Zienswijzennota
Tekst van het document
Bijlage 14 Nota van Beantwoording zienswijzen
745/756
Nota van Beantwoording zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan DoornspijkUitbreiding Waterlanden II Bestemmingsplan voor vaststelling gemeente Elburg
1
- Concept -
INHOUDSOPGAVE
1
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Voorliggend ontwerpbestemmingsplan Leeswijzer
4 4 4
2
Behandeling zienswijzen
5
2.1 2.2
Inleiding Bespreking zienswijzen
5 5
3
Wijzigingen aan het bestemmingsplan
10
3.1 3.2
Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen Ambtelijke wijzigingen
10 10
BIJLAGEN
12
- Concept -
- Concept -
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Het ontwerpbestemmingsplan “Doornspijk-Uitbreiding Waterlanden II” te Elburg (met identificatienummer NL.IMRO. 0230.BPWATERLANDENII-ONT1) heeft met ingang van woensdag 1 juni 2022 voor een periode van zes weken (tot en met dinsdag 12 juli 2022) voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn 4 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn allemaal, op 1 na, op tijd ingediend en daarom ontvankelijk. De zienswijze die buiten de ter inzagetermijn is ingediend is ambtshalve meegenomen. Een aantal zienswijzen geeft aanleiding tot wijziging en aanvulling van het voorliggende plan. Daarnaast zijn er ambtshalve wijzigingen in het plan aangebracht. Deze nota van zienswijzen voorziet alle binnengekomen reacties van een antwoord, waarbij ook de ambtelijke wijzigingen aan bod komen.
1.2
Voorliggend ontwerpbestemmingsplan Het bestemmingsplan voorziet in een planologische regeling voor de uitbreiding en de afronding van de woonwijk Waterlanden II aan de noordwestzijde van Doornspijk. De verkavelingsopzet gaat uit van totaal 37 woningen. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan 'Doornspijk - Uitbreiding Waterlanden II' is dan ook om de beoogde ontwikkeling planologisch-juridisch vast te leggen. Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van het dorp Doornspijk en sluit aan op de Beekenkampweg, Dokter Bruinsweg en Kerkdijk.
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de zienswijzen besproken. In hoofdstuk 3 worden de ambtshalve wijzigingen besproken. Hoofdstuk 4 sluit af met een overzicht van de doorgevoerde wijzigingen aan het bestemmingsplan.
- Concept -
- Concept -
2 2.1
Behandeling zienswijzen Inleiding Door verschillende omwonenden en één maatschap zijn er in totaal 4 zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend; hierna kortweg aangeduid als indiener(s). Naar aanleiding van de zienswijzen hebben er gesprekken plaatsgevonden om te bezien of eventueel aan de zienswijze tegemoet kon worden gekomen. In paragraaf 2.2 worden de individuele zienswijzen samengevat en van een antwoord voorzien. Hierbij wordt voor zover relevant ook ingegaan op hetgeen besproken is met de indiener. De gemeenteraad heeft integraal kennis kunnen nemen van de ingediende zienswijzen. Indien onderdelen van een zienswijze niet expliciet worden benoemd, betekent dit niet dat deze niet bij de beoordeling zijn betrokken. De zienswijzen zijn in hun totaliteit beoordeeld.
2.2
Bespreking zienswijzen
2.2.1
Zienswijze 1 (gedateerd 17 juni 2022 en ontvangen op dezelfde datum).
Inhoud zienswijze a. keuze voor de locatie van de vrijstaande woningen Door indieners is een zienswijzen ingediend ten aanzien van de locatiekeuze van de meest noordoostelijke (vrijstaande) woningen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Door deze locatiekeuze worden de woningen van indieners beperkt in het directe uitzicht op het open weidegebied. Dit uitzicht was in de eerste schets van het nieuwbouwplan Waterlanden 2 beter. b. Waardedaling van de woning. De vermindering van uitzicht heeft direct invloed op het leefen woonplezier van indieners en daarbij is het redelijk om aan te nemen dat dit ook de woningwaarde op een negatieve manier beïnvloed. De wijziging is niet nader gemotiveerd. Graag zou indiener zien dat bij de plaatsing van de 3 meest rechts gelegen percelen er wordt uitgegaan van de aanvankelijke schetsen zoals gepresenteerd tijdens de eerste bijeenkomst, waarbij deze verder richting het westen worden geplaatst zodat invulling wordt gegeven aan “Openheid en doorkijk naar het open landschap”. Beantwoording Ad. a. Ten aanzien van de keuze voor de locatie van de vrijstaande woningen. Het verschuiven van deze woningen naar het oosten, ten opzichte van het oorspronkelijke plan, is een (plano)logisch gevolg van het verleggen van de weg naar de Kerkdijk.
Dit is specifiek gedaan om tegemoet te komen aan de eerder geuite wens van indieners om het inschijnen van koplampen te voorkomen en als gevolg daarvan is het vrije uitzicht over de landerijen verdwenen. Bij de voorliggende ontwikkeling heeft de gemeente verschillende afwegingen gemaakt en geprobeerd aan de wensen van indieners tegemoet te komen. Dit laat onverlet dat niet valt uit te sluiten dat als gevolg van de realisatie van het plan enige vermindering van de privacy, de rust en het uitzicht optreedt. Indieners hebben echter volgens vaste jurisprudentie geen recht op blijvend vrij uitzicht over het perceel van een ander. Daarnaast is de gemeente van mening dat geen sprake is van
- Concept -
- Concept een onevenredige inbreuk van het woongenot. Het plan voorziet in de bouw van reguliere woningen en worden niet gezien als een milieubelastende functie en zijn daarom niet opgenomen in de VNGuitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Resumerend is de gemeente van oordeel dat het plan geen onevenredige aantasting van de privacy, het uitzicht en het woongenot met zich meebrengt. Ad. b. Waardedaling van de woning. Voor zover indieners van mening zijn dat het plan zal leiden tot een waardevermindering van hun woning of onroerend goed, dan kunnen zij hiervoor, na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, een verzoek om tegemoetkoming in planschade indienen. Afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijk ordening gaat in op de tegemoetkoming in planschade. Hierin is bepaald dat burgemeester en wethouders degene die vermogensschade (vermindering waarde onroerend goed) of inkomensschade (omzetdaling) lijdt, op aanvraag tegemoetkoming toe kan kennen. Het gaat dan om schade die redelijkerwijs, rekening houdend met het normaal maatschappelijk risico, niet voor rekening van aanvrager behoort te blijven. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 2.2.2
Zienswijze 2 (gedateerd juni 2022 en ontvangen op 24 juni 2022).
Inhoud zienswijze Indiener heeft een zienswijze ingediend tegen het feit dat de voorliggende ontwikkeling binnen de geurcirkel van zijn bedrijf wordt gerealiseerd. Het bedrijf van indiener is in het verleden, in overleg met de gemeente, om milieutechnische redenen verplaatst van Zuiderzeestraatweg West naar de Kerkdijk te Doomspijk met als doel om zo ver mogelijk van de woonbebouwing een nieuw bedrijf te stichten. De afstand van het melkveebedrijf tot de dichtstbijzijnde te bouwen woning bedraagt nu 94 meter. Hiermee is het bestemmingsplan volgens indiener niet in overeenstemming met de Wet geurhinder en veehouderij. Deze wet bepaalt dat de afstand tussen woningen en een ‘geurgevoelig object’ in ieder geval honderd meter moet bedragen met dien verstande dat er in sommige gevallen van die 100 meter afgeweken kan worden. Indiener is bang dat dat dit ten koste kan gaan van zijn bedrijf. Een grenscorrectie van 6 meter van enkele bouwblokken is voldoende om de afstand op 100 meter te houden zodat afdoende rekening wordt gehouden met de bedrijfsbelangen van indiener. Beantwoording Zoals in de toelichting is aangegeven, bevindt de rundveehouderij aan de Kerkdijk zich inderdaad op een afstand van 94 m tot het meest nabijgelegen (woning)bouwvlak binnen het plangebied.
Het plangebied is in de geurverordening van de gemeente Elburg aangewezen met een aangepaste geuren afstandsnorm van 6,5 ouE/m3 en 50 m. Aan de aangepaste afstandsnorm uit de geurverordening wordt voldaan. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor geur. Indiener wordt niet belemmerd vanuit de Wgv, ondersteund door de geurverordening van de gemeente Elburg, die 6,5 ouE/m3 en 50 m als aanvaardbaar acht voor het plangebied (bebouwde kom).
- Concept -
- Concept Naar aanleiding van het gesprek en vanwege de ingediende zienswijze, is er voor toch gekozen om de verkaveling te verschuiven en de afstand tot de nieuwe bebouwing te vergroten naar 100meter en zo tegemoet te komen aan de zienswijze van indiener. Conclusie Hoewel de conclusie is dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de ontwikkeling, wordt er voor gekozen om tegemoet te komen aan de zienswijze van indiener en de afstand van de nieuwbouw tot het bedrijf te vergroten tot 100 meter. Deze zienswijze leidt tot gewijzigde vaststelling van het voorliggende plan. 2.2.3
Zienswijze 3 (gedateerd 7 jul 2022 en ontvangen 8 juli 2022).
Inhoud zienswijze Indieners hebben zienswijzen ingediend ten aanzien van: a. Inbreuk woongenot en aantasting privacy. Volgens indieners is nut en noodzaak van de groenstrook tussen hun woningen en de nieuwbouw niet aangetoond. Deze groenstrook gaat alleen maar dienen als honden uitlaatstrook. Daarnaast worden doorlooproutes in de praktijk gebruikt door fietsers en bromfietsers waardoor overlast kan ontstaan. Ook is er niet gekeken naar het politiekeurmerk veilig wonen. Een achterpad maakt hun woningen gevoelig voor inbraakmogelijkheden, waardoor de achterzijden van de woningen kwetsbaarder worden voor inbraken. Indien er geen achterpad aanwezig is in het voorgestelde plan, dan kunnen ook onbevoegden geen gebruik van dit pad gaan maken en is dit bezwaar meteen weggenomen. Indieners verzoeken de raad het bestemmingsplan Waterlanden II zodanig te wijzigen dat de openbare geplande groenzone de bestemming krijgt van 'Wonen' en dat deze als 'Wonen' bestemde percelen grond te koop worden aangeboden aan de nieuwe bewoners van de te bouwen woningen in Waterlanden II en aan de bewoners van de Beekenkampweg 2 t/m 26; b. Wet geurhinder en veehouderij. De afstand van de veehouderij tot de nieuwbouw in Waterlanden II is niet in overeenstemming met de Wet geurhinder en veehouderij.
Er dient een minimale afstand van 100 meter ten opzichte van de melkveehouderij aan Kerkdijk en de te bouwen woningen in acht te worden genomen. Beantwoording Ad. a. Bij de voorliggende ontwikkeling heeft de gemeente verschillende afwegingen gemaakt en heeft geprobeerd aan de wensen van indieners tegemoet te komen. Dit laat onverlet dat niet valt uit te sluiten dat als gevolg van de realisatie van het plan enige vermindering van de privacy, de rust en het uitzicht optreedt. Indieners hebben echter volgens vaste jurisprudentie geen recht op blijvend vrij uitzicht over het perceel van een ander. Daarnaast is de gemeente van mening dat geen sprake is van een onevenredige inbreuk van het woongenot. Het plan voorziet in de bouw van reguliere woningen en die worden niet gezien als een milieubelastende functie en zijn daarom niet opgenomen in de VNGuitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Samenvattend is de gemeente van oordeel dat het plan geen onevenredige aantasting van de privacy, het uitzicht en het woongenot met zich meebrengt. Vanwege de ingediende zienswijze is er op 13 oktober 2022 een bijeenkomst georganiseerd waar alle indieners aanwezig waren. Het oorspronkelijke plan voorzag een brede strook tussen de bestaande
- Concept -
- Concept bouw en nieuwbouw met een wandelpad naar de hofjes. Door de openheid die daarbij ontstaat, levert dit de nodige veiligheid en overzichtelijkheid op. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze is een nieuwe schets van de wijk gepresenteerd met een toelichting op de wijzigingen. Deze visie is aangepast op basis van alle vier ingediende zienswijzen. Besproken is het schrappen van de groenzone met achterpad omdat indieners geen achterpad willen en, indien mogelijk, een groter stuk aankopen ter vergroting van hun achtertuin. Naar aanleiding van deze bijeenkomst heeft de gemeente onderzocht of het mogelijk is om het achterpad en de groenzone met waterberging uit het plan te halen en de grond die hiermee gepaard gaat te verdelen: drie meter extra voor de huidige bewoners en drie meter toevoegen aan het plangebied. Daarbij is uitdrukkelijk het voorbehoud gemaakt dat de nieuwe opzet water technisch aanvaardbaar is en zal worden beoordeeld door het waterschap (o.a. afwatering) en ook de veiligheidsregio zal naar de nieuwe schets moeten kijken. Op basis van het nieuwe schetsontwerp, waarin de groenzone en waterberging zijn geschrapt, is er een nieuwe toets uitgevoerd. Hieruit blijkt dat wateroverlast ontstaat bij flinke regenval. Bovendien dient de grond onder de nieuwbouwwoningen vanwege de hoge grondwaterstand te worden verhoogd.
Als gevolg daarvan is, voor de waterafvoer/berging tussen de bestaande woningen en de nieuwbouw, een voorziening in de vorm van een droge sloot noodzakelijk. Hiervoor is een strook van minimaal 4,5 meter nodig. Als deze droge sloot niet op een juiste wijze wordt aangelegd en onderhouden, geeft dit in de toekomst waterproblemen. Dit project heeft geen Politiekeurmerk Veilig Wonen en hiertoe bestaat ook geen wettelijke verplichting. Dit laat onverlet dat er wel degelijk is gekeken naar veiligheid. Zoals uit de richtlijn “Handleiding 2021 Veilige Omgeving Nieuwbouw”, dienen achterpaden kort, recht, verlicht en minimaal 1,5 meter breed te zijn, daarnaast ontsluiten achterpaden maximaal 20 woningen per zijde. Hier wordt op hoofdlijnen aan voldaan. Buiten discussie staat de nut en noodzaak van de aanleg van een droge sloot en wadi die dient te worden aangelegd tussen de bestaande en de nieuwbouw en dient deze voorziening te worden aangelegd. Daarnaast krijgen de woningen aan de Beekenkamplaan geen ontsluiting aan de achterzijde en zal er na afstemming met de bewoners en op koste van de gemeente een uniforme erfafscheiding geplaatst worden. Bij deze keuze kan er rekening worden gehouden met het veiligheidsaspect. Ad. b. Ten aanzien van het geuraspect is naar aanleiding van de zienswijze en daarop volgende gesprek tegemoetgekomen aan de zienswijze van het melkveebedrijf.
Conclusie Naar aanleiding van de ingediende zienswijze wordt de woonbestemming aansluitend aan de tuinen van de indieners met 1,5 meter vergroot en krijgt de droge sloot, gelegen tussen de bestaande woning en de nieuwbouw de functie-aanduiding ‘specifieke vorm van groen- waterbuffer. De gronden zijn uitsluitend bestemd voor het opvangen van water. Ter plaatse zijn geen gebouwen en andere bouwwerken toegestaan. Ten behoeve van de realisatie van de beoogde de droge sloot worden binnen de bestemming ‘Groen’ waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De zienswijze leidt tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
- Concept -
- Concept 2.2.4
Zienswijze 4 (gedateerd 13 juli 2022 en op dezelfde datum binnengekomen). Inhoud zienswijze
Indiener heeft een zienswijzen ingediend ten aanzien van de gekozen parkeeroplossing en het uitzicht voor het meest westelijke blok van het plangebied. Indiener was door de gemeente verzekerd dat zijn uitzicht vanuit zijn woning gegarandeerd zou blijven. Door het afsluiten van de verbinding Beekenkampweg/Dokter Bruinsweg ontstaat er een gelegenheid voor busjes om te parkeren. De zichtlijnen zijn fors afgenomen door de meer westelijke invulling. De even nummers weten al vanaf hun koop dat er achter hen gebouwd zou worden. Voor de oneven nummers zouden de vrije zichtlijnen gegarandeerd blijven. Door de positionering van de parkeervakken voor auto's aan de overkant van de straat, komt dit midden in de zichtlijn van indiener. Indiener verzoekt om deze parkeervakken dicht tegen het blok aan te leggen zodat zijn zichtlijn zoveel mogelijk gespaard blijven. Beantwoording Deze zienswijze is buiten de termijn ingediend. Desondanks is ervoor gekozen om deze zienswijze ambtelijk te behandelen. In het gesprek met de indiener heeft de gemeente toegelicht hoe in de aangepaste verkaveling aan de zienswijze tegemoetgekomen is. Omdat de parkeerplaatsen die schuin tegenover zijn woning waren ingetekend rekenkundig niet nodig zijn (parkeernorm is ook zonder deze plekken sluitend), is besloten deze uit het plan te halen.
Conclusie De zienswijze leidt tot gewijzigde vaststelling en tot een aanpassing van de verkaveling.
- Concept -
- Concept -
3
Wijzigingen aan het bestemmingsplan
3.1
Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het bestemmingsplan op de volgende punten aangepast: 1
2 3
4
3.2
Naar aanleiding van zienswijze 2 is de afstand van de meest nabijgelegen vrijstaande woningen tot het agrarische bedrijf aan de Kerkdijk 21 vergroot tot 100 meter. De aanpassing in de verkaveling leidt daarmee tot een verschuiving van het betreffende bouwvlak op de verbeelding. Naar aanleiding van zienswijze 3 wordt op de verbeelding de woonbestemming aansluitend aan de tuinen van de bestaande woningen aan de Beekenkampweg met 1,5 meter vergroot. De droge sloot, gelegen tussen de bestaande woning en de nieuwbouw wordt op de verbeelding binnen de bestemming ‘Groen’ voorzien van de functie-aanduiding ‘specifieke vorm van groenwaterbuffer’. In de planregels (artikel 3.1 onder b) wordt aangegeven dat de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen- waterbuffer’ bestemd zijn voor een waterbuffer. a Ter plaatse van de waterbuffer zijn géén nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, wegen en paden toegestaan (artikel 3.1 onder c) en zijn eveneens géén gebouwen (art 3.2.1 onder d) en andere bouwwerken toegestaan (art 3.2.2 onder e). b Ten behoeve van de realisatie van de beoogde droge sloot en de wadi’s worden binnen de bestemming ‘Groen’ waterhuishoudkundige voorzieningen (artikel 3.1. onder d) toegestaan. Naar aanleiding van zienswijze 4 is de verkaveling met betrekking tot de situering van parkeerplaatsen in de verkaveling enigszins aangepast.
Dit leidt op de verbeelding tot een verschuiving tussen de bestemming ‘Groen’ en ‘Verkeer – Verblijf’.
Ambtelijke wijzigingen De volgende (ambtelijke) wijzigingen worden doorgevoerd: 2
3
4 5
De volgende bijlagen bij de plantoelichting zijn vervangen; a Beeldkwaliteitplan Waterlanden II – 2023, als gevolg van de aanpassingen in de verkaveling; b Plan voor de waterhuishouding en riolering, als gevolg van de aanpassingen in de verkaveling; c Stikstofdepositieberekening; op basis van de AERIUS-calculator 2022 (release datum 26 januari 2023 en nadien release datum 5 oktober 2023); d Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, als gevolg van de aanvullende en nieuwe onderzoeken en de aanpassingen in de verkaveling. De volgende bijlagen bij de plantoelichting zijn toegevoegd: a aanvullend onderzoek voor de huismus en de sleedoornpage. Voor deze soorten is vervolgonderzoek uitgevoerd; b Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek, als gevolg van gereedkomen van de resultaten; c Stikstofonderzoek / AERIUS-berekening - aanleg fase. Op onderdelen is de plantoelichting in het beleidskader (hoofdstuk 3) aangepast als gevolg van veranderingen in het beleid. Deze hebben niet geleid tot aanpassingen in het plan. In hoofdstuk 4 is de plantoelichting aangepast en aangevuld vanwege het beleid en aanpassingen in de verkaveling: a stedenbouwkundige verkaveling,
- Concept -
- Concept -
6
7
8
9 10
b groen en water, c verkeer en parkeren en d ladder voor duurzame verstedelijking (laddertoets). In hoofdstuk 5 is de plantoelichting aangepast en aangevuld ten aanzien van: a milieuhinder (agrarische) bedrijven (geur): vanwege het verplaatsen van het meest nabijgelegen bouwvlak zodat 100 m afstand aangehouden wordt ten opzichte van het agrarische bedrijf aan de Kerkdijk 21; b water: vanwege nieuwe verkaveling is de tekst in de betreffende paragraaf naar aanleiding van het nieuwe onderzoek aangepast; c stikstofdepositie: vanwege het Porthos-arrest en de nieuwe versie van de AERIUS-berekening zijn nieuwe aanvullende berekeningen uitgevoerd die zijn verwerkt in de toelichting; d soortenbescherming: de toelichting is aangevuld met de resultaten van het nader onderzoek met betrekking tot de huismus en de sleedoornpage; e luchtkwaliteit: het betreffende paragraaf is aangevuld vanwege het ter beschikking komen van de nieuwe rekentool; f archeologie: vanwege het gereedkomen van het proefsleuven-onderzoek is de tekst aangevuld. Het onderzoek geeft aanleiding om de planregels en de verbeelding aan te passen. Naar aanleiding van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek worden op de verbeelding en in de planregels de bestemmingen ‘Waarde - Archeologie 2’ en ‘Waarde - Archeologie 3’ te verwijderen voor het oostelijk deel van het plangebied.
In het kader van de watertoets zijn in de planregels in bestemmingen ‘Groen’, ‘Recreatie – speelvoorzieningen’, ‘Verkeer’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ in de bestemmingsomschrijvingen de functie ‘waterhuishoudkundige voorzieningen’ specifiek benoemd. Ter verduidelijking is in de begripsbepalingen hiervoor de definitie ‘waterhuishoudkundige voorzieningen’ opgenomen. Naar aanleiding van aanpassingen van de verkaveling is de verbeelding op diverse onderdelen extra aangepast; Op het ontwerp van de verbeelding waren de bouwaanduidingen met betrekking tot het woningtype (‘aaneengebouwd’, ‘twee-aaneen’ en ‘vrijstaand’) niet vermeld. Deze bouwaanduidingen zijn alsnog opgenomen.
- Concept -
- Concept -
BIJLAGEN 1. Zienswijze 1; 2. Zienswijze 2; 3. Zienswijze 3; 4. Zienswijze 4.
- Concept -