Bijlage 1: bestemmingsplan Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20
Tekst van het document
Toelichting op de verbeelding
Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. Deze ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld. 5.3
Toelichting op de regels
De regels zijn een juridische vertaling van het planologische en ruimtelijk beleid van de gemeente, de provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen over de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen, waarmee de bouwmogelijkheden worden gereguleerd. Hoofdgebouwen moeten altijd worden gebouwd binnen een daarvoor aangeduid bouwvlak. Uitgangspunt voor de bebouwing is de bestaande voorgevel. Dit betekent dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Waar het wenselijk is om het huidige bebouwingsbeeld in stand te houden zijn tevens aanduidingen opgenomen ten aanzien van bijbehorende bouwwerken of de kapvorm van daken. Flexibiliteit Af en toe kan het nodig zijn dat afwijking van de gestelde regels gewenst is.
Deze flexibiliteitsbepalingen bieden de mogelijkheid om op specifieke situaties in te kunnen spelen. 32
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20 (vastgesteld)
De uitvoering van de flexibiliteitsregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. In het bestemmingsplan zijn diverse flexibiliteitsregelingen opgenomen, deze zijn: Afwijken van de bouwregels; Afwijken van de gebruiksregels; Nadere eisen; Algemene afwijkingsregels; Wijzigingsbevoegdheden artikel 3.6 Wro. De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven. Door het in werking treden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, zoals de milieuvergunning, de bouwvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning. Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning. Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen. De bevoegdheid ex. Artikel 3.6 Wro om het bestemmingsplan te wijzigen ligt eveneens bij burgemeester en wethouders.
De wijzigingsbevoegdheid maakt een wijziging van een bestemming in een andere bestemming mogelijk. Voor de wijzigingsbevoegdheid geldt dat deze niet kan worden uitgevoerd, voordat onderzoek is uitgevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om nader onderzoek zoveel mogelijk op de concrete situatie af te stemmen. De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 5.3.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1: Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2: Wijze van meten
33
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20 (vastgesteld)
De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.3.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 van de regels worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Artikel 3: Wonen - Vrijstaand De te bouwen woning in het plangebied heeft de bestemming Wonen - Vrijstaand gekregen. Binnen de bestemming wordt de mogelijkheid geboden voor de realisatie van één vrijstaande woning, bijbehorende bouwwerken en de daarbij behorende voorzieningen. Dit laatste is tevens bedoeld om ondergeschikte, aan de woonfunctie grenzende voorzieningen (bijvoorbeeld groenvoorzieningen of toegangswegen), waarvan de feitelijke begrenzing niet exact blijkt samen te vallen met de bestemmingsgrens, onder de woonbestemming te brengen. Er mag één vrijstaande woning worden gebouwd binnen het bouwvlak. De gezamenlijke oppervlakte van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 250 m2. De voorgevel van de woning dient in de gevellijn te worden opgericht. De bouwhoogte van de woning mag maximaal 9 meter bedragen. De goothoogte van de woning mag maximaal 3,5 meter bedragen. De dakhelling mag niet minder dan 35 graden bedragen. In de bestemming zijn afwijkingen van de bouwregels opgenomen om het bestemmingsplan flexibeler te maken. 5.3.3
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 4: Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerder bouwplan. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 5: Algemene bouwregels In artikel 5 zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Artikel 7: Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning.
Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor de in het plan aangegeven maten tot ten hoogste 10 %. De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet 2 keer omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepaling of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden. 34
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20 (vastgesteld)
Artikel 8: Algemene wijzigingsregels Het bestemmingsplan bevat in een aantal gevallen een mogelijkheid tot het wijzigen van het plan op basis van de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 3.6 Wro. De procedure van de wijzigingsbevoegdheid is geregeld in de Wro. 5.3.4
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels zijn twee artikelen opgenomen, het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing en de slotregel waarin de citeertitel van het bestemmingsplan wordt aangehaald. Artikel 9 : Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van legaal bestaand gebruik en legale bestaande bouwwerken opgenomen die afwijken van de (nieuwe) bestemming. Het overgangsrecht beschermt de gevestigde belangen of rechten bij een nieuwe, van de bestaande situatie afwijkende regeling. Artikel 10: Slotregel In de Slotregel van het bestemmingsplan wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als Regels van het bestemmingsplan 'Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20'. 5.4
Handhaving
In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor zowel gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico’s en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.
35
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20 (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 6.1
Maatschappelijke betrokkenheid
Overleg ex. Artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen
Het college heeft het bestemmingsplan ‘Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20’ ‘vrijgegeven voor overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daartoe is contact geweest met het waterschap, de procincie, de RUD en de VRD. Zij hebben elk afzonderlijk aangegeven dat het voorontwerp geen aanpassingen behoeven. 6.2
Ontwerp
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 23 februari 2022 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van 6 weken zijn er door 5 partijen zienswijzen ingediend. De zakelijke inhoud van de zienswijzen en de beantwoording daarvan, is opgenomen in de Nota van beantwoording zienswijzen. Deze nota is opgenomen in bijlage .
36
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20 (vastgesteld)
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1000 m2 of meer. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval gedekt op grond van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2021. Voor dit plan zijn (vooralsnog) door de gemeente geen aanvullende kosten voor onderzoek begroot en gemaakt. Tevens is een planschadeverhaalsovereenkomst aangegaan tussen de gemeente en de initiatiefnemers. De vaststelling van een exploitatieplan is zodoende niet nodig, aangezien het kostenverhaal nu anderszins verzekerd is.
37
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20 (vastgesteld)
38
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20 (vastgesteld)
Bijlagen bij toelichting
39
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20 (vastgesteld)
Bijlage 1 Nota van beantwoording zienswijzen
40
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “EmmerCompascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20” Het ontwerpbestemmingsplan ‘Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20’ met planidentificatienummer, NL.0114.2021032-B501 heeft vanaf 23 februari 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze termijn zijn 4 zienswijzen ingekomen. De zienswijzen zijn ontvangen binnen de wettelijke termijn overeenkomstig afdeling 3.4 artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en zijn dus ontvankelijk. Zienswijzen zijn openbaar. Maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. Om kennis te nemen van de namen van de indieners van de zienswijzen is aan het raadsbesluit een appendix toegevoegd met naam en toenaam. Deze appendix maakt onderdeel uit van het raadsbesluit bij het bestemmingsplan maar zal niet digitaal bekend worden gemaakt. De appendix wordt geanonimiseerd voor documentversies die openbaar via internet toegankelijk zijn. Tabel indieners zienswijzen (geanonimiseerd): Zaaknr. 1 2 3 4 5
229050-2021 229050-2021 229050-2021 229050-2021 229050-2021
Naam Provincie Drenthe VRD Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd
Adres Postbus 122 Postbus 402
Postcode 9400 AC 9400 AK
Plaats ASSEN ASSEN
In deze Nota van beantwoording zijn de zienswijzen samengevat weergegeven (A). Daarna is op de zienswijze ingegaan (B). Vervolgens is aangegeven of de zienswijze wel of niet heeft geleid tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan (C).
1. A1 B1 C1
Provincie Drenthe De provincie kan instemmen met het ontwerpbestemmingsplan. De opmerking wordt in dank aanvaard. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
2. A2. B2.
Veiligheidsregio Drenthe Conform eerdere adviezen zijn er nu geen opmerkingen op het ontwerpbestemmingsplan. Onder dankzegging zal de toelichting op het punt van externe veiligheid onveranderd worden aangeboden aan de gemeenteraad. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
C2. 3. A3. B3.
C3. A4. B4. C4. 4. A5. B5.
C5. A6.
B6.
C6. A8.
Geanonimiseerd Het bouwen van een woning op deze locatie doet afbreuk aan het bebouwingslint. Verdichting is in het centrum mogelijk, maar hier niet. Voorliggende bestemmingsplan is een partiële herziening van het bestemmingsplan “Emmer-Compascuum”. In de beleidsnota “Bouwen in de linten” is het bebouwingslint langs Kanaal A NZ aangemerkt als een dorpsgerelateerd lint. Tevens is het betreffende perceel te smal om als doorzicht te worden aangemerkt, maar breed genoeg om een bouwkavel toe te voegen. Daarmee kan op basis van deze beleidsnota een woonkavel worden toegevoegd. Voorliggend bestemmingsplan geeft uitvoering aan de bouw van een enkele woning op basis van dit beleid. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In het perceel is de Japanse duizendknoop aanwezig. Deze is onder zand geschoffeld, maar niet verwijderd. Voor de Japanse duizendknoop bestaat geen bestrijdingsplicht. Daarnaast is in kader van deze ruimtelijke procedure dit geen relevant onderwerp. De gemeente is dan ook om beide redenen geen partij in deze. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Geanonimiseerd Mijn pand is een gemeentelijk monument. De open ruimte naast mijn perceel moet open blijven.
Uit de beschrijving en waardering van het pand als gemeentelijk monument is aangegeven dat, naast uiteraard het pand zelf, de ligging ver van de weg met een ruim voorplein in een afwisselend bebouwingslint de redenen zijn. Met name door de ligging in het bebouwingslint, geeft aan dat sprake is van naastgelegen bebouwing. De bouw van een naastgelegen woning heeft dan ook geen gevolgen voor het pand als gemeentelijke monument. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Recentelijk is begonnen met de bouw van een woning aan Kanaal A NZ 24. De werkzaamheden hebben een scheur in mijn pand veroorzaakt. Ik verwacht dat dit met de woning die hier gebouwd zou moeten worden ook gaat gebeuren. Bovendien staat het pand op een terp, welke aangetast zal worden door de voorgenomen bouw. Schade die (mogelijk) veroorzaakt wordt door bouwwerkzaamheden dient vergoed te worden door degenen die schade daadwerkelijk heeft veroorzaakt. Het bestemmingsplan betreft alleen de ruimtelijke keuze waar de woning mag worden gebouwd. De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de feitelijke bouw komt pas aan de orde bij de beoordeling van de bouwvergunning. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
B8. C8.
In het perceel is de Japanse duizendknoop aanwezig. Deze is onder zand geschoffeld, maar niet verwijderd. De sloot raakt ook overwoekerd. Zie B4. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
5. A9.
Geanonimiseerd De bouw van een woning leidt tot schade aan onze woning.
B9.
C9.
Niet ontkend kan worden dat door de ontwikkeling van het plangebied het aanzien van het gebied zal veranderen. Inherent aan zo’n verandering is dat de belevingswaarde van de omgeving en gevoelens van privacy en woongenot een verandering zullen ondergaan. Dit effect treedt op bij vrijwel elke ontwikkeling. De gemeente maakt daarom een afweging tussen het grotere algemeen belang van de ontwikkeling zelf en de belangen van de omwonenden. Er bestaat niet zoiets als een recht op behoud van een vrij uitzicht. Het belang van de ontwikkeling van het weegt in dit geval zwaarder dan de mogelijke aantasting van genoemde waarden en gevoelens van de omwonenden. Dit neemt niet weg dat de gemeente zich inzet om mogelijke hinder voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden. In welke mate genoemde effecten voor een ieder afzonderlijk gelden, is in zijn algemeenheid niet te beantwoorden. De door de omwonenden geschetste effecten zijn niet uit te sluiten maar zijn onvermijdelijk verbonden met het in ontwikkeling brengen van het gebied. In het maatschappelijke verkeer zal een ieder binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid daarvan de gevolgen moeten aanvaarden. Slechts indien deze grenzen worden overschreden kan afhankelijk van de individuele omstandigheden van het geval sprake zijn van een tegemoetkoming in de schade.
Voor zover de mogelijke nadelige individuele gevolgen niet gerekend kunnen worden tot het algemeen aanvaard maatschappelijk risico, kennen Burgemeester en Wethouders aan een belanghebbende, op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming in de schade toe. In dit verband moet worden volstaan met een verwijzing naar de mogelijkheden in het kader van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening. Artikel 6.2 van deze wet bevat een forfaitair maatschappelijke risico van 2%. Wij kunnen niet van deze wettelijke regeling afwijken. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
A10. B10. C10.
Op het perceel is de Japanse duizendknoop geconstateerd. Zie beantwoording bij B4. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Emmer-Compascuum, Kanaal A NZ tussen 18 en 20 (vastgesteld)
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
44
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
augustus ’21
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te EmmerCompascuum
Projectnummer:
21-M9942
Opdrachtgever:
Roobeek Advies
Datum:
24 augustus 2021
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te EmmerCompascuum
datum
dinsdag 24 augustus 2021
projectnummer
20-M9976
in opdracht van
Roobeek Advies Nautilusstraat 7B 7821 AG Emmen
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
augustus ’21
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1
Algemeen ............................................................................................................................3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................3
1.3
Doel van het onderzoek .......................................................................................................3
1.4
Referentiekader van het onderzoek .....................................................................................4
1.5
Opbouw van het rapport ......................................................................................................4
VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 11
VELDONDERZOEK ................................................................................................................... 12 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ...................................................................................... 12
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ..................................................................................... 13
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 15 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 15
4.2
Toetsingscriteria ................................................................................................................ 16
Analyseresultaten en interpretatie .................................................................................................. 17
5
4.2.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ................................................................................... 17
4.2.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ........................................................................... 20
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 22
LITERTUURLIJST ............................................................................................................................ 27 COLOFON ........................................................................................................................................ 28
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A. Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
augustus ’21
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van Roobeek Advies is in juni/juli 2021 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een perceel gelegen tussen Kanaal A N.Z. nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum. De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
augustus ’21
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
augustus ’21
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in Tabel 1. Tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek
Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ 0
✓
✓
✓
✓
✓
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig
✓
Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
augustus ’21
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente Hoogeveen (e-mail RUD, d.d. 28-07-2021); • informatie bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Drenthe; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In Tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie
Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onderzochte deel van de locatie, plangebied) Algemene omschrijving Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden
Geplande herinrichting bijzonderheden: -
augustus ’21
Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 Emmer-Compascuum Emmen Zie bijlage 1 X = 261,467 Y= 536,277 Gemeente Emmen, sectie AB nr. 90 Niet onderzocht 1.865 m2. De onderzoekslocatie betreft een braakliggend perceel. Voor de locatie is geen bouwjaar vermeld. De locatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “lage trefkans”. Woning.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. Figuur 1. onderzoekslocatie
bodemgebruik In de onderstaande Tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik
Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op basis van topografische kaarten vanaf ca. 1900 tot 1955 is de locatie onderdeel van een heideveld/vervening. Op kaarten na 1955 tot 1965 wordt bebouwing op de locatie aangegeven. Op kaarten na 1965 wordt de locatie als onbebouwd weergegeven. braak/weide.
Geen.
Geen.
Toekomstig
woning.
Geen.
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op kaarten vanaf 1930 is in de directe omgeving van Geen. basis van de locatie reeds enige bebouwing te herkennen die in topografische de loop der jaren verder wordt uitgebreid. kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: agrarisch perceel. Geen. toekomstig Zuidzijde: Kanaal A N.Z> en tegenovergelegen watergang en woning. Westzijde: naastgelegen woning (vm. schoolgebouw/kattenhotel). Oostzijde: naastgelegen woning. augustus ’21
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In Tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten
Gebruik
De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, betreft een braakliggend perceel. Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen andere bedrijfsmatige activiteiten plaatsgevonden.
Bouwvergunning Milieuvergunning
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Voor de onderzoekslocatie zijn geen bouwvergunningen verleend. Niet bekend.
De locatie wordt niet vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Aanwezigheid brandstoftanks Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Aanwezigheid asbest Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen andere informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. PFAS-verdachtheid Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht.
De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Handelsregister
Niet gesprongen explosieven
augustus ’21
Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
Verdachte activiteiten < 25 m
gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. -
voorgaande bodemonderzoeken in Tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart
voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
-
Omgeving <25 m
Locatie: Kanaal A NZ 21, Emmer-Compascuum Tauw, R007-3977196 d.d. 22-03-2002 Conclusie: Zintuigelijk is er puin waargenomen. In de bodem en het freatische grondwater zijn geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Locatie: Kanaal A NZ 21, Emmer-Compascuum ReGister, HO 04052/2368, d.d. 08-03-2005 Onderzoeksbureau: ReGister Op de locatie bevindt zich een ondergrondse huisbrandolietank Locatie: Kanaal A NZ (Rioolreconstructie), Emmer-Compascuum MUG, 3-972-49-01 , d.d. 18-10-2006 Conclusie: In de bodem zijn geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Het freatische grondwater bevat een licht verhoogd gehalte aan chroom. Locatie: Kanaal A NZ (Rioolreconstructie), Emmer-Compascuum MOS Grondmechanica, R618706, d.d. 07-06-2006 Conclusie: In de bovengrond en het freatische grondwater zijn geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarde aangetroffen. De ondergrond bevat licht verhoogde gehalten aan EOX, minerale olie, kwik, lood en PAK. Locatie: Kanaal A NZ 22, Emmer-Compascuum Sigma Bouw & Milieu, 18-M8399, d.d. 23-04-2018 bovengrond: ondergrond: grondwater: Barium > S
augustus ’21
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
-
-
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 13 m+NAP. In Tabel 6. staat de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 6: geohydrologische opbouw
diepte m-mv 0-1
beschrijving
formatie
zand en veen
Nieuwkoop, laagpakket van Griendtsveen
1-16
zand, zeer fijn-matig fijn
Boxtel
16-19,8
zand, matig grof, grindig
Boxtel
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In Tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten
kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Emmen, sectie AB, nr. 90 -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
augustus ’21
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie geruime tijd in gebruik is geweest als horecagelegenheid. T.a.v. het plangebied is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied is als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor een onverdachte locatie (ONV-NL) (literatuur 1). In Tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
NEN-5740+A1 plangebied (ca. 1.865 m2) Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
augustus ’21
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 23 juni 2021. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuis op 02 juli 2021 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door en onder toezicht van dhr. H. van Kuik geregistreerd veldwerker van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonserkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. De locatie betreft een braakliggend perceel waar varkens op lopen. Voor het overige zijn op de onderzoekslocatie geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in Tabel 9. Tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
9
0,5
4 t/m 12
2
2
2, 3
1
2,5
1
Onderzoekslocatie (1.865 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
augustus ’21
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In Tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw
bodemlaag m-mv 0-0,3 0,3-0,9 0,9-2,5
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand veen zand
zwak siltig mineraalarm zwak siltig
grijs-bruin donker bruin crème-geel
Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in Tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater
Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH EGV troebelheid m-mv m-mv liter geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 1,5-2,5 1,3 6 6,6 640 7,1
augustus ’21
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn geen afwijkingen waargenomen welke kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. In het opgeboorde monstermateriaal zijn geen afwijkingen waargenomen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 7 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
augustus ’21
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn drie grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande Tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema
Monstercode boringnummer(s)
diepte (m-mv) zintuigelijke waarnemingen
analysepakket
grond 1 (MM1) 2 (MM2) 3 (MM3)
1+2+4 t/m 3+* t/m 12 1+2+3
0-0,3 0-0,3 1,0-2,0
-
NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000
Grondwater 1 (peilbuis)
1
1,5-2,5
-
NEN-grondw.(**)+AS3000
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
augustus ’21
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
augustus ’21
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Kanaal A N.Z. tussen nr. 18 en 20 te Emmer-Compascuum
Analyseresultaten en interpretatie In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.2.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv) In Tabel 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 27822146#21-M9942-Kanaal A NZ tussen 18 en 20 te Emmer-Compascuum Certificaten 1211621 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 23 augustus 2021 14:53 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW T
Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.
Monster 6786946 Monster 6786947 Monster 6786948 1, 01: 0-30, 02: 0-30, 04: 0-30, 05: 0-30, 06: 0-30, 07: 0-30 2, 03: 0-30, 08: 0-30, 09: 0-30, 10: 0-30, 11: 0-30, 12: 0-30 3, 01: 100-200, 02: 150-200, 03: 100-200 Max. Bodemindex 0,002 Max. Bodemindex 0,004 Max. Bodemindex 0,019 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergr.w. Toetsoordeel Overschrijding Achtergr.w. Toetsoordeel Overschrijding Achtergr.w. Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index
I
22,8 1
10 25
62,9
62,9
920 13 190 190 36 530 190 100 720
32 0,31 <3 19 0,12 45 < 1.5 <4 62
190 2595 5000
190 555 0,6 6,8 15 102,5 40 115 0,15 18,08 50 290 1,5 95,75 35 67,5 140 430
1,5 20,75
0,02 0,51
40
1
0 0
17,5 1
10 25
@
0
65
65
120 0,27 < 7.4 23 0,15 51 < 1.0 <8 96
@ 1.0 AW(WO) -
0 0 0 0 0 0,002 0 0 0
29 0,36 <3 15 0,12 30 < 1.5 <4 54
360
160
-
0
< 0.05 0,19 0,2 0,65 0,32 0,43 0,29 0,3 0,18 0,18