CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Nota van Beantwoording

Commissie Wonen en Ruimte 12 april 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Buffer zuid’, ‘MER Buffer zuid’ en ‘beeldkwaliteitsplan Buffer Zuid’ (voorstel: bespreken in combinatie met agendapunt 7C) (80708-2023)3.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Emmen

Nota v an beantw oording ziens w ijzen behorende bij bes tem m ings plan Buitengebied, Buffer zuid m et dos s iernum m er NL.IMRO.0114.2021021en bes tem m ings plan Buitengebied, Nieuw -S choonebeek, w aters chap Vechts trom en m et dos s iernum m er NL.IMRO.0114.2021050-

Gemeente Emmen

Inhouds opgav e Inhoudsopgave

3

1.

4 4 5 6 7

1. 2. 3. 4.

Zienswijze STERCORE Basisdienste – Gewässerkundlicher Landesdienst NLWKN Niedersachsen Landkreis Emsland LTO Noord

Nota van beantwoording bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021021en bestemmingsplan Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021050-

3

Gemeente Emmen

1. Zienswijze Op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) hebben de ontwerpbestemmingsplannen ‘Buitengebied, Buffer zuid’ en ‘Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen’ met ingang van 12 oktober 2022 zes weken ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Omdat de planvorming van beide plannen raakvlakken heeft, heeft de tervisielegging gelijktijdig plaatsgevonden. Tijdens deze termijn zijn vier zienswijzen ingekomen. De zienswijzen zijn ontvangen binnen de wettelijke termijn overeenkomstig afdeling 3.4 artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij de behandeling hieronder is aangegeven op welk bestemmingsplan de zienswijze betrekking heeft. Reacties op de ontwerpbestemmingsplannen zijn openbaar, maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. Om kennis te nemen van de namen van de indieners van de zienswijzen is aan het raadsbesluit een appendix toegevoegd met naam en toenaam. Deze appendix maakt onderdeel uit van het raadsbesluit bij het bestemmingsplan maar zal niet digitaal bekend worden gemaakt. De appendix wordt geanonimiseerd voor documentversies die openbaar via internet toegankelijk zijn. Tabel indieners van een zienswijze 1

Stercore

2

Basisdienste – Gewässerkundlicher Landesdienst

3

Landkreis Emsland

NLWKN Niedersachsen – Betriebsstelle Meppen * Haselünner Str. 78 49176 Meppen

Postfach 1562 48705 Meppen

4

LTO Noord

Postbus 186 9200 AD Drachten

In deze Nota van beantwoording zijn de zienswijzen per indiener genummerd en samengevat weergegeven (A). Daarna is op de reactie ingegaan (B). Vervolgens is aangegeven of de reactie wel of niet heeft geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan (C). 1.

Stercore

De zienswijze heeft betrekking op bestemmingsplan ‘Buitengebied, Buffer zuid’: A1.1 STERCORE wenst bij u een bezwaar in te dienen m.b.t. bovenvermeld kenmerk. Het betreft een bezwaar op enkele onderdelen van het ontwerpplan. STERCORE wenst op te merken, dat het op zich volledig achter de waterbuffer plannen kan scharen in zoverre er enkel sprake is van die voorgenomen activiteit. STERCORE ziet zich als direct belanghebbende, daar het bedrijf in Emmen een locatie in ontwikkeling heeft staan welke reeds 5 jaar juridisch getraineerd wordt door Milieudefensie Westerveld m.b.t. een betwiste jaarlijkse stikstofdepositie van 0.00 mol/Ha./jaar NO3 welk overeenkomst met 57 Kg. NO3 emissie locatie Kap. Antiferstraat ong. te Emmen. Deze casus is u naar aller waarschijnlijkheid bekend. STERCORE haar bezwaar richt zich voornamelijk tegen de onderdelen Regels, Hoofdstuk 1, regels 1.15Nota van beantwoording bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021021en bestemmingsplan Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021050-

4

Gemeente Emmen

1.18-1.19 zie ook: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/transform/NL.IMRO.0114.2021021B501/pt_NL.IMRO.0114.2021021-B501.xml#NL.IMRO.PT.s217 . Het inrichten en bedrijven van deze recreatieve gedeelten draagt onherroepelijk bij aan een zeer hoge extra belasting van deze gevoelige natuur door bezoekers en hun huisdieren. Het is u wellicht bekend dat 1 mens ca. 4-4.5 NH3, en een gemiddelde hond 4.5-5 kilo NH3 excretie per jaar kent. De NH3 emissie op Natura2000 Bargerveen zal daardoor aantoonbaar minimaal met 150-200 kilo NH3/jaar per jaar toenemen. Daar er sprake is van een direct ter plaatse emissie, kan deze emissie gelijkgesteld worden aan depositie. Wij treffen in het ontwerpplan, MER, etc. geen enkele berekening aan waarin deze excretie is meegenomen, het geeft geen pas om enkel de NOx emissie in berekening mee te tellen om tot een positief resultaat te komen. STERCORE stelt dan ook dat de recreatieve fase onjuist is gecalculeerd en daarom in strijd is met de habitatrichtlijnen. Dit is evenzo van toepassing op het toestaan van huisdieren zoals honden in het gebied. Dit dient tot een actief verbod te leiden welk gehandhaafd dient te worden. B1.1 Het RIVM ontwikkelt en beheert het instrumentarium (AERIUS) waarmee berekeningen kunnen worden gemaakt van de uitstoot en de neerslag (depositie) op Natura 2000-gebieden.

Hierbij bepaalt het RIVM op basis van de berekeningen en metingen die voor heel Nederland gedurende het jaar worden uitgevoerd, welke sectoren en welke bijbehorende factoren meegenomen moeten worden in de AERIUS-berekening. Zowel NOx als NH3 worden in de Aerius berekening meegenomen (mede afhankelijk van de emissiefactoren die worden ingevoerd). Het RIVM heeft de uitstoot van mensen en huisdieren geen zelfstandige factoren gemaakt die in de AERIUS berekening moeten worden meegewogen. Dit is uitgewerkt in de Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator en de bijbehorende handleidingen. De uitstoot van mens en dier dient gelet op deze instructie niet meegenomen te worden. Mensen (zweet) en huisdieren (poep en plas) veroorzaken ammoniakemissies. De hoeveelheden zijn echter klein en emissies vinden gefaseerd en verspreid over een groot gebied plaats. Het zijn bestaande bronnen die al sinds de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden onderdeel uitmaken van de bestaande achtergronddepositie die jaarlijks door het RIVM berekend wordt. In verhouding tot emissiebronnen als industrie, wegverkeer, veehouderijen en landbouw, zijn de variaties van de ammoniakemissies door mens en dier op de landelijke achtergronddepositie zeer beperkt en verwaarloosbaar. Landelijke consensus om deze bijdragen daarom niet mee te nemen in detailberekeningen stikstofdepositie.

In de aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag liggende natuurtoets is zowel NOx als NH3 meegenomen in de berekening (verwezen wordt naar de natuurtoets, referentie: BE3102WMRP2111221147, bijlage 5 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Het niet meenemen van de uitstoot van mensen en huisdieren (honden) maakt dan ook niet dat de stikstofbeoordeling die aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag ligt onzorgvuldig is. C1.1

2.

De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

Basisdienste – Gewässerkundlicher Landesdienst, NLWKN Niedersachsen

De zienswijze heeft betrekking op bestemmingsplan ‘Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen’: A2.1 Aus den Unterlagen Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen Toelichting können wir entnehmen, dass überschüssiges Regenwasser aus dem Puffer zum Schoonebekerdiep geleitet wird. Wir können den Unterlagen jedoch nicht entnehmen in welcher Größenordnung dieses sein wird und ob es überhaupt mehr gegenüber dem jetzigen Zeitpunkt sein wird. Wir gehen jedoch davon aus, dass es in keiner Größenordnung sein wird, die in der Grenzaa ein größeres Hochwasser verursachen könnte. Aus der Zusammenfassung der Umweltverträglichkeitsprüfung bezüglich des Puffers Süd des Bargerveens vom 24.05.2022 entnehmen wir, „dass der Grundwasserspiegel und die Steighöhe in der Zwischensandschicht bis etwa 200 Meter hinter der Grenze in Trockenperioden 5 bis 10 cm sinken“ wird. Dieses sind Anhaltspunkte dafür, dass aus unserer Sicht keine wesentlichen Auswirkungen auf die Wasserwirtschaft zu erwarten sind. Nota van beantwoording bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021021en bestemmingsplan Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021050-

5

Gemeente Emmen

Wir möchten Sie jedoch bitten uns im weiteren Verlauf zu beteiligen, sofern entgegen unserer Erwartung wesentliche Auswirkungen auf den Wasserhaushalt auf deutscher Seite auftreten sollten. Nederlandse vertaling: Uit de documenten Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen toelichting blijkt dat overtollig regenwater uit de buffer wordt afgevoerd naar het Schoonebekerdiep. Uit de documenten kunnen we echter niet opmaken wat de omvang hiervan zal zijn en of het daadwerkelijk meer zal zijn dan nu het geval is. We gaan er echter van uit dat het niet van een omvang zal zijn die grote overstromingen in de Grenzaa kan veroorzaken. Uit de samenvatting van het milieueffectrapport, betreffende de zuidelijke buffer van het Bargerveen van 24 mei 2022, concluderen wij "dat de grondwaterstand en de stijgingshoogte in de tussenliggende zandlaag met 5 tot 10 cm zal afnemen tot circa 200 meter achter de grens in droge periodes". Dit zijn naar onze mening aanwijzingen dat er geen significante effecten op de waterhuishouding te verwachten zijn. B2.1 In de vertaling is helaas opgenomen dat de grondwaterstand zal afnemen. Dit is niet correct. Uit de berekeningen blijkt dat de grondwaterstand en stijghoogte in de tussenzandlaag tot zo’n 200 m over de grens 5 cm tot 10 cm stijgen in een droge periode (GLG).

Dit is een beperkt positief effect op de landbouwkundige functie omdat hiermee in droge periode de grondwaterstanden minder ver uitzakken. In natte perioden (GHG) wordt er geen effect berekend waardoor er geen negatief effect optreedt voor de aanwezige functie landbouw. De initiatiefnemer geeft aan u te zullen informeren over het vervolg en als er wel significante wijzigingen gaan optreden. Verder bevestigt de initiatiefnemer dat er geen overstromingen ontstaan door de veranderingen in het systeem. En: “De huidige situatie wordt door het anders aansluiten van waterlopen op het Schoonebeekerdiep over een beperkt traject buiten de kritische hoogwater overstromingsvlakten beïnvloed (max 5 cm). Na de eerstvolgende stuw is dit effect weer verdwenen. Daarmee is het effect van de aanpassing van het watersysteem nagenoeg nihil in de grensrivier.” C2.1 3.

De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Landkreis Emsland

De zienswijze heeft betrekking op bestemmingsplan ‘Buitengebied, Buffer zuid’: A3.1

Aus wasserwirtschaftlicher Sicht bestehen Bedenken gegen das oben genannte Vorhaben.

Fur die weitere Bearbeitung wird die Vorlage eines Antrages nach § 8, 9 und 10 Wasserhaushaltsgesetz (WHG) zur geplanten Anhebung des Grundwasserstandes oder die Vorlage einer geanderten Ausführungsplanung benotigt. Eine überarbeitung der vorgelegten Antragsunterlagen und eine erneute Beteiligung im Bauleitverfahren sind erförderlich. Nederlandse vertaling: Vanuit het oogpunt van waterbeheer zijn er twijfels over bovenstaand project. Voor verdere verwerking is het indienen van een aanvraag volgens § 8, 9 en 10 van de Wasserhaushaltsgesetz (WHG) voor de geplande verhoging van het grondwaterpeil of het indienen van een aangepast uitvoeringsplan vereist. Een herziening van de ingediende aanvraagdocumenten en hernieuwde deelname aan het bouwmanagementproces zijn vereist. Begrundung: Der in der Bijlage 14 Grondwatermodel enthaltene Bericht/RAPPORT ,,Grondwatermodel Bargerveen Buffer Zuid" zeigt auf, dass durch die Umsetzung der Maßnahme unter anderem eine Erhohung des Grundwasserspiegels herbeigeführt werden soll. Die Anhebung des Grundwasserstandes wird fur verschiedene Szenarien untersucht (GHG und GLG). Es ist geplant, den Grundwasserstand auf deutscher Seite um bis zu 0,75 m anzuheben. Die Auswirkung der Grundwasserstandsveränderung reicht bis zu 300 m weit in das deutsche Staatsgebiet hinein.

Hierbei handelt es sich um eine zweckgerichtete Handlung zur Gewässerbenutzung, die gemaß. § 8, 9 und 10 Wasserhaushaltsgesetz einer wasserrechtlichen Erlaubnis bedarf. Ein entsprechender Antrag liegt nicht vor. Die Auswirkungen der Grundwasserstandsveränderung auf die betroffenen Grundstücke zum Beispiel bezuglich ihrer Nutzbarkeit sind nicht dargelegt.

Nota van beantwoording bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021021en bestemmingsplan Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021050-

6

Gemeente Emmen

Nederlandse vertaling: Motivering: In de opgenomen Bijlage 14 Grondwatermodel met verslag/RAPPORT “Grondwater model Bargerveen Buffer Zuid" blijkt dat de uitvoering van de maatregelen van, onder andere, een toename in het grondwaterpeil tot stand brengt. De stijging van de grondwaterstand wordt voor verschillende scenario's onderzocht (GHG en GLG). Het is de bedoeling dat het niveau van het grondwater aan de Duitse kant, tot 0,75 m te verhogen. De gevolgen van de veranderde grondwaterstand werken tot 300 m in het Duitse grondgebied door. Dit is een doelbewuste actie op het gebied van watergebruik, die volgens § 8, 9 en 10 van der Wasserhaushaltsgesetz, een waterrechtelijke toestemming nodig heeft. Een dergelijk verzoek is niet beschikbaar. De effecten van de verandering in grondwaterstanden, op de betroffen gronden bijvoorbeeld, met betrekking tot hun bruikbaarheid wordt niet uitgelegd. Allgemeiner Bearbeitungshinweis fur das weitere Verfahren: Führt die Grundwasserstandveränderung zu einer Beeinträchtigung der von der Veränderung betroffenen Grundstücke, ist eine schriftliche Einverstandniserklärung der betroffenen Grundstückseigentumer zur änderung der Grundwasserstände und der damit verbundenen Auswirkungen einzuholen. Alternativ hierzu sind Planänderungen erforderlich oder Maßnahmen zu ergreifen, die eine Beeintrachtigung der Grundstücke ausschließen.

Nederlandse vertaling: Algemene verwerkingsinformatie voor de verdere procedure: Indien verandering in de grondwaterstand leidt tot beperkingen van het door verandering betroffen gronden dan is een schriftelijke verklaring van de eigenaar, voor goedkeuring van veranderende grondwaterstanden en de daarmee verbonden uitwerkingen, nodig. Als alternatief zijn veranderingen in de plannen nodig of maatregelen die de uitwerkingen op de desbetreffende gronden uitsluiten. B3.1

Grondwaterpeil.

Met behulp van berekeningen is in beeld gebracht hoe de grondwaterstand en de stijghoogte verandert als gevolg van de peilaanpassingen ter plaatse van de buffer. Voor de functies landbouw en bebouwing is de verandering van de grondwaterstand belangrijk. In Duitsland is een effect berekend ter plaatse van een weiland. Hier is de functie landbouw van toepassing. Uit de berekeningen blijkt dat de grondwaterstand en stijghoogte in de tussenzandlaag tot zo’n 200 m over de grens 5 cm tot 10 cm stijgen in een droge periode (GLG). Dit is een beperkt positief effect op de landbouwkundige functie omdat hiermee in droge periode de grondwaterstanden minder ver uitzakken. In natte perioden (GHG) wordt er geen effect gemeten waardoor er geen negatief effect optreedt voor de aanwezige functie landbouw. Met betrekking tot de mogelijke noodzaak voor toestemming c.q. een aanvraag op grond van Duits recht hebben wij de initiatiefnemer ingelicht. Deze heeft aangegeven graag met u in contact te treden om dit te bespreken. Inmiddels is een afspraak in voorbereiding. C3.1

4.

De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

LTO Noord De zienswijze heeft betrekking op bestemmingsplan ‘Buitengebied, Buffer zuid’: A4.7

Effect van vogelpoep (guanotrofie) op de instandhoudingsdoelstelling

Is het effect van stikstofdepositie door ganzenpoep significant op de instandhoudingsdoelstelling? In het beheerplan van het Natura 2000-gebied Bargerveen staat dat er 10 broedvogelsoorten en 2 nietbroedvogelsoorten voorkomen. De niet-broedvogelsoorten zijn de kleine zwaan en toendrarietgans. In de natuurtoets staat dat het Bargerveen hoge aantallen toendrarietganzen kent, ruim boven het doel als slaapplaats voor van 17.600 ganzen. Indiener verwijst naar Beheerplan (blz. 146). Indiener verwijst naar het rapport van Bureau Waardenburg (5-2-2021) met als titel Effecten van guanotrofie door ganzen op het Fochteloërveen en Bargerveen. Nota van beantwoording bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021021en bestemmingsplan Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021050-

7

Gemeente Emmen

Indiener verwijst naar broedvogeltellingen. Indiener verwijst naar Bargerveen gebiedsinformatie (kaartportaal Drenthe). A4.7.1 Is het effect van stikstofdepositie door ganzenpoep significant op de instandhoudingsdoelstelling van de habitattypen (waaronder H7110, H7120, H3160)? B4.7.1 Het RIVM heeft een instructie opgesteld hoe stikstofbronnen in AERIUS Calculator dienen te worden ingevoerd en hoe de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden berekend dient te worden. In deze instructie is geen werkwijze of emissiefactor voor het berekenen van stikstofdepositie als gevolg van ganzenpoep opgenomen. De uitstoot van ganzenpoep dient gelet op deze instructie niet meegenomen te worden. Ganzenpoep veroorzaakt ammoniakemissies. De hoeveelheden zijn echter klein en emissies vinden gefaseerd en verspreid over een groot gebied plaats. Het zijn bestaande bronnen die al sinds de aanwijzing van de Natura 2000gebieden onderdeel uitmaken van de bestaande achtergronddepositie die jaarlijks door het RIVM berekend wordt. In verhouding tot emissiebronnen als industrie, wegverkeer, veehouderijen en landbouw, zijn de variaties van de ammoniakemissies door ganzenpoep op de landelijke achtergronddepositie zeer beperkt en verwaarloosbaar. Landelijke consensus om deze bijdragen daarom niet mee te nemen in detailberekeningen stikstofdepositie.

In de aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag liggende natuurtoets is zowel NOx als NH3 meegenomen in de berekening (verwezen wordt naar de natuurtoets, referentie: BE3102WMRP2111221147, bijlage 5 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Het niet meenemen van de uitstoot van ganzenpoep maakt dan ook niet dat de stikstofbeoordeling die aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag ligt onzorgvuldig is. De stikstofbelasting op de habitattypen is een cumulatief effect, met andere woorden de som van heel veel individuele bronnen. Deze totale belasting met stikstof ligt op dit moment ruim boven de kritische depositiewaarde van de voor het Natura 2000-gebied aangewezen habitattypen (H6230, H7110A en H7120. H3160 is niet aanwezig in het Bargerveen). De totale stikstofdepositie is derhalve significant negatief voor realisatie van de instandhoudingsdoelen. Er is echter een belangrijk verschil tussen de bijdragen van bijvoorbeeld landbouw en de ganzen. Depositie vanuit de landbouw en andere stikstofbronnen reikt over het gehele gebied, terwijl de depositie van de ganzen alleen plaatselijk plaatsvindt. Door dit verschil is ook het significant negatieve effect van stikstofdepositie op de Natura 2000-doelen alleen op enkele plaatsen aanwezig maar op het grootste deel van het gebied is geen sprake van een negatief effect op de Natura 2000-doelen.

C4.7.1

De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

A4.7.2 Waarom is het effect (emissie en depositie) van ganzen in de statistieken en het effect op de KDW niet meegenomen? B4.7.2 Ganzenpoep veroorzaakt ammoniakemissies. De hoeveelheden zijn echter klein en emissies vinden gefaseerd en verspreid over een groot gebied plaats. Het zijn bestaande bronnen die al sinds de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden onderdeel uitmaken van de bestaande achtergronddepositie die jaarlijks door het RIVM berekend wordt. In verhouding tot emissiebronnen als industrie, wegverkeer, veehouderijen en landbouw, zijn de variaties van de ammoniakemissies door ganzenpoep op de landelijke achtergronddepositie zeer beperkt en verwaarloosbaar. Landelijke consensus om deze bijdragen daarom niet mee te nemen in detailberekeningen stikstofdepositie. C4.7.2

De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

A4.7.3. Wordt de daling van depositie door verplaatsing en uitkoop van bedrijven teniet gedaan door de depositie van ganzenpoep en hiermee het herstel van het hoogveen? Nota van beantwoording bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021021en bestemmingsplan Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021050-

8

Gemeente Emmen

B4.7.3 De ganzenpoep is zoals vermeld in vraag A4.7.2 een bestaande achtergronddepositie. Deze (achtergrond)depositie zal als gevolg van de voorgenomen ingreep niet significant wijzigen. De (eventuele) verplaatsing en uitkoop van bedrijven en emissiebron binnen de invloedssfeer van de stikstofgevoelige instandhoudingsdoelstelling (in dit voorbeeld hoogveen) zal door het wegnemen van de emissiebron een positief effect hebben op de stikstofdepositie. Samengevat betekent dit dat er aan de ene kant geen effect is van ganzenpoep en anderzijds een netto reductie van stikstofdepositie als gevolg van het wegnemen van een emissiebron, waardoor er wel degelijk sprake is van een positief effect op het herstel van het hoogveen.

C4.7.3

De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

A7.4.4.

Kan LTO Noord de resultaten van de vogeltellingen ontvangen ?

B4.7.4

Ja. Zie. Https://stats.sovon.nl/stats/gebied/1000033

C4.7.4

De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

A7.4.5 Hoe kijkt de gemeente aan tegen het risico van ganzen in relatie tot vogelgriep en de gevolgen voor de ondernemers? B4.7.5 Tot op heden is er één geval van vogelgriep geconstateerd in onze gemeente. Bedrijven doen er van alles aan om besmettingen te voorkomen. Toch is het niet te voorkomen dat het virus zich verspreidt. Er zijn tot op heden geen meldingen bekend t.a.v. wilde vogels met vogelgriep binnen onze gemeente. De gemeente volgt t.a.v. de aanpak van vogelgriep het landelijk beleid. De NVWA (Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit) bepaalt het landelijke beleid inzake vogelgriep. De gemeenten hebben hierin geen directe rol. Wel heeft college veelvuldig afstemming gehad met de betreffende boer waar vogelgriep is geconstateerd. Bij een eventueel vervoersverbod zal de gemeente de inwoners van de gemeente informeren via onze gemeentelijke website en via de huis-aan-huiskrant. C4.7.5

De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

A4.9

Planning en borging landbouwbelangen

LTO Noord begrijpt de noodzaak voor een projectplanning echter vindt het belangrijk deze niet af te dwingen. Een tijdige en kwalitatieve uitwerking en weging van de landbouwbelangen draagt bij aan de realisatie van de projectplanning. Tot slot vraagt LTO Noord om (blijvende) betrokkenheid, draagvlak en communicatie rondom de landbouwkundige gevolgen van de inrichting van het Bargerveen. Wij vertrouwen erop dat u onze opmerkingen en aanbevelingen betrekt bij het opstellen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen, Projectplan watersysteem Nieuw-Schoonebeek’. B4.9 Voor het Bargerveen Buffer Zuid wordt een monitoringsplan opgesteld die in de Bestuurscommissie Bargerveen Schoonebeek zal worden vastgesteld. In dit monitoringsplan zal worden vastgelegd hoe de monitoring plaats en het waterbeheer wordt uitgevoerd en geborgd. In de omgevingsvergunning zal worden opgenomen dat een dergelijk plan moet worden opgesteld en dat de ontwikkeling Bargerveen Buffer Zuid geen (negatieve) effecten op de omgeving mag hebben anders dan is aangegeven in de milieueffectrapportage BE3102-MI-220428-v.01 met datum 30 augustus 2022 en het projectplan BE3102-RHDZZ-XX-RP-Z-0002 met datum 24 augustus 2022. C4.9

De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

Nota van beantwoording bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021021en bestemmingsplan Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021050-

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=5c691283-23f5-4452-ba22-6c4f6d03be38