CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.5 Bijlagen bij toelichting Projectplan Waterwet

Commissie Wonen en Ruimte 12 april 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen’ (voorstel: bespreken in combinatie met agendapunt 7B) (81906-2023)14.423 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Projectplan watersysteem NieuwSchoonebeek

Klant:

Waterschap Vechtstromen

Referentie: BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002 Status:

S0/P01.01

Datum:

24 augustus 2022

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Euvelgunnerweg 25A 9723 CV Groningen Water & Maritime Trade register number: 56515154 +31 88 348 53 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Projectplan watersysteem Nieuw-Schoonebeek Sub titel: Referentie: BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002 Status: P01.01/S0 Datum: 24 augustus 2022 Projectnaam: Nieuw Schoonebeek Projectnummer: BE3102

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

i

Projectgerelateerd

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

ii

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

GGOR 2008

2

1.3

Actualisatie GGOR 2021: peilvakken en streefpeilen

2

1.4

Doel

3

1.5

Projectresultaat

4

1.6

Leeswijzer

4

2

Actualisatie GGOR en waterhuishoudkundige maatregelen

4

2.1

Beschrijving actuele situatie

4

2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4

Landgebruik Bodemopbouw Hoogteligging Actuele grondwatersituatie

4 5 6 6

2.2

Bepalen en actualiseren GGOR

9

2.2.1

Drooglegging peilgebieden

10

2.3

Beschrijving van de waterstaatswerken

13

2.4

Ontwerpuitgangspunten

14

2.4.1 2.4.2

Ruimtelijk ontwerp Duurzaamheid

14 15

3

Beschikbaarheid gronden/eigendomssituatie

16

4

Effecten van het plan

17

4.1

Water

17

4.1.1 4.1.2

Waterstaatkundige functie Effect op grondwaterstanden

17 17

4.1.2.1

Effecten inrichting GGOR peilen gecombineerd met aanleg buffer

17

4.1.2.2

Verschil GGOR2008 – GGOR 2021

21

4.1.3

Toetsing extreme situatie / regionale wateroverlast

26

4.1.3.1

Beschrijving resultaten

27

4.1.3.2

Klimaatrobuustheid

31

4.1.4 4.1.5

Conclusie water Waterkwaliteit

32 33

4.2

Bodem

33

4.2.1 4.2.2

Milieu hygiënische kwaliteit Maaivelddaling

33 34

4.3

Archeologie

36

4.4

Conventionele explosieven

38

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

iii

Projectgerelateerd

4.5

Kabels en leidingen

39

4.6

Natuur

39

5

Wijze van uitvoering

42

5.1

Technische uitvoering.

42

5.2

Afwijkingsmogelijkheden uitvoering

42

5.3

Planning

42

6

Beschrijving te treffen voorzieningen voor beperken nadelige gevolgen 43

7

Legger, beheer en onderhoud

44

8

Verantwoording

45

8.1

Verantwoording op basis van wet- en regelgeving

45

8.1.1

Toets waterwet

45

8.2

Verantwoording op basis van beleid

45

8.2.1 8.2.2 8.2.3

Nationaal bestuursakkoord water (NBW) Waterbeheerplan Waterschap Vechtstromen 2022-2027 Europese Kaderrichtlijn Water

45 45 46

9

Rechtsbescherming

47

9.1

Inspraaktermijn

47

9.2

Vergunningen en ontheffingen

47

9.3

Crisis- en herstelwet

47

Bijlagen Bijlage 1 Peilen GGOR2021 Bijlage 2 Peilen GGOR2008 Bijlage 3 Inrichtingsmaatregelen en dwarsprofielen watergangen Bijlage 4 Dimensionering kunstwerken Bijlage 5 Herverkaveling Nieuw Schoonebeek Eigenarenkaart

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

iv

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Waterschap Vechtstromen (WVS) is opdrachtgever voor de realisatie van een aangepast waterhuishoudingsysteem voor het landbouwgebied ten zuiden van de toekomstige Buffer Zuid en ten noorden van het Schoonebeekerdiep. De basis hiervoor vormt het vastgestelde GGOR-plan van het waterschap uit 2008. Een GGOR is het Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime. Het bevat streefpeilen. Hierin is o.a. vastgelegd dat het landbouwgebied een drooglegging krijgt van één meter in 90% van een peilvak. Omdat dit GGOR-plan nooit is uitgevoerd en er inmiddels bijna 14 jaar zijn verstreken, is het uitgangspunt uit het GGOR-plan 2008 gebruikt als vertrekpunt voor het maken van dit projectplan waarin de laatste inzichten, ook van de afgelopen droge jaren, zijn meegenomen. De effecten van deze actualisatie , dus voor de GGOR 2021, worden beschreven in voorliggend projectplan. Daarnaast worden nieuwe hoofdwatergangen gegraven in het gebied. Waterschap Vechtstromen heeft in voorliggend projectplan een beschrijving opgenomen van de waterhuishoudkundige maatregelen (peilvakken, waterpeilen, aanpassingen aan sloten en kunstwerken) in het landbouwgebied ten zuiden van de bufferzone. Werkzaamheden die betrekking hebben op de aanleg van de buffer zijn geen onderdeel van voorliggend projectplan.

Voor een goede afwatering en de gewenste drooglegging zijn mogelijk ook aanpassingen nodig aan zogenaamde perceelsloten/detailafwatering die uiteindelijk uitkomen op de hoofwatergangen van het Waterschap. Deze aanpassingen zijn ook opgenomen in dit projectplan en worden door het waterschap uitgevoerd. Werkzaamheden aan watergangen, niet opgenomen op bijbehorende inrichtingstekening, zijn eveneens geen onderdeel van dit projectplan en worden niet uitgevoerd door Waterschap Vechtstromen. Het gebied wordt aan de noordzijde begrensd door het Dommerskanaal (buiten de blokgrens van het ruilplan) en via de Dordtseweg is de noordelijke grens de zuidelijke watergang langs de nieuwe, verlegde Dr. Ir. H.A. Stheemanstraat. De oostelijke grens is de landsgrens met Duitsland. De zuidelijke grens van het gebied wordt gevormd door het Schoonebeekerdiep en de westelijke grens van het gebied komt overeen met de blokgrens van de Bestuurscommissie Bargerveen tot het Dommerskanaal. Zie Figuur 1-1

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

1

Projectgerelateerd

Figuur 1-1 . Grens projectplan gebied en GGOR2021.

1.2

GGOR 2008

In 2008 heeft waterschap Velt en Vecht, een van de rechtsvoorgangers van waterschap Vechtstromen, in een GGOR voor het Natura 2000-gebied Bargerveen en voor het landbouwgebied Nieuw-Schoonebeek en Emmen-Zuid verschillende mogelijkheden onderzocht en vastgelegd om de gewenste grond- en oppervlaktewater-situatie in en om het Bargerveen te realiseren. Voor het gebied ten zuiden van het Bargerveen is als beste optie afgewogen om een bufferzone aan te leggen van 500 meter breed over het traject tussen de Kerkenweg en de Duitse grens in samenhang met een aantal waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied Nieuw-Schoonebeek Op basis van een belangenafweging is het gewenst grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR) vastgesteld. In het GGOR 2008 zijn, onder andere, de volgende maatregelen opgenomen die betrekking hebben op het projectgebied:  Ten zuiden van het Bargerveen wordt tussen de Duitse grens en de Kerkenweg een hydrologische buffer van 500 meter breed gerealiseerd.  Ten zuiden van de te realiseren hydrologische buffer in landbouwgebied Nieuw-Schoonebeek, wordt een nieuwe Stheemanstraat aangelegd. Deze is bedoeld als ontsluiting van de akkerbouwpercelen. De huidige Stheemanstraat kan blijven liggen.  Voor het streefpeil in het landbouwgebied geldt als uitgangspunt een minimale drooglegging van 1 m beneden maaiveld in 90% van een peilvak.

1.3

Actualisatie GGOR 2021: peilvakken en streefpeilen

Het waterschap heeft een actualisatie uitgevoerd van de GGOR-peilvakken en -waterpeilen uit 2008. Op initiatief van de LTO-afdeling Schoonebeek in samenwerking met het Waterschap hebben begin februari 2021 twee online-bijeenkomsten met de agrarische grondeigenaren plaatsgevonden. Samenvattende conclusie uit deze gesprekken is dat, in de winterperiode, wordt vastgehouden aan de drooglegging van 24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

2

Projectgerelateerd

één meter in 90% van een peilvak. Om in de zomer beter om te kunnen gaan met droogte worden in een aantal peilvakken zomerpeilen voorgesteld met een drooglegging kleiner dan één meter. Grondeigenaren hebben waardering uitgesproken voor deze gesprekken en hebben, mits wordt gemonitord op grond- en oppervlaktewater, op enkele wijzigingen na en voor de betreffende peilvakken ingestemd met het voorstel. De kaart met de geactualiseerde peilvakken en waterpeilen is weergegeven in Figuur 1-2, zie Bijlage 1 voor de volledige kaart,

Figuur 1-2 Eindconcept geactualiseerde peilvakken en streefpeilen GGOR (Bron: Waterschap Vechtstromen 2021).

Om de gewenste waterhuishouding in het landbouwgebied te kunnen realiseren zijn de volgende waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied voorzien:  In het gebied worden nieuwe waterlopen aangelegd die zorgen voor een goede afwatering. Deze waterlopen worden ook benut voor de afvoer van overtollig regenwater uit de buffer naar het Schoonebekeerdiep. De ruimte voor deze watergangen is al aan het waterschap toegedeeld via het vastgestelde ruilplan van de Bestuurscommissie Bargerveen.  Het gebied wordt opgedeeld in een aantal peilvakken. Om de streefpeilen in te kunnen stellen worden stuwen en peilvak-scheidingen aangebracht.  Vanaf het Dommerskanaal wordt wateraanvoer gerealiseerd ten behoeve van Buffer Zuid en het naastgelegen landbouwgebied. Hiervoor wordt een nieuwe aanvoerwatergang aangelegd vanuit het Dommerskanaal en langs Boovenen. Als gevolg van de realisatie van de nieuwe watergang zal de bestaande watergang door Schoonebeekerveld door derden worden gedempt.  Daar waar watergangen worden gegraven zijn toegangsdammen nodig voor de eigenaren om op hun percelen te kunnen komen. Deze dammen vallen niet onder kavelaanvaarding van de Bestuurscommissie, maar worden door het waterschap gerealiseerd.

1.4

Doel

Voorliggend plan is een projectplan volgens de Waterwet. Op grond van artikel 5.4, eerste lid van de Waterwet geschiedt de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Op grond van het tweede lid van artikel 5.4 dient het plan tenminste een beschrijving te bevatten van het betrokken werk en de wijze waarop het wordt uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de te treffen voorzieningen gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk. In dit projectplan worden de uit te voeren werkzaamheden beschreven die leiden tot het 24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

3

Projectgerelateerd

Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) in het plangebied ten zuiden van de Bargerveen Buffer zuid.

1.5

Projectresultaat

Met het project worden het projectresultaat nagestreefd zoals hieronder aangegeven in Tabel 1-1 Tabel 1-1 Projectresultaat

Doel

Gewenst projectresultaat

Het doel van het project is een verbetering van de hydrologische omstandigheden in het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek.

Met de bouw en aanleg van diverse stuwen, watergangen, duikers wordt het geactualiseerde GGOR in de landerijen ten zuiden van de Bargerveen Buffer-zuid bereikt.

1.6

Leeswijzer

Paragraaf 2.1 en 2.2 beschrijven de actuele situatie, de beoogde wijzigingen zijn beschreven onder paragraaf 2.3 t/m 2.6. Hoofdstuk 3 geeft informatie met betrekking tot de eigendomssituatie en Hoofdstuk 4 beschrijft de effecten van het plan. Hoofdstuk 5 gaat in op de wijze van uitvoering en hoofdstuk 6 geeft verdieping aan het beperken van eventuele nadelige gevolgen. Hoofdstuk 7 betreft de legger, beheer en onderhoud. Hierna volgen Deel II verantwoording en Deel III Rechtsbescherming met als einde Deel IV de bijlagen.

2

Actualisatie GGOR en waterhuishoudkundige maatregelen

2.1

Beschrijving actuele situatie

2.1.1

Landgebruik

Het landbouwgebied ten zuiden van het Bargerveen wordt zowel voor veeteelt als voor akkerbouw (vooral aardappels) gebruikt. De aardappels worden voornamelijk het dichtst bij het Bargerveen geteeld,. De agrariërs uit Nieuw Schoonebeek geven aan dat de wisselteelt van akkerbouw en grasland gunstig is voor de kwaliteit van de bodem en dus voor hun bedrijfsvoering. Veelal worden de percelen voor het telen van de aardappels op jaarbasis verpacht aan boeren van buiten het gebied. Binnen het landbouwgebied zijn behoorlijke hoogteverschillen zichtbaar, veroorzaakt door het wel, niet of gedeeltelijk afgraven van de veenlaag. Daarnaast loopt het maaiveld binnen het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek af van noordoost naar zuidwest. De agrariërs geven aan dat vooral in het voorjaar sprake is van natte omstandigheden op de percelen dicht bij het Bargerveen. Daardoor kunnen de agrariërs later in het seizoen met de machines het land op dan gewenst. Bebouwing en infrastructuur zijn verspreid door het gebied aanwezig. De Stheemanstraat heeft een belangrijke functie voor de landbouwkundige ontsluiting van de akkerbouwpercelen ten zuiden van het Bargerveen.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

4

Projectgerelateerd

Figuur 2-1 geeft het huidige landgebruik weer van de verschillende peilgebieden. De afbeelding laat zien dat het gebied ten aanzien van landbouwkundig gebruik grotendeels wordt gebruikt voor akkerland (hoofdzakelijk aardappelen maar ook mais en bieten). Voor een kleiner deel, veelal aan de randen en tegen de woonkernen aan, wordt het gebruikt voor grasland.

Figuur 2-1 Actueel land gebruik (LGN-viewer Alterra-WUR versie 2020)

2.1.2

Bodemopbouw

De bodem in het plangebied (Figuur 2-2) bestaat hoofdzakelijk uit veen afgewisseld met moerige gronden en een sporadische podzol. Dit houdt in dat het van nature overwegend nattere en iets zure gronden betreft waarbij met name voor de landbouw een goede afwateringstructuur van belang is. Door de bodemopbouw kan inklinking als gevolg van verdroging in het gebied optreden.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

5

Projectgerelateerd

Figuur 2-2 Bodemkaart plangebied (door Grontmij, 2010)

2.1.3

Hoogteligging

In Figuur 2-3 is te zien dat het plangebied in zuidwestelijke richting afhelt, waarbij het laagste punt op circa 14 mNAP ligt. Het noordoostelijk deel van het gebied heeft een maaiveldhoogte van circa 17 mNAP. Het hoogteverschil van het maaiveld in het plangebied bedraagt circa 3 m.

Figuur 2-3 Hoogtekaart (AHN3)

2.1.4

Actuele grondwatersituatie

In Figuur 2-4, Figuur 2-5 en Figuur 2-6 zijn de huidige grondwaterstanden weergegeven. Dit betreft geen gemeten grondwaterstanden, maar berekende grondwaterstanden aan de hand van een grondwaterwatermodel. De betrouwbaarheid van het grondwatermodel is gecontroleerd met de feitelijke meetgegevens. In dit model is een lange periode doorgerekend, waaruit de gemiddeld hoogste 24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

6

Projectgerelateerd

grondwaterstand (GHG), de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) en de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG) is bepaald. De huidige GHG (zie Figuur 2-4) varieert sterk. In het oostelijke deel van het gebied worden hoge grondwaterstanden tot aan maaiveld berekend tijdens zeer natte periodes. Meer naar het westen ligt de GHG voor het grootste gedeelte tussen de 0,5 en 0,8 m-mv. Aan de zuidelijke rand, langs de Europaweg, ligt de GHG dieper onder maaiveld. De huidige GLG (zie Figuur 2-5) wordt vooral beïnvloed door de drogere periodes. De GLG bevindt zich tussen de 0,8 m-mv en ter plaatse van de hogere delen meer dan 2 meter beneden maaiveld. Ook in de GLG is een duidelijk verschil te zien tussen oost en west, met de diepere grondwaterstanden in het westen van het GGOR gebied. De huidige GVG (zie Figuur 2-6) geeft een vergelijkbaar beeld. De diepste grondwaterstanden bevinden zich in het westen van het gebied. De GVG bevindt zich in het oosten van het gebied tussen de 0,2 en 0,5 m-mv. In het westen ligt de GVG grofweg tussen de 0,5 en 1 m-mv.

Figuur 2-4 GHG huidige situatie

Figuur 2-5 GLG huidige situatie

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

7

Projectgerelateerd

Figuur 2-6 GVG huidige situatie

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

8

Projectgerelateerd

2.2

Bepalen en actualiseren GGOR

Na de zomer van 2020 heeft het waterschap een concept actualisatie gemaakt van de GGOR-peilvakken en -waterpeilen uit 2008. Er is gekeken naar de meest recente maaiveldhoogtegegevens (AHN3 uit 2018) en vergeleken met de AHN2 en met maaiveldmetingen uit 2006. Op basis van deze gegevens is voor elk peilvak onderzocht wat het waterpeil nu zou moeten zijn op basis van het afgesproken en vastgestelde uitgangspunt van 1 m drooglegging in 90% van een peilvak. Dit heeft geleid tot de eerste concept geactualiseerde peilvakken en waterpeilen. Belangrijk is dat de agrarische grondeigenaren hierover mee kunnen praten. De LTO-afdeling Schoonebeek heeft het initiatief genomen en heeft begin februari 2021 twee online-bijeenkomsten met de agrarische grondeigenaren georganiseerd. Per peilvak is het hele gebied ten zuiden van de Buffer Zuid doorgelopen en zijn de eerste concept peilvakken en waterpeilen besproken. Samenvattende conclusie uit deze gesprekken is dat wordt vastgehouden aan de drooglegging van één meter in 90% van een peilvak. Om in de zomer beter om te kunnen gaan met droogte worden in een aantal peilvakken zomerpeilen voorgesteld met een drooglegging kleiner dan één meter. Een overzicht van de vastgestelde GGOR-peilen uit 2008 en de thans voorgestelde actualisatie na afstemming met de agrarische grondeigenaren (GGOR2021) is weergegeven in Figuur 2-7 en Figuur 2-8.

In Bijlage 1 en 2 zijn de kaarten in zijn geheel weergegeven.

Figuur 2-7 streefpeilen GGOR2008

Figuur 2-8 Eindconcept geactualiseerde peilvakken en streefpeilen GGOR (Bron: Waterschap Vechtstromen 2021).

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

9

Projectgerelateerd

2.2.1

Drooglegging peilgebieden

In de onderstaande figuren staat de drooglegging weergegeven, zowel voor de GGOR 2008 situatie als de geactualiseerde GGOR 2021 situatie. Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de drooglegging in de zomer en de winter. Daarnaast zijn ook twee verschilkaarten opgenomen, waarop de verschillen in drooglegging voor de situatie GGOR2008 en GGOR2021 zijn weergegeven voor zowel de zomer als de winter. In Figuur 2-9 is de drooglegging in de winter voor GGOR2008 weergegeven. Veel gebieden hebben hier een drooglegging van meer dan 1,5 meter. Verspreid door het gebied is er sprake van een drooglegging van minder dan 0,7 m, dit komt omdat hier het maaiveld erg laag is. In Figuur 2-10 is de drooglegging in de winter voor GGOR2021 weergegeven. Het grote beeld van de drooglegging is vergelijkbaar met de situatie GGOR2008. De grootste verschillen worden veroorzaakt door verschuiving van peilvakken. In Figuur 2-11 is de verschilkaart van de drooglegging weergegeven. De gele kleuren geven hier aan waar geen verschil is in drooglegging, de oranje/rode kleuren geven een toename van de drooglegging weer en de groen/blauwe kleuren een afname van de drooglegging.

Figuur 2-9 Drooglegging GGOR 2008 winter

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

10

Projectgerelateerd

Figuur 2-10 Drooglegging GGOR 2021 winter

Figuur 2-11 verandering in drooglegging winter GGOR2021 t.o.v. GGOR2008

Voor de GGOR2008 is het zomerpeil gelijk aan het winterpeil. De drooglegging in de zomer is dan ook gelijk aan die in de winter. Voor de GGOR2021 is in Figuur 2-12 de drooglegging in de zomer weergegeven. In vergelijking met de wintersituatie is de drooglegging voor enkele peilgebieden lager, dit komt omdat er met hogere zomerpeilen wordt gewerkt. Dit is gebruikelijk omdat het in de zomer juist gewenst is om het uitzakken van grondwaterpeilen in de percelen zoveel mogelijk tegen te gaan.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

11

Projectgerelateerd

Figuur 2-12 Drooglegging GGOR2021 zomer

In Figuur 2-13 is een verschilkaart gegeven tussen de drooglegging van GGOR2021 en GGOR2008 voor de zomersituatie. Doordat er in de GGOR2021 voor een groot deel van de peilgebieden wel met zomerpeil wordt gewerkt, is de drooglegging kleiner dan die in GGOR2008. De gele kleuren geven hier aan waar geen verschil is in drooglegging, de oranje/rode kleuren geven een toename van de drooglegging weer en de groen/blauwe kleuren een afname van de drooglegging.

Figuur 2-13 verandering in drooglegging zomer GGOR2021 t.o.v. GGOR2008

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

12

Projectgerelateerd

2.3

Beschrijving van de waterstaatswerken

Er zijn aanpassingen nodig aan het watersysteem om het geactualiseerde GGOR uit te kunnen voeren. In bijlage 3 is de gedetailleerde inrichtingskaart voor de toekomstige situatie opgenomen inclusief dwarsprofielen van de watergangen. In deze paragraaf wordt een algemene beschrijving gegeven van alle uit te voeren werkzaamheden. Voor technische details wordt verwezen naar de inrichtingskaart en tabellen in bijlage 4. Watergangen Voor het functioneren van het nieuwe systeem worden er meerdere hoofdwatergangen aangelegd om de af- en aanvoer mogelijk te maken. Ook worden bestaande watergangen vergroot. De dimensionering van de watergangen is overgenomen uit het projectplan waterbeheersing NieuwSchoonebeek, door Grontmij, van 21 mei 2010. Er zijn kleine aanpassingen gedaan met betrekking tot de ligging van de watergangen en de capaciteit is getoetst in de modelberekeningen. Voor de watergangen ten zuiden van de Europaweg geldt dat deze nog niet waren ontworpen in het projectplan uit 2010. Dit betreft de watergangen buiten het GGOR2021 gebied (met uitzondering van het aanvoertracé). Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Aansluiten op de bestaande watergangen (qua bodemhoogte en talud) 2. Inpassen binnen beschikbare ruimte 3. Talud 1: 1,5 Duikers In de nieuwe hoofdwatergangen worden duikers aangelegd.

Op de inrichtingskaart zijn ook de duikers onder de Europaweg weergeven. Deze duikers zijn al aangelegd en maken dan ook geen deel uit van de uit te voeren werkzaamheden voor dit projectplan. Voor de aansluiting op het watersysteem moeten deze duikers wel worden verlengd. Deze verlengingen maken deel uit van dit projectplan. Stuwen Voor het functioneren van de watersysteem en het handhaven van de peilen zijn nieuwe stuwen nodig. Dit betreft zowel automatische stuwen, handbediende stuwen als vaste overlaten. De uitgangspunten voor de dimensionering uit het projectplan uit 2010 zijn ook gehanteerd voor deze stuwen en de afmetingen zijn getoetst in de modelberekeningen Gemaal Ten behoeve van de wateraanvoer is voorzien in de realisatie van een aanvoergemaal met een nog nader te bepalen capaciteit. Het gemaal pompt het water op vanuit het aanvoertracé langs de Boovenen (vanaf Dommerskanaal) in het buffergebied. Van hieruit kan het worden verdeeld over buffergebied en landbouwgebied. Naast dat hier een gemaal moet komen, moet er ook nog een uitstroomvoorziening vanaf buffer vak 4 richting het aanvoertracé komen. De dimensies hiervan moeten nog worden bepaald. Het gemaal en de uitstroomvoorziening liggen in het plangebied van dit projectplan, maar maken daar geen deel van uit.

Het gemaal en de uitstroomvoorziening worden gerealiseerd door en in samenwerking met de Bestuurscommissie Bargerveen. Dammen/peilscheidingen De peilscheidingen tussen de peilvakken zijn in het veld geïnventariseerd. Op de inrichtingskaart is opgenomen waar peilscheidingsdammen in sloten gerealiseerd worden.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

13

Projectgerelateerd

Naast peilscheidingen worden dammen met duikers aangelegd, ten behoeve van de bereikbaarheid van de percelen. Op basis van de veldinventarisatie zijn de locaties van deze dammen met duikers vastgesteld en vastgelegd op de inrichtingskaart (bijlage 3).

2.4

Ontwerpuitgangspunten

Onderstaande ontwerpuitgangspunten van Tabel 2-1 zijn gehanteerd om te komen tot het ontwerp. Tabel 2-1 ontwerpuitgangspunten

(Waterstaatkundige) veiligheid

Het op veilige wijze op peil houden van waterlopen. De kunstwerken dienen boven- en benedenstrooms bereikbaar te zijn voor beheer- en onderhoudsdiensten. Het ontwerp en beheer van voorzieningen voor de veiligheid van het personeel voldoet aan de relevante wet- en regelgeving.

Waterbeheer

Voor de streefpeilen zie de plankaart in de bijlage 1

Normering

Het ontwerp wordt getoetst en moet voldoen aan de normen voor regionale wateroverlast vanuit het nationaal bestuursakkoord water (NBW).

Infrastructuur

De kunstwerken dienen bereikbaar te blijven voor onderhouds-voertuigen. Er dient rekening te worden gehouden met bestaande kabels en leidingen en hoogspanningsleidingen.

Ruimte

De bouw van de kunstwerken dient te passen in de ruimtelijke kwaliteit van de directe omgeving.

Natuur

Er dient rekening gehouden te worden met de natuurwaarden in het plangebied.

Duurzaamheid

Het ontwerp van de kunstwerken dient duurzaam te zijn.

Beheer en onderhoud

Het beheer en onderhoud van de kunstwerken in de hoofdwatergangen deel uitmakend van de legger van het waterschap ligt onder de verantwoording van het waterschap Vechtstromen. Beheer en onderhoud van in dit projectplan opgenomen watergangen voor lokale waterafvoer en daarin opgenomen kunstwerken ligt bij de betreffende grondeigenaar/grondeigenaren.

2.4.1

Ruimtelijk ontwerp

De kunstwerken worden verdiept in het landschap aangebracht waarbij de bovenzijde overeenkomt komt met het maaiveldniveau ter plaatse. Het omgevingsbeeld verandert daardoor niet. Alleen een bedieningskast is boven het maaiveld zichtbaar bij kunstwerken die automatisch werken.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

14

Projectgerelateerd

2.4.2

Duurzaamheid

Bij de kunstwerken worden de staalconstructies, het bewegingswerk en de houten damwanden ontworpen op een levensduur van 50 jaar. Onderdelen met een kortere levensduur worden zo ontworpen dat deze relatief eenvoudig vervangbaar zijn.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

15

Projectgerelateerd

3

Beschikbaarheid gronden/eigendomssituatie

De gronden van de bestaande en nieuwe waterlopen en kunstwerken zijn in eigendom van het waterschap. Hiervoor zijn gronden aangekocht en heeft herverkaveling plaatsgevonden. Zie hiervoor ook de kaart “Herverkaveling Nieuw Schoonebeek Eigenarenkaart” van 2020 in de bijlage 5. Functie toekenning Het gebied waar dit projectplan op van toepassing is betreft in het bestemmingsplan van de gemeente Emmen nog de “Enkel bestemming Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen”. Afgezien van de voorziene nieuwe hoofdwatergangen die de bestemming “Enkel bestemming Water” zullen krijgen, blijft dit gehandhaafd.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

16

Projectgerelateerd

4

Effecten van het plan

4.1

Water

4.1.1

Waterstaatkundige functie

De functie van de aanpassingen betreft het afvoeren van landelijk water. Deze functie is essentieel voor het optimaal gebruik van de aanliggende landbouwpercelen. Het plan behelst voor een flink deel van het gebied tussen Buffer Zuid en de Europaweg de aanleg van een nieuw watersysteem in eigendom, beheer en onderhoud bij het waterschap. Een systeem dat nog niet of beperkt aanwezig is. Daarnaast is de functie van het systeem om water door te voeren vanuit de buffer naar Dommerskanaal en Schoonebeekerdiep. Verder betreft de functie van het watersysteem die van wateraanvoer naar het landbouwgebied. De hoofdwatergangen zijn zo ontwerpen dat ze voldoende water kunnen afvoeren, maar in droge tijden (indien beschikbaar) ook water aan kunnen voeren.

4.1.2

Effect op grondwaterstanden

Er zijn twee effecten op de grondwaterstanden te onderscheiden: 1. De effecten van de toekomstige peilen (GGOR2021) in het landbouwgebied gecombineerde met de aanleg van de buffer ten opzichte van de huidige situatie. 2. Het verschil tussen de peilen die bij het GGOR 2008 en het GGOR 2021 worden voorgesteld.

4.1.2.1 Effecten inrichting GGOR peilen gecombineerd met aanleg buffer De inrichting van het landbouwgebied wordt gelijktijdig met de inrichting van de Buffer-Zuid gerealiseerd. Daarom zijn de veranderingen van de grondwaterstanden berekend met de nieuwe peilen in het landbouwgebied gecombineerd met de toekomstige hoge peilen in de buffer. In dit projectplan wordt alleen ingegaan op de effecten die te maken hebben met de herinrichting van het landbouwgebied. De inrichting van Buffer-Zuid wordt uitgewerkt in het Schetsontwerp Buffer Zuid en is geen onderdeel van dit projectplan. Grondwaterstanden GGOR2021 In Figuur 4-1 (GHG), Figuur 4-2 (GLG) en Figuur 4-3 (GVG) zijn de berekende grondwaterstanden weergegeven voor de toekomstige situatie (GGOR2021). De toekomstige GHG bevindt zich in het oostelijk deel van het gebied op ca 0,2 tot 0,5 m-mv. Op enkele delen worden nog hogere grondwaterstanden, tot aan maaiveld, berekend tijdens zeer natte periodes. Meer naar het westen ligt de GHG voor het grootste gedeelte beneden de 0,8 m-mv. Aan de zuidelijke rand, langs de Europaweg, ligt de GHG dieper onder maaiveld. De GLG wordt vooral beïnvloed door de drogere periodes. De GLG bevindt zicht tussen de 0,8 m-mv en ter plaatse van de hogere delen meer dan 2 meter beneden maaiveld.

Ook in de GLG is een duidelijk verschil te zien tussen oost en west, met de diepere grondwaterstanden in het westen van het GGOR gebied. De GVG geeft een vergelijkbaar beeld. De diepste grondwaterstanden bevinden zich in het westen van het gebied. De GVG bevindt zich in het oosten van het gebied tussen de 0,2 en 0,5 m-mv. In het westen ligt de GVG grofweg tussen de 0,5 en 1 m-mv.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

17

Projectgerelateerd

Figuur 4-1 GHG GGOR2021

Figuur 4-2 GLG GGOR2021

Figuur 4-3 GVG GGOR2021

Verandering grondwaterstanden ten opzichte van huidige situatie In Figuur 4-4, Figuur 4-5 en Figuur 4-6 zijn de verschilkaarten van de GHG, GLG en GVG ten opzichte van de huidige situatie weergegeven. Het algemene beeld laat zien dat de optredende grondwaterstanden in de winter ten opzichte van de huidige situatie worden verlaagd in het landbouwgebied. Doordat er sprake is van wateraanvoer en hogere zomerpeilen ten opzichte van de huidige situatie zakken de grondwaterstanden in de zomer minder diep weg in delen van het landbouwgebied. Door de peilverlaging in de natte winterperiode is er geen sprake van uitstraling van negatieve effecten naar de bebouwing van 24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

18

Projectgerelateerd

Nieuw-Schoonebeek. Omdat de peilverlaging gelijktijdig wordt uitgevoerd met het instellen van peilen in de Buffer-Zuid stijgt onder het Bargerveen de stijghoogte, waarmee een positieve bijdrage wordt geleverd aan de ecologische ontwikkeling van het hoogveen. De GHG wordt ten opzichte van de huidige situatie voor het landbouwgebied 0,25 tot lokaal 1 m dieper. In natte tijden vindt er daarmee een verlaging plaats van de grondwaterstanden en wordt het droger. Dit komt doordat de GGOR2021 peilen voor het grootste gedeelte lager zijn dan de huidige peilen.

Figuur 4-4 Berekende verandering van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ten opzichte van de huidige situatie. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden)

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

19

Projectgerelateerd

Figuur 4-5 Berekende verandering van de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) ten opzichte van de huidige situatie. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden)

De verandering van de GLG laat zowel vernatting als verdroging zien. Doordat lokaal het zomerpeil wordt verhoogd en wateraanvoer naar het landbouwgebied mogelijk wordt gemaakt, zakken in de zomer de peilen minder ver weg. Dit leidt tot een de verhoging van de GLG van 0,1 tot 0,5 m in delen van het landbouwgebied. In het oosten van het GGOR2021 gebied en het zuidwesten zijn ook verlagingen van de GLG te zien omdat het effect van de peilverlaging ten opzichte van het huidige peil in de winterperiode hier van grotere invloed is dan de aanvoer die mogelijk wordt gemaakt in de zomerperiode.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

20

Projectgerelateerd

Figuur 4-6 Berekende verandering van de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG) ten opzichte van de huidige situatie. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden)

Het verschil in voorjaarsgrondwaterstand (GVG) is ten opzichte van de huidige situatie voor het landbouwgebied 0,25 tot lokaal 1 m dieper. De grootste verlaging van de grondwaterstanden treedt in het meest westelijk en oostelijk deel op.

4.1.2.2 Verschil GGOR2008 – GGOR 2021 De geactualiseerde streefpeilen betreffen zoals in paragraaf 2.2 beschreven, een wijziging ten opzichte van de GGOR2008 streefpeilen. Bij de geactualiseerde peilen wordt vastgehouden aan de drooglegging van één meter in 90% van een peilvak. Om in de zomer beter om te kunnen gaan met droogte worden in een aantal peilvakken zomerpeilen voorgesteld met een drooglegging kleiner dan één meter. Het verschil in peilen staat beschreven in paragraaf 2.2.1. Grondwaterstanden GGOR 2008 De berekende grondwaterstanden weergegeven met de peilen zoals deze zijn bepaald in het GGOR 2008 gecombineerd met de toekomstige hoge peilen in de buffer staan weergegeven in Figuur 4-7 (GHG), Figuur 4-8 (GLG) en Figuur 4-9 (GVG). De GHG bevindt zich in het oostelijk deel van het gebied op ca 0,2 tot 0,5 m-mv. Op enkele delen worden nog hogere grondwaterstanden, tot aan maaiveld berekend, tijdens zeer natte periodes. Meer naar het westen ligt de GHG voor het grootste gedeelte beneden de 0,8 m-mv. Aan de zuidelijke rand, langs de Europaweg, ligt de GHG dieper onder maaiveld.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

21

Projectgerelateerd

De GLG wordt vooral beïnvloed door de drogere periodes. De GLG bevindt zicht tussen de 0,8 m-mv en ter plaatse van de hogere delen meer dan 2 meter beneden maaiveld. Ook in de GLG is een duidelijk verschil te zien tussen oost en west, met de diepere grondwaterstanden in het westen van het GGOR gebied. De GVG geeft een vergelijkbaar beeld. De diepste grondwaterstanden bevinden zich in het westen van het gebied. De GVG bevindt zich in het oosten van het gebied tussen de 0,2 en 0,5 m-mv. In het westen ligt de GVG grofweg tussen de 0,5 en 1 m-mv.

Figuur 4-7 GHG GGOR2008

Figuur 4-8 GLG GGOR2008

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

22

Projectgerelateerd

Figuur 4-9 GVG GGOR2008

Verandering grondwaterstanden ten opzichte van GGOR2008 Figuur 4-10, Figuur 4-11 en Figuur 4-12 tonen de effecten van de verandering in GGOR peilen in GHG, GVG en GLG. De GHG treedt op in de winter, de GVG in het voorjaar de GLG in de zomer. In algemene zin geldt dat de verschillen direct te relateren zijn aan de peilwijzigingen en vooral optreden binnen de grenzen van de nieuwe peilvakken en een verschil in wateraanvoer. In het GGOR2021 wordt voorzien in wateraanvoer naar alle peilvakken. In het GGOR 2008 was dit niet het geval voor de peilvakken P,L, K en Q. Er is geen sprake van uitstraling van negatieve effecten naar de bebouwing van Nieuw-Schoonebeek of het Bargerveen. In Tabel 4-1 is per peilgebied beschreven wat de verschillen zijn tussen de GGOR 2021 en de GGOR2008 situatie. Tabel 4-1 Omschrijving verschillen grondwaterstanden GGOR2021 vs. GGOR2008

Peilvak

Omschrijving verschillen GHG en GLG GGOR2021 vs. GGOR2008

O

Voor het zuidelijke gedeelte is er geen verschil in GHG, voor het noordwestelijke gedeelte geldt dat zowel de GHG als GLG tot wel 1 meter lager wordt. Het effect is vooral te relateren aan het verleggen van de peilvakgrens en daarmee een peilaanpassing in dit deel van het peilvak

P

De GHG en GLG worden hier ca. 10 tot 25 cm hoger. Dit effect is waarschijnlijk vooral aan de wateraanvoer toe te kennen, die nu mogelijk wordt gemaakt voor de percelen in dit peilvak.

N1

De grondwaterstanden in dit peilvak stijgen. De GHG wordt hier ca. 5 tot 25 cm hoger en de GLG 10 tot 25 cm. Zowel het winter als het zomerpeil wordt hier verhoogd.

N

In het zuiden van dit peilvak ten Nieuw-Schoonebeek wordt de GHG tot 25 cm verlaagd, het overig deel blijft de GHG ongewijzigd. In het noordelijk deel van het peilvak stijgt de GLG als gevolg van een verhoging van het zomerpeil hier.

Q

De GHG wordt hier tot 5 cm hoger en de GLG tot 10 cm. Dit effect is waarschijnlijk vooral aan de wateraanvoer toe te kennen, die nu ook mogelijk wordt gemaakt voor de hoger gelegen percelen.

M

Er is hier nauwelijks verschil in GHG. Voor de GLG is het effect 5 tot 10 cm omdat in het peilgebied een hoger zomerpeil wordt voorgesteld.

L

De GHG wordt hier variërend over het peilvak 5 tot 25 cm hoger en vooral de GLG wordt dekkend over het peilvak tot 25 cm hoger. Dit effect is waarschijnlijk vooral aan de

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

23

Projectgerelateerd

wateraanvoer toe te kennen, die nu ook mogelijk wordt gemaakt voor de hoger gelegen percelen.

K

In het zuiden wordt de GHG tot 25 cm hoger, in het noorden wordt de GHG tot 10 cm lager. Vooral de GLG wordt dekkend over het peilvak tot 25 cm hoger. Dit effect is waarschijnlijk vooral aan de wateraanvoer toe te kennen, die nu ook mogelijk wordt gemaakt voor de hoger gelegen percelen.

F

In het noorden komt de GHG op 2 locaties tot 50 cm lager te liggen. Het effect is vooral te relateren aan het verleggen van de peilvakgrens en daarmee een peilaanpassing in dit deel van het peilvak. Voor de rest van het peilvak is er nauwelijks verschil. Voor de GLG is het effect 5 tot 10 cm omdat in het peilgebied een hoger zomerpeil wordt voorgesteld.

H

De GHG en GLG verlaagt hier 5 tot 25 cm als gevolg van een peilverlaging.

G

Er is hier nauwelijks verschil in GHG en GLG

E

De GHG en GLG wordt hier ca. 10 tot 25 cm hoger.

C

In het noordwesten verlaagt de GHG en GLG tot 10 cm. In het zuiden en oosten worden de GLG en GHG tot 50 cm hoger, dus natter en lokaal zelfs nog 75 cm. Tegen de grens met peilvak A verlaagt de GHG tot 50 cm en de GLG tot 25 cm door peilaanpassing van een watergang op de grens.

A

Tegen de grens met peilvak C verlaagt de GHG tot 50 cm en GLG tot 25 cm. In de overige delen is de verandering in GHG tot 10 cm droger en de GLG juist weer natter door hoger zomerpeil.

B1

Door het veranderen van de peilen wordt de GHG en GLG tot 10 cm hoger.

De GHG wijzigt alleen op die plaatsen waar het peil of de peilgrens is aangepast. In (delen van) peilvakken in het westelijk deel en in het oostelijk deel van het gebied zijn de grondwaterstanden in de winter lager door een verlaging van het GGOR-peil. Verspreid over het gebied zijn er ook een aantal peilvakken waar een verhoging van de GHG optreedt. Deze is te relateren aan een hoger winterpeil en of het effect van een hoger zomerpeil in combinatie met wateraanvoer. De peilen zakken minder ver uit en werken door in de verhoging van de GHG. De verandering in GLG is over het algemeen iets groter dan de verandering in GHG. Dit komt omdat ten opzichte van het GGOR2008 in een aantal peilvakken nu een (hoger) zomerpeil wordt voorgesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de middelste peilvakken (peilvak M en F). Doordat bij het GGOR2021 nu ook voor de hogere delen wateraanvoer mogelijk wordt gemaakt stijgt in een aantal peilvakken (peilvak P, L, K en Q) de GLG wat ook doorwerkt in een lichte stijging van de GHG. Het grondwaterpeil zakt in de zomer niet zo ver uit dit veroorzaakt een verhoging in de GLG. Peilgebieden waar zowel het winter als zomerpeil (deels) is verlaagd leidt ook tot een verlaging van de GLG.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

24

Projectgerelateerd

Figuur 4-10 Verandering in GHG GGOR2021 t.o.v. GGOR2008. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden). In blauwe letters zijn de peilvakcodes weergegeven.

Figuur 4-11 Verandering in GLG GGOR2021 t.o.v. GGOR2008. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden). In blauwe letters zijn de peilvakcodes weergegeven.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

25

Projectgerelateerd

Figuur 4-12 Verandering in GVG GGOR2021 t.o.v. GGOR2008. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden). In blauwe letters zijn de peilvakcodes weergegeven.

De GVG zit tussen de effecten van de GHG en GLG in. Peilverlagingen en -verhogingen zijn duidelijk terug te zien en ook het effect van wateraanvoer.

4.1.3

Toetsing extreme situatie / regionale wateroverlast

Het functioneren van het toekomstige watersysteem is getoetst aan de normen voor regionale wateroverlast vanuit het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). De norm voor regionale wateroverlast geeft aan welke inspanning het waterschap pleegt om te voorkomen dat inundatie (statistisch) plaatsvindt en is afhankelijk van de functie van het aan de watergang grenzende land. Zo is bij grasland de inspanning gericht op niet vaker dan 1x in de 10 jaar inundatie vanuit de watergang. Bij akkerbouw is de inspanning gericht op niet vaker dan 1x in de 25 jaar en bij stedelijk gebied niet vaker dan 1x in de 100 jaar. Dit is in de wateroverlastnormeringskaart zoals die in 2021 nog van toepassing was conform het toen geldende waterbeheerplan 2016-2021 weergegeven. (zie figuur 4-13)

Figuur 4-13 Gebruikte wateroverlastnormenkaart waterschap Vechtstromen

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

26

Projectgerelateerd

Voor de NBW-toetsing zijn 62 buien doorgerekend uit een historische reeks, die is omgezet naar het huidige klimaat. Hiervoor is het NBW-model van het waterschap gebruikt. Vervolgens is de toekomstige inrichting toegevoegd aan het model. Met het model zijn vervolgens per herhalingstijd (T10, T25, T50 en T100) de waterstanden berekend. Per peilgebied is vastgesteld of het voldoet aan de normen, middels overstromingskaarten gebaseerd op de waterstanden. De modelberekeningen zijn uitgevoerd met de normering die gold ten tijde van het Waterbeheerplan 2016 -2021. Omdat het nieuwe Waterbeheerprogramma 2022 -2027 ten opzichte hiervan uitgaat van over het geheel genomen lagere normering voldoen de watergangen aan de nieuwe normering.

4.1.3.1 Beschrijving resultaten De Figuur 4-14 tot en met Figuur 4-18 laten respectievelijk de berekende waterstanden zien voor de huidige en toekomstige situatie bij de herhalingstijden T10, T25 en T100. De resultaten van de NBWtoetsing tonen aan dat het systeem bij de toekomstige inrichting voldoet aan de normering zoals in figuur 4-13 weergegeven. zowel binnen het GGOR2021 gebied als voor de invloedssfeer van de maatregelen. Binnen het GGOR2021 gebied wordt ruimschoots voldaan aan de overstromingsnormen. Voor het gehele plangebied geldt dat er geen overstroming is bij de T100 situatie. De effecten op de waterstanden ten opzichte van de huidige situatie zijn niet overal te vergelijken omdat in het toekomstig watersysteem nieuwe watergangen worden aangelegd. In algemene zin geldt dat het nieuwe watersysteem ten noorden van de Europaweg leidt tot een verlaging van de piekwaterstanden bij de verschillende herhalingstijden. Voor het gebied ten zuiden van de Europaweg kan deze vergelijking wel worden gemaakt. Op het Schoonebeekerdiep is in de toekomstige situatie de waterstand maximaal 5 centimeter hoger, in een T=100 situatie, waardoor ook de peilen in de watergangen tussen het Schoonebeekerdiep en de Europaweg in de toekomstige situatie enkele centimeters hoger zijn. Er treden geen inundaties vanuit de waterlopen op als gevolg van deze verhoging.

In het westelijk deel van het GGOR gebied en de omgeving van Nieuw-Schoonebeek leidt de nieuwe inrichting van het watersysteem tot een verlaging van de piekwaterstanden met circa 30-40 cm bij de verschillende herhalingstijden. Dit komt doordat de afvoerroute naar het Dommerskanaal in de toekomstige situatie voor minder opstuwing zorgt dan in de huidige situatie en rondom NieuwSchoonebeek de afvoer richting Schoonebeekerdiep verbetert. In Nieuw-Schoonebeek zelf waar de T100 norm van toepassing is, is de maximale waterstand 4 centimeter hoger dan in de huidige situatie. Dit komt omdat de waterstand in het Schoonebeekerdiep hier 4 centimeter hoger is. Ook hier treden geen inundaties vanuit de waterlopen op als gevolg van deze verhoging. In de westzijde van het gebied is een verlaging van circa 15 cm te zien in de pieken bij de verschillende herhalingstijden. Dit komt door de nieuwe verbindingen in noord/zuid richting, waardoor er minder water via de bermsloot hoeft te worden afgevoerd en er dus minder opstuwing optreedt. In de watergangen tussen de Europaweg en het Schoonebeekerdiep zijn er kleine verschillen in de waterstanden, die deels worden veroorzaakt door een iets hogere waterstand op het Schoonebeekerdiep en deels door een verandering van afvoer vanuit de GGOR2021 gebieden. Het Schoonebeekerdiep is een grenswatergang.

Hierdoor behoort er in principe ook rekening te worden gehouden met de Duitse manier van toetsen van watersystemen. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid over hoe om te gaan met de Duitse manier van toetsen van het watersysteem. Voor nu is dan ook alleen nog getoetst op de normen van het waterschap Vechtstromen en is in beeld gebracht of

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

27

Projectgerelateerd

het Schoonebeekerdiep voldoet aan de Nederlandse T=100 normering, zoals hierboven beschreven is wordt hieraan voldaan..

Figuur 4-14 Waterstand huidige situatie T10

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

28

Projectgerelateerd

Figuur 4-15 Waterstand toekomstige situatie T10

Figuur 4-16 Waterstand huidige situatie T25

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

29

Projectgerelateerd

Figuur 4-17 Waterstand toekomstige situatie T25

Figuur 4-18 Waterstand huidige situatie T100

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

30

Projectgerelateerd

Figuur 4-19 Waterstand toekomstige situatie T100

4.1.3.2 Klimaatrobuustheid Om te toetsen of het systeem ook voldoet met klimaatverandering, is de toetsing zoals in de vorige paragraaf besproken ook uitgevoerd met een klimaatscenario. Het klimaatscenario dat het waterschap hiervoor gebruikt is de 2050WL. De nieuwe inrichting is doorgerekend met de neerslag en verdampingsreeks die is gecorrigeerd naar het klimaat 2050WL. Vervolgens zijn weer de waterstanden bij verschillende herhalingstijden bepaald. In Figuur 4-20 is de verhoging van de T100 waterstand weergegeven voor het klimaat 2050WL, ten opzichte van de T100 waterstanden met huidig klimaat. Het gaat hierbij in beide situaties om de toekomstige inrichting. De maximale waterstand in de T100 situatie is tot 6 centimeter hoger met klimaatverandering. Bij deze waterstanden is er, net als voor de toetsing met huidig klimaat, geen sprake van overstroming en blijft het water in de waterloop.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

31

Projectgerelateerd

Figuur 4-20 verhoging toekomstige waterstand T100 met klimaat 2050 WL t.o.v. huidig klimaat, in cm.

4.1.4

Conclusie water

Grondwater Als gevolg van de GGOR 2021 peilen worden de winter grondwaterstanden ten opzichte van de huidige situatie in het landbouwgebied verlaagd. Doordat er sprake is van wateraanvoer en hogere zomerpeilen ten opzichte van de huidige situatie zakken de grondwaterstanden in de zomer minder diep weg in delen van het landbouwgebied. Door de peilverlaging in de natte winterperiode is er geen sprake van uitstraling van negatieve effecten naar de bebouwing van Nieuw-Schoonebeek. Omdat de peilverlaging gelijktijdig wordt uitgevoerd met het instellen van hoge peilen in de Buffer-Zuid stijgt onder het Bargerveen de stijghoogte, waarmee een positieve bijdrage wordt geleverd aan de ecologische ontwikkeling van het hoogveen. De verschillen tussen de grondwaterstanden bij de peilen van GGOR2008 en GGOR2021 zijn direct te relateren zijn aan de peilwijzigingen en treden vooral op binnen de grenzen van de nieuwe peilvakken. Er is geen sprake van uitstraling van negatieve effecten naar de bebouwing van Nieuw-Schoonebeek of het Bargerveen. Oppervlaktewater Uit de toetsing van het watersysteem volgt dat de toekomstige inrichting voldoet aan de geldende normen bij de verschillende herhalingstijden, zowel binnen het GGOR2021 gebied als voor de invloedssfeer van de maatregelen. Binnen het GGOR2021 gebied wordt ruimschoots voldaan aan de overstromingsnormen.

Voor het gehele plangebied geldt dat er geen overstroming is bij de T100 situatie.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

32

Projectgerelateerd

4.1.5

Waterkwaliteit

De verwachting is dat de wijzigingen in de waterhuishouding geen negatief effect hebben op de waterkwaliteit. Het water rondom het projectgebied is al dermate eutroof (dat wil zeggen met veel minerale voedingsstoffen)dat inlaat van water vanuit het Dommerskanaal hier geen invloed op heeft.

4.2

Bodem

4.2.1

Milieu hygiënische kwaliteit

Voor de verbetering van de waterhuishouding worden bestaande watergangen verbreed en nieuwe hoofdwatergangen en kunstwerken aangelegd. Ter plaatse van de tracés van de toekomstige watergangen en kunstwerken is milieuhygiënisch onderzoek uitgevoerd (RHDHV, 2021). Uit het vooronderzoek blijkt dat een groot gedeelte van het plangebied onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. Voor de onverdachte terreindelen is de bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaart van toepassing. In het vooronderzoek is een aantal locaties/situaties geïdentificeerd die niet op voorhand als onverdacht kunnen worden aangemerkt. Voor deze locaties is in het verkennend onderzoek nagegaan in welke mate de bodemkwaliteit afwijkt. Omdat de herkomst onbekend is van de grond die in het verleden gebruikt is voor het dempen van sloten en van het materiaal waarmee dammen verstevigd zijn, is aanwezigheid van verontreinigingen zoals metalen, PAK of asbest niet uitgesloten als bodemvreemde bijmengingen aanwezig zijn . Daarnaast liggen delen van graaftracés van nieuwe watergangen direct langs de contouren van een voormalige boor- of productielocatie of een andere als ‘verdacht’ aangemerkte locatie. Hieronder zijn de resultaten van het onderzoek opgesomd: • Dammen: Bij 22 van de 53 onderzochte dammen zijn puinbijmengingen in de grond aangetroffen.

Analytisch gaat het hoogstens om overschrijdingen van de achtergrondwaarde; er zijn geen overschrijdingen van interventiewaarden aangetoond. In een aantal gevallen leidt de concentratie aan minerale olie tot een indicatieve indeling in hergebruikscategorie ‘niet toepasbaar’. In één van de asbestverdachte dammen is enig asbest aangetoond. De concentratie is ruim lager dan de interventiewaarde. • Kruisende dempingen: Er zijn achttien kruisende dempingen onderzocht. Bij één locatie was sprake van een afwijking in de vorm van een lichte puinbijmenging. Er is geen sprake van overschrijding van achtergrondwaarden dus deze bodemlaag wordt aangemerkt als niet verontreinigd. • Verdachte tracés waterbodem: er zijn vijftien locaties onderzocht. Incidenteel zijn afwijkingen waargenomen in de vorm van bodemvreemde bijmengingen in geringe mate. Bij zes van de 15 locaties zijn analytisch overschrijdingen van achtergrondwaarden aangetoond met uiteenlopende parameters. Interventiewaarden zijn niet overschreden. • Verdachte tracés droge bodem: er zijn zeven locaties onderzocht. Incidenteel zijn afwijkingen waargenomen in de vorm van bodemvreemde bijmengingen in geringe mate. Bij drie van de zeven onderzochte locaties is sprake van lichte overschrijdingen van de achtergrondwaarde. Interventiewaarden worden niet overschreden. • Dammetjes met duikers: er zijn tien dammetjes onderzocht.

In twee van de dammetjes werd dermate veel puin aangetroffen dat een analyse op asbest is verricht. Analytisch is hierbij geen asbest aangetoond. Bij de overige dammetjes met duikers werden hoogstens overschrijdingen van de achtergrondwaarde aangetoond (PAK, olie, zink). • Te verlengen duikers: er zijn vier plaatsen onderzocht. Op één plaats werd een geringe bijmenging met puin aangetroffen. Er zijn geen overschrijdingen van de streefwaarde aangetroffen. • Boringen: op twee locaties zijn meerdere boringen gedaan. Bij boerderij Wilmsboo zijn bij één boring resten plastic/glas/asfalt in de bodem aangetroffen. Deze bodemlaag is analytisch boven de 24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

33

Projectgerelateerd

•

achtergrondwaarde is verontreinigd met PAK, olie, PCB en cadmium. Bij één van de boringen is veel puin in de grond aanwezig. Analytisch is geen sprake van asbest en er zijn ook geen andere verontreinigingen boven de achtergrondwaarde aanwezig. Wegkruisingen: bij een aantal wegkruisingen is sprake van de aanwezigheid van teerhoudend asfalt. In de onderliggende funderingslagen en grond zijn hoogstens verontreinigingen boven achtergrondwaarden aangetroffen.

Er zijn in het verkennende bodemonderzoek geen bodemverontreinigingen aangetroffen die gesaneerd moeten worden. Wel zal plaatselijk rekening gehouden moeten worden met vrijkomende grond die mogelijk niet zonder beperkingen kan worden toegepast en met vrijkomend teerhoudend asfalt. Conclusie Uit het vooronderzoek blijkt dat een groot gedeelte van het plangebied onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. Voor de onverdachte terreindelen is de bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaart van toepassing. In het vooronderzoek is een aantal locaties/situaties geïdentificeerd die niet op voorhand als onverdacht kunnen worden aangemerkt. Voor deze locaties is in het verkennend onderzoek nagegaan in welke mate de bodemkwaliteit afwijkt. Hieruit volgt dat er geen bodemverontreinigingen zijn aangetroffen die gesaneerd moeten worden. Wel zal plaatselijk rekening gehouden moeten worden met vrijkomende grond die mogelijk niet zonder beperkingen kan worden toegepast en met vrijkomend teerhoudend asfalt.

4.2.2

Maaivelddaling

Maaivelddaling kan optreden als gevolg van het oxideren van aanwezige restveenlagen in de ondergrond. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de laagste grondwaterstanden in veenlagen verder worden verlaagd. Figuur 4-21 geeft een beeld van het voorkomen van restveen in de ondergrond in het landbouwgebied. Lokaal is sprake van percelen waar zich nog restveen met een dikte van circa 1-1,5 m in de ondergrond bevindt. In de overige delen van het gebied is het afwezig of nog maximaal 0,5 m dik, waarbij wordt opgemerkt dat er sprake is van verstoorde lagen. Onderzoek en kartering van het veen toont aan dat de dikte van de veenlagen de afgelopen jaren sterk is afgenomen o.a. door ontwatering en grondbewerking.

Figuur 4-21 Veendikte

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

34

Projectgerelateerd

Door de hogere zomerpeilen ten opzichte van de huidige situatie en wateraanvoer is er in het grootste deel van het gebied sprake van een verhoging van de zomergrondwaterstanden (zie ook Figuur 4-5). In enkele delen van het gebied is er ook sprake van een verlaging van de GLG. Verdergaande veenoxidatie treedt op als de GLG zich in de huidige situatie in de veenlaag bevindt en na peilverlaging tot onder de veenlaag. Met behulp van berekend grondwaterstanden en de resultaten van door TNO uitgevoerde veenkarteringen zijn de grondwaterstanden ten opzichte van de diepteligging van de veenlagen in beeld gebracht. Figuur 4-22 toont de GLG ten opzichte van de onderkant van de veenlaag in de huidige situatie. Hieruit is af te leiden dat in het merendeel van het gebied de grondwaterstand zich reeds onder de veenlagen bevindt. In Figuur 4-23 en Figuur 4-24 is te zien dat de situatie na de voorgestelde peilaanpassingen zowel voor het GGOR 2008 als het GGOR 2021 de ligging van GLG ten opzichte van de veenlagen vrijwel gelijk blijft. Hiermee wordt geen versterking van de veenoxidatie als gevolg van peilaanpassingen verwacht. Uitzondering is een peilvak in het noordoostelijk deel van het plangebied (rood omcirkeld). Hier is in de huidige situatie deels sprake van grondwaterstanden die zich in de veenlagen bevinden.

Door de peilen volgens GGOR2008 en verder voorgestelde peilverlaging verlagen de grondwaterstanden tot onder de veenbasis. Dit kan lokaal mogelijk tot verdergaande veenoxidatie leiden. Ter plaatse van bebouwing is de GLG zowel voor als na peilaanpassingen lager dan de veenbasis en wordt als gevolg van peilaanpassing geen verdergaande veenoxidatie verwacht.

Figuur 4-22 Grondwaterstand (GLG) ten opzichte van veenbasis huidige situatie

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

35

Projectgerelateerd

Figuur 4-23 Grondwaterstand (GLG) ten opzichte van veenbasis bij GGOR 2008 peilen

Figuur 4-24 Grondwaterstand (GLG) ten opzichte van veenbasis bij GGOR 2021 peilen

Conclusie Door de hogere zomerpeilen ten opzichte van de huidige situatie en wateraanvoer is er in het grootste deel van het plangebied sprake van een verhoging van de zomergrondwaterstanden. In enkele delen van het gebied is er ook sprake van een verlaging van de GLG. Dit kan lokaal mogelijk tot verdergaande veenoxidatie leiden. Ter plaatse van bebouwing is de GLG lager dan de veenbasis en wordt als gevolg van peilaanpassing geen extra veenoxidatie verwacht. Er wordt dus geen bodemdaling verwacht bij bebouwing in en rond het plangebied als gevolg van het planvoornemen.

4.3

Archeologie

Uit de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Emmen blijkt dat het plangebied voor een groot deel een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde (waarde archeologie 4) heeft ter plaatse van de tracés waar watergangen worden gegraven en/of verbreed. Door RAAP is in het voorjaar/zomer 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd. In het onderzoek zijn alleen de locaties meegenomen van de nieuwe waterlopen voor zover deze gelegen zijn binnen de, op de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Emmen aangegeven, gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde (waarde -archeologie 4) (Raap, 2021). 24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

36

Projectgerelateerd

Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek volgt dat er voor grote delen van het onderzoeksgebied vanwege verstoring van de bodem of vanwege de lage en natte ligging van het (dek)zand sprake is van lage verwachting. Enkele zones blijven een middelhoge tot zeer hoge verwachting houden. De op de kaart geel gemarkeerde gedeelten (zie Figuur 4-25) betreffen intacte podzolbodems. Voor deze zone geldt een hoge archeologische verwachting, voor zowel het vondstenniveau als het sporenniveau. De drie groen gemarkeerde delen betreffen zones met beekafzettingen. Voor de zone in de directe nabijheid van de Wilms' Boo en de dekzandkop met een vindplaats is de verwachting zeer hoog (Raap, 2021).

Figuur 4-25. Advieskaart archeologische waarde (geel = aaneengesloten zone met intacte podzolbodem, groen = zone met beekafzettingen) (Raap, 2021)

In de drie groene zones is archeologische begeleiding voorgeschreven bij uitvoering. Bij één locatie is in de zomer 2022 aanvullend karterend booronderzoek verricht (geel, zie). In geen van de boringen zijn (bij het zeven van de top van het dekzand) archeologische indicatoren aangetroffen. De kans wordt zeer klein geacht dat zich een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied bevindt. Daarom kan ervanuit gegaan worden dat in het onderzoeksgebied geen archeologische resten bedreigd worden.

24 augustus 2022

BE3102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002

37

Projectgerelateerd

Conclusie Uit het onderzoek is gebleken dat er op vier locaties waar watergangen gegraven gaan worden, sprake is van (zeer) hoge archeologische verwachting. In een gebied is aanvullend karterend booronderzoek verricht. Uit dit onderzoek blijkt dat in het gebied geen archeologische resten bedreigd worden. In de overige drie gebieden is archeologische begeleiding voorgeschreven. Hierdoor zullen naar verwachting geen negatieve effecten optreden op archeologische waarden.

4.4

Conventionele explosieven

In verband met de grondwerkzaamheden die ter plaatse plaats zullen vinden is onderzoek gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (OO) (Vooronderzoek 1862035-VO-02 kn Bargerveen, AVG, definitief versie juli 2016). De in 2021 gewijzigde wetgeving doet geen afbreuk aan de resultaten van het onderzoek uit 2016. Ontplofbare oorlogsresten worden tegenwoordig als Conventionele explosieven benoemd. Er is op basis van de beoordeelde feiten geconcludeerd dat er een indicatie is voor de mogelijke aanwezigheid van OO in het onderzoeksgebied. Kijkend naar het gehele onderzoeksgebied kan worden vastgesteld dat de volgende gevechtshandelingen in of nabij het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden: - het neerkomen van afwerpmunitie; - vliegtuigcrashes; - aanleg van mijnenvelden. In het onderzoeksgebied kunnen mogelijk de volgende OO worden aangetroffen: - afwerpmunitie; - OO als onderdelen van vliegtuigcrashes; - landmijnen. De voor Conventionele explosieven verdachte locaties zijn getoetst aan de kaart waarop de nieuw aan te leggen watergangen zijn geprojecteerd. Op basis van de vergelijking kan geconcludeerd worden dat op twee kleine locaties het plangebied samenvalt met het invloedsgebied van een bombardement (locatie B6 in Figuur 4-26) en het invloedsgebied van een vliegtuigcrash (locatie B3 in Figuur 4-26). Op deze locaties wordt nader onderzoek uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=b8267339-6bc4-40d6-a792-823a3398cde7