CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

260513 Gemeente Emmen Raadscommissie

Commissievergadering 9 juni 2026, gemeente EmmenBij agendapunt: Vaststellen notulen van de commissies 12 mei en 13 mei 20266.783 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beknopt verslag raadscommissie van de gemeenteraad Emmen op donderdag 13 mei 2026 vanaf 19.30 uur Aanwezig: Voorzitter Commissiegriffier Collegeleden De commissieleden

: : : :

Verslaglegging

:

de heer P.M. de Jonge de heer F.W. te Winkel de heer J. Bos, de heer A.J. Jakobs, de heer R. Wanders de heer W.L.H. Moinat (SP), de heer M.J. Supheert (ChristenUnie), de heer W.A.A.H. Tabak (GroenLinks), raadslid M.C. Sampimon-Ssembatya (GroenLinks), mevrouw A. Poppen (FvD), mevrouw R. Gommer-Gelijk (CDA), de heer J.B.W. Wittendorp (CDA), de heer J. Dutilh (PvdA), de heer A. de Vries (PvdA), de heer M. Meijer (VVD), de heer J. de Boer (VVD), de heer R. Woltman (Wakker Emmen), de heer D.M. Poelman (Wakker Emmen), mevrouw A.K. Velzing (Wakker Emmen), mevrouw R.M.C. Visser-Hatt (Wakker Emmen), mevrouw A.G. Griemink (50PLUS), mevrouw G. Blok (Veilig Emmen), mevrouw N.A.O.O. van der Harst (Veilig Emmen), de heer R.S. de Jong (Hart voor Emmen), de heer M.P. Hornis (PVV), de heer H.R. Knol (PVV), de heer B.R. Westera (PVV), mevrouw M. Stulp (D66), de heer T.H.X. Koster (D66) de heer D.P. Drolenga (Notuleerservice Mooi Werk)

1. Opening en vaststelling agenda Voorzitter De Jonge opent de vergadering om 19.30 uur en heet de aanwezigen welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Bespreken B-stukken 2.1 Raadsvoorstel – Vaststellen Kadernota Grondbeleid 2026-2030 Eerste termijn CDA kan zich in hoofdlijnen goed vinden in deze nota. De gekozen uitgangspunten zijn doelgericht, realistisch en wendbaar. Vooral maatwerk is belangrijk: soms ligt een actieve rol van de gemeente voor de hand, in andere gevallen faciliterend. Dit sluit goed aan bij de landelijke adviezen. Goed dat de gemeente inzet op samenwerking en overeenstemming, met het publieke belang in het vizier. Actief grondbeleid biedt kansen om meer regie te voeren op bepaalde ontwikkelingen. Risico’s zitten in verwervingskosten, bodemsanering en investeren in bouw- en woonrijp maken. Dit vergt per situatie een zorgvuldige afweging. De strategische aankopen en anticiperend verwerven kunnen toekomstige ontwikkelingen mogelijk maken; ook hier spelen financiële risico’s. Goed dat de raad steeds vooraf het investeringsbudget vaststelt.

Hoe past de Nedersaksenlijn binnen deze nota? Is er actueel woonbeleid in relatie met volkshuisvesting en woningbouw en waarop zijn deze keuzes gebaseerd? Wie voert de plankostenscan uit en hoe wordt de onafhankelijkheid gewaarborgd? Hoe liggen de marktbehoeften concreet vast? De Nota Grondpijrzen wordt gebaseerd op basis van het grondprijsbeleid (juni 2022, looptijd vier jaar). Dit jaar komt er dus weer nieuw beleid? Wordt de raad voorafgaand aan de Meerjarenprognose Grondexploitatie geïnformeerd over de strategische aankopen om haar controlerende rol goed in te vullen? PvdA ziet verschuiving naar een actieve (situationele) rol, analoog aan de maatschappelijke uitdagingen en de rijksfocus met meer regie op huisvesting, Dit spreekt aan, maar geeft ook meer risico’s. De nota beschrijft de integrale risicoanalyse bij elke ontwikkeling. Kan het college

1

besluiten om bij een ontwikkeling af te zien van de actieve houding, ondanks dat die ontwikkeling meer sturing vraagt? De gemeente moet middels de locatie-eisen in het omgevingsplan publiekrechtelijke invloed uitoefenen, bijvoorbeeld om te komen tot 30% sociale huur. De PvdA kan zich goed vinden in dit voorgestelde beleid. VVD steunt de gemeenteambities en uitgangspunten om de regie te nemen bij woningbouw en bedrijventerreinen: in de basis faciliterend, maar situationeel actief waar toepasselijk. De fractie is bij het laatste wel terughoudend in de reikwijdte. Het kaderstellende investeringsbudget en de bestemmingsreserve voor exploitatietekorten bij grondaankopen zijn nog niet opgenomen in de Begroting. Klopt dit? De VVD laat tekorten liever via de exploitatie lopen. Gezien het toenemende risicoprofiel moet er een beperkt kaderstellend investeringsbudget komen; liever ziet de VVD daartoe een raadsvoorstel – al is dat niet altijd commercieel handig. Wanneer is zo’n voorstel hiervoor te verwachten? Meer risico betekent overwegen om meer rekening mee te houden met de normen rond het weerstandsvermogen. Hoe denkt de wethouder hierover? PVV ziet dat de gemeente begrijpt dat een overheid niet alles aan de markt kan en mag overlaten.

Jarenlang was er te slap, te traag en afwachtend beleid, met als resultaat hoge bedrijfsvestigingskosten en woningtekorten voor jong en oud, die massaal wegtrekken. Het actievere grondbeleid is positief om meer grip te krijgen op de woningbouw en ook voor wie. Tegelijk staat er veel typische overheidstaal in de nota die weinig concreet is. Waar staat dat starters en ouderen in Emmen voorrang krijgen op een woning? Dat betaalbare woningen prioriteit hebben? Dat inwoners moeten wachten terwijl speculanten vrij spel krijgen? Actief beleid kost (vaak veel) geld voor aankopen, saneringen, bouwvrij maken, tegenvallende opbrengsten: de inwoners betaalt hiervoor. De PVV geeft geen blanco cheques meer af, ondersteunt geen dure prestige- of hobbyprojecten, maar investeert in waar inwoners echt behoefte aan hebben: woningen voor eigen starters, gezinnen en senioren, betere wegen en een goed investerings- en vestigingsklimaat. Volgens de nota krijgt de raad vooral achteraf rapportages. Maar bij miljoenen aan strategische aankopen moet de raad vooraf beter betrokken worden. PvdA hoort dat mensen massaal weggetrokken zouden zijn. Hoeveel zijn dat er? Want het inwoneraantal is juist toegenomen. Woningtekort is er niet alleen in Emmen, maar speelt landelijk. PVV antwoordt dat het nettoaantal woningen juist achteruitgaat. Mensen willen graag in eigen dorp of in Emmen blijven wonen.

Maar omdat daar geen plek is, trekken ze naar een andere woonplaats. D66 is bij deze nota benieuwd of raad en college zichzelf genoeg opties geven om snel te kunnen schakelen. Actief gemeentelijk optreden is volgens D66 nodig omdat grond schaarser en dus duurder wordt en is in de huidige markt nodig om woningbouw betaalbaar en mogelijk te maken. Wel geeft dit grotere risico’s, maar ook kansen voor snelheid, kwaliteit en het zekerstellen van publiek belang. Hoog in de beslisboom staat of de gemeente voldoende capaciteit en weerstandsvermogen heeft. Welke weg nemen B&W bij een unieke kans waarbij het antwoord ‘nee’ lijkt? Stemmen zij dit af met de raad? Of schakelen zij direct naar faciliterend grondbeleid? In hoeverre kan de gemeente het tempo hierbij sturen en is dit de reden om naar actief beleid te switchen? Voor grondbeleid is ambtelijke kennis en capaciteit nodig: is die voldoende aanwezig of moet hier voor actief situationeel beleid nog in worden geïnvesteerd? Zijn de kaders voor investeringsbudgetten nog realistisch, nu het grondbeleid naar actief situationeel gaat? De raad moet tijdig worden geïnformeerd over (voorgenomen) aankopen. Hoe gaat dit in de praktijk bij dit nieuwe grondbeleid? Naast deze nota speelt ook de Omgevingsvisie een grote rol bij grondontwikkelingen.

Vindt het college dat de raad de juiste instrumenten heeft voor de zo vurig gewenste woningbouw? Veilig Emmen leest dat de gemeente waar nodig meer regie wil kunnen nemen op woningbouw, leefbaarheid en ruimtelijke ontwikkelingen. Begrijpelijk, gezien de druk op de woningmarkt en

2

inwoners willen dat de gemeente actief meedenkt en ontwikkelingen ondersteunt. In deze uitgangspunten kan de fractie zich vinden om de woningbouw te versnellen en het publieke belang goed te borgen. Tegelijk moet actief grondbeleid altijd zorgvuldig en verantwoord worden ingezet, met aandacht voor financiële haalbaarheid, heldere afwegingen en nauwe betrokkenheid van de raad bij belangrijke keuzes. Het nieuwe grondbeleid moet bijdragen aan meer betaalbare woningen, meer kansen voor starters en ouderen, leefbare dorpen en wijken en goede bereikbaarheid met passende parkeervoorzieningen. Veilig Emmen vraagt ook aandacht voor toegankelijkheid voor ouderen en mindervaliden bij nieuwe ontwikkelingen. Ontwikkelingen moeten niet alleen plaatsvinden in Emmen-stad, maar ook in de dorpen. Centraal uitgangspunt blijft: meer regie waar nodig en altijd met het oog voor de inwoners en een praktische uitvoering die past bij een plattelandsgemeente. De fractie ziet uit naar de zorgvuldige verdere uitwerking van deze beleidsnota. 50PLUS ziet dat iets belangrijks ontbreekt: een duidelijke sociale aanpak. Grondbeleid gaat naast geld en grond vooral over mensen, wonen en betaalbare en geschikte huizen in eigen buurt of dorp. De fractie kijkt vooral naar de doorstroming van ouderen die nu te vaak noodgedwongen in een te grote woning blijven wonen. Daardoor loopt de hele markt vast.

De nota kijkt nog te veel naar grond als verdienmodel. Het maatschappelijke doel is wel bij CPO-projecten te zien waar inwoners samen woningen bouwen zonder winstoogmerk. Toch moeten ook zij nog steeds een hoge grondprijs betalen: niet logisch. Nijmegen en Oss geven betaalbare collectieve woonvormen meer ruimte. Kan het college het grondbeleid ook meer sociaal en maatschappelijk bekijken? 50PLUS in de komende raadsvergadering een motie indienen om grondprijzen beter in te zetten voor betaalbare woningen, doorstroming en CPO-projecten. Hart voor Emmen ziet op eerste gezicht een redelijk grondbeleid waarbij de gemeente gezien de gespannen markt ontwikkelingen meer wil sturen. Daarom moet zij scherp blijven op haar macht en risico’s; volgens de fractie schuift de nota de gemeente nadrukkelijk richting actiever beleid, strategische aankopen, voorkeursrecht en bij uitzonderingen onteigening. Al kan dit juridisch allemaal, het is niet per se verstandig. De gemeente is immers geen projectontwikkelaar. Hoe te voorkomen dat actief grondbeleid geleidelijk de standaard wordt? Hoe houdt de raad grip op strategische aankopen en financiéle risico’s en wordt zij hierbij vooraf betrokken? De gemeente moet alleen verstandig actief beleid voeren waar dat nodig is, maar ook haar grenzen kennen.

Nuchter, zorgvuldig en dienstbaar aan de samenleving en niet alleen gedreven door bestuurlijke ambities. GroenLinks stelt vast dat een faciliterende rol niet langer past bij de huidige markt, die al jarenlang niet meer voorziet in de behoeftes van Emmenaren – en in heel Nederland. Het is onmiskenbaar dat het onverstoorbare vertrouwen in de markt hierbij parten speelde. Goed dat B&W een actievere rol in grondbeleid willen spelen, met een beslisboom die begrijpelijk de verschillende afwegingen uitlegt. De gemeente moet hiertoe voldoende capaciteit en weerstandsvermogen hebben. Waar trekt het college de grens bij ‘voldoende’? Bij sterke regie is kwaliteitsbewaking gewenst: bouwprojecten moeten er nu vooral mooi uitzien in de omgeving. Wordt de publieke waarde ook meegenomen? Dit vernieuwde beleid is ontzettend hard nodig om de lokale uitdagingen op te lossen rond de grote woningnood. Het kan het bouwproces van nieuwe woningen versnellen. SP vindt een actievere rol voor de gemeente op de grondmarkt een begrijpelijke keuze. Er moeten veel woningen bijkomen, wijken worden vernieuwd en de druk op de markt neemt toe. Positief is de duidelijke uitspraak dat grondbeleid geen doel op zich is, maar een middel om volkshuisvesting, leefbaarheid en economische ontwikkelingen mogelijk te maken.

Actiever grondbeleid betekent vaak ook grote financiële risico’s bij strategische aankopen en vooruitinvesteren. Dit vergt zorgvuldigheid, transparantie en duidelijke politieke keuzes. De raad moet goed betrokken blijven

3

in die afwegingen, juist vanwege de democratische controle vooraf bij grote strategische keuzes. Goed dat praktijk en publieke belangen beter geborgd worden, ook bij projecten van marktpartijen. Want faciliterend grondbeleid leidt niet alleen tot gewenste woningen of leefomgeving: ontwikkelaars hebben ook weleens andere belangen dan betaalbare woningen voor inwoners. De uitdaging zit vooral in de balans: de gemeente moet meer kunnen sturen op betaalbaarheid, kwaliteit en bouwtempo, maar moet zich financieel niet overstrekken of zichzelf te afhankelijk maken van grondexploitaties. De nadruk op flexibiliteit en maatwerk klinkt logisch, maar maakt het soms ook lastig voorspelbaar. Hoe houdt de raad straks concreet grip op keuzes binnen het situationeel actief grondbeleid? Reactie college Wethouder J. Bos betoogt dat de actievere gemeenterol situationeel wordt, waar van toepassing gebaseerd op het betreffende omgevingsplan. Er moeten heel veel woningen bijkomen en de gemeente wil daarom meer zaken zelf in gang zetten. Dat kan via strategische grondaankopen die weer in de markt worden gezet, een voorkeursrecht of als uiterste optie onteigening. Het laatste komt bijna nooit voor: dit is een heel lange juridische weg waarbij fors wordt ingegrepen op eigenaarsrechten.

De gemeente kan op vele manieren sturen bij actief beleid als tempo of fasering daarom vraagt, of een ontwikkelaar te lang afwacht. Dat is niet ingrijpen in de markt, want de gemeente is gehouden aan een marktconforme prijsstelling. Zo zijn ook grondspeculaties te voorkomen. De vragen over woningen en woningtypes raken niet het grond- maar het woonbeleid: de Volkshuisvestingsnota die in de maak is. De gemeente gaat inderdaad niet als projectontwikkelaar of grondeigenaar optreden: alleen het maatschappelijke doel telt, niet een verdienmodel. Risico’s zijn alleen aanvaardbaar als ze passen binnen de beschikbare weerstandscapaciteit binnen door de raad vastgestelde kaders. De gemeente is aan wettelijke kaders gehouden, daarbinnen moet de raad per majeur project een (bij voorkeur sluitende) grondexploitatie vaststellen, zoals dat nu al gebeurt. Als de raad het maatschappelijk belang van een ontwikkeling zwaarder vindt wegen, kan zij ook instemmen met een niet-sluitende exploitatie. Dus van blanco cheques is zeker geen sprake. Er is een reserve of budget voor strategische aankopen die soms wordt ingezet, maar grotere woningbouwprojecten worden van tevoren met de raad afgestemd, zoals in 2025 bij het voorkeursrecht in de Delftlanden.

De raad heeft dus steeds het laatste woord, ook bij besluiten waar actief grondbeleid bij hoort en die steeds gepaard gaan een budget voor de grondaankoop. Zo’n risico is een voorinvestering die bij grondverkopen aan een ontwikkelaar (nagenoeg uitsluitend) wordt terugverdiend. ProRail gaat de Nedersaksenlijn aanleggen en moet dus zelf de gronden verwerven. De gemeente kan dat proces versnellen door zelf grond aan te kopen, om door te verkopen aan ProRail. Voor plankosten gelden protocollen; deze kosten worden ook steeds aan de raad voorgelegd. CDA informeert of dit laatste in huis gebeurt of door een externe partij. Wethouder J. Bos antwoordt dat de ambtenaren zelf de grondexploitaties opstellen; in complexe gevallen wordt expertise ingehuurd. Er is capaciteit voor passief en actief beleidsinzet in de veel voorkomende gevallen. Bij complexe zaken is externe juridische kennis nodig. Daarna is voor vervolggevallen de lijn vaak duidelijk om een project of actie zelf af te handelen – uitzonderingen daargelaten. Binnen het grondprijzenbeleid worden jaarlijks de (marktconforme) grondprijzen geactualiseerd en vastgesteld door de raad. De Nota Grondprijzen beslaat de periode 2022-2030; deze wordt tijdig geactualiseerd. Per project of actie wordt een kaderstellend investeringsbudget vastgesteld. Dat actief grondbeleid standaard wordt, wordt voorkomen doordat het niet altijd passend is.

Bovendien zijn actieve instrumenten meestal ingrijpend: bij grondaankopen en helemaal bij voorkeursrecht of onteigening. Dit soort acties wordt meestal in besloten vergaderingen met de raad afgestemd. Eerst wordt passief beleid gevoerd door aan een omgevingsplan regels te stellen. Pas als deze niet het gewenste effect sorteren, worden volgens de beslisboom de afwegingen voor actief beleid gemaakt. Daarbij staat de benodigde grondhoeveelheid centraal om de gewenste

4

woningbouwopgave te realiseren. Raad en college moeten daarbij goed de vinger aan de pols houden. Tweede termijn CDA hoort de wethouder terecht opmerken dat grondbeleid over grond sec gaat, niet over wonen. Op iBabs staat toch echt het beleidsplan Nota Grondprijsbeleid 2022-2026. Kan het college hier nog naar kijken in verband met de noodzakelijke actualisatie? Wakker Emmen stemt in met deze kadernota. Goed dat de wethouder duidelijk maakt dat het hier niet gaat om winst maken met actief grondbeleid, maar juist om maatschappelijke doelen van woningbouw e.a. mogelijk te maken. Ook goed dat de raad nadrukkelijk betrokken blijft. Zij houdt het laatste woord bij grondexploitaties, financiële kaders en (zware) instrumenten. Dat geeft voldoende vertrouwen in de borging van de controlerende rol van de raad. De noodzaak om soms sneller of steviger te sturen wanneer tempo, fasering of het publieke belang daarom vraagt, is belangrijk. Wel moet het actieve beleid situationeel blijven en zorgvuldig worden toegepast. De fractie waardeert de duidelijk uitleg over de risico’s en hoe de raad daarin wordt meegenomen. VVD begrijpt dat het kaderstellende investeringsbudget in de Begroting zit en in feite de pot waar B&W een strategische aankopen uit kunnen doen zonder vooraf de raad te informeren. Maar in de Begroting is zo’n budget niet te vinden.

Aan welke omvang moet de fractie daarbij denken waarbij het college het mandaat heeft? D66 gelooft in het grondbeleid, maar vraagt zich af wat er nu voor de raad, het college en de ambtelijke organisatie in de praktijk echt verandert met deze kadernota. Hart voor Emmen is gerustgesteld over de zorgen die men had over het actieve grondbeleid met soms zeer ingrijpende instrumenten. Daarom kan de fractie instemmen met dit voorstel. GroenLinks hoorde een uitleg die een en ander verduidelijkte over de inzet van ambtelijke capaciteit. Stel dat de gemeente zoveel grond heeft opgekocht dat het weerstandsvermogen tijdelijk in het geding zou komen, komt het college dan eerst naar de raad met een verzoek om overschrijding? Of is er dan per definitie geen mogelijkheid meer voor de gemeente om een investering te doen? Reactie college Wethouder J. Bos meldt dat de nota ‘Buitengewoon Emmen 2022-2030’ te maken heeft met de Woonvisie en woonbeleid. De Nota Grondprijzenbeleid loopt inderdaad tot 2026: deze wordt nog dit jaar geactualiseerd aan de raad voorgelegd. Er is een beperkt budget voor strategische aankopen of ruilgronden. Een uitgave boven de vier ton moet altijd eerst aan de raad worden voorgelegd. Daarbij wil de raad, noch het college nooit zo ver gaan dat het weerstandsvermogen wordt aangetast. Dus het hypothetische geval dat GroenLinks aankaart, zal nooit voorkomen in de praktijk.

Het weerstandsvermogen wordt berekend volgens de heldere rekenregels bij de Begroting. Op dit moment beweegt de hoogte hiervan zich tussen ‘uitstekend’ en ‘zeer uitstekend’. ChristenUnie vraagt wanneer de Weerstandnota geüpdatet wordt. De fractie is benieuwd naar de rekenregels bij het weerstandscapaciteit. Wellicht is dit in de Auditcommissie te bespreken. Wethouder J. Bos zal nakijken wanneer de gevraagde update afkomt. Bij de Begroting wordt jaarlijks gekeken naar de weerstand aan de hand van rekenregels met inachtneming van worsecasescenario’s via de Monte Carloe-methode. Dit vormt de basis voor het weerstandsvermogen. Bij het weerstandsbeleid is afgesproken dat 10 procent van de Begroting daarvoor wordt gereserveerd. Daar zijn geen regels voor, maar de provincie kijkt bij te veel druk op de weerstand kritisch mee. Door deze kadernota verandert er sec niet veel in de praktijk. Maar tot

5

op heden had de raad alleen het passieve grondbeleid vastgesteld; hiervan wijkt deze nota dus af met zijn instrumentarium. Voorzitter De Jonge stelt vast dat dit raadsvoorstel als A-stuk naar de raad gaat. 3. Bespreken A-stukken: 3.1 Raadsvoorstel – Besluit begrotingswijzigingen Q1-2026 Wakker Emmen noemt het positieve resultaat van 421.000 euro een meevaller die enige ruimte biedt. Dit bestaat grotendeels uit compensatie voor de opvang van Oekraïners. Dit is in het Meerjarenperspectief niet doorgerekend, met direct een tekort voor na 2026 tot gevolg. Voorzichtigheid is dus geboden en belangrijk blijft dat incidentele voordelen niet moeten leiden tot structurele verplichtingen met financiële knelpunten. Zorgvuldig omgaan met publieke middelen betekent dat de raad kritisch moet kijken naar noodzaak en gevolgen van begrotingswijzigingen, zeker in tijden waarin de financiële ruimte niet ruim is. Wakker Emmen vindt belangrijk dat er voldoende transparantie is over de onderbouwing van de keuzes: inwoners moeten dit kunnen volgen. Zijn de extra rijksmiddelen voor compensatie pleeggezinnen voor kinder- en buitenschoolse opvang al eerder uitgekeerd door de gemeente? Investeringen moeten niet alleen financieel beoordeeld worden, maar ook op hun maatschappelijke waarde.

Mooi dat de bouw van de nieuwe Aldi het hoogste punt bereikt heeft als positieve ontwikkeling voor (het winkelcentrum van) Angelslo. PVV ziet dat met forse bedragen wordt geschoven, alsof het een boekhoudkundige truc is. Maar de inwoners krijgen uiteindelijk wel de rekening gepresenteerd. De begrotingswijzigingen lijken beperkt, maar tonen wel hoe onzeker de financiële toekomst voor de gemeente is. In plaats van ravijnjaar 2026 worden de problemen vooral doorgeschoven naar 2027 en verder. Het negatieve effect van de Decembercirculaire voor 2027-2029 is 300.000, 308.000 respectievelijk 316.000 euro, maar dit wordt voor 2026 neutraal gemaakt, met blijvende tekorten voor de jaren erna. Is daar vooraf onvoldoende naar gekeken? Zijn die tekorten adequaat in de Kaderbrief te verwerken? Ten koste van welke andere uitgaven gaat dat gebeuren? De inwoner wil geen financiële luchtkastelen of doorgeschoven problemen, maar duidelijkheid, eerlijkheid en houdbare keuzes. Financiële degelijkheid is belangrijker dan politiek wensdromen. Voor wijkcentrum Angelslo komt een aanvullend uitvoeringskrediet van 410.000 euro, maar dit wordt volledig in rekening gebracht bij de Aldi, die nog ruim drie ton aan de gemeente verschuldigd is.

Wordt de dekking in 2026 feitelijk mogelijk gemaakt omdat de Aldi-bijdrage al eerder is ontvangen of toegezegd? In de Kaderbrief moeten duidelijke uitleg en volledige openheid komen over waar de rekening van alle wijzigingen terechtkomt. Veilig Emmen vindt belangrijk dat de raad grip houdt op de financiële ontwikkelingen, zeker richting de komende jaren. Positief is dat de investering in wijkcentrum Angelslo volledig wordt gedekt door de bijdrage van de Aldi, zonder extra lasten voor de gemeente. Ontwikkelingen moeten verantwoord gebeuren, de inwoners mogen niet opdraaien voor meerkosten. Belangrijk is dat de extra rijksmiddelen voor onder andere vrouwenopvang, energiehulp en ondersteuning in het sociaal domein, ook echt terechtkomen bij de inwoners die dit nodig hebben. Er moet aandacht komen voor de financiële druk op de jaren 2027-2029. Veilig Emmen blijft hameren op duidelijke keuzes, financiële voorzichtigheid en investeren in voorzieningen met directe betekenis voor de inwoners. Hart voor Emmen vindt dit een prima voorstel. In het besluit rondom het addendum van de samenwerkingsovereenkomst met wijkcentrum Angelslo, gaat artikel 2a over onvoorziene kosten. Dit lijkt een openeindconstructie. Wie staat uiteindelijk voor deze kosten?

6

GroenLinks kijkt met bijzondere interesse naar de cijfers rond de opvang van de slachtoffers van huiselijk geweld. Elke euro voor noodopvang van deze slachtoffers juicht de fractie toe. Zij ontvangt signalen dat er ook in Emmen te weinig opvangplekken zijn. Emmen ontvangt structureel 258.000 euro voor vrouwenopvang, maar onbekend is wat de totale verwachte uitbreidingskosten zijn. Is het bedrag wel voldoende? Worden de middelen centraal gereserveerd en via een collegevoorstel opgehaald? Waarom wordt dit geld niet direct besteed aan concrete uitbreiding van opvang en begeleiding? Dat er extra middelen beschikbaar zouden komen, was al langer bekend. Wanneer komt het inhoudelijke voorstel inclusief de feitelijke opvangbehoeften naar de raad? Vinden B&W ook dat de huidige opvangcapaciteit onder druk staat en eventueel noodoplossingen nodig zijn? Reactie college Wethouder J. Bos houdt voor dat deze begrotingswijzigingen alleen het eerste kwartaal betreffen, er komen later dit jaar dus nog meer. De voorliggende zaken waren nog niet opgenomen in de Begroting. Voor wijkcentrum Angelslo is 410.000 euro aanvullend krediet nodig. De dekking komt van de Aldi. In de Decembercirculaire verdeelt het Rijk enkele resterende doeluitkeringen en taakmutaties, middelen die taakgericht ingezet moeten worden.

Daar zij niet in de Begroting stonden, vragen B&W hierbij eerst aan de raad toestemming voor een begrotingswijziging. Alvorens ze in te zetten worden de middelen eerst gereserveerd. Voorts komt het college met voorstellen voor besteding, dat staat los van de inhoud zoals bij de vrouwenopvang. De vraag over kinder- en buitenschoolse opvang wordt inhoudelijk doorgespeeld naar de verantwoordelijk wethouder. Maar ook daar geldt dezelfde procedure. In de regel zijn rijksmiddelen in de praktijk niet voldoende. Er zijn geen structurele lasten die gedekt worden door de Oekraïne-middelen. Overschotten als deze worden in de reserve calamiteitenfonds gestort. Dat zit bijna aan het plafond van 7 miljoen. Wordt dit overschreden, dan doen B&W een bestedingsvoorstel van die overschrijding aan de raad. De inhoudelijke vraag van Hart voor Emmen wordt schriftelijk beantwoord. Voorzitter De Jonge stelt vast dat dit raadsvoorstel als A-stuk naar de raad gaat. 3.2 Raadsvoorstel – Zienswijze wijziging GR Drents Archief Wakker Emmen ziet met name technische, organistorische aanpassingen zonder financiële gevolgen. Belangrijk is dat de basis op orde is en de archivering goed geregeld is, de samenwerking geborgd blijft en er wordt voldaan aan wet- en regelgeving. De gemeente moet zelf regie houden waar nodig, bijvoorbeeld bij de invulling van de archivaris.

De fractie ziet al met al geen aanleiding voor een zienswijze. VVD kon deze verbonden partij niet terugvinden in de Begroting, maar ziet het nut van deze samenwerking en is niet tegen deze GR-wijziging. Er is dus geen zienswijze nodig. PVV kan zich in grote lijnen vinden in dit voorstel. De uit- en toetredingen zijn logische stappen. Heel verstandig dat Emmen de gemeentearchivaris in eigen huis houdt. Een kanttekening is de stemverhouding: Emmen wordt na Assen de grootste betaler met 175.000 euro; Borger-Odoorn draagt slechts 39.000 euro bij, maar heeft net als Emmen één stem. Uittreden mag altijd, een aangetekende brief is voldoende. Maar het nieuwe artikel 33a maakt dit erg duur: ruim vijf ton, een stevige financiële rem. Waarom ontbreekt een toelichting op de genoemde 300%? Het uittredingsbesluit van het AB is genomen op 25 december 2025: dit moet een typfout zijn. Hart voor Emmen sluit zich aan bij de voorgaande woordvoeringen.

7

GroenLinks vraagt waarom twee wethouders van Emmen worden afgevaardigd en niet de gemeente als publiekrechtelijke entiteit. Reactie college Wethouder J. Bos wijst erop dat de Emmense deelname najaar 2025 is vastgesteld; deze staat als verschuiving tussen budgetten in de Begroting. Daarom heeft deze GR-wijziging geen nieuwe financiële consequenties. De stemverhouding was eerst anders, niet regulier. In alle GR’en waarin Emmen deelneemt, krijgt elke deelnemer één stem. De bijdrage is lager dan voorheen en is gebaseerd op een bedrag per inwoner met daarnaast extra bedrag voor dienstverlening, dat elke gemeente zelf kan bepalen (voor Emmen een e-archivaris). Als een gemeente wil uittreden, dan heeft de GR capaciteit die niet snel is af te bouwen. Om te voorkomen dat de lasten volledig bij de zittende partners terechtkomen, wordt van de uittredende gemeente gedeeltelijke compensatie gevraagd. Emmen vaardigt niet twee, maar één wethouder af als lid van de GR en die vertegenwoordigt daarin de gemeente. Daarbij wordt een vaste vervangende wethouder aangewezen. Voorzitter De Jonge stelt vast dat dit raadsvoorstel als A-stuk naar de raad gaat. 4. 4.1

Onderwerpen ter bespreking Raadsbrief – Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 7.1 inzake Tempo opvang statushouders (op verzoek van Hart voor Emmen) Eerste termijn Hart voor Emmen vraagt hoe de commissie aankijkt tegen de geschetste tegenstrijdigheid in de antwoorden en of het college hier niet zorvuldiger mee moet omgaan. En staat de commissie open voor een motie bij de Kaderbrief die inzet op een eerlijk en transparant wachtsysteem voor iedereen. ChristenUnie is concreet benieuwd naar dat ‘eerlijke en transparante’ systeem. Hart voor Emmen wil toewerken naar één wachtlijst voor iedereen die een sociale huurwoning wil. Dan wacht iedereen even lang en is de wachttijd objectief. De gemeente kan niets doen aan de wettelijke taakstelling rond statushouders, maar met de wachtlijst is voor het Rijk inzichtelijk te maken of aan de taakstelling wordt voldaan. Aan de hand daarvan kan ook worden bekeken of statushouders in aanmerking komen, of dat er andere huisvesting voor hen geregeld moet worden. Voor Wakker Emmen is de tegenstelling in de antwoorden niet meer dan een schrijffout en fouten zijn menselijk. Uitgaande van het 6,8% aandeel is niet massaal voorrang verleend aan statushouders. Maar vergeleken met starters werkt dit systeem niet helemaal eerlijk en ligt een verandering in de rede. Gezien de rijkstaakstelling is de voorgestelde motie niet erg zinvol.

D66 hoort de term ‘eerlijk’ vallen. Beschikt Wakker Emmen over gegevens dat statushouders meer kansen krijgen dan starters? Wakker Emmen heeft dat zo niet voor de bril. Maar het aandeel van statushouders voor een sociale huurwoning gaat aanzienlijk hoger uitvallen. Dan is de vraag over de eerlijkheid van het toewijzigingssysteem gerechtvaardigd. D66 informeert of het dan alleen gaat om statushouders ten opzichte van starters wat de eerlijkheid bepaalt. Of zijn er meer doelgroepen die bepalen of starters wel/geen voorrang krijgen? Wakker Emmen denkt dat het begrip ‘starters’ breder kan zijn: dit kunnen ook gezinnen met gescheiden ouders, urgentiegevallen of mensen zijn die vanuit een sociale huurwoning naar een andere woning willen. Die laatsten zouden dan niet meegenomen moeten worden in deze vergelijking. Of dit nog een open en eerlijk systeem is, is een compleet andere discussie. CDA vindt de tegenstrijdigheid tussen 51 en 55 personen in de B&W-reactie ook slordig. Maar dit agenderen als onderwerp ter bespreking of principieel punt, gaat wat ver. Hart voor Emmen had dit ook met de behandelend ambtenaar of de griffie kunnen opnemen.

8

Hart voor Emmen heeft de afgelopen periode heel veel gevallen neergelegd waarbij data niet klopten en opgevraagde informatie onvolledig of incorrect bleek te zijn. Vandaar dat de fractie ook van dit kleine verschil een punt blijft maken. CDA is niet tegen een eerlijk en transparant toewijzingssysteem: dat is een open deur. De aanleiding is volgens de schriftelijke vragen de gemiddelde inschrijfduur, in de mondelinge toelichting zojuist gaat het over statushouders. Het systeem van Thuiskompas is helder: een inwoner schrijft in met een woonwens, moet actief reageren op een woning van keuze en die wordt toegewezen op de langste inschrijfduur. Het CDA vindt dit een eerlijk systeem. De voorwaarden rond urgentie is een andere discussie, maar die was niet terug te lezen in de schriftelijke vragen. PvdA benadrukt dat zij het ongewenst vindt om überhaupt voorrang te verlenen aan statushouders. De gemeente wordt daarvoor met een taakstelling belast. Als Den Haag de afgelopen jaren de juiste stappen had gezet om het woningtekort op te lossen en er niet structureel was onderbegroot op de asielketen, had de gemeente voor een flink kleinere opgave gestaan. De asielketen moet ontlast worden en statushouders moeten de kans krijgen om een fatsoenlijk en zelfstandig leven op te bouwen en constructief bij te dragen aan de maatschappij.

Blijkbaar is er een slordigheid in de cijfers in de beantwoording geslopen. Thuiskompas is in 2020 opgericht om het vinden van een sociale huurwoningen, transparanter, makkelijker en eerlijker maken. Gebruikers ervaren dit ook zo volgens de verschillende enquêtes. De fractie ziet dan ook geen aanleiding voor een motie voor een eerlijk en transparant wachtsysteem, want dit is met Thuiskompas al het geval. FvD vindt het verschil tussen 51 en 55 personen ook slordig, maar wel klein en heeft hier niet veel moeite mee. Wel mogen statushouders absoluut geen voorrang hebben op de woningmarkt. Sowieso moet de instroom van asielzoekers aan de voorkant al minder worden. Voor de rest vindt FvD dat er een eerlijk systeem moet komen. Als dat systeem veranderd moet worden, dan moet dat gebeuren. ChristenUnie beluistert dat de gemeente ongehoorzaam moet worden, maar die taakstelling is toch wettelijk opgelegd? Kan FvD dit verduidelijken? FvD bedoelde dit niet als ongehoorzaam-zijn. Dat het Rijk dit oplegt, is heel jammer; aan landelijk beleid kan de gemeente weinig doen. Maar omdat het rijksbeleid misgaat, wordt Emmen geconfronteerd met heel veel statushouders die ook een woning willen en loopt het toewijzigingssysteem vast. Maar statushouders mogen hoe dan ook geen voorrang krijgen. VVD hoort ook geluiden en kent de emoties onder inwoners.

De praktijk is echter dat de gemeente een opgave heeft om de statushouders te huisvesten. Doordat er nog meer urgente huiszoekers zijn, is er een woningtekort. Daarom moeten statushouders niet speciaal voorrang krijgen en moeten andere gemeente hun taak uitvoeren om de druk op de asielketen op te lossen. De echte oplossing zit in minder instroom, waar Den Haag en Brussel over gaan, en meer huizen bouwen, bijvoorbeeld flexwoningen. In plaats van een motie moet de gemeente de komende jaren gewoon werken aan een goede oplossing van de woningnood. Genoemd verschil tussen 51 en 55 lijkt een typfout. GroenLinks hoort dat het probleem is dat meer mensen een huis willen. Hoe kijkt de VVD ertegenaan dat er veel te weinig huizen beschikbaar zijn? Is dat niet juist het probleem en niet het aantal mensen dat een woning zoekt? VVD erkent het tekort aan huizen, maar verschilt van mening over de reden. Volgens de PVV is maximale openheid nodig over cijfers, keuzes en de gevolgen daarvan. Het gaat hier om het vertrouwen in de informatievoorziening naar de raad. Het college noemt twee verschillende getallen 51 en 55 personen. Dit verschil lijkt klein, maar consistente en juiste informatie is wel van belang voor de (controlerende) raad. Bij elke afwijking hoort een uitgebreide motivering.

De fractie staat open voor een motie om te komen tot een eerlijk en transparant wachtsysteem, zoals die van de PVV in de Zaanstreek. Bij bredere steun overweegt de fractie een soortgelijke motie. In plaats van de noodzaak om statushouders te huisvesten in sociale

9

huurwoningen, zou de gemeente ook kunnen kijken naar andere woonvormen zoals flexwoningen, caravans et cetera. D66 dankt meestal een fractie voor het inbrengen van een bespreekpunt, maar werd nu minder enthousiast van de door Hart voor Emmen gestelde vragen. Maar D66 krijgt zo ook de kans om een verkeerd beeld dat media en sommige partijen schetsen, te verhelderen. Cijfers moeten zeker kloppen. Hart voor Emmen gaf zonet ook een heldere toelichting waarom men het verschil tussen 51 en 55 te huisvesten mensen essentieel vindt. D66 staat open voor een politieke discussie over hoe de gemeente voor voldoende woningen zorgt en tegelijk aan de wettelijke taakstelling van statushouders voldoet. De voorgestelde motie lijkt hier niet over te gaan. De raad moet oppassen met het gebruik van woorden als ‘eerlijk’ of ‘oneerlijk’. Dit wekt de suggestie van voortrekken van sommige groepen ten koste van andere. De cijfers laten anders zien: slechts 6,8% van de woningen gaat naar statushouders en daarmee heeft de gemeente haar taakstelling zelfs niet gehaald. Dus 93,2% van de woningen wordt gewoon toegewezen voor alle andere groepen. Laat de raad ook net zo ‘eerlijk’ het gesprek voeren over feiten, proporties en over verschillen in informatie over de wachttijden. Hart voor Emmen geeft aan dat D66 iets kan vinden van een woordkeuze: dat is een kwestie van smaak.

Maar los van de 6,8% kijkt Hart voor Emmen liever naar het absolute aantal wachtenden. En als de gemeente een taakstelling krijgt opgelegd, moet daar binnen een halfjaar aan worden voldaan. Als de gemiddelde wachttijd dan 52 maanden wordt, legt dat een bepaald gevoel neer bij bestaande inwoners. De raad moet daarover dus in discussie, aan de hand van de motie. D66 wijst op de nuancering in de beantwoording over de ‘gerichte’ zoektijd van 20 maanden. Ook hierbij kan de vraag worden gesteld welk gewicht men aan de 52 maanden koppelt. D66 roept op te stoppen met de onjuiste beeldvorming dat statushouders de oorzaak zouden zijn van de woningnood in Emmen en eerlijk te zijn over het daadwerkelijke probleem: het woningtekort. En ook hoe de gemeente kan voldoen aan de realisatie van minimaal 30 procent sociale huur. Veilig Emmen sluit zich grotendeels aan bij de visie van Hart voor Emmen. Veilig Emmen wil dat nieuwkomers geen voorrang horen te krijgen op de toch al zwaar onder druk staande lokale woningmarkt. Richting inwoners moet volledige transparantie bestaan over de verdeling van sociale huurwoningen en wachttijden, zeker op de gespannen woningmarkt. De fractie staat open voor een gezamenlijke, breedgedragen motie zoals voorgesteld. 50PLUS denkt dat het verschil tussen de aantallen een typfout is. Dat is niet netjes, maar dat kan gebeuren.

De fractie staat niet achter de voorgestelde motie, want de gemeente kan niets veranderen aan de opgelegde taakstelling van het Rijk. Iedereen staat op de wachtlijst bij Thuiskompas en dat systeem wijst op een eerlijke manier woningen toe. ChristenUnie vindt zorgvuldigheid een groot goed en ziet liever geen fouten. Echter, vergissen is menselijk, zeker bij een kennelijke typfout als deze. De ChristenUnie staat zeker open voor een motie die het toewijzingsproces eerlijker en transparanter moet maken. Eigen inwoners moeten voorrang hebben bij het verkijgen van een sociale huurwoning. Wachttijden zijn niet nieuw, vandaar het advies aan lokale jongeren om zich zo vroeg mogelijk in te schrijven. De raad moet wel beseffen dat de taakstelling statushouders nu eenmaal rijksbeleid is waar zij weinig invloed op heeft. Alle overheden zijn samen verantwoordelijk om verstopping van de asielketen te voorkomen en daar hoort de taakstelling gewoon bij. Graag een (schriftelijke) reactie van de wethouder op hoe de Emmense plaatsingsgetallen zich verhouden tot buurgemeenten en andere vergelijkbare gemeenten.. GroenLinks vindt dat de twee verschillende cijfers inderdaad niet zorgvuldig overkomen; de reden zou door B&W toegelicht moeten worden. Voor de fractie is transparantie belangrijk. Mensen

10

moeten kunnen begrijpen hoe woningen worden verdeeld, zeker op deze gespannen markt. Tegelijk betekent een eerlijk systeem niet automatisch dat iedereen exact hetzelfde behandeld wordt. Soms hebben mensen extra ondersteuning nodig om weer mee te kunnen doen, zoals jongeren die uit de jeugdzorg komen, vrouwen die huiselijk geweld ontvluchten, gezinnen in crisissituaties en ook statushouders. Dit vraagstuk is complex. Het helpt alleen niet om groepen tegenover elkaar te zetten, alsof de een de oorzaak is van de problemen van de ander. De fractie kiest liever voor solidariteit: men moet soms meer geduld hebben als men op de (lange) wachtlijst staat. De PVV sprak over opvang in caravans: GroenLinks heeft zelf ervaring met zo’n tijdelijke woonvorm en wenst dat niemand toe. Opvallend dat het antwoord op vraag 3 stelt dat het aantal beschikbare huurwoningen ‘te laag’ is. Bedoelen B&W hiermee sociale huur of de totale huurvoorraad? Juist over zo’n politieke conclusie moet de raad het gesprek aangaan: wat vindt zij voldoende en hoe zorgt zij dat mensen die opnieuw moeten beginnen, ook daadwerkelijk een woning krijgen? Andere gemeenten kiezen ervoor om een groter aandeel van de beschikbare woningen dan 6,8 procent in te zetten voor statushouders. Dat laat zien dat dit geen vaststaand gegeven is.

Het college ziet in plaats van verlagen van de taakstelling meer in het oplossen van het woningtekort: een verstandige benadering. Uiteindelijk hebben alle woningzoekenden daar baat bij. SP begrijpt dat woningnood in relatie tot huisvesting van statushouders veel emoties oproept. Juist daarom moet dit debat zorgvuldig en vooral feitelijk zijn. Gemeenten hebben een wettelijke verplichting om statushouders op te vangen. Tegelijk is de druk op de sociale huurmarkt enorm: er staan ruim 3.500 mensen ingeschreven die gemiddeld 52 maanden wachten. Begrijpelijk dat inwoners zich afvragen of ze nog aan de beurt komen. Maar de raad moet wel oppassen om groepen tegenover elkaar te zetten. Kern van het probleem blijft het enorme tekort aan betaalbare woningen, zoals B&W ook erkennen. Daarom moeten twee dingen tegelijk gebeuren: eerlijk en transparant zijn over woningtoewijzingen en taakstellingen versus veel meer inzetten op betaalbare woningen om de druk op de wachtlijst te verlichten voor álle woningzoekenden. De SP staat open voor elk gesprek over eerlijkheid en transparantie binnen het toewijzingssysteem, maar wil wel symptoombestrijding voorkomen. Ook bij onderlinge concurrentie blijft het aantal huurwoningen even schaars en dat helpt uiteindelijk niemand.

Voorzitter De Jonge geeft aan dat bij dit punt ook spreektijd voor het college is geagendeerd, maar die is alleen bedoeld om een reflectie te geven. Verduidelijkingsvragen zijn niet de bedoeling volgens het Reglement van Orde. Anders loopt de vergadertijd te veel uit. De voorzitter neemt dit aandachtspunt ook mee richting de komende presidiumvergadering. Reactie college Wethouder Jakobs beaamt dat cijfers zorgvuldig moeten zijn, waarvoor zijn excuses. In het eerste halfjaar van 2026 moest de gemeente 142 statushouders plaatsen, bestaande uit 51 personen in 2025 (achterstand) en de taakstelling van 91 personen voor 2026. In het eerste kwartaal 2026 zijn 18 statushouders gehuisvest, zodat er nu nog 124 personen overblijven. Het lijkt erop dat de achterstand verder zal oplopen. Binnenkort wordt de nieuwe landelijke taakstelling verwacht, landelijk 16.200 personen. De verdeling wordt gebaseerd naar grondoppervlakte en inwonertal; voor Emmen betekent dit 98 personen boven op de achterstand per 1 juli 2026. Bij de door de PVV voorgestelde motie wijst de wethouder op de extreme druk op de sociale huurvoorraad, gebrek aan fysieke woningen, de taakstelling die niet evenredig is met het lokale aanbod en een wachttijd van vijf tot tien jaar. In Emmen is de wachttijd vier jaar en vier maanden en de wachttijd bij gericht zoeken is 20 maanden.

Er is wetgeving in aantocht die daarop anticipeert en de taakstelling mogelijk gaat afschaffen. Hart voor Emmen stelt terecht dat wat juridisch kan, bestuurlijk niet altijd verstandig is. Afsluiting

11

Hart voor Emmen dankt de fracties en de wethouder voor hun bijdragen. De agendering was niet bedoeld om te gaan muggenziften over cijfers. De afgelopen raadsperiode heeft de fractie zich enorm ingezet voor transprantie en juiste informatie en blijft dat de komende periode doen. Bij een eerlijk en transparant wachtsysteem is het nooit de bedoeling geweest om groepen tegenover elkaar te zetten of mensen uit te sluiten. Het is gewoon niet meer uitlegbaar voor inwoners hoe het kan dat zij zo lang moeten wachten. Als de raad een kans ziet om de druk op de huurmarkt te verlichten, bijvoorbeeld door de statushouders in flexwoningen te plaatsen, dan moet zij dat doen. De meerderheid in de commissie staat open voor een gesprek over transparantie rond wachtlijsten en – tijden. Hart voor Emmen gaat zich met andere fracties hierop beraden. De reactie van de wethouder horende, lijkt de gemeente de taakstelling van statushouders niet aan te kunnen. Dat is iets om in Den Haag aan te gaan kaarten. Voorzitter De Jonge stelt vast dat dit onderwerp in voldoende mate is besproken. 5. Sluiting Voorzitter De Jonge sluit de vergadering om 21.26 uur onder dankzegging.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=9a824582-b2c8-41a0-b0b0-2b0f73496684