidzijde zijn enkele bedrijven aanwezig, naast andere bestemmingen zoals detailhandel, maatschappelijk en horeca. Het begrip ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-brochure gebruikt om richtafstanden tussen een bedrijventerrein of bedrijfslocatie en een gebied met een variatie aan functies weer te geven. De VNG-brochure geeft de volgende definitie aan: "Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Daarnaast gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen." Rondom het plangebied zijn naast bestaande woningen ook diverse andere bestemmingen aanwezig, zoals 'bedrijf', 'maatschappelijk', 'horeca', 'detailhandel' en 'kantoor'. De omgeving valt hier dus aan te merken als 'gemengd gebied'. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 23

verkleind worden tot 30 meter. Uitzondering hierop is de richtafstand voor externe veiligheid. Deze wordt niet verkleind. De richtafstanden worden normaliter gemeten vanaf de grens van de bestemming die een milieubelastende functie toelaat tot de uiterste situering van de gevel van de woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Er wordt dus niet gemeten vanaf het bedrijfspand, maar vanaf de grens van het bestemmingsvlak. Op de dichtbijzijnde bedrijfsbestemming aan de Vaart Noordzijde, op nummer 14, is een bedrijf mogelijk tot en met milieucategorie 3. Vanuit de VNG richtafstanden wordt binnen een gemengd gebied een afstand van 30 meter geadviseerd bij een bedrijf met milieucategorie 3.1 en 50 meter bij een bedrijf met milieucategorie 3.2. In dit geval is de afstand tussen het plangebied en deze bedrijfsbestemming ca. 70 meter en voldoet daarmee ruim aan de richtafstand. Tevens is er aan de Vaart Noordzijde ten oosten van het plangebied een kantoorbestemming gelegen. Kantoren vallen doorgaans onder milieucategorie 1 of 2. In een gemengd gebied wordt in de VNG richtafstanden een minimale afstand van 10 meter geadviseerd. De kantoorbestemming ligt op ca. 74 meter van het plangebied en voldoet daarmee ruim aan de richtafstand.

Aan de Vaart Zuidzijde liggen ter hoogte van het plangebied diverse bestemmingen zoals 'detailhandel', 'maatschappelijk', 'wonen' en 'bedrijf'. De afstand tussen het plangebied en deze bestemmingen is ten minste 55 meter. Ook hier wordt ruim voldaan aan de richtafstanden.

4.4.3

Bodem

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld.bij het landelijke meldpunt:. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. 4.4.3.1 Bodemonderzoek Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de maatschappelijke bestemming naar een woonbestemming.

Hierbij moet beoordeeld worden of de bodemkwaliteit daarvoor geschikt is. Daartoe is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 (verkennend bodemonderzoek) uitgevoerd. Dit bodemonderzoek is toegevoegd als Bijlage 5. De resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek vormen geen aanleiding voor het uitvoeren van een nader onderzoek. Ondanks dat de bodemkwaliteit niet overal voldoet aan de bodemfunctieklasse wonen, worden nergens gehalten aangetoond boven de tussenwaarde. Doormiddel van de risicotoolbox is gecontroleerd of er humane risico’s optreden bij de gemeten gehalten/concentraties aan zink. Op basis van de toetsing is de risico-index < 1. Er worden om die reden geen noemenswaardige risico’s verwacht. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoeklocatie voldoet voor de beoogde gebruiksfunctie.

24 stgesteld)

bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (va

4.4.4

Geluid

Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.4.4.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. De wegen nabij het plangebied zijn gelegen in stedelijk gebied.

Hiervoor gelden de volgende zonebreedtes (conform art. 74 lid 1 Wgh) a. in stedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken : 350 meter; 2. voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken : 200 meter. De afstanden zoals weergegeven worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. De Vaart Noordzijde betreft een weg met een maximumsnelheid van 50 km per uur. Het plangebied ligt binnen de geluidszone van de Vaart Noordzijde. Bij de realisatie van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen moeten de wettelijke grenswaarden in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen. Indien met maatregelen niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB kan voor woningen in binnenstedelijk gebied een hogere waarde worden vastgesteld van ten hoogste 63 dB. De gemeente dient het vaststellen van de hogere waarde met eigen argumenten te motiveren en de vastgestelde hogere waardes zo snel mogelijk inschrijven in het kadaster.

Gelet op de goede ruimtelijke onderbouwing bij ontwikkelingen moet ook langs de 30km wegen worden aangeven hoe met uitbreidingsmogelijkheden van met name geluidgevoelige ruimten als bedoeld in de Wet geluidhinder wordt omgegaan (algemene afwijking hogere waarden of alleen uitbreiden met Wro-afwijking en dan voor iedere situatie apart hogere waarde vaststellen)en of daadwerkelijk voldaan wordt aan de wettelijke geluidsnormen ongeacht wat art. 74 lid 2 Wgh hierover aangeeft.Binnen het bestemmingsplan liggen diverse 30 km/h wegen. Deze wegen hebben van rechtswege geen zone. In het kader van voorliggend bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Deze is toegevoegd als Bijlage 6. Uit dit onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting ten gevolge van de Vaart Zuid Zijde ten hoogste 45 dB (inclusief 5 dB aftrek conform artikel 110g Wgh) op de woningen bedraagt. Voor deze weg (30 km/uur) is de Wet geluidhinder niet van toepassing, maar er wordt wel voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor de Vaart ZZ zijn er dan ook geen belemmeringen om de twee woningen te realiseren. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting ten gevolge van de Vaart Noordzijde ten hoogste 52 dB (inclusief 5 dB aftrek conform artikel 110g Wgh) bedraagt.

Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB, maar wel aan de grenswaarde van 63 dB (binnenstedelijk gebied) uit de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde wordt op beide woningen overschreden. Omdat de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde zijn bron- en/of overdrachtsmaatregelen overwogen. bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26" (vastgesteld) 25

Het is niet de verwachting dat op korte termijn het wegdek van de Vaart Noordzijde zal worden vervangen door (geluidsreducerend) asfalt. Het toepassen van een type asfalt met een reducerende werking is daarnaast gezien de omvang van het project financieel niet doelmatig. De kosten staan niet in verhouding tot de kosten voor mogelijk benodigde gevelisolatie. Het verlagen van de maximumsnelheid op de genoemde weg verdraagt zich niet met de functie van de weg. Verdere bronmaatregelen worden derhalve niet overwogen. Het plaatsen van afscherming in de vorm van een geluidswal of -scherm is voor enkele woningen niet wenselijk en kosteneffectief. Het zal naar verwachting stuiten op belemmeringen vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Overdrachtsmaatregelen zijn derhalve niet reëel. Omdat de maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen, bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard, is er voor gekozen om een besluit hogere waarden vast te stellen. Een ontwerp besluit is meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan als Bijlage 1. In nieuwe situaties dient gestreefd te worden (beleid van de gemeente Emmen) naar ten minste één geluidluwe gevel per woning. Geluidluw betekent in deze situatie een gevel waarop aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan. Onderhavige situatie voldoet aan dit beleidstreven.

Beide woningen beschikken over een geluidluwe gevel. 4.4.5

Lucht

De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.4.5.1 Algemeen beeld luchtkwaliteit plangebied Omdat er geen significante ontwikkelingen in het plangebied of rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

4.5

Waterparagraaf

Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). In deze waterparagraaf wordt beschreven hoe het huidige waterhuishoudkundig systeem voor het plangebied van het bestemmingsplan "" is ingericht, welke fysieke omstandigheden voor het gebied gelden en of speciale functies voor het plangebied gelden. Naast een beschrijving van de waterhuishoudkundige consequenties van het plan en de stedelijke wateropgave heeft het het wateradvies van het waterschap een duidelijke plaats gekregen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=fbdf1e0c-da19-4c2e-a9da-8b68047c772e