CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

verslag hoorzitting bezwaar 19 35 bezwaar van NOG BV.pdf

Beeldvorming 8 februari 2021, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsbrief Besluit op bezwaar tegen de weigering een omgevingsvergunning te verlenen voor functiewijziging pand Graaf Reinoldweg 39 D1 't Harde3.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE

Commissie Bezwaarschriften Gemeente Elburg - Nunspeet

Onderwerp Bezwaarschrift van de Nunspeetse Onroerend Goed Maatschappij B.V. ("N.O.M.") tegen het besluit van het college van b en w van Elburg van 5 november 2019 tot weigering van een omgevingsvergunning aan haar voor de functieverandering van een pand naar 24 onzelfstandige wooneenheden op het perceel Graaf Reinoldweg 39 D 1 in 't Harde, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie F, nummer 0970.

De voorzitter opent de zitting om 19.49 uur en heet de aanwezigen van harte welkom. Hij stelt vervolgens - ten behoeve van een goed verloop van de hoorzitting en ten behoeve van een goede verslaglegging - vast wie wie is. Hij geeft aan dat van de hoorzitting een geluidsopname wordt gemaakt. Daarop legt de voorzitter in het kort de samenstelling, de werkzaamheden en de procedure van de bezwaarschriftencommissie uit. Hij geeft daarbij aan dat de commissie niet zelf een beslissing neemt op het bezwaarschrift maar een advies uitbrengt aan het college van b en w over de te nemen beslissing op bezwaar. Hij legt verder uit dat de bezwarencommissie een onafhankelijke commissie is, die geen band heeft met het gemeentebestuur. Wel wordt de commissie ondersteund door een ambtelijk secretaris, de heer Post. De voorzitter geeft vervolgens aan dat het bezwaarschrift is gericht tegen het besluit van het college van b en w van Elburg van 5 november 2019 tot weigering van een omgevingsvergunning aan de Nunspeetse Onroerend Goed Maatschappij B.V. ("N.O.M.") voor de functieverandering van een pand naar 24 onzelfstandige wooneenheden op het perceel Graaf Reinoldweg 39 D 1 in 't Harde, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie F, nummer 0970.

De voorzitter geeft aan dat de commissie kennis heeft genomen van de op de zaak betrekking hebbende stukken en de inhoud van het bezwaarschrift, maar dat het vaste regel is dat de bezwaarmaker in de gelegenheid wordt gesteld om de bezwaren mondeling toe te lichten c.q. aan te vullen. Hij verzoekt de gemachtigde van bezwaarmaker, de heer Doornhof, om niet in herhaling te vallen. De voorzitter geeft daarop het woord aan de heer Doornhof om de bezwaren mondeling toe te lichten c.q. aan te vullen.

Postadres gemeente Elburg: Postbus'Vo, 8080 AB Elburg | T: 0525-688688 Postadres gemeente Nunspeet: Postbus 79, 8070 AB Nunspeet | T: 0341-259911

De heer Doornhof geeft aan dat hij een pleitnota heeft opgesteld. Hij deelt de pleitnota uit aan de aanwezigen en draagt vervolgens de inhoud van de pleitnota voor. De pleitnota is aan deze zakelijke weergave van het verslag van de hoorzitting gehecht en de inhoud van de pleitnota maakt deel uit van het (zakelijke) verslag van de hoorzitting. Hij geeft aan dat weigering van de omgevingsvergunning niet kan vanwege de werking van het vertrouwensbeginsel. Het 'on hold' zetten van alle ontwikkelingen in een gebied kan niet in het geval er een aanvraag om omgevingsvergunning ligt. Je hebt te maken met afhandelingstermijnen op grond van de Wabo. Volgens hem is het 'on hold' zetten door het college van b en w uitgelegd als weigeren. Daarbij wordt er volgens de heer Doornhof van alles bijgehaald. Er is volgens hem geen sprake van wonen. Short stay is wat anders. Op bladzijde 2 van de pleitnota worden enige uitspraken aangehaald van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de in de derde alinea genoemde uitspraak heeft de Afdeling expliciet aangegeven dat er voor wat betreft het beoogde gebruik geen sprake is van een geluidgevoelig object. De heer Doornhof geeft verder aan dat er in dit geval geen goed woon- en leefklimaat op basis van een reguliere woonbestemming moet worden gecreëerd, maar een goed woon- en leefklimaat op basis van een logiesfunctie.

Dat is wat anders, In die situatie neem je namelijk mee dat er geen sprake is van een geluidgevoelig object (in de zin van de Wet geluidhinder). Hij geeft verder aan dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. Het aanpassen van het gebouw naar een (reguliere) woonfunctie kost heel veel. De evenredigheid is in het geding. Ten aanzien van het stikstof-verhaal geeft de heer Doornhof aan dat hij dit uit de aanhaaksfeer wil houden. Het is de bedoeling een aanvraag in te dienen bij het provinciebestuur. De provincie kan de aanvraag dan beoordelen. Een kopie van de aanvraag zal naar het college van b en w worden gezonden. De voorzitter richt zich tot de heer Doornhof met een vraag over het beroep op opgewekt vertrouwen. Dit ook naar aanleiding van de ingebrachte brief van het Rijksvastgoedbedrijf. Hij vraagt de heer Doornhof dit nader toe te lichten. De heer Doornhof geeft aan dat de gemeente er steeds bij is geweest. Het gemeentebestuur heeft iets gezegd over gewenst gebruik van het gebouw, op basis waarvan het gebouw door de Rijksvastgoeddienst op de markt is gezet. De heer Frens is hier op afgegaan. Hij mocht ook op die informatie afgaan. De heer Doornhof geeft aan dat hij en de heer Frens ook het Rijksvastgoedbedrijf gaan aanspreken (ontbinding van de overeenkomst). Het Rijksvastgoedbedrijf kan iets niet waarmaken wat zij wel heeft aangegeven.

Het Rijksvastgoedbedrijf dacht dat zij een toezegging had van het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur is daarvan teruggekomen. De voorzitter vraagt aan de heer Doornhof of in de koopovereenkomst ook een bepaling staat in de trend van dat ais het gemeentebestuur terugkrabbelt, ontbinding van de overeenkomst op die grond mogelijk is? De heer Doornhof geeft aan dat er niet zoveel in de koopovereenkomst staat, maar de koopovereenkomst biedt wei aanknopingspunten voor hem en de heer Frens om ook actie te ondernemen richting het Rijksvastgoedbedrijf. De voorzitter vraagt nogmaals aan de heer Doornhof of in de koopovereenkomst ook een ontbindende voorwaarde is opgenomen in het geval de gemeente terugkomt op een eerder gedane uitspraak? De heer Doornhof geeft daarop aan dat een dergelijke grondslag voor ontbinding van de koopovereenkomst (een dergelijke ontbindende voorwaarde) niet in de koopovereenkomst staat. De heer Frens voegt er aan toe dat voor een (vastgoed)ondernemer een gebouw dat foeilelijk is en geen zinvolle bestemming heeft, niet interessant is. Hij is dan ook wei degelijk afgegaan op wat er mocht en zoals dat stond aangegeven in de brochure.

2

De heer Doornhof geeft aan dat ook als er wel een keiharde ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst had gestaan, hij en zijn cliënt in deze bezwaarschriftprocedure waren terechtgekomen. De heer Frens is ondernemer en hij wii iets met zijn gebouw. De voorzitter geeft vervolgens het woord aan de heer Deenen. De heer Deenen geeft aan dat de gemeenteraad niet het bevoegde bestuursorgaan is als het gaat om het verlenen van omgevingsvergunningen. Dat is het college van b en w. Het college van b en w heeft de aanvraag om omgevingsvergunning opgevat als 'wonen'. De laatst aangehaalde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kent hij niet. Hij geeft verder aan dat er nog wel wat valt af te dingen op het door de heer Doornhof genoemde overleg/er steeds bij zijn geweest van het college van b en w. Er is een vertegenwoordiger van b en w mee geweest bij de bezichtiging. In het aangehaalde collegevoorstel is aangegeven dat het meest wenselijke gebruik van het gebouw de huisvesting van spoedzoekers betreft. In het collegevoorstel is ook al gewezen op het probleem van de geluidhinder. De heer Deenen geeft aan dat het college van b en w met het begrip 'spoedzoekers' iets anders voor ogen had dan de heer Frens, maar het college van b en w moet bij de toetsing van een aanvraag om omgevingsvergunning ook kijken naar wat er wordt aangevraagd.

De voorzitter geeft daarop het woord aan mevrouw Haja. Mevrouw Haia gaat in op de vraag welke maatregelen er getroffen moeten worden om een goed woonen leefklimaat te krijgen. Het door de heer Doornhof en de heer Frens genoemde bedrag van € 132.000,- is zij niet tegenkomen in de aanvraag. In de aanvraag staat een veel lager bedrag. In het kader van de stikstof is een Wet natuurbescherming-vergunning nodig. Volgens haar geldt er een aanhaakverplichting. Zij vraagt zich af of in dit stadium er nog wel een aanvraag om een Wnbvergunning los kan worden aangevraagd bij het provinciebestuur. De heer Doornhof en mevrouw Van Pist geven aan dat dit mogelijk is. Mevrouw Haia geeft aan dat het stikstofdepositie-rapport niet ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend. Dit is eerst ingediend in het kader van het indienen van een bezwaarschrift. Desondanks is het aangeleverde rapport beoordeeld door het externe bureau Econsuitancy. Econsultancy heeft kritische kanttekeningen geplaatst bij het overgelegde stikstofdepositie-rapport. De voorzitter geeft vervolgens het woord aan mevrouw Raas. Mevrouw Raas geeft aan dat de Omgevingsdienst Noord Veluwe is uitgegaan van de functie 'wonen'. Dit is gebeurd op basis van de informatie, neergelegd in de aanvraag om omgevingsvergunning.

In die aanvraag is een hokje aangekruist waarmee is aangegeven dat er sprake is van niet tijdelijk gebruik. Onder die omstandigheden is een uitkomst van 33 dB reëel te noemen. De commissie gaat over tot het stellen van vragen. Mevrouw Van Pist richt zich tot de heer Deenen met een vraag over de betekenis van het begrip 'spoedzoekers'. De heer Deenen geeft aan dat er 1 gesprek is geweest met de heer Voskamp, de gemeentelijke adviseur volkshuisvesting. Hij geeft aan dat arbeidsmigranten ook onder het begrip 'spoedzoekers' vallen, maar dat het college van b en w meer zat te denken aan een proeftuin a la Nunspeet. Hij benadrukt dat de aanvraag om omgevingsvergunning niet is afgewezen omdat de aanvraag betrekking heeft op de huisvesting van arbeidsmigranten. Het college van b en w verkeerde ook in de veronderstelling dat er minder arbeidsmigranten zouden worden gehuisvest. Er is ook steeds aangegeven dat het geluid een probleem kan opleveren.

3

De heer Boezelman richt zich tot de heer Deenen met een vraag over de aanwezigheid van een toezegging/gerechtvaardigd vertrouwen. De heer Deenen zegt dat er geen sprake is van opgewekt gerechtvaardigd vertrouwen. Het college van b en w heeft enkel aangegeven wat wenselijk was voor het gebouw. Daarbij is ook steeds aangegeven dat er enige mitsen en maren waren. De commissieleden Boezelman en Van Olst geven aan dat zij dit zo niet hebben gelezen. Zij vragen of die 'mitsen en maren' ook opgelost kunnen worden. De heer Deenen geeft aan dat je dit kunt oplossen met investeringen in een goed woon- en leefklimaat. De heer Frens geeft aan dat hij ervaring heeft met het proeftuin-concept. Hij is zelf bij het college van b en w geweest. Het college van b en w heeft volgens hem gevraagd om een proeftuin. Er was eerst sprake van een ander gebouw (van Uwoon). Wat het geluid betreft, merkt hij op dat een externe een berekening heeft gemaakt van wat maximaal mogelijk was. Daarbij is gekeken naar de grootte van de kamertjes. Aanvankelijk waren er minder kamers voorzien, later meer. De heer Doornhof geeft aan dat 'minder mensen in het gebouw' geen weigeringsgrond oplevert. Hij geeft verder aan dat het college van b en w eerst wel wilde meewerken. Dat standpunt is eerst gekanteld door de ontstane commotie in de buurt en de motie van de gemeenteraad.

In dit verband wijst hij ook op de reactie van de burgemeester tijdens de bewuste raadsvergadering. De burgemeester heeft ook aangegeven dat wat de raad wilde eigenlijk niet kon. De heer Doornhof geeft verder aan dat als je alles bekijkt het helemaal niet reëel is dat je dan op een weigering van de omgevingsvergunning uitkomt. De motivering van het besluit is niet steekhoudend/deugdelijk. Je zit ook met de kosten. Je kunt niet alles 'eisen': er moet voor een ondernemer ook iets overblijven! Het gaat hier niet om een stuk onbebouwd weiland, maar om een bestaand gebouw zonder reële functie op dit moment. Je kunt elkaar dan ergens in het midden treffen. Als het echt om geluid gaat, dan kun je elkaar ergens in het midden vinden. De heer Frens voegt er aan toe dat het creëren van een geluidsniveau van 33 dB niet kan in verband met het kostenaspect. Zijn ervaring is dat één en ander in andere gemeenten anders wordt beoordeeld (bijvoorbeeld het terugbrengen van het geluidsniveau tot 38 dB). Iedereen is er bij geweest om dit plan te realiseren. Het is dan jammer dat dit plan om zo'n reden als de onderhavige wordt afgewezen. De voorzitter haakt hier op in en vraagt aan partijen of er ruimte is voor iets anders.

Mevrouw Haia wijst er op dat aan het bestreden besluit een heel traject vooraf is gegaan, Het is nu voor het eerst dat zij van de zijde van bezwaarmaker hoort dat er wellicht ook anders naar de problematiek kan worden gekeken ("elkaar ergens in het midden vinden"). Zij wijst er verder op dat de Wabo beslistermijnen geeft. Je moet een keer een beslissing nemen. Er is een termijn gegeven om bepaalde stukken in te dienen. Die zijn niet gekomen. Vervolgens heeft het college van b en w een beslissing op de aanvraag genomen op basis van wat er op dat moment voor lag aan stukken. De voorzitter wijst er op dat de bezwaarschriftprocedure een procedure is van volledige heroverweging van het bestreden besluit. Mevrouw Haia geeft aan dat dat klopt. De heer Frens zegt dat hij wil meedenken aan een oplossing. Hij heeft duidelijk aangegeven wat hij wil/voor ogen heeft.

4

De voorzitter vraagt aan mevrouw Haja of zij/het college van b en w bereid is om 'te bewegen'/'elkaar ergens in het midden te vinden'. Mevrouw Haia zegt dat zij daar nu nog niets over kan zeggen. De voorzitter geeft aan dat het college van b en w dan wel iets moet hebben om te toetsen. De heer Doornhof geeft aan dat hij en zijn cliënt bereid zijn om een brief te sturen naar het college van b en w met daarin onder meer een verzoek om overleg en een voorstel. De voorzitter geeft aan dat de commissie bereid is om de advisering aan te houden in afwachting van het voorstel en de uitkomst daarvan. Hij stelt voor om de advisering voor 6 weken aan te houden. De vertegenwoordigers van het college van b en w en bezwaarmaker en zijn gemachtigde stemmen hier mee in. Dit zal ook schriftelijk worden bevestigd richting de heer Doornhof. Mevrouw Van Pist heeft nog een vraag over de weigering van de aanvraag om vergunning. Het komt haar voor dat die weigering rauw op het dak viel van bezwaarmaker. Mevrouw Haia zegt dat er niet a la minuut tot een weigering is gekomen. Dat is wel gecommuniceerd richting de heer Frens. Het is evenwel niet schriftelijk gebeurd. De voorzitter geeft aan dat de commissie thans voldoende is voorgelicht.

De advisering zal voor 6 weken worden aangehouden om partijen de gelegenheid te geven om te proberen - op basis van een voorstel van de heer Frens - tot overeenstemming te komen. De aanhouding van de advisering zal schriftelijk worden bevestigd richting de heer Doornhof. Indien deze poging niet tot resultaat leidt, dan zal dit worden doorgegeven aan de secretaris van de commissie en dan zal de commissie advies uitbrengen aan het college van b en w over de te nemen beslissing op bezwaar. Aangezien niemand verder meer wat in te brengen heeft, dankt de voorzitter de aanwezigen voor hun bijdrage en sluit hij de zitting om 20.39 uur.

De Commissie Bezwaarschriften, de secretaris

de voorzitter,

5

akd Commissie voor de bezwaarschriften gemeente Elburg Zitting

: 3 maart 2020

Zaaknummer

: 78969

TOELICHTING van mr. drs. H. Doornhof, advocaat en gemachtigde van Nunspeetse

Onroerend

Goed

Maatschappij

B.V.

(“N.O.M.”) inzake het door haar gemaakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Elburg van 5 november 2019

Edelachtbare commissie, 1.

Inleiding: bij aankoop Brigadegebouw heeft N.O.M. vertrouwd op medewerking van de gemeente aan functiewijziging

N.O.M. is uitgebreid in overleg geweest met het college over de nieuwe bestemming van het Brigadegebouw. De vorige eigenaar van het gebouw, het Rijksvastgoedbedrijf, heeft voor de verkoop aan het college gevraagd voor welke functies het gebouw geschikt zou zijn. Daarop heeft het college in haar besluit van 10 april 2018 aangegeven dat de gemeente de opvang van spoedzoekers als de meest wenselijke bestemming ziet. De gemeente heeft vervolgens Expertisecentrum Flexwonen de opdracht gegeven om hiernaar onderzoek te doen. Dit Expertisecentrum heeft in haar rapportage geconcludeerd dat het Brigadegebouw na beperkte aanpassingen geschikt is voor huisvesting van arbeidsmigranten op shortstay basis. Dit was dan ook aanleiding voor N.O.M. om het pand te kopen. Vervolgens heeft N.O.M. de aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor functieverandering van het gebouw naar 24 onzelfstandige eenheden voor 44 arbeidsmigranten. Hierbij is van belang dat uit bijlage 1 van het rapport van september 2018 van Expertisecentrum Flexwonen blijkt dat in de gemeente Elburg de populatie arbeidsmigranten de afgelopen jaren sterk is gegroeid en dat sprake is van een huisvestingstekort dat snel verder oploopt. Het Expertisecentrum Flexwonen wijst er verder op dat de kwaliteit van de huisvesting van arbeidsmigranten door N.O.M. een bijzonder hoog niveau heeft.

18829941V1

Pagina 1 van 4

Gelet op dit alles, mocht N.O.M. ervan uitgaan dat de gemeente de omgevingsvergunning zou verlenen. Het Brigadegebouw zou dan ingezet kunnen worden voor kwalitatief goed onderdak van 44 arbeidsmigranten op een geschikte locatie. 2.

Weigering is gestoeld op oneigenlijke argumentatie

Nadat N.O.M. de omgevingsvergunning had aangevraagd, is commotie in de buurt ontstaan. Buurtbewoners keerden zich en masse tegen het initiatief van N.O.M. Dit is door de gemeenteraad opgepakt. Er is een motie aangenomen tot het “on hold" zetten van de vergunningsaanvraag, hetgeen zou betekenen dat die zou moeten worden afgewezen. Deze omstandigheden lijken de werkelijke reden van de weigering van de vergunning door het college. De gemeente en het Expertisecentrum Flexwonen hebben zich in het voortraject immers steeds op het standpunt gesteld dat het Brigadegebouw geschikt is voor de opvang van arbeidsmigranten. De weigering van het college wegens een goed woon- en leefklimaat lijkt dus niet te zijn ingegeven door daadwerkelijke zorgen hierover, maar door de commotie in de buurt en de gevoeligheid van de raad daarvoor. Ik zal hierna uiteenzetten dat het college de vergunning hoe dan ook niet op die grond had mogen weigeren. 3.

Wet geluidhinder is niet van toepassing

Zoals ook in het bezwaarschrift reeds is toegelicht, stelt het college zich ten onrechte op het standpunt dat de Wet geluidhinder in dit geval van toepassing is. In deze wet is “woning” gedefinieerd als “een gebouw waar

bewoning

is

toegestaan

op

grond

van

het

bestemmingsplan,

beheersverordening

of

omgevingsvergunning”. Anders dan het college in het verweerschrift suggereert, is dus niet enkel jurisprudentie over de Wet geluidhinder, maar ook jurisprudentie over bestemmingsplannen van belang. Uit de jurisprudentie volgt dat voor de vraag wat onder “bewoning" moet worden verstaan, bij het normale spraakgebruik moet worden aangesloten en dat het bestemd zijn voor “wonen” een zekere duurzaamheid vereist. Short stay of mid stay, een verblijf tot zes maanden, ontbeert deze vereiste duurzaamheid en is dan ook niet bestemd als “wonen” maar voor “logies” (zie bijvoorbeeld de in het bezwaarschrift genoemde uitspraken

ABRvS

23

oktober

2013,

ECLI:NL:RVS:2013:1633

en

ABRvS

28 oktober

2015,

ECLI:NL:RVS:2015:3294). Het beoogde gebruik van het Brigadegebouw is een zodanig tijdelijk verblijf. De arbeidsmigranten zullen ten behoeve van hun werk maximaal zes maanden in het gebouw logeren en hebben geen eigen keuken en badkamer. Veel zullen zelfs een kamer delen. In het normale spraakgebruik wordt dit niet als wonen omschreven. Dat de Wet geluidhinder in dit geval niet van toepassing is, volgt ook uit een uitspraak van de Raad van State waarin de relevante overweging wel specifiek ziet op de Wet geluidhinder (ABRvS 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2595). In die zaak werden gronden bestemd voor verblijfsrecreatie, waar tevens logies voor tijdelijke werknemers kan worden verstrekt. Appellant voerde aan dat de op deze gronden te realiseren appartementen geluidgevoelige gebouwen zijn als bedoeld in de Wet geluidhinder, omdat ze worden bewoond door arbeiders. De Raad van State heeft hier echter over geoordeeld dat hetgeen appellant aanvoert er niet toe leidt dat de raad er niet van heeft mogen uitgaan dat zich een goed woon- en

18829941v1

Pagina 2 van 4

leefklimaat voordoet ter plaatse van de recreatieappartementen, die niet permanent mogen worden bewoond. Hier kan uit worden afgeleid dat de Raad van State de appartementen, waarin tijdelijk werknemers kunnen verblijven, niet als geluidgevoelige gebouwen als in de Wet geluidhinder aanmerkt. Het spreekt voor zich dat deze zaak vergelijkbaar is met de zaak van mijn cliënte. 4.

Gebruik is niet in strijd met goede ruimtelijke ordening

Ook in het kader van de toets aan de goede ruimtelijke ordening is van belang dat niet in het Brigadegebouw zal worden gewoond. Aan een logiesfunctie hoeven in redelijkheid minder strenge eisen gesteld te worden. Zo heeft de wetgever het bijvoorbeeld niet nodig geacht om objecten met een logiesfunctie als gevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder aan te merken. Ook wordt in het Bouwbesluit geregeld dat bij gebouwen met een woonfunctie bescherming moet worden geboden tegen geluid van buiten, terwijl dit ten aanzien van gebouwen met een logiesfunctie niet geldt. De wetgever ziet dus een verschil tussen een woon- en logiesfunctie. Dit betekent dat het college in het kader van de goede ruimtelijke ordening niet zomaar aan het beoogde gebruik van het Brigadegebouw dezelfde eisen mag opleggen als die als die zij oplegt aan een woonfunctie. Uit de overgelegde rapporten en het ingediende bezwaarschrift blijkt dat wordt voorzien in een goed woonen leefklimaat, nu de maximale hogere grenswaarden niet worden overschreden. Omdat de Wet geluidhinder niet van toepassing is, hoeven geen hogere grenswaarden te worden vastgesteld. Dat aan het beleid voor het vaststellen hiervan wordt voldaan, geeft echter wel aan dat een goed woon- en leefklimaat verzekerd is. Hierbij is tot slot van belang dat een binnenniveau van 33 dB in de praktijk niet haalbaar is.

Met het treffen van de daarvoor benodigde maatregelen zijn kosten gemoeid die uitkomen op een bedrag van 132.000 euro. Een dergelijke grote investering zou het project onrendabel maken en kan dan ook niet worden gevergd. Een binnenniveau van 38 dB sluit aan bij het gemeentelijke geluidbeleid en is het saneringscriterium uit de Wet geluidhinder. Er valt daarom niet in te zien waarom het hanteren van dit niveau niet zou leiden tot een goed woon- en leefklimaat. 5.

Wnb-vergunning zal bij de provincie worden aangevraagd

Uit artikel 2.2aa van het Bor volgt dat een project waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming is aangevraagd, geen aangewezen activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo is. Als voor een project een Wnb-vergunning is aangevraagd, maakt de beoordeling van de invloed op de fysieke leefomgeving dus geen onderdeel meer uit van de door het college te verlenen omgevingsvergunning. N.O.M. zal voor het Brigadegebouw spoedig een Wnb-vergunning aanvragen bij gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, voorzien van een geactualiseerde berekening op basis van de AERIUS Calculator 2019A en peiljaar 2020. De provincie zal dan de stikstofdepositieberekening beoordelen. Bij de beslissing op bezwaar kan de mogelijke invloed op de fysieke leefomgeving dus geen grond meer zijn om de gevraagde omgevingsvergunning te weigeren.

18829941V1

Pagina 3 van 4

akd 6.

Conclusie

Gelet op het voorgaande, concludeer ik dat • •

het beoogde gebruik van het Brigadegebouw niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening; het college er ten onrechte van is uitgegaan dat het beoogde gebruik als “bewoning” moet worden aangemerkt; en

•

de omgevingsvergunning op oneigenlijke gronden is geweigerd, namelijk vanwege de commotie in de buurt.

Namens mijn cliënte verzoek ik uw commissie dan ook om het college te adviseren het bezwaar gegrond te verklaren en de gevraagde vergunning alsnog te verlenen.

16829941v1

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=947c2bbd-ec04-4ad1-aad6-bce0526b402a