CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Terugkoppeling toezeggingen en adviezen herziening fin. verordening en div. nota's

Raadsvergadering 21 oktober 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Herziening financiële verordening en diverse nota’s1.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Terugkoppeling toezeggingen en adviezen ter voorbereiding op besluitvormende vergadering 21 oktober 2024 (geen schriftelijke vraag ex 3.4.6 Organisatieverordening): Indieners: fracties CU en VVD Datum: 18 oktober 2024 Onderwerp Raadsvoorstel herziening financiële verordening en diverse nota’s Inleiding Tijdens de oordeelsvormende vergadering van 14 oktober is aan de VVD-fractie toegezegd om het overzicht reserves en voorzieningen aan te vullen met de minimale en maximale omvang per reserve en voorziening. Daarnaast is door de CU-fractie gevraagd om een onderbouwing van de minimale omvang van de reserve sociaal domein en is verder aangegeven dat het voorstel van de CU-fractie omtrent de autorisatie van programma 6 op het niveau van taakveld(clusters) onderzocht zou worden. In wat hierop volgt geven we op al deze genoemde punten een terugkoppeling. Toezegging toevoeging minimale en maximale omvang per reserve en voorziening In de oordeelsvormende vergadering werd door de VVD-fractie gevraagd om het toevoegen van de minimale en maximale omvang per reserve en voorziening, om zo een volledig overzicht te hebben van de bandbreedtes per reserve en voorziening. Deze toevoegingen zijn gedaan en daarmee is de bijlage 3b. Verloop reserves en voorzieningen (begroot per 1-7-2024) bij het raadsvoorstel geactualiseerd. Autorisatie programma 6.

Sociaal domein op niveau van taakveld(cluster) Door de CU-fractie werd voorgesteld om, mede vanwege de omvang van de baten en lasten, voor artikel 5, lid 2, van de financiële verordening een uitzondering te maken voor programma 6. Bij het amenderen van dit artikel zou voor programma 6 de autorisatie van de totale lasten en baten niet op programmaniveau, maar op het niveau van één of een cluster van taakvelden, gedaan worden. Het college beveelt dit voorstel niet aan. We verwachten dat de praktische gevolgen van de aanpassing zich met name op twee niveaus voordoen. Allereerst in de informatievoorziening van college richting raad bij (voorziene) budgetafwijkingen binnen programma 6 (zie ook lid 5 van artikel 5). Waar volgens de voorgestelde verordening de raad pas geïnformeerd zou hoeven te worden indien de baten of lasten binnen programma 6 in zijn geheel structureel met meer dan € 25.000 of incidenteel met meer dan € 100.000 dreigen te worden overschreden, geldt dit na de voorgestelde aanpassing voor elk taakveld(cluster) binnen programma 6. Formeel gezien zou dit dan ook betekenen dat over- of onderschrijdingen op programma 6 niet langer op programma-niveau tegen elkaar weggestreept kunnen worden, waardoor er in theorie dus sneller en vaker informatieverstrekking richting de raad moet plaatsvinden.

Het tweede gevolg wordt zichtbaar bij de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening, waarbij overschrijdingen en onderschrijdingen – indien de voorgedragen aanpassing wordt doorgevoerd – binnen elk taakveld(cluster) op programma 6 separaat in beeld gebracht en beoordeeld moeten worden. Er bestaat een kans dat de voorgestelde aanpassing daarmee een effect heeft op de omvang van de begrotingsonrechtmatigheden. De informatieverstrekking richting de raad zal, op een toenemende omvang van tabellen in de P&Cproducten na, naar verwachting beperkt tot niet wijzigen. Tot slot speelt, naast de genoemde praktische gevolgen, nog het effect op de beoordeling van de lasten en baten binnen programma 6. Het autoriseren en daarmee voortaan beoordelen van de lasten en baten op het niveau van (clusters van) taakvelden kan tot gevolg hebben dat de lasten en baten niet langer taakveld-overstijgend beoordeeld zullen worden. Dit strookt niet met de landelijke en ook onze gemeentelijke visie om binnen het sociale domein te ontschotten. Daarmee wordt bedoeld dat we minder verkokerd per wet willen denken en doen en vraagstukken binnen het sociaal domein integraal willen beoordelen ten behoeve van de inwoner en samenleving. De praktijk is namelijk weerbarstiger dan de regelgeving of taakvelden op papier.

Met name dit gevreesde laatste effect doet ons concluderen om het voorstel tot aanpassen van artikel 5 niet aan te bevelen. Onderbouwing minimumniveau reserve sociaal domein Eveneens werd door de CU-fractie gevraagd om een onderbouwing van het voorgestelde minimum van € 2 miljoen voor de reserve sociaal domein. Hierbij werd de relatie gelegd met de algemene reserve en de algemene reserve bouwgrondexploitatie, waarbij de minima in de nieuwe nota reserves en voorzieningen gelijk zijn gesteld aan de benodigde weerstandscapaciteit voor deze onderdelen. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van onze begroting en jaarstukken gaan we in op de algemene incidentele risico’s (gekoppeld aan de algemene reserve) en de incidentele bouwgrondrisico’s (gekoppeld aan de bouwgrondreserve). De precieze berekening van de bouwgrondrisico's vinden we terug in de paragraaf grondbeleid. Voor deze bouwgrondrisico’s geldt dat de risicomethodiek momenteel in een ambtelijke projectgroep herzien wordt, aangezien de huidige rekenwijze niet (meer) voldoet. De herziene methodiek geeft wellicht ook nieuwe inzichten in de gewenste minimale en maximale omvang van de bouwgrondreserve. Het doel is om de nieuwe rekenmethodiek voor het eerst toe te passen bij de begroting 2026. Het saldo van de reserve sociaal domein neemt al jaren toe en gaat inmiddels richting de 12 miljoen euro.

De risico’s zijn wel in beeld, maar er was nog geen noodzaak om dit op geld te zetten. Dat is overigens ook niet altijd eenvoudig! De gelden vanuit het Rijk vertonen bijvoorbeeld nog al eens een grillig karakter. Dat maakt dat je als gemeente niet te snel beleid wilt versoberen. Een methodiek zoals we die voor de algemene risico’s en het grondbeleid kennen, hebben we dus ook nog niet in die mate ontwikkeld voor het sociaal domein. Wel proberen we bij elke begroting (zo ook bij de begroting 2025) de totale risico’s in kaart te brengen en op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bij de structurele risico’s zijn daarbij ook risico’s binnen het sociaal domein inbegrepen, zoals voor jeugdhulp in de begroting 2025. Structurele risico's worden daarbij gekoppeld aan de zogenaamde structurele weerstandscapaciteit, die met name gevormd wordt door de structurele begrotingsruimte. Dat de structurele risico's binnen het sociaal domein hierbij worden meegerekend is raadzaam, want de reserve sociaal domein dient in de eerste plaats niet als weerstandsvermogen voor structurele risico’s. De reserve zou dan immers, indien een structureel risico werkelijkheid wordt, geleidelijk leeglopen. Incidentele risico’s kunnen wel door de reserve sociaal domein worden opgevangen.

Het is ons doel om de risico's voor het sociaal domein in aanloop naar de begroting 2026 nauwkeuriger in kaart te brengen en hiervoor een rekenmethodiek te ontwikkelen. Een veel voorkomende methodiek is kans (%) x gevolg (€), waarbij je bijv. zowel kans als gevolg kunt rangschikken van 1 t/m 5. Er zijn ook andere methodieken denkbaar. Bij de genoemde methodiek volgt in elk geval een totaalbedrag aan risico's, dat vervolgens naast het in de reserve sociaal domein beschikbare bedrag gelegd kan worden. Dit alles krijgt vervolgens een plek in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting 2026. Omdat het ontwikkelen van een risicomethodiek tijd en aandacht vraagt, kunnen we het huidig voorgestelde minimumniveau van € 2 miljoen nog niet vergelijken met het totaal aan incidentele risico’s. Toch denken we voor nu dat dit minimum voldoende is om incidentele tegenvallers op te kunnen vangen. Bij elke begroting en jaarrekening wordt immers getoetst of er nog voldoende in de reserve zit – en zo niet, dan wordt deze weer aangevuld tot de € 2 miljoen. De uitwerking van de risicomethodiek zal verder uitwijzen of het minimum toereikend is. Daarbij moeten we er niet aan voorbijgaan dat de reserve sociaal domein naast een bufferfunctie ook een egalisatiefunctie heeft.

Eventuele voor- of nadelen binnen het sociaal domein worden daarmee jaarlijks binnen de reserve verrekend. Mocht de nieuwe risicomethodiek of andere ontwikkelingen aanleiding geven om de nota reserves en voorzieningen in de toekomst opnieuw te herzien, dan komen we hiermee terug bij de raad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=14e30efe-30fd-4be6-81bb-c53a4d04f266