Was-Wordt tabel zesde wijziging APV Elburg 2024
Tekst van het document
Bijlage 1 Was-wordt-tabel wijziging APV gemeente Elburg met artikelsgewijze toelichting
Artikel 1:1 (Definities):
Was
Wordt
Artikel 1:1 Definities
Artikel 1:1 Definities
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
Toelichting
De definitie van het artikel is niet aangepast met deze verandering. Echter word met deze verandering enkel opgemerkt dat de overeenstemming met de definitie een andere vindplaats heeft dan voorheen vermeld. Zo betreft het niet bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving maar de bijlage onder A van de Omgevingswet.
Artikel 2:54 : Verbod gebruik van openbare plek als een slaapplaats Was
Wordt
Artikel 2:54
Artikel 2:54
(vervallen)
[Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:
a. tussen zonsondergang en zonsopgang in [door het college aan te wijzen gebieden OF: 1. omschrijving gebied A; 2. omschrijving gebied B; 3. enzovoort]; b. in andere gevallen dan [bedoeld OF genoemd] onder a voor zover: 1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van [artikel 5:25 of het omgevingsplan] is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.] Toelichting
Het verbod heeft als doel om hinder en overlast, brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de volksgezondheid te voorkomen en tegen te gaan. Slapen op openbare plaatsen draagt bij aan de verloedering van het straatbeeld. Ook het ontbreken van sanitaire voorzieningen ter plekke draagt daaraan bij. Er geldt daarom in aangewezen gebieden tussen zonsondergang en zonsopgang een algeheel verbod op slapen op openbare plaatsen (hieronder vallen ook de weg en het openbaar water) (lid 1, aanhef en onder a). Daarmee kan in die gebieden het (onwenselijk geachte) buiten overnachten door bijvoorbeeld toeristen in parken of op stranden worden tegengegaan. Het eerste lid bevat de keuze om het college de gebieden te laten vaststellen of de raad dit zelf te laten doen door deze in lid 1, onder a, te benoemen. Tussen zonsondergang en zonsopgang in niet aangewezen gebieden en tussen zonsopgang en zonsondergang geldt een verbod als sprake is van overlast, hinder of gevaar voor de omgeving of aantasting van het woon-en leefklimaat (lid 1, aanhef en onder b).
Overdag slapen op het strand of in een recreatiegebied of een dutje op een bank of ’s nachts een openbare plaats als slaapplaats gebruiken in een niet aangewezen gebied, is dus alleen onder die omstandigheden verboden. Het college heeft de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van het verbod (lid 2). Bijvoorbeeld zodat aanbieders van een in de gemeente in te houden evenement in een aangewezen gebied in een voertuig kunnen overnachten. Het verbod is afgebakend ten opzichte van situaties waarvoor een speciale regeling is getroffen (lid 3, onder a t/m d).Bij het toezicht op de naleving van het verbod moet de opsporingsambtenaar of toezichthouder afwegen welk handhavingsmiddel hij in de concrete situatie proportioneel (evenredig) acht. In de meeste gevallen zal kunnen worden volstaan met een waarschuwing, tenzij sprake is van recidive. Het is weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te beboeten die dat niet kunnen betalen. In dat soort gevallen kan de handhaving leiden naar ondersteuning of (maatschappelijke) opvang.
Artikel 2:78 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woonof leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
1.
1.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste twaalf weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2.
De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 3.
Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. 4.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste twaalf weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2.
De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een verbod. 3.
Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 4.
Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. 5.
Toelichting
De wijziging van dit artikel is van juridisch/technische aard. De terminologie ‘bevel geven’ wordt gewijzigd in ‘verbod opleggen’. Dit artikel strekt ertoe de burgemeester de bevoegdheid te geven tot het opleggen van een gebiedsontzegging bij (ernstige vrees voor) een openbare ordeverstoring of overlast gevend gedrag. De burgemeester kan een gebiedsontzegging opleggen aan personen die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten en veelal al eenmaal een bestuurlijke waarschuwing hebben ontvangen.
Artikel 2:81, tiende lid (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester[, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80,] een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester[, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80,] een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
Toelichting
De wijziging van artikel 2:81 lid 10 (Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat), betreft geen cumulatieve, maar afzonderlijke criteria om een besluit te kunnen nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. Door de juridisch-technische wijziging door te voeren brengt het meer mogelijkheden om te kunnen handhaven. Er hoeft immers niet meer voldaan te worden aan een cumulatieve grond.