Toelichting_Berkenweg_7_versie 16-05-2022_definitief.pdf
Tekst van het document
23
Door Slijpkruik is een ecologische quickscan uitgevoerd aan de Berkenweg 7 te Doornspijk (bijlage 8). De nieuwbouw biedt kansen voor vleermuizen door het realiseren van voorzieningen die kunnen dienen als verblijfplaats. Verder dient onnodige lichtverstoring van het mogelijke foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen voorkomen te worden. De sloop- en bouwwerkzaamheden worden enkel tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd en is de toekomstige gebruiksfase wordt buitenverlichting dusdanig toegepast waardoor lichtverstoring geminimaliseerd wordt. Het is mogelijk dat huismussen gebruik maken van de te slopen schuur als vaste rust- en verblijfsplaats. Om dit vast te stellen is er een aanvullend onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 9. Voor dit aanvullende onderzoek hebben twee inventarisaties plaatsgevonden. Tijdens beide inventarisaties werden geen nestlocaties van de huismus waargenomen in de te slopen bebouwing en in de beplanting. De nieuwbouw van twee woningen biedt kansen voor bijvoorbeeld huismus en vleermuizen. Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van inmetselstenen en het toegankelijk maken van de ruimte tussen pannen en dakbeschot. De initiatiefnemer geeft aan dit graag te willen, waardoor er in de toekomstige situatie meer mogelijkheden voor huismus zijn dan in de bestaande situatie.
Door het aanplanten van inheems groen, onder andere meidoorn- en beukenhagen, zal ook het huidige recreatieterrein in de toekomst geschikt leefgebied zijn voor huismus. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt binnen de Groene Ontwikkelingszone in deelgebied 138 – Noordrand Veluwe. Het maakt bovendien onderdeel uit van een ecologische verbindingszone (model das) tussen de Veluwe in het zuiden en de polders rond de randmeren in het noorden. In de het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone is het ruimtelijke beleid gericht op behoud en ontwikkeling van kernkwaliteiten.
Afbeelding 11 Ligging plangebied (rood kader) ten opzichte van GNN (donkergroen), GO (lichtgroen) en Natura 2000 (gearceerd) Door de herziening van het bestemmingsplan vervalt de recreatiefunctie en worden twee nieuwe vrijstaande woningen toegevoegd. Het recreatieterrein heeft momenteel een weinig natuurlijke uitstraling met veel coniferen, sierheesters, tuintjes, relatief hoge dichtheid aan bebouwing en een onnatuurlijke overgang richting bosrand. In de nieuwe situatie wordt door het verwijderen van niet-natuurlijke elementen en het aanplanten van inheems groen een
24
overgang met het naastgelegen natuurgebied gecreëerd die beter aansluit. Dit wordt vastgelegd in een landschappelijk inrichtingsplan (bijlage 1). Gezien de voorgenomen ontwikkelingen wordt een netto positief effect verwacht, een negatief effect op kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van GNN en GO is uitgesloten. Evenmin is een negatief effect op doelstellingen en kwaliteiten van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ uitgesloten. Conclusie Het aspect natuurbescherming vormt geen belemmering voor onderliggend initiatief. Wel is van belang dat de werkzaamheden die verband houden met het initiatief buiten het broedseizoen plaatsvinden. Verder geldt er in het kader van natuurbescherming de algemene zorgplicht.
4.1.10 Verkeer en parkeren Beleidskader In het kader van ruimtelijke plannen dient te worden aangetoond dat het plan niet leidt tot ongewenste situaties ten aanzien van verkeer (bereikbaarheid) en parkeren. Om de parkeerbehoefte te bepalen wordt door de gemeente Elburg gebruik gemaakt van een parkeernota. Naast voldoende parkeergelegenheid is de ontsluiting van de locatie van belang. Relatie met initiatief In de huidige situatie is sprake van één erfontsluiting op de Berkenweg. In de nieuwe situatie komt er een tweede ontsluiting. De drie woningen worden ontsloten door twee ontsluitingen welke uitkomen op de Berkenweg. Uit de parkeernota van de gemeente Elburg volgt dat 2,8 parkeerplaats per woning (goed en veilig bereikbaar) op eigen terrein moeten worden gerealiseerd. De ruimte om de woningen heen is voldoende groot om aan dit criterium te voldoen. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.1.11 Water Beleidskader De Europese Kaderrichtlijn Water (2003) De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; emissies worden verbeterd; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. Vierde Nota Waterhuishouding (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1998) De Vierde Nota Waterhuishouding geeft het kader voor het waterbeheer voor Nederland, nu en in de toekomst. De hoofddoelstelling is "een veilig en goed bewoonbaar land en het in stand houden / versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik blijft gegarandeerd". Om de veerkracht van de watersystemen te vergroten dient de waterconservering en buffering te worden bevorderd en de afwenteling van (water-) problemen op naastgelegen gebieden te worden beperkt.
Waterbeleid in de 21e eeuw (2000) De hoge waterstanden in de rivieren in 1995 en 1996 en de klimaatscenario's waarin naast de zeespiegelstijging ook meer en heviger buien worden voorspeld hebben geleid tot vernieuwde aandacht voor water. Nederland is met zijn
25
lage ligging en hoge verstedelijkingsgraad kwetsbaar voor wateroverlast en de veiligheid is in de toekomst in het geding. Maar ook door de drogere zomers is er het risico van watertekorten en verdroging. De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaakt dat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Waterplan provincie Gelderland Het Provinciaal Waterplan 2010-2015 is mede kader voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in het plangebied. Het waterplan is beschreven aan de hand van een aantal thema's zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2007 en 2015 er liggen. Hierbij is rekening gehouden met de Europese kaderrichtlijn water en het beleid. Waterbeheer 21e eeuw (WB21). Het thema "water als ordenend principe" loopt als een rode draad door het gehele plan. Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordt bekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen.
Dit waterplan valt onder het regime van de nieuwe waterwet (22 dec. 2009). Waterbeheersplan Waterschap Vallei en Eem/Veluwe In de Waterbeheersplannen 2010 - 2015 hebben beide Waterschappen hun ambities en uitvoeringsprogramma’s vastgelegd voor de periode 2010 tot en met 2015. De plannen bepalen in grote lijnen de agenda's voor de komende zes jaar. De plannen zijn mede kaderstellend voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in de plangebieden. In het Waterbeheerplan staat de integrale benadering van waterhuishoudkundige problemen centraal. Deze benadering is in elk van de zeven stroomgebieden binnen het gebied van het waterschap uitgewerkt in een Stroomgebiedsuitwerkingsplan (SUP). Uitgangspunt daarbij zijn functies en waarden van het betreffende (stroom)gebied. Voor onderhavig plangebied geldt het SUP Elburg-Oldebroek. Het stroomgebied beslaat circa 14.000 ha en helt globaal af van zuid naar noord, wat ook de afwateringsrichting is. Het stroomgebied bestaat in het zuiden uit hoge zandige bos- en heidegronden van het Veluwemassief.
Voor het gebied worden de volgende doelen onderscheiden: veilige dijken, gewenste grond- en oppervlaktewaterstanden, vermindering wateroverlast en water voor droge tijden, goede waterkwaliteit, herstel en behoud van bijzondere natuur, goede afstemming watersysteem en waterketen in stedelijk gebied, goede onderhoudssituatie, brede kijk en meten is weten. Blauwe Omgevingsvisie 2050 De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Ontwerp Blauw Omgevingsprogramma De BOVI is vertaald in een blauw omgevingsprogramma (BOP). In het Omgevingsprogramma is een programma voor het deelgebied Noord-Veluwe opgenomen. Noord-Veluwe en randmeerkust ontwikkelen zich momenteel in een
26
goede balans tussen stedelijke ontwikkeling, landbouw, natuur en recreatie. De balans behouden tussen de natuur en de groeiende waterrecreatie op de randmeren, de energie- en landbouwtransitie zijn opgaven in de randmeerkustzone. Watertoets Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Relatie met initiatief In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. De watertoets is als bijlage 10 opgenomen. Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater.
Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (hierna: GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het initiatief.
4.2 Conclusie Het initiatief is getoetst aan de relevante ruimtelijke en milieukundige aspecten. Daaruit blijkt dat het plan uitvoerbaar is.
27
5 Wijze van bestemmen 5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe het beleid en ook de ruimtelijke en milieutechnische randvoorwaarden zijn door vertaald naar de verbeelding en regels. De verbeelding en regels vormen het juridische deel van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels met betrekking tot het gebruik gekoppeld. De toelichting geeft daarbij een weergave van de beweegredenen, onderzoeksresultaten en beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Voor dit plan is bij het opstellen van de regels zoveel mogelijk aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied 2012, actualisatie 2018' van de gemeente Elburg.
5.2 Opbouw regels De regels bestaan uit de volgende onderdelen: • Hoofdstuk 1: Inleidende regels; • Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; • Hoofdstuk 3: Algemene regels; • Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels De inleidende regels bevatten begripsomschrijvingen en de wijze van meten. In de bestemmingsregels zijn de regels bij de in het plan voorkomende bestemmingen opgenomen. De algemene regels zijn op alle onderdelen van het plan van toepassing. Tot slot bevat het plan overgangsregels en een slotregel die de naam van het plan vastlegt.
5.3 Toelichting op de regels In dit bestemmingsplan komen zowel enkelbestemmingen voor als dubbelbestemmingen. Hierna is een korte toelichting op de bestemmingen weergegeven. Wonen (artikel 3) De voor 'Wonen' en aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en voor aan huis verbonden beroepen. Op de verbeelding zijn binnen deze bestemming bouwvlakken aangegeven. Hier mogen de woningen en de bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. Voor de maatvoering van de woningen wordt aangesloten bij de regels van het geldende bestemmingsplan Buitengebied. De bouwvlakken liggen in principe strak om de te realiseren bebouwing heen. De goot- en bouwhoogte is nader geregeld in bouwregels. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het gebruik van gronden en bouwwerken voor het toestaan van een aan huis verbonden bedrijf en voor een bed en breakfast-voorziening (bestemming 'Wonen'). Waarde – Archeologie hoge verwachtingswaarde (artikel 4) De locatie ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Om deze reden is op het hele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie hoge verwachtingswaarde' van toepassing. Mochten tijdens werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dan geldt er een meldingsplicht.
Algemene regels (artikelen 5 tot en met 9) Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en het overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden verder niet toegelicht.
28
6 Economische uitvoerbaarheid Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. In dit geval betreft het een particulier initiatief waar door middel van een realisatieovereenkomst de gemeente geen kosten maakt voor de uitvoering van werken. De kosten voor de planologische procedure wordt gedragen door de initiatiefnemer en zijn daarmee anderszins verzekerd. Met de initiatiefnemer is een planschadeovereenkomst gesloten.
29
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Algemeen Het bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wro. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Ook dient op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening overleg te worden gevoerd met besturen van Rijk, provincie en waterschap.
7.2 Inspraak Burgemeester en wethouders hebben besloten geen afzonderlijke inspraakprocedure te voeren. Voor dergelijke planherzieningen wordt de mogelijkheid van het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad voldoende geacht. De initiatiefnemer heeft overleg gevoerd met (direct-)aanwonenden. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de buren het plan omarmen. Een aantal gehoorde opmerkingen over het plan: -
Het aanzicht vanaf de Berkenweg zal verbeteren; het stacaravanparkje is wat gedateerd en geeft een rommelige aanblik, vooral als het blad van de bomen is; Het plan komt de leefbaarheid van de buurt ten goede; door de bouw van twee woningen krijgt de kleine gemeenschap een positieve impuls, en Minder verkeersbewegingen, vooral in het zomerseizoen wanneer de recreanten aanwezig zijn.
7.3 Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 lid 1 Bro is vooroverleg vereist met het Waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Gedeputeerde Staten en de minister kunnen op basis van artikel 3.1.1 lid 2 Bro bepalen dat onder bepaalde omstandigheden of in bepaalde gevallen geen overleg is vereist met de diensten van provincie onderscheidenlijk het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening. Rijk Vooroverleg met het Rijk dient plaats te vinden in die gevallen waar nationale belangen aan de orde zijn. Bij brief van 26 mei 2009 heeft toenmalig minister van VROM middels een bij de brief behorende lijst aangegeven bij welke nationale belangen vooroverleg met het Rijk dient plaats te vinden. Voorliggend plan heeft geen betrekking op de in de lijst genoemde nationale belangen. Om deze reden is geen vooroverleg vereist tussen Rijk en de gemeente. Provincie Gelderland Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben middels een brief aangegeven dat over de plannen die puur van lokaal belang zijn en plannen die wel van provinciaal belang zijn, maar geen provinciale verantwoordelijkheid zijn, geen vooroverleg gevoerd hoeft te worden.
Vanwege de gedeeltelijke ligging van het plangebied in het 'Nationaal Landschap Veluwe' is vooroverleg gevoerd met de provincie Gelderland. Met de heer Bakker van de provincie Gelderland is gesproken over de beoogde wijziging. Hij is ter plaatse geweest om de bestaande situatie te bekijken en te luisteren naar de motivatie om de exploitatie van het kampeerterrein te beëindigen. Zijn reactie kan als volgt worden samengevat: ‘van belang is een goede onderbouwing waaruit blijkt dat het perceel landschappelijk vooruitgaat. Het standpunt van de provincie is dat meer verstening niet wenselijk is en dat de ruimtelijke kwaliteit verbeterd dient te worden. Waterschap Zoals in paragraaf 4.1.11 is verwoord, is op grond van het beleid van het Waterschap Vallei en Veluwe de digitale watertoets op dit plan toegepast.
30
7.4 Procedure Terinzagelegging Het ontwerp van dit bestemmingsplan is voor een periode van zes weken ter inzage gelegd voor eenieder. Zienswijzen Tegen het ontwerp van dit bestemmingsplan zijn geen zienswijzen ingediend. Vaststelling De raad van de gemeente Elburg heeft het bestemmingsplan op 27 juni 2022 vastgesteld.
31
Bijlagen Bijlage 1 Transformatieplan Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan Bijlage 3 Beplantingsplan Bijlage 4 Bodemonderzoek Bijlage 5 Akoestisch onderzoek Bijlage 6 Archeologisch onderzoek Bijlage 7 Voortoets Bijlage 8 Quick Scan flora en fauna Bijlage 9 Aanvullend ecologisch onderzoek Bijlage 10 Watertoets
32