CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.11 Bijlagen bij toelichting Archeologisch vooronderzoek

Commissie Wonen en Ruimte 12 april 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen’ (voorstel: bespreken in combinatie met agendapunt 7B) (81906-2023)39.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

RAAP-RAPPORT 5354

Plangebied Watergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek Gemeente Emmen Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Watergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 26-08-2021 Projectcode: EMNIS3 Bestandsnaam: RAAPrap_5354_EMNIS3_20210826

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed- of afkeuring van het rapport.

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van Waterschap Vechtstromen heeft RAAP in het voorjaar/zomer 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Watergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek in de gemeente Emmen. Het onderzoek vindt plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Delen van de te verbreden of nieuw aan te leggen watergangen bevinden zich op de gemeentelijke beleidskaart van de gemeente Emmen in een zone met een Waarde Archeologie 4. De gemeentelijk archeoloog van de gemeente Emmen heeft aangegeven dat voor deze delen een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze delen vormen samen het onderzoeksgebied. Op basis van de resultaten van het verkennende booronderzoek kan de archeologische verwachting voor grote delen van het onderzoeksgebied vanwege de verstoring van de bodem of vanwege de lage en natte ligging van het (dek)zand worden bijgesteld naar een lage verwachting. Alleen voor de gekleurde zones op kaartbijlage 6 (en figuur 23 t/m figuur 26) blijft een middelhoge tot zeer hoge verwachting bestaan: Geel: aaneengesloten zone met intacte podzolbodem. Voor deze zone geldt een hoge archeologische verwachting voor zowel het vondstenniveau als het sporenniveau. Groen: zone met beekafzettingen.

Voor deze zones geldt een hoge verwachting voor beekdalgerelateerde vondsten. Voor de zone in de directe nabijheid van de Wilms’ Boo en de dekzandkop met een vindplaats is de verwachting zeer hoog.

Op kaartbijlage 6 en figuur 23 t/m figuur 26 wordt weergegeven welk type vervolgonderzoek wordt geadviseerd voor de verschillende verwachtingszones en vanaf welke diepte ten opzichte van NAP ze noodzakelijk worden geacht: Geel (lengte circa 410 m): aaneengesloten zone met intacte podzolbodem. Voor deze zone wordt geadviseerd om een karterend booronderzoek met megaboringen uit te voeren in de hartlijn van de ingreep met een boorinterval van 12,5 m bij ingrepen die dieper reiken dan 16,7 m +NAP (dit is inclusief een beschermende buffer van 0,3 m). De opgeboorde top van het dekzand (t/m de B-horizont) dient de worden gezeefd over een zeef met een maaswijdte van maximaal 3 mm. Het zeefresidu wordt macroscopisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals vuurstenen artefacten, houtskool en aardewerk. Groen (zone B1: lengte circa 290 m, zone B2: lengte circa 265 m, zone B3: lengte circa 295 m): zones met intacte beekafzettingen. Voor deze zones wordt aanbevolen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren bij ingrepen die dieper reiken dan 15,3 m +NAP in zones B1 en B2 en 14,1 m +NAP in zone B3 (dit is inclusief een beschermende buffer van 0,3 m). Beekdalgerelateerde fenomenen laten zich niet goed in kaart brengen door middel van aanvullend booronderzoek. Daarom wordt geadviseerd om de geplande werkzaamheden in deze zones archeologisch te laten begeleiden.

Een archeologische begeleiding dient plaats te vinden op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[3]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Voor de rest van het onderzoeksgebied wordt vanwege de lage archeologische verwachting geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[4]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 9 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 9

2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................... 11 2.1 Methode ............................................................................................................................................ 11 2.2 Aardkundige situatie .......................................................................................................................... 11 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 15 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 19 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 24 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 25 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 26

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 29 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 29 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 30 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 39

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 41 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 41 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 42 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 43

Literatuur .......................................................................................................................................... 48 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 50

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[5]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Waterschap Vechtstromen heeft RAAP in het voorjaar/zomer 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Watergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek in de gemeente Emmen (figuur 1). Het plangebied ligt ten zuiden van het Bargerveen, ten westen van de grens Nederland-Duitsland, ten noorden van het Schoonebeekerdiep (tevens grens NederlandDuitsland) en ten oosten van Schoonebeek. In het plangebied zullen watergangen worden verbreed of nieuw gegraven in het kader van een nieuw waterbeheersingsplan ten behoeve van plangebied Buffer Zuid; een waterbuffer die zal worden aangelegd ten behoeve van het behoud van het Bargerveen dat zich ten noorden van het plangebied bevindt. De geplande watergangen hebben op basis van concepttekeningen een breedte variërend van 7 tot 15 m en een maximale diepte van 3 m. Het onderzoek vindt plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden.

Delen van de te verbreden of nieuw aan te leggen watergangen bevinden zich op de gemeentelijke beleidskaart van de gemeente Emmen in een zone met een Waarde Archeologie 4 (figuur 2). De gemeentelijk archeoloog van de gemeente Emmen heeft aangegeven dat voor deze delen een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze delen vormen samen het onderzoeksgebied. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA; Jans, 2021) opgesteld en ter goedkeuring aan de bevoegde overheid voorgelegd. Dit PvA is goedgekeurd (op 22-06-2021). Dit PvA diende als uitgangspunt voor het onderzoek. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[6]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 1. Aanduiding plangebied (rood) en onderzoeksgebied (donkerblauw). Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[7]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 2. Plangebied (rood) en onderzoeksgebied (zwart) geprojecteerd op de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Emmen (2013). Oranje: Waarde Archeologie 4, wit: lage verwachting.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[8]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

Waterschap Vechtstromen

Bevoegde overheid

Gemeente Emmen

Plaats

Nieuw-Schoonebeek e.o.

Gemeente

Emmen

Provincie

Drenthe

Centrumcoördinaten (X/Y)

264496 / 519615

Toponiem

Nvt

Kadastrale gegevens

Nvt

Oppervlakte onderzoeksgebied

35 ha: 14 km x 25 m (inclusief bermen; verwachte maximale breedte watergang is 15 m)

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens het bureauonderzoek is het onderzoeksgebied inclusief een zone van 1000 m aan beide zijden van de hartlijn van de watergangen onderzocht. Tijdens het booronderzoek is een zone van 25 m breed onderzocht.

Onderzoeksperiode

mei t/m juli 2021

Uitvoerder

RAAP Noord

Projectleider

drs. J.E.A. Jans

Projectmedewerkers

M. Scholte-Lubberink, drs. H.W. Veenstra, E.J.M. van der Zwet

RAAP-projectcode

EMNIS3

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

5085994100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Noord te Drachten en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd:  Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn reeds over het onderzoeksgebied bekend?  Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het onderzoeksgebied eruit?  Zijn er in het onderzoeksgebied grootschalige bodemverstoringen aanwezig op basis waarvan verondersteld kan worden dat archeologische resten zijn verstoord?  Is de bodemopbouw in het onderzoeksgebied zodanig intact dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?  Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied?

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[9]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

 Op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?  Is in het onderzoeksgebied vervolgonderzoek noodzakelijk en welke methoden zouden hierbij kunnen worden ingezet? Indien archeologische resten worden aangetroffen, zullen de volgende onderzoeksvragen beantwoord worden:  Wat is de aard van de archeologische resten die zijn aangetroffen?  Wat is de diepteligging, dikte en stratigrafische positie van de archeologische laag waarin de resten zijn aangetroffen?  Kan op basis van deze archeologische resten de archeologische verwachting worden bijgesteld?

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[10]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om - op basis van verschillende bronnen - inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data-archief.

2.2 Aardkundige situatie Het onderzoeksgebied bevindt zich in een gebied waarin zich in het Saalien (de voorlaatste ijstijd) grondmorene (keileem) heeft afgezet. Het Schoonebeekerdiep maakt deel uit van oerstroomdal van de Vecht dat als smeltwaterdal (met fluvioperiglaciale zanden en soms verspoelde keileem) is ontstaan na de terugtrekking van het landijs in het Vroeg Weichselien. In de loop van het Weichselien zijn door winderosie dekzanden afgezet. In de laagten en dalen in het gebied ontstond in de loop van het neolithicum door het opwarmen en natter worden van het klimaat de eerste veenvorming. In eerste instantie laagveen ((riet)zeggeveen) en later vanuit de laagten en dalen ook hoogveen (voornamelijk veenmosveen).

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[11]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Geologische situatie (Weerts e.a., 2006)

In het zuiden van het plangebied, nabij het Schoonebeekerdiep, bevinden enkele delen van het onderzoeksgebied zich in een zone met afzettingen van de Formatie van Boxtel; Laagpakket van Singraven (beekzand en beekleem; code Bx2). De rest van het onderzoeksgebied bevindt zich binnen een zone met afzettingen van de Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (code Bx6). Direct ten noorden van het plangebied, ter hoogte van het Bargerveen, bevindt zich de Formatie van Nieuwkoop; Laagpakket van Griendtsveen (veen).

Geomorfologische situatie (Koomen & Maas, 2004)

Het onderzoeksgebied bevindt zich in zones met verschillende geomorfologische eenheden (figuur 3). Grote delen liggen in zones met een plateau-achtig veenrest (code 3F81). In het noordwesten bevindt een deel van een watergang zich op een ijsstroomrug ‘megaflute’ (code 12B14). Op de overgang naar de in het zuiden gelegen beekdalbodem (code 22R42) bevindt zich een zone met dekzandwelvingen (code 3L51).

Ouderdom geomorfologische structuur

3F81: Holoceen 12B14: Vroeg/Midden Pleistoceen 22R42: Vroeg/Midden Pleistoceen en Holoceen 3L51: Laat Pleistoceen

Bodemkundige situatie

In het gehele gebied komen vooral veengronden met veenkoloniaal dek en zand ondieper dan 120 cm met humuspodzol voor (figuur 4; code iVp). Daarnaast bevinden zich er veengronden met veenkoloniaal dek en zand ondieper dan 120 cm zonder humuspodzol (code iVz), moerige podzolgronden met veenkoloniaal dek en moerige tussenlaag (code iWp), madeveengronden met zand ondieper dan 120 cm met humuspodzol (code aVp), vlierveengronden met veenkoloniaal dek op veenmosveen (code iVs) en meerveengronden op veenmosveen (code zVs). In het zuidelijke deel van het gebied ter hoogte van het beekdal van het Schoonebeekerdiep komen daarnaast moerige eerdgronden met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand (code zWz), meerveengronden op zand ondieper dan 120 cm zonder humuspodzol (code zVz), madeveengronden met zand ondieper dan 120 cm zonder humuspodzol (code aVz), moerige podzolgronden met een humushoudend zanddek en een moerige tussenlaag (code zWp), veldpodzolgronden met leemarm en zwak lemig fijn zand (code Hn21) en gooreerdgronden met leemarm en zwak lemig fijn zand (code pZn21) voor.

Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen

De top van het veen is het archeologisch relevante niveau voor eventuele ontginningssporen vanaf de middeleeuwen. Indien aanwezig dan zal dit niveau zich direct aan de oppervlakte of direct onder de bouwvoor bevinden. De top van het dekzand is het archeologisch relevante niveau voor resten uit de steentijd-vroege bronstijd. Dit niveau bevindt zich onder een veenlaag die in dikte kan variëren maar vaak niet dikker zal zijn dan 1,2 m. Ter plaatse van hoger gelegen (dekzand)koppen en waar veen is afgegraven kan het dekzand zich direct aan de oppervlakte of direct onder de bouwvoor bevinden.

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[12]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 3. Plangebied (rood) en onderzoeksgebied (zwart) geprojecteerd op de geomorfologische kaart (schaal 1:50.000).

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[13]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 4. Plangebied (rood) en onderzoeksgebied (zwart) geprojecteerd op de bodemkaart (schaal 1:50.000).

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[14]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan

Voor delen van het plangebied geldt op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011 gemeente Emmen, vastgesteld 2014-10-30’ de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4. De delen van de geplande te verbreden en nieuw aan te leggen watergangen die zich hierin bevinden, vormen het onderhavige onderzoeksgebied. Gebieden waarvoor de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4 geldt zijn gebieden met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Hier mogen geen werkzaamheden (geen bouwwerk zijnde) plaatsvinden met een oppervlakte van meer dan 1000 m 2 en die dieper reiken dan 0,3 m.

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart

In de beleidsnota archeologie van de gemeente Emmen (Verschoor, 2013) is aan het onderzoeksgebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting toegekend: “Dit zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle perioden. In de gemeente Emmen zijn dit globaal het gedeelte op de Hondsrug, de beekdalen en de delen van het veengebied dat niet tot in de ondergrond zijn ontgonnen.”

Gemeentelijke archeologische beleidskaart

De middelhoge tot hoge verwachting voor het onderzoeksgebied is op de gemeentelijke archeologische beleidskaart (Verschoor, 2013) vastgelegd met een Waarde-Archeologie 4 (figuur 2). Bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 1000 m 2 en dieper dan 0,3 m dient archeologisch vooronderzoek plaats te vinden.

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

Bekende archeologische gegevens en eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 In of in de nabijheid (binnen 1 km) van het onderzoeksgebied komen geen AMK-terreinen voor. In de omgeving van het onderzoeksgebied is wel een aantal vondsten gedaan en archeologische onderzoeken uitgevoerd (figuur 5). Relevante vondsten worden genoemd in tabel 4. De relevante onderzoeken worden in tabel 5 beschreven.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[15]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Zaakidentificatienr.

Complex

Datering

Beschrijving

3027645100

Nederzetting (?)

Mesolithicum

Verschillende vuurstenen artefacten (klingen, kernen) door Jaap Beuker gevonden in het zand onder het veen

3027661100

onbekend

Mesolithicum

Enkele vuurstenen klingen en afslagen

3169590100

onbekend

Mesolithicum

Vuurstenen vondsten, type onbekend

3027694100

onbekend

Mesolithicum en mogelijk Paleolithicum

Onbekend aantal vuurstenen artefacten, gevonden in een (ontgonnen) veenvlakte

2184702100

onbekend

LaatPaleolithicum - Vroege Bronstijd

1)

Vuursteenartefacten die op het maaiveld van een braakliggende akker zijn aangetroffen. De natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand waarin in de top een podzolbodem zal zijn ontstaan. Deze podzolbodem is geheel verstoord, waarschijnlijk als gevolg van ontvening en ontzanding.

2)

De vindplaats betreft de vondst van 62 vuursteenartefacten op het maaiveld van een braakliggende akker. De natuurlijke ondergrond is verstoord. Er kunnen dieper ingegraven grondsporen, zoals paal-, haard- en afvalkuilen, eventuele graven en dergelijke, bewaard gebleven zijn.

3)

De vindplaats bevindt zich in een gebied met relatief hooggelegen dekzand. De vindplaats betreft houtskool en verkoolde hazelnootdopfragmenten in de top van een deels verspoelde dekzandopduiking.

2245752100

onbekend

onbekend

3008853100

onbekend

PaleolithicumMiddeleeuwen

Aardewerk, houtskool en vuurstenen artefacten in het dekzand onder veen.

2890456100

bewoning

Mesolithicum

Bewoningssporen en vuursteenvondsten op een dekzandopduiking (Beuker, 1989)

3177569100

onbekend

Mesolithicum

Houtskool en vuurstenen artefacten gevonden op de helling van een zandkop onder het hoogveen.

3027686100

bewoning

Mesolithicum

Vuursteen

Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[16]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Zaakidentificatie

Resultaat/advies

Opmerking

2253893100 (en 2253885100, 2234517100, 2121919100, 2196601100, 2217872100, 3027678100, 2234525100, 2253893100)

In een plangebied (Amsterdamscheveld) circa 1 km ten noordwesten van onderhavig onderzoeksgebied hebben verschillende archeologische booronderzoeken en onderzoeken middels sonderingsputjes (proefsleufjes van 1 x 1 m) plaatsgevonden. Dit zaakid nummer staat voor het laatst uitgevoerde onderzoek waar de voorgaande onderzoeken ook in worden samengevat. De onderzoeken wijzen uit dat de laagopeenvolging in akkerpercelen overwegend verstoord is en dat de delen van het plangebied die niet ontgonnen zijn (natuurgebied) overwegend intact zijn. Hier wordt het dekzand, dikwijls met podzolbodem, nog afgedekt met veen. In het natuurgebied zijn meerdere steentijdvindplaatsen in het dekzand aangetroffen.

Jans, 2011

2437252100

In dit plangebied aan de Dordseweg 85 in Weiteveen is een dekzandkop aanwezig, maar het dekzand is verstoord. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen en er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

Bongers, 2014

4803351100

In het plangebied Koelveen is een booronderzoek uitgevoerd ten behoeve van gebiedsontwikkeling in het kader van de N2000 en de PAS. In het gebied zijn restanten van een hoogveenpakket aanwezig. In het dekzand daaronder is op sommige locaties een intacte podzolbodem aanwezig. Daar waar de ingrepen niet konden worden aangepast zodat het dekzand niet zou worden aangetast, heeft een karterend booronderzoek plaatsgevonden. Hier zijn geen vondsten gedaan. Voor één locatie zijn de plannen wel aangepast om de top van het dekzand te beschermen. Voor deze locatie is geadviseerd de dubbelbestemming archeologie te handhaven. Voor de rest van het plangebied is geen vervolgonderzoek geadviseerd.

Boon & Ewolds, 2020

2184702100

Langs de weg Boovenen, die verder oostelijk de Dr. Ingenieur H.A. Stheemanstraat heet, heeft een archeologisch booronderzoek plaatsgevonden ten behoeve van de aanleg van een olie-exportleiding. De laagopeenvolging bestaat uit dekzand dat soms is afgedekt met veen. Daar waar een intacte podzolbodem is aangetroffen, zijn megaboringen gezet. Dat heeft een aantal steentijdvindplaatsen opgeleverd. Het deel van onderhavig onderzoeksgebied tussen de Dordseweg en de Kerkenweg bevindt zich eveneens langs de weg Boôvenen. De olieexportleiding bevindt zich echter ten noorden van de weg en de geplande watergang ligt ten zuiden van de weg. Ten noorden van de weg Boôvenen zijn destijds geen archeologische vindplaatsen aangetroffen tussen de Dordseweg en Kerkenweg.

Veenstra & Ten Anscher, 2008

3995701100

In plangebied Weiteveen Zuid is een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd. Het verkennende booronderzoek heeft aangetoond dat het dekzand vrijwel overal intact is en wordt afgedekt door hoogveen. In het dekzand heeft zich in de meeste boringen een podzolbodem gevormd. In een aantal boringen is houtskool gevonden. Het karterende booronderzoek heeft in veel boringen houtskool opgeleverd. De boringen met houtskool liggen veelal geclusterd langs reliëfovergangen van het dekzand. De aanwezigheid van houtskool vormt een eerste aanwijzing voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Er is gravend onderzoek aanbevolen.

Van Hoof, 2016

4012386100

In plangebied Weiteveen Zuid heeft een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden waarbij in twee werkputten vuursteenvindplaatsen zijn aangetroffen die aansluitend zijn opgegraven.

Van der Kroft & Van der Veen, 2018

nummer

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[17]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2187643100

In plangebied Middendorp, Europaweg heeft een booronderzoek plaatsgevonden. Onder een veenpakket is zand zonder podzolbodem aangetroffen. Geconcludeerd is dat het plangebied te nat is geweest voor bewoning. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

Tulp, 2008

237877100

In plangebied Europaweg 263 is een booronderzoek uitgevoerd. Onder een veenlaag is dekzand (C-horizont) aanwezig. Er heeft zich geen (podzol)bodem gevormd. Het plangebied was waarschijnlijk te nat voor bewoning. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.

Holl, 2012

2151143100 en 2160191100

Direct naast één van de meest zuidelijke geplande watergangen in het beekdal van het Schoonebeekerdiep heeft in 2007 een archeologische begeleiding van de herbouw van de afgebrande Wilms’ Boo plaatsgevonden (2160191100) op basis van een eerder uitgevoerd booronderzoek (2151143100). In de 17 e eeuw waren er 32 boo’s, veestallen die los van het moederbedrijf in de hooilanden stonden, in het beekdal aanwezig. Tijdens de begeleiding zijn resten van de boo en de bijhorende hooischuur aangetroffen.

Hielkema, 2007

2108002100

In plangebied Bekelserf in Nieuw-Schoonebeek heeft een booronderzoek plaatsgevonden. De resultaten zijn onbekend.

2251698100

In plangebied Europweg/Kerkenweg in Nieuw-Schoonebeek is een booronderzoek uitgevoerd. Het dekzand bleek deels intact. Er zijn geen archeologische indicatoren aangtroffen, Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

Tulp, 2009

4567586100

Aan de Europaweg 132 in Nieuw-Schoonebeek heeft een booronderzoek plaatsgevonden. Het dekzand blijkt tot op grote diepte te zijn verstoord. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

Bakker, 2018

2353944100

Ten behoeve van de hermeandering van het Schoonebeekerdiep heeft een booronderzoek plaatsgevonden op 20 locaties (dekzandopduikingen en een AMK-terrein) langs het Schoonebeekerdiep op basis van een eerder uitgevoerd bureauonderzoek (Hekman, Osinga & Boon, 2011). Op verschillende locaties zijn vuurstenenartefacten aan het maaiveld aangetroffen. Soms is een intact podzolprofiel aanwezig, maar vaak is het dekzand verstoord tot in de Chorizont en is alleen het sporenniveau nog aanwezig en het vondstenniveau verstoord. Voor zes locaties is aanbevolen ze te ontzien of een waarderend onderzoek uit te voeren. ‘Het algemene beeld dat uit onderhavig en voorgaande onderzoeken rondom Schoonebeek komt, is dat op de meeste dekzandkoppen in het beekdal archeologische resten te vinden zijn. De archeologische verwachting voor de dekzandkoppen blijft daarom hoog. Aanbevolen wordt om de dekzandkoppen buiten de vindplaatsen te betrekken in de archeologische begeleidingen die tijdens de graafwerkzaamheden zullen worden uitgevoerd. Geïsoleerde archeologische resten kunnen zo worden opgespoord en gedocumenteerd.’ De twee uiteinden van watergangen van onderhavig plangebied vallen op basis van het eerder genoemde bureauonderzoek (Hekman, Osinga & Boon, 2011) binnen een zone met een middelhoge archeologische verwachting.

De rest van de watergangen bevinden zich niet in de binnen de onderzoekszone uit 2011.

Van Hoof & Van der Kroft, 2012

2196504100

In het plangebied Oosteindsche Boën nabij Nieuw-Schoonebeek zijn twee met veen afgedekte dekzandkoppen aangetroffen bij een verkennend booronderzoek. Voor de dekzandkoppen, inclusief een buffer van 10 m, is geadviseerd ze te onderzoeken d.m.v. een karterend booronderzoek met megaboringen. Voor de delen van het plangebied met beekdalafzettingen is geadviseerd ingrepen archeologisch te laten begeleiden ten behoeve van eventuele rituele deposities en resten van bijvoorbeeld kano’s, visweren, fuiken en dergelijke.

Jans, 2008

Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[18]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Wanneer de vindplaatsen en hun landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het plangebied, dan blijkt dat vooral op dekzandkoppen en de hellingen van dekzandkoppen vindplaatsen uit de steentijd, met een zwaartepunt in het Mesolithicum, te verwachten zijn. Dekzandkoppen worden ook in onderhavig plangebied verwacht. Het gebied is afgedekt met hoogveen waardoor vindplaatsen in het onderliggende dekzand goed bewaard zijn gebleven. Er zijn echter in het gebied bij eerdere onderzoeken ook diepe verstoringen geconstateerd. Hier is in ieder geval het vondstenniveau en soms ook het sporenniveau verstoord. Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Op 28-05-2021 is een verzoek gedaan aan G. van der Veen van de SAM voor aanvullende gegevens. Hieruit is geen nieuwe informatie voortgekomen.

Figuur 5. Overzichtskaart archeologische gegevens in en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied.

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[19]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Op de kaart van Cornelis Pijnacker uit 1638 is te zien dat het plangebied in het zuidelijke deel van het Bourtanger (veen)moeras ligt (figuur 6). Diverse kaarten uit de 19e en 20e eeuw laten een ontwikkeling van het gebied zien waarin steeds grotere delen van het veengebied (inmiddels Oosteindsche Veen genoemd) worden ontgonnen door middel van lange noordoost-zuidwest georiënteerde ontginningssloten (figuur 7 t/m figuur 9). In het zuiden van het plangebied wordt op de kaart uit 1850 de lintbebouwing van het dorp NieuwSchoonebeek afgebeeld (figuur 10). Ten zuiden van doorgaande weg bevinden zich in het beekdal van het Schoonebeekerdiep weilanden en lijkt het veen (in ieder geval deels) al te zijn ontgonnen. In de directe omgeving van het onderzoeksgebied komen geen bouwhistorische waarden voor.

Figuur 6. Globale aanduiding van het plan-/onderzoeksgebied op de kaart van Cornelis Pijnacker uit 1638.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[20]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 7. Plan- en onderzoeksgebied geprojecteerd op de topografisch militaire kaart uit 1850.

Figuur 8. Plan- en onderzoeksgebied geprojecteerd op de topografische kaart uit 1910.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[21]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 9. Plan- en onderzoeksgebied geprojecteerd op de topografische kaart uit 1979.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[22]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 10. Plan- en onderzoeksgebied geprojecteerd op de topografisch militaire kaart uit 1850 (detail).

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[23]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik

De te verbreden en nieuw aan te leggen watergangen bevinden zich grotendeels in weilanden en akkers. Soms wordt een bosperceel doorsneden en een deel van het tracé bevindt zich in de berm van de Boovenen.

Hoogteligging maaiveld

Tussen circa 17 m +NAP in het noordwesten en oosten van het onderzoeksgebied en 14 m +NAP in het meest zuidelijk gelegen deel van het onderzoeksgebied (figuur 12).

Grondwatertrap of -stand

II t/m VI

Milieutechnische condities

onbekend

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

geen

Locatie en diepte van kabels/leidingen

Het onderzoeksgebied kruist enkele kabels en leidingen en parallel aan het gedeelte langs de Boovenen bevindt zich een olietransportleiding. De diepteligging van de kabels en leidingen is onbekend. In het boorplan voor het verkennende booronderzoek zal rekening worden gehouden met de ligging van de kabels/leidingen.

Tabel 6. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

Figuur 11. Luchtfoto/Google Street View/foto locatiebezoek.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[24]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 12. Plan- en onderzoeksgebied geprojecteerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3).

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard

In het plangebied worden nieuwe watergangen gegraven en bestaande watergangen worden verbreed.

Omvang en diepte

De geplande ingrepen vinden plaats binnen een zone van maximaal 25 m (inclusief bermen; maximale breedte van de watergangen is waarschijnlijk 15 m) en reiken tot maximaal 3,0 -mv.

Toekomstig gebruik

De watergangen zorgen voor de juiste waterbeheersing in het gebied tussen het Bargerveen en het Schoonebeekerdiep.

Toekomstige gebruiker

Waterschap Vechtstromen

Tabel 7. De toekomstige situatie.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[25]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. In het plangebied komen gradiëntsituaties voor. Zodoende worden vindplaatsen van jager-verzamelaars verwacht. Het betreft resten van jachtkampjes uit de periode laat paleolithicum-mesolithicum.

In de directe omgeving van het onderzoeksgebied zijn veel vondsten van vooral mesolithische vindplaatsenn bekend. Deze vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) concentratie van vuurstenen werktuigen en afval en de aanwezigheid van haardkuilen. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mensen. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Het plangebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van hoger gelegen en goed ontwaterde dekzandkoppen. Juist op deze dekzandkoppen worden archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers uit het neolithicum verwacht. In de loop van het neolithicum raakte het dekzand overdekt met een veenpakket. In eerste instantie ging het om laagveen in de dalen en laagten en later ook om hoogveen op de hoger gelegen delen in het landschap. Vanwege de natte omstandigheden die toen heersten, worden geen resten uit de periode bronstijd-vroege middeleeuwen verwacht in het plangebied. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd alleen in het zuiden van het onderzoeksgebied in het dorp Nieuw-Schoonebeek bewoning heeft plaatsgevonden.

Ten zuiden van het bewoningslint zijn de gronden in het beekdal van het Schoonebeekerdiep al in gebruik als weiland. In het beekdal bevonden zich in de nieuwe tijd vele boo’s, veestallen, tussen de weilanden. In deze zone moet rekening worden gehouden met resten uit de middeleeuwen-nieuwe tijd in de top van het veen of (dieper ingegraven sporen) in het dekzand. De rest van het plangebied bestond tot in de 19 e

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[26]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

eeuw uit een onontgonnen en vermoedelijk onbewoond veengebied. Hier worden geen bewoningsresten uit de middeleeuwen-nieuwe tijd verwacht. Overig In het beekdal (zowel in veen als zand) bestaat de kans dat voordes, diverse deposities, fuiken, visweren en andere (goed geconserveerde) vondsten voorkomen. Deze kunnen dateren uit de steentijd tot nieuwe tijd. (Diepte)ligging In het plangebied komt een jong afdekkend pakket voor dat een ouder loopvlak afdekt. Dit afdekkende veenpakket is in de loop van het neolithicum ontstaan. Oudere resten worden zodoende door het pakket afgedekt. Veenontginningen hebben er echter voor gezorgd dat het veen deels of soms geheel zal zijn afgegraven. Het relevante niveau voor steentijdvindplaatsen, de top van het dekzand, kan zich daarom ook direct onder de bouwvoor bevinden. De diepteligging van het niveau kan derhalve variëren van 0,2 tot zelfs meer dan 2,0 m -mv. Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten aanwezig kunnen zijn is mogelijk sprake van een goede conservering van de archeologische resten in het dekzand. Veenontginningen en regelmatige landbouwkundige werkzaamheden kunnen er echter voor hebben gezorgd dat eventuele archeologische resten verstoord zijn. Het vondstenniveau, de uiterste top van het dekzand, zal in dat geval zijn verdwenen. Het sporenniveau daaronder zou nog aanwezig kunnen zijn.

Overzicht De archeologische verwachting en de verschillende deelaspecten daarvan, zoals hiervoor beschreven, zijn samengevat in tabel 8.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[27]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Landschapstype

Archeologische periode

Complextype

Omvang

Kenmerken

Diepteligging

Gaafheid

Dekzandlandschap

steentijd

kleine kampementjes

klein

vondstspreiding (vuurstenen afslagen, houtskool) in de top van het pleistocene dekzand. Sporen (haardkuilen) in top van het dekzand tot in de C-horizont.

onder een veenlaag of direct onder de bouwvoor

matig tot goed

middeleeuwennieuwe tijd (alleen ter plaatse van bewoningslint NieuwSchoonebeek)

grotere nederzettingen

redelijk groot

vondstspreiding in de top van het dekzand, in sommige gevallen een archeologische laag. Sporen/structuren in top van het dekzand tot in de C-horizont.

in de top van het veen of onder een veenlaag / direct onder de bouwvoor in het dekzand

matig tot goed

steentijd

kampementjes op dekzandkoppen en -ruggen

klein

vondstspreiding in de top van het dekzand

onder een veenlaag of direct onder de bouwvoor

matig tot goed

middeleeuwennieuwe tijd

grotere nederzettingen

redelijk groot

vondstspreiding in de top van het dekzand, in sommige gevallen een archeologische laag. Sporen/structuren in top van het dekzand tot in de C-horizont.

in de top van het veen of onder een veenlaag / direct onder de bouwvoor in het dekzand

matig tot goed

steentijd-nieuwe tijd

beekdal gerelateerde fenomenen

zeer klein (punt locaties)

losse vondsten en structuren

direct onder maaiveld

goed

Beekdal (uiterste zuidelijke deel)

Tabel 8. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[28]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van onderhavig bureauonderzoek en het voor het veldonderzoek opgestelde PvA (Jans, 2021). Het veldonderzoek is uitgevoerd tussen 28 juni en 14 juli 2021. Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. In het plangebied zijn 285 boringen verricht in de hartlijn van de geplande verbreding of nieuwe watergang met een boorinterval van 50 m (figuur 13 en kaartbijlagen 1 t/m 3). De nummering van de boringen loopt van 1 t/m 286, maar de geplande boring 191 is vervallen vanwege de aanwezigheid van een leiding van de NAM.

Figuur 13. Boorpuntenkaart.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[29]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Er is geboord tot gemiddeld circa 1,5 m en maximaal tot 3,5 m -mv met een gutsboor (diameter 2 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatieinstituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3; zie bijlage 3) en met behulp van GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van GPS. Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).

3.2 Resultaten 3.2.1

Veldwaarnemingen

De percelen in het onderzoeksgebied zijn voornamelijk in gebruik als akker, berm en weiland. Vanwege de begroeiing met inmiddels grote gewassen en gras was de vondstzichtbaarheid slecht. De maaiveldhoogte varieert tussen 13,75 m +NAP nabij het Schoonebeekerdiep tot 18 m +NAP in het noordwesten en noordoosten van het onderzoeksgebied.

3.2.2

Laagopeenvolging

Het is gezien de omvang en doelstelling van het verkennende booronderzoek niet zinvol alle individuele boringen te bespreken. De resultaten van het onderzoek worden daarom eerst gepresenteerd in de vorm van een globale karakteristiek van de laagopeenvolging binnen het onderzoeksgebied. Daarna zal gedetailleerd worden ingegaan op de archeologisch relevante zones hierin. Globale beschrijving laagopeenvolging De laagopeenvolging (lithologie) en interpretatie (lithogenese) van de bodem wordt van boven naar beneden beschreven. De toplaag bestaat in het gehele onderzoeksgebied uit een bouwvoor op een pakket recent verstoorde grond. De dikte van dit pakket (inclusief bouwvoor) varieert van 0,12 tot meer dan 3,0 m maar is overwegend tussen 0,5 en 1,5 m dik. Het pakket bestaat wisselend uit zand met zand- en/of veenbrokken en uit veen met zand- en/of veenbrokken. De kleur van de zandbrokken binnen de verstoorde laag in grote delen van het onderzoeksgebied (vaak bruin, grijs, geel) laat zien dat ze afkomstig zijn uit een verstoorde podzolbodem. Onder de bouwvoor/recent verstoorde laag is in 33 boringen (figuur 14) nog intact veen aanwezig. Dit pakket varieert in dikte van 0,07 m tot 2,75 m en het bestaat overwegend uit mineraalarm mosveen (hoogveen).

Soms is aan de basis van de veenlaag zandig, vaak amorf veen, detritus of gyttja op de overgang naar het onderliggende pleistocene zand aanwezig.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[30]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 14. Boringen met intact veen.

Onder het veen en in de overige boringen direct onder de bouwvoor/recent verstoorde laag bevindt zich in grote delen van het onderzoeksgebied pleistoceen dekzand (geel op kaartbijlage 4). In een aantal boringen is de top van het dekzand verspoeld (lichtgroen op kaartbijlage 4). In een aantal gevallen is de zandige ondergrond geschaard onder de noemer ‘pleistoceen zand’ omdat niet met zekerheid kon worden bepaald of het (verspoeld) dekzand betreft of dat het pleistocene zand op een andere manier (niet eolisch maar bijvoorbeeld fluviatiel) in deze delen van het onderzoeksgebied is afgezet. Tenslotte is in 9 boringen de laagopeenvolging verstoord tot in het keizand/keileem (blauw op kaartbijlage 4). In twee boringen (boringen 58 en 280) is de (pleistocene) ondergrond niet aangeboord vanwege de diepe verstoring (respectievelijk > 2,85 en > 3,0 m -mv) op deze locaties. Zones met intact dekzand In grote delen van het onderzoeksgebied is in het dekzand geen podzolbodem aanwezig en is alleen sprake van lichtgrijs tot bruingeel zand. In de oorspronkelijk lager gelegen delen van het dekzandlandschap heeft zich door de nattere omstandigheden geen (podzol)bodem in dit zand gevormd (lichtgrijs tot bruingeel zand) en/of is de top van het dekzand verspoeld (lichtgeel tot bruingrijs zand met humusvlekken en soms plantenresten).

In de rest van het onderzoeksgebied zal de top van het dekzand, getuige de ‘podzolbrokken’ in de bovenliggende verstoorde laag, verstoord zijn tot diep in de C-horizont (en een enkele keer tot in de BC-horizont).

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[31]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

In slechts 14 boringen binnen het onderzoeksgebied is een nog (grotendeels) intacte podzolbodem aangetroffen (zie totaaloverzicht op kaartbijlage 5 en detailkaarten in figuur 15, figuur 16, figuur 17 en figuur 18). In boringen 10, 23, 89, 93 en 205 is volledige podzolbodem aanwezig, inclusief een A- of AE-horizont. In de boringen 22, 24, 26 t/m 28, 63 en 259 is de E-horizont nog grotendeels intact en in de boringen 43 en 185 is een (restant van de) B-horizont nog aanwezig. De top van het (dek)zand bevindt zich op een diepte variërend van 0,15 tot 2,65 m -mv (11,75 tot 16,6 m +NAP). De diepteligging van het dekzand ten opzichte van NAP op de locaties waar nog een (deels) intacte podzolbodem aanwezig is, wordt bij de betreffende boringen in onderstaande figuren weergegeven.

Figuur 15. Boringen met (deels) intacte podzolbodem (A-, E-, B-horizont) in het westelijke deel van het onderzoeksgebied, inclusief boornummer (zwart) en diepte top dekzand in meters +NAP (blauw).

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[32]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 16. Boringen met (deels) intacte podzolbodem (A-, E-, B-horizont) in het noordelijke centrale deel van het onderzoeksgebied, inclusief boornummer (zwart) en diepte top dekzand in meters +NAP (blauw).

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[33]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 17. Boringen met (deels) intacte podzolbodem (A-, E-, B-horizont) in het zuidelijke centrale deel van het onderzoeksgebied, inclusief boornummer (zwart) en diepte top dekzand in meters +NAP (blauw).

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[34]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 18. Boringen met (deels) intacte podzolbodem (A-, E-, B-horizont) in het zuidwestelijke deel van het onderzoeksgebied, inclusief boornummer (zwart) en diepte top dekzand in meters +NAP (blauw).

Zone met beekafzettingen In het zuidwesten, het centrale deel en zuidoosten van het onderzoeksgebied zijn zones met beekafzettingen aanwezig (blauw op de overzichtskaart in kaartbijlage 4 en detailkaarten in figuur 19, figuur 20 en figuur 21). De beekafzettingen behoren vermoedelijk tot één van beeklopen of zij-riviertjes van het Schoonebeekerdiep in het brede oerstroomdal van de Vecht. In de boringen 110, 111, 113 in het centrale deel van het onderzoeksgebied (zone B1) gaat het om zandige beekafzettingen die worden afgewisseld door lemige beekafzettingen. Het pakket heeft hier, binnen de maximaal geboorde diepte, een dikte van maximaal 1,0 m. In boring 113 worden de beekafzettingen afgedekt door een 0,6 m dik veenpakket dat in ieder geval voor een deel zal zijn gevormd nadat de voormalige beekloop is opgevuld. Het grootste deel van het veenpakket bestaat hier uit mosveen zoals zich dat ook op de hogere dekzandvoorkomens in dit gebied heeft gevormd. De top van de beekafzettingen bevindt zich op deze locatie op een diepte variërend van 14,54 m +NAP tot 15,02 m +NAP.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[35]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 19. Beekafzettingen in het centrale deel (zone B1) van het onderzoeksgebied.

In de meest zuidwestelijke en zuidoostelijke aan te leggen of te verbreden watergang dichtbij de huidige loop van het Schoonebeekerdiep zijn eveneens beekafzettingen aangeboord (178, 180, 181 in zone B2 en 282 t/m 286 in zone B3). Hier bestaan de afzettingen uit lichtgeel tot lichtblauwgrijs, zwak tot sterk siltig, matig fijn tot matig grof, vaak slecht gesorteerd zand, soms met plantenresten en humusvlekken. In boring 285 bevindt zich een 1,33 m dik pakket zandige detrtitus met dunne zandlagen dat tot de beekafzettingen wordt gerekend. De dikte van het pakket beekafzettingen varieert in deze zones van 0,53 tot 2,0 m. De top ligt op een diepte variërend van 14,54 tot 14,97 m +NAP in het zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied en 13,06 tot 13,8 m +NAP in het zuidwestelijke deel van het onderzoeksgebied. Onder de beekafzettingen is in boring 284 keizand en keileem aanwezig op een diepte van 1,65 m -mv. In de overige boringen met beekafzettingen is de basis van het pakket beekafzettingen niet bereikt.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[36]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 20. Beekafzettingen in het zuidoosten (zone B2) van het onderzoeksgebied.

Op figuur 21 is te zien dat zone B3 zich in de directe nabijheid van de herbouwde Wilms’ Boo bevindt. Tijdens eerdere onderzoeken zijn hier resten van de oude Wilms’ Boo gevonden (zie paragraaf 2.3). Ook vondstlocatie 2353944100 is een vindplaats uit een eerder onderzoek. Op de dekzandkop die zich hier bevindt, zijn aan de oppervlakte vele vuursteenartefacten, natuursteen en gecalcineerd bot gevonden. In boringen is houtskool en mogelijk sterk verweerd aardewerk gevonden.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[37]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 21. Beekafzettingen in het zuidwesten (zone B3) van het onderzoeksgebied.

3.2.3

Archeologische indicatoren

In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Alleen op het maaiveld in de buurt van boring 147 in het oostelijke deel van het onderzoeksgebied is een vuurstenen artefacten gevonden (figuur 22). Het betreft een onverbrande kern die hier, gezien de intacte top van het zand onder het veen op deze locatie, zeer waarschijnlijk van elders naar toe is verplaatst. De vondst wordt na oplevering van de rapportage gemeld in ARCHIS.

RAAP-rapport 5354 / versie 26-08-2021

[38]

Plangebied W atergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Nummer

Indicator

Aantal

Datering

Omschrijving

Horizont (m -mv)

1

vuursteen

1

Laat-Paleolithicum t/m Bronstijd

Onverbrande kern

Maaiveld; oppervlaktevondst

Tabel 9. Overzicht van de archeologische indicatoren aangetroffen in het onderzoeksgebied.

Figuur 22. Locatie oppervlaktevondst.

3.3 Archeologische relevantie Het booronderzoek heeft laten zien dat het veen in het onderzoeksgebied en vaak ook het oorspronkelijke vondstenniveau, de top van het dekzand (de bovenste horizonten van de podzolbodem), grootschalig is vergraven. In grote delen van het onderzoeksgebied zijn slechts sporadisch intacte podzolbodems aangetroffen. De verstoringen reiken vaak tot diep in de C-horizont zodat vermoedelijk ook het sporenniveau meestal niet meer intact zal zijn. Alleen in het noordwestelijke deel van het onderzoeksgebied tussen boringen 21 en 29 is een min of meer aaneengesloten zone met een intacte podzolbodem aanwezig (geel op kaartbijlage 6). Hier kunnen nog intacte archeologische resten worden verwacht. De oppervlaktevondst van een vuursteenartefact in het oosten van het onderzoeksgebied is zeer waarschijnlijk van elders naar deze locatie verplaatst en duidt niet op een vindplaats ter plaatse.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=4afccfcf-003a-49ac-aacd-7406525be752