CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Afhandeling toezegging 'aanvraag herziening bestemmingsplan Klazienaveen, Derksweg tussen 56 en 59'

Commissie Wonen en Ruimte 2 december 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Afhandeling toezegging 'aanvraag herziening bestemmingsplan Klazienaveen, Derksweg tussen 56 en 59'1.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadhuisplein 1 7811 AP Emmen t. 14 0591 f. 0591 685599

Postbus 30001 7800 RA Emmen e. gemeente@emmen.nl i. gemeente.emmen.nl

Aan de raad van de gemeente Emmen

team

Ruimtelijke Ontwikkeling

uw kenmerk

ons zaaknummer

bijlage

301693-2024 datum

telefoon

18 oktober 2024

14 0591

behandeld door

M.C. Meijerink en G. Boerema fax

e-mail

gemeente@emmen.nl

onderwerp

Beantwoording vragen Commissie Wonen & Ruimte 7 oktober 2024 Geachte raads- en commissieleden, Tijdens de commissievergadering Wonen & Ruimte van 7 oktober j.l. is door raadsleden D.H. van Dijken van CDA en R. van der Weide van Wakker Emmen bij de bespreking van agendapunt 8C “Aanvraag herziening bestemmingsplan Klazienaveen, Derksweg tussen 56 en 59” aan wethouder A.J. Jakobs gevraagd waarom er wordt verwezen naar geurbeleid van een andere provincie, en waarom de beoordeling van het woon- en leefklimaat nu anders is dan ten tijde van het verlenen van de (revisie)vergunning in 2010. Tevens is gevraagd om duidelijkheid te verschaffen over de “harde lijn” dat er geen nieuwe situaties bij mogen komen en of daar niet op een andere manier naar gekeken kan worden. Hieronder ontvangt u de schriftelijke reactie op het gevraagde. Om helderheid -en iets meer context- te kunnen geven, zijn de gestelde vragen verder uitgesplitst en uitgebreid, wat geleid heeft tot de volgende vragen en beantwoording. 1.

Op welk beleid is gebaseerd dat er geen nieuwe hindersituaties gecreëerd mogen worden?

In 1995 heeft het geurbeleid in Nederland vorm gekregen. In het Nationaal Milieubeleidsplan 1 (NMP1, 1989) en de brief d.d. juni 1995 van de minister van VROM zijn doelen geformuleerd voor geurhinder. Centraal in de brief van 1995 staat dat nieuwe hinder moet worden voorkomen en bestaande hinder moet worden verminderd. Dat is sindsdien in heel Nederland het uitgangspunt. Het bereiken van de doelstellingen en de ontwikkeling van het geurbeleid is vooral een verantwoordelijkheid van provincies en gemeenten. 2. Waarom wordt er verwezen naar een geurbeleid van provincie Groningen? Waarom hebben we zelf geen beleid hiertoe? Als er geen eigen beleid is, waar moet dan aan getoetst worden, welke normen? Bij het ontbreken van gepubliceerd geurbeleid motiveert het bevoegd gezag in het besluit zelf welk hinderniveau aanvaardbaar is. Aanvrager heeft voor de onderbouwing van de wijziging van het bestemmingsplan een rapport ingediend van Cauberg Huygen, waarin is aangesloten bij het geurbeleid van de provincie Groningen. In de voorgenomen besluitvorming (Afwijzing aanvraag herziening bestemmingsplan) hebben wij ons eveneens aangesloten bij het geurbeleid van de provincie Groningen. Wij komen echter tot een andere conclusie dan Cauberg Huygen.

Gemeente Emmen, blad 2-4

In de commissievergadering is ter sprake gekomen dat de gemeente Emmen wel beschikt over geurbeleid. We hebben inderdaad de Geurverordening veehouderijen gemeente Emmen 2017. Deze is echter niet van toepassing op deze situatie. Voor de industrie is geen sprake van gepubliceerd geurbeleid. Wel is ook in Emmen sprake van een vaste gedragslijn, waarin bij het al dan niet toestaan van nieuwe woningen naast bestaande bedrijven (of nieuwe bedrijven naast bestaande woningen) een strikter toetsingskader wordt gehanteerd (dan bij vergunningverlening bij een bestaand bedrijf met bestaande woningen er omheen). Het beleid van de provincie Groningen sluit aan bij deze gedragslijn. 3. Waarom is de beoordeling van het woon-leefklimaat nu anders dan ten tijde van het verlenen van de (revisie)vergunning in 2010? Zijn er andere spelregels, wordt er nu gewerkt met ander normen t.o.v. de beoordeling in 2010? In de voorgenomen besluitvorming is, in lijn met de hierboven genoemde landelijke doelstellingen en onze vaste gedragslijn, ervoor gekozen om nieuwe woningen beter te beschermen dan bestaande woningen. Hierdoor gelden strengere normen voor nieuwe situaties dan voor bestaande situaties. Bestaande situaties zijn historisch zo gegroeid. Alleen vanuit die achtergrond is een hogere geurbelasting te verdedigen. Dit is anders voor nieuwe situaties.

Uit jurisprudentie blijkt dat het bevoegd gezag, ook in ruimtelijke procedures als deze, mag kiezen voor een verschil in aanvaardbaar hinderniveau tussen bestaande en nieuwe situaties (zie ECLI:NL:RVS:2012:BX4691 en ECLI:NL:RVS:2019:2156). Norm geldend voor nieuwe woningen In de motivering van het besluit is aangegeven dat er ter plaatse van de beoogde nieuwe woningen niet wordt voldaan aan de grenswaarde (de maximale waarde van 1,1 ouE/m3 (europese odourunits)). Daarbij is het van belang om te realiseren dat niet eens naar de strengste norm (0,5 ouE/m3) geldend voor nieuwe woningen in een dorp is gekeken, maar dat is uitgegaan van ligging in het buitengebied (1,1 ouE/m3). Dit terwijl de nieuwe woningen zijn beoogd op slechts 100 meter van de aaneengesloten bebouwing van de kern van Klazienaveen waar 0,5 ouE/m3 als norm wordt gehanteerd. Het gaat, ondanks de gehanteerde ruimere norm, om een grote overschrijding (2,66 ouE/m3 ten opzichte van 1,1 ouE/m3). Norm geldend voor bestaande woningen Daarnaast is het goed om te weten dat de gehanteerde grenswaarde (maximale waarde) van 1,1 ouE/m3 die we hierboven hebben genoemd, niet dezelfde norm is als de streefwaarde voor bestaande situaties uit de vergunning van 2RG (voorheen: Rademakers).

Bij het verlenen van de vergunning aan 2RG werd voldaan aan de grenswaarde voor bestaande situaties (3,9 ouE/m3), maar niet aan de streefwaarde (richtwaarde) van 1,1 ouE/m3. In tabelvorm ziet dat er als volgt uit:

Gemeente Emmen, blad 3-4

4. Binnen de geurcontour zijn reeds 50 tot 60 woningen gelegen. Waarom kunnen de aangevraagde twee woningen hier niet aan toegevoegd worden? In het advies van de Omgevingsdienst Drenthe is aangesloten bij het geurbeleid van de provincie Groningen, zoals ook de adviseur Cauberg Huygen van initiatiefnemer heeft gedaan. Het onderscheid tussen bestaande en nieuwe situaties dat in dit beleid wordt gemaakt, is belangrijk, omdat anders bijvoorbeeld de komst van een nieuwe ijzergieterij op dezelfde korte afstand van een woonkern als Klazienaveen (met dezelfde overlast voor de omgeving) zou moeten worden toegestaan, alleen omdat de milieubelasting hiervan bij de bestaande situatie van 2RG aanvaardbaar wordt geacht (“aanvaardbaar is aanvaardbaar, of het nu oud is of nieuw”). 5.

Welke extra beperking leveren de twee nieuwe woningen op voor 2RG?

Geur is in de vergunning genormeerd door een vastgelegde geurcontour die niet overschreden mag worden. Die contour verandert niet als er een woning binnen die contour gebouwd zou worden. Een nadelig effect voor 2RG is wel dat er twee woningen worden toegevoegd op een locatie waar er zeker grote milieugevolgen worden ondervonden. Het risico dat er klachten of zelfs handhavingsverzoeken worden ingediend, wordt dus vergroot. Vanwege de ligging van de woningen zullen dergelijke verzoeken altijd ontvankelijk zijn. 6. Indien 2RG een vergunning aanvraagt voor uitbreiding, dan moet er rekening worden gehouden met omliggende woningen. Wat is dan het verschil tussen ‘ oude en bestaande ‘ woningen en de twee nieuwe woningen. Er mag toch vanuit gegaan worden dat beide dezelfde bescherming genieten en dus dezelfde beperkingen opleveren. 2RG is een bestaande fabriek. Als de woningen worden toegestaan dan zullen zij bij de besluitvorming met betrekking tot een toekomstige vergunning van 2RG worden beoordeeld als bestaande woningen (omdat zij op dat moment als bestaand moeten worden aangemerkt). Mocht 2RG willen uitbreiden richting de oostelijke hoek van het bedrijfsperceel, wat planologisch mogelijk is, dan zullen de gewenste woningen de dichtstbijzijnde (en dus de meest beperkende) woningen zijn.

Daarbij wordt, in lijn met al het bovenstaande, opgemerkt dat het moment om het beschermingsniveau te kiezen “nu” is. Dit is immers het moment dat zich een nieuwe situatie voordoet. Op grond van het gehanteerde geurbeleid is het geen gewenste uitkomst dat een nieuwe woning wordt blootgesteld aan het hinderniveau dat is toegestaan voor bestaande woningen rondom 2RG. Nieuwe woningen die worden toegevoegd aan de woningvoorraad horen rondom vergunningplichtige industriële bedrijven beter beschermd te worden. Dit geldt zeker voor de situatie rondom 2RG, waar momenteel veel, ook geurgerelateerde, klachten zijn. 7.

Wat is de betekenis van een onderzoeks- / en inspanningsverplichting in een (milieu)vergunning?

We hebben gemeend dat het zinvol is om in het licht van bovenstaande eveneens stil te staan bij de betekenis van de onderzoeks- / inspanningsverplichting in de milieuvergunning van 2RG. Ten tijde van de vergunningverlening is door de Provincie Drenthe (= bevoegd gezag, want 2RG is een provinciaal bedrijf) beoordeeld dat is voldaan aan de grenswaarde (de maximale limiet = 3,9 ouE/m3) voor geurhinder, maar niet aan de streefwaarde (1,1 ouE/m3). Om meer richting de streefwaarde te komen, is in de vergunning een onderzoeks- / inspanningsverplichting opgelegd op grond waarvan het bedrijf moet doorzoeken naar mogelijkheden om de geurbelasting omlaag te brengen. Omdat het een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting betreft, wordt in de vergunning qua normering niet voorgesorteerd op gunstige uitkomsten van dit traject. Als het bedrijf in de toekomst in staat is om de geurhinder structureel te verminderen, kan door de provincie worden besloten om de geurnorm aan te scherpen / de geurcontour dichter bij het bedrijf te leggen. In de praktijk is tot op heden echter gebleken dat de getroffen maatregelen niet het beoogde effect op de geurbelasting hebben gehad. De geurcontour ligt dan ook nog steeds op dezelfde plek.

Gemeente Emmen, blad 4-4

Hopelijk geeft dit voldoende antwoord op de vragen waarom door ons is voorgesteld de “Aanvraag herziening bestemmingsplan Klazienaveen, Derksweg tussen 56 en 59” af te wijzen. Als bijlage is de memo van de Omgevingsdienst Drenthe van 7 oktober 2024 met kenmerk Z2024-017457 bijgevoegd. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Emmen, namens dezen, Wethouder A.J. Jakobs

Deze brief is elektronisch aangemaakt en daarom staat er geen handtekening onder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=330d48e6-8e72-462f-9ad5-cdd0ab6c35ce