3.9a Bijlagen bij toelichting Natuurtoets
Tekst van het document
REPORT Oplegnotitie Ecologische Beoordeling Buffer Zuid In het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming. Klant:
Prolander, Gemeente Emmen
Referentie: BI5678-WM-RP-230228-1244 Status:
Definitief/0001
Datum:
6 maart 2023
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Euvelgunnerweg 25A 9723 CV Groningen Netherlands Water & Maritime
+31 88 348 53 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Oplegnotitie Ecologische Beoordeling Buffer Zuid Sub titel: In het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming. Referentie: BI5678-WM-RP-230228-1244 Status: 0001/Definitief Datum: 06 maart 2023 Projectnaam: Buffer Zuid Projectnummer: BI5678
Classificatie Projectgerelateerd
Disclaimer Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 6 maart 2023
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Doelstelling
1
1.3
Leeswijzer
1
2
Juridisch kader natuurwet- en regelgeving
2
3
Resultaten nieuwe AERIUS-berekening
4
4
Uitgangspunten effectbeoordeling stikstofdepositie
6
4.1
Algemene context effecten stikstofdepositie
6
4.2
Aanpak effectbeoordeling
7
5
Effectbeoordeling vogelrichtlijnsoorten Natura 2000 Bargerveen
9
Literatuur
6 maart 2023
11
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
iii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Ten behoeve van de ontwikkeling Buffer Zuid dient een bestemmingsplanwijziging plaats te vinden, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer Zuid. In het kader van dit bestemmingsplan is in de zomer van 2022 een natuurtoets opgesteld (RHDHV, 2022; zie ook voor een nadere beschrijving van de voorgenomen ingreep en het plangebied). In de betreffende natuurtoets is in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming, een effectbeoordeling opgesteld. De conclusie met betrekking tot gebiedsbescherming was: “Het bestemmingsplan Buffer zuid tast de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Bargerveen niet aan. Het betekent juist een herstel van de natuurlijke kenmerken door de vernatting en hydrologisch herstel. Het bestemmingsplan Buffer zuid tast de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden Bergvennen & Brecklenkampse veld en Springendal & Dal van de Mosbeek in het licht van de bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen niet aan. Enerzijds omdat de normering in Duitsland hoger ligt dan in Nederland waardoor toename van stikstofdepositie geen probleem is en anderzijds is vastgesteld dat in Nederland in de gebruiksfase juist een afname is. Deze afname zal ook direct een afname van stikstofdepositie in Duitsland betekenen.
Hiermee is nader onderzoek niet noodzakelijk voor beide gebieden.” De bovenstaande conclusies zijn gebaseerd op de uitkomsten van de AERIUS Calculator C21. Recentelijk is een nieuwe versie van de AERIUS Calculator (C22) vrijgegeven. Hierop is besloten om de voorgenomen ingreep Buffer zuid opnieuw door te rekenen met de nieuwste AURIUS Calculator.
1.2
Doelstelling
Het doel van deze oplegnotitie is om inzichtelijk te maken wat de effecten van het bestemmingsplan Buitengebied, Buffer Zuid zijn op de natuurwet- en regelgeving. Specifiek de effecten van de toename van stikstof (als gevolg van vermesting en verzuring) op basis van de nieuwe Aerius-rekenresultaten als aanvulling op de reeds uitgevoerde effectbeoordeling in het kader van beschermde natuurgebieden Natura 2000 (Wet natuurbescherming). De overige toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming en NNN (planologische bescherming) blijft ongewijzigd, hiervoor wordt verwezen naar de reeds opgestelde natuurtoets (RHDHV, 2022). Het plan kan ten aanzien van Natura 2000-bescherming vastgesteld worden wanneer uit de beoordeling volgt dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden in het licht van de bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen.
1.3
Leeswijzer
De oplegnotitie is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 is het juridische kader weergegeven. In hoofdstuk 3 is de stikstofberekeningen volgens de nieuwe AERIUS Calculator en in hoofdstuk 4 de uitgangspunten voor de effectbeoordeling stikstof. Tot slot staan in hoofdstuk 5 de mogelijke effecten op beschermde gebieden Natura 2000-gebieden beschreven.
6 maart 2023
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
1
Projectgerelateerd
2
Juridisch kader natuurwet- en regelgeving
De bescherming van natuur is via verschillende sporen geregeld, namelijk wettelijk via de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) en via het natuurbeleid en ruimtelijke ordening-spoor (RO) met het Natuurnetwerk Nederland. De Wnb en Natuurnetwerk Nederland hebben hun eigen toetsingskaders en regels. Voor deze oplegnotitie is enkel het onderdeel Gebiedsbescherming (Hoofdstuk 2) van de Wnb van belang. Natura 2000 Natuurwaarden zijn op diverse manieren beschermd, via het wettelijk spoor en via de ruimtelijke ordening. Internationale richtlijnen, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn, hebben een vertaling gekregen naar Nederlandse wetten. De Wet natuurbescherming beschrijft in hoofdstuk 2 de juridische basis voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden en stelt de kaders voor de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden. Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn Natura 2000−gebieden aangewezen om habitatten en soorten van Europees belang te beschermen. De beoordeling van plannen is geregeld onder Wet natuurbescherming art. 2.7 eerste lid en art. 2.8: Art.
2.7 lid 1: Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8. Art. 2.8. lid 1: Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, (of een project als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid), maakt het bestuursorgaan, (onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning), een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.(…) Art. 2.8. lid 3: Het bestuursorgaan stelt het plan uitsluitend vast (, en gedeputeerde staten verlenen voor het project, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een vergunning,) indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan (, onderscheidenlijk het project) de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Dit betekent dat er een passende beoordeling opgesteld dient te worden en dat het bestuursorgaan het plan mag vaststellen als de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000 gebied niet aangetast worden.
Mochten er significante gevolgen zijn dan dient een ADC (alternatieve oplossingen, dwingende redenen van groot openbaart belang en compensatie) toetsing doorlopen te worden en kan het plan alleen vastgesteld worden als aan alle voorwaarden wordt voldaan (geen alternatieve oplossingen, dwingende reden van groot openbaar belang en compensatie). De voorwaarden staan vermeld in art 2.8 van de wet. Conform de EU-richtlijn kan gewerkt worden met een Voortoets in de oriëntatiefase. Een Voortoets kan twee mogelijke uitkomsten hebben: Er is zeker geen negatief effect. Significant negatieve effecten kunnen niet worden uitgesloten. Een Passende beoordeling is vereist, aanvullend op de Voortoets, om zekerheid te verkrijgen dat het plan niet leidt tot een significant negatieve effecten en dat de natuurlijke kenmerken in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen niet wordt aangetast. Ook ontwikkelingen buiten Natura 2000-gebieden kunnen onder deze wet vergunning plichtig zijn; de wet kent namelijk de zogenoemde externe werking. Hierdoor moet ook worden bekeken of ontwikkelingen buiten een Natura 2000-gebied negatieve effecten kunnen hebben op de daarbinnen vastgestelde
6 maart 2023
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
2
Projectgerelateerd
instandhoudingsdoelstellingen. De Wet natuurbescherming kent voor wat betreft externe werking géén grenzen en schrijft voor dat alle gebieden die mogelijk beïnvloed worden door een activiteit in de toetsing moeten worden meegenomen. Naast de wet vormen aanwijzingsbesluiten en de Natura 2000-beheerplannen het toetsingskader.
6 maart 2023
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
3
Projectgerelateerd
3
Resultaten nieuwe AERIUS-berekening
De AERIUS-berekeningen waarnaar vanuit de natuurtoets wordt gerefereerd is opnieuw doorgerekend met AERIUS 2022. Deze nieuwe berekeningen zijn dus gemaakt op basis van de uitgangspunten zoals beschreven in de natuurtoetsen/onderliggende stikstofonderzoeken. Zie hieronder de resultaten (maximale toe- en afnames) op basis van AERIUS 2021 en AERIUS 2022. De resultaten betreffen enkel de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Bargerveen, in andere Natura 2000-gebieden is ook met de nieuwe calculator enkel sprake van een afname van stikstofdepositie. Tabel 3-1. Rekenresultaten voor de voorgenomen ingreep Buffer Zuid tijdens bouw- en aanleg en gebruiksfase voor zowel AERIUS Calculator 2021 als 2022. Deze resultaten betreffen de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Bargerveen, in andere Natura 2000-gebieden is enkel sprake van een afname van stikstofdepositie. Max toename (mol/ha/j)
Max afname (mol/ha/j)
Versie van AERIUS Calculator
2021
2022
2021
2022
Buffer Zuid bouw- en aanleg
0.55
0.48
71.46
23.31
Buffer Zuid gebruik
0.00
0.15
93.07
29.43
Nieuw-Schoonebeek aanlegfase
1.44
1.44
0.00
0.00
Nieuw-Schoonebeek aanlegfase vs landbouwgrond
0.18
0.08
1.55
1.32
Nieuw-Schoonebeek aanlegfase maatregel vs landbouwgrond
0.00
0.00
1.57
1.33
Op basis van de nieuwe berekeningen is er één (mogelijk) knelpunt: waar er eerst voor de gebruiksfase van Buffer-Zuid geen depositietoename werd berekend (0,00 mol/ha/j), is er met AERIUS 2022 plaatselijk een maximale toename van 0,15 mol/ha/j berekend. Ter toelichting op de uitkomst voor toe- en afnames: de maximale toename is berekend op een andere locatie dan de maximale afname. Op basis van de nieuwe berekeningen valt op te maken dat de voorgenomen ingreep in het hele Natura 2000-gebied Bargerveen leidt tot een afname van stikstofdepositie, met uitzondering van één hexagoon (zie figuren 3-1 en 3-2 op de volgende pagina). Het betreft een hexagoon gelegen in de meest zuidwestelijke punt van het Bargerveen op de kruising van de Dordseweg en de Boovenen. In deze hexagoon ligt 0,07 hectare van het “Leefgebied10 – Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied” (hierna; Lg10) waarop een toename van 0,15 mol/ha/j is berekenend. De ecologische effecten hiervan worden nader beschouwd in hoofdstuk 5.
6 maart 2023
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
4
Projectgerelateerd
Figuur 3-1. De projectbijdrage van Buffer Zuid op het Bargerveen op Hexagoon niveau. Alle groene hexagonen geven een afname weer (van een kleine afname in lichtgroen (1.07 mol/ha/j), tot een grote afname in donkergroen (>20 mol/ha/jr). En één lichtpaarse hexagoon op de meest zuidwestelijke punt in het Bargerveen, deze geeft een marginale toename van 0.15 mol/ha/j weer.
Figuur 3-2. Dit figuur is ingezoomd weergave van de ene hexagoon waar met de nieuwe calculator een toename is berekend. Met in geel gearceerd het type waarop een toename is berekend en de oppervlakte ervan.
6 maart 2023
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
5
Projectgerelateerd
4
Uitgangspunten effectbeoordeling stikstofdepositie
Dit hoofdstuk beschrijft de gehanteerde uitgangspunten en achtergrondinformatie voor de ecologische effectbeoordeling.
4.1
Algemene context effecten stikstofdepositie
Bij de ecologische effectbeoordeling staat de Kritische depositiewaarde (KDW) centraal alsook de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit en sturende factoren van de habitattypen en/of soorten. Hieronder zijn de verschillende aspecten en de aanpak voor effectbeoordeling toegelicht. Kritische depositiewaarde Onder de KDW wordt verstaan (Van Dobben et. al, 2012): de grens waarboven het risico niet kan worden uitgesloten dat de kwaliteit van het habitattype significant wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische depositie. Een kritisch depositieniveau is gedefinieerd als de maximaal toelaatbare hoeveelheid atmosferische depositie waarbij, volgens de huidige wetenschappelijke kennis, negatieve effecten op de structuur en de functies van ecosystemen niet voorkomen. Wanneer de atmosferische depositie hoger is dan de KDW van het habitat of leefgebied bestaat een risico op een significant negatief effect, waardoor het instandhoudingsdoel (in termen van kwaliteit en oppervlakte) niet duurzaam kan worden gerealiseerd. Hoe hoger de overschrijding van het kritische niveau en hoe langduriger die overschrijding, hoe groter het risico met ongewenste effecten op de abiotiek met gevolgen voor de biodiversiteit.
De kwaliteit van een habitattype wordt onder andere bepaald door het voorkomen van kenmerkende planten- en diersoorten en de samenstelling ervan. Afhankelijk van het bodemtype, het habitattype en de sleutelfactoren (onder meer grond- en oppervlaktewaterhuishouding, toegepast (natuur)beheer, natuurlijke dynamiek) heeft stikstofdepositie in meer of mindere mate een effect. Ondanks de verhoogde achtergronddepositie is het mogelijk om verschillende habitattypen en leefgebieden duurzaam in stand te houden indien de sturende factoren die het voorkomen bepalen (als dit niet stikstof is), zoals hydrologie en/of beheer op orde zijn. Dat enkele zeer gevoelige habitattypen in goed ontwikkelde vorm aanwezig zijn in weerwil van de al decennia veel te hoge achtergrondbelasting, onderstreept dit. Stikstofdepositie is voornamelijk van belang voor de habitattypen maar kan ook consequenties hebben voor leefgebieden van soorten. Toename van depositie kan zoals boven beschreven de abiotiek die ten grondslag ligt aan het voorkomen van habitattypen bijzonder nadelig beïnvloeden. Vervolgens kunnen typische soorten, maar ook Vogel- en/of Habitatrichtlijnsoorten, die afhankelijk zijn van een goede vegetatieve opbouw en samenstelling van een habitattype nadelig beïnvloed worden.
Huidige achtergronddepositie, overschrijding van de KDW en trend In de meeste habitattypen functioneert een stikstofkringloop, waarin grotere hoeveelheden stikstof veelal duizenden kilo’s per ha in verschillende vormen circuleren zoals NO3-, NO2-, NH4+ opgelost in (grond)water en als N2 (80% in de lucht-niet reactief). Een groot deel van de stikstof is als eiwit vastgelegd in vegetatie, strooisel en bodembiota (bacteriën, schimmels, protozoen, nematoden, wormen). Het aandeel ‘opgeslagen’ stikstof in bodemorganismen is bij schrale graslanden vele malen groter dan bij de vegetatie zelf (Kemmers et al., 2010). In droge terrestrische systemen spoelt stikstof bijna altijd uit in de vorm van nitraat. Een deel van de stikstof zal dan ook snel uit de wortelzone verdwijnen, voordat deze vastgelegd wordt (en later weer ter beschikking kan komen voor de plant) of opgenomen wordt door de planten. Hier is bij de bepaling van de KDW 6 maart 2023
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
6
Projectgerelateerd
weliswaar rekening mee gehouden, voor de beoordeling van de effecten van depositietoenames is dit wel relevant. Buiten het groeiseizoen nemen planten weinig voedingsstoffen op uit de bodem. In het najaar en de winter zal daarom een groter deel van de depositie uit de wortelzone verdwijnen dan in het voorjaar en de zomer. De biologische activiteit, ook in de bodem, is eenvoudigweg vele malen lager. In specifieke gevallen (drogere omstandigheden in zandgronden) mag aangenomen worden dat een deel van de depositie (tot meer dan 50%) weer uit het systeem verdwijnt voordat het opgenomen wordt door planten (Schoumans et al. 2008, RIVM 2007). Onverstoorde, natuurlijke achtergronddeposities van NOx en NH3 (reactieve vorm) liggen in de orde van 1 – 5 kg stikstof per ha per jaar, overeenkomend met 71 – 357 mol N/ha/j. Er is in Nederland echter geen sprake van meer van een natuurlijke achtergronddepositie. Door de mens is de achtergronddepositie van NOx en NH3 aanzienlijk hoger geworden. De achtergronddepositie in Nederland ligt grofweg tussen de 1000 en 3500 mol N/ha/j met grote regionale verschillen. In de open terreinen en langs de kust is de achtergronddepositie het laagst. Dit komt enerzijds door zeewind en grotere invang bij bos dan open kale terreinen (open water/lage vegetatie/bos 1 x / 2 x / 4 x; H. van Dobben & A. van Hinsberg, 20081).
De achtergronddepositie in Aerius wordt weergegeven als een gemiddelde over meerdere jaren. Uit het rapport dat hoort bij de berekeningen van de achtergronddepositie blijkt dat meteorologische fluctuaties variaties in jaargemiddelde concentraties en deposities geven van 5 tot 10 procent2. Dit betekent dat bij een achtergronddepositie tussen de 1000 – 3500 mol N/ha/j een fluctuatie is voorzien van tussen de 50 en 350 mol N/ha/j. Gekeken naar de Kritische Depositiewaarden van de verschillende habitattypen is sprake van geen, een matige tot een sterk overbelaste situatie. Matige overbelasting betreft een overschrijding van de KDW van meer dan 70 mol (ca 1 kg N/ha/j) tot 2x de KDW, bij sterke overbelasting is sprake van een totale stikstofdepositie van meer dan 2x de KDW. In hoeverre sprake is van een overbelaste situatie is enerzijds afhankelijk van de standplaats (arme zandgronden of voedselrijker en gebufferd riviergebied) en anderzijds de hoogte van de achtergronddepositie. De trend in stikstofdepositie is sinds 1990 dalend van 2600 mol N/ha/j naar gemiddeld 1600 mol N/ha/j3. Ondanks de daling is zeker ter hoogte van zeer gevoelige habitattypen op regionaal niveau sprake van overschrijding van de KDW. Om te bepalen of sprake is van een overschrijding van de KDW is gebruik gemaakt van de meest actuele achtergronddepositie opgenomen in Aerius.
De huidige concentraties stikstof in Nederland zijn zodanig dat directe toxische schade aan planten (bijna) niet meer voorkomt. Dit mechanisme speelt daarom in Nederland ten aanzien van atmosferische depositie van stikstof geen rol (Smits & Bal 2014). Ook binnen de verhoogde achtergronddepositie is het mogelijk om verschillende habitattypen duurzaam in stand te houden indien andere factoren als hydrologie en beheer op orde zijn.
4.2
Aanpak effectbeoordeling
Instandhoudingsdoelstellingen De instandhoudingsdoelstellingen uit de aanwijzingsbesluiten vormen het toetsingskader. De doelen zijn gericht op areaal, kwaliteit en bij soorten op aantallen waarvoor een behouds-, uitbreidings-, of verbeteropgave geldt. De staat van instandhouding is gunstig als de trend vanaf het moment van aanwijzing neutraal of positief is en/of dat de gestelde aantallen bijvoorbeeld broedvogels en of overwinterende vogels worden gehaald. 1
H. van Dobben & A. van Hinsberg, 2008. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en Natura 2000‐ gebieden. Wageningen, Alterra, Alterra‐rapport 1654. 2 RIVM, 2015. Grootschalige concentratie‐ en depositiekaarten Nederland Rapportage 2015. 3 RIVM 2018 vermestende stikstofdepositie per hectare 6 maart 2023
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
7
Projectgerelateerd
Voor de bepaling van het voorkomen van habitattypen, soorten en bijbehorend leefgebied binnen het Natura 2000-gebied wordt gebruik gemaakt van de meest actuele informatie in (ontwerp)beheerplannen, de gebiedsanalyses uit 2017 en de actuele vigerende habitattypen- en leefgebiedskaarten. In het voorgeschreven stikstofdepositierekenmodel Aerius-calculator zijn de meest actuele habitattypenkaart en stikstofgevoelige leefgebieden opgenomen. Waar andere bronnen zijn geraadpleegd is dat expliciet vermeld. Effectbeoordeling Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten De effectbeoordeling van Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten die (deels) afhankelijk zijn van stikstofgevoelig leefgebied is anders dan bij de habitattypen. De meeste soorten zijn veelal afhankelijk van meerdere vegetatietypen (habitattypen en/of leefgebieden) en zijn niet strikt gebonden aan een stikstofgevoelig leefgebied. In de gebiedsanalyses zijn de soorten beschreven die geheel of deels gebruik maken van stikstofgevoelig leefgebied en/of habitattypen. In het rekenprogramma Aerius is al het potentieel geschikt leefgebied opgenomen, dat groter van omvang kan zijn dan het daadwerkelijk benodigde leefgebied voor de instandhoudingsdoelstelling, waarmee de berekening een overschatting kan zijn van de daadwerkelijke toename ter hoogte van een stikstofgevoelig leefgebied.
Daarnaast is een groot deel van de stikstofgevoelige Natura 2000-soorten niet strikt gebonden aan stikstofgevoelig leefgebied. Als eerste stap is bij de soorten bepaald welke leefgebieden hierbij horen. Vervolgens is alleen gekeken naar die locaties waar sprake is van een toename in stikstofdepositie in een situatie van een overschrijding van de KDW. Bij de ecologische beoordeling van Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten staat de vraag centraal of het Natura 2000-gebied voldoende draagkracht biedt voor een minimaal aantal van de aangewezen soort (populatie). De meeste soorten zijn in meer of mindere mate mobiel en zijn daarmee niet strikt plaatsgebonden. Belangrijk is dat het gebied voldoet aan de instandhoudingsdoelstelling en hiervoor voldoende draagkracht heeft. De draagkracht van een gebied wordt bepaald door aanbod van geschikt leefgebied, dat kan bestaan uit een divers aanbod van verschillende vegetatietypen (habitattypen en leefgebieden), alsook voldoende rust.
6 maart 2023
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
8
Projectgerelateerd
5
Effectbeoordeling vogelrichtlijnsoorten Natura 2000 Bargerveen
Het Bargerveen in het zuidoosten van Drenthe is het grootste van de hoogveenrestanten van ons land en deel van het ooit zeer uitgestrekte Bourtangermoerassen op de grens van Nederland en Duitsland. Waar het veen tot dicht aan de minerale ondergrond is verwijderd, zijn na vernatting grote plassen ontstaan. Andere delen zijn in gebruik geweest voor boekweitbrandcultuur. Voor het herstel van hoogveen is gebruik gemaakt van compartimentering met veendammen. Het gebied bestaat uit rustend en actief hoogveen, droge en vochtige heide en enkele bossen. Vrij grote gebiedsdelen zijn door langdurig gebruik met lichte drainage omgevormd tot schraal grasland (bovenveengraslanden). In het noordelijke deel van het gebied, het Meerstalblok, komen zo’n 20 meerstallen voor op de onvergraven en weinig vergraven terreinen. Dit zijn voormalige veenmeertjes welke kenmerkend waren voor het centrum van de meest ontwikkelde, grote gewelfde hoogveencomplexen. Door de gradiënt naar de Hondsrug is er een grote variatie aan biotopen aanwezig. De projectbijdrage is maximaal 0,15 mol N/ha/j op een areaal van 0,07 ha (0,004% van het totaal areaal) waar de KDW wordt overschreden (zie afbeelding 3-2). De locatie van de toename betreft Lg10, het Bargerveen is aangewezen voor vogelrichtlijnsoorten blauwe kiekendief, velduil, paapje en grauwe klauwier welke zijn gerelateerd aan Lg10 (zie tabel 5-1).
A222
Velduil
H6230, H7710A, LG08, LG10
deels
?
?
Afname prooibeschikbaarheid buiten N2000 gebied. De overmaat stikstof vormt dan ook geen knelpunt voor blauwe kiekendief
deels
-
?
Smalle percelen; sterk uitgegroeide bomen in veel van de houtsingels
deels
-
?
Verminderd voedselaanbod
Broedvogelsoort
A275
Paapje
H6230, H7710A, H7120 LG08, LG10
Broedvogelsoort
A338
Grauw klauwier
H6230, H7710A, H7120, LG10
6 maart 2023
EB BUFFERZUID
Sleutelfactoren (opsomming niet volledig)
?
Huidige kwaliteit
?
Trend populatie (+,0,-,?)
deels
Afname prooibeschikbaarheid buiten N2000 gebied. De overmaat stikstof vormt dan ook geen knelpunt voor blauwe kiekendief
Trend kwaliteit (+,0,-,?)
H6230, LG08, LG10
Trend oppervlak (+,0,-,?)
A082
Blauwe kiekendief
Wordt KDW overschreden? (ja, deels, nee)
stikstof-gevoelig habitattype/LG-type per soort
Broedvogelsoort
Habitatnaam/soortnaam
Broedvogelsoort
Habitatcode/ soortcode
Categorie N2000 type (habitattype/ habitatrichtlijnsoort/ broedvogelsoort/ niet-broedvogelsoort)
Tabel 5-1. Lijst met instandhoudingsdoelstellingen in het Natura 2000-gebied Bargerveen welke gerelateerd zijn aan Lg10.
BI5678-WM-RP-230228-1244
9
Projectgerelateerd
De locatie waarop een stikstoftoename was berekend betreft een kruising van twee N-wegen (te weten de Dordseweg en Boovenen), binnen deze ene hexagoon – die grotendeels buiten het Natura 2000-gebied valt – is nog een klein hoekje van 0,07 hectare Lg10 gekarteerd. De stikstoftoename vindt plaats aan de rand van het Bargerveen grenzend aan twee wegen met een aanzienlijke hoeveelheid achtergrondverstoring waardoor deze locatie geen functie heeft voor de vier hierboven genoemde instandhoudingsdoelstellingen. Wanneer de functie van Lg10 in relatie tot de specifieke locatie waarop de geringe stikstoftoename is berekend wordt beschouwd ten aanzien van de betreffende soorten, dan kan worden geconcludeerd dat de stikstoftoename geen ecologisch effect heeft op de staat van instandhouding van de betreffende soorten.
6 maart 2023
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
10
Projectgerelateerd
Literatuur Kemmers, R. H., Bloem, J., & Faber, J. H., 2010. Bodembiota en stikstofstromen in schraalgraslanden: effecten op de vegetatie. (Alterra-rapport; No. 1979). RHDHV, 2022. Natuurtoets Bargerveen – Buffer Zuid. Groningen, Royal HaskoningDHV, referentie BE3102WMRP2111221147. RIVM, 2007. Uitspoeling van het stikstofoverschot naar grond- en oppervlaktewater op landbouwbedrijven Schoumans, O.F., P. Groenendijk, L. Renaud & F.J.E. van der Bolt, 2008. Nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater Vergelijking tussen landbouw- en natuurgebieden. Wageningen, Alterra, Alterrarapport 1700 Schoumans, O.F., P. Groenendijk, L. Renaud & F.J.E. van der Bolt, 2008. Nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater Vergelij-king tussen landbouw- en natuurgebieden. Wageningen, Alterra, Alterrarapport 1700 Van Dobben, H. & A. van Hinsberg, 2008. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en Natura 2000-gebieden. Wageningen, Alterra, Alterrarapport 1654 Van Dobben, H.F., R. Bobbink, D. Bal en A. van Hinsberg, 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra-rapport 2397, Alterra Wageningen UR
6 maart 2023
EB BUFFERZUID
BI5678-WM-RP-230228-1244
11
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
referentiesituatie 2021 - Referentie Bouw en aanlegfase - Beoogd
Resultaten
referentiesituatie 2021 - Referentie Bouw en aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
Regw4uFFSvYG (22 februari 2023)
Prolander Kerkenweg, - Nieuw-Schoonenbeek Bargerveen-Zuid waterbuffer Aanleg waterbuffer met recreatiegebouw en ecolodges via via verschillende rijroutes + emissies parkeren ersonenauto's en laden/lossen van vrachtwagens. Salderen met bemeste landbouwgronden en emissies mobiele werktuigen maisteelt Regw4uFFSvYG 22 februari 2023, 09:25 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2023 2023
38,06 mol/ha/j 15,59 mol/ha/j 112,66 ha 1.475,74 ha 0,48 mol/ha/j 23,31 mol/ha/j
3.280,0 kg/j 388,8 kg/j 6357454 6358983
9.708,4 kg/j Bargerveen Bargerveen
2/8
Projectberekening
Bouw en aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen aanleg en bouwfase Verkeersnetwerk
Regw4uFFSvYG (22 februari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
384,0 kg/j 9.628,4 kg/j 4,8 kg/j 80,0 kg/j
3/8
Projectberekening
referentiesituatie 2021 (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Landbouw | Landbouwgrond | Bemeste landbouwgrond
Regw4uFFSvYG (22 februari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
3.280,0 kg/j
-
4/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
Regw4uFFSvYG (22 februari 2023)
5/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouw en aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
1.588,40
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Bargerveen (33) Bergvennen & Brecklenkampse Veld (46)
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
1.583,87 4,53
2.060,52
112,66
0,48
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
1.475,74
23,31
Hoogste totale Met toename Grootste Met afname (ha Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol gekarteerd) afname (mol N/ha/jr) N/ha/jr) N/ha/jr)
2.060,52 1.922,51
112,60 0,06
0,48 0,01
1.471,27 4,47
23,31 0,01
Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Springendal & Dal van de Mosbeek
Regw4uFFSvYG (22 februari 2023)
6/8
Projectberekening
Bouw en aanlegfase, Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele werktuigen aanleg en bouwfase X:265710,79 Y:519822,22 218,85 ha
NOₓ NH₃
Stageklasse
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
inzet materieel aanlegfase Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 1600000 l/j en bouwfase diesel, SCR: ja 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeer aanleg en bouwfase X:262288,96 Y:520357,84 11.290,29 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Regw4uFFSvYG (22 februari 2023)
9.628,4 kg/j 384,0 kg/j
Max. snelheid
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
105683 95000 NOₓ 9.628,4 u/j l/j kg/j NH₃ 384,0 kg/j Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigen
13389 p/jaar 0 p/jaar 1360 p/jaar 0 p/jaar
80,0 kg/j 21,7 kg/j 4,8 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/8
Projectberekening
referentiesituatie 2021, Rekenjaar 2023 1
Landbouw | Landbouwgrond
Naam Bemeste landbouwgrond Locatie X:265709,82 Y:519820,47 Oppervlakte 212,93 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen
Type
Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding
Mestaanwending (dierlijke mest)
0,5 m 0,000 MW 0m
NH₃
Stof
NOₓ NH₃
3.280,0 kg/j
Emissie
0,0 kg/j 3.280,0 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Regw4uFFSvYG (22 februari 2023)
8/8
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
referentiesituatie - Referentie beoogde situatie - Beoogd
Resultaten
referentiesituatie - Referentie beoogde situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RUWNNRqLaMbs (22 februari 2023)
Prolander Kerkenweg, - Nieuw-Schoonenbeek Bargerveen-Zuid waterbuffer Aanleg waterbuffer met recreatiegebouw en ecolodges via via verschillende rijroutes + emissies parkeren ersonenauto's en laden/lossen van vrachtwagens. Salderen met bemeste landbouwgronden en emissies mobiele werktuigen maisteelt RUWNNRqLaMbs 22 februari 2023, 09:26 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2023 2023
49,50 mol/ha/j 0,70 mol/ha/j 0,07 ha 1.657,07 ha 0,15 mol/ha/j 49,23 mol/ha/j
3.280,0 kg/j 25,5 kg/j 6357453 6365086
261,6 kg/j
Bargerveen Bargerveen
2/10
Projectberekening
beoogde situatie (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 7 Anders... | Anders... | Parkeeremissies auto's in plangebied 8 Anders... | Anders... | emissies laden/lossen vrachtauto's in plangebied Verkeersnetwerk
RUWNNRqLaMbs (22 februari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
3,7 kg/j 69,8 kg/j 1,8 kg/j 21,8 kg/j 190,0 kg/j
3/10
Projectberekening
referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Landbouw | Landbouwgrond | Bemeste landbouwgrond
RUWNNRqLaMbs (22 februari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
3.280,0 kg/j
-
4/10
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RUWNNRqLaMbs (22 februari 2023)
5/10
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
1.657,14
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Bargerveen (33) Bergvennen & Brecklenkampse Veld (46) Springendal & Dal van de Mosbeek (45)
RUWNNRqLaMbs (22 februari 2023)
1.591,90 35,60 29,63
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
2.372,94
0,07
0,15
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
1.657,07
49,23
Hoogste totale Met toename Grootste Met afname (ha Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol gekarteerd) afname (mol N/ha/jr) N/ha/jr) N/ha/jr)
2.059,83 1.922,48
0,07 0,00
0,15 0,00
1.591,84 35,60
49,23 0,03
2.372,94
0,00
0,00
29,63
0,02
6/10
Projectberekening
beoogde situatie, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
rijroute Boovenen X:261991,81 Y:520364,6 3.320,67 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
Max. snelheid
80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Dordseweg vervolg X:262405,58 Y:522610,54 1.828,71 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RUWNNRqLaMbs (22 februari 2023)
80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur
Links Rechts NOₓ 35,3 kg/j - NO₂ 8,0 kg/j - NH₃ 3,9 kg/j
-
-
In file
150 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/jaar 0 p/jaar 208 p/jaar 0 p/jaar
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Aantal voertuigen
Wegverkeer | Weg
29,9 kg/j 6,7 kg/j 3,4 kg/j
In file
125 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal
kerkenweg richting Nieuw-Schoonenbeek + Europaweg X:262682,85 Y:519042,99 Type scherm 3.081,26 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
-
Aantal voertuigen
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
3
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
Aantal voertuigen
100 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal
-
13,2 kg/j 2,9 kg/j 1,5 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/10
Projectberekening
4
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Kerkenweg richting kruispunt Boovenen X:263565,51 Y:520009,1 Type scherm 499,25 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5
80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur
Stheemanstraat X:265079,21 Y:519418,89 3.338,26 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Anders... | Anders...
80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur
Parkeeremissies Uittreedhoogte auto's in Warmteinhoud plangebied Locatie X:263524,3 Y:519787,8 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie RUWNNRqLaMbs (22 februari 2023)
0,8 m 0,000 MW
-
Aantal voertuigen
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
Aantal voertuigen
2,6 kg/j 0,6 kg/j 0,3 kg/j
In file
25 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
5,4 kg/j 1,2 kg/j 0,6 kg/j
In file
150 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Naam
Max. snelheid
-
Aantal voertuigen
Kerkenweg richting Weiteveen X:263851,9 Y:520930,2 Type scherm 1.421,33 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
7
80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur
-
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
6
Max. snelheid
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
45,6 kg/j 10,2 kg/j 5,3 kg/j
In file
190 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
69,8 kg/j 3,7 kg/j
8/10
Projectberekening
8
Naam
Anders... | Anders...
emissies Uittreedhoogte laden/lossen Warmteinhoud vrachtauto's in plangebied Locatie X:263524,3 Y:519787,8 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 9
1,5 m 0,000 MW
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verlegde Stheemanstraat autonome ontwikkeling X:265079,21 Y:519418,89 Type scherm 3.338,26 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RUWNNRqLaMbs (22 februari 2023)
NOₓ
Max. snelheid
80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur 80 km/uur
1,8 kg/j
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
Aantal voertuigen
242 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal
-
58,1 kg/j 13,0 kg/j 6,7 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
9/10
Projectberekening
referentiesituatie, Rekenjaar 2023 1
Landbouw | Landbouwgrond
Naam Bemeste landbouwgrond Locatie X:265709,82 Y:519820,47 Oppervlakte 212,93 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen
Type
Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding
Mestaanwending (dierlijke mest)
0,5 m 0,000 MW 0m
NH₃
Stof
NOₓ NH₃
3.280,0 kg/j
Emissie
0,0 kg/j 3.280,0 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RUWNNRqLaMbs (22 februari 2023)
10/10