3.4 Bijlagen bij toelichting Handboek Ruimtelijke Kwaliteit
Tekst van het document
Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Ontwerpprincipes voor vormgeving Buffer Zuid Bargerveen
1
ADRES
TELEFOON E-MAIL INTERNET TITEL RAPPORT PROJECTNR DATUM OPDRACHTGEVER
2
Royal HaskoningDHV Koggelaan 21 8017 JN Zwolle 088 348 6500 info@rhdhv.com www.royalhaskoningdhv.com Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Buffer Zuid Bargerveen BE3102 Mei 2022 Prolander
Inhoudsopgave PAGINA 1.0 Inleiding - Buffer Zuid vergt ruimtelijke kaders 1.1 Aanleiding 1.2 Hoofdvraag en doel 1.3 Proces 1.4 Leeswijzer
4
2.0 Schetsontwerp 2.1 Werking buffer 2.2 Het schetsontwerp 2.3 Het verhaal verteld in 3 verhaallijnen
8
3.0 Landschappelijke karakteristiek 3.1 Ontstaansgeschiedenis en cultuurhistorie 3.2 Huidig landgebruik 3.3 Reliëf 3.4 Recreatie (routes) 3.5 Conclusie
12
4.0 Visie
26
5.0 Ontwerpprincipes voor vormgeving Bufferzone Zuid Landschappelijke karakteristiek en elementen Vergezichten en openheid Zonering - intensief versus extensief medegebruik Kades en oeverlijnen Ontsluiting en routes Bebouwing Natuurlijke afscheidingen Schetsontwerp plankaart
30
6.0 Beeldkwaliteit openbare ruimte en bouwwerken Sfeer en materialisatie Routestructuren Inrichtingselementen Bouwwerken Kleurgebruik
48
7.0 Vervolgstappen
56
3
4
01
Inleiding Buffer Zuid vergt ruimtelijke kaders
5
Figuur 1: Ligging van de bufferzone
6
1.0 Inleiding - Buffer Zuid vergt ruimtelijke kaders 1.1 Aanleiding De provincie Drenthe is voornemens een 500 m brede en 4,5 km lange bufferzone in te richten aan de zuidzijde van het Natura 2000 gebied Bargerveen tussen de Kerkenweg en de Duitse grens en daarnaast de waterhuishouding in het herinrichtingsgebied Nieuw-Schoonebeek aan te passen. Met deze maatregelen wil de provincie in samenwerking met waterschap Vechtstromen, de gemeente Emmen en de agrarische sector de natuurdoelen in het Bargerveen realiseren, wat door middel van het verbeteren van de waterhuishouding wordt gedaan. Dit is één van de belangrijkste pijlers ter bescherming van het Natura 2000 gebied. Ook de verbetering van de landbouwkundige structuur in de directe omgeving wordt opgepakt. De voorgenomen locatie van de bufferzone is weergegeven in figuur 1. De inrichting van de bufferzone betekent een functieverandering van ca. 220 hectare landbouwgrond naar natuur. Dit hangt samen met de aanpassing van de waterhuishouding ten zuiden en zuidwesten van de buffer. 1.2 Proces In nauwe samenspraak met klankbordgroep Buffer Zuid is een voorkeursvariant (VKA) ontwikkeld voor de bufferzone. Ideeën en wensen uit de omgeving met betrekking tot de landschappelijke inpassing en de mogelijkheden voor recreatief medegebruik zijn hierin verwerkt.
Aansluitend in 2019 zijn een marktconsultatie en Battle of Concepts georganiseerd om de mogelijkheden en interesse in de markt te peilen voor realisatie van economische activiteiten in de bufferzone. De volgende
stap in het proces betrof het opstellen van ruimtelijke kaders voor de meest interessante activiteiten. Hiertoe werd een Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit (HRK) opgesteld waarin ruimtelijke kaders werden opgesteld voor de gehele bufferzone. De HRK diende vervolgens als basis voor initiatiefpaspoorten, waarin een nadere detaillering met meer specifieke ontwerpprincipes en beeldkwaliteitseisen is opgesteld voor de realisatie van de economische activiteiten. Het VKA is uitgewerkt tot schetsontwerp, waarbij de ruimtelijke inrichting en inpassing in nauwe afstemming met het hydrologisch functioneren en de ontwerpprincipes uit de HRK en initiatiefpaspoorten heeft plaatsgevonden. Het interactieve proces met de gebiedspartners om te komen tot het schetsontwerp heeft ertoe geleid dat voorliggende HRK op een paar kleine punten is aangescherpt. 1.3 Doel en hoofdvraag HRK Het doel van deze HRK is drieledig: het heeft tot doel de markt handvatten te geven en te inspireren, zodat er concrete initiatieven ontstaan die passen in het ontwerpgedachtengoed voor de bufferzone. Ten tweede dient het als communicatiemiddel om de omgeving meer beeld te geven bij mogelijke ontwikkelingen in de bufferzone en daarmee draagvlak te creëren. Ten derde dient het als toetsingskader voor Prolander en de gemeente om de ingediende initiatieven te toetsen.
Twee hoofdvragen staan centraal: • Hoe kan het gebied worden ingericht zodat het hydrologisch (voorwaardelijk voor de inrichting) en ecologisch goed gaat functioneren en zorgvuldig wordt ingepast in het landschap, waarbij de landschappelijke kwaliteit en cultuurhistorische identiteit van het gebied worden versterkt? • Wat zijn het gewenste functioneren, gebruik en beleving van het gebied en wat is nodig om dat te bereiken? In het HRK wordt invulling gegeven aan deze vragen. Door invulling te geven aan de beschreven ruimtelijke visie en de daaruit afgeleide ontwerpprincipes en beeldkwaliteitseisen ontstaat een bufferzone die zorgvuldig is ingepast en op de beoogde wijze wordt gebruikt en beleefd. Dit HRK is tot stand gekomen in opdracht van de Bestuurscommissie en in samenwerking met daarin vertegenwoordigde partijen. 1.4 Leeswijzer Eerst wordt een korte toelichting op het schetsontwerp gegeven (hfst 2). Dit om een goed beeld te krijgen van de toekomstige opgave van de bufferzone. Vervolgens wordt een kenschets gegeven van de landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied (hfst 3). Deze dienen als basis voor de visie en ontwerpprincipes (hfst 4-5) en de beoogde beeldkwaliteit (hfst 6). Tot slot zal een doorkijk gegeven worden naar het verdere proces (hfst 7). 7
8
02
Schetsontwerp
9
Figuur 2: Schetsontwerp plankaart
10
2.0 Schetsontwerp 2.1 Werking buffer Buffer Zuid is opgedeeld in vier peilvakken. Hierbij wordt vak 4 (westelijke vak) in de zomer op een peil van 16,50 m NAP gehouden met als doel verhoging van de stijghoogte onder- en het meest wenselijk tot in de veenbasis van het Bargerveen. Vak 1, 2 en 3 worden ingezet om in de winter afstromend water vanuit het Bargerveen op te slaan (conserveren) om hiermee vervolgens in de zomer vak 4 op peil te houden. In de vakken 2 en 3 wordt daarnaast ook water vanuit de omgeving gepompt ter conservering in de winter. De vakken 1, 2 en 3 hebben naast de conserverende functie ook een bergende functie, om in extreme situaties het water in het Bargerveen grotendeels op te vangen. Hiermee wordt overlast door het Bargerveen in het landbouwgebied ten zuiden van de buffer voorkomen. 2.2 Het schetsontwerp Het huidige landschap dankt haar verschijningsvorm in belangrijke mate aan de aanwezigheid van het hoogveen en de ontginning ervan. Het ‘verhaal’ van dit gebied is uniek en dient als basis voor de ruimtelijke ambitie voor Buffer Zuid. De bufferzone vormt als het ware een nieuwe laag in het landschap die zorgvuldig wordt ingepast.
Aansluiting wordt gezocht bij het omliggende landschap, waardoor een natuurlijke gradiënt met rafelige randen aan de noordzijde (tegen het Bargerveen aan) en voortzetting van de gestrekte verkavelingsrichting (slagenlandschap) aan de zuidzijde ontstaat. Binnen die natuurlijke gradiënt wordt de bufferzone zodanig ingericht dat het hydrologisch functioneert (voorwaardelijk voor de inrichting), maar de inrichting is er ook op gericht dat het gebied zorgvuldig landschappelijk wordt ingepast én dat
het een aantrekkelijk gebied wordt voor mens en dier. 2.2 Het verhaal verteld in 3 verhaallijnen De inrichting van de bufferzone is gebaseerd op de volgende verhaallijnen: 1. Een watermachine in het landschap Enerzijds staat de beleving van het landschap en de historie centraal (rafeligheid versus gestrektheid) en anderszijds wordt het verhaal van de ‘watermachine’ verteld (cultuurtechnisch in het westen naar natuurtechnisch in het oosten). 2. Stepping stones; verhalende en educatieve objecten
Naast het watertechnische en landschappelijke verhaal wordt er een tweede verhaal verteld in de vorm van zicht- en rustpunten die gebaseerd zijn op relicten uit het verleden. 3. Landschappelijke kamers Verspreid in de bufferzone worden groene ‘kamers’ gecreëerd, gebaseerd op de boerenerven die vroeger verspreid in het gebied te vinden waren. Een nadere toelichting op het schetsontwerp is te vinden in de rapportage Schetsontwerp Buffer Zuid - Bargerveen (Royal HaskoningDHV, april 2022).
Figuur 3: Schematische weergave optredende waterpeilen in peilvakken Buffer Zuid en hoogtes zuidelijke kade
11
12
03
Landschappelijke karakteristiek
13
Bargerveen
14
Figuur 4: Landschapstypologie (RCE)
3.0 Landschappelijke karakteristiek Het Bargerveen in het zuidoosten van Drenthe is een van de waardevolste hoogveengebieden van ons land. Het vormt het laatste restant van het ooit zeer uitgestrekte Bourtangerveen en herbergt een aantal zeldzame planten en dieren, waaronder grote populaties van Adder, Gladde slang en Heikikker. Als een van de weinige veengebieden in ons land bevat het nog enkele kleine gedeelten met vrijwel onaangetast hoogveen. 3.1 Ontstaansgeschiedenis en cultuurhistorie Het Bourtangerveen In de Noordwest-Europese laagvlakte omvatte het Bourtangermoeras een van de grootste aaneengesloten hoogvenen. Het Bourtangermoeras had de vorm van een V (zie figuur 6). Het ongeveer 230.000 ha grote gebied bestond uit een westelijke tak (het oerstroomdal van de Hunze) ten oosten van de Hondsrug (de Oostermoerse Venen) en een oostelijke tak (deze tak lag in het stroomdal van de Eems) in het Nederlands-Duitse grensgebied (het Bourtangerveen). Het Bargerveen ligt aan de zuidrand van dit voormalige hoogveengebied. Doordat deze hoek iets hoger ligt dan het centrale deel van het voormalige Bourtangerveen, begon de veengroei hier pas relatief laat (vanaf circa 4500 voor Chr.), toen het waterpeil in het hele veengebied steeg.
Vanuit de randzone van het hoogveengebied werd het water afgevoerd door veenbeekjes en grotere veenbeken als Hunze, Reest en Schoonebeekerdiep. Het Bourtangerveen is vanaf de Middeleeuwen geleidelijk afgegraven. De grootschalige veenontginning in de 16e eeuw In de 16e eeuw kwam de grootschalige veenontginning op gang. De Friese methode van vervening waarbij gebruikgemaakt werd van kanalen en wijken werd hier geïntroduceerd. De eerste verveningen vonden plaats langs de Hunze, dicht bij de stad Groningen. De turf werd over dit riviertje afgevoerd. Groningen had veel behoefte aan brandstof en de turf uit het Bourtangermoeras was een belangrijke factor voor de economische groei van de stad.
Groningen
Ho nd
Het oorspronkelijke hoogveen bestond uit een complexe structuur van vele grote veenlichamen. In het centrum van de veenlichamen bevonden zich op tientallen plaatsen hoogveenmeren (meerstallen).
Ter Apel
sru g
Bargerveen
Figuur 5: Bourtangerveen
15
1886
Figuur 6: Topografische kaart uit 1886 (topotijdreis.nl)
1935 Meerstalblok
Amsterdamsche Veld
Figuur 7: Topografische kaart uit 1935 (topotijdreis.nl)
2000
16
Figuur 8: Topografische kaart uit 2000 (topotijdreis.nl)
Schoonebeekerveld
Figuur 9: Deelgebieden Bargerveen (topotijdreis.nl)
Ontginning van het Bargerveen vanaf de 19e eeuw Van de randzone en de kleine veenbeken is tegenwoordig niets meer over. In het achteraf gelegen Bargerveen was de vervening pas relatief laat begonnen, aan het eind van de 19de eeuw, maar ze ging wel lang door (tot in 1992). In deze tijd had steenkool al lang de rol van brandstof overgenomen. De winsten van het verveningsbedrijf namen daardoor af. Het veen werd hierdoor voornamelijk gebruikt als turfstrooisel, actieve kool en later ook potgrond. In de figuren 6, 7 en 8 is het ontginningsproces door de jaren heen goed te zien. De Europaweg vormde de ontginningsbasis. In deze tijd werd ook de verlengde Hoogeveense Vaart gegraven, waardoor ontginningen in de zuidelijke punt van het Bourtangermoeras een hoge vlucht namen. De huidige structuur van het landschap is vooral bepaald in de twintigste eeuw. Behalve de grootschalige strakke hoogveenontginningen (met kanalen en wijken) had het gebied in het zuiden langs de grens met Duitsland nog oudere onregelmatige kleinschalige randveenontginningen langs het Schoonebeekerdiep. Dit gebied is vanaf de dertiende eeuw in cultuur gebracht. Ten noorden van het Schoonebekerdiep, op een reeks zandruggen, ontstond binnen de randveenontginningen een lint van wegdorpen.
Het landschap toonde de kenmerkende, diepe strokenverkaveling, waarbij in dit gebied de afstand tussen de weide en boerderij zo groot was, dat midden in het landschap tal van zogenaamde booën (stallen) werden gebouwd.
In het Amsterdamsche Veld werd nog gebruik gemaakt van de systematische Friese ontginningsmethode volgens wijken en kanalen. Bij het Schoonebeekerveld was de ontginningsstructuur veel fijnmaziger en kleinschaliger. Dit leverde een fraai contrast op in het landschap. Dit is goed terug te zien in figuur 10. In 1968, toen er meer belangstelling kwam voor de (natuur)waarden in het Bargerveen, heeft de Rijksoverheid de eerste 66 hectare van het resterende hoogveengebied gekocht. Dit is het begin geweest van de ontwikkeling van het hoogveenreservaat Bargerveen. Het huidige Bargerveen kent drie deelgebieden: 1. Het Meerstalblok; 2. Het Amsterdamsche Veld; 3. Het Schoonebeekerveld.
Wijken en kanalen
Het Meerstalblok in het noorden bestaat uit vergraven en ontwaterd hoogveen met daarin kleinere gebieden levend hoogveen. Het centrale deel, het Amsterdamsche Veld, is tot op het restveen afgegraven. Het zuidelijk gelegen Schoonebeekerveld (waar de nieuw te ontwikkelen bufferzone aan grenst) kent een afwisselend landschap met deels vergraven hoogveen en bovenveengraslanden op ontwaterd, maar weinig vergraven veen.
Figuur 10: Systeem van wijken en kanalen vs. randveenontginning 17 (topotijdreis.nl)
18
Figuur 11: Kerkenweg in 1930 (Drentsarchief, Schroër, J.B.)
Het landschap in en rondom het Bargerveen is als volgt te omschrijven: een natuurgebied met hoogveen, droge en vochtige heide, meerstallen (kleine vennen boven op het veen), steilranden, bloemrijke akkers en bosschages van els, wilg en berk. In het deel Schoonebeekerveld is de strokenverkaveling nog aanwezig. Deze verkaveling liep vanaf de Europaweg tot aan de Zuidersloot, op de grens tussen het Schoonebeekerveld en Amsterdamscheveld. Schoonebeeker Diep Ten zuiden van het Bargerveen gaat het hoogveengebied over in het stroomdal van het Schoonebeeker Diep, dat uitkomt in de Vecht. In het Pleistoceen maakten het stroomdal en een deel van de laaggelegen gronden ten oosten van Coevorden deel uit van het oerstroomdal van de Vecht.
de boerderijen. De lagergelegen graslanden lagen aan de zuidzijde van de boerderijen, in het stroomdal van het Schoonebeeker Diep. Europaweg De in oostwest-richting gelegen Europaweg is een oude route die de verschillende zandruggen verbond. Later werd dit een hoofdas die een belangrijke verbindingsweg werd tussen de dorpen Schoonebeek en NieuwSchoonebeek. Op een paar verleggingen na ligt de weg nog op de historische plek. De Stheemanstraat vormt de grens tussen het Schoonebeekerveld (Bargerveen) en de landbouwgronden. Het Bargerveen ligt hoger dan de zuidelijk gelegen landbouwgronden; de steilrand van het Bargerveen grenst aan de Stheemanstraat.
Figuur 12: Hooischuur aan de Europaweg in 1969 (Drentsarchief, collectie Monumentenzorg)
Bewoningsgeschiedenis Hoewel de vervening in het Bargerveen pas laat op gang is gekomen, is dit gebied al wel vanaf de 17e eeuw bewoond. Het dorp Schoonebeek vormde het middelpunt. Ook kleinere woonkernen als Weijerswold, Padhuis, Westerse Bos (’t Westeinde), Middendorp (’t Middendorp) en het Oosterse Bos (’t Oosteinde) bestonden toen waarschijnlijk al. De mensen woonden op geïsoleerde zandruggen/ dekzandkoppen. Het lintdorp Nieuw-Schoonebeek is later gesticht. De hoger gelegen bouwlanden en de daarachterliggende woeste gronden bevonden zich aan de noordkant van Figuur 13: Turfsteker in Nieuw-Schoonebeek (Drentsarchief, Schröer, J.B.) 19
Grasland en akkerbouw
Afwisselend land en water
Sterke hoogteverschil tussen het Bargerveen en de landbouwgronden
Hoogteverschillen per kavel
Figuur 14: Landgebruik (Atlas van de Regio PBL 2020)
Hoog
Laag Figuur 15: Relief (Atlas van de Regio PBL 2020) 20
Uitlopers van de Hondsrug
3.2 Huidig landgebruik Het plangebied en de nabije omgeving hebben in de huidige situatie een landbouwfunctie; veeteelt en akkerbouw (aardappelteelt). De aardappelteelt vindt voornamelijk het dichtst bij het Bargerveen plaats, waar de percelen vanaf de Stheemanstraat goed toegankelijk zijn. De kavels zijn langgerekt, wat aansluit bij de structuur van het natuurgebied Bargerveen.
Figuur 16: De agrarische akkers met zicht op het beplante lint van Nieuw-Schoonebeek.
In de omgeving bestaat de bebouwing voornamelijk uit lintbebouwing langs doorgaande wegen en kleine kernen. 3.3 Reliëf Het plangebied ligt aan het uiteinde van de Hondsrug. De historie van de turfwinning is goed terug te zien in het plangebied. De agrarische akkers ten noorden van Nieuw-Schoonebeek liggen namelijk een paar meter lager dan het niet afgegraven Bargerveen. Hoe ver het veen is afgegraven verschilt per kavel. De hoogteverschillen tussen de verschillende kavel kan tot wel 2 meter oplopen. Hierdoor is een golvend landschap ontstaan met een harde rand aan de noordkant. Dit is tevens de ligging van de Stheemanstraat.
Figuur 17: Zicht op het hoger gelegen Bargerveen.
Figuur 18: De langgerekte verkavelingsstructuur met af en toe opgaande beplanting. 21
Uitkijktoren Camping Café/restaurant Schaapskooi Hotel/ B&B Fietsroute Wandelroute
Figuur 19: Wandelroutes (Atlas van de Regio PBL 2020)
Figuur 21: Recreatieve voorzieningen Uitkijktoren Camping Café/restaurant Schaapskooi Hotel/ B&B Fietsroute Wandelroute
Figuur 20:Fietsroutes (Atlas van de Regio PBL 2020) 22
3.4 Recreatie In het Bargerveen zijn meerdere wandel- en fietsroutes aanwezig. Hoewel het dorp Nieuw-Schoonebeek niet direct grenst aan het Bargerveen, is het Bargerveen wel goed bereikbaar, onder andere via de Kerkenweg en het westelijk daarvan gelegen wandelpad langs de ijsbaan. In Nieuw-Schoonebeek leven daarnaast diverse initiatieven voor o.a. de aanleg van wandelommetjes rondom het dorp. In het dorp Weiteveen komen verschillende recreatieve voorzieningen samen. Er zijn goede parkeermogelijkheden om een fiets- of wandeltocht door het Bargerveen te starten. Ook staat in Weiteveen de grootste en meest vernieuwende schaapskooi van Nederland, die naast stallen voor schapen en runderen ruimte biedt voor horeca en een informatiesteunpunt. De nieuw te ontwikkelen bufferzone ligt gunstig ten opzichte van het bestaande (recreatieve) routenetwerk. Een aantal wandel- en fietsroutes met bijbehorende knooppunten loopt vlak langs de Stheemanstraat. Dit biedt kansen om recreatieve verbindingen te leggen tussen het Bargerveen, de bufferzone en het dorp NieuwSchoonebeek. Naast recreatieve verbindingen biedt de ontwikkeling van de bufferzone, door de nabijheid van Nieuw-Schoonebeek, kansen voor recreatieve ontwikkelingen nabij het dorp.
Figuur 22:De Schaapskooi in Weiteveen naar ontwerp van DAAD Architecten en Martin van Dijken (Prolander) 23
Figuur 23: Sfeerbeeld van de bufferzone (RHDHV) 24
3.5 Conclusie De bufferzone komt in een gebied met een rijke historie en grote landschappelijke en cultuurhistorische waarden te liggen. Een gebied dat in noordzuid richting het ‘verhaal van de plek’ vertelt. Een uniek verhaal omdat het waardevolle hoogveengebied Bargerveen er deel van uit maakt, maar ook uniek omdat de verschillende ‘hoofdstukken’, de verschillende tijdslagen goed herkenbaar zijn. Van noord naar zuid gaat het om de volgende landschappelijke lagen: 1. Het hoogveen landschap. 2. Het ontginingslandschap. Vanaf de Europaweg, een oude ontginningslijn, is het gebied ten noorden ervan ontgonnen als gevolg van kleinschalige particuliere randveenontginning. Een verkavelingsstructuur ontstond met langgerekte slagen. 3. Het beekdal van het Schoonebeeker Diep. Ad 1. Het Bargerveen is één van de waardevolste hoogveengebieden van ons land, het vormt het laatste restant van het ooit zeer uitgestrekte Boertangerveen. Kenmerken van het oorspronkelijke hoogveenlandschap zijn: • Open landschap van bol liggende venen (door de natte en zure omstandigheden groeiden er bijna geen bomen en struiken) • Hoogveenmeren • Rafelige randen • Aan de randzones lokaal opslag van bos en struweel
•
Vegetaties gedomineerd door heidesoorten, eenarig wollegras, veenpluis, pijpenstrootje en veenmossen op een veenbodem
Ad 2. Vanaf de Middeleeuwen kwam de ontginning van het Bourtangerveen geleidelijk op gang (16e eeuw). De ontginning van het Bargerveen begon pas in de 19e eeuw en ging door tot 1992. Het ontginningslandschap kan grofweg verdeeld worden in twee landschaptstypen: het grootschalige veenontginningslandschap en het kleinschalige (randveen)ontginningslandschap. De grootschalige veenontginning gebeurde planmatig en systematisch. De kleinschalige ontginningen vonden vooral plaats aan de rand van het hoogveen, waar het plangebied voor de bufferzone ook deel van uit maakt. Het dorp Nieuw-Schoonebeek en de Europaweg zijn gelegen op een smalle oost-west gerichte dekzandrug/ dekzandkop, parallel aan het beekdal. Op deze hogere delen in het landschap vestigden mensen zich, ontstond een lint van boerderijen en het diende als basis voor de veenontginning, wat resulteerde in een langgerekte noordzuid verkaveling. Kenmerken van het kleinschalige randveenontginningslandschap zijn: • Langgerekte smalle strokenverkaveling (noordzuid), waar in het verleden midden in het landschap bouwwerken (booën) stonden • Microreliëf • Rechtlijnigheid • Lintbebouwing evenwijdig aan de rand van het veen
• •
langs Europaweg (op de hogere zandgrond) Erfbeplanting (hakhout) en singels rondom de erven langs de Europaweg Verspreid enkele opgaande bosjes en singels
Ad 3. De gronden in het beekdal waren van oudsher de laagste gronden in het landschap en werden vroeger gebruikt voor beweiding van vee en als hooiland. De schaalvergroting in de landbouw en de optimalisatie van het agrarisch gebruik van de gronden in het beekdal hebben geleid tot vermindering van de landschappelijke diversiteit in het beekdal. De bufferzone, in feite een technische watermachine, wordt als nieuwe laag in het landschap geplaatst, zuidelijk van het Bargerveen en in het ontginningslandschap. De bufferzone staat ten dienste van het Bargerveen, waardoor het hoogveen in feite weer een rand van het ontginningslandschap terugneemt. De bufferzone borduurt voort op de traditie van ontginning, maar het heeft echter een nieuwe functie en krijgt mede daardoor een eigen verschijningsvorm. Door de nauwe verwevenheid met het omliggende landschap, vraagt de inpassing een zorgvuldige aansluiting bij de bestaande hoofdstukken. Dat geldt niet alleen voor Buffer Zuid, maar ook voor de andere nieuwe buffers aan de west- en noordzijde van het Bargerveen.
25
26
04
Visie
27
4. Visie - Bufferzone als nieuwe laag geïntegreerd in het landschap Een nieuw hoofdstuk Om het Bargerveen en de natuurwaarden duurzaam in stand te houden worden grote bufferzones rondom het hoogveengebied gerealiseerd. Deze ‘watermachines’ worden hydrologisch zodanig ingericht dat ze verdroging van het hoogveen voorkomen, maar gelijktijdig voorkomen dat omliggende landbouwgronden te nat worden. Wederom een menselijke ingreep met een grote impact op de huidige verschijningsvorm van het landschap. De bufferzone vormt een nieuwe laag in het landschap. Het maakt echter onlosmakelijk deel uit van het landschap, omdat het functioneel gezien noodzakelijk is voor een duurzame instandhouding van het Bargerveen. Ter voorkoming van vernatting van de landbouwgronden door de realisatie van de bufferzone, worden nader uit te werken maatregelen genomen.
Figuur 24: Vogelvlucht van de bufferzone (RHDHV) 28
Landschappelijke verankering Qua vormgeving wordt aansluiting gezocht bij het omliggende landschap. Aan de noordzijde wordt de oeverlijn in de bufferzone vormgegeven als rafelige rand, kenmerkend voor het aangrenzende Bargerveen, terwijl aan de zuidzijde aansluiting wordt gezocht bij de langgerektheid van het slagenlandschap. De Verlegde Stheemanstraat vormt de nieuwe “ontginningslijn” in oostwest richting langs de zuidzijde van de bufferzone. De beplanting is gebiedseigen en sluit aan bij de karakteristiek van enerzijds het Bargerveen en anderzijds het ontginningslandschap. De kades worden zodanig ingericht dat ze geen harde barrières vormen maar geleidelijke overgangen zijn in het landschap.
Landschapsbeleving centraal De ontwikkeling van de bufferzone vindt plaats met respect voor het historische landschap. Het gebied gaat bijdragen aan een duurzame toekomst voor het Bargerveen en de (nieuwe) natuurwaarden. Er wordt ruimte geboden voor natuurlijk beheer (door middel van begrazing). Vooralsnog is er geen ruimte voor nieuwe vormen van (duurzame) landbouw (bijvoorbeeld paludicultuur), maar voor de toekomst wordt dit niet uitgesloten. De aantrekkingskracht van het gebied op de bewoners zal door onder andere nieuwe fiets- en wandelroutes worden vergroot. De aanleg van de waterbuffer biedt tevens economische kansen voor de regio.
in harmonie is met de landschappelijke en natuurwaarden. De natuurdoelen van het Bargerveen mogen niet worden geschaad. Verschillende (gebruiks)functies (en doelgroepen) kunnen in het gebied een plek krijgen. Off-grid ecolodges passen bijvoorbeeld prima bij de landschaps- en natuurbeleving en hoeven de natuurwaarden niet te schaden. Kanoverhuur, educatiecentrum, horeca of innovatieve vormen van landbouw zijn mogelijk in te passen in (aangewezen) delen van het gebied, mits het niet het hydrologische en ecologische functioneren schaadt.
Bij de inrichting van het gebied én bij de ontwikkeling van medegebruik in het gebied staat de landschappelijke karakteristiek en -beleving centraal. Alle ontwikkelingen in de bufferzone dienen in dit gedachtengoed ontworpen te worden. Dit betreft zowel de situering als vormgeving van ontwikkelingen. Het kan tevens versterkt worden door het terug laten komen van oude veld- of huisnamen. Fiets- en wandelstructuren verbinden de bufferzone met de omliggende landschappen en worden zodanig gesitueerd dat het landschap maximaal wordt beleefd.
De nieuwe functies leveren bij voorkeur ook een positieve bijdrage aan de leefbaarheid van Nieuw-Schoonebeek. Denk aan medegebruik en eventuele economische activiteiten die in het gebied zullen plaatsvinden. Hierbij kan gedacht worden aan werkgelegenheid en medegebruik door de bewoners. Overlast van bijvoorbeeld geparkeerde auto’s, verstorende verlichting en/of reclame-uitingen moeten tot een minimum worden beperkt en onveilige situaties door menging van bijvoorbeeld fietsers en wandelaars met landbouwverkeer voorkomen. Bij de ontwikkeling van initiatieven dienen de bewoners zorgvuldig meegenomen te worden.
Medegebruik met respect voor natuur, landschap en omwonenden De bufferzone biedt volop kansen voor medegebruik en in het plan wordt hier ook de ruimte voor geboden. Meerdere ideeën zijn inmiddels door de bewoners van Nieuw-Schoonebeek en vanuit de markt aangedragen. Een belangrijke voorwaarde voor medegebruik is dat het
gebied goed te beheren zijn, om verrommeling van het landschap te voorkomen. Elke initiatiefnemer zal een plan moeten aandragen over het beheer en onderhoud van zijn initiatief, opdat een aantrekkelijk gebied ontstaat met een toekomstbestendig gebruik.
Natuurinclusief en toekomstbestendig In een gebied waar landschap en natuur centraal staan, dient vanzelfsprekend nagedacht te worden over natuurinclusief ontwerpen, toepassing van duurzame en circulaire materialen (die ook duurzaam qua beheer zijn) en groene energiebronnen. Bovendien moet het 29
30
05
Ontwerpprincipes voor vormgeving Buffer Zuid
Om invulling te geven aan de visie uit hoofdstuk 4 zijn ontwerpprincipes opgesteld. Deze principes zijn leidend voor het schetsontwerp en voor de situering en vormgeving van initiatieven in het plangebied. Het betreft de volgende ontwerpprincipes die hierna nader worden toegelicht: 1. Landschappelijke karakteristiek en elementen 2. Vergezichten en openheid 3. Zonering - intensief versus extensief medegebruik 4. Kades en oevers 5. Ontsluiting en routes 6. Bebouwing 7. Natuurlijke afscheidingen
31
Figuur 25: Ontwerpprincipe 1 32
1. Landschappelijke karakteristiek en elementen Met de ontwikkeling van de bufferzone wordt aansluiting gezocht bij het omliggende landschap, namelijk het hoogveenlandschap van Bargerveen en het ontginningslandschap aan de zuidzijde. Het hoogveengebied is van origine weids en open. Door de natte omstandigheden en de lage draagkracht van de bodem blijft beplanting relatief laag en klein. Struwelen, singels en rietkragen passen bij uitstek aan de noordzijde van de bufferzone en dragen bij instandhouding en versterking van de natuurwaarden van het Bargerveen. Oevers worden als rafelige randen vormgegeven. Stekelige struwelen zoals meidoorn en sleedoorn worden aangeplant om voor zeldzame vogelsoorten zoals de Grauwe Klauwwier een geschikt leefgebied creëren. Met name houtsingels en struweelranden in combinatie met open, rustig water zijn van belang. Het lintdorp Nieuw-Schoonebeek, wat gelegen is op de rand van het beekdal van het Schoonebeeker Diep, vormt een half-open groene beplante rand in het landschap. Naast deze groene rand is er her en der opgaande beplanting aanwezig in de lengterichting van de verkaveling. Opgaande beplantingsstructuren in de vorm van houtsingels, struweel of rietkragen worden doorgezet in de bufferzone, dit ter versterking van de noordzuid verkavelingsrichting. De beplanting ligt in lijn met de kavelsloten uit het open landbouwgebied.
In de bufferzone draagt de beplanting niet alleen bij aan het creëren van geleidelijke overgangen tussen de verschillende landschappen, het draagt ook bij aan de
beleving van landschap en natuur en vergroting van de natuurwaarden. Het dient zodanig gesitueerd te worden dat zichtlijnen worden gecreëerd maar de weidsheid in het gebied gewaarborgd blijft. Het- is tevens een middel om bepaalde vormen van medegebruik zorgvuldig in te passen. Beplanting kan worden aangeplant, maar daarnaast is spontane ontwikkeling ook mogelijk. Samenvattend gelden de volgende principes ter versterking en behoud van de landschappelijke karakteristiek en elementen:
• •
• •
Toepassing gebiedseigen beplantingen Beplanting ten dienste van versterking natuurwaarden en van landschaps- en natuurbeleving Beplanting als middel om zichtlijnen te creëren/ versterken en openheid te beleven Opgaande beplanting draagt bij aan een geleidelijke overgang tussen het hoogveen en de buffer aan de noordzijde en tussen het ontginningslandschap en de buffer aan de zuidzijde
33
Figuur 26: Ontwerpprincipe 2 34
2. Vergezichten en openheid Vanaf de Kerkenweg, de Europaweg en vanuit het dorp Nieuw-Schoonebeek zijn prachtige vergezichten aanwezig. Deze vergezichten bepalen in belangrijke mate de beleving van het landschap. De noordzuid zichtrelaties vertellen bovendien het verhaal van het landschap, van beekdal, naar ontginningsas, ontgonnen gronden, bufferzone en Bargerveen. De oostwest zichtlijnen benadrukken de grote openheid. Deze openheid is optimaal te ervaren vanaf de Kerkenweg, de tussenkades in de buffer én de kades rondom de buffer.
Samenvattend gelden de volgende principes ter versterking en behoud van de openheid en vergezichten: • De noordzuid zichtlijnen worden versterkt/ behouden door de beplanting in lijn met het slagenlandschap aan te planten voor de optimale beleving van het landschap • De oostwest zichtlijnen dragen bij aan het ervaren van de openheid van het landschap
Noordzuid zichtlijnen vertellen het verhaal van het ontginningslandschap. De aanwezige beplanting zorgt voor de optimale beleving van deze noordzuid zichtlijnen. De aanwezige beplanting (in vorm van singels/struweel) sturen de blik van een bezoeker in deze richting. Vanaf de Kerkenweg ontstaan spannende zichtlijnen in oostelijke richting over de kades en over het water van de bufferzone.
35
Figuur 27: Ontwerpprincipe 3 36
3. Zonering – intensief versus extensief medegebruik Het Bargerveen is een uniek landschap in Nederland waar sterk wordt ingezet op verbetering en ontwikkeling van de recreatieve voorzieningen. Veel natuurliefhebbers, wandelaars en fietsers hebben Weiteveen al ontdekt, mede dankzij het Veenloopcentrum, van waaruit veel natuurtochten en wandelingen worden georganiseerd. Om de mogelijkheden voor recreatie verder te versterken zijn er onder andere extra dorpsommetjes, wandelroutes, pleisterplaatsen, rustpunten en uitkijkplekken bij gekomen. Buffer Zuid bij Nieuw-Schoonebeek kan een soortgelijke aantrekkelijke uitvalsbasis worden voor diverse wandelen fietsroutes, pleisterplaatsen en uitkijkplekken. Het geeft een impuls aan het dorp en het draagt bij aan spreiding van recreatieve activiteiten en medegebruik doordat diverse entrees naar het Bargerveen worden ontwikkeld. Dit is nodig om de kernkwaliteiten rust, ruimte, stilte en donkerte van het Bargerveen te kunnen waarborgen; niet alleen van belang voor flora en fauna maar het is ook een unique selling point, een grote belevingswaarde van het gebied. Medegebruik is echter niet overal in de bufferzone gewenst. Aan de noordkant langs het Bargerveen dient juist rust en ruimte te zijn voor flora en fauna, zoals zeldzame vogelsoorten (bijv. Grauwe Klauwwier). Er wordt daarom een zonering toegepast in het gebied.
In het westelijke deel van de buffer, nabij het dorp Nieuw-Schoonebeek en langs de Verlegde Stheemanstraat zijn meer intensieve
vormen van medegebruik toegestaan. Dit deel van het plangebied is goed ontsloten door de Kerkenweg en Verlegde Stheemanstraat en vervult mede de uitloopfunctie voor bewoners uit Nieuw-Schoonebeek. De nieuwe functies dienen een duidelijke relatie te hebben met de functie van de bufferzone of de natuurfunctie te ondersteunen. Voorbeelden zijn een horecavoorziening, educatiecentrum, natuurlijk spelen, actieve belevenisvolle buitensport en goed toegankelijke wandelpaden. Richting de noordoostzijde van de bufferzone wordt het medegebruik steeds extensiever. In het noordoostelijke deel wordt ingezet op rust, ruimte, stilte en donkerte. In dat deel van de bufferzone zijn extensieve vormen van medegebruik toegestaan die de natuurwaarden en -doelen van het Bargerveen niet schaden. Zeldzame vogelsoorten hebben er hun leefgebied, waarvoor stekelige struwelen in singels en struweelranden en open, rustig
water van belang zijn. Bij extensieve vormen van medegebruik kan gedacht worden aan bijvoorbeeld lange afstand wandelroutes, kleinschalige ontwikkeling van off-grid ecolodges en activiteiten die gericht zijn op natuurbeleving. De ontsluiting van het gebied sluit aan bij het gebruik ervan (zie ontwerpprincipe 6). Samenvattend gelden de volgende principes: • Van intensief medegebruik aan zuidwestzijde naar extensief medegebruik aan noordoostzijde buffer-zone • Functies dienen gebiedsbetrokken te zijn, een relatie te hebben met de functie van het gebied (water, landschap, natuur) • Medegebruik altijd met respect voor de natuurwaarden
Figuur 28: De intensiviteit qua medegebruik kent een gradiënt lopend van west naar oost (intensief - extensief ) én van zuid naar noord (intensief - extensief ) 37
A Figuur 29: Profiel - zijde Verlegde Stheemanstraat (kade zuidzijde) 38
A’
4. Kades en oeverlijnen Rondom de bufferzone moet een kade worden aangelegd. Deze kade is nodig omdat het waterpeil in de buffer hoger ligt dan het omliggende gebied. In het westelijke deel ligt het omliggend maaiveld lager dan in het oostelijke deel. Daardoor is de kade, bezien vanuit de omgeving, aan de westzijde hoger dan aan de oostzijde. De kades worden zo ondergeschikt mogelijk vormgegeven, zodat ze de karakteristieke noordzuid structuur van het landschap zo min mogelijk verstoren, zowel fysiek als visueel. Een tweede belangrijke reden is de beleving vanuit de omgeving op de bufferzone; de bufferzone dient zoveel mogelijk op te gaan in het landschap. Daarom is in het ontwerp gekozen voor flauwe taludlijnen, al dan niet in combinatie met een getrapt profiel van de kade. Een getrapte kade is bovendien interessant voor de beleving van zowel de bufferzone als de omgeving, doordat wandelaars en fietsers zich afwisselend op of halverwege de kade bevinden. Er kan daardoor bewust worden gespeeld met zichtlijnen en dus de beleving van de gebruikers. In het profiel in figuur 29 is een getrapte kade gekozen, waar fietsers en wandelaars zich op verschillende niveaus kunnen bevinden. Juist de afwisseling maakt de routes aantrekkelijk, afwisselend en spannend. De Verlegde Stheemanstraat ligt op het niveau van het landbouwgebied. De noordelijke kade grenst aan het Bargerveen.
Door de hogere ligging van het Bargerveen komt deze noordelijke
kade op ongeveer dezelfde hoogte te liggen als het Bargerveen, waardoor deze niet als kade zal worden beleefd en de beleving van het Bargerveen vanaf de kade wordt versterkt. Tussenkades liggen in het verlengde van kavelsloten uit het slagenlandschap of sluiten aan op bestaande (fiets) routes in het Bargerveen. Ze worden zo smal mogelijk gehouden om de waterrijke omgeving zo maximaal mogelijk te beleven, waarbij rekening wordt gehouden met minimale maatvoering vanuit waterveiligheid en duurzaam beheer. .
aan bij de verkavelingsrichting en -structuur van het slagenlandschap. Landtongen lopen in het verlengde van kavels door de bufferzone in, en smalle landstroken met houtsingels, struweel of riet liggen in het verlengde van de kavelsloten. Samenvattend gelden de volgende principes: • Kades met getrapte en flauwe taluds rondom • Tussenkades in verlengde van kavelsloten of bestaande routes in Bargeveen • Noordelijke oeverlijn rafelig • Zuidelijke oeverlijn in aansluiting kavelsloten en gestrekte verkaveling
Aan de binnenzijde van de bufferzone krijgen de kades flauwe en afwisselende taluds. De oeverlijn aan de noordzijde krijgt een grillig, rafelig verloop, wat aansluit bij de rafelige randen van de veenplassen in het Bargerveen. De oeverlijn aan de zuidzijde sluit juist
A’ A Figuur 30: Situering profiel 39
Gemotoriseerd verkeer Fietspad (max 2.5m) Fiets- wandelpromenade (3m) Struinpad (max 1 .0m)
Figuur 31: Ontwerpprincipe 5 40
Wandelpad (max 2.10 m)
5. Ontsluiting en routes De Europaweg is een doorgaande provinciale weg (N863) van Coevorden naar Duitsland. Samen met de Kerkenweg zijn dit de belangrijkste wegen in de omgeving van de bufferzone. De Stheemanstraat heeft voornamelijk een functie voor ontsluiting van de landbouwpercelen ten zuiden van het Bargerveen, het Bargerveen zelf en de NAM-locatie. Door de ontwikkeling van de bufferzone zal de Stheemanstraat, die ook een omleidingsfunctie heeft, verlegd worden naar de zuidzijde van de bufferzone (roze lijn in figuur 30). Dit borgt de functie als omleidingsroute en de ontsluiting van de landbouwpercelen. De Verlegde Stheemanstraat zal hier dienst gaan doen als ontsluiting van te realiseren parkeerplekken in de zuidelijke kade. Daarmee vormen de Verlegde Stheemanstraat en Kerkenweg de belangrijkste ontsluitingsmogelijkheden van de bufferzone voor gemotoriseerd verkeer. Parkeren vindt zo min mogelijk verspreid plaats. Er worden enkele parkeerkoffers in de zuidelijke kade gerealiseerd. Deze plekken zijn goed toegankelijk vanaf de Verlegde Stheemanstraat en ze worden eenduidig en zodanig vormgegeven dat verstoring van het landschapsbeeld vanuit de omgeving tot een minimum wordt beperkt. Gezien de verwachte parkeerbehoefte wordt in de zuidwesthoek een grotere parkeervoorziening gerealiseerd.
De parkeerplekken en de overgangen over de kade dienen zorgvuldig en ondergeschikt aan het landschap ontworpen te worden, zodat ze vanuit de
omgeving en vanuit de bufferzone niet of nauwelijks zichtbaar zijn en de landschaps- en natuurbeleving niet of nauwelijks beïnvloeden. In en rondom de bufferzone worden diverse fiets- en wandelroutes ontwikkeld die aansluiten op bestaande routes in de omgeving. De oranje lijn laat het nieuwe fietsnetwerk zien. Het fietspad ligt op de kades en fietsers hebben een eigen plek ten opzichte van andere gebruikers, uitgezonderd op de promenade rondom vak 4. Het fietspad over de noordelijke kade vormt geen doorgaande fietsroute.
Gemotoriseerd verkeer
(Kerkenweg en Verlegde Stheemanstraat met parkeerplaatsen binnen kade)
Verschillende soorten wandel- struin- en vlonderpaden worden aangelegd, afwisselend op of halverwege de kades, langs de oeverlijn, over landtongen of over het water. Hierdoor ontstaat een gevarieerd aanbod voor een divers publiek wandelaars. In de bufferzone wordt een onderscheid gemaakt in type paden en materialisatie. In het intensieve deel van de bufferzone worden goed toegankelijke (half )verharde wandel- en fietspaden aangelegd zodat dit deel van de bufferzone ook voor mindervaliden en kinderwagens goed toegankelijk is. Zie hiervoor ook hoofdstuk 6 punt 2 (routestructuren). Het extensieve deel van de buffer is voor wandelaars enkel toegankelijk via struin- en vlonderpaden. Er ligt echter wel een verhard fietspad, in aansluiting op een bestaande route in noordelijke richting.
Fietspaden
(fietspaden zijn max 2.5 m. breed en zijn (half )verhard)
Wandelpaden
(Wandel- en vlonderpaden zijn max 2.10 m. breed, struinpaden max 1.0 m.)
41
Intensieve bebouwing Figuur 32: Ontwerpprincipe 6 42
Extensieve bebouwing
6. Bebouwing De kenmerkende bebouwingstypologie in het gebied is de oostwest georiënteerde lintbebouwing langs de Europaweg. Incidenteel hebben in het ontginningenlandschap kleine bouwwerken gestaan. Dit werden ook wel Booën (ossenstallen) genoemd. De situering van bebouwing in de bufferzone sluit aan bij bovenstaande karakteristiek. De Verlegde Stheemanstraat vormt een nieuwe ‘ontginningslijn’, waarlangs bebouwing gesitueerd kan worden. Deze bebouwing staat in lijn met de noordzuid verkavelingsstructuur. Nabij de Kerkenweg, die samen met de Verlegde Steemanstraat de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer vormt, kan eveneens bebouwing ontwikkeld worden. De zuidwestzijde leent zich als het intensieve gedeelte nabij het dorp en entreegebied van zowel de bufferzone als het Bargerveen, voor ontwikkeling van een bebouwingsaccent. In het extensieve gedeelte aan de noord- en noordoostzijde van de bufferzone zijn kleinschalige vormen van bebouwing met een extensief gebruik en in lage dichtheid mogelijk, zijnde kleine zelfstandige eenheden. Deze zijn niet voor gemotoriseerd verkeer toegankelijk. Aan duurzaamheid en circulariteit wordt veel waarde gehecht. Voor alle toekomstige bouwwerken geldt dat deze voorzien in hun eigen energiebehoefte door bijvoorbeeld
toepassing van zonnepanelen. Bouwmateriaal dient zoveel mogelijk duurzaam (en ecologisch) verantwoord te zijn. Zie hiervoor ook punt 4 in hoofdstuk 6. Elk initiatief dient bovendien voorzien te zijn van een landschappelijk inpassingsplan. Gemalen en stuwen voorzien bij voorkeur ook in hun eigen energiebehoefte. Dat kan door kleinschalige opwek. Er wordt onderscheid gemaakt in bebouwingsvormen in de bufferzone:
twee
types
1. Intensieve bebouwing • Deze gebouwen liggen in de intensieve gebruikszone aan de zuid- en westzijde van de bufferzone • Ze geven invulling aan intensieve (recreatieve) functies • Toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer
• • • • •
Ligging in de extensieve gebruikszone Extensieve (recreatieve) functies Niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer Kleinschalig karakter Niet conflicterend met natuurwaarden
Bouwwerken die geen verblijfsfunctie hebben en ondersteunend zijn aan de landschaps- en natuurbeleving vallen ook onder extensieve bebouwing. Te denken valt aan een uitkijkpunt, vogelobservatiehut of schuilplek. • Niet conflicterend met natuurwaarden • Kleinschalig De locaties voor bebouwing in figuur 32 zijn indicatief. In het bestemmingsplan zijn niet alle locaties en functies voor bebouwing geregeld.*
2. Extensieve bebouwing Aan de noord- en noordoostzijde van de bufferzone is sprake van extensief medegebruik. Dit gebied is niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. Wél is er ruimte voor eventuele bebouwing. Deze zal qua maat en schaal ondergeschikt zijn aan bouwwerken in het zuidwestelijke deel van de bufferzone en qua materialisatie aansluiten bij het natuurlijke en extensieve karakter van het gebied. Bebouwing mag in geen geval conflicteren met de natuurwaarden. * Note: in het kader van het opgestelde Beeldkwaliteitsplan Buffer Zuid Bargerveen, d.d. september 2022, is deze zin toegevoegd
43
Water
Houtsingels
Aarden wallen
Muren
Schuttingen
Hekwerken
Figuur 33: Ontwerpprincipe 7 44
Struweel
7. Natuurlijke afscheidingen In de bufferzone wordt in aansluiting op het Bargerveen ingezet op natuurontwikkeling en natuurbeleving. De recreatieve en economische activiteiten die ontwikkeld gaan worden in het gebied, moeten zo natuurlijk mogelijk opgaan in hun omgeving. Dat stelt eisen aan de vormgeving van eventuele afscheidingen. Indien behoefte is aan een fysieke afscherming, dan dient deze op natuurlijke wijze vormgegeven te worden. Dus geen gebouwde erfscheiding zoals een schutting of hekwerk, maar gebruik makend van landschappelijke elementen zoals een watergang, aarden wal, houtsingel of struweel. Uitzondering hierop zijn verplaatsbare afscheidingen die nodig zijn bij beheer met schapen en/of runderen. Samenvattend geldt het volgende principe: • Indien behoefte is aan fysieke afscherming in de bufferzone, dan dient dit op een natuurlijke wijze vormgegeven te worden
45
Figuur 34: Schetsontwerp plankaart 46
47
48
06
Beeldkwaliteit openbare ruimte en bouwwerken
49
1.Sfeer en materialisatie Landschap- en natuurbeleving staan centraal in de bufferzone. Objecten en materialen die worden toegepast in de bufferzone dienen bij te dragen aan die beleving en de beleving van rust en ruimte. Er wordt voor de toe te passen materialen dan ook gekozen voor overwegend natuurlijke materialen en kleuren in de bufferzone. In algemene zin geldt dat er zo min mogelijk verhardingen in de buitenruimte moeten worden toegepast in het gebied. Keuze materialen en kleuren 1. Hout 2. Steen (uit de omgeving) 3. Halfverhardingen 4. Leem 5. Meubilair door recycling van boom(stammen) 6. Natuurlijke kleurtinten (bruin/grijs/zwart)
50
2. Routestructuren 1.
3.
2.
5.
2.
6.
Er zijn een aantal type paden van elkaar te onderscheiden in de bufferzone, namelijk: 1. Fietspaden (max 2.50m) 2. Wandelpaden (max 2.10m) 3. Fiets-wandel promenade (3.00m) 4. Struinpaden (max 1.00m) 5. Vlonderpaden (max 2.10m) 6. Beheerpaden (5.00m)
4.
5
4.
5.
In algemene zin geldt zo min mogelijk verharding. De materialisatie sluit aan bij de paden in het Bargerveen. De verharde fietspaden op de kaden (zie ontwerpprincipe 5) hebben een grijze/beige kleur. Materiaal is beton of gelijkend. Rondom vak 4 in het westelijk deel van de bufferzone wordt een promenade ingericht die goed toegankelijk is. Deze wordt uitgevoerd in een (half ) verharding met een grijs/ beige kleur, bijvoorbeeld in beton of Achterhoeks Padvast. De struinpaden zijn gemaaide paden of paden die door gebruik ontstaan (zie foto’s met nr 4). Daar waar paden door natte delen van de bufferzone lopen, worden deze uitgevoerd als vlonderpaden. Deze zijn van hout of gelijkende materialen en maximaal 2m breed. Ontwerpprincipe 5 (ontsluiting en routes) maakt inzichtelijk waar de verschillende typen paden in het gebied liggen.
51
1.
3. Inrichtingselementen (informatiepanelen, spel(aanleidingen), zitelementen, e.d.) De inrichtingselementen krijgen ook een natuurlijke uitstraling, in lijn met de algehele sfeer in de bufferzone. Bij de inrichtingselementen moet gedacht worden aan: 1. Zitmeubilair 2. Speelmeubiliair en spelaanleidingen 3. Informatievoorziening/ panelen 4. Afvalinzameling Materialen: Het voornaamste materiaal is hout. Dit is een duurzaam materiaal wat recyclebaar is.
2.
3. 52
4. Bouwwerken In de bufferzone is ruimte voor enkele economische initiatieven, die wellicht ook een gebouw nodig hebben. Dit gebouw dient goed aan te sluiten bij de sfeer en beleving zoals bij `sfeer en materialisatie´ beschreven. In nevenstaande afbeeldingen staan voorbeelden van gebouwen die passen binnen de beeldkwaliteit van de bufferzone. Voor bebouwing gelden de volgende vormeisen: • Materiaal is overwegend hout, glas, beton, leem • Passend binnen het natuurlijk kleurenpalet (zie ontwerpprincipe kleurgebruik) • Alzijdig gebouw • Zorgvuldige landschappelijke inpassing • Toepassing groene daken, zonnepanelen, duurzame bouwmaterialen, etc. Indien zonnepanelen, dan zorgvuldige inpassing, ter voorkoming beeldverstorende installaties/stellages en schittering • Indien afscheiding kavel gewenst, dan op natuurlijke wijze (zie ontwerpprincipe natuurlijke afscheidingen) • Maximale bouwhoogte afhankelijk van initiatief * Bij de Kerkenweg, wat gezien kan worden als hoofdentree van de bufferzone, is een hoofdaccent in bebouwing mogelijk. Hiervoor geldt: • Maximale bouwhoogte 10m t.o.v. omliggend maaiveld • Optioneel 1 accentkleur toevoegen * Note: in lijn met het opgestelde Beeldkwaliteitsplan Buffer Zuid Bargerveen, d.d. september 2022, is dit punt aangepast 53
5. Kleurgebruik De landschap- en natuurbeleving staat in dit gebied centraal. Om deze reden is ook gekozen om te werken met een overwegend natuurlijk kleurenpalet. Deze kleuren gelden zowel voor inrichtingselementen als bouwwerken.
54
de
paden,
55
56
07
Vervolgstappen
57
58
Vervolgstappen Deze Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit (HRK) heeft de ruimtelijke kaders geboden voor het schetsontwerp voor de bufferzone. Ook voor de verdere uitwerking tot definitief ontwerp dienen deze ruimtelijke kaders gehanteerd te worden.
Op het moment dat een nieuw initiatief zich aandient, dienen de HRK en initiatiefpaspoorten ter inspiratie. Deze zijn richtinggevend voor het nieuwe initiatief. Indien de initiatiefnemer het wenselijk acht een nieuw paspoort te maken voor zijn initiatief, dan dient hij deze voor te leggen aan het bevoegd gezag.
Daarnaast dient de HRK: 1. Ter inspiratie voor de markt en het geven van handvatten 2. Als communicatiemiddel richting de omgeving 3. Als toetsingskader om ingediende initiatieven te kunnen beoordelen
Uit de inzendingen uit de marktconsultatie en de Battle of Concepts zijn de meest interessante activiteiten geselecteerd. Deze zijn uitgewerkt in zogenaamde initiatiefpaspoorten, waarin meer specifieke kaders worden gesteld aan de realisatie van de betreffende activiteit. Dit zijn bijvoorbeeld de situering in de bufferzone, eisen die gesteld worden aan de landschappeljike inpassing, dichtheid, maatvoering, kleur- en materiaalgebruik. De HRK dient als basis voor de initiatiefpaspoorten, waarbij de initiatiefpaspoorten dus een nadere detaillering vormen met specifieke ontwerpprincipes en beeldkwaliteitseisen voor de ruimtelijke inpassing van de betreffende activiteit.
59
Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Buffer Zuid Bargerveen
60