3.2 Regels WV
Tekst van het document
Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
4 4 6
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen Water Waarde - Archeologie 4
7 7 10 12
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels
16 16 17 19
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht Artikel 10 Slotregel
20 20 21
2
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Regels
3
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen met identificatienummer NL.IMRO.0114.2021050-B701 van de gemeente Emmen; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
ander bouwwerk:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.6
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7
bestaand:
bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 1.8
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.9
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.10
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.11
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.12
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect, met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.13
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
4
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
1.14
kunstobject:
bouwwerk van artistieke aard; 1.15
kunstwerk:
bouwwerk van civieltechnische aard; 1.16
landschappelijke waarde:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak (geomorfologisch, hydrologisch, ecologisch, cultuurhistorisch en landschappelijk-esthetisch); 1.17
natuurlijke waarden:
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.18
nutsvoorziening:
voorzieningen ten dienste van openbaar en semi-openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, telefooncentrales, telecommunicatie, alarmeringsystemen, riolering, rioolgemalen, waterzuivering, de levering van elektriciteit, gas, water en warmte, voorzieningen voor de waterhuishouding en naar aard van nutsvoorzieningen of daarmee gelijk te stellen overige voorzieningen; 1.19
peil:
het peil overeenkomstig de bouwverordening, danwel indien geen peil overeenkomstig de bouwverordening is vast te stellen, de hoogte van het afgewerkte bouwterrein, indien in of op het water wordt gebouwd, dan het Normaal Amsterdams Peil of een ander plaatselijk waterpeil aan te houden; 1.20
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen ten dienste van de waterhuishouding waaronder wadi's, waterlopen, waterpartijen, watergangen, dammen, sluizen, duikers, retentiebekkens en vijvers; 1.21
werk:
een werk, geen gebouw of bouwwerk zijnde.
5
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.2
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
6
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; b. agrarische doeleinden; c. extensief recreatief medegebruik; d. behoud en herstel van watergangen; e. een gemaal ter plaatse van de aanduiding 'gemaal'; met bijbehorende: f. andere bouwwerken; g. fiets- en voetpaden; h. toegangswegen in- en uitritten; i. groenvoorzieningen; j. nutsvoorzieningen, kunstwerken en waterhuishoudkundige voorzieningen; 3.2
Bouwregels
3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden opgericht, met uitzondering van gemalen waarbij de volgende regels gelden: 1. een gemaal is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gemaal'; 2. de oppervlakte bedraagt maximaal 50 m 2 ; 3. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 meter. 3.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf-en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter bedragen; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, mag maximaal 3 meter bedragen; c. mestopslagen en sleufsilo's zijn niet toegestaan; d. spoel- en wasinstallaties ten behoeve van bollenteelt zijn niet toegestaan. 3.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen (gebruik langer dan 6 maanden per jaar); b. het aanleggen van paardenbakken; c. de aanleg van bufferzones ten behoeve van natuurontwikkeling. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 7
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
a. het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen van de bodem; b. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; c. het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 100 m 2 ; d. het aanleggen, verbreden, verdiepen, en dempen van sloten, wijken en andere wateren; e. het aanbrengen of verwijderen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies; f. het bebossen van gronden, met een oppervlakte van meer dan 1 hectare; g. het realiseren van een terrein voor boomteelt, fruitteelt op verhoogde stellingen of fruit op laagstam of hoogstam, met een oppervlakte van meer dan 1 hectare; h. het rooien van bos, bomen, boomgaard, houtwal of singel. 3.4.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in artikel 3.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; b. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning. 3.4.3 Combinaties Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit in zijn geheel in de beoordeling betrokken.
3.4.4 Toetsingscriteria Bij de afweging omtrent verlening van de vergunning wordt de landschappelijke waarde, zoals weergegeven in Bijlage 1 De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap betrokken. 3.4.5 Voorwaarden De in artikel 3.4.1 bedoelde vergunning wordt niet verleend indien het werk of de werkzaamheid plaatsvindt met het oog op het ontwikkelen of versterken van natuurwaarden in een nieuw natuurgebied en door de uitvoering op directe of indirecte wijze aantoonbare afbreuk wordt of zou worden gedaan aan de agrarische bedrijfsvoering op aangrenzende of nabijgelegen percelen, dan wel aantoonbare schade of nadeel aan nabijgelegen agrarische bedrijven en/of de landbouwfunctie wordt of zou worden gedaan. 3.4.6 Weigering De in artikel 3.4.1 bedoelde vergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken, of werkzaamheden de waarden van een gebied zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de vergunning kan worden voorkomen. 3.5
Wijzigingsbevoegdheid
3.5.1 Bevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen: a. voor het wijzigen van de bestemming naar de bestemming 'Natuur - Bos', 'Natuur Veengebieden en Beekdalen' of 'Water', waarbij de volgende bepalingen gelden; 1. de ontwikkeling bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van het Natuurnetwerk
8
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Nederland (NNN); 2. de uitbreiding is passend binnen de landschappelijke structuur; 3. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. b. voor de realisatie van leidingen met de dubbelbestemming 'Leiding - Gas', waarbij de volgende bepalingen gelden; 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 3. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 3.5.2 Afwegingen a. De wijziging dient het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan te tasten. b. In de afweging omtrent toepassing van de in 3.5.1 opgenomen wijzigingsbevoegdheden worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 1 De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap. Deze bijlage wordt betrokken bij de onder b genoemde afweging voor wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d.
Voorzover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. e. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden.
9
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Artikel 4 4.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; c. waterhuishoudkundige voorzieningen; d. oevers en beplanting; e. erftoegangswegen, dammen en taluds; f. voorzieningen ten behoeve van de bediening van kunstwerken; met bijbehorende: g. andere bouwwerken; h. overige kunstwerken en waterwerken; i. nutsvoorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden opgericht. 4.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen andere bouwwerken worden opgericht, mits deze de waterhuishouding niet belemmeren; b. de bouwhoogte van terreinafscheidingen langs de openbare weg mag maximaal 1 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag maximaal 3 meter bedragen; d. de oppervlakte van andere bouwwerken mag maximaal 15m2 bedragen. 4.3
Nadere eisen
4.3.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. cultuurhistorie; d. verkeersveiligheid; e. sociale veiligheid; f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; g. milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. 4.4
Afwijken van de bouwregels
4.4.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 4.2.1 onder a en toestaan dat gebouwen ten behoeve van beheer en onderhoud worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden; 1. de oppervlakte van een gebouw bedraagt maximaal 50 m 2 ;
10
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
2. de bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal 3,5 meter. b. artikel 4.2.1 onder a en toestaan dat gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden; 1. de oppervlakte van een gebouw bedraagt maximaal 30 m 2 ; 2. de bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal 5 meter. c. artikel 4.2.2 onder b en toestaan dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen langs de openbare weg maximaal 2 meter mag bedragen. 4.4.2 Afweging a. De toepassing van de in artikel 4.4.1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de in de bestemming begrepen doeleinden en van omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. b. In de afweging omtrent verlening van afwijking dient in ieder geval rekening te worden gehouden met belangen uit agrarisch, ruimtelijk, landschappelijk, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch, milieuhygiënisch, archeologisch en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 1 De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap.
Deze bijlage wordt betrokken bij de onder b genoemde afweging voor wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. e. Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken.
11
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. terreinen van middelhoge of hoge archeologische verwachtingen; b. bescherming en veiligstelling van de vastgestelde archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 4', legt een rapport over waarin de archeologische waarde, van het terrein dat mogelijk zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. 5.2.2 Afwegingskader omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in 5.2.1 blijkt dat: a. er geen archeologische waarden (meer) zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften. 5.2.3 Voorwaarden omgevingsvergunning In de situatie als bedoeld in het 5.2.2 onder b, kunnen Burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden 'in situ' in de bodem kunnen worden behouden, waardoor archeologische waarden 'ex situ', door middel van onderzoek worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. In de voorschriften wordt geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken; d. de verplichting tot het doen van een melding bij de archeologische deskundige van de gemeente indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. 5.2.4 Uitzondering onderzoeksplicht Artikel 5.2.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 1000 m 2 , waarbij het gaat om een totaal aan te verstoren bodemoppervlak binnen een plangebied of bouwvlak van een samenhangend project dat niet opgedeeld kan worden in deeluitwerkingen; c. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter; d.
bouwwerken indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet 12
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
onevenredig worden geschaad. 5.2.5 Herleving onderzoeksplicht Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven zoals bedoeld in artikel 5.2.1, waaraan voorschriften zijn verbonden zoals bedoeld in artikel 5.2.3, zijn artikel 5.2.4 sub b en c niet van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag mogelijk zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. Artikel 5.2.2 en 5.2.3 zijn van overeenkomstige toepassing. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Vergunningplicht werken en werkzaamheden Ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. bodemingrepen met een totale oppervlakte van meer dan 1000 m 2 en dieper dan 30 centimeter; b.
het planten of rooien van bomen of gewassen waar bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem over een totale oppervlakte van meer dan 1.000 m 2 en dieper dan 30 centimeter zal worden geroerd; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur over een totale oppervlakte van meer dan 1.000 m 2 en dieper dan 30 centimeter. 5.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het verbod als bedoeld in artikel 5.3.1 is niet van toepassing op: a. werken en/of werkzaamheden die drainage betreffen; b. werken en/of werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; c. bodemingrepen tot een diepte van ten hoogste 30 centimeter; d. bodemingrepen met een totale oppervlakte tot ten hoogste 1000 m 2 ; e. niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (niet-kerend woelen) tot ten hoogste 10 centimeter onder de bouwvoor (de zogenaamde woellaag); f. werken en/of werkzaamheden die al in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; g. werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; h. werken en/of werkzaamheden die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; i.
werken en/of werkzaamheden, indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad en het bevoegd gezag heeft geoordeeld dat er geen archeologische waarden (meer) zijn te verwachten of kunnen worden geschaad. 5.3.3 Combinaties Voor zover voor meerdere werken en / of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken.
13
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
5.3.4 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein is vastgesteld. Hiervoor wordt standaard een archeologisch bureauonderzoek met verkennend booronderzoek (van 6 boringen per hectare) gevraagd. Alvorens tot onderzoek over te gaan kan de archeologische deskundige advies worden gevraagd omtrent de noodzaak tot onderzoek en de wijze van onderzoek. Indien deze schriftelijk heeft verklaard dat een onderzoek niet noodzakelijk is, vervalt de verplichting tot onderzoek. De onderzoeksplicht vervalt ook voor die gebieden waar al een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en uit dit onderzoek is gebleken dat er geen archeologische waarden aanwezig waren. 5.3.5 Afwegingskader omgevingsvergunning De in artikel 5.3.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend als: a. de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van Burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. er geen archeologische waarden (meer) zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c.
schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; d. de archeologische deskundige van het bevoegd gezag aan Burgemeester en wethouders positief heeft geadviseerd omtrent het uitvoeren van de omgevingsvergunning. 5.3.6 Voorwaarden omgevingsvergunning Voor zover de in artikel 5.3.1 genoemde bodemingrepen, dan wel de gevolgen van deze bodemingrepen, kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning alleen worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden 'in situ' in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, waardoor archeologische waarden 'ex situ', door middel van onderzoek worden behouden; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. In de voorschriften wordt geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken; d.
de verplichting tot het doen van een melding bij de archeologische deskundige van de gemeente indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. 5.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen en: a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' te wijzigen of geheel of gedeeltelijk doen vervallen, indien op basis van een archeologisch onderzoek is aangetoond dat in de desbetreffende gronden geen archeologische waarden meer aanwezig zijn; b. aan gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' alsnog de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2' of 'Waarde -
14
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Archeologie 3' toe te kennen, indien een archeologisch onderzoek dit, gelet op de ter plaatse aanwezige waarden, rechtvaardigt; c. de oppervlaktes en/of dieptes als genoemd in artikel 'Waarde - Archeologie 4' te veranderen en/of desgewenst een extra aanduiding hiervoor op te nemen, indien dat op basis van nader verkregen archeologische kennis noodzakelijk en/of mogelijk is.
15
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
16
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Artikel 7 7.1
Algemene aanduidingsregels
milieuzone - hydrologisch aandachtsgebied
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - hydrologisch aandachtsgebied' zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de waterhuishouding van het natuurgebied Bargerveen. 7.1.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het wijzigen van het waterpeil en/of het aanleggen van drainage; 2. het graven en/of dempen van sloten; 3. het bebossen van gronden; 4. het realiseren van een terrein voor boomteelt of fruitteelt. b. Het verbod als bedoeld in artikel 7.1.1 onder a is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: 1. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; 2. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning. c. Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit in zijn geheel in de beoordeling betrokken. d.
Bij de afweging omtrent verlening van de vergunning wordt de landschappelijke waarde, zoals weergegeven in Bijlage 1 De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap betrokken. e. De in artikel 7.1.1 onder a bedoelde vergunning wordt niet verleend indien het werk of de werkzaamheid plaatsvindt met het oog op het ontwikkelen of versterken van natuurwaarden in een nieuw natuurgebied en door de uitvoering op directe of indirecte wijze aantoonbare afbreuk wordt of zou worden gedaan aan de agrarische bedrijfsvoering op aangrenzende of nabijgelegen percelen, dan wel aantoonbare schade of nadeel aan nabijgelegen agrarische bedrijven en/of de landbouwfunctie wordt of zou worden gedaan. f. De in artikel 7.1.1 onder a bedoelde vergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken, of werkzaamheden de waarden van een gebied zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de vergunning kan worden voorkomen. g. De in artikel 7.1.1 onder a bedoelde vergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer blijkt dat uitvoeren van het werk van negatieve invloed is op de waterhuishouding van natuurgebied Bargerveen. 7.1.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: a.
de aanduiding 'milieuzone - hydrologisch aandachtsgebied' wordt gewijzigd of verwijderd indien daartoe als gevolg van wijziging in gebruik, regelgeving of vergunningverlening aanleiding toe bestaat; b. de wijziging dient het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan te tasten; c. in de afweging omtrent toepassing van de in artikel 7.1.2 onder a opgenomen wijzigingsbevoegdheden worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de
17
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. d. de aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 1 De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap. Deze bijlage wordt betrokken bij de in artikel 7.1.2 onder c genoemde afweging voor wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie; e. voorzover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken; f. indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden. 7.2
wetgevingzone - wijzigingsgebied 1
7.2.1 Bevoegdheid a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, in die zin dat de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' ten behoeve van de aanleg van leidingen wordt gewijzigd in de bestemming 'Leiding - NAM leiding (boven- en ondergronds)', waarbij de volgende bepalingen gelden: 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. de uitbreiding is passend binnen de landschappelijke structuur; 3. voldaan wordt aan milieu- en externe veiligheidswetgeving; 4. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, in die zin dat aan de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' een specifieke aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - erftoegangsweg NAM' wordt toegekend ten behoeve van de aanleg van NAM wegen, waarbij de volgende bepalingen gelden: 1. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 2. de weg is passend binnen de landschappelijke structuur; 3. er is geen sprake van onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 7.2.2 Afwegingen a. De wijziging dient het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan te tasten. b.
In de afweging omtrent toepassing van de in 7.2.1 en opgenomen wijzigingsbevoegdheden worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: de woonsituatie, de stedenbouwkundige structuur, het landschap, archeologie, cultuurhistorie, verkeersveiligheid, (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, natuur, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 1 De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap. Deze bijlage wordt betrokken bij de onder b genoemde afweging voor wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. d. Voorzover voor meerdere activiteiten een wijziging benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken. e. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de functiewijziging niet plaatsvinden.
18
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Bevoegdheid
Indien niet op grond van andere bepalingen in deze regels kan worden afgeweken, kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de regels door: a. het afwijken van de voorgeschreven maten, oppervlaktes, afmetingen, afstanden en percentages met maximaal 10%; b. het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten behoeve van het op het openbaar net aangesloten nutsvoorzieningen, telecommunicatieverkeer, openbaar vervoer of het wegverkeer, kunstobjecten en wat betreft omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen, met dien verstande dat: 1. de goothoogte van een gebouw maximaal 3 meter mag bedragen; 2. de oppervlakte van een gebouw maximaal 50 m 2 mag bedragen; 3. de bouwhoogte van een ander bouwwerk maximaal 10 meter mag bedragen; c. het oprichten van veiligheidsfakkels ten behoeve van de gaswinning met een bouwhoogte van maximaal 30 meter en een hekwerk met een bouwhoogte van maximaal 2 meter; d. het toestaan van geringe afwijkingen, welke in het belang van zijn een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in de situering maximaal 3 meter bedraagt; e.
het toestaan van in geringe mate, doch maximaal 5 meter afwijken van een bestemmingsgrens, voor zover zulks noodzakelijk en/of wenselijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen; f. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te vergroten en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt verhoogd tot niet meer dan 10 meter; g. het oprichten van andere bouwwerken met uitzondering van windturbines/-molens, met een bouwhoogte van maximaal 25 meter met dien verstande dat als het gaat om antennes naar het oordeel van burgemeester en wethouders de noodzaak daartoe voldoende is aangetoond. 8.2
Afweging
De toepassing van de in artikel 8.1 genoemde afwijkingen zijn beperkt tot die gevallen, waarbij het functioneren van de in de bestemming begrepen doeleinden en van omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om af te wijken van het bestemmingsplan worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, het functioneren van het watersysteem en de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend.
19
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Artikel 9
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
9.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 9.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Lid 9.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregel van dat plan. 9.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het lid 9.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 9.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
20
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)
Artikel 10 10.1
Slotregel
Citeertitel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen.
21