Reactie op aanvullende zienswijzen Berkenweg 9 9a en 13.pdf
Tekst van het document
Reactie op aanvullende zienswijze tegen de ontwerp verklaring van geen bedenkingen en de ontwerp omgevingsvergunning voor Berkenweg 9, 9a en 13 Tijdens de beeldvormende raadscommissie op 7 februari 2022 heeft de inspreker aangegeven dat er naast de gewone zienswijzen, die wij op 12 januari 2022 van 8 omwonenden hebben ontvangen, tevens een aanvullende zienswijze per e-mail is ingediend. Aangezien wij deze aanvullende zienswijze niet in onze administratie konden vinden, hebben wij hierover contact opgenomen met de inspreker. Op 10 februari 2022 ontvingen wij van hem per e-mail de aanvullende zienswijze, die wij vervolgens in onze organisatie nogmaals uitgezet hebben. Uit deze navraag is gebleken dat deze aanvullende zienswijze inderdaad op 11 januari 2022 binnen is gekomen, maar niet doorgestuurd is naar de behandelende ambtenaren. De aanvullende zienswijze is door twee omwonenden per e-mail ingediend. De zienswijze is tijdig, dat wil zeggen voor de afloop van de termijn voor het indienen van de zienswijzen ingediend. De zienswijze is niet ondertekend, waardoor het formeel niet aan de in de gemeente Elburg geldende regels voor het indienen van zienswijzen en bezwaarschriften voldoet. Wij hebben echter besloten om deze aanvullende zienswijze in behandeling te nemen en van een korte inhoudelijke reactie te voorzien.
Hieronder wordt de inhoud van de zienswijze ingevoegd en daaronder volgt onze korte reactie. Anterieure overeenkomst Op 30 november jl. heeft B&W klaarblijkelijk een anterieure overeenkomst gesloten met initiatiefnemer, aangaande de exploitatie van het plan. Hierbij heeft de gemeente blijkbaar een inspanningsverplichting afgesproken, om 4 woningen op nr. 9 en 9A en de huisvesting van arbeidsmigranten op nr. 13 planologisch mogelijk te maken. •
• • •
•
•
Het is volstrekt onbegrijpelijk wat de reden is dat deze inspanningsverplichting (wederom) is afgesproken, en waarom op dit moment, vlak voordat de termijn voor het indienen van zienswijzen in zou gaan op 2 december. Wat is hier de reden van? Voorts wordt gesteld dat tegen de gesloten overeenkomst en zakelijke beschrijving van de inhoud geen zienswijzen of bezwaren kunnen worden ingediend. Echter de inhoud van de overeenkomst is niet gepubliceerd en bovendien is het vergunnen van 4 woningen en een permanente huisvesting van arbeidsmigranten juist precies waar dit plan over gaat. Door het sluiten van een overeenkomst met deze conclusie is het volstrekt onduidelijk waartegen zienswijzen of bezwaren kunnen worden ingediend. Burgers die zienswijzen willen indienen, worden hierdoor in hun belangen geschaad, nu het niet transparant en helder is. Voorts lijkt sprake van ongelijke behandeling van burgers, nu de gemeente een inspanningsverplichting afspreekt om een en ander planologisch mogelijk te maken, terwijl de termijn voor zienswijzen nog moet starten, en de gemeente ervan op de hoogte is, dat er al jarenlang bezwaren bestaan onder de omwonenden, die in het verleden meerdere keren kenbaar zijn gemaakt.
Voor indieners van een zienswijze is het noodzakelijk om te weten, waartegen zienswijzen en bezwaren kunnen worden ingediend, en noodzakelijk dat zienswijzen en bezwaren niet van te voren worden uitgesloten.
Reactie: Op grond van artikel 6.12 lid 1 en 2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient een exploitatieplan te worden vastgesteld voor gronden betreffende een bouwplan voor de bouw van een of meer woningen. Lid 2 onder a van artikel 6.12 van de Wro bepaalt dat bij een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2° of 3° van de Wabo afgeweken wordt van het bestemmingsplan (zogenaamde projectafwijkingsbesluit), geen exploitatieplan vastgesteld hoeft te worden indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. Het verhaal van de kosten van de grondexploitatie is anderszins verzekerd in gevallen waarbij een anterieure overeenkomst zoals bepaald in artikel 6.24 van de Wro tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt gesloten dan wel indien een planschadeovereenkomst op grond van artikel 6.1 van de Wro, wordt gesloten.
1
In voorliggend geval is ervoor gekozen om een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te sluiten. In deze privaatrechtelijke overeenkomst tussen de initiatiefnemer en (de gemeente) het college van b&w zijn nadere afspraken gemaakt over de te verhalen kosten, die gemoeid zijn met de realisatie van het project. De overeenkomst bevat een inspanningsverplichting voor het college van b&w om de benodigde procedures te doorlopen, ten einde de aangevraagde omgevingsvergunning te kunnen verlenen. De overeenkomst bevat geen resultaatsverplichting. Juist vanwege de wettelijke mogelijkheden voor belanghebbenden om zienswijzen en (hoger) beroep in te stellen, kan het college van b&w zich alleen inspannen om de juiste wettelijke procedures te doorlopen om de omgevingsvergunning te verlenen. Mocht de omgevingsvergunning in het kader van het ingestelde beroep of hoger beroep alsnog vernietigd worden, dan wordt de anterieure overeenkomst ontbonden en komen de daarin gemaakte afspraken tussen de initiatiefnemer en het college te vervallen. Op grond van de interne richtlijnen van de gemeente en de bepalingen van de anterieure overeenkomst wordt deze overeenkomst gesloten voordat de ontwerp omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd. Dat is in voorliggend geval dan ook gebeurd.
Artikel 6.24 van de Wro bepaalt dat van het sluiten van de anterieure overeenkomst binnen twee weken na het sluiten daarvan kennis wordt gegeven in het gemeenteblad. Artikel 6.2.12 van het Bro bepaalt tenslotte dat binnen twee weken na het sluiten van een anterieure overeenkomst een zakelijke beschrijving van de inhoud van de overeenkomst ter inzage wordt gelegd. In voorliggend geval is kennisgegeven van de sluiting van de anterieure overeenkomst in het gemeenteblad. Daarbij is ook de zakelijke inhoud van deze overeenkomst ter inzage gelegd. Hiermee is voldaan aan de wettelijke vereisten inzake de anterieure overeenkomst. Een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en het college van b&w is tenslotte geen besluit in de zin van artikel 1:3 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden. Om die reden is in de kennisgeving van de anterieure overeenkomst aangegeven dat tegen deze overeenkomst geen bezwaar en beroep open staan. Burgerparticipatie Burgerparticipatie krijgt steeds meer aandacht in de samenleving. Samen komen tot goede afspraken die voor iedereen leefbaar zijn, en voor een prettige en veilige leefomgeving zorgen. •
• • •
•
•
Omwonenden van Berkenweg 9, 9A en 13 hebben sinds vele jaren aangegeven ernstige zorgen te hebben over de leefomgeving, over de veiligheid en leefbaarheid, en geluidsoverlast en andere hinder, te ondervinden van de toename van arbeidsmigranten op deze kleine locatie, in zeer dichte nabijheid van een zeer kleinschalig buurtgenootschap. Het plan om de huisvesting van 96 arbeidsmigranten te legaliseren, c.q. mogelijk te maken, staat op gespannen voet met een veilige en prettige leefomgeving. Het aantal van 96 arbeidsmigranten is onevenredig hoog in vergelijking met het aantal omwonenden in dit buurtschap. Vergelijk hierin ook ontwikkelingen elders in Nederland, waar ook steeds sterker door dorpen wordt aangegeven, dat het aantal mensen vanuit andere culturen dat opgevangen dient te worden, onevenredig hoog is, in vergelijking met het oorspronkelijke inwoneraantal in het betreffende gebied. Daarbij komt dat er steeds vaker sprake is van verschillende nationaliteiten en culturen onder de arbeidsmigranten op deze locatie, waarvan uit onderzoek blijkt dat dit een bron is voor meer onderlinge spanning en daarmee meer geluidsoverlast en onveiligheid voor omwonenden.
Ook wordt het steeds moeilijker voor omwonenden om te kunnen communiceren met de arbeidsmigranten, aangezien zij maar zelden de Nederlandse taal spreken, en er geen beheerder aanwezig is, die de taal van deze verschillende nationaliteiten spreekt en kan vertalen. Ondanks dat in eerder stadium is aangegeven, dat hier volgens de gemeente aan zou moeten voldaan worden.
2
Reactie In hoofdstuk 5 van de Ruimtelijke Onderbouwing en in bijlage 4 behorende bij de Ruimtelijke onderbouwing is door de initiatiefnemer aangegeven op welke wijze de omwonenden in het kader van het voortraject over het project zijn geïnformeerd. Daarnaast is op 17 juli 2019 een bewonersbijeenkomst op het gemeentehuis georganiseerd waarbij de omwonenden over het project zijn bijgepraat. Bij brief van 22 juni 2020 zijn de omwonenden schriftelijk geïnformeerd over de ingediende aanvragen omgevingsvergunningen. Daarnaast zijn de omwonenden betrokken geweest bij het opstellen van de Notitie Doelgroepenbeleid, waarin o.a. is opgenomen dat verschillende doelgroepen niet in elkaars nabijheid gehuisvest mogen worden. Als gevolg hiervan is de oorspronkelijke aanvraag omgevingsvergunning, waarin voorzien werd in de huisvesting van mensen van onbegrepen gedrag op percelen Berkenweg 9 en 9a en in de huisvesting van arbeidsmigranten op het perceel Berkenweg 13, gewijzigd. De huisvesting van mensen met onbegrepen gedrag is uit de aanvraag omgevingsvergunning gehaald en in plaats daarvan is de realisatie van 4 vrijstaande woningen aan de aanvraag toegevoegd. De omwonenden hebben verder verschillende keren de mogelijkheid gehad om in het kader van de beeldvormende raadsvergaderingen over de Notitie Doelgroepenbeleid en over het project in te spreken.
Ook hebben de omwonenden bezwaren ingediend tegen de verleende omgevingsvergunning voor de tijdelijke huisvesting van de arbeidsmigranten op het perceel Berkenweg 13 en hebben zij hun bezwaren mondeling toegelicht tijdens de hoorzitting van de Commissie bezwaarschriften in maart 2021. Tenslotte is naar aanleiding van de door de gemeenteraad op 15 november 2021 aangenomen Motie behorend bij het onderwerp Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) vergunning Berkenweg 9, 9a en 13 te Doornspijk, samen met de initiatiefnemer gekeken hoe de in de omgevingsvergunning en in de Notitie Doelgroepenbeleid opgenomen randvoorwaarden nageleefd worden. De voorwaarden zijn verdeeld in vijf thema’s: registratie, documentatie, huisvesting, communicatie en controle. Uit de uitgevoerde inventarisatie is gebleken dat alle voorwaarden nageleefd worden. Op 11 januari 2022 is een bewonersavond georganiseerd waarin de thema’s door middel van een presentatie en een hand out/infographic zijn besproken. Tijdens deze avond zijn ca. 16 omwonenden aanwezig geweest. Er heeft een openhartig gesprek tussen de omwonenden en de initiatiefnemer plaatsgevonden en er zijn werkafspraken gemaakt. Ook is een klankbordgroep opgericht waarin vijf omwonenden, de initiatiefnemer en de vertegenwoordigers van de gemeente zitting zullen nemen. Op 8 februari 2022 heeft de eerste bijeenkomst van de klankbordgroep plaatsgevonden.
Juistheid van de procedure, belang van de initiatiefnemer Tijdens de procedure is onder andere gesteld, dat als de vergunning niet verleend wordt aan initiatiefnemer, dat er sprake zou zijn van financiële schade voor initiatiefnemer, waar de gemeente voor aansprakelijk gehouden kan worden. •
• •
Los van het feit dat van een initiatiefnemer met een dergelijke ervaring in projecten bij vele gemeenten, toch verwacht mag worden, dat er gedegen kennis is over de procedures en de rechten voor burgers om zienswijzen in te dienen, welke uiteindelijk kunnen leiden tot andere besluiten door gemeenten, dan in beginsel gehoopt werd, los hiervan, is nergens door initiatiefnemer onderbouwd welke schade initiatiefnemer zou lijden. In het verleden is aangedragen dat de kosten voor dit project na een aantal jaren terugverdiend zouden zijn, hetgeen nu al weer vele jaren geleden is. Daarnaast zijn de opbrengsten van de huur, voor zover bekend, de afgelopen jaren 100 euro per week per huurder, 6 huurders per huisje, van een dergelijke omvang, dat het lijden van financiële schade zeer moeilijk voor te stellen is.
3
•
•
•
Ook bij het minder huisvesten dan 6 arbeidsmigranten per huisje, bijvoorbeeld 3 a 4, lijken de opbrengsten nog steeds van een dergelijke omvang te zijn, dat financiële schade niet voor te stellen is. Het is dan ook geheel onduidelijk waar de schade uit zou kunnen bestaan, als er bijvoorbeeld minder arbeidsmigranten per huisje, en daarmee minder arbeidsmigranten op deze locatie legaal gehuisvest kunnen worden. Ondanks dat er geen onderbouwing van de schade is, is dit wel ingebracht als een belangrijk punt, door initiatiefnemer, hetgeen de gemeenteraad mogelijk heeft meegewogen in haar afwegingen. Verzocht wordt dan ook om dit standpunt van het lijden van schade nader te onderbouwen, zodat de gemeente transparanter informatie heeft, waardoor de gemeenteraadsleden ten aanzien van dit punt een betere weloverwogen beslissing kunnen nemen.
Reactie De initiatiefnemer heeft al begin 2019 een principeverzoek ingediend bij de gemeente ten behoeve van de realisatie van de huisvesting van arbeidsmigranten op het perceel Berkenweg 13 en het huisvesten van mensen met onbegrepen gedrag op de percelen Berkenweg 9 en 9a. Bij brief van 9 mei 2019 heeft het college een positief besluit op het principeverzoek genomen. Op 7 mei 2020 heeft de initiatiefnemer drie aanvragen omgevingsvergunning ingediend. Als gevolg van de door de gemeenteraad vastgestelde Notitie Doelgroepenbeleid waarin o.a. is opgenomen dat verschillende doelgroepen niet in elkaars nabijheid gehuisvest mogen worden, is het principebesluit van 9 mei 2019 ingetrokken en is de omgevingsvergunning voor de huisvesting van mensen met onbegrepen gerag op de percelen Berkenweg 9 en 9a geweigerd. Tevens heeft het college van b&w de initiatiefnemer laten weten dat de omgevingsvergunning met toepassing van het projectafwijkingsbesluit (ex artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3° van de Wabo) voor de huisvesting van mensen met onbegrepen gedrag en de huisvesting van arbeidsmigranten geweigerd zal worden, tenzij de aanvraag aangepast wordt. Als gevolg hiervan heeft de initiatiefnemer de aanvraag gewijzigd in voorliggende aanvraag omgevingsvergunning voor de realisatie van de vier vrijstaande woningen en de huisvesting van arbeidsmigranten.
Daarnaast heeft de initiatiefnemer bezwaren en beroepen ingesteld tegen de verschillende besluiten, waarin hij het college van b&w alvast aansprakelijk heeft gesteld voor de schade die hij zal lijden als gevolg van het handelen van het college en het o.a. intrekken van het principebesluit. De schade is vooralsnog niet nader onderbouwd, maar dat is in het kader van de aanzegging van de aansprakelijkheidsstelling niet nodig. De aanzegging tot aansprakelijkheidsstelling ligt bij de verzekeraar van de gemeente en het wordt door de verzekeraar behandeld. Mocht naar aanleiding van de ingediende beroepen en de uitspraken van de rechtbank blijken dat er sprake is van onrechtmatig genomen besluiten, dan ontstaat er voor de initiatiefnemer mogelijk een grond om schadevergoeding te eisen. De schade zal dan nader onderbouwd moeten worden met concrete bedragen. Alsdan zal ook verder moeten worden gediscussieerd of de gemeente aansprakelijk is voor deze schade. Tenslotte heeft de initiatiefnemer het college van b&w inmiddels in gebreke gesteld voor het te laat nemen van het besluit op de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning.
Mocht de gemeenteraad op 21 februari 2022 de besluitvorming rondom de definitieve verklaring van geen bedenkingen uitstellen naar een later moment, dan zal de initiatiefnemer de rechtbank verzoeken om het college op te dragen alsnog een besluit te nemen dan wel zelf alsnog in de zaak te voorzien, door een besluit te nemen. In dat geval zal de initiatiefnemer ook schadevergoeding kunnen eisen. Juridisch verantwoorde huisvesting In hoeverre is er sprake van juridisch verantwoorde huisvesting van arbeidsmigranten, en welke verantwoordelijkheid wil de gemeente hiervoor nemen? • •
In hoeverre voldoen de huurprijzen aan de Nederlandse regels die gelden voor kamerbewoning? In hoeverre zijn dit overeenkomsten die voldoen aan de Nederlandse wetgeving?
4
De laatste jaren is in de media naar buiten gekomen, dat er op sommige locaties sprake is van contracten waarbij de huurder, niet de vrijheid heeft om geen huur te betalen, en het bedrag dat van zijn inkomen wordt ingehouden voor huur, te besteden voor woonruimte elders. Dikwijls leidt dit logischerwijs tot grote ontevredenheid bij de huurders.
• •
Mocht er sprake zijn van dergelijke indirecte financiële dwang om op deze locatie een kamer te huren, kan dit wellicht leiden tot spanningen leiden bij huurders, en daarmee tot onveiligheid en geluidsoverlast voor omwonenden. In hoeverre is nagegaan dat hier geen sprake van is? Verzocht wordt dat de gemeente hier verantwoordelijkheid in neemt, in het kader van het bevorderen van een juridisch verantwoorde en prettige leefomgeving voor huurders en omwonenden.
Reactie: In de omgevingsvergunning zijn voorwaarden opgenomen ten aanzien van de huisvesting van de arbeidsmigranten, het beheer en de controle op de huisvesting. Deze voorwaarden komen rechtstreeks uit de Notitie Doelgroepenbeleid. Zoals hierboven bij de reactie onder het kopje Burgerparticipatie is aangegeven, heeft de gemeenteraad op 15 november 2021 de Motie behorend bij het onderwerp Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) vergunning Berkenweg 9, 9a en 13 te Doornspijk aangenomen. Naar aanleiding van deze motie is samen met de initiatiefnemer gekeken hoe de in de omgevingsvergunning en in de Notitie Doelgroepenbeleid opgenomen randvoorwaarden nageleefd worden. Deze voorwaarden zijn gesteld om de hierboven genoemde situaties te voorkomen. Middels lidmaatschap van de SNF, de ABU, de NBBU of de SNA wordt gecontroleerd op goed werkgeverschap. Onder goed werkgeverschap vallen onder andere een juiste huurprijs, juiste afdracht van belastingen en sociale premies en andere kwaliteit verbeterende voorwaarden. Tijdens de inventarisatie is gebleken dat alle voorwaarden nageleefd worden. Bij nieuwe partijen worden deze voorwaarden vooraf gecontroleerd. Het college van b&w zal via de deelname aan de klankbordgroep en ook via eigen toezicht nagaan of de in de omgevingsvergunning opgenomen voorwaarden worden nageleefd.
Mocht dit niet het geval blijken te zijn, dan zal er handhavend opgetreden worden. Het college kan echter niet de huurprijzen van de verschillende woningen bepalen en/of daar invloed op uitoefenen. Dat is een privaatrechtelijke aangelegenheid tussen de initiatiefnemer en de uitzendbureaus. Termijn voor indienen zienswijze en juridisch advies •
•
•
•
De omvang van het dossier is enorm toegenomen, met op dit moment meer dan 400 pagina's. Afgezien van het feit dat de termijn van 6 weken valt in de periode van kerst en oud en nieuw, waardoor er feitelijk veel minder tijd is om zienswijzen voor te bereiden en in te dienen, heeft het dossier een zodanige omvang gekregen, dat het voor burgers zeer intensief is, zo niet bijna onmogelijk om alle punten te verwoorden en in te dienen. Initiatiefnemer heeft heel andere middelen tot zijn beschikking, dan de meeste overige burgers, om onafhankelijk juridisch advies in te winnen bij diverse partijen. Hierdoor is er geen sprake van gelijkheid tussen burgers. Bij soortgelijke procedures hebben burgers recht op juridisch advies. Een gelijk recht is in deze procedure noodzakelijk, gezien de aard en omvang van de plannen en dossiers, en de belangen die hier mee gemoeid zijn voor de toekomst, aangezien het gaat om een plan voor eerst 15 jaren, met legalisering, en uitbreiding van arbeidsmigranten. Reden waarom verzocht wordt dat de gemeente zich zal inspannen om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn, dat omwonenden een beroep kunnen doen op vergoeding van juridische bijstand in een grote zaak als deze, zodat burgers weer gelijke kansen krijgen om hun punten goed juridisch beargumenteerd voor het voetlicht te kunnen brengen.
5
•
Reden waarom verzocht wordt om een extra termijn voor het indienen van zienswijzen, nadat een onafhankelijk juridisch adviseur is aangesteld voor raad en hulp bij het indienen van zienswijzen.
Reactie: De wettelijke termijn voor het indienen van zienswijzen bedraag 6 weken en kan niet verlengd worden. In voorliggend geval hebben de stukken tussen 2 december 2021 en 13 januari 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode konden zienswijzen ingediend worden. De omwonenden zijn op 3 december 2021 schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat de stukken ter inzage worden gelegd en dat zij de mogelijkheid hebben om zienswijzen in te dienen. Ondanks het feit dat de indieners van de zienswijze aangeven dat het dossier ruim 400 pagina’s omvat, zijn zij prima in staat geweest om een zeer uitgebreide en gemotiveerde zienswijze op 11 januari 2022, dus binnen de daarvoor gestelde termijn, in te dienen. Daarnaast hebben zij ook deze aanvullende zienswijze ingediend. Gelet op het bovenstaande valt niet in te zien waarom de termijn voor het indienen van de zienswijzen verlengd zou moeten worden. De indieners van de zienswijzen zijn op geen enkele manier in hun belangen geschaad. Bovendien is het sinds het Varkens-in-nood arrest van 2021 niet langer noodzakelijk om eerst een zienswijze in te dienen voordat het beroep tegen het definitieve besluit wordt ingesteld.
Nadat het definitieve besluit rondom de omgevingsvergunning is genomen, zullen de omwonenden beroep kunnen instellen bij de rechtbank en later ook hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De indieners van de zienswijze zijn prima in staat gebleken om zelf een inhoudelijke zienswijze op te stellen, zodat zij ook in staat worden geacht om zelf beroep en hoger beroep in te stellen. Voor zover zij daarbij juridische bijstand noodzakelijk achten, dan is dat aan hen om deze in te schakelen en de kosten ervan te dragen. Te denken valt aan onder andere het inschakelen van de rechtsbijstandsverzekeraar. Het college van b&w regelt geen juridische bijstand voor de burgers en vergoedt geen kosten ervan.
6