Ruimtelijke onderbouwing Mogema d.d. 24-02-2021 verkort.pdf
Tekst van het document
Uitbreiding Mogema Ruimtelijke onderbouwing
Mogema Advanced Technologies B.V. 23 februari 2021
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Uitbreiding Mogema Mogema Advanced Technologies B.V.
Ruimtelijke onderbouwing Definitief 02 23 februari 2021 121291/21-002.995
121291 M. Assink BA mevrouw ir. J.L. Dierx
mevrouw ing. J.M. Schepers-Gorissen J. Hassing M. Assink BA
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Ligging planlocatie
5
1.3
Vigerend bestemmingsplan
6
1.4
Planproces
8
1.5
Leeswijzer
8
2
PLANBESCHRIJVING
9
2.1
Bestaande situatie
9
2.2
Toekomstige situatie
10
3
BELEID- EN REGELGEVING
12
3.1
Rijksbeleid
12
3.1.1
12
3.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
Provinciaal beleid
12
3.2.1 3.2.2
12 13
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland
3.3
Structuurvisie Elburg 2030
13
3.4
Omgevingsvisie Elburg
14
4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
15
4.1
Luchtkwaliteit
15
4.2
Geluid
15
4.3
Ecologie
18
4.4
Bodem
20
4.5
Water
20
4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6
Inleiding Beoordeling Aandachtspunten
Cultuurhistorie en archeologie
20 20 21 21
4.7
Verkeer
23
4.8
Externe veiligheid
24
5
UITVOERBAARHEID
25
5.1
Financiële uitvoerbaarheid
25
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
25
Laatste pagina
Bijlage(n)
25
Aantal pagina's
I
Akoestisch onderzoek
80
II
Stikstofdepositieberekening uitbreiding Mogema
45
III
Quickscan beschermde soorten
29
IV
Nader onderzoek vleermuizen
6
V
Watertoets
3
VI
Binnenplans afwijken bestemmingsplan
8
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
Mogema Advanced Technologies B.V. (hierna Mogema) is voornemens om een uitbreiding te realiseren van het huidige bedrijfspand. Hiervoor worden de opstallen van het garagebedrijf (Nijverheidsweg 14) gesloopt, samen met een woning (Nijverheidsweg 16) en een gedeelte van de bedrijfsgebouwen. Daarnaast wordt een gedeelte nieuw- en uitgebouwd. Ten behoeve van de ontsluiting van het terrein wordt op de locatie van de voormalige woning een nieuwe uitrit gerealiseerd aan de Nijverheidsweg. Zie paragraaf 2.2 voor een nadere toelichting op de toekomstige situatie. De voorgenomen locatie van de uitrit ligt in de bestemming . De te realiseren uitrit is daarom in strijd met het vigerende bestemmingsplan van de gemeente Elburg (vastgesteld d.d. 31 januari 2011). Om deze reden wordt hiervoor een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan aangevraagd. Deze ruimtelijke onderbouwing ziet , te weten op de realisatie van de uitrit, en niet op de uitbreiding van het bedrijfspand. De uitbreiding van het bedrijfspand van Mogema past wel binnen het vigerend bestemmingsplan (alleen vanwege de hoogte van het nieuwe gedeelte is daarop een binnenplanse afwijking van toepassing). Voor de binnenplanse afwijking is een separate onderbouwing opgesteld welke ter volledigheid als bijlage 6 is toegevoegd.
1.2
Ligging planlocatie
De planlocatie ligt op het industrieterrein D in de provincie Gelderland, waar voornamelijk lichte en middelzware bedrijvigheid is gevestigd. Op onderstaande afbeelding is de globale ligging van de planlocatie weergegeven.
5 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
Afbeelding 1.1 Ligging Mogema B.V. (Bron: Google Maps)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
De planlocatie valt binnen het vigerende bestemmingsplan e Partiële herziening bestemmingsplan gemeenteraad van Elburg op 31 januari 2011 teraad van Elburg op 9 juli 2018. Op de planlocatie liggen de enkelbestemmingen jf , en de dubbelbestemming Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde (zie afbeelding 1.2 en 1.3). De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: - woondoeleinden; - detailhandel, waar op de verbeelding de functieaanduiding detailhandel (dh) is aangegeven met een grondoppervlakte van maximaal 50 m2; - instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waarde, waar op de verbeelding de bouwaanduiding monument (sba-m) is aangegeven; - bij de bestemming behorende gebouwen, en andere bouwwerken, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en water, tuinen, erven en parkeervoorzieningen. De realisatie van een uitrit is hiermee in strijd. Het vigerende bestemmingsplan biedt geen vrijstellings- of wijzigingsbevoegdheden, die de realisatie van de uitrit op de planlocatie mogelijk maken.
6 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
Afbeelding 1.2 Bestemmingsplan
(Bron: Ruimtelijke Plannen)
Afbeelding 1.3 1e
Dubbelbestemming Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde
In de 1e archeologie, om aan te tonen dat er in het gebied sprake is van een hoge verwachtingswaarde. In de dubbelbestemming is een omgevingsvergunningplicht opgenomen voor het uitvoeren van werken, om de archeologische waarden te beschermen.
7 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
1.4
Planproces
Op grond van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (afgekort: Wabo) is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. De gronden welke gebruikt zullen worden ten behoeve van de voorziene uitrit en transportbewegingen van Mogema hebben de bestemming Wonen . Deze strijdigheid kan niet met een zogenaamde binnenplanse afwijking worden weggenomen. Vervolgens is beoordeeld of met een buitenplanse afwijking, zoals opgenomen in artikel 4 lid 9 of lid 11 van bijlage II Besluit omgevingsrecht (Bor), kan worden meegewerkt. Er is geconstateerd dat medewerking met deze kruimelgevallenregeling niet mogelijk is. Artikel 5, lid 6 van bijlage II van het Bor bepaalt dat artikel 4, onderdelen 9 en 11 niet van toepassing zijn op een activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r).
en 4, waardoor een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling niet benodigd is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in de uitspraak van 3 mei 2017 bepaald dat indien een activiteit genoemd wordt in de eerste kolom van onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit m.e.r, artikel 4, onderdelen 9 en 11 van bijlage II van het Bor niet toegepast kunnen worden (ECLI:NL:RVS:1192). Het bouwplan voorziet onder andere in een nieuwe uitweg op de gronden waarop nu nog een burgerwoning staat. Deze gronden hebben in het geldend bestemmingsplan de bestemming Wonen . Dit betekent dat een omgevingsvergunning noodzakelijk is om het realiseren van de uitrit op de gronden met
Deze vergunning kan slechts worden verleend indien de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Voorliggend document bevat de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de vergunningprocedure. De vergunning kan worden verleend door middel van het toepassen van een buitenplanse afwijking (artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3, Wabo) via de uitgebreide voorbereidingsprocedure.
1.5
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing kent de volgende inhoud: - hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige- en toekomstige situatie; - hoofdstuk 3 toetst de voorgenomen ontwikkeling aan de beleidsmatige kaders van de gemeente Elburg; - hoofdstuk 4 gaat in op gevolgen, die de voorgenomen ontwikkeling heeft op de relevante milieu- en omgevingsaspecten; - hoofdstuk 5 beschrijft de manier waarop de gemeente Elburg de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling borgt.
8 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
2 PLANBESCHRIJVING 2.1
Bestaande situatie
bestaat uit diverse panden en wordt doorkruist door de openbare Industrieweg welke noord-zuid is georiënteerd. Op het bedrijventerrein liggen nog diverse andere bedrijven en, een aantal bedrijfswoningen, waarvan enkele op korte afstand van de inrichting. Ten zuiden van de inrichting liggen een zwembad en een tennisbaan. Zie afbeelding 2.1 voor een weergave van de omgeving. Het bedrijventerrein wordt ontsloten door de N309 in het oosten. Ten zuiden en in het zuidwesten liggen woonkernen. In het westen een sportterrein en in het noorden akkerland.
Afbeelding 2.1 Omgeving Mogema
Bij Mogema worden hoogwaardige onderdelen voor de vacuüm-, semicon-, olie- en gas-, en defensieindustrie vervaardigd. Hierbij worden ferro en non-ferro materialen verspaand, geslepen, gelast, gespoten en getest. Hiernaast vindt assemblage plaats van bijvoorbeeld proceskamers voor de vacuüm industrie. Het terrein van de inrichting bestaat momenteel uit een drietal gebouwen. Gebouw A (ca.6.800m²), gebouw B (ca. 5.000m²) en gebouw C (ca. 2.000m²) op de kaart (zie afbeelding 2.2).
9 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
In de huidige verkeerssituatie wordt er geparkeerd op straat en vinden er ook veel laad- en losbewegingen plaats op de openbare weg, omdat daar geen ruimte voor is op het terrein van Mogema. Dit is geen wenselijke situatie met betrekking tot de doorstroming en verkeersveiligheid.
Afbeelding 2.2 Indeling terrein Mogema, in rood aangegeven weg tussen gebouwen van de inrichting
2.2
Toekomstige situatie
Het terrein van de inrichting bestaat momenteel uit een drietal gebouwen, zie afbeelding 2.2. Met de uitbreiding wordt een gedeelte van gebouw C gesloopt. Het gesloopte gedeelte wordt vervangen door nieuw- en uitbouw (gebouw D) welke aan gebouw B wordt vastgekoppeld. Hiertoe is grond aangekocht in het zuidwesten van het terrein waarop de bestaande bebouwing (Nijverheidsweg 14 en 16) zal worden gesloopt. Voor de ontsluiting van het terrein wordt op het perceel met bestemming Wonen (Nijverheidsweg 14), waarop deze ruimtelijke onderbouwing ziet, een uitrit gerealiseerd, zodat de vrachtwagens makkelijker kunnen keren op eigen terrein en weer uit kunnen rijden. Hiertoe worden het woonhuis en bijbehorende opstallen te zijner tijd gesloopt. Daarmee verdwijnen de laad- en losbewegingen van de straat. Daarnaast zal er op eigen terrein worden geparkeerd, in plaats van langs de weg. Dit zorgt voor een verbetering van de verkeersveiligheid. Het aantal verkeersbewegingen neemt niet toe. Op het perceel vindt geen nieuwbouw plaats. Er wordt alleen een verharding aangebracht. De ontsluiting vindt in de nieuwe situatie plaats vanaf de rotonde van de N309, via de Energieweg, Industrieweg, Bovenweg en Nijverheidsweg welke naar de docks aan de nieuwe uitbouw leiden. Hier zullen alle laad- en losactiviteiten plaatsvinden.
Nadat er is gelost wordt er linksom via de Nijverheidsweg en de Industrieweg terug gereden naar de Energieweg. Deze route is opgenomen als variant 2 in het akoestisch onderzoek, zie paragraaf 4.2.
10 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
Uitgezonderd is het afvoeren van metaal van de metaalstans en de perscontainer: deze blijven wel plaatsvinden op de huidige locatie, waarbij ontsluiting vanaf de rotonde van de N309 via de Energieweg en plaats via beide boven beschreven routes.
op de realisatie van de uitrit, en niet op de uitbreiding van het bedrijfspand. De uitbreiding van het bedrijfspand van Mogema zal daarom verder in deze ruimtelijke onderbouwing niet worden getoetst en onderbouwd.
Afbeelding 2.3 Geplande locatie
11 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
3 BELEID- EN REGELGEVING In een ruimtelijke onderbouwing dient bekeken te worden hoe een project past binnen het ruimtelijk beleid van hogere overheden. Dit hoofdstuk beschrijft de beleidsmatige kaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Elburg op het gebied van ruimtelijke ordening, waarbinnen het voornemen plaatsvindt. Daarbij wordt het voornemen getoetst aan de relevante beleidsuitgangspunten, die op dit overheidsniveau zijn vastgesteld.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
De SVIR geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. De drie hoofddoelen voor de middellange termijn (2028) zijn: - het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; - het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; - het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk hoofdwegennet en waterveiligheid. Het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid worden meer aan provincies en gemeenten overgelaten. De voorgenomen ontwikkeling sluit op kleine schaal aan bij het rijksbeleid. Het bedrijf krijgt een betere en veiligere bereikbaarheid, door de realisatie van de uitweg. Dit resulteert in een meer leefbare en veiligere (woon)omgeving, gezien de vervoersbewegingen en parkeerplaatsen verplaatsen van de openbare weg naar het bedrijfsterrein.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De Omgevingsvisie Gelderland (vastgesteld op 19 december 2018) richt zich formeel op een periode van tien jaar na vaststelling, maar wil ook een doorkijk bieden naar de langere termijn. Veel maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex dat alleen een gezamenlijke inzet succesvol kan zijn. In de Omgevingsvisie zijn de opgaven voor Gelderland daarom in nauwe samenwerking met partners uitgedacht. Daarbij kijken de provincie en partners vanuit een integraal en internationaal perspectief naar Gelderland. Met deze bestuurlijke strategie kunnen voor Gelderland toekomstbestendige keuzes gemaakt worden.
12 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
De provincie heeft in de Omgevingsvisie twee provinciale hoofddoelen gedefinieerd: - een duurzame economische structuurversterking; - het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. De provinciale hoofddoelen zijn vertaald in drie provinciale ambities: - 'Divers Gelderland' betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten. De ene regio heeft bijvoorbeeld andere regionale economische en culturele motoren dan de andere regio; - 'Dynamisch Gelderland' betreft de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijkeconomisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit; - 'Mooi Gelderland' betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming danwel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn cultuurhistorie, natuur, water en ondergrond. De relevante provinciale ambitie v . De provincie heeft de ambitie om het bedrijventerrein te revitaliseren, een ontwikkeling op ruimtelijkeconomisch vlak. Het bedrijf krijgt een betere en veiligere bereikbaarheid, door de realisatie van de uitweg. Dit resulteert in een meer leefbare en veiligere (woon)omgeving, gezien de vervoersbewegingen en parkeerplaatsen verplaatsen van de openbare weg naar het bedrijfsterrein. Hiermee wordt het leefklimaat verbeterd en wordt een duurzame situatie gecreëerd.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De Omgevingsverordening Gelderland wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. In de omgevingsverordening is met betrekking tot de uitbreiding van bedrijventerreinen het volgende opgenomen: Een bestemmingsplan maakt een nieuw bedrijventerrein of een uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein alleen mogelijk voor zover deze ontwikkeling past binnen het vigerende Regionaal programma werklocaties. (artikel 2.10) Er is in dit geval geen sprake van een uitbreiding van een bedrijventerrein zoals hier bedoeld. Het betreft slechts de wijziging van transportroutes, omdat er een nieuwe uitweg wordt gerealiseerd. Het bedrijventerrein wordt niet uitgebreid of gewijzigd qua gevestigde bedrijven. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee niet in strijd met het Regionaal programma werklocaties en de Omgevingsverordening Gelderland.
3.3
Structuurvisie Elburg 2030
Op 24 september 2012 heeft de gemeente Elburg de Structuurvisie Elburg 2030 vastgesteld, die op 16 maart 2015 partieel is herzien. Hierin is te zien in welke richting de gemeenschap en het bestuur van de gemeente Elburg zich wil en gaat ontwikkelen. In de structuurvisie is opgenomen dat bedrijfsmatige activiteiten hoofdzakelijk zijn geconcentreerd op de moderne bedrijventerreinen met een hoogwaardige uitstraling en een goede ontsluiting. Om de economische structuur te verbeteren, is de ambitie opgenomen om (onder andere) bedrijventerrein De Koekoek te revitaliseren. De realisatie van de uitrit leidt tot een betere ontsluiting van het bedrijf en daarmee van het bedrijventerrein. Daarmee sluit deze ontwikkeling aan bij de Structuurvisie Elburg 2030.
13 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
3.4
Omgevingsvisie Elburg
Op 30 januari 2019 heeft de gemeente Elburg de Omgevingsvisie 2019 vastgesteld. De Omgevingsvisie heeft een aantal bijzondere kenmerken, die sterk medebepalend zijn voor het karakter: - grensoverschrijdend: gezamenlijke gebiedsagenda voor de gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek (NEO); - uitnodigend: de gemeente wil via deze visie inwoners en ondernemers uitnodigen om initiatieven op te pakken, waarvoor de visie de kaders geeft; - brede aanpak: inzet van de visie is om de ontwikkelingen breed op te pakken met economische, sociale, rheid.
Gelet op de gewenste ontwikkeling leidt dit tot een verbetering van de ontsluiting van de lokale bedrijvigheid, en dus ook de economie. De realisatie van de uitrit leidt eveneens tot een betere verkeersafwikkeling en het bedrijf krijgt een betere en veiligere bereikbaarheid, door de realisatie van de uitweg. Dit resulteert in een meer leefbare en veiligere (woon)omgeving, gezien de vervoersbewegingen en parkeerplaatsen verplaatsen van de openbare weg naar het bedrijfsterrein. Hiermee wordt het leefklimaat verbeterd en wordt een duurzame situatie gecreëerd. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie Elburg.
14 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hierbij is aandacht besteed aan de volgende aspecten: - luchtkwaliteit; - geluid; - ecologie; - bodem; - water; - cultuurhistorie en archeologie; - verkeer; - externe veiligheid.
4.1
Luchtkwaliteit
Met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit is er slechts sprake van een wijziging in de route van vervoersbewegingen, maar geen verandering in de intensiteit en voertuigtypen. Dit geeft een minimale verplaatsing van het concentratiepunt van verkeersemissie, maar leidt niet tot een emissietoename. Hierdoor is er geen sprake van een verandering van de emissie vanuit transport. Er kan nog steeds worden voldaan aan de in bijlage 2 bij de Wet milieubeheer gestelde grenswaarden voor NOx en PM10, zoals naar verwezen in de vigerende omgevingsvergunning. De bestaande emissiebronnen binnen de inrichting veranderen niet. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, de wijziging wordt
Door de realisatie van de uitrit komen er geen relevante geurbronnen bij en de bestaande geurbronnen worden door het initiatief niet beïnvloed. Het aspect geur is geen knelpunt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.2
Geluid
In opdracht van Mogema is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Witteveen+Bos, augustus 2019). Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd bij de aanvraag. Het doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de omgeving als gevolg van de geprojecteerde uitbreiding van de inrichting. Hiervoor is inzichtelijk gemaakt wat de geluidbelasting is op de gevels van de geluidgevoelige objecten en of deze voldoen aan de normen van het bevoegd gezag. Varianten De ontsluiting is voor twee mogelijke routes berekend, zie onderstaande afbeelding. In de eerste variant rijden de vrachtwagens zowel de heen- als terugweg via de Bovenweg. Hierdoor worden de twee woningen aan de Industrieweg 2 en 5 ontlast, maar worden woningen aan de Nijverheidsweg en Bovenweg meer belast.
15 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
De alternatieve variant 2 verdeelt de last over de omgeving door de aankomst gelijk te houden aan variant 1, maar de vertrekken plaats te laten vinden via de Industrieweg tussen de panden van Mogema door. In het akoestisch rapport is gerekend met variant 2.
Afbeelding 4.1 Rechts variant 1, links variant 2
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) Met behulp van het overdrachtsmodel zijn de geluidniveaus afkomstig van de inrichting bepaald voor variant 2 ter plaatse van de omliggende woningen. De resultaten zijn opgenomen in onderstaande tabel 4.1.
Tabel 4.1 Berekende geluidniveaus langtijdgemiddelde LAr,LT in dB(A) Punt
Adres
Geluidsniveau in dB(A) Dagperiode
Avondperiode
Nachtperiode
01
Bovenweg 17
28/50/-
27/45/-
24/40/-
02
Bovenweg 19A
30/50/-
32/45/-
31/40/-
03
Bovenweg 23
26/50/-
29/45/-
27/40/-
04
Braakvoortweg 30
39/50/-
37/45/-
32/40/-
05
Herbert van Puttenweg 35
36/50/-
35/45/-
35/40/-
06
Herbert van Puttenweg 36
32/50/-
28/45/-
27/40/-
07
Industrieweg 14**
35/55/-
34/50/-
34/45/-
08
Industrieweg 15**
30/55/-
27/50/-
27/45/-
09
Industrieweg 2**
45/55/-
45/50/-
45/45/-
16 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
Punt
Adres
Geluidsniveau in dB(A) Dagperiode
Avondperiode
Nachtperiode
11
Industrieweg 4**
39/55/-
40/50/-
40/45/-
13
Industrieweg 5**
39/55/-
42/50/-
42/45/-
15
Koekoeksweg 10
35/50/-
35/45/-
35/40/-
16
Koekoeksweg 11
35/50/-
38/45/-
38/40/-
17
Koekoeksweg 15
35/50/-
36/45/-
36/40/-
18
Koekoeksweg 16
33/50/-
33/45/-
33/40/-
19
Koekoeksweg 17
33/50/-
32/45/-
32/40/-
20
Koekoeksweg 18
33/50/-
35/45/-
35/40/-
21
Koekoeksweg 21
29/50/-
31/45/-
31/40/-
22
Koekoeksweg 25
30/50/-
34/45/-
34/40/-
23
Koekoeksweg 2A**
40/55/-
39/50/-
39/45/-
24
Koekoeksweg 4**
38/55/-
36/50/-
36/45/-
25
Koekoeksweg 9
38/50/-
39/45/-
39/40/-
26
Lomodisweg 29
37/50/-
36/45/-
33/40/-
27
Lomodisweg 34
35/50/-
35/45/-
34/40/-
28
Nijverheidsweg 15
35/50/-
35/45/-
32/40/-
29
Nijverheidsweg 9
45/50/-
44/45/-
34/40/-
31
Wolkamerweg 28
32/50/-
37/45/-
37/40/-
33
Wolkamerweg 30
33/50/-
37/50/-
37/45/-
* Berekende waarde / grenswaarde / overschrijding. ** bedrijfswoning
Uit de tabel blijkt dat er geen overschrijdingen zijn van de grenswaarden uit het activiteitenbesluit uit de Handreiking. Maximale geluidsniveaus De resultaten voor de vijf adressen met de hoogste maximale geluidsniveaus zijn opgenomen in onderstaande tabel 4.2.
Tabel 4.2 Berekeningsresultaten maximale geluidsniveaus Punt
Omschrijving
Geluidsniveau in dB(A) * Dagperiode **
Avondperiode
Nachtperiode
9
Industrieweg 2
64/75/-
55/70/-
55/65/-
12/13/14
Industrieweg 5
59/75/-
56/70/-
56/65/-
06
Herbert van Puttenweg 36
65/70/-
44/65/-
44/60/-
29
Nijverheidsweg 9
60/70/-
61/65/-
55/60/-
* **
Berekende waarde / toetswaarde / overschrijding. deze geluidsniveaus treden op vanwege laad- en losactiviteiten en hoeven daarom formeel niet getoetst te worden.
Uit de tabel blijkt dat er geen overschrijdingen van de grenswaarden plaatsvinden.
17 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
Indirecte hinder Op verzoek van het bevoegd gezag zijn er meerdere varianten doorgerekend waarbij verschillende routes gereden worden. Bij variant 1 blijkt uit de berekeningen dat de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van 1 woning wordt overschreden. Dit betreft 1 dB(A) aan de Nijverheidsweg 15. Bij variant 2 wordt ter plaatse van alle woningen voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Variant 2 zal als uitgangspunt worden gehanteerd bij de voorgenomen ontwikkeling, er zijn dus geen maatregelen benodigd om een overschrijding te voorkomen. Conclusie Uit de resultaten blijkt dat de geluidemissies afkomstig van de inrichting voldoen aan de geluidsnormen van het bevoegd gezag. Dit geldt zowel voor het langtijdgemiddelde (LAr, LT), als het maximale geluidsniveau (LAmax). Het aspect Akoestiek vormt hiermee geen belemmering voor het wijzigen van de inrichting, met het realiseren van een nieuwe uitrit en aanpassing van de transportroutes. Het volledige rapport is toegevoegd als bijlage I aan deze onderbouwing.
4.3
Ecologie
In deze paragraaf volgt een verantwoording van het aspect ecologie, aan de hand van de criteria gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de nabijheid van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Veluwe. De ligging van Mogema ten opzichte van dit gebied is weergegeven in afbeelding 4.1. Er is geen sprake van directe effecten door de vernietiging van habitats, omdat de uitrit wordt gerealiseerd op een locatie met bestaande bebouwing, buiten het N2000-gebied. Tevens vindt er geen verandering plaats in het aantal vervoersbewegingen. Er is slechts sprake van een wijziging in de route van vervoersbewegingen, maar geen verandering in de intensiteit en voertuigtypen. Dit leidt niet tot een emissietoename en is er geen sprake van een verandering in de hoeveelheid uit te stoten stikstofoxiden of een wijziging in de geluidsproductie. De realisatie van de uitrit zorgt mogelijk tijdelijk voor geluids- en trillingseffecten. Gezien de ligging op het reeds bestaande industrieterrein, zijn naar verwachting deze effecten niet merkbaar in het Natura 2000-gebied zelf. Witteveen+Bos heeft voor dit project een stikstofdepositie-onderzoek gedaan naar zowel de tijdelijke (bouwfase) effecten als naar de gebruiksfase effecten van stikstofdepositie op de Veluwe als gevolg van dit project.
De conclusie van dit onderzoek luidt: Witteveen+Bos heeft in opdracht van Mogema een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd naar de gebruiksfase en de aanlegfase van Mogema. Hiervoor zijn verschilberekeningen uitgevoerd tussen de referentiesituatie en de gebruiksfase en tussen de referentiesituatie en de aanlegfase, inclusief de huidige situatie. Uit de berekeningen blijkt dat voor zowel de gebruiksfase als de aanlegfase geen sprake is van toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Daarmee zijn mogelijke significante negatieve effecten op voorhand uit te sluiten. Het aspect stikstof staat de vergunningverlening dan ook niet in de weg. De volledige voortoets is als bijlage II aan dit rapport toegevoegd.
18 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
Afbeelding 4.1 Ligging Natura 2000-gebied Veluwe (Bron: provincie Gelderland)
Locatie Mogema
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming biedt de juridische basis voor de bescherming van planten- en diersoorten, onafhankelijk of deze zich in een beschermd natuurgebied bevinden. Op grond van deze wet mogen beschermde dieren en/of planten niet worden gedood, gevangen, verontrust of geplukt. Ook is het verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen te beschadigen, weg te nemen of te verstoren. Voor de soortenbescherming is een quick-scan opgesteld (Witteveen+Bos, juli 2019). Het onderzoek is als bijlage III bijgevoegd bij de aanvraag. Hieruit volgt dat er nader vleermuisonderzoek benodigd is in het kader van vleermuizen. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd door Sluiter Eco advies. In onderstaand kader zijn de uitgangspunten en conclusies opgenomen. Het volledige vleermuisonderzoek is toegevoegd al bijlage IV. De sloopwerkzaamheden van de woning en schuur leiden niet tot verstoring of vernietiging van verblijfplaatsen en/of essentiële vliegroutes van vleermuizen.
De aanwezige foeragerende en gewone dwergvleermuizen en laatvliegers langs de Nijverheidsweg en boven het grasveld bij het openluchtzwembad ondervinden geen nadelige effecten van de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden, mits de volgende uitgangspunten gevolgd worden: - werkzaamheden vinden plaats bij daglicht; - a , dan is extra verlichting richting de Nijverheidsweg niet toegestaan; - in de periode november tot en met februari is wel extra bouwverlichting toegestaan (ook richting de Nijverheidsweg), omdat de vleermuizen dan in winterslaap zijn. Conclusie Tijdens de diverse veldinventarisaties in 2019 en 2020 zijn geen belangrijke functies van vleermuizen Door de maatregelen uit te voeren zoals beschreven bij de effectbeoordeling, kunnen eventuele negatieve effecten op foeragerende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers voorkomen worden. De voorgenomen werkzaamheden hebben op deze wijze geen nadelig effect op de lokale populatie vleermuizen. Hierdoor is een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde.
19 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
Met betrekking tot broedvogels dienen mitigerende maatregelen in acht te worden genomen, zoals buiten het broedseizoen werken, vlak voor het broedseizoen starten met werkzaamheden en continu doorwerken zodat vogels niet gaan broeden, en het plangebied voor het broedseizoen ongeschikt maken voor broedvogels. Tijdens de werkzaamheden zal eveneens de algemene zorgplicht in acht worden genomen, waarbij continu gelet wordt op aanwezigheid van al dan niet beschermde planten en dieren. Bij aantreffen van dieren en planten moet worden voorkomen dat deze worden gedood of verwond c.q. onnodig worden verstoord of aangetast. Voor de volledigheid wordt benadrukt dat zowel het soortenonderzoek als het stikstofonderzoek goedgekeurd zijn door de provincie Gelderland welke de uitkomsten van beide onderzoeken onderstrepen.
4.4
Bodem
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. In het verleden is in diverse bodemonderzoeken de bodemkwaliteit onderzocht. Hierbij zijn op de planlocatie van de uitrit geen verontreinigingen aangetroffen die de ontwikkeling in de weg kunnen staan. In het recent uitgevoerde bodemonderzoek (Boluwa Ecosystems, april 2019) wordt eveneens geconcludeerd dat er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmeringen zijn voor de realisatie van de uitrit op de onderzoekslocatie. Daarmee wordt het realiseren van de uitrit vanuit het aspect bodem toelaatbaar geacht. De voorgenomen ontwikkeling bevat tevens geen bodemverontreinigende activiteiten. Het aspect bodemkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van de uitrit.
4.5
Water
4.5.1
Inleiding
Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Voor de realisatie van de uitrit is een watertoets uitgevoerd bij het waterschap Vallei & Veluwe. De resultaten hiervan zijn opgenomen in paragraaf 4.5.2. De volledige watertoets is opgenomen in bijlage V.
4.5.2
Beoordeling
In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.
20 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
4.5.3
Aandachtspunten
Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG.
Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het advies van het waterschap is om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. Gebiedsspecifieke aandachtspunten Grondwaterfluctuatiezone Het plangebied ligt binnen de grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachtte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om daarmee toekomstig grondwateroverlast te voorkomen.
De planlocatie van de uitrit is reeds half verhard. Er is daardoor slechts een beperkte toename van verhard oppervlak. Rond het terrein van Mogema is voldoende groen aanwezig, waarin het afstromend hemelwater kan worden opgevangen. Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6
Cultuurhistorie en archeologie
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met het thema cultuurhistorie. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat in ruimtelijke plannen een inventarisatie van cultuurhistorie moet plaatsvinden. Ook moet er een gedegen afweging plaatsvinden indien cultuurhistorie mogelijk wordt geraakt in de plannen. De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) van de Rijksdienst voor het Cultuurhistorisch Erfgoed geeft een indicatie van de ligging van gebieden met een hoge, een middelhoge of een lage verwachtingswaarde. Deze waarden geven aan of de kwantiteit van de te verwachten archeologische resten hoog, gemiddeld of laag is. De IKAW geeft aan in de nabijheid van het plangebied gebieden aanwezig zijn met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Zie afbeelding 4.2.
21 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
Afbeelding 4.2 Uitsnede IKAW
In 1832 is het plangebied onderdeel van een kavel dennenbos. Zie afbeelding 4.3. Het ligt ten oosten van de landbouwgronden (bruin; waar wel een cultuurdek aanwezig is) en grenst aan de heide (roze). Het betreft een jonge ontginning van de heide. Olijfgroen zijn hakhoutstruwelen. De aanwezigheid van een dennenbos is ook niet bevorderlijk. De heide is hier met de hand of ploeg ontgonnen. Dat brengt relatief een onschuldige verstoring van archeologische waarden met zich mee. Het rooien van het bos daarentegen, is ingrijpender.
grondgebruik van heide weer terug.
bebouwing. Vanaf de bebouwd. Het grondgebruik vanaf in ieder geval 1806 als bos, het rooien van de bomen, het gebruik daarna als heide en het vervolgens bebouwen in diverse stadia van het plangebied, heeft eventueel aanwezige archeologische waarden reeds verstoord. Het is niet aannemelijk dat zich hier nog waarden intact aanwezig zijn.
22 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
Afbeelding 4.3 Historisch grondgebruik planlocatie
De planlocatie heeft volgens het bestemmingsplan e een archeologische dubbelbestemming, met een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken in bepaalde gevallen. De locatie van de uitweg is reeds bebouwd. De opstallen op het terrein worden gesloopt en het terrein wordt verhard (uitrit). Er vinden alleen ondiepe graafwerkzaamheden plaats ten behoeve van de aanleg van de uitrit, in reeds geroerde grond. In 2011 heeft er archeologisch onderzoek plaats gevonden aan de Bovenweg 6, even ten noorden van het plangebied. Hierbij zijn geen archeologische waarden aangetroffen. Daarom wordt door bevoegd gezag geadviseerd voor deze ontwikkeling geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren. Uit de Archeologische Monumentenkaart Gelderland blijkt dat er in of nabij het plangebied 't Harde geen archeologische monumenten zijn aangetroffen. Er zijn daarnaast geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Verkeer
Ontsluiting De realisatie van de uitrit heeft geen extra verkeersaantrekkende werking. Het aantal vervoersbewegingen neemt niet toe. Er is enkel een gedeeltelijke verplaatsing van de verkeersbewegingen. Zoals in paragraaf 4.2 is toegelicht, is er in eerste instantie uitgegaan van twee varianten voor de verkeersontsluiting. Uiteindelijk wordt variant 2 gehanteerd, omdat deze resulteert in de beste ontsluiting van Mogema. De vrachtwagens zullen in de toekomstige situatie het terrein oprijden, daar keren en via dezelfde uitrit uitrijden. Op eigen terrein is ruimte voor tenminste vier ladende, lossende en wachtende vrachtwagens. De ontsluiting vindt in de nieuwe situatie plaats vanaf de rotonde van de N309, via de Energieweg, Industrieweg, Bovenweg en Nijverheidsweg welke naar de docks aan de nieuwe uitbouw leiden. Hier zullen alle laad- en losactiviteiten plaatsvinden. Nadat er is gelost wordt er linksom via de Nijverheidsweg en de Industrieweg terug gereden naar de Energieweg.
23 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
Parkeren Het bestaande pand Industrieweg 9 heeft een bruto vloeroppervlak (b.v.o.) van ca. 4800 m² industrie en 660 m² kantoor, het beoogde pand Nijverheidsweg 12 heeft een b.v.o. van ca. 4200 m². In de bestaande bouw werken 41 personen, en in de nieuwbouw worden 12 werkplekken gerealiseerd. Daarom is na realisering van de nieuwbouw behoefte aan 53 parkeerplaatsen, oftewel 0,55 parkeerplaatsen/100 m² b.v.o. Omdat de parkeerbehoefte gedurende de gehele economische levensduur ook in de toekomst moet blijven voldoen, is -conform de Parkeernota Elburg- de parkeernorm 0,25 hoger vastgesteld, ofwel 0,8 parkeerplaatsen/100 m² b.v.o. Dit resulteert in een parkeerbehoefte van 80 parkeerplaatsen. Het ontwerp voorziet in 66 parkeervakken. Daarnaast zijn er 15 parkeerplaatsen langs de Industrieweg, o.a. bedoeld voor bezoek. Het totaal aantal parkeerplaatsen komt uit op 81. Daarmee is het aantal beoogd beschikbare parkeerplaatsen gelijk of groter dan het aantal benodigde parkeerplaatsen, en wordt aan dit criterium voldaan. Verkeersveiligheid De nieuwe uitweg leidt niet tot verkeerskundige knelpunten, maar zorgt zelfs voor een verbetering van de verkeerskundige situatie, gezien de bewegingen verplaatsen naar het terrein van Mogema. Daarnaast wordt er niet meer geparkeerd op straat en vindt ook het laden en lossen plaats op eigen terrein.
Dit leidt tot een verbeterde verkeersveiligheid, ook in relatie met de gebruikers van het zwembad en de tennisbaan, en de omliggende woningen. Het aspect verkeer vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig plan.
4.8
Externe veiligheid
De realisatie van de uitrit leidt niet tot een andere externe veiligheidssituatie van Mogema. De voorgenomen ontwikkeling betreft geen risicobron en heeft geen effect op kwetsbare objecten. Daarnaast zijn er in de directe nabijheid van Mogema geen risicobronnen die van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Een uitrit is ook geen nieuw (beperkt) kwetsbaar object is op basis van art 1 van het Bevi wat maakt dat externe veiligheid voor de ontwikkeling niet relevant is. Zie afbeelding 4.4 voor een uitsnede van de risicokaart. Ook de aanrijroute van gevaarlijke stoffen verandert niet. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
Afbeelding 4.4 Uitsnede risicokaart (Bron: Risicokaart provincie Gelderland)
Locatie Mogema
24 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02
5 UITVOERBAARHEID Dit hoofdstuk beschrijft de manier waarop de initiatiefnemer en de gemeente Elburg de economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling borgen.
5.1
Financiële uitvoerbaarheid
Mogema is initiatiefnemer en draagt de kosten van het project. Op grond van artikel 6.12.1 van de Wet ruimtelijke ordening dient de gemeenteraad een exploitatieplan op te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Deze aangewezen bouwplannen zijn opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Onderhavig plan valt niet onder de aangewezen bouwplannen. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig. Het college van burgemeester en wethouders kan met de initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst afsluiten. Hiermee wordt vastgelegd dat eventuele planschade voor derden toegebracht door een planologische wijziging, door de gemeente verhaald kan worden op de initiatiefnemer van het bouwplan.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Met betrekking tot de maatschappelijke uitvoerbaarheid is afstemming geweest met de gemeente. Mogema heeft op een bewonersavond bij de gemeente de plannen gepresenteerd en toegelicht aan de belanghebbenden. Daarnaast zijn ook individuele gesprekken gevoerd met belanghebbenden uit de omgeving. Mogema gaat nog een informatieavond organiseren bij de terinzagelegging van de concept vergunning. Ten behoeve van de planologische inpassing van het project vraagt de initiatiefnemer een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik aan, samen met de activiteit bouwen en het aanleggen van een uitrit. Tevens wordt een melding gedaan op grond van het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit). De ontwerp omgevingsvergunning wordt zes weken ter inzage gelegd. Na afloop van deze termijn worden eventuele zienswijzen door de gemeente Elburg beantwoord.
25 | 25
Witteveen+Bos | 121291/21-002.995 | Definitief 02