CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.20 Bijlagen bij toelichting Effectberek grond- en oppvlaktewatermodel

Commissie Wonen en Ruimte 12 april 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Buffer zuid’, ‘MER Buffer zuid’ en ‘beeldkwaliteitsplan Buffer Zuid’ (voorstel: bespreken in combinatie met agendapunt 7C) (80708-2023)12.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

44

Projectgerelateerd

Figuur 5-4 Drooglegging GGOR 2008 winter

Figuur 5-5 Drooglegging GGOR 2021 winter

Figuur 5-6 verandering in drooglegging winter GGOR2021 t.o.v. GGOR2008

Voor de GGOR2008 is het zomerpeil gelijk aan het winterpeil. De drooglegging in de zomer is dan ook gelijk aan die in de winter. Voor de GGOR2021 is in Figuur 5-7 de drooglegging in de zomer 24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

45

Projectgerelateerd

weergegeven. In vergelijking met de wintersituatie is de drooglegging voor enkele peilgebieden lager, dit komt omdat er met hogere zomerpeilen wordt gewerkt. Dit is gebruikelijk omdat het in de zomer juist gewenst is om het uitzakken van grondwaterpeilen in de percelen zoveel mogelijk tegen te gaan.

Figuur 5-7 Drooglegging GGOR2021 zomer

In Figuur 5-8 is een verschilkaart gegeven tussen de drooglegging van GGOR2021 en GGOR2008 voor de zomersituatie. Doordat er in de GGOR2021 voor een groot deel van de peilgebieden wel met zomerpeil wordt gewerkt, is de drooglegging kleiner dan die in GGOR2008. De gele kleuren geven hier aan waar geen verschil is in drooglegging, de oranje/rode kleuren geven een toename van de drooglegging weer en de groen/blauwe kleuren een afname van de drooglegging.

Figuur 5-8 verandering in drooglegging zomer GGOR2021 t.o.v. GGOR2008

5.2.2

Grondwaterstanden

Er zijn twee effecten op de grondwaterstanden te onderscheiden: 1. De effecten van de toekomstige peilen (GGOR2020) in het landbouwgebied gecombineerde met de aanleg van de buffer ten opzichte van de huidige situatie. 2. Het verschil tussen de peilen die bij het GGOR 2008 en het GGOR 2021 worden voorgesteld.

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

46

Projectgerelateerd

5.2.2.1 GGOR2021 peilen gecombineerd met aanleg buffer De inrichting van het landbouwgebied wordt gelijktijdig met de inrichting van de Buffer Zuid gerealiseerd. Daarom zijn de veranderingen van de grondwaterstanden berekend met de nieuwe peilen in het landbouwgebied gecombineerd met de toekomstige hoge peilen in de buffer. In dit projectplan wordt alleen ingegaan op de effecten die te maken hebben met de herinrichting van het landbouwgebied. De inrichting van Buffer Zuid wordt uitgewerkt in het inrichtingsplan Buffer Zuid en is geen onderdeel van dit projectplan. Grondwaterstanden GGOR2021 In Figuur 5-9 (GHG), Figuur 5-10 (GLG) en Figuur 5-11 (GVG) zijn de berekende grondwaterstanden weergegeven voor de toekomstige situatie (GGOR2021). De toekomstige GHG bevindt zich in het oostelijk deel van het gebied op ca 0,2 tot 0,5 m-mv. Enkele delen zijn worden nog hoge grondwaterstanden tot aan maaiveld berekend tijdens zeer natte periodes. Meer naar het westen ligt de GHG voor het grootste gedeelte beneden de 0,8 m-mv. Aan de zuidelijke rand, langs de Europaweg, ligt de GHG dieper onder maaiveld. De GLG wordt vooral beïnvloed door de drogere periodes. De GLG bevindt zicht tussen de 0,8 m-mv en ter plaatse van de hogere delen meer dan 2 meter beneden maaiveld.

Ook in de GLG is een duidelijk verschil te zien tussen oost en west, met de diepere grondwaterstanden in het westen van het GGOR gebied. De GVG geeft een vergelijkbaar beeld. De diepste grondwaterstanden bevinden zich in het westen van het gebied. De GVG bevindt zich in het oosten van het gebied tussen de 0,2 en 0,5 m-mv. In het westen ligt de GVG grofweg tussen de 0,5 en 1 m-mv.

Figuur 5-9 GHG GGOR2021

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

47

Projectgerelateerd

Figuur 5-10 GLG GGOR2021

Figuur 5-11 GVG GGOR2021

Verandering grondwaterstanden ten opzichte van huidige situatie In Figuur 5-12, Figuur 5-13 en Figuur 5-14 zijn de verschilkaarten van de GHG, GLG en GVG ten opzichte van de huidige situatie weergegeven. Het algemene beeld laat zien dat de optredende grondwaterstanden in de winter ten opzichte van de huidige situatie worden verlaagd in het landbouwgebied. Doordat er sprake is van wateraanvoer en hogere zomerpeilen ten opzichte van de huidige situatie zakken de grondwaterstanden in de zomer minder diep weg in delen van het landbouwgebied. Door de peilverlaging in de natte winterperiode is er geen sprake van uitstraling van negatieve effecten naar de bebouwing van Nieuw-Schoonebeek. Omdat de peilverlaging gelijktijdig wordt uitgevoerd met het instellen van peilen in de Buffer Zuid stijgt onder het Bargerveen de stijghoogte, waarmee een positieve bijdrage wordt geleverd aan de ecologische ontwikkeling van het hoogveen. De GHG wordt ten opzichte van de huidige situatie voor het landbouwgebied 0,25 tot lokaal 1 m dieper. In natte tijden vindt er daarmee een verlaging plaats van de grondwaterstanden en wordt het droger. Dit komt doordat de GGOR2021 peilen voor het grootste gedeelte lager zijn dan de huidige peilen.

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

48

Projectgerelateerd

Figuur 5-12 Berekende verandering van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ten opzichte van de huidige situatie. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden)

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

49

Projectgerelateerd

Figuur 5-13 Berekende verandering van de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) ten opzichte van de huidige situatie. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden)

De verandering van de GLG laat zowel vernatting als verdroging zien. Doordat lokaal het zomerpeil wordt verhoogd en wateraanvoer naar het landbouwgebied mogelijk wordt gemaakt, zakken in de zomer de peilen minder ver weg. Dit leidt tot een de verhoging van de GLG van 0,1 tot 0,5 m in delen van het landbouwgebied. In het oosten van het GGOR2021 gebied en het zuidwesten zijn ook verlagingen van de GLG te zien. Het effect van de peilverlaging ten opzichte van het huidige peil hier van grotere invloed is dan de aanvoer die mogelijk wordt gemaakt.

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

50

Projectgerelateerd

Figuur 5-14 Berekende verandering van de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG) ten opzichte van de huidige situatie. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden)

Het verschil in voorjaarsgrondwaterstand (GVG) is ten opzichte van de huidige situatie voor het landbouwgebied 0,25 tot lokaal 1 m dieper. De grootste verlaging van de grondwaterstanden treedt in het meest westelijk en oostelijk deel op.

5.2.2.2 Verschil GGOR2008 – GGOR 2021 De geactualiseerde streefpeilen betreffen zoals in paragraaf 2.2 beschreven, een wijziging ten opzichte van de GGOR2008 streefpeilen. Bij de geactualiseerde peilen wordt vastgehouden aan de drooglegging van één meter in 90% van een peilvak. Om in de zomer beter om te kunnen gaan met droogte worden in een aantal peilvakken zomerpeilen voorgesteld met een drooglegging kleiner dan één meter. Grondwaterstanden GGOR 2008 De berekende grondwaterstanden weergegeven met de peilen zoals deze zijn bepaald in het GGOR 2008 gecombineerd met de toekomstige hoge peilen in de buffer staan weergegeven in Figuur 5-15 (GHG), Figuur 5-16 (GLG) en Figuur 5-17.Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. (GVG). De GHG bevindt zich in het oostelijk deel van het gebied op ca 0,2 tot 0,5 m-mv. Enkele delen worden nog hoge grondwaterstanden tot aan maaiveld berekend tijdens zeer natte periodes. Meer naar het westen ligt de GHG voor het grootste gedeelte beneden de 0,8 m-mv. Aan de zuidelijke rand, langs de Europaweg, ligt de GHG dieper onder maaiveld. De GLG wordt vooral beïnvloed door de drogere periodes. De GLG bevindt zicht tussen de 0,8 m-mv en ter plaatse van de hogere delen meer dan 2 meter beneden maaiveld. Ook in de GLG is een duidelijk

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

51

Projectgerelateerd

verschil te zien tussen oost en west, met de diepere grondwaterstanden in het westen van het GGOR gebied. De GVG geeft een vergelijkbaar beeld. De diepste grondwaterstanden bevinden zich in het westen van het gebied. De GVG bevindt zich in het oosten van het gebied tussen de 0,2 en 0,5 m-mv. In het westen ligt de GVG grofweg tussen de 0,5 en 1 m-mv.

Figuur 5-15 GHG GGOR2008

Figuur 5-16 GLG GGOR2008

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

52

Projectgerelateerd

Figuur 5-17 GVG GGOR2008

Verandering grondwaterstanden ten opzichte van GGOR2008 Figuur 5-18, Figuur 5-19 en Figuur 5-20 en tonen de effecten van de verandering in GGOR peilen in GHG, GVG en GLG. De GHG treedt op in de winter, de GVG in het voorjaar de GLG in de zomer. In algemene zin geldt dat de verschillen direct te relateren zijn aan de peilwijzigingen en vooral optreden binnen de grenzen van de nieuwe peilvakken en een verschil in wateraanvoer. In het GGOR2021 wordt voorzien in wateraanvoer naar alle peilvakken.In het GGOR 2008 was dit niet het geval voor de peilvakken P,L, K en Q. Er is geen sprake van uitstraling van negatieve effecten naar de bebouwing van NieuwSchoonebeek of het Bargerveen. In Tabel 5-1 is per peilgebied beschreven wat de verschillen zijn tussen de GGOR 2021 en de GGOR2008 situatie. Tabel 5-1 Omschrijving verschillen grondwaterstanden GGOR2021 vs. GGOR2008

Peilvak

Omschrijving verschillen GHG en GLG GGOR2021 vs. GGOR2008

O

Voor het zuidelijke gedeelte is er geen verschil in GHG, voor het noordwestelijke gedeelte geldt dat zowel de GHG als GLG tot wel 1 meter lager wordt. Het effect is vooral te relateren aan het verleggen van de peilvakgrens en daarmee een peilaanpassing in dit deel van het peilvak

P

De GHG en GLG worden hier ca. 10 tot 25 cm hoger. Dit effect is waarschijnlijk vooral aan de wateraanvoer toe te kennen, die nu mogelijk wordt gemaakt voor de percelen in dit peilvak.

N1

De grondwaterstanden in dit peilvak stijgen. De GHG wordt hier ca. 5 tot 25 cm hoger en de GLG 10 tot 25 cm. Zowel het winter als het zomerpeil wordt hier verhoogd.

N

In het zuiden van dit peilvak ten Nieuw-Schoonebeek wordt de GHG tot 25 cm verlaagd, het overig deel blijft de GHG ongewijzigd. In het noordelijk deel van het peilvak stijgt de GLG als gevolg van een verhoging van het zomerpeil hier.

Q

De GHG wordt hier tot 5 cm hoger en de GLG tot 10 cm. Dit effect is waarschijnlijk vooral aan de wateraanvoer toe te kennen, die nu ook mogelijk wordt gemaakt voor de hoger gelegen percelen.

M

Er is hier nauwelijks verschil in GHG. Voor de GLG is het effect 5 tot 10 cm omdat in het peilgebied een hoger zomerpeil wordt voorgesteld.

L

De GHG wordt hier variërend over het peilvak 5 tot 25 cm hoger en vooral de GLG wordt dekkend over het peilvak tot 25 cm hoger. Dit effect is waarschijnlijk vooral aan de

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

53

Projectgerelateerd

wateraanvoer toe te kennen, die nu ook mogelijk wordt gemaakt voor de hoger gelegen percelen.

K

In het zuiden wordt de GHG tot 25 cm hoger, in het noorden wordt de GHG tot 10 cm lager. Vooral de GLG wordt dekkend over het peilvak tot 25 cm hoger. Dit effect is waarschijnlijk vooral aan de wateraanvoer toe te kennen, die nu ook mogelijk wordt gemaakt voor de hoger gelegen percelen.

F

In het noorden komt de GHG op 2locaties tot 50 cm lager te liggen. Het effect is vooral te relateren aan het verleggen van de peilvakgrens en daarmee een peilaanpassing in dit deel van het peilvak. Voor de rest van het peilvak is er nauwelijks verschil. . Voor de GLG is het effect 5 tot 10 cm omdat in het peilgebied een hoger zomerpeil wordt voorgesteld.

H

De GHG en GLG verlaagt hier 5 tot 25 cm als gevolg van een peilverlaging.

G

Er is hier nauwelijks verschil in GHG en GLG

E

De GHG en GLG wordt hier ca. 10 tot 25 cm hoger.

C

In het noordwesten verlaagt de GHG en GLG tot 10 cm. In het zuiden en oosten worden de GLG en GHG tot 50 cm hoger, dus natter en lokaal zlefs nog 75 cm. Tegen de grens met peilvak A verlaagt de GHG tot 50 cm en de GLG tot 25 cm door peilaanpassing van een watergang op de grens.

A

Tegen de grens met peilvak C verlaagt de GHG tot 50 cm en GLG tot 25 cm. In de overige delen is de verandering in GHG tot 10 cm droger en de GLG juist weer natter door hoger zomerpeil.

B1

Door het veranderen van de peilen wordt de GHG en GLG tot 10 cm hoger

De GHG wijzigt alleen op die plaatsen waar het peil of de peilgrens is aangepast. In (delen van) peilvakken in het westelijk deel en in het oostelijk deel van het gebied zijn de grondwaterstanden in de winter lager door een verlaging van het GGOR-peil. Verspreid over het gebied zijn er ook een aantal peilvakken waar een verhoging van de GHG optreedt. Deze is te relateren aan een hoger winterpeil en of het effect van een hoger zomerpeil in combinatie met wateraanvoer. De peilen zakken minder ver uit en werken door in de verhoging van de GHG. De verandering in GLG is over het algemeen iets groter dan de verandering in GHG. Dit komt omdat ten opzichte van het GGOR2008 in een aantal peilvakken nu een (hoger) zomerpeil wordt voorgesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de middelste peilvakken (peilvak M en F). Doordat bij het GGOR2021 nu ook voor de hogere delen wateraanvoer mogelijk wordt gemaakt stijgt in een aantal peilvakken (peilvak P, L, K en Q) de GLG wat ook doorwerkt in een lichte stijging van de GHG. Het grondwaterpeil zakt in de zomer niet zo ver uit dit veroorzaakt een verhoging in de GLG. Peilgebieden waar zowel het winter als zomerpeil (deels) is verlaagd leidt ook tot een verlaging van de GLG.

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

54

Projectgerelateerd

Figuur 5-18 Verandering in GHG GGOR2021 t.o.v. GGOR2008. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden). In blauwe letters zijn de peilvakcodes weergegeven.

Figuur 5-19 Verandering in GLG GGOR2021 t.o.v. GGOR2008. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden). In blauwe letters zijn de peilvakcodes weergegeven.

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

55

Projectgerelateerd

Figuur 5-20 Verandering in GVG GGOR2021 t.o.v. GGOR2008. De rode kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden). In blauwe letters zijn de peilvakcodes weergegeven.

De GVG zit tussen de effecten van de GHG en GLG in. Peilverlagingen en -verhogingen zijn duidelijk terug te zien en ook het effect van wateraanvoer.

24-5-2022

BE3102-MI-RP-220524-1258

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=31cce1c4-08b4-4e90-b651-7e5b84f2db36