TB9_Aanvullend vleermuizenonderzoek
Tekst van het document
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg P05338 Versie: 1.0 Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 1 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Colofon Titel
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Projectcode Versie Datum
P05338 1.0 06-10-2023
Opdrachtgever
Witpaard Dorpsweg 103 8271 BL IJsselmuiden
Uitvoerder
Email Website
GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/
Contactpersoon Telefoon Email
M.W.J. Witjes 074 2020258 michael.witjes@grasadvies.nl
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 2 van 19
Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 5 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 6
2
Gebiedskenmerken en beoogde ontwikkeling ................................................................................... 8
2.1
Gebiedsbeschrijving .......................................................................................................................... 8
2.2
Beoogde ontwikkeling ...................................................................................................................... 11
3
Onderzoeksmethodiek ..................................................................................................................... 12
4
Wettelijk kader ................................................................................................................................. 13
5
Resultaten ........................................................................................................................................ 14
5.1
Vleermuizen ..................................................................................................................................... 15
5.2
Overige soorten ............................................................................................................................... 17
5.2.1
Scholekster ...................................................................................................................................... 17
5.2.2
Steenmarter ..................................................................................................................................... 17
5.2.3
Egel .................................................................................................................................................. 17
5.2.4
Steenuil ............................................................................................................................................ 17
6
Conclusies ....................................................................................................................................... 18
Bronnen ........................................................................................................................................................... 19
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 3 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Bijlagen Bijlage 1: Onderzoeksmethoden Bijlage 2: Wet- en regelgeving Bijlage 3: Stappenplan ontheffingsplicht
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 4 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Samenvatting De initiatiefnemer is voornemens om aan De Voord in Elburg een groot deel van het bestaande complex te slopen en te vervangen voor nieuwbouw. Om in het kader van ruimtelijke ontwikkeling te voldoen aan de Wet natuurbescherming, heeft GRAS Advies op verzoek van Witpaard een aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming uitgevoerd op bovengenoemde locatie. Dit aanvullend onderzoek vloeit voort uit de resultaten van een eerder uitgevoerd verkennend onderzoek (quickscan) Wet natuurbescherming (GRAS Advies, 2023). Het geeft uitsluitsel over de mogelijke aanwezigheid van wettelijk beschermde vleermuizen en hun essentiële habitatfuncties in het projectgebied. Het beoordeelt of deze soorten en hun functioneel leefgebied negatieve effecten ondervinden van de beoogde ingreep en of verbodsbepalingen mogelijk worden overtreden. Met deze kennis is onderbouwd of de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs uitvoerbaar is of dat mogelijk een ontheffingsaanvraag of andere maatregelen en/of vervolgstappen noodzakelijk zijn. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn als volgt: 1. Binnen het projectgebied is de aanwezigheid van beschermde verblijfplaatsen voor vleermuizen vastgesteld. Het gaat om de volgende soorten en verblijfplaatsen: • • • •
4 zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis 2 paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis 1 zomer en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis 1 paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis
2. Op het dak van het pand is in het voorjaar meerdere malen een scholekster waargenomen. Vermoedelijk ging het om een broedend exemplaar. Broedende scholeksters mogen niet verstoord worden. Ontheffingsplicht Gezien de resultaten van dit aanvullend soortenonderzoek en de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geldt voor de volgende soorten een ontheffingsplicht: ● ●
Gewone dwergvleermuis (Verdwijning/ verstoring paarverblijfplaatsen en zomerverblijfplaatsen) Ruige dwergvleermuis (Verdwijning/ verstoring paarverblijfplaats)
Broedvogels (in het bijzonder scholekster) Nesten van broedvogels mogen niet verstoord worden. Verstoring wordt voorkomen door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, maatregelen te nemen zodat nesten geen hinder ondervinden, of een broedvogelinspectie en vrijgave te laten plaatsvinden vóór aanvang van desbetreffende werkzaamheden. Er dient in het bijzonder rekening gehouden te worden met de scholekster. Ecologische begeleiding is noodzakelijk om verstoring van broedende scholeksters te voorkomen. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het: a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur (Wnb Artikel 1.11).
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 5 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
1 Inleiding In opdracht van Witpaard heeft GRAS Advies een aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming uitgevoerd aan De Voord in Elburg. De initiatiefnemer is voornemens om hier nieuwbouw te realiseren waarbij het merendeel van het bestaande complex wordt gesloopt. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen verplicht de Wet natuurbescherming te toetsen of aanwezige beschermde plant- en diersoorten geen negatieve effecten ondervinden van de beoogde ontwikkeling. Eerder uitgevoerd verkennend onderzoek (quickscan) naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna op de bovengenoemde locatie (GRAS Advies, 2023), kon de aanwezigheid van de volgende soortengroep niet uitsluiten: ●
Vleermuizen
Op basis hiervan is nader onderzoek naar deze soortengroep verricht. Dit aanvullende soortenonderzoek geeft uitsluitsel over de aanwezigheid of afwezigheid van bovengenoemde soortenroep en adviseert over de te nemen vervolgstappen. Het onderbouwt of de beoogde ruimtelijke ontwikkeling redelijkerwijs uitvoerbaar is of dat mogelijk verbodsbepalingen worden overtreden en een ontheffingsaanvraag en/of andere maatregelen noodzakelijk zijn. Aanvullend soortenonderzoek is een uitgebreid en afgestemd soortgericht onderzoek. Het bestaat uit een bureaustudie en meerdere veldinventarisaties waarbij onderzoeksmethoden en richtlijnen uit erkende en soort specifieke kennisdocumenten en/of soortprotocollen worden toegepast. Met inachtneming van wettelijke kaders, de kenmerken van de beoogde ontwikkeling en de gerelateerde werkzaamheden wordt beoordeeld of aanwezige soorten, hun functioneel leefgebied en essentiële habitatfuncties negatieve effecten ondervinden van de beoogde ingreep. Indien een ontheffingsaanvraag of andere ecologische maatregelen en/of vervolgstappen noodzakelijk worden geacht, kan GRAS Advies adviseren en begeleiding bieden in het vervolgtraject. Verspreidingsgegevens In dit rapport is informatie verwerkt afkomstig uit de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF).
Deze informatie mag (zolang de datavoorziening niet open en toegankelijk is) zonder toestemming van BIJ12 niet worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar worden gemaakt. Indien relevant zal GRAS Advies verspreidingsgegevens die zijn verkregen door veldinventarisaties binnen en/of rondom het projectgebied na een periode van 2 jaar openbaar maken binnen de omgeving van de NDFF. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Het is onlosmakelijk verbonden aan het verkennend onderzoek (quickscan) Wet natuurbescherming De Voord in Elburg (GRAS Advies, 2023). GRAS Advies adviseert, indien van toepassing, uitkomsten als verplichting vast te leggen voor de uitvoerende partij. Gebiedskenmerken van het huidige projectgebied en een globale beschrijving van de beoogde ontwikkeling zijn opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 beschrijft de toegepaste onderzoeksmethodiek, gevolgd door een beknopte samenvatting van het relevante wettelijk kader in hoofdstuk 4. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Hier worden alle relevante soorten beschreven die mogelijk voorkomen, inclusief het effect van de beoogde ontwikkeling op deze soorten en hun functionele leefgebied.
De conclusies zijn opgenomen in hoofdstuk 6 waarin de belangrijkste resultaten, mogelijke maatregelen en vervolgstappen worden samengevat.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 6 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Reikwijdte en beperkingen Dit aanvullend soortenonderzoek richt zich tot Hoofdstuk 3 Artikel 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming. Informatie met betrekking tot gebiedsbescherming, houtopstanden en stikstof vallen buiten de scope van dit onderzoek. De ecologen van GRAS Advies spannen zich maximaal in om onderzoek zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Desondanks zal nooit een volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden. GRAS Advies kan daarom geen aansprakelijkheid aanvaarden voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en/of fauna. Geldigheidsduur onderzoek: Momenteel bestaan er geen landelijke richtlijnen betreft de geldigheidsduur van aanvullende soortenonderzoeken. Desalniettemin kan bevoegd gezag hieraan een termijn koppelen en actuele gegevens vereisen. Doorgaans wordt een termijn van 3 jaar aanbevolen. GRAS Advies adviseert daarom de termijn van 3 jaar niet te overschrijden. Dit rapport gaat in op de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling zoals beschreven in paragraaf 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten en hun functioneel leefgebied leiden.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 7 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
2 Gebiedskenmerken en beoogde ontwikkeling 2.1
Gebiedsbeschrijving
Gegevens Adres: Plaats: Gemeente: Provincie:
Veldbloemenlaan 25 Elburg Elburg Gelderland
Locatie en omgeving Het projectgebied betreft locatie De Voord van Zorgverlening Het Baken aan de Veldbloemenlaan te midden van Elburg. Het is omgeven door bebouwing en wegen en grenst aan de noordzijde aan een watergang. Ten noorden van het project gebied aan de overzijde van de watergang ligt een park met meerdere velden en bomen. Het oostelijk en zuidelijk deel grenzen aan de veldbloemenlaan met omsluitend een woonwijk. Afbeelding 2.1 toont de ligging van het projectgebied. Terrein en kenmerken De oppervlakte van het projectgebied bedraagt ca. 2,5 ha. Afbeelding 2.2 toont een luchtfoto van het projectgebied, inclusief begrenzing. Het terrein wordt bepaald door bebouwing, parkeerplaatsen, een moestuin en enkele bomen en struiken. De zorginstelling is grotendeel in 1996 gebouwd. Het westelijke gelegen losstaande gebouw is in 2007 gerealiseerd. Afbeelding 2.3 geeft een impressie van het projectgebied.
Afbeelding 2.1: Ligging van het projectgebied (rood kader).
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 8 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Afbeelding 2.2: Luchtfoto met begrenzing van het projectgebied (rood kader).
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 9 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Afbeelding 2.3: Impressie van het projectgebied.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 10 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
2.2
Beoogde ontwikkeling
Zorgverlening Het Baken wil de capaciteit op locatie De Voord behouden. Beoogd wordt de bestaande bebouwing uit 1996 te slopen en vervangende nieuwbouw te realiseren. Het aan de westzijde van het plangebied gelegen gebouw uit 2007 blijft behouden. Het beoogde programma bestaat uit ca. 130 zorgstudio’s en ca. 20 appartementen voor reguliere bewoning, in totaal ca. 150 eenheden. Er is gekozen om de ontwikkeling gefaseerd te realiseren waarbij eerst een gedeelte van de nieuwbouw wordt gerealiseerd, bewoners worden verhuisd en vervolgens het leegstaande gedeelte wordt gesloopt. Afbeelding 2.4 toont een schets van de beoogde ontwikkeling.
Afbeelding 2.4: Schert van de beoogde ontwikkeling.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 11 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
3 Onderzoeksmethodiek Het onderzoek wordt uitgevoerd om te beoordelen of de beoogde ruimtelijke ontwikkeling een mogelijk significant negatief effect heeft op (wettelijk) beschermde plant- en diersoorten. Hiervoor is het noodzakelijk om aanwezige soorten vast te stellen en locaties van habitatfuncties te bepalen. De door GRAS Advies gehanteerde onderzoeksmethodiek is globaal onder te verdelen in 3 stappen. 1 Bureauonderzoek Voor relevante datavisualisatie, projectinformatie en soorteninformatie is onder andere Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming De Voord in Elburg (GRAS Advies, 2023) geraadpleegd. Hierbij zijn gegevens overgenomen en aanvullende informatie verzameld over: ● ● ● ●
locaties van habitatfuncties van mogelijk aanwezige beschermde soorten; gebiedskenmerken en mogelijke huidige ruimtelijke en ecologische veranderingen; soortspecifieke verspreidingsgegevens (indien van toepassing); geschikte onderzoeklocaties.
Mogelijke aanwezigheid van soorten, locaties van soortspecifieke/gebonden gebiedsfuncties en de locaties waar de trefkans van de te onderzoeken soorten het hoogst zijn, worden hiermee bepaald. Aan de hand van deze gegevens zijn soortspecifieke onderzoeksmethoden vastgesteld en veldonderzoeken gepland. 2 Veldonderzoek Soortgerichte onderzoeken zijn in en rondom het projectgebied uitgevoerd. De door GRAS Advies gehanteerde veldonderzoeksmethodiek is (indien beschikbaar) conform aanbevolen methoden en richtlijnen, beschreven in erkende soortspecifieke kennisdocumenten en protocollen. Onderzoek vereist doorgaans meerdere veldbezoeken en onderzoeksperioden zijn veelal verbonden aan vaste perioden. GRAS Advies combineert waar mogelijk soortspecifiek onderzoek om zodoende veldbezoeken te beperken. In Bijlage 1 worden de soortspecifieke onderzoeksmethoden beschreven. Tabel 3.1 toont alle data en specificaties van veldbezoeken. Tabel 3.1: Data en specificaties veldbezoeken.
Datum
Tijdstip
25-05-2023
Aantal onderzoekers 21:25 – 00:10 8
23-06-2023
21:45 – 00:30
5 (1e deel)
24-06-2023
02:00 – 05:30
4
26-06-2023
21:45 – 00:30
3 (2e deel)
16-08-2023
20:45 – 02:15
3
28-08-2023
23:45 – 02:15
3
07-09-2023
19:55 – 23:25
3
WeersomstanReden veldbezoek/ onderzoek digheden 13⁰C, wind W 3 Bft, helKraam- en zomerverblijven der, droog 20⁰C, wind NO 2 Bft, be- Kraam- en zomerverblijven wolkt, droog 16⁰C, wind Z 2 Bft, beKraamochtend wolkt, droog 19⁰C, wind NW 2 Bft, Kraam- en zomerverblijven helder, droog 18⁰C, wind W 2 Bft, licht Winterzwermen en paarverblijbewolkt, droog ven 14⁰C, wind W 1 Bft, onWinterzwermen en paarverblijbewolkt, droog ven 24⁰C, wind W 2 Bft, bePaarverblijven wolkt, droog
3 Analyse Na afronding van veldonderzoeken worden gegevens zoals velddata, waarnemingen en bevindingen verzameld. De analyse van deze gegevens bestaat uit: ● ● ● ● ●
bepalen soort en aanwezigheid; bepalen locaties (essentiële) habitatfuncties; beoordelen kenmerken van beoogde ontwikkeling (zoals duur, periode, invloedsfeer); beoordelen effecten beoogde ontwikkeling op aanwezige soorten en habitatfuncties; bepalen mogelijke gevolgen, maatregelen en (wettelijke) vervolgstappen.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 12 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
GRAS Advies is een ecologisch adviesbureau en voert verkennend veldonderzoek uit volgens geldende soortprotocollen. De deskundige ecologen van GRAS Advies zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.
4 Wettelijk kader Wet- en regelgeving omtrent natuurbeleid is voornamelijk geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Binnen deze kaderwet is Internationale en Europese wet- en regelgeving opgenomen en het biedt provincies de mogelijkheid op provinciaal niveau natuurbeleid toe te passen. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en soortgelijke activiteiten dient deze wet in acht te worden genomen. De wet is gericht op het beschermen van gebieden, houtopstanden en soorten. Bijlage 3 bevat een uitgebreid overzicht betreft Wet- en regelgeving omtrent soorten. Beschermde soorten Alle in het wild levende plant- en diersoorten zijn tot op zekere hoogte beschermd. Hiervoor geldt de zorgplicht. De Wet natuurbescherming heeft de bescherming van soorten onderverdeeld in drie beschermingsregimes, namelijk 1. soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, 2. soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn (beide Internationaal beschermd) en 3. soorten die vallen onder Andere soorten (Nationaal beschermd). Deze verschillende beschermingsregimes hebben ieder specifieke verbodsbepalingen. Uitzonderingen op de verbodsbepalingen binnen de Wnb zoals beschreven onder Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten kunnen gelden indien: ● ● ●
een vrijstelling voor de specifieke soort geldt (nationaal beschermde soorten); gewerkt wordt met een Gedragscode (nationaal en internationaal beschermde soorten); een ontheffing is verkregen (nationaal en internationaal beschermde soorten).
Broedvogels Bij ruimtelijke ingrepen of activiteiten van soortgelijke aard, dient er zorg gedragen te worden voor broedvogels die effecten ondervinden van de geplande werkzaamheden. Nesten mogen niet worden beschadigd of vernield. Voor vogelsoorten die ieder jaar een nieuw nest bouwen geldt dat nesten beschermd zijn zolang de broedperiode van de soort duurt. Indien er soorten aanwezige zijn die vallen onder soorten met jaarrond beschermde nesten, is, indien deze groep effecten ondervindt van de werkzaamheden, te allen tijde een ontheffing nodig.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 13 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
5 Resultaten Tabel 5.1 geeft aan voor welke soorten verblijfplaatsen zijn waargenomen. Ook het type verblijfplaats en de aantallen zijn weergegeven. Tabel 5.1: Aangetroffen soorten en habitatfuncties in het projectgebied inclusief mogelijk negatieve effecten op aanwezige en essentiële habitatfuncties.
Soort Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis
Habitatfunctie Zomerverblijfplaats Paarverblijfplaats Zomer en paar verblijf Paarverblijfplaats
Aantal 4 2 1 1
Negatief effect Vernieling Vernieling Vernieling Vernieling
Afbeelding 5.1: Projectgebied met aangetroffen verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. De nummers van de verblijfplaatsen zijn willekeurig.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 14 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
5.1
Vleermuizen
Volgens verspreidingsgegevens komen er rondom het projectgebied mogelijk de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), meervleermuis (Myotis dasycneme) en rosse vleermuis (Nyctalus noctula) voor. Uit het verkennend onderzoek is gebleken dat er open stootvoegen en ruimtes aan de bovenzijde van de gevel aanwezig zijn. Deze openingen bieden mogelijk toegang tot zomerverblijfplaatsen, kraamverblijfplaatsen en/of paarverblijfplaatsen. Daarnaast is de aanwezigheid van een massawinterverblijf mogelijk door de aanwezigheid van liftschachten en trappenhuizen. Ook zijn de laatvlieger en de ruige dwergvleermuis als aanwezige soorten niet uit te sluiten. Gezien de omgeving is de aanwezigheid van een essentieel foerageergebied tijdens het verkennend onderzoek uitgesloten. Het gebouw als onderdeel van een essentiële vliegroute viel echter niet uit te sluiten. In het voor- en najaar van 2023 is aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd conform het protocol voor vleermuisinventarisaties Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging (2021) (Zie Bijlage 1). Voor dit onderzoek zijn in totaal 7 onderzoekmomenten met meerdere waarnemers gedaan. Zie tabel 3.1 voor de data, tijden, aantal onderzoekers en weersomstandigheden tijdens de onderzoeken.
Waargenomen soorten Tijdens de onderzoeken in het voorjaar en zomer en najaar zijn de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), laatvlieger (Eptesicus serotinus), meervleermuis (Myotis dasycneme), rosse vleermuis (Nyctalus noctula) en de gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) waargenomen. Bij de gewone grootoorvleermuis en meervleermuis ging het enkel om zeer korte waarnemingen. Het betrof hier overvliegende dieren. De laatvlieger is meerdere keren waargenomen, ook hier ging het enkel om overvliegende dieren. Rosse vleermuizen zijn foeragerend boven het projectgebied waargenomen in het voorjaar, deze vlogen rond zonsondergang hoog boven het gebouw. Het ging om foerageren en overvliegen. De rosse vleermuizen komen van buiten het projectgebied, net zoals de meervleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. De gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis zijn tijdens alle onderzoek rondes vaak waargenomen. Het ging hier om foeragerende dieren, maar ook om in of uitvliegende dieren. Er zijn van beide soorten verblijfplaatsen aangetroffen in het pand. Verblijfplaatsen Tijdens de veldbezoeken in zowel het voorjaar en zomer als het najaar zijn verblijfplaatsen vastgesteld van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Afbeelding 5.1 toont de locaties van de verblijfplaatsen binnen het projectgebied.
In onderstaande teksten wordt verwezen naar de verblijfplaatsen op de kaart. Deze hebben een willekeurig nummer. Kraamverblijfplaatsen Ondanks dat er meerdere verblijfplaatsen zijn vastgesteld, ging het in alle gevallen slechts om 1 of 2 in of uitvliegende dieren. Gezien deze lage aantallen, is de aanwezigheid van een kraamverblijfplaats uitgesloten. Zomerverblijfplaatsen Er zijn 4 zomerverblijfplaatsen vastgesteld van gewone dwergvleermuizen. De verblijven zijn vastgesteld op basis van het gedrag van de vleermuizen en het in of uitvliegen. Verblijfplaats 3 betreft een ruimte achter een regenpijp. Vermoedelijk is via deze ruimte de spouw ter bereiken. In deze ruimte zijn 2 invliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Deze verblijfplaats bevindt zich in de binnentuin. Verblijfplaats 5 bevindt zich ook in de binnentuin. Het gaat om een 1 invliegende gewone dwergvleermuis onder de dakrand. Verblijfplaats 7 is een open stootvoeg waar een gewone dwergvleermuis is ingevlogen tijdens de ochtendronde. Via deze open stootvoeg is de spouw te bereiken.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 15 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Verblijfplaats 8 is een locatie waar tijdens de ronde van 25-05 vlak na zonsondergang een kort foeragerende gewone dwergvleermuis is waargenomen. De verblijfplaats van dit dier bevindt zich in deze hoek van het pand. De precieze locatie is niet vastgesteld. Paarverblijfplaatsen Er zijn meerdere baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen tijdens het onderzoek in het najaar. De baltsende dieren vlogen hierbij ook in strakke lijnen rondom delen van het gebouw. Op basis van dit gedrag is op enkele locaties de aanwezigheid van paarverblijven vastgesteld. Ook is een paarverblijf van een ruige dwergvleermuis vastgesteld. Verblijfplaats 2 is vastgesteld op basis van een baltsend dier dat gedurende de avond vaak baltsend langs vloog. Ook vlogen er op deze locatie vlaak 2 dieren baltsend achter elkaar aan, waarbij af en toe het gebouw werd aangetikt. In de directe omgeving hiervan bevindt zich een paarverblijf van de gewone dwergvleermuis. Verblijfplaats 6 is vastgesteld op basis van baltsgeluid wat uit het gebouw kwam. Het ging hier dus om een dier dat vanuit de verblijfplaats een het roepen was. Het ging hier om balts van een gewone dwergvleermuis. De exacte locatie is niet vastgesteld. Verblijfplaats 4 betreft een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis. Het gaat vermoedelijk om een ruimte achter een regenpijp.
Vanuit deze locatie is baltsgeluid van de ruige dwergvleermuis waargenomen. Deze locatie is in de binnentuin. Zomer/paarverblijfplaatsen Verblijfplaats 1 betreft zowel een zomer als paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. In het voorjaar is hier een invliegend dier waargenomen. Deze vloog onder de dakrand. In het najaar is meermaals een baltsend dier waargenomen in de buurt van deze locatie. Daarnaast is het “aantikken” van de muur in de buurt van het verblijf 1 maal waargenomen tijdens 1 van de najaarsrondes. Bovenstaande waarnemingen betekenen dat deze locatie als zomer en als paarverblijfplaats wordt gebruikt. Winterverblijfplaatsen Er is ook onderzoek gedaan naar zwermende dieren in het kader van massawinterverblijven. Zwermgedrag is niet waargenomen. De aangetroffen verblijfplaatsen worden door lage aantallen vleermuizen gebruikt. De aanwezigheid van een massawinterverblijf voor gewone dwergvleermuizen is uitgesloten. De aangetroffen verblijven, zijn mogelijk wel geschikt als “mild” winterverblijf. Vliegroute Tijdens veldbezoeken in het voorjaar, zomer en najaar zijn enkele overvliegende vleermuizen waargenomen. Gelet op de lage aantallen en het ontbreken van een duidelijke richting, is de aanwezigheid van een vliegroute voor vleermuizen uitgesloten.
Foerageergebied Het projectgebied wordt zowel in het voorjaar als het najaar gebruikt als foerageergebied door gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen. Dit vond plaats over het gehele projectgebied zonder duidelijke structuur. Het maximumaantal tegelijk foeragerende dieren is 2. Daarnaast zijn rosse vleermuizen waargenomen in het voorjaar. Deze foerageerden kort boven het pand op grote hoogte, na zonsondergang. Het projectgebied is geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Aangezien er weinig foerageergedrag met lage aantallen vleermuizen is waargenomen, is van een essentieel foerageergebied voor vleermuizen binnen het projectgebied zodoende geen sprake.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 16 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Effectbeoordeling Er zijn 8 verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in het te slopen pand. Het gaat om de 7 verblijven van de gewone dwergvleermuis en 1 verblijfplaats van de ruige dwergvleermuis. Als gevolg van de sloop zullen deze verblijven verdwijnen. In het projectgebied zijn geen vliegroutes en essentiële foerageergebied aangetroffen. Gelet op de aanwezigheid van beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het projectgebied is er sprake van een negatief effect op vleermuizen als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor de uitvoering van de werkzaamheden vereist.
5.2
Overige soorten
Tijdens de locatie bezoeken zijn naast vleermuizen ook andere beschermde diersoorten waargenomen.
5.2.1
Scholekster
In het voorjaar is meermaals een scholekster waargenomen op het dak van het pand. Het gaat vermoedelijk om een broedend exemplaar. Effectbeoordeling Een scholekster mag niet verstoord worden tijdens het broeden. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen van scholeksters plaats te vinden. Als de werkzaamheden binnen het broedseizoen van de scholekster plaatsvinden, dient het broeden van de scholekster vóór het broedseizoen van de scholekster voorkomen te worden. Dit kan gedaan worden door het dak onaantrekkelijk te maken voor scholeksters. Ecologische begeleiding is noodzakelijk.
5.2.2
Steenmarter
Er is eenmaal een passerende steenmarter waargenomen tijdens een avondbezoek. Effectbeoordeling Aangezien het om een passerend exemplaar ging, en er in het project gebied geen geschikte verblijfplaatsen zijn, is er van een negatief effect op steenmarters als gevolg van de werkzaamheden geen sprake. Een ontheffing voor de steenmarters is niet noodzakelijk.
5.2.3
Egel
Egels zijn tijdens meerdere locatiebezoeken in het projectgebied waargenomen. Effectbeoordeling Tijdens de werkzaamheden dient voor deze soort (en alle andere soorten) de zorgplicht in acht genomen te worden door de uitvoerende partij. Een ontheffing is niet noodzakelijk.
5.2.4
Steenuil
Tijdens 2 rondes in het najaar zijn steenuilen waargenomen. Het ging om maximaal 2 exemplaren. Deze bevonden zich voornamelijk buiten het projectgebied. Effectbeoordeling Het projectgebied is niet geschikt als broedlocatie voor steenuilen. De aanwezigheid van steenuil nesten in het projectgebied is uitgesloten. Van een negatief effect op steenuilen is geen sprake. Een ontheffing is niet noodzakelijk.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 17 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
6 Conclusies Vleermuizen Op basis van de resultaten van dit aanvullend soortenonderzoek kan redelijkerwijs worden geconcludeerd dat verblijfplaatsen van onderstaande soorten aanwezig zijn. Negatieve effecten op essentiële habitatfuncties van deze soorten als gevolg van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, zijn niet uit te sluiten. Met betrekking tot de beoogde ontwikkeling geldt voor deze soorten daarom een ontheffingsplicht. ● ●
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis
Tabel 6.1 geeft per soort aan welke essentiële habitatfuncties worden aangetast, het aantal, areaal en/of lengte dat het betreft en wat het gevolg van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de desbetreffende habitatfunctie is. Tabel 6.1: Negatieve effecten op aanwezige essentiële habitatfuncties per soort(groep).
Soort Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis
Habitatfunctie Zomerverblijfplaats Paarverblijfplaats Zomer en paar verblijf Paarverblijfplaats
Aantal 4 2 1 1
Negatief effect Vernieling Vernieling Vernieling Vernieling
Scholekster Op het dak van het pand is een (vermoedelijk) broedende scholekster waargenomen. Broedende scholeksters mogen niet verstoord te worden. Broedvogels (in het bijzonder scholekster) Nesten van broedvogels mogen niet verstoord worden. Verstoring wordt voorkomen door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, maatregelen te nemen zodat nesten geen hinder ondervinden, of een broedvogelinspectie en vrijgave te laten plaatsvinden vóór aanvang van desbetreffende werkzaamheden. Er dient in het bijzonder rekening gehouden te worden met de scholekster. Ecologische begeleiding is noodzakelijk om verstoring van broedende scholeksters te voorkomen. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het: a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur (Wnb Artikel 1.11).
Bij twijfel, of wanneer er tijdens werkzaamheden beschermde diersoorten worden aangetroffen, dient er direct contact opgenomen te worden met een ecoloog die kan bepalen of en op welke wijze de werkzaamheden binnen de Wet natuurbescherming plaats mogen vinden Advies GRAS Advies adviseert de resultaten en conclusies voor te leggen aan het bevoegd gezag, de provincie Gelderland. Daarnaast wordt het aanvragen van een ontheffing voor de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis geadviseerd.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 18 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Bronnen BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017. GRAS Advies (2023). Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming De Voord in Elburg. Versie 1. Huissen. Hunink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. December 2016. Versie 1.3, 5p. Netwerk Groene Bureaus (2017). Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Juli 2017. Versie juli 2017. Overheid.nl (2021). Wet natuurbescherming. https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01 Datum geraadpleegd:12-01-2023. Raad van State (2021). Uitspraak 201903159/1/R2. https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@125948/ 201903159-1-r2/ Datum geraadpleegd: 16-01-2021. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, januari. Zoogdiervereniging (2021). Wet natuurbescherming. https://www.zoogdiervereniging.nl/wnb Datum geraadpleegd: 16-01-2023.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Pagina 19 van 19
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Bijlage 1: Onderzoeksmethoden Onderstaande beschrijft de gehanteerde soortspecifieke onderzoeksmethoden. Hoofdstuk 5, Tabel 5.2 geeft een overzicht van alle veldbezoekspecificaties. Vleermuizen Onderzoek wordt uitgevoerd om het aantal en de soort vast te stellen en om gebiedsfuncties (foerageergebied, vliegroute en verblijfplaats) te bepalen. Van een eventuele verblijfplaats kan worden vastgesteld of het een zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijf betreft. Hoofdstuk 5, tabel 5.2 toont de veldbezoekspecificaties. De methodiek gehanteerd door GRAS Advies is conform het protocol voor vleermuisinventarisaties Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging (2021) en de soortspecifieke kennisdocumenten van BIJ12. Het vleermuisprotocol hanteert de volgende richtlijnen: ● ● ● ● ● ●
Een voorjaarsonderzoek om een mogelijke functie als zomer- en/of kraamverblijf te onderzoeken. Dit onderzoek bestaat uit 3 bezoeken tussen 15 mei en 15 juli, waarvan minimaal één ’s ochtends en één in juni. Mogelijke vliegroutes en foerageergebied wordt ook tijdens deze periode vastgesteld. Een najaarsonderzoek om een mogelijke functie als paar- en/of winterverblijf te onderzoeken. Dit onderzoek bestaat uit 2 bezoeken tussen 15 augustus en 1 oktober. Een onderzoek naar de aanwezigheid van (massa)winterverblijfplaatsen. Dit onderzoek bestaat uit 2 bezoeken tussen 1 augustus en 10 september met tenminste 10 dagen tussen beide locatiebezoeken. Minimaal een periode van 20 dagen tussen veldonderzoeken in het voor- en najaar m.u.v. (massa)winterverblijfplaatsen. De begin- en eindtijd is in de regel tot 2 uur na zonsondergang en vanaf 2 uur voor zonsopkomst. Exacte planning omtrent vleermuisonderzoek is soortspecifiek en is afgestemd op de te verwachte soorten. Indien bijzondere soorten aanwezig zijn, kan eerdergenoemde onderzoek tijd worden verlengd door eerder te starten of later te eindigen. Tenminste 75% van het te observeren object moet worden overzien tijdens onderzoeken die gericht zijn op habitatfuncties.
Bepalen habitatfuncties en type verblijfplaats Tijdens het observeren van vleermuizen bepaalt het gedrag en aantallen welke habitatfuncties en typen verblijfplaatsen worden toegekend. GRAS Advies hanteert de volgende kenmerken: ● ● ● ● ● ● ●
Kraamverblijfplaats: uitvliegers zijn terugkerend en het betreft meer dan 10 exemplaren*. Zomerverblijfplaats: uitvliegers zijn terugkerend en het betreft minder dan 10 exemplaren* of individuen vliegen uit en keren niet terug. Wanneer de toegang wordt ‘aangetikt’ betreft het mogelijk een zomerverblijfplaats. Paarverblijfplaats: het betreft zwermgedrag en baltsroepen. (Soortspecifiek en zwermgedrag komt bij meer verblijfsfuncties voor). Massa winterverblijfplaats: het betreft zwermactiviteit van meer dan 10 exemplaren*. Winterverblijfplaats: het betreft zwermactiviteit van 5-10 exemplaren* of minder dan 5 exemplaren waarbij sociaal geluid detecteerbaar is. Vliegroute: frequent gebruik van lijnvormige structuren door meerdere exemplaren. Foerageergebied: frequent gebruik van een gebied en/of lijnvormige structuren zoals bomenrijen en water door meerdere exemplaren.
* Toegekende functies a.d.h.v. aantallen kunnen afwijken en zijn afhankelijk van lokale omstandigheden en intern deskundig oordeel. Voor het onderzoek naar vleermuizen aan De Voord te Elburg zijn (7) veldbezoeken afgelegd. Tijdens veldbezoeken wordt geïnventariseerd op geluid en zichtwaarnemingen en is gebruik gemaakt van Ultrasone microfoons (Echo Meter Touch) en/of een Pettersson D240x batdetector en/of Anabat Scout batdetector. Ultrasone geluiden zijn hiermee hoorbaar, opneembaar en analyseerbaar. Bij onderzoek naar het massawinterverblijf is ook gebruik gemaakt van een verrekijker en felle zaklamp. Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Bijlage 2: Wet- en regelgeving Wet- en regelgeving omtrent natuurbeleid is voornamelijk geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast is beleid geregeld in provinciale verordeningen en binnen het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Wet- en regelgeving is gericht op de bescherming van: ● ● ●
gebieden houtopstanden soorten
Gebiedsbeschermingsregimes zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming hoofdstuk 2 en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening hoofdstuk 2 (Natuurnetwerk Nederland). Beschermingsregimes van houtopstanden zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Onderstaande informatie omvat enkel soortenbeschermingsregimes die zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming (Wnb) is een kaderwet die sinds 2017 van kracht is. Deze wet is naast het beschermen van natuurgebieden en houtopstanden, gericht op het beschermen van inheemse en in het wild levende plant- en diersoorten. Verplichtingen vanuit Internationale en Europese wet- en regelgeving zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn hierin opgenomen. Gelijktijdig heeft er decentralisatie van bevoegd gezag plaatsgevonden waardoor provincies verantwoordelijk zijn voor natuurbeleid- en bescherming binnen de wettelijke kaders van de Wnb en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het biedt provincies de mogelijkheid om op regionaal niveau natuurbeleid toe te passen en in bepaalde gevallen soorten vrij te stellen van hun beschermde status. Onder de Wnb worden alle in het wild levende plant- en diersoorten en natuurgebieden tot op zekere hoogte beschermd, ongeacht of een soort of het gebied wettelijk beschermd is of niet.
Ze vallen onder de zorgplicht (Artikel 1.11 Wnb), (zie Kader - Zorgplicht). Soortenbescherming is opgenomen in de Wnb onder hoofdstuk 3. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal- en nationaal beschermde soorten verdeeld over 3 verschillende beschermingsregimes, ieder met specifieke verbodsbepalingen (Artikel 3.5 t/m 3.10). Internationaal beschermde soorten zijn soorten die vallen onder de categorie Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn (inclusief de verdragen van Bern en Bonn). Nationaal beschermde soorten vallen onder de categorie Andere soorten. De bijlage behorend bij hoofdstuk 3, Artikel 3.10 Wnb geeft een overzicht van nationaal beschermde diersoorten (Onderdeel A) en plantensoorten (Onderdeel B). Figuur 1 toont verbodsbepaling per beschermingsregime. Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern (wilde dieren en planten inclusief hun natuurlijke leefmilieus) en Bijlage I van het Verdrag van Bonn (trekkende wilde diersoorten). Deze richtlijnen zijn opgesteld om de biodiversiteit in Europa in stand te houden en bevatten meerdere bijlagen waarin lijsten met soorten zijn opgenomen.
Onder Andere soorten vallen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage Wnb, onderdeel A, inclusief vaatplanten genoemd in de bijlage Wnb, onderdeel B. De verboden benoemd in Artikel 3.10 lid a en b zijn niet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze soorten zich in gebouwen of op erven bevinden. Anders dan internationaal beschermde soorten is het beschermingsregime omtrent Andere soorten milder. Zo is het niet verboden eieren te rapen of dieren opzettelijk te verstoren. Deze uitzonderingen zijn gebaseerd op de belangen beschreven onder Artikel 3.10 lid 2a t/m 2i waaronder bijvoorbeeld ruimtelijke inrichting, kleinschalige bouwactiviteiten of bestendig beheer en ter voorkoming van schade of overlast (Overheid.nl, 2021).
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Zorgplicht De Wet natuurbescherming gebiedt onder Artikel 1.11: 1. Een iedere neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt (Overheid.nl, 2021). Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 lid 1 Het is verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Artikel 3.1 lid 3 Het is verboden eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben.
Artikel 3.1 lid 4 en 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. N.v.t.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild levende dieren in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Artikel 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Artikel 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Beschermingsregime Andere soorten Artikel 3.10 lid 1a Het is verboden in het wild levende dieren opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. N.v.t.
N.v.t.
Artikel 3.5 lid 5 Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 lid 1c Het is verboden vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Figuur 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingsregime. Bron: Overheid.nl (2021); Zoogdiervereniging (2021).
Essentieel leefgebied Nest-, rust- en voortplantingsplaatsen worden in de Wnb nadrukkelijk beschermd (Figuur 1). Deze bescherming geldt niet voor bijvoorbeeld vliegroutes, migratieroutes en foerageergebieden. Echter, onder deze beschermde plaatsen worden ook alle essentiële onderdelen verstaan die het nest of de rust- of verblijfplaats als zodoende laten functioneren, ook wanneer deze gebieden niet samenvallen. Essentiele leefgebieden zijn daarom gebieden van wezenlijk belang voor het functioneren van de nest- rust- of voortplantingsplaats, wanneer er geen alternatieven zijn om eventuele aantasting daarvan op te vangen (Raad van State, 2021).
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Vogels met jaarrond beschermde nesten Het verbod op beschadiging en vernieling van nesten houdt in dat er bij ruimtelijke ingrepen rekening dient te worden gehouden met broedende vogels en vogels die hun nest jaarrond als verblijfplaats gebruiken. De broedperiode is soortspecifiek. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest, of zijn hiertoe in staat. Voor deze vogelnesten geldt dat ze enkel in het broedseizoen als broedgeval onder de bescherming van Artikel 3.1 van de Wnb staan. Voor werkzaamheden buiten het broedseizoen is voor deze soorten (op enkele uitzonderingen na) geen ontheffing nodig. Van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten bestaat een dynamische lijst die als beleidsdocument onderdeel is van de Wnb. Hierin zijn vogels op basis van nestgebruik ingedeeld in 5 categorieën die hieronder worden weergegeven. Soorten en categorieën kunnen per provincie verschillen. In Lijst met beschermde soorten Wet natuurbescherming (Hunink, 2022) staat een overzicht van vogels met jaarrond beschermde nesten per provincie. 1 2 3 4 5
jaarrond gebruikte nesten (buiten het broedseizoen ook vaste rust- of verblijfplaats) * zeer honkvaste (koloniebroeders) of afhankelijk van bebouwing* zeer honkvaste broeders of afhankelijk van bebouwing (geen koloniebroeders) * vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest* definitie van 5, 5a en 5b verschilt per provincie, en varieert van honkvast en voldoende flexibel tot kwetsbaar en afhankelijk van de lokale Staat van instandhouding (zie Kader - Gunstige staat van instandhouding van een soort).
* Exacte definitie kan afwijken.
Uitzonderingen op verbodsbepalingen Uitzonderingen op de verbodsbepalingen binnen de Wnb zoals beschreven onder Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten kunnen gelden indien: ● ● ●
een vrijstelling voor de specifieke soort geldt (nationaal beschermde soorten); gewerkt wordt met een Gedragscode (nationaal en internationaal beschermde soorten); een ontheffing is verkregen (nationaal en internationaal beschermde soorten).
Om te bepalen of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling, is er een stappenplan opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken. Deze is toegevoegd in de volgende Bijlage. Vrijstelling: Binnen de groep Andere soorten (nationaal beschermd), kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies zijn bevoegd om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan de ontheffingsplicht voor (doorgaans algemeen voorkomende) soorten en soorten dus vrij te stellen van hun beschermde status. Hunink (2022) toont een overzicht van deze soorten in Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming, onderverdeeld in beschermingsstatus en provincie. Een vrijstelling is een uitzondering op een verbod en geldt voor iedereen die aan de voorwaarden van die vrijstelling voldoet, zoals een gedragscode (RVO, 2013). Gedragscode: Indien er bij ruimtelijke ingrepen een verbodsbepaling overtreden wordt, kan in sommige gevallen een vrijstelling van de ontheffingsplicht gelden wanneer er gebruik wordt gemaakt van specifieke richtlijnen in een door de minister goedgekeurde gedragscode (Artikel 3.31 Wnb). Door het volgen van deze gedragslijnen kan schade zoveel mogelijk worden voorkomen.
Reeds goedgekeurde Gedragscodes zijn enkel bruikbaar bij ruimtelijke ingrepen binnen gebieden in eigendom van gemeenten en terreinen in beheer, onderhoud en/of eigendom van de provincie. Hierop betrekking hebbende relevante gedragscodes zijn te vinden op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog geen gedragscodes goedgekeurd voor Europees beschermde soorten. Ontheffing: In alle andere gevallen zijn in het kader van ruimtelijke ontwikkeling uitzonderingen op verbodsbepalingen enkel mogelijk wanneer een ontheffing is verkregen. De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen ligt bij de provincie. Voor een ontheffingsverlening moet het belang van het overtreden van de verbodsbepaling worden aangetoond. Deze zijn afhankelijk van het beschermingsregime. Een ontheffing of vrijstelling wordt uitsluitend verleend indien: Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
● ● ●
er geen andere bevredigende oplossing bestaat (Artikel 3.8 lid 5a Wnb); zij het belang dient zoals benoemd in Artikel 3.3 lid 4, 3.8 lid 5 en 3.10 lid 2 Wnb, waaronder volksgezondheid en openbare veiligheid; de ontwikkeling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (Artikel 3.8 lid 5c Wnb).
Indien binnen een gemeente op gebiedsniveau wordt gewerkt en een gebiedsontheffing wordt aangevraagd, kunnen maatregelen in een Soortenmanagementplan (SMP) worden opgenomen. Ontheffingsplicht Indien er door beoogde ontwikkelingen verbodsbepalingen worden overtreden waarbij vrijstellingen en/of een gedragscode niet van toepassing zijn, geldt de ontheffingsplicht. Bij de ontheffingsaanvraag moet worden aangetoond dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn die desbetreffende verbodsbepaling kan voorkomen. Daarnaast moet het een noodzakelijk wettelijk belang dienen aansluitend op het beschermingsregime van de desbetreffende soort waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd (Artikel 3.3 lid 4b, 3.8 lid 5b en 3.10 lid 2a Wnb) (zie Kader - Wettelijk belang per beschermingsregime) en moet worden aangetoond dat de staat van instandhouding van de desbetreffende soort door beoogde ontwikkelingen niet verslechtert (zie Kader Gunstige staat van instandhouding van een soort). Het verspreidingsgebied van de soort, aantallen, trends, het effect van de beoogde ontwikkeling op de soort en de te nemen mitigerende of compenserende maatregelen ten gunste van de soort zal in de beoordeling worden overwogen (Ministerie van Economische Zaken, 2016). Wettelijk belang per beschermingsregime ● ●
●
Beschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten: In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid, veiligheid van het luchtverkeer, ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren of ter bescherming van flora of fauna. Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoorten en soorten van Bern en Bonn: In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid, of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom of in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats. Beschermingsregime Andere soorten: In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daaropvolgende gebruik van het gebied of het gebouwde.
Gunstige staat van instandhouding van een soort In principe wordt hiermee bedoeld dat de populatie levensvatbaar is en dat ook op lange termijn zal blijven binnen het natuurlijke habitat waar hij voorkomt en dat het natuurlijke verspreidingsgebied niet kleiner wordt en de habitat van de soort groot genoeg is om de populatie van die soort ook op langere termijn in stand te houden. De soort mag geen effecten ondervinden die een zodanige invloed hebben dat er op langere termijn een negatieve verandering zou kunnen plaatsvinden van de verspreiding van de soort en de grootte van de populatie waardoor het voortbestaan van de soort in gevaar komt (Overheid.nl, 2021). Onder de internationale beschermingsregimes wordt het omschreven als: ● ●
Vogelrichtlijnsoorten: De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding (SvI) van de desbetreffende soort. Habitatrichtlijnsoorten: Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige SvI te laten voortbestaan
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Instandhoudingsdoelstellingen Deze doelstellingen zijn geformuleerd voor alle voorkomende soorten en habitats binnen Natura 2000-gebieden met als doel het bereiken van een landelijke gunstige staat van instandhouding voor alle door de richtlijnen beschermde soorten en habitats (zie Kader - Gunstige staat van instandhouding van een soort). Natura 2000-gebieden worden geselecteerd op grond van het voorkomen van habitattypen en soorten die vanuit Europees perspectief bescherming behoeven (Natura2000, z.d.). Natura 2000-gebieden kennen een strikt beschermingsregime. Indien ontwikkelingen in of nabij een gebied plaatsvinden die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen mogelijk de kwaliteit van aangewezen habitats of de habitats van aangewezen soorten verstoren of verslechteren, moet hiervoor een vergunning worden aangevraagd bij de provincie (Zoogdiervereniging, 2021; Overheid.nl, 2021). Invasieve exoten Invasieve exoten zijn soorten die schade kunnen toebrengen aan bijvoorbeeld biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Ze kunnen inheemse soorten verdringen of zelfs doen uitsterven. Ook kunnen ze schadelijk zijn voor de gezondheid en veiligheid van mensen en economische schade toebrengen. In de Europese Unie is een verordening van kracht (nr. 1143/2014) ter preventie en beheersing van invasieve uitheemse exoten (NVWA, z.d.).
Deze soorten zijn terug te vinden op Unilijst Invasieve soorten op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA, 2022). Deze verordening is opgenomen in de Wet natuurbescherming en gedeputeerde staten zijn (op enkele uitzonderingen na) verantwoordelijk dat in de provincie deze soorten zoveel mogelijk worden teruggebracht (Artikel 3.19 Wnb). Het is verboden exoten vallend onder deze aangewezen groep te zaaien, planten, kweken, telen, te laten voortplanten, te verhandelen, in bezit te hebben of vrij te laten (Artikel 3.34 en 3.39 Wnb) (RVO, 2022). Er zijn provincies die de bestrijding van soorten in hun beleid hebben opgenomen die niet op deze lijst vermeld staan. Het gaat hierbij vaak om soorten uit de duizendknoop familie. Sinds 1 januari 2022 geldt wel het verbod op handel in Aziatische duizendknopen (NVWA, 2021). Regelingen omtrent bestrijding van deze soortengroep en andere soorten zijn doorgaans te vinden op websites van desbetreffende gemeenten.
Projectcode: P05338 Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming De Voord in Elburg
Bijlage 3: Stappenplan ontheffingsplicht
Bron: Ministerie van Economische Zaken (2016). Projectcode: P05338 Versie: 1.0