CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel RES 1.0 vaststellen.docx

Oordeelsvorming 28 juni 2021, gemeente elburgBij agendapunt: Regionale Energie Strategie 1.02.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp

Regionale Energie Strategie 1.0

Behandelaar:

H. Tychon

Datum Portefeuillehouder

18 mei 2021 A.J. Klein

Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen:

hettie.tychon@elburg.nl 75308 5

Onderwerp Regionale Energie Strategie 1.0 (RES 1.0) Te nemen besluit: 1. De RES 1.0 Regio Noord-Veluwe inclusief de Regionale Structuur Warmte vast te stellen. Inleiding De Regionale Energie Strategie (RES) is een meerjarige, regionale samenwerking van gemeenten, provincie en waterschap. Samen bepalen we waar, hoeveel en wanneer hernieuwbare energie wordt gerealiseerd. In de Regionale Structuur Warmte (RSW) geven we daarnaast aan hoe we het beschikbare warmteaanbod willen gebruiken voor verwarming in de regio. Op basis van de startnotitie is gewerkt aan een concept-RES 1.0 die door de deelnemende gemeenten, het waterschap en de provincie is vastgesteld in de zomer van 2020. Met de inbreng vanuit onder meer het regionale participatieproces met organisaties en inwoners, de berekeningen van Liander aangaande systeemefficiency en de terugkoppeling van het Planbureau voor de Leefomgeving is vanuit de conceptRES de voorliggende RES 1.0 ontstaan. In de RES 1.0 laten we als regio zien hoe de deelnemende partijen uit de RES Regio Noord-Veluwe gezamenlijk tot keuzes zijn gekomen over het op grote schaal opwekken van duurzame elektriciteit en de regionale verdeling van warmte en tot welk bod dit uiteindelijk heeft geleid. Ons bod is realistisch en tot stand gekomen via een zorgvuldig proces met regionale stakeholders. Met het bod van 0,53 TWh zet de regio stappen in de energietransitie.

In 2030 wordt hierdoor bijna 60% van de elektriciteit die in de regio wordt gebruikt, in de regio duurzaam opgewekt. Mede hierdoor realiseert de regio een reductie van haar CO2-uitstoot met 53% ten opzichte van 1990. Dit is meer dan de landelijke doelstelling van 49% uit het Klimaatakkoord, maar nog niet de ambitie van 55% reductie van CO2-uitstoot zoals vastgelegd in het Gelders Energie Akkoord (GEA). De regio haalt wel de tussentijdse GEA-doelstelling van 16% hernieuwbare opwek in 2023. Beoogd effect Met het bod wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt uit de (eind 2019 vastgestelde) startnotitie, namelijk dat “de regio Noord-Veluwe streeft naar het halen van de ambitie van 55% CO2-reductie ten opzichte van 1990 zoals vastgelegd in het Gelder Energie Akkoord (GEA), en zich committeert aan een realistisch bod dat tot stand komt via een zorgvuldig proces met stakeholders in de regio”. Met de RES 1.0 geven we tevens een doorkijk naar de verdere opgaven en ontwikkelingen op weg naar RES 2.0.

2

Proces In de RES 1.0 staat heel uitbereid beschreven hoe het proces is doorlopen en waarom welke keuzes zijn gemaakt. Onderstaand daarom enkel een beschrijving op hoofdlijnen om de belangrijkste aspecten nogmaals te belichten. Voor het opstellen van de RES 1.0 is een proces doorlopen met meer dan honderd actief betrokken (veelal maatschappelijke) organisaties, gemeenten, waterschap en provincie. In meerdere ateliers is op themaniveau en regionaal niveau gewerkt aan het zoeken naar kansrijke zoekgebieden en locaties, hun voorwaarden en mogelijke koppelkansen. Op themaniveau is het gesprek gevoerd over de mogelijkheden van grootschalige opwek op bedrijventerreinen, infrastructuur, agrarische gebieden, bos/heide, defensie, landgoederen en grote daken in de hele regio. Op regionaal niveau is vervolgens met de stakeholders gewerkt aan een regionale lijn en samenhang in alle mogelijkheden vanuit de thema’s. De omvang van de grootschalige opwek vraagt om een onderbouwing over de wijze waarop deze zich verhoudt tot ruimtelijke kwaliteit, koppelkansen, belemmeringen, maatschappelijk/bestuurlijk draagvlak/acceptatie en systeemefficiëntie. Richtinggevende onderwerpen tijdens het proces Vanuit het landschap en de omgevingskwaliteit is het belangrijk een beeld te krijgen van ‘wat het landschap kan dragen’ en welke waarden stakeholders eraan toekennen.

Dat is voor ieder landschapstype verschillend, al naar gelang de kenmerken en samenhang. Wanneer is er een ‘te veel’ in dichtheid en maat? En wanneer is de kwaliteit en landschapsstructuur dermate, dat de energieopwekking een deel van het type landschap kan worden? Clustering van energie-opwek én koppeling aan infrastructuur, bedrijvigheid en gebouwen of erven wordt over het algemeen als belangrijk gezien bij de locatiekeuze van opwek in het landschap. Ook zijn wettelijke afstanden vanuit veiligheid en hinder en ruimtelijk beleid rondom Natura2000gebieden en Gelders Natuur Netwerk een richtinggevend aspect geweest. Zo zijn bijvoorbeeld geluidsnormen, veiligheidsafstanden, beschermde natuurgebieden en laagvliegroutes op kaart gezet. Dit beleid en de wettelijke afstanden zijn richtinggevend, maar met die aantekening, dat ze richting de toekomst aan verandering onderhevig kunnen zijn. Een aanleiding voor verandering kan binnen de regio gevonden worden, maar ook op provinciaal, landelijk en zelfs Europees niveau. Zo zijn op dit moment de bosrijke gebieden voor wat betreft wind vermeden, dit vanwege de Natura2000 status en omdat het niet haalbaar is om voor 2030 in dit gebied windenergie te realiseren.

Een belemmerende woning kan met de status molenaarswoning ineens ruimte opleveren voor een of twee extra turbines en nabij gasleidingen kan met extra veiligheidseisen toch realisatie van duurzame opwek mogelijk zijn. Met name voor windenergie zijn de huidige belemmeringen sturend geweest. Als derde is de techniek en infrastructuur onderdeel van het onderzoek geweest. Efficiëntie en benodigde investeringen zijn reden om een gebied als kansrijk of minder kansrijk te beoordelen. Zo kwam bij verschillende ateliers al naar voren dat clusteren van windenergie, en niet verspreid over de regio, de voorkeur verdient. En dat een goede balans tussen wind en zon nastrevenswaardig is met het oog op het beperken van maatschappelijke kosten. Ook het clusteren van wind en zon op één locatie leidt tot het combineren van opwek op één kabel zodat er maar één gezamenlijke stekker nodig is. Aangezien het aantal ‘stekkers’ beperkt is, helpt dit om meer ontwikkelingen aan te kunnen sluiten. Dit is wenselijk vanuit ruimtelijke kwaliteit (voorkomen van verrommeling) en gunstig voor de netefficiëntie. Van concept naar RES 1.0 Tijdens de ateliers is met de betrokken stakeholders gezocht naar locaties in samenhang met genoemde richtinggevende onderwerpen. Ook de meer complexe of gevoelige gebieden zijn we niet uit de weg gegaan. De betrokkenheid van stakeholders was groot.

Vanuit dezelfde stakeholders is ook een goede inhoudelijke argumentatie verkregen en verfijning gemaakt in de keuze voor zoekgebieden en bouwstenen vanuit de concept-RES richting RES 1.0. Alles om met elkaar de overtuiging te hebben dat alles is onderzocht en op juiste wijze is onderbouwd.

3

Daarnaast is gedurende de afgelopen maanden vanuit verschillende informatiebronnen input gekomen op de concept-RES. Het gaat dan om input uit: • Digitale stakeholderenquête • Burgerconsultatieronde in de vorm van een fysieke enquête, een digitale participatietool en • • • • • • • •

(telefonische) gesprekken met inwoners Moties, amendementen en raadsbesluiten Aandachtspunten van de provincie Gelderland Tussentijdse analyse PBL Impactanalyse en handreiking systeemefficiëntie van Liander Pilot RES/MER door Berenschot Onderzoek naar windenergie op en rondom de Veluwe Reacties maatschappelijke partijen Bestuurlijke consultaties in maart 2020

Alle input hebben we verzameld, samengevat, gewogen en waar mogelijk verwerkt in de inhoudelijke onderbouwing van ons bod. Argumenten 1.1 Met de RES 1.0 beschrijven we langs welke weg de energietransitie in de regio op een realistische manier vorm kan worden gegeven. De RES 1.0 geeft duidelijkheid welke uitgangspunten en spelregels we in de regio hanteren om tot een duurzame energieopwekking te komen. De RES is en blijft een dynamisch document, het biedt ons strategie en houvast, maar we weten ook, na de RES 1.0 volgt de RES 2.0, 3.0 en verder. Op deze manier kunnen we innovaties en nieuw opkomende kansen en inzichten optimaal meenemen in het nader invulling geven van de energietransitie. 1.2 De reacties vanuit de raad zijn meegenomen in de RES 1.0 Zoals blijkt uit de notitie reflectie gemeenteraden en algemeen bestuur op document ‘inhoudelijke richting voor het verhaal van de RES 1.0’ is de reactie vanuit de Elburgse raad meegenomen in de RES 1.0. Ten opzichte van de inhoudelijke richting, waarop de reacties betrekking hadden, hebben in de RES 1.0 de volgende onderwerpen een betere plek of onderbouwing gekregen: -

-

Wind langs A28: verschillende partijen in de regio roepen op om te onderzoeken of windmolens in het bos langs de A28 mogelijk zijn. Deze optie is in de fase tot aan de RES 1.0 niet verder onderzocht en besproken met stakeholders omdat al vroeg in het RES-traject bleek dat dit vanwege de Natura2000-status van het gebied niet haalbaar is voor 2030. Bovendien, zoals terecht is opgemerkt in de (separaat verzonden) reactie van de fractie LEV, zou dit flinke bomenkap tot gevolg hebben. In de RES 1.0 wordt het dilemma van beschermde natuur aan de ene kant en het behalen van klimaatdoelen wel geschetst, waarbij wordt gesteld dat “het oplossen van dit dilemma, vraagt om het vinden van een balans. De regio Noord-Veluwe, kan dit niet alleen. Graag zoekt de regio met provincie en het Rijk naar mogelijkheden om extra ruimte te creëren waar huidige landelijke en Europese (natuur)regelgeving beperkend is, of te accepteren dat de bijdrage van de regio aan het behalen van de provinciale en nationale klimaatdoelen voor wat betreft de opwekking van hernieuwbare elektriciteit, zeer beperkt blijft”. Veluwemeerkust als zoekgebied: in de RES 1.0 is de Veluwemeerkust opgenomen als een gebied waar gebiedsgericht onderzoek zal worden gedaan naar de mogelijkheden voor windmolens.

Aandacht voor participtie/draagvlak: in de RES 1.0 staan de volgende afspraken over participatie voor de toekomst: o We borgen met de participatiestrategie dat de energietransitie in regio Noord-Veluwe zoveel mogelijk ten goede komt aan de inwoners van de regio. We streven naar minimaal 50% eigendom en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. We houden ook zoveel mogelijk rekening met gezondheidsaspecten, wegen milieueffecten zorgvuldig af en zorgen dat natuurwaarden zoveel mogelijk behouden blijven. o

We delen en faciliteren informatie in relatie tot de energietransitie zo zorgvuldig mogelijk met stakeholders, ambtenaren, volksvertegenwoordigers en inwoners, zoals over de effecten op de gezondheid van geluid van windturbines, financiële voordelen voor inwoners, en behoud van biodiversiteit.

4

o

-

We zorgen ervoor dat iedereen in de regio (financieel en/of maatschappelijk) voordeel kan halen uit de plannen. Dat doen we bijvoorbeeld door gemeenten te helpen met het opzetten van maatschappelijke tenders.

Zonneparken: naar aanleiding van meerdere eensluidende reacties is in de RES 1.0 de Gelderse Zonneladder opgenomen als uitgangspunt voor verdere uitwerking van de zoekgebieden. Dit betekent dat de voorkeur uitgaat naar zon op dak. Zon op land kan wel, maar heeft niet de voorkeur. Wanneer zon op land wordt ontwikkeld, dan altijd via zorgvuldige participatie en ruimtelijk ingepast. Zon op Dak heeft ook nadrukkelijk meer aandacht gekregen in de RES 1.0. In de RES 1.0 wordt ervan uitgegaan dat ongeveer 30% van de grote dakoppervlakken benut kan worden voor zonnepanelen. Dit percentage kan de indruk wekken dat dit laag is, maar gezien de vele belemmeringen die bestaan bij het benutten van grote daken is dit percentage wel reëel. Binnen de huidige wet- en regelgeving is het al een flinke klus om 30% te halen. Richting RES 2.0 en verder, wordt gekeken of meer van de potentie benut zou kunnen worden (nieuwe technieken

-

kunnen daarbij mogelijkerwijs helpen). Aandacht voor de benodigde infrastructuur: Liander heeft een netimpactanalyse opgesteld. Zij constateren dat het bod qua netwerk realiseerbaar is tegen acceptabele kosten, mits de verhouding tussen wind- en zonne-energie niet uit balans raakt en de uitvoering via goede afstemming/planning plaatsvindt. Dit kan goed worden gerealiseerd door gebiedsgericht te werken en de energie eerst te steken in gebieden waar aansluitmogelijkheden zijn. Parallel daaraan kan Liander investeren in andere gebieden, zodat ook daar aansluitmogelijkheden ontstaan die vervolgens kunnen worden benut. Het programmeren van ontwikkelingen voorkomt teleurstellingen en maakt de energietransitie voorspelbaarder.

1.3 De RES 1.0 dient begin juli 2021 te zijn ingediend bij het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NPRES) en het Planbureau Leefomgeving (PBL). Om de RES 1.0 tijdig in te kunnen dienen bij het NPRES en PBL dienen de volksvertegenwoordigers (raden, staten en AB leden) uiterlijk 8 juli 2021 een besluit te nemen over de RES 1.0. Uw reacties/wensen of bedenkingen kunnen niet meer in de RES 1.0 zelf worden verwerkt, maar worden wel opgenomen in een oplegnotitie die uiterlijk 9 juli 2021 samen de RES 1.0 wordt aangeboden aan het NPRES en PBL. 1.4 De reacties op de RES 1.0 worden meegenomen richting RES 2.0. De werkorganisatie RES Noord-Veluwe verzamelt alle reacties/wensen/bedenkingen op de RES 1.0 in een oplegnotitie. De inhoud wordt betrokken bij het verdere proces op weg naar RES 2.0. Kanttekeningen 1.1 Ook wanneer partijen niet instemmen met de RES 1.0 wordt deze ingediend bij het NPRES en PBL. Het opstellen van de RES is een gezamenlijk regionaal proces. In de startnotitie, zoals door alle volksvertegenwoordigers is vastgesteld, zijn afspraken vastgelegd over de opgave, het proces, de op te leveren resultaten, de uitgangspunten en ‘spelregels’ die we hanteren. Voor het besluitvormingstraject is hierin opgenomen dat we consensus als uitgangspunt hanteren.

Wanneer een overheidspartner zich niet kan scharen achter het bod RES 1.0 zal hiervan - bij het aanbieden van de RES 1.0 aan het NPRES en PBL - aantekening worden gemaakt onder opgave van redenen. 1.2 Amendementen van de raad hebben alleen betrekking op eigen gemeente. Besluiten van de volksvertegenwoordigers (raden/staten/AB) hebben betrekking op hun eigen organisatie. Als het bod RES 1.0 wordt geamendeerd, dan geldt dit besluit dus alleen voor deze partij. Wel wordt hiervan een aantekening gemaakt bij het indienen van het bod RES 1.0. Financiën Het Rijk heeft aan alle regio’s een decentralisatie-uitkering toegekend om te komen tot een RES 1.0 De gemeente Oldebroek heeft deze middelen ontvangen, aangezien zij opdrachtgever en kasbeheerder is voor het RES-proces. Uit deze middelen worden de uren en middelen gedekt. Tot het moment van vaststelling RES 1.0 zijn er geen financiële gevolgen. Voor het traject naar RES 2.0 dienen opnieuw financiële afspraken te worden gemaakt. De verwachting is dat deze in de lijn liggen van de benodigde middelen voor de RES 1.0. De financieringsafspraken voor RES 2.0 zullen verlopen via de stuurgroep RES Regio Noord-Veluwe en via het Regionaal Ambtelijk Overleg Duurzaamheid.

5

Communicatie/burgerparticipatie De RES 1.0 en RSW 1.0 zijn openbaar en worden gepubliceerd via de website www.energiestrategienv.nl Vervolg Na vaststelling van de RES gaan we stappen zetten op drie paden: 1. Het verankeren van de RES-afspraken in lokaal en provinciaal omgevingsbeleid. 2. Het betrekken van de lokale samenleving bij de concretisering van energieprojecten. 3. Het gezamenlijk zetten van de volgende stappen op weg naar uitwerking van de RES 2.0. Het volgende formele afstemmingsmoment over de RES 2.0 met u als raad is voorzien in 2023. Bijlage(n) 1. Aanbiedingsbrief RES 1.0 Noord-Veluwe aan colleges en raden 2. RES 1.0 Noord-Veluwe 3. RSW 1.0 Noord-Veluwe 4. Notitie Reflectie gemeenteraden en AB waterschap op inhoudelijke richting voor RES 1.0 en beantwoording 5. Netimpactanalyse RES Noord-Veluwe

Van de RES 1.0 is ook een Storymap gemaakt, een online omgeving met daarin de RES 1.0, de RSW, kaartmateriaal, verdiepende (achtergrond)informatie en de oplegnotitie. De storymap is een levend document en te raadplegen via: https://prvgelderland.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=994c29ac60444cfa9a56b8f8e 6883135

Elburg, 18 mei 2021 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,

de secretaris,

ir. J.N. Rozendaal

P.W. Wanrooij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=771416ce-cdb3-403c-9b15-ce56c825dbc5