CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.11 Bijlagen bij toelichting Archeologisch vooronderzoek september 2021

Commissie Wonen en Ruimte 12 april 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Buffer zuid’, ‘MER Buffer zuid’ en ‘beeldkwaliteitsplan Buffer Zuid’ (voorstel: bespreken in combinatie met agendapunt 7C) (80708-2023)54.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

RAAP-RAPPORT 5296

Plangebied Buffer Zuid nabij NieuwSchoonebeek Gemeente Emmen Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 23-09-2021

Projectcode: EMNIS2 Bestandsnaam: RAAPrap_5296_EMNIS2_20210923

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed- of afkeuring van het rapport.

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van Royal HaskoningDHV B.V. heeft RAAP in mei en juni 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek in de gemeente Emmen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Het plangebied waarin een waterbuffer ten behoeve van het Bargerveen zal worden aangelegd, ligt ten noorden van Nieuw-Schoonebeek en Middendorp en direct ten zuiden van het Bargerveen en omvat circa 200 ha. Circa 101 ha van het plangebied waar ingrepen plaats gaan vinden die dieper reiken dan 0,3 m –mv valt op basis van de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Emmen in een zone met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Dit deel van het plangebied vormde het onderzoeksgebied van onderhavig onderzoek. Op basis van de resultaten van het verkennende booronderzoek kan de archeologische verwachting voor grote delen van het onderzoeksgebied vanwege de verstoring van de bodem of vanwege de lage en natte ligging van het (dek)zand worden bijgesteld naar een lage verwachting. Alleen voor de gekleurde zones op kaartbijlage 5 blijft een middelhoge tot hoge verwachting bestaan: Donkergeel: aaneengesloten zone met (deels) intacte podzolbodem.

Voor deze zone geldt een hoge archeologische verwachting voor zowel het vondstenniveau als het sporenniveau. Lichtblauw: in deze percelen zijn in één of meer boringen intacte podzolbodems aangeboord maar ze zijn niet geheel onderzocht vanwege de ligging in een zone met een lage verwachting op de gemeentelijke beleidsadvieskaart. De kans is echter groot dat ook deze delen van het perceel intacte podzolbodems voorkomen aangezien grondverbetering vaak is toegepast op perceelsniveau. Donkerrood en lichtrood: in deze zone bevindt zich een dekzandrug op de overgang naar een lager gelegen natte zone het zuidoosten van het gebied. Tijdens het booronderzoek en ook in het verleden tijdens eerdere onderzoeken zijn hier vele vuurstenen artefacten aangetroffen op het maaiveld. Een duidelijk signaal dat het vondsniveau hier in ieder geval grotendeels verstoord is. Dat beeld wordt door de boringen bevestigd, alhoewel er enkele boringen zijn die nog een intacte B-horizont laten zien. Op de rug is de aanleg van een kleine sleuf ten behoeve van een olie-exportleiding archeologisch begeleid. In de C-horizont zijn destijds geen dieper ingegraven sporen gezien. De aanwezigheid van bewoning op de rug is echter onomstotelijk bevestigd door de vele vondsten. Ook sporen zoals haardkuilen zullen zich hier op de dekzandrug bevinden.

De vraag is of het dekzand dermate diep verstoord is dat sporen helemaal niet meer aanwezig zullen zijn. De archeologische verwachting voor het vondstenniveau is voor deze zones laag. Voor het sporenniveau is deze middelhoog. Indien zich er nog sporen bevinden, hebben deze een zeer hoge informatiewaarde ter aanvulling op de reeds aangetroffen artefacten die niet meer in situ liggen. Paars: dit betreft de cirkelvormige depressie met een diepte van 4,3 m en een intact organisch pakket van ruim 2 meter. Vanwege de verstoring van de top van het pakket wordt aan de vulling een middelhoge in plaats van een hoge paleo-ecologische waarde toegekend. Op kaartbijlage 5 wordt weergegeven welk type vervolgonderzoek wordt geadviseerd voor de verschillende verwachtingszones en vanaf welke diepte ten opzichte van NAP ze noodzakelijk worden geacht: Donkergeel (circa 5 ha): aaneengesloten zone met (deels) intacte podzolbodem. Voor deze zone wordt

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[3]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

karterend booronderzoek met megaboringen met een boordichtheid van 20 boringen per ha aanbevolen bij ingrepen dieper dan 16,6 m +NAP (dit is inclusief een beschermende buffer van 0,3 m). De opgeboorde top van het dekzand (t/m de B-horizont) dient de worden gezeefd over een zeef met een maaswijdte van maximaal 3 mm. Het zeefresidu wordt macroscopisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals vuurstenen artefacten, houtskool en aardewerk. Lichtblauw (circa 4,4 ha): perceel met mogelijk intacte podzolbodem. Voor deze zones wordt geadviseerd om bij ingrepen die dieper reiken dan 16,6 m +NAP (dit is inclusief een beschermende buffer van 0,3 m) een verkennend booronderzoek uit te voeren met een boordichtheid van 6 boringen per ha. Donkerrood (circa 1,9 ha) en lichtrood (6,8 ha): dit betreft de dekzandrug waarop aan het maaiveld diverse vuursteenvindplaatsen zijn aangetroffen. De top van het dekzand is grotendeels verstoord. Mogelijk is ook het sporenniveau niet meer intact aanwezig.

Vanwege de hoge informatiewaarde die eventuele sporen in situ hebben met betrekking tot de eerder aangetroffen vondsten wordt geadviseerd, indien ingrepen dieper reiken dan 16,8 m +NAP, om in eerste instantie binnen de vondstzones van onderhavig onderzoek (donkerrood) proefsleuven te graven om na te gaan of grondsporen in het dekzand aanwezig zijn of dat er zelfs nog delen zijn waar sprake is van een intact vondstniveau (proefsleuvenonderzoek trap 1). Indien in deze donkerrode zones met intacte archeologische resten worden aangetroffen, wordt geadviseerd ook in de lichtrode zones proefsleuvenonderzoek uit te voeren (proefsleuvenonderzoek trap 2) indien ingrepen dieper reiken dan 16,8 m +NAP. Paars (circa 1,8 ha): cirkelvormige depressie met organische vulling. Hiervoor wordt aanbevolen om bij ingrepen dieper dan 14,3 m +NAP (dit is inclusief een beschermende buffer van 0,3 m) bemonstering van de intacte organische vulling uit te voeren met behulp van pollenbakken uit een profielwand in een gegraven sleuf, aan te leggen bij het deel van de depressie met het dikste pakket organisch materiaal. De aanleg van het profiel geschiedt dan op aanwijzingen van een archeoloog met aantoonbare detailkennis van veenprofielen. Het profiel met daarin de pollenbakken moet worden gefotografeerd, getekend en beschreven.

Als de aanleg van een profiel niet mogelijk is, is bemonstering middels boringen een optie. Aan de pollenbakken of boorkernen dient paleo-ecologisch onderzoek plaats te vinden. Voor de rest van het onderzoeksgebied wordt vanwege de lage archeologische verwachting geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). In de rest van het plangebied, buiten de voor de geplande werkzaamheden onderzochte zones (het onderzoeksgebied), heeft nog geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Mochten hier (in de toekomst) wel bodemingrepen plaatsvinden die dieper reiken dan de vrijstellingsgrens van 0,3 m -mv, dan dient ook hier in eerste instantie voorafgaand een verkennend booronderzoek uitgevoerd te worden.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[4]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ................................................................................................................... 10 1.3 Doel- en vraagstelling ........................................................................................................................ 10

2 Archeologische verwachting ........................................................................................................... 11 3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 12 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 12 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 13 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 20

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 22 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 22 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 23 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 24 4.4 Selectiebesluit ................................................................................................................................... 24

Literatuur .......................................................................................................................................... 26 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 27

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[5]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Royal HaskoningDHV B.V. heeft RAAP in mei en juni 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek in de gemeente Emmen (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.

Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[6]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het plangebied waarin een waterbuffer ten behoeve van het Bargerveen zal worden aangelegd, ligt ten noorden van Nieuw-Schoonebeek en Middendorp en direct ten zuiden van het Bargerveen en omvat circa 200 ha. Hier zal grond worden ontgraven om een waterbuffer te creëren. De in lichtblauw aangegeven zone op figuur 2 betreft de zone waarin bodemingrepen plaatsvinden die dieper reiken dan 0,3 m -mv (129 ha). Het grootste deel van de ontgravingen zal tot maximaal 1,5 -mv reiken. Lokaal zal tot 2,5 m -mv worden ontgraven. Op basis van de ontwerptekeningen bevindt 101 ha van het ontgravingsgebied zich in een zone met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting op basis van de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Emmen. Deze verwachting is in het bestemmingsplan (Buitengebied Emmen; NL.IMRO.0114.2009072-0710) met een dubbelbestemming Waarde Archeologie 4 verankerd. De ingrepen overschrijden de vrijstellingsgrenzen van 1000 m 2 en 30 cm diepte die voor de dubbelbestemming gelden.

Dit gebied (101 ha) wordt het onderzoeksgebied genoemd (donkerblauw gearceerd op figuur 2 en figuur 3). Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en ter goedkeuring aan de bevoegde overheid voorgelegd. Dit PvA is goedgekeurd (d.d. 27-05-2021). Dit PvA diende als uitgangspunt voor het onderzoek. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[7]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 2. Plan- en onderzoeksgebied geprojecteerd op recente topografie.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[8]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 3. Plan- en onderzoeksgebied geprojecteerd op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart (2013).

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[9]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

Royal HaskoningDHV B.V.

Bevoegde overheid

Gemeente Emmen

Plaats

Nieuw-Schoonebeek

Gemeente

Emmen

Provincie

Drenthe

Centrumcoördinaten (X/Y)

265562 / 519713

Toponiem

nvt

Kadastrale gegevens

nvt

Oppervlakte plangebied

200 hectare

Afbakening plangebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het deel van het plangebied onderzocht waar dieper dan 0,3 m -mv wordt ontgraven binnen een zone met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting op de archeologische beleidskaart van de gemeente Emmen; dit wordt het onderzoeksgebied genoemd (101 ha).

Onderzoeksperiode

juni 2021

Uitvoerder

RAAP Noord

Projectleider Projectmedewerkers RAAP-projectcode

EMNIS2

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

5071201100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Noord te Drachten en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling Het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) heeft als doel de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in kaart te brengen, evenals eventuele bodemverstoringen. Het onderzoek heeft niet tot doel eventuele archeologische vindplaatsen in kaart te brengen. Dit neemt niet weg dat er archeologische resten kunnen worden aangetroffen tijdens het veldwerk. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: 1.

Is de bodemopbouw in het onderzoeksgebied zodanig intact dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

2.

Dient op basis van het verkennend onderzoek de archeologische verwachting in (delen van) het onderzoeksgebied te worden bijgesteld?

3. 4.

In welke mate reiken de geplande bodemingrepen tot in het archeologisch niveau (dekzand)? Is in het onderzoeksgebied vervolgonderzoek noodzakelijk en welke methoden zouden hierbij kunnen worden ingezet? Op welke manier dient bij eventuele graafwerkzaamheden met archeologische waarden te worden omgegaan?

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[10]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Archeologische verwachting Voor het plangebied is in 2017 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Van Beek, 2017). Hierin is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: In het plangebied zijn archeologische resten te verwachten daterend van voor de veenvorming. De verwachting is dat veenvorming in het Neolithicum op gang kwam, maar dat pas in de Bronstijd sprake is van overvening van het dekzand, waardoor het gebied niet meer aantrekkelijk was voor permanente bewoning. Pas in de 19e eeuw wordt het gebied weer in gebruik genomen. De verwachting voor de prehistorische periode (Bronstijd en vroeger) is gebaseerd op de geïnventariseerde archeologische en landschappelijke gegevens. Voor de archeologische gegevens is gebruik gemaakt van Archis en voor de landschappelijke gegevens is gebruik gemaakt van de bodemkaart van Kiestra (2003). Deze heeft een schaal van 1:10.000 en is daarmee nauwkeurig genoeg om op perceelsniveau een uitspraak te doen over de archeologische verwachting. De bodemkaart van Kiestra is onderverdeeld in Veengronden, Dalgronden en Overige gronden. In het plangebied komen enkel Bovenveengronden en Dalgronden voor (veengronden waarvan de bovengrond deels is afgegraven door veenontginning). In alle gevallen betreft het veengronden (Vlierveengronden) of moerige gronden.

De moerige gronden liggen overal in het plangebied op dekzand waarin een podzolbodem is gevormd. De Vlierveengronden liggen ook op dekzand. In een groot aantal gevallen waar dit dekzand binnen 1,2 m -mv ligt, is een podzol aanwezig. Podzolgronden zijn kenmerkend voor de hogere en drogere delen van het (voormalige) dekzandlandschap waar bodemvorming plaats kon vinden. Ze waren, in de tijden dat ze nog niet overveend waren, zeer geschikt voor bewoning en andere activiteiten. Een intacte podzolbodem bestaat van boven naar beneden uit een A-horizont (accumulatielaag), een E-horizont (uitspoelingslaag), een B-horizont (inspoelingslaag), een BC-horizont (overgangslaag) en een C-horizont (onveranderd moedermateriaal). Op basis van bodemkaarten en historische kaarten is het archeologisch relevante niveau, de top van het dekzand, niet op grote schaal verstoord geraakt (door bijvoorbeeld veenontginningen). Van enkele percelen is bekend dat dit wel het geval is. Aan alle gronden op dekzand met een podzol is een hogemiddelhoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit de periode Steentijd tot Bronstijd toegekend. Aan de gronden op dekzand zonder podzol of de veengronden met dekzand dieper dan 1,2 m -mv is een lage verwachting toegekend.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[11]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van het door de bevoegde overheid goedgekeurde PvA (Jans, 2021). Het veldonderzoek is uitgevoerd tussen 26 mei en 21 juni 2021. Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het onderzoeksgebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus.

Figuur 4. Boorpuntenkaart.

In het onderzoeksgebied zijn 602 boringen verricht in een verspringend grid van 40 bij 50 m in noordzuid georiënteerde raaien, overeenkomend met een boordichtheid van 6 boringen per hectare (figuur 4: overzicht en kaartbijlagen 1 t/m 3: inclusief boornummers). De nummering van de boringen loopt door tot 607, maar vijf geplande boringen konden niet worden gezet vanwege de aanwezigheid van een keileemdepot in het noordwesten van het onderzoeksgebied.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[12]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

In het oostelijke deel van het onderzoeksgebied is een aantal boringen iets verschoven ten opzichte van het geplande grid vanwege de aanwezigheid van een olie-exportleiding van de NAM. Er is geboord tot gemiddeld 1,5 m en maximaal 4,5 m -mv met een gutsboor (diameter 2 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3; zie bijlage 2) en met behulp van RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van RTK-GPS.| Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).

3.2 Resultaten 3.2.1

Veldwaarnemingen

De percelen in het onderzoeksgebied zijn voornamelijk in gebruik als akker. Bij de start van het veldwerk waren de meeste akkerpercelen net ingezaaid en was de vondstzichtbaarheid nog goed. In de loop van het project werd de vondstzichtbaarheid minder door de aanwezigheid van inmiddels grote gewassen. De vondstzichtbaarheid in de graslandpercelen is slecht. Tijdens het booronderzoek zijn in twee zones binnen het onderzoeksgebied oppervlaktevondsten gedaan. Het gaat om in totaal 39 vuurstenen artefacten. Deze vindplaatsen worden in paragraaf 3.2.2 en 3.2.3 nader beschreven. In het maaiveld zijn grote verschillen in hoogte te zien tussen de verschillende percelen; een eerste indicatie dat het veen in het onderzoeksgebied niet overal in dezelfde mate is afgegraven en dat in de percelen verschillende grondbewerkingen hebben plaatsgevonden. Het feit dat er per perceel weinig reliëf te zien was in een gebied waar wel veel natuurlijk reliëf te verwachten is, duidt erop dat delen van percelen zullen zijn opgehoogd, afgegraven en/of geëgaliseerd. De maaiveldhoogte varieert tussen 15 en 18 m +NAP.

3.2.2

Laagopeenvolging

Het is gezien de omvang en doelstelling van het verkennende booronderzoek niet zinvol alle individuele boringen te bespreken. De resultaten van het onderzoek worden daarom eerst gepresenteerd in de vorm van een globale karakteristiek van de laagopeenvolging binnen het onderzoeksgebied. Daarna zal gedetailleerd worden ingegaan op de archeologisch relevante zones hierin. Globale beschrijving laagopeenvolging De laagopeenvolging (lithologie) en interpretatie (lithogenese) van de bodem wordt van boven naar beneden beschreven. De toplaag bestaat in het gehele onderzoeksgebied uit een bouwvoor op een pakket recent verstoorde grond. De dikte van dit pakket (inclusief bouwvoor) varieert van 0,2 tot 2,85 m maar is overwegend tussen 0,75 en 1,5 m dik. Het pakket bestaat wisselend uit zand met zand- en/of veenbrokken en uit veen met zand- en/of veenbrokken. De kleur van de zandbrokken binnen de verstoorde laag in grote delen van het onderzoeksgebied (vaak bruin, grijs, geel) laat zien dat ze afkomstig zijn uit een verstoorde podzolbodem. Een lokale loonwerker gaf tijdens het veldwerk aan dat in dit gebied grootschalige grondverbetering heeft plaatsgevonden met behulp van graafmachines. Dat verklaart de vaak diepe verstoring van het bodemprofiel. Onder de bouwvoor/recent verstoorde laag is in 82 boringen (figuur 5) nog intact veen aanwezig. Dit

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[13]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

pakket varieert in dikte van 0,07 m tot 1,45 m en het bestaat overwegend uit mineraalarm mosveen (hoogveen) met aan de basis soms een zandig, vaak amorf veen of gyttja op de overgang naar het onderliggende pleistocene zand. Ter plaatse van de boringen 195, 196 en 209 t/m 214 is eveneens een pakket intact organisch materiaal aanwezig met een dikte tot maximaal 2,1 m. Hier is sprake van een cirkelvormige depressie in het (dek)zandlandschap. Deze locatie zal hieronder nader besproken worden.

Figuur 5. Boringen met intact veen.

Onder het veen en in de overige boringen direct onder de bouwvoor/recent verstoorde laag bevindt zich in het grootste deel van het onderzoeksgebied pleistoceen dekzand (geel op kaartbijlage 4). In een aantal boringen in het oosten van het onderzoeksgebied is de top van het dekzand verspoeld (lichtgroen op kaartbijlage 4). In een aantal gevallen is de zandige ondergrond geschaard onder de noemer ‘pleistoceen zand’ omdat niet met zekerheid kon worden bepaald of het (verspoeld) dekzand betrof of dat het pleistocene zand op een andere manier (niet eolisch maar bijvoorbeeld fluviatiel) in deze delen van het onderzoeksgebied is afgezet. Tenslotte is in 62 boringen de laagopeenvolging verstoord tot in het keizand/keileem (blauw op kaartbijlage 4). Twee boringen (boringen 125 en 353) konden vanwege de aanwezigheid van een steen in de verstoorde laag niet worden doorgezet tot in de (pleistocene) ondergrond.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[14]

Zones met intact dekzand In grote delen van het onderzoeksgebied is in het dekzand geen podzolbodem aanwezig en is alleen sprake van lichtgrijs tot bruingeel zand. In de oorspronkelijk lager gelegen delen van het dekzandlandschap heeft zich door de nattere omstandigheden geen (podzol)bodem in het dekzand gevormd (lichtgrijs tot bruingeel zand) en/of is de top van het dekzand verspoeld (overwegend bruingrijs zand met humusvlekken en soms plantenresten). In de rest van het onderzoeksgebied zal de top van het dekzand, getuige de ‘podzolbrokken’ in de bovenliggende verstoorde laag, verstoord zijn tot diep in de C-horizont (en een enkele keer tot in de BC-horizont). In slechts 29 boringen binnen het onderzoeksgebied is een nog (grotendeels) intacte podzolbodem aangetroffen (figuur 6, figuur 7 en figuur 8). In boringen 11, 44, 68, 69, 288, 294, 300, 302, 303, 305 en 306 is een volledige podzolbodem aanwezig, inclusief een A- of AE-horizont. In de boringen 110, 185, 287, 290, 307, 323 en 602 is de E-horizont nog grotendeels intact en in de boringen 8, 63, 127, 289, 292, 380, 496, 511, 519 en 535 is een (restant van de) B-horizont nog aanwezig. De top van het (dek)zand bevindt zich (met uitzondering van de cirkelvormige depressie in het zuidwesten van het onderzoeksgebied) op een diepte variërend van 0,2 tot 2,85 m -mv (13,28 tot 16,81 m +NAP).

De diepteligging van het dekzand ten opzichte van NAP op de locaties waar nog een (deels) intacte podzolbodem aanwezig is, wordt bij de betreffende boringen in onderstaande figuren weergegeven.

Figuur 6. Boringen met (deels) intacte podzolbodem (A-, E-, B-horizont) in het westelijke deel van het onderzoeksgebied, inclusief boornummer en diepte top dekzand in meters +NAP.

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 7. Boringen met (deels) intacte podzolbodem (A-, E-, B-horizont) in het centrale deel van het onderzoeksgebied, inclusief boornummer en diepte top dekzand in meters +NAP.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[16]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 8. Boringen met (deels) intacte podzolbodem (A-, E-, B-horizont) in het oostelijke deel van het onderzoeksgebied, inclusief boornummer en diepte top dekzand in meters +NAP.

Vuursteenvindplaatsen In het oostelijke deel van het onderzoeksgebied zijn in twee zones (figuur 9) meerdere vuurstenen artefacten aangetroffen op het maaiveld 1. Deze vondsten zijn verzameld (zie ook tabel 2). Het gaat in zone 1 om een ongelijkbenige driehoek (smal), twee klingen, vijf afslagen, drie verbrande afslagen, twee kernen en 2 brokken; totaal 15 artefacten. De ongelijkbenige driehoek heeft een datering in het Mesolithicum (mogelijk Midden-Mesolithicum), de overige vondsten uit deze zone kunnen niet nauwkeuriger worden gedateerd dan in de periode Laat-Paleolithicum t/m Bronstijd. In zone 2 zijn vier klingen (waarvan één met retouche en één gebruikte), 16 afslagen, twee kernen, één verbrande brok en één potlid gevonden; totaal 24 artefacten. In deze zone zijn geen chronologisch dateerbare werktuigen aangetroffen waardoor de vondsten niet nauwkeuriger gedateerd kunnen worden dan in de periode Laat-Paleolithicum t/m Bronstijd. De vondsten zijn gedaan op een dekzandrug op de overgang naar een laaggelegen zone aan de zuidoostzijde van het onderzoeksgebied. De top van de podzolbodem ter hoogte van de beide zones met oppervlaktevondsten is grotendeels verstoord tot in de C-horizont. In enkele boringen is nog een Bhorizont aanwezig (afgebeeld op figuur 9). Op de rug zijn in het verleden al meerdere vuurstenen artefacten gevonden (figuur 9 en figuur 10).

Het gaat om zeven mesolithische artefacten (ARCHIS zaakidnr. 3027661100), een onbekend aantal 1

Determinatie drs. P van der Kroft en drs. H.W . Veenstra

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[17]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

vuurstenen artefacten uit het Laat-Paleolithicum/Mesolithicum (ARCHIS zaakidnr. 3027694100) en vondsten die gedaan zijn tijdens booronderzoek en een archeologische begeleiding ten behoeve van de aanleg van de olie-exportleiding van de NAM (ARCHIS zaakidnrs. 2184702100 en 2245752100; Veenstra & Ten Anscher, 2008 en Van Hoof e.a., 2014). De meeste vondsten uit deze onderzoeken zijn eveneens oppervlaktevondsten die duiden op een waarschijnlijke datering van die vindplaats in het Mesolithicum. Tijdens de begeleiding is in de werkput (990 m 2 ) één vondst in het dekzand aangetroffen. Het gaat om een Svaerdborgspits uit het Laat-Mesolithicum. Grondsporen zijn tijdens de begeleiding van dit gedeelte van de sleuf van de olie-exportleiding niet aangetroffen.

Figuur 9. Zones met oppervlaktevondsten.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[18]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 10. Oostelijke deel van het onderzoeksgebied geprojecteerd op het AHN3, inclusief eerdere oppervlaktevondsten en nummers van de zones met oppervlaktevondsten uit onderhavig onderzoek (1 en 2).

Cirkelvormige depressie In het zuidwesten van het onderzoeksgebied (figuur 11) is in de boringen 195, 196 en 209 t/m 214 onder de recent verstoorde (veen)laag een intact pakket organisch materiaal met een dikte van maximaal 2,1 m (boring 211) aangetroffen. Het intacte organische materiaal bestaat uit een mineraalarme detritusgyttja die overgaat in een zandige detritusgyttja en zandige gyttja. Op dit intacte pakket bevindt zich nog een dik pakket verstoord veen (maximaal 2 m dik; boring 210) waarvan niet met zekerheid te zeggen is of dit materiaal in de depressie hoort of bijvoorbeeld later is ingeschoven. De depressie is het diepst ter hoogte van boring 210. Hier reikt het organische materiaal tot een diepte van maximaal 4,27 m -mv (11,02 m +NAP). Onder het organische materiaal is pleistoceen zand aangeboord. Of de cirkelvormige depressie een pingoruïne betreft, is niet met zekerheid te zeggen. In ieder geval kan de relatief diep reikende organische vulling een schat aan informatie bevatten over de landschappelijke, paleohydrologische en paleo-ecologische ontwikkeling van de regio rond NieuwSchoonebeek over (mogelijkerwijs) een groot deel van het Holoceen.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[19]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 11. Cirkelvormige depressie met organische vulling tot 4,3 m -mv.

3.2.3

Archeologische indicatoren

In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Alleen op het maaiveld in het oostelijke deel van het onderzoeksgebied zijn in twee zones meerdere vuurstenen artefacten gevonden. De vondsten worden na oplevering van de rapportage gemeld in ARCHIS.

Nummer

Indicator

Aantal

Datering

Omschrijving

Horizont (m -mv)

1

vuursteen

15

Laat-Paleolithicum t/m Bronstijd (waarvan één artefact met zekerheid uit het Mesolithicum)

Zie paragraaf 3.2.2

Maaiveld; oppervlaktevondst

2

vuursteen

24

Laat-Paleolithicum t/m Bronstijd

Zie paragraaf 3.2.2

Maaiveld; oppervlaktevondst

Tabel 2. Overzicht van de archeologische indicatoren aangetroffen in het onderzoeksgebied.

3.3 Archeologische relevantie De aangetroffen vondsten (nu en tijdens eerdere onderzoeken) op een dekzandrug in het onderzoeksgebied geven aan dat het dekzandlandschap in het onderzoeksgebied in de periode LaatPaleolithicum t/m Bronstijd bewoond is geweest. Het zwaartepunt van de aangetroffen vondsten lijkt in het Mesolithicum te liggen. De ruime spreiding van vondsten op de rug laat eveneens zien dat er

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[20]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

waarschijnlijk sprake is van vele kampementjes in het van oorsprong reliëfrijke gebied op de overgang naar het beekdal van het Schoonebeekerdiep. De afdekkende veenlaag die vanaf het Neolilthicum is gevormd, heeft in eerste instantie voor een goede conservering van archeologische resten gezorgd. Het booronderzoek heeft echter laten zien dat het veen en vaak ook het oorspronkelijke vondstenniveau, de top van het dekzand (de bovenste horizonten van de podzolbodem), grootschalig is vergraven. In grote delen van het onderzoeksgebied zijn slechts sporadisch intacte podzolbodems aangetroffen. De verstoringen reiken vaak zo diep tot in de C-horizont dat vermoedelijk ook het sporenniveau meestal niet meer intact zal zijn. Alleen in het centrale deel van het onderzoeksgebied is een min of meer aaneengesloten zone met een intacte podzolbodem aanwezig (donkergeel op kaartbijlage 5). De podzolbodem wordt in deze zone deels nog afgedekt door een veenlaag. Hier kunnen nog intacte archeologische resten worden verwacht. In de delen van het onderzoeksgebied waar zich vanwege de lage ligging van het (dek)zand geen bodem heeft ontwikkeld, is de kans klein dat zich er archeologische vindplaatsen bevinden.

In het zuidwestelijke deel van het onderzoeksgebied bevindt zich een diepe cirkelvormige depressie met een ruim 2 m dik intact organisch pakket waarin een schat aan informatie over de landschappelijke, paleohydrologische en paleo-ecologische ontwikkeling van de regio rond Nieuw-Schoonebeek over (mogelijkerwijs) een groot deel van het Holoceen besloten kan liggen.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[21]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: 1.

Is de bodemopbouw in het onderzoeksgebied zodanig intact dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is? Slechts in een klein deel van het onderzoeksgebied is een aaneengesloten zone met een (deels) intacte podzolbodem aangetroffen. Hier is zowel het vondstenniveau als het sporenniveau nog intact aanwezig. In de rest van het onderzoeksgebied is de bodem overwegend verstoord tot diep in de C-horizont. Vermoedelijk is hier ook het sporenniveau grotendeels verstoord, maar de aanwezigheid van dieper ingegraven sporen zoals haardkuilen is hier niet geheel uit te sluiten. Dat geldt in het bijzonder voor de dekzandrug in het oosten van het onderzoeksgebied vanwege het grote aantal oppervlaktevondsten dat hier is aangetroffen. Soms is de laagopeenvolging verstoord tot in het keizand/keileem of er heeft zich vanwege de lagere en nattere ligging van het (dek)zand geen bodem gevormd. Hier worden geen archeologische resten verwacht.

2.

Dient op basis van het verkennend onderzoek de archeologische verwachting in (delen van) het onderzoeksgebied te worden bijgesteld? Voor grote delen van het onderzoeksgebied kan de archeologische verwachting vanwege de verstoring van de bodem of vanwege de lage en natte ligging van het (dek)zand worden bijgesteld naar een lage verwachting. Alleen voor de gekleurde zones op kaartbijlage 5 blijft een middelhoge tot hoge verwachting bestaan: Donkergeel: aaneengesloten zone met (deels) intacte podzolbodem. Voor deze zone geldt een hoge archeologische verwachting voor zowel het vondstenniveau als het sporenniveau. Lichtblauw: in deze percelen zijn in één of meer boringen intacte podzolbodems aangeboord maar ze zijn niet geheel onderzocht vanwege de ligging in een zone met een lage verwachting op de gemeentelijke beleidsadvieskaart. De kans is echter groot dat ook deze delen van het perceel intacte podzolbodems voorkomen aangezien grondverbetering vaak is toegepast op perceelsniveau. Donkerrood en lichtrood: in deze zone bevindt zich een dekzandrug op de overgang naar een lager gelegen natte zone het zuidoosten van het gebied. Tijdens het booronderzoek en ook in het verleden tijdens eerdere onderzoeken zijn hier vele vuurstenen artefacten aangetroffen op het maaiveld. Een duidelijk signaal dat het vondsniveau hier in ieder geval grotendeels verstoord is.

Dat beeld wordt door de boringen bevestigd, alhoewel er enkele boringen zijn die nog een intacte B-horizont laten zien. Op de rug is de aanleg van een kleine sleuf ten behoeve van een olieexportleiding archeologisch begeleid. In de C-horizont zijn destijds geen dieper ingegraven sporen gezien. De aanwezigheid van bewoning op de rug is echter onomstotelijk bevestigd door de vele vondsten. Ook sporen zoals haardkuilen zullen zich hier op de dekzandrug bevinden. De vraag is of het dekzand dermate diep verstoord is dat sporen helemaal niet meer aanwezig zullen zijn. De archeologische verwachting voor het vondstenniveau is voor deze zones laag. Voor het sporenniveau is deze middelhoog. Indien zich er nog sporen bevinden, hebben deze een zeer hoge

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[22]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

informatiewaarde ter aanvulling op de reeds aangetroffen artefacten die niet meer in situ liggen. Paars: dit betreft de cirkelvormige depressie met een diepte van 4,3 m en een intact organisch pakket van ruim 2 meter. Vanwege de verstoring van de top van het pakket wordt aan de vulling een middelhoge in plaats van een hoge paleo-ecologische waarde toegekend. 3.

In welke mate reiken de geplande bodemingrepen tot in het archeologisch niveau (dekzand)? Ingrepen die in de donkergele en vermoedelijk ook in de lichtblauwe zones dieper reiken dan 16,3 m +NAP zullen het archeologisch relevante niveau, de top van het dekzand (intacte podzolbodem), bedreigen. Ingrepen die in de donkerrode en lichtrode zones dieper reiken dan 16,8 m +NAP zullen het archeologisch relevante niveau, de top van het dekzand (overwegend C-horizont; sporenniveau), bedreigen. Ingrepen die ter plaatse van de cirkelvormige depressie dieper reiken dan 14 m +NAP zullen de intacte organische vulling bedreigen.

4.

Is in het onderzoeksgebied vervolgonderzoek noodzakelijk en welke methoden zouden hierbij kunnen worden ingezet? Op welke manier dient bij eventuele graafwerkzaamheden met archeologische waarden te worden omgegaan? Zie paragraaf 4.2.

4.2 Advies Op kaartbijlage 5 wordt weergegeven welk type vervolgonderzoek wordt geadviseerd voor de verschillende verwachtingszones en vanaf welke diepte ten opzichte van NAP ze noodzakelijk worden geacht: Donkergeel (circa 5 ha): aaneengesloten zone met (deels) intacte podzolbodem. Voor deze zone wordt karterend booronderzoek met megaboringen met een boordichtheid van 20 boringen per ha aanbevolen bij ingrepen dieper dan 16,6 m +NAP (dit is inclusief een beschermende buffer van 0,3 m). De opgeboorde top van het dekzand (t/m de B-horizont) dient de worden gezeefd over een zeef met een maaswijdte van maximaal 3 mm. Het zeefresidu wordt macroscopisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals vuurstenen artefacten, houtskool en aardewerk. Lichtblauw (circa 4,4 ha): perceel met mogelijk intacte podzolbodem. Voor deze zones wordt geadviseerd om bij ingrepen die dieper reiken dan 16,6 m +NAP (dit is inclusief een beschermende buffer van 0,3 m) een verkennend booronderzoek uit te voeren met een boordichtheid van 6 boringen per ha. Donkerrood (circa 1,9 ha) en lichtrood (6,8 ha): dit betreft de dekzandrug waarop aan het maaiveld diverse vuursteenvindplaatsen zijn aangetroffen. De top van het dekzand is grotendeels verstoord. Mogelijk is ook het sporenniveau niet meer intact aanwezig.

Vanwege de hoge informatiewaarde die eventuele sporen in situ hebben met betrekking tot de eerder aangetroffen vondsten wordt geadviseerd, indien ingrepen dieper reiken dan 16,8 m +NAP, om in eerste instantie binnen de vondstzones van onderhavig onderzoek (donkerrood) proefsleuven te graven om na te gaan of grondsporen in het dekzand aanwezig zijn of dat er zelfs nog delen zijn waar sprake is van een intact vondstniveau (proefsleuvenonderzoek trap 1). Indien in deze donkerrode zones met intacte archeologische resten worden aangetroffen, wordt geadviseerd ook in de lichtrode zones proefsleuvenonderzoek uit te voeren (proefsleuvenonderzoek trap 2) indien ingrepen dieper reiken dan 16,8 m +NAP.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[23]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Paars (circa 1,8 ha): cirkelvormige depressie met organische vulling. Hiervoor wordt aanbevolen om bij ingrepen dieper dan 14,3 m +NAP (dit is inclusief een beschermende buffer van 0,3 m) bemonstering van de intacte organische vulling uit te voeren met behulp van pollenbakken uit een profielwand in een gegraven sleuf, aan te leggen bij het deel van de depressie met het dikste pakket organisch materiaal. De aanleg van het profiel geschiedt dan op aanwijzingen van een archeoloog met aantoonbare detailkennis van veenprofielen. Het profiel met daarin de pollenbakken moet worden gefotografeerd, getekend en beschreven. Als de aanleg van een profiel niet mogelijk is, is bemonstering middels boringen een optie. Aan de pollenbakken of boorkernen dient paleo-ecologisch onderzoek plaats te vinden. Voor de rest van het onderzoeksgebied wordt vanwege de lage archeologische verwachting geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

In de rest van het plangebied, buiten de voor de geplande werkzaamheden onderzochte zones (het onderzoeksgebied), heeft nog geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Mochten hier (in de toekomst) wel bodemingrepen plaatsvinden die dieper reiken dan de vrijstellingsgrens van 0,3 m -mv, dan dient ook hier in eerste instantie voorafgaand een verkennend booronderzoek uitgevoerd te worden.

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Emmen, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

4.4 Selectiebesluit De gemeentelijk archeoloog van de gemeente Emmen, mevrouw C. Verschoor, de bevindingen en het advies te onderschrijven met uitzondering van één zone rondom de boringen 68 en 69. Hiervoor geeft zij aan dat ook hier karterend booronderzoek dient te worden uitgevoerd, aangezien het een aaneengesloten zone met een intacte podzolbodem is. Karterend onderzoek is noodzakelijk bij ingrepen die dieper reiken dan 15,8 m +NAP (dit is inclusief een beschermende buffer van 0,3 m). Deze aanvullende locatie wordt weergegeven op de advieskaart (kaartbijlage 5) en op een uitsnede van de advieskaart op onderstaande figuur 12.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[24]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 12. Aanvulling advieskaart.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[25]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Literatuur Beek, J.L. van, 2017. Plangebied Bufferzone Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-notitie 5756. RAAP, Weesp. Hoof, B.I., T.J. ten Anscher & P. van der Kroft, 2014. Plangebied olieveld Schoonebeek, gemeenten Emmen en Coevorden; archeologisch onderzoek: een aanvullend inventariserend onderzoek, begeleidingen, opgraving en overzicht van al het archeologisch onderzoek in het kader van de herontwikkeling van het olieveld. RAAP-rapport 2536. Weesp. Jans, J.E.A., 2021. Plan van Aanpak verkennend booronderzoek plangebied Buffer Zuid nabij NieuwSchoonebeek, gemeente Emmen. RAAP, Weesp. Kiestra, E., 2003. Bodemkundig-hydrologisch onderzoek voor de waardebepaling van de gronden in het herinrichtingsgebied Schoonebeek. Alterra-rapport 686. Alterra, Research Instituut voor de Groene Ruimte, Wageningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Veenstra, H.W. & T.J. ten Anscher. 2008. Plangebied Olieveld Schoonebeek, gemeenten Emmen en Coevorden; Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (waterafvoerleiding, olie-exportleiding en infield-tracés). RAAP-rapport 1728. Weesp.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[26]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

6

Figuur 2. Plan- en onderzoeksgebied geprojecteerd op recente topografie.

8

Figuur 3. Plan- en onderzoeksgebied geprojecteerd op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart (2013).

9

Figuur 4. Boorpuntenkaart.

12

Figuur 5. Boringen met intact veen.

14

Figuur 6. Boringen met (deels) intacte podzolbodem (A-, E-, B-horizont) in het westelijke deel van het onderzoeksgebied, inclusief boornummer en diepte top dekzand in meters +NAP.

15

Figuur 7. Boringen met (deels) intacte podzolbodem (A-, E-, B-horizont) in het centrale deel van het onderzoeksgebied, inclusief boornummer en diepte top dekzand in meters +NAP.

16

Figuur 8. Boringen met (deels) intacte podzolbodem (A-, E-, B-horizont) in het oostelijke deel van het onderzoeksgebied, inclusief boornummer en diepte top dekzand in meters +NAP.

17

Figuur 9. Zones met oppervlaktevondsten.

18

Figuur 10. Oostelijke deel van het onderzoeksgebied geprojecteerd op het AHN3, inclusief eerdere oppervlaktevondsten en nummers van de zones met oppervlaktevondsten uit onderhavig onderzoek (1 en 2). Cirkelvormige depressie In het zuidwesten van het onderzoeksgebied (figuur 11) is in de boringen 195, 196 en 209 t/m 214 onder de recent verstoorde (veen)laag een intact pakket organisch materiaal met een dikte van maximaal 2,1 m (boring 211) aangetroffen. Het intacte organische materiaal bestaat uit een mineraalarme detritusgyttja die overgaat in een zandige detritusgyttja en zandige gyttja. Op dit intacte pakket bevindt zich nog een dik pakket verstoord veen (maximaal 2 m dik; boring 210) waarvan niet met zekerheid te zeggen is of dit materiaal in de depressie hoort of bijvoorbeeld later is ingeschoven. De depressie is het diepst ter hoogte van boring 210. Hier reikt het organische materiaal tot een diepte van maximaal 4,27 m -mv (11,02 m +NAP). Onder het organische materiaal is pleistoceen zand aangeboord. Of de cirkelvormige depressie een pingoruïne betreft, is niet met zekerheid te zeggen. In ieder geval kan de relatief diep reikende organische vulling een schat aan informatie bevatten over de landschappelijke, paleohydrologische en paleo-ecologische ontwikkeling van de regio rond Nieuw-Schoonebeek over (mogelijkerwijs) een groot deel van het Holoceen.

19

Figuur 11. Cirkelvormige depressie met organische vulling tot 4,3 m -mv.

20

Figuur 12. Aanvulling advieskaart.

25

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

10

Tabel 2. Overzicht van de archeologische indicatoren aangetroffen in het onderzoeksgebied.

20

Kaartbijlagen: Kaartbijlage 1. Boorpuntenkaart - west. Kaartbijlage 2. Boorpuntenkaart - midden. Kaartbijlage 3. Boorpuntenkaart – oost.

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[27]

Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Kaartbijlage 4. Aard van de (overwegend pleistocene) ondergrond onder de bouwvoor/recent verstoorde laag of het veen. Kaartbijlage 5. Resultaten- en advieskaart.

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Boorbeschrijvingen (inclusief lithologisch profiel)

RAAP-rapport 5296 / versie 23-09-2021

[28]

263500

263750

264000

264250

264500

264750

265000

263750

264000

264250

264500

264750

265000

legenda plangebied onderzoeksgebied boringen met nummer

520250

520250

520000

520000

519500

519500

JJ/Emnis2_boorinterp.qgz/02082021

519750

519750

263500

Kaartbijlage 1. Boorpuntenkaart - west.

265000

265250

265500

265750

266000

266250

266500

265250

265500

265750

266000

266250

266500

520250

520250

legenda plangebied onderzoeksgebied boringen met nummer

520000

520000

519750

519750

JJ/Emnis2_boorinterp.qgz/02082021

Kaartbijlage 2. Boorpuntenkaart - midden.

519250

519250

519500

519500

265000

266500

266750

267000

267250

267500

267750

266750

267000

267250

267500

267750

legenda 520250

520250

plangebied onderzoeksgebied boringen met nummer

520000

520000

519750

519750

JJ/Emnis2_boorinterp.qgz/02082021

519500

519500

266500

Kaartbijlage 3. Boorpuntenkaart - oost.

264000

265000

266000

267000

265000

266000

267000

legenda plangebied onderzoeksgebied

aard top ondergrond 521000

521000

dekzand verspoeld dekzand pleistoceen zand keizand/keileem (pleistocene) ondergrond niet bereikt

520000

520000

JJ/Emnis2_boorinterp.qgz/02082021

519000

519000

264000

Kaartbijlage 4. Aard van de (overwegend pleistocene) ondergrond onder de bouwvoor/recent verstoorde laag of het veen.

264000

264500

265000

265500

266000

266500

267000

267500

266500

267000

267500

521500

521500

263500

legenda plangebied zone waar ingrepen dieper gaan dan 0,3 m -mv onderzoeksgebied olie-exportleiding incl. buffer van 30 m aan weerszijden

boringen met (deels) intacte podzolbodem 521000

521000

A- en/of E-horizont B-horizont eerdere vondsten van vuurstenen artefacten zone met vuurstenen artefacten op het maaiveld tijdens onderhavig onderzoek: proefsleuvenonderzoek fase 1 bij ingrepen dieper dan 16,8 m +NAP zone met dekzandrug waar meerdere vuurstenen artefacten op het maaiveld zijn aangetroffen : proefsleuvenonderzoek fase 2 bij ingrepen dieper dan 16,8 m +NAP cirkelvormige depressie met organische vulling : sleuf ten behoeve van bemonstering middels pollenbakken bij ingrepen dieper dan 14,3 m +NAP aaneengesloten zone met (deels) intacte podzolbodem : karterend booronderzoek met megaboringen bij ingrepen dieper dan 16,6 m +NAP in de centrale zone en 15,8 m +NAP in de westelijke zone perceel met mogelijk intacte bodem : verkennend booronderzoek bij ingrepen dieper dan 16,6 m +NAP 520500

520500

520000

520000

519500

519500

JJ/Emnis2_boorinterp.qgz/23092021

519000

519000

263500

264000

Kaartbijlage 5. Resultaten- en advieskaart.

264500

265000

265500

266000

Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering

Tijdperk

Recente tijd

- 1945

C

Nieuwe tijd

- 1850

B

- 1650

A

- 1500

Laat B Laat A

Vroeg

Middeleeuwen

D: Ottoonse tijd C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd

A: Volksverhuizingstijd Laat

Romeinse tijd

Midden Vroeg Laat

IJzertijd

Midden Vroeg Laat

Bronstijd

Midden

Prehistorie

Vroeg Laat

Neolithicum (N ieuwe Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Mesolithicum (M idden Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Paleolithicum (O ude Steentijd)

Jong B Jong A Midden Oud

tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014

- 1250 - 1050 - 900 - 725 - 525 - 450 - 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000 - 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700 - 12.500 - 16.000 - 35.000 - 250.000

Bijlage 2. Boorbeschrijvingen (inclusief lithologisch profiel)

Boring: EMNIS2_1 Kop algemeen: Projectcode: EMNIS2, Boornummer: 1, Beschrijver(s): HWV/MSL, Datum: 26-05-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 140 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 263609.271, Y-coördinaat in meters: 519991.328, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 15.203, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Drenthe, Gemeente: Emmen, Opdrachtgever: Royal HaskoningDHV B.V., Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 15.20 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: veenbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 35 / 14.85 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 50, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 50 / 14.70 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Aard

bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 90, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 90 / 14.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 107, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand 107 / 14.13 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 107, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 122, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Laag opmerking: Opmerking: stagn 122 / 13.98 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 122, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 140, Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-groen-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Sublagen1: leemlagen-enkele-dun Laag opmerking: Opmerking: versp kl/kz Einde boring 140 / 13.80

Boring: EMNIS2_2 Kop algemeen: Projectcode: EMNIS2, Boornummer: 2, Beschrijver(s): HWV/MSL, Datum: 26-05-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 160 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 263594.677, Y-coördinaat in meters: 519943.698, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 15.089, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Drenthe, Gemeente: Emmen, Opdrachtgever: Royal HaskoningDHV B.V., Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 15.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 22, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: veenbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 22 / 14.87 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 22, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 37, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 37 / 14.72 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 37, Aard bovengrens:

abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 88, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 88 / 14.21 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 88, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 107, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand 107 / 14.02 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 107, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Laag opmerking: Opmerking: stagn 120 / 13.89 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 133, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: siltlagen-enkele-dun Laag opmerking: Opmerking: verspoeld kl/ kz 133 / 13.76 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 133, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 160,

Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-groen-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: leemlagen-enkele-dun Laag opmerking: Opmerking: verspoeld kz/kl Einde boring 160 / 13.49

bron: Emnis2.geojson - 02-08-2021 13:53:22

Boring: EMNIS2_3 Kop algemeen: Projectcode: EMNIS2, Boornummer: 3, Beschrijver(s): HWV/MSL, Datum: 26-05-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 263620.553, Y-coördinaat in meters: 519860.026, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 15.319, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Drenthe, Gemeente: Emmen, Opdrachtgever: Royal HaskoningDHV B.V., Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 15.32 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 23, Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: veenbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 23 / 15.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 23, Ondergrens laag in cm: 120, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 120 / 14.12 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=64ff944b-db52-4001-91e0-21428ce8ffe1