Bijlage 1 - Bestemmingsplan Klazienaveen, Valkruid 9 (toelichting, regels en bijlagen)
Tekst van het document
Parameter
Resultaat
Droge 82,9 stof Fractie < 1,5 2 µm Cadmium 0,33 (Cd) Zink (Zn) 74 Nikkel 4 (Ni) Molybdeen < 1,5 (Mo) Lood (Pb) 25 Koper 15 (Cu) Kobalt <3 (Co) Barium 32 (Ba) Kwik < 0,05 (Hg) Indeno0,13 (1,2,3c,d)pyreen Naftaleen < 0,05 Fluorantheen 0,62 Benzo0,19 (a)Pyreen Anthraceen < 0,05 Benzo(ghi)peryleen 0,08 Benzo(k)fluorantheen0,13 Benzo(a)anthraceen 0,24 Fenanthreen 0,28 Chryseen 0,29 Koolwaterstoffractie < 35 C10-C40 Koolwaterstoffractie < 3 C10-C12 Koolwaterstoffractie < 3 C12-C16 Koolwaterstoffractie < 4 C16-C20 Koolwaterstoffractie < 5 C20-C24 Koolwaterstoffractie < 5 C24-C28 Koolwaterstoffractie 14 C28-C32 Koolwaterstoffractie < 5 C32-C36 Koolwaterstoffractie < 5 C36-C40 PCB 28 < 0,001 PCB 52 < 0,001 PCB 101 < 0,001 PCB 118 < 0,001 PCB 138 < 0,001 PCB 153 < 0,001 PCB 180 < 0,001
Gemeten waarde Gemeten waarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Eenheid %
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 82,9 %
Toetsing
AW
W
IND
IW
T-index
Toets oordeel
% Ds
1,5
%
mg/kg Ds
0,36
mg/kg
<= Achtergrondwaarde
0,6
1,2
4,3
13
-1
<= AW
mg/kg Ds mg/kg Ds
132 11,7
mg/kg mg/kg
<= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde
140 35
200 39
720 100
720 100
-1 -1
<= AW <= AW
mg/kg Ds
1,05
mg/kg
<= Achtergrondwaarde
1,5
88
190
190
-1
<= AW
mg/kg Ds mg/kg Ds
31,8 21,5
mg/kg mg/kg
<= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde
50 40
210 54
530 190
530 190
-1 -1
<= AW <= AW
mg/kg Ds
7,38
mg/kg
<= Achtergrondwaarde
15
35
190
190
-1
<= AW
mg/kg Ds
124
mg/kg
mg/kg Ds
0,046
mg/kg
<= Achtergrondwaarde
0,15
0,83
4,8
36
-1
<= AW
mg/kg Ds
0,087
mg/kg
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
0,023 0,42 0,13
mg/kg mg/kg mg/kg
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
0,023 0,054 0,087 0,16 0,19 0,19 16,4
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
<= Achtergrondwaarde
190
190
500
5000
-1
<= AW
mg/kg Ds
1,41
mg/kg
mg/kg Ds
1,41
mg/kg
mg/kg Ds
1,88
mg/kg
mg/kg Ds
2,35
mg/kg
mg/kg Ds
2,35
mg/kg
mg/kg Ds
9,4
mg/kg
mg/kg Ds
2,35
mg/kg
mg/kg Ds
2,35
mg/kg
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
0,47 0,47 0,47 0,47 0,47 0,47 0,47
ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg
AL-West B.V. - AL-West B.V. (AGROLAB GROUP) Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
som 7 polychloorbifenylen PCB28, 52, 101, 118, 138, 153, 180 som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM)
3,29
ug/kg
<= Achtergrondwaarde
20
40
500
1000
-1
<= AW
1,36
mg/kg
<= Achtergrondwaarde
1,5
6,8
40
40
-1
<= AW
AL-West B.V. - AL-West B.V. (AGROLAB GROUP) Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
286551 MM2, 001: 50-100, 001: 100-150, 001: 150-170, 002: 50-100, 002: 100-150, 002: 150-200 2023-07-12 00:00:00 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
0,9 1,5
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter
Resultaat
Droge 95,9 stof Fractie < 1,5 2 µm Cadmium < 0,2 (Cd) Zink (Zn) < 20 Nikkel <4 (Ni) Molybdeen < 1,5 (Mo) Lood (Pb) < 10 Koper <5 (Cu) Kobalt <3 (Co) Barium < 20 (Ba) Kwik < 0,05 (Hg) Indeno< 0,05 (1,2,3c,d)pyreen Naftaleen < 0,05 Fluorantheen < 0,05 Benzo< 0,05 (a)Pyreen Anthraceen < 0,05 Benzo(ghi)peryleen< 0,05 Benzo(k)fluorantheen < 0,05 Benzo(a)anthraceen< 0,05 Fenanthreen < 0,05 Chryseen < 0,05 Koolwaterstoffractie < 35 C10-C40 Koolwaterstoffractie < 3 C10-C12 Koolwaterstoffractie < 3 C12-C16 Koolwaterstoffractie < 4 C16-C20 Koolwaterstoffractie < 5 C20-C24 Koolwaterstoffractie < 5 C24-C28 Koolwaterstoffractie < 5 C28-C32 Koolwaterstoffractie < 5 C32-C36 Koolwaterstoffractie < 5 C36-C40 PCB 28 < 0,001 PCB 52 < 0,001 PCB 101 < 0,001 PCB 118 < 0,001 PCB 138 < 0,001 PCB 153 < 0,001 PCB 180 < 0,001
Gemeten waarde Gemeten waarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Eenheid %
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 95,9 %
Toetsing
AW
W
IND
IW
T-index
Toets oordeel
% Ds
1,5
%
mg/kg Ds
0,24
mg/kg
<= Achtergrondwaarde
0,6
1,2
4,3
13
-1
<= AW
mg/kg Ds mg/kg Ds
33,2 8,17
mg/kg mg/kg
<= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde
140 35
200 39
720 100
720 100
-1 -1
<= AW <= AW
mg/kg Ds
1,05
mg/kg
<= Achtergrondwaarde
1,5
88
190
190
-1
<= AW
mg/kg Ds mg/kg Ds
11 7,24
mg/kg mg/kg
<= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde
50 40
210 54
530 190
530 190
-1 -1
<= AW <= AW
mg/kg Ds
7,38
mg/kg
<= Achtergrondwaarde
15
35
190
190
-1
<= AW
mg/kg Ds
54,2
mg/kg
mg/kg Ds
0,05
mg/kg
<= Achtergrondwaarde
0,15
0,83
4,8
36
-1
<= AW
mg/kg Ds
0,035
mg/kg
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
0,035 0,035 0,035
mg/kg mg/kg mg/kg
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 122
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
<= Achtergrondwaarde
190
190
500
5000
-1
<= AW
mg/kg Ds
10,5
mg/kg
mg/kg Ds
10,5
mg/kg
mg/kg Ds
14
mg/kg
mg/kg Ds
17,5
mg/kg
mg/kg Ds
17,5
mg/kg
mg/kg Ds
17,5
mg/kg
mg/kg Ds
17,5
mg/kg
mg/kg Ds
17,5
mg/kg
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5
ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg
AL-West B.V. - AL-West B.V. (AGROLAB GROUP) Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
som 7 polychloorbifenylen PCB28, 52, 101, 118, 138, 153, 180 som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM)
24,5
ug/kg
<= Achtergrondwaarde
20
40
500
1000
-1
<= AW
0,35
mg/kg
<= Achtergrondwaarde
1,5
6,8
40
40
-1
<= AW
Tabelinformatie Toetsing BOTOVA AW W IND IW T-index Toets oordeel
Toetsresultaat uit BOTOVA Achtergrondwaarden Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie Interventiewaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index'
Tabelinformatie Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1
GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden
AL-West B.V. - AL-West B.V. (AGROLAB GROUP) Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Toetsingsinstellingen Versie Toetsingsmethode
2.1.0 Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb [T.13]
De toetsing is uitgevoerd volgens de vigerende wetgeving waarbij gebruik gemaakt is van de BOTOVA webservice (zie https://www.BOTOVA-service.nl/) Opdracht Opdrachtnummer Laboratorium Matrix Project Datum binnenkomst Rapportagedatum CRM
1298112 AL-West B.V. Water 23KL196 Van Echtenskanaal 53 Noordzijde te Klazienaveen 20.07.2023 26.07.2023 Dhr. Laurens van Oene
AL-West B.V. - AL-West B.V. (AGROLAB GROUP) Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
301211 PB001, 001-01: 470-570 2023-07-20 00:00:00 Water 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Water diep/ondiep
Ondiep
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Overschrijding Streefwaarde
Parameter
Resultaat
Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Kobalt (Co) Barium (Ba) Zink (Zn) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Koper (Cu) Cadmium (Cd) Benzeen Tolueen Ethylbenzeen ortho-Xyleen m,p-Xyleen Naftaleen Styreen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1Dichloorethaan 1,2Dichloorethaan 1,1,1Trichloorethaan 1,1,2Trichloorethaan Vinylchloride 1,1Dichlooretheen Cis-1,2Dichlooretheen trans-1,2Dichlooretheen Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) 1,1Dichloorpropaan 1,2Dichloorpropaan 1,3Dichloorpropaan Tribroommethaan (bromoform) Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C20-C24
Eenheid
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 0,035 ug/l 1,4 ug/l
< 0,05 <2
µg/l µg/l
6,2 80 150 14 <2 22 0,27
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
6,2 80 150 14 1,4 22 0,27
< 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,02 < 0,2 < 0,2 < 0,2
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
< 0,1
Toetsing
SW
IW
IW indic
T-index
Toets oordeel
<= Streefwaarde <= Streefwaarde
0,05 5
0,3 300
-1 -1
<= SW <= SW
ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l
<= Streefwaarde > Streefwaarde > Streefwaarde <= Streefwaarde <= Streefwaarde > Streefwaarde <= Streefwaarde
20 50 65 15 15 15 0,4
100 625 800 75 75 75 6
-1 0,052 0,12 -1 -1 0,12 -1
<= SW > SW en <= T > SW en <= T <= SW <= SW > SW en <= T <= SW
0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,014 0,14 0,14 0,14
ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l
<= Streefwaarde <= Streefwaarde <= Streefwaarde
0,2 7 4
30 1000 150
-1 -1 -1
<= SW <= SW <= SW
<= Streefwaarde <= Streefwaarde <= Streefwaarde <= Streefwaarde
0,01 6 0,01 6
70 300 1000 400
-1 -1 -1 -1
<= SW <= SW <= SW <= SW
µg/l
0,07
ug/l
<= Streefwaarde
0,01
10
-1
<= SW
< 0,2
µg/l
0,14
ug/l
<= Streefwaarde
7
900
-1
<= SW
< 0,2
µg/l
0,14
ug/l
<= Streefwaarde
7
400
-1
<= SW
< 0,1
µg/l
0,07
ug/l
<= Streefwaarde
0,01
300
-1
<= SW
< 0,1
µg/l
0,07
ug/l
<= Streefwaarde
0,01
130
-1
<= SW
< 0,2 < 0,1
µg/l µg/l
0,14 0,07
ug/l ug/l
<= Streefwaarde <= Streefwaarde
0,01 0,01
5 10
-1 -1
<= SW <= SW
< 0,1
µg/l
0,07
ug/l
< 0,1
µg/l
0,07
ug/l
< 0,2
µg/l
0,14
ug/l
<= Streefwaarde
24
500
-1
<= SW
< 0,1
µg/l
0,07
ug/l
<= Streefwaarde
0,01
40
-1
<= SW
< 0,2
µg/l
0,14
ug/l
< 0,2
µg/l
0,14
ug/l
< 0,2
µg/l
0,14
ug/l
< 0,2
µg/l
0,14
ug/l
< 50
µg/l
35
ug/l
-1
<= SW
< 10
µg/l
7
ug/l
< 10
µg/l
7
ug/l
<5
µg/l
3,5
ug/l
<5
µg/l
3,5
ug/l
630 <= Streefwaarde
50
600
AL-West B.V. - AL-West B.V. (AGROLAB GROUP) Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C28-C32 Koolwaterstoffractie C32-C36 Koolwaterstoffractie C36-C40 som dichlooretheenisomeren som xyleenisomeren som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008) som 3 dichloorpropanen (som 1,1- en 1,2- en 1,3-)
<5
µg/l
3,5
ug/l
<5
µg/l
3,5
ug/l
<5
µg/l
3,5
ug/l
<5
µg/l
3,5
ug/l
0,14
ug/l
<= Streefwaarde
0,01
20
-1
<= SW
0,21
ug/l
<= Streefwaarde
0,2
70
-1
<= SW
0,77 (S)
ug/l
0,42
ug/l
-1
<= SW
150
<= Streefwaarde
0,8
80
(S) Enkele parameters ontbreken in de som: som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008) Tabelinformatie Toetsing BOTOVA SW IW IW indic T-index Toets oordeel
Toetsresultaat uit BOTOVA Streefwaarde Interventiewaarde Indicatief niveau voor ernstige verontreiniging grondwater Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index'
Tabelinformatie Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1
GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden
Bijlage 5: Overzicht posities monsternamepunten
Bijlage 6: Foto's
onderzoek
onderzoek
onderzoek
Bijlage 3 Quick Scan soortbescherming
bestemmingsplan "Klazienaveen, Valkruid 9" (vastgesteld)
79
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN PERCEEL TUSSEN VALKRUID 11 EN KAMILLE 25 TE KLAZIENAVEEN
Eindrapport
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN PERCEEL TUSSEN VALKRUID 11 EN KAMILLE 25 TE KLAZIENAVEEN
rapportnummer 2023.4291 augustus 2023 In opdracht van: Gemeente Emmen Postbus 30.001 7800 RA Emmen
Adviesbureau Mertens B.V.
Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl
© Adviesbureau Mertens BV, Renkum, 2023. Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED EN DE PLANNEN .............................................................................................................. 2 1.3 DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................ 5 1.4 OPBOUW RAPPORT ................................................................................................................................... 6
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ............................................................................................... 7 2.1 WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................................... 7 2.2 OMGEVINGSWET ....................................................................................................................................... 7 2.3 RODE LIJST............................................................................................................................................... 8
3. METHODE......................................................................................................................................................... 10
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING .................................................................................... 11 4.1 FLORA .................................................................................................................................................... 11 4.2 VLEERMUIZEN ......................................................................................................................................... 11 4.3 OVERIGE ZOOGDIEREN............................................................................................................................ 11 4.4 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 12 4.5 AMFIBIEËN .............................................................................................................................................. 12 4.6 VISSEN ................................................................................................................................................... 12 4.7 REPTIELEN ............................................................................................................................................. 12 4.8 OVERIGE ................................................................................................................................................ 12
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE .................................................................................................................... 13
GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 14
BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 15 1. PLANGEBIED ......................................................................................................................................... 16 2. BEGRIPPEN ........................................................................................................................................... 17 3. VOORWAARDEN ................................................................................................................................... 19
Adviesbureau Mertens
1
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
1. INLEIDING
1.1 Inleiding Er is het voornemen voor de realisatie en het gebruik van een perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen voor woonactiviteiten (zie figuur 1 voor de globale ligging en bijlage 1 voor de exacte ligging en begrenzing van het plangebied). De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens B.V. uit Renkum is gevraagd om een verkennend veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten en indien aanwezig, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd.
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen (rood).
1.2 Het plangebied en de plannen Het plangebied is gelegen tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen en betreft een volledig begroeid perceel dat gebruikt wordt als tuin. In het gebieden ontbreekt het aan oppervlaktewater. In figuur 2 wordt een beeld gegeven van het plangebied op dinsdag 18 juli 2023. Op dit perceel is het voornemen om een woning te bouwen en te gebruiken met de daarbij horende inrichting van het perceel.
Adviesbureau Mertens
2
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
Figuur 2. Foto-impressie van het plangebied en directe omgeving tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen op dinsdag 18 juli 2023. Adviesbureau Mertens
3
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
Vervolg figuur 2. Foto-impressie van het plangebied en directe tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen op dinsdag 18 juli 2023.
Adviesbureau Mertens
4
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
Vervolg figuur 2. Foto-impressie van het plangebied en directe tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen op dinsdag 18 juli 2023.
1.3 Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden in het kader van de soortbescherming van planten- en diersoorten te verwachten zijn. Anderzijds worden de consequenties van deze aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven.
Adviesbureau Mertens
5
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023 Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding en de doelstelling, is het van belang dat de volgende vragen worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen mogelijk voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebied? 2. Welke verwachte wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden nadelen van de plansituatie?
1.4 Opbouw rapport Na een korte uitleg over de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) komen achtereenvolgens aan de orde: - De onderzoeksmethode (hoofdstuk 3). - Een beschrijving van de aanwezigheid van beschermde soorten (hoofdstuk 4). - Een beoordeling van de effecten op beschermde soorten (hoofdstuk 5). In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen. In bijlage 3 worden de voorwaarden van het onderzoek weergegeven.
Adviesbureau Mertens
6
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN
2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet implementeert de Vogelen Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. Doorgaans zijn dit Omgevingsdiensten. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst (zie paragraaf 2.2) beschermd via de Wet natuurbescherming. Voor alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten is de algemene zorgplicht van toepassing; handelen of nalaten die gevolgen kunnen hebben dienen achterwege gelaten te worden of er dienen maatregelen getroffen te worden om effecten te voorkomen, of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten).
De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die Vogel- en Habitatrichtlijn omdat deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in het nationaal recht. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken. De criteria zijn: in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid; in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren; ter bescherming van flora en fauna. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing dienen mitigerende en eventueel compenserende maatregelen genomen te worden die tot gevolg hebben dat soorten niet nadelig worden beïnvloed in het voorkomen en gedurende de uitvoering van een project. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de Provincie Drenthe wordt voor een aantal soorten generieke vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. 2.2 Omgevingswet Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking.
Deze wet zorgt er, simpel gezegd, voor dat alle regels over de fysieke leefomgeving duidelijker en overzichtelijker worden, de leefomgeving integraal wordt benaderd en leidt tot snellere en betere besluiten. In de Omgevingswet wordt ook de natuurbescherming geregeld die voorheen werd geregeld via de Wet natuurbescherming. Het doel is één wet voor alle activiteiten in de fysieke leefomgeving en is ingegeven door de vraag naar een eenvoudige en overzichtelijke wet. De Omgevingswet is meer gericht op maatwerk, door meer ruimte te geven aan overwegingen van decentrale overheden. De huidige Wet natuurbescherming wordt bij de inwerkingtreden ‘aangehaakt’ en de huidige onderdelen van de Wet natuurbescherming worden dus in het stelsel van de Omgevingswet opgenomen.
Adviesbureau Mertens
7
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023 Het stelsel van de Omgevingswet zit wat anders in elkaar dan de huidige Wet natuurbescherming ondanks het aanhaken. In de Omgevingswet wordt niet gesproken over verbodsbepalingen met betrekking tot soorten, maar over het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1. tweede lid, aanhef en onder g Omgevingswet). Wat de schadelijke handelingen zijn en hoe en welke soorten beschermd zijn, staat in Bal2 in §11.2.2 (soorten vogelrichtlijn), § 11.2.3 (soorten Habitatrichtlijn) en § 11.2.4 (andere soorten). In deze paragrafen staan de vergunningsplichtige en vergunningsvrije cases en uitzonderingen op de vergunningsplicht. De schadelijke handelingen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, komen overeen met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Ook de beschermde gebieden en soorten komen overeen met die uit de Wet natuurbescherming. De aanvraagvereisten zijn wel vergroot (zie § 7.1.8a.2 t/m 7.1.8a.5). Er wordt meer informatie verlangd inzake de onderbouwing van onderzoek, deskundigheid van onderzoeker(s) en resultaten alsmede mitigatie- of compensatiemaatregelen. Het college moet nagaan of de aanvraag volledig is en de aanvrager zo nodig in de gelegenheid stellen om zijn aanvraag aan te vullen.
De volledigheidstoets houdt in dat het college nagaat of voor de aangevraagde activiteit een natuurvergunning nodig is. Net als onder de Wet natuurbescherming komt er onder de Omgevingswet weer een algemene vrijstelling voor algemene soorten zoals bosmuis en bruine kikker (art. 4.31 Or en bijbehorende bijlage V11c). Ook de zorgplicht van de Wet natuurbescherming is opgenomen onder de Omgevingswet. De Wet natuurbescherming stelt dat ‘een ieder’ voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht onder de Omgevingswet krijgt een bredere basis. In de Omgevingswet is immers een algemene zorgplicht opgenomen voor de gehele fysieke leefomgeving en specifieke zorgplichten in het Bal. Het betreft eventueel significant verstorende gevolgen op Natura 2000-gebieden (art. 11.6 Bal) en activiteiten met gevolgen voor in het wild levende dieren en planten (art. 11.27 Bal). In lid 1 wordt de algemene zorgplicht herhaald en in lid 2 wordt de specifieke zorgplicht voorgeschreven. In lid 2 is voorgeschreven hoe aan de zorgplicht moet worden voldaan, dit gaat dus verder dan de algemene zorgplicht.
Standaard aanvullend op Wet natuurbescherming is dat: Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en Het verrichten van de activiteit wordt gestaakt, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen als zich, ondanks de getroffen maatregelen, verslechterende of significant verstorende gevolgen voordoen voor de leefgebieden, natuurlijke habitats of habitats van soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Vooralsnog lijkt het er op dat de Omgevingswet voor natuurbescherming niet veel veranderingen met zich mee zal brengen. De huidige Wet natuurbescherming wordt bij de inwerkingtreden immers ‘aangehaakt’. De lijn van ‘verzwaring van onderzoek en onderbouwing’ die sinds de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming in 2017 is ingezet, lijkt doorgang te vinden. Daarnaast is ‘monitoring van effecten’ en ‘staken activiteiten bij negatieve gevolgen’ standaard geworden onder de Omgevingswet dat voorheen alleen werd vereist voor in sommige vergunningen die verleend werden onder de Wet natuurbescherming.
2.3 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten is eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 en 2017 herzien. Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming.
2
Besluit en Regeling natuurbescherming (Bnb).
Adviesbureau Mertens
8
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
Tussen de Wet natuurbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van “gunstige staat van instandhouding” kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten. Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen.
Adviesbureau Mertens
9
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
3. METHODE
Op dinsdag 18 juli 2023 is een bezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving, gelegen tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Gedurende dit bezoek is het gebied en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Er is beperkt gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens om het (potentieel) voorkomen van beschermde soorten te bepalen omdat deze via o.a. Waarneming.nl worden beheerd voor een veel groter gebied. Overige waarnemingen worden tevens bewaard voor een groot gebied, namelijk op kilometerniveau zoals weergegeven op www.telmee.nl. en op een nog groter schaalniveau in verspreidingsatlassen.
Adviesbureau Mertens
10
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING
4.1 Flora Het plangebied betreft een tuin met (aan de randen) enkele bomen. Deze vegetatie is het pioniersstadium niet ontgroeid. Gedurende het verkennend veldonderzoek op dinsdag 18 juli 2023 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld in of direct rond het plangebied. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten.
4.2 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan volledig worden uitgesloten. In het plangebied ontbreekt het aan mogelijkheden waarin vleermuizen zich kunnen ophouden. In de (te rooien) bomen in het plangebied ontbreekt het aan geschikte openingen, zoals spechtengaten en inrottingsgaten, waarin vleermuizen kunnen verblijven. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. In het plangebied ontbreekt het aan essentiële lijnvormig landschapselementen waarop vleermuizen zich kunnen oriënteren. Negatieve effecten op vlieg- en migratieroutes worden derhalve uitgesloten. Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet negatief van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er gewone dwergvleermuis als gevolg van de aanwezige ecotopen (gebied met geen oriëntatiemogelijkheden). Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten.
4.3 Overige zoogdieren Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging (zie Broekhuizen e.a., 2016, Waarneming.nl) wordt het de aanwezigheid van overige internationaal beschermde zoogdieren uitgesloten. In, aan de randen van het plangebied komt mogelijk / plaatselijk veldmuis, bosmuis voor en leeft er (mogelijk) ook huisspitsmuis. Voor deze algemeen voorkomende zoogdieren bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Drenthe. Deze soorten mogen niet worden verwond. Daarom dient er één kant op gewerkt te worden bij de start van de werkzaamheden zodat eventueel aanwezige algemeen voorkomende zoogdieren het plangebied kunnen verlaten.
Adviesbureau Mertens
11
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
4.4 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op dinsdag 18 juli 2023 zijn geen (oude) nesten van sperwer, boomvalk, havik, buizerd of ransuil vastgesteld in de bomen in en direct rond het plangebied. Tevens zijn geen ((oude)sporen van) roestplaatsen van ransuil aangetroffen. Negatieve effecten op nesten en eieren van boombewonende vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen derhalve volledig worden uitgesloten. In het plangebied is er een kans dat er algemene broedvogels broeden zoals roodborst, merel en zanglijster. In verband met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken en / of buiten broedseizoen rooien van beplanting). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden.
4.5 Amfibieën Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied, kan de aanwezigheid van internationaal beschermde amfibieën volledig worden uitgesloten op en rond het perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. In het plangebied komen mogelijk gewone pad en bruine kikker voor. Voor de algemene soorten amfibieën bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Drenthe. Deze soorten mogen niet worden verwond. Daarom dient er één kant op gewerkt te worden bij de start van de werkzaamheden zodat eventueel aanwezige amfibieën het plangebied kunnen verlaten.
4.6 Vissen In en direct rond het plangebied ontbreekt het aan oppervlaktewater. Negatieve effecten op (beschermde) vissen worden derhalve uitgesloten.
4.7 Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen en de verspreiding van reptielen, kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten. Negatieve effecten op reptielen worden derhalve uitgesloten.
4.8 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen. Negatieve effecten op overige beschermde diersoorten worden derhalve uitgesloten.
Adviesbureau Mertens
12
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE
Er is het voornemen voor de realisatie en het gebruik van een woning op het perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. In verband met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken en / of buiten broedseizoen rooien van beplanting). Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Drenthe. Het voorkomen van overige beschermde soorten kan tevens worden uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden negatieve effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de realisatie en het gebruik van een woning op het perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht.
Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden. Daarom dient er één kant op gewerkt te worden bij de start van de werkzaamheden zodat eventueel aanwezige amfibieën en algemene zoogdieren het plangebied kunnen verlaten.
Adviesbureau Mertens
13
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten perceel tussen Valkruid 11 en Kamille 25 te Klazienaveen. Eindrapport augustus 2023
GERAADPLEEGDE LITERATUUR
Literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, VZZ, Nijmegen, 1-348. Creemers, C.M., Delft, J., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nijmegen, 1-476. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad den Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van den van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Gerstmeier, R., Romig, T., 1997. Zoetwatervissen van Europa, Tirion, Baarn, 1-368. Hustings, F., Vergeer, J.W., Eekelder, P., 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, SOVON, Beek-Upbergen, 1-584. Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV, Overijssel, 1-260. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2004. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 34 (2016), 1-84. SOVON, 1987. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nie, H.W. de, 1996. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem, 1-151. Spikmans, F, Jong, T. de, 2006. Het waarnemen van zoetwatervissen, Nijmegen, 1-55.
Website www.ravon.nl www.waarneming.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.netwerkecologischemonitoring.nl www.verspreidingsatlas.nl
Adviesbureau Mertens
14
Renkum
BIJLAGEN
1. PLANGEBIED
2. BEGRIPPEN
Baltsplaats
Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.
Foerageergebied
Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.
Foerageerplaats
Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.
Kolonie
Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.
Migratieroute
Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.
Paarplaats
Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.
Verblijfplaats
Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).
Vliegroute
Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.
Voorbijvliegend
Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.
Zwermen
Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.