Vragen fractie CDA Koeweg
Tekst van het document
Vraag/vragen ter voorbereiding van vergadering (geen schriftelijke vraag ex 3.4.6 Organisatieverordening):
Verzoek beantwoording vóór of op vergadering van 13 mei 2024 Indiener:
Cees Dijkhuizen
Datum:
11 mei 2024
Onderwerp: Raadsvoorstel bestemmingsplan Koeweg 1a en 1b Inleiding: Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het bestemmingsplan voor Koeweg 1a en 1b vast te stellen. Het plan voorziet in de realisatie van 4 betaalbare appartementen en 21 camperopstelplaatsen in het weiland. Vragen: Betaalbare appartementen: 1. Het voorstel is om betaalbare appartementen te realiseren in een bestaand gebouw. Volgens het raadsvoorstel en de toelichting bij de bestemmingsregels zijn de appartementen bedoeld voor bewoners die huurtoeslag kunnen aanvragen (goedkope en sociale categorie). Het raadsvoorstel geeft aan dat dit wel in de toelichting, maar niet in de bindende regels van het bestemmingsplan staat. Waarom niet? 2. Is het bij amendement door de raad toevoegen van de zinsnede ‘in de goedkope en sociale categorie’ in artikel 5.1, aanhef en onder b van de bestemmingsregels juridisch houdbaar of zijn er andere suggesties om dit bindend vast te leggen? Geen verstening van het weiland: 3. In de toelichting bij het plan staat op pagina 41 dat er geen verdere verstening zal plaatsvinden, alleen o.a. de aanleg van camperplaatsen. Op de pagina’s 9, 10 en 14 van de toelichting is sprake van ‘halfverharding’. In de Watertoets (bijlage 6) staat echter in reactie op de vraag ‘gaat u verhard oppervlak toevoegen’ het antwoord: ‘nee’.
Wat is nu feitelijk de bedoeling en in hoeverre wordt er op het weiland verharding toegestaan? 4. In de bestemmingsregels staat in artikel 3.1 dat de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ o.a. bedoeld is voor opstelplaatsen voor campers, wegen en paden. In artikel 3.4.1 staat dat voor het aanbrengen van oppervlakteverharding een omgevingsvergunning nodig is. Deze vergunning wordt volgens artikel 3.4.2 alleen geweigerd als de werken afbreuk doen aan de landschappelijke waarde. Valt het aanleggen van camperplaatsen onder de werking van artikel 3.4.1? Is met de vergunningplicht voldoende geborgd dat het weiland niet versteent? 5. Uit het participatieverslag blijkt dat de omwonenden bij de informatiebijeenkomst hebben gevraagd of stalling van campers uitgesloten is. Het is de bedoeling van initiatiefnemer om staplaatsen voor recreatief gebruik te realiseren. Is het verbod op stalling van campers vastgelegd met artikel 11 van de regels?