Raadsvoorstel Project Opgroeien in een Kansrijke Omgeving 2022.docx
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
1.
project ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving’ op de Noord-Veluwe.
Datum Portefeuillehouder
31 oktober 2022 Willem Krooneman
Behandelaar:
Marijn Hofmeijer
Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen:
marijn.hofmeijer@elburg.nl 263740 5
Te nemen besluit: 1. 2.
In te stemmen met het vierjarige project ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving’ op de NoordVeluwe. In te stemmen met de projectstructuur die bestaat uit een lokale aanpak met regionale ondersteuning van het Trimbos-instituut, Nederlands Jeugd Instituut en de GGD NOG.
Inleiding De gemeenten Oldebroek, Elburg, Nunspeet, Harderwijk, Ermelo en Putten werken binnen het thema Volksgezondheid samen. In het najaar van 2021 is de regionale nota Volksgezondheid door de verschillende gemeenteraden aangenomen. Eén van de beslispunten hierin was een haalbaarheidsonderzoek doen naar het draagvlak voor de aanpak ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving’, oftewel OKO (voorheen IJslands Model genoemd) binnen de gemeenten op de NoordVeluwe. Dit haalbaarheidsonderzoek heeft inmiddels plaatsgevonden. Deze treft u aan in de bijlage. Uit het haalbaarheidsonderzoek wordt geconcludeerd dat er voldoende draagvlak is voor de OKO-aanpak. Dit raadsvoorstel is een vervolg op het haalbaarheidsonderzoek. Beoogd effect We willen een duurzame verandering creëren naar een gezondere leefstijl en omgeving voor jongeren. Met OKO willen we met een meerjarige aanpak een positieve trendbreuk in het middelgebruik en welbevinden onder jongeren bereiken: • Afname van alcoholgebruik onder jongeren • Afname van het roken onder jongeren. • Afname van softdrugsgebruik onder jongeren • Verbetering van de mentale gezondheid onder jongeren: o Het verhoogde risico op psychosociale problematiek onder jongeren neemt af. o Het aantal jongeren wat zich meestal gelukkig voelt neemt toe. o De eenzaamheid onder jongeren neemt af. o Het aantal veerkrachtige en weerbare jongeren stijgt.
o Meer jongeren hebben matig tot veel vertrouwen in de toekomst. Toelichting Uit de laatste cijfers van de GGD-monitor blijkt dat de tendens van middelengebruik onder jongeren op de Noord-Veluwe niet goed is. Het middelengebruik neemt niet af en groeit zelfs op onderdelen. Dit sluit niet aan bij doelstellingen van NIX 18 en vraagt om een nieuwe benadering rondom middelengebruik.
2
In de afgelopen twintig jaar is op IJsland, door introductie van het IJslandse Preventiemodel, het middelengebruik onder jongeren drastisch gedaald. Jongeren op IJsland behoren nu tot de minst gebruikende jongeren in Europa. Door de opvallende resultaten is het IJslands preventiemodel inmiddels ook in Nederland bekend. De afgelopen jaren hebben zes Nederlandse gemeenten in een leertraject het IJslandse preventiemodel (OKO) geïmplementeerd, ondersteund door het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut. Ze zijn enthousiast over de aanpak en adviseren andere Nederlandse gemeenten om ook op deze manier te gaan werken. In 2022 zijn nog 10 gemeenten gestart met deze aanpak. In 2023 gaan er nog meer gemeenten starten met OKO. Uit de evaluatie uit de eerste pilotperiode (2018-2021) kwam naar voren dat gemeenten positief zijn over OKO. Dit heeft met name te maken met de data gestuurde, community-based en evidence-based aanpak. Daarnaast richt OKO zich niet alleen op het voorkomen/verminderen van het gebruik van alcohol, drugs en tabak door jongeren. De OKO-aanpak heeft ook een positieve invloed op het verbeteren van welbevinden van jongeren. Precieze resultaten van de OKO-aanpak zijn nog niet te benoemen, hiervoor is het nog te vroeg. OKO is een investering voor de langere termijn.
Wel wordt door gemeenten aangegeven dat door deze aanpak de samenwerking tussen gemeente, welzijn en maatschappelijke partners is verbeterd. Door deze aanpak is er ook meer regie en een meer gerichte en afgestemde aanpak en inzet van middelen en mensen. Zo is er nu veel meer aandacht voor twee belangrijke helpende factoren in de OKO-aanpak: zinvolle vrijetijdsbesteding en ouderbetrokkenheid. Het voorstel is om in 2023 van start te gaan met OKO in de gemeenten op de Noord-Veluwe. Argumenten 1.1 De gemeente heeft wettelijk de taak om de gezondheid van jongeren te bevorderen en middelengebruik onder jongeren tegen te gaan. Gemeenten hebben vanuit de Wet Publieke Gezondheid de taak en verantwoordelijkheid om de gezondheid van inwoners te beschermen en te bevorderen. Daarnaast is in 2014 de Alcoholwet ingegaan die verkoop van alcohol aan minderjarigen verbiedt. 1.2. Middelengebruik door minderjarigen is schadelijk. Het puberbrein is volop in ontwikkeling en daardoor extra kwetsbaar. Het gebruik van alcohol, tabak en drugs verstoort die ontwikkeling en kan nadelige consequenties hebben voor de rest van het leven. Dit vraagt om het realiseren van een kansrijke leefomgeving voor jeugdigen waarin veel aandacht is voor welbevinden. OKO is daarvoor een succesvolle aanpak. 1.3 De norm is NIX18.
Om de gezondheid van jongeren te beschermen is er de landelijke norm dat jongeren onder de 18 jaar niet roken en niet drinken, daarom NIX 18. Het middelengebruik onder jongeren op de Noord-Veluwe neemt niet verder af en neemt op onderdelen zelfs toe. De acceptatie van alcoholgebruik door jongeren op de Veluwe is hoog. 18% van de ouders stemt in met het gebruik. De huidige aanpak leidt niet tot de gehoopte effecten van middelengebruik onder jongeren. Deze tendens is ook zeer schadelijk voor jongeren, aangezien ze bij veel gebruik significant grotere kans hebben op meer en andere problemen nu en in de toekomst. Een programmatische aanpak is daarom wenselijk.
3
1.4 Het doorbreken van de huidige tendens vraagt om een andere aanpak. Om de trend te keren is dus een andere aanpak nodig. De OKO-aanpak is die andere aanpak doordat deze data gestuurd, community-based en evidence-based is. En deze zich, naast het tegengaan van middelengebruik, ook richt ook op het vergroten van het welbevinden van de jongeren. 1.5 De adviesraden sociaal domein adviseren positief. De concept-memo “Opgroeien in een kansrijke omgeving (OKO) is in de regio vergadering van de Adviesraden Sociaal Domein besproken en toegelicht. Alle adviesraden (Oldebroek, Elburg, Nunspeet, Harderwijk, Ermelo en Putten) staan positief ten aanzien van het inzetten van het project “Opvoeden in Kansrijke Omgeving” (OKO) in hun lokale gemeente. Ook ondersteunen zij de regionale aanmelding bij het Trimbos-instituut. Omdat daarmee regionale ondersteuning van de programmatische benadering van het OKO-project wordt geborgd. De adviesraden ontvangen graag een integraal uitwerkingsdocument op grond waarvan lokale uitvoeringsplannen ontwikkeld kunnen worden. 1.6. OKO past binnen de vernieuwing van het sociaal domein. OKO is een voorloper en een aanjager van vernieuwing binnen het sociaal domein. OKO is een data gestuurde, community-based en evidence-based aanpak.
Door deze gestructureerde aanpak en het inzetten op een positieve kansrijke leefomgeving wordt de kwaliteit van samenwerking tussen de lokale partners versterkt en de integraliteit tussen verschillende programma’s geïntensiveerd. Daarnaast is het betrekken van jongeren en ouders een actief onderdeel van de werkwijze. 1.7 Het programma OKO is onderdeel van de gezondheidsnota. Het programma OKO is een integrale aanpak binnen gezondheid en wordt als onderdeel van de gezondheidsnota uitgevoerd. Daarom is het logisch om de gemeenteraad te informeren over de voortgang binnen de bredere evaluatie van het gezondheidsbeleid. 2.1. De uitvoering van OKO vindt lokaal plaats. De uitvoering van OKO vindt lokaal plaats. Er wordt per gemeente een lokaal plan gemaakt met lokaal betrokken partners. De lokale projectgroepen brengen met elkaar het plan ten uitvoer. De onderzoeken van de GGD NOG worden lokaal uitgewerkt en door de lokale projectgroep vertaald naar activiteiten. 2.2 De regionale ondersteuning versterkt de lokale aanpak. De implementatie van de lokale uitvoering wordt regionaal ondersteund. Jongeren houden zich niet aan gemeentegrenzen. Veel jongeren gaan in buurgemeenten naar school of naar hun vrijetijdsbesteding. Ook werken diverse organisaties regionaal.
Om meer effect te hebben op de jongeren en hun leefomgeving is het nodig dat de gemeenten gezamenlijk met OKO aan de slag gaan. De adviesraden adviseren ook positief over de regionale ondersteuningsstructuur. Met regionale ondersteuning kan de programmatische benadering van OKO lokaal beter worden uitgevoerd. Hiervoor zijn twee regionale projectcoördinatoren nodig die de lokale projectgroepen ondersteunen. De ondersteuning door het Trimbos-instituut en het onderzoek van de GGD wordt ook gezamenlijk opgepakt en bekostigd. 2.3 Lokale programma’s kunnen integreren met OKO. Het is mogelijk om de werkwijze van OKO te koppelen aan programma’s als de Gezonde School of JOGG. Deze richten zich ook op het creëren van een gezonde en dus kansrijke omgeving van jongeren. Het JOGG is inmiddels duurzaam geborgd en Gezonde School kan een onderdeel zijn van het Extra Contactmoment Adolescenten van de GGD. 2.4 Een regionale aanpak maakt de investering in OKO lokaal beter te dragen. Een essentieel onderdeel van OKO is het doen van onderzoek. Dit vraagt om extra inzet van de GGD. De kosten die dit met zich meebrengt zijn voor kleine gemeente in verhouding hoog. Regionale samenwerking verlaagt de kosten per gemeente. Hetzelfde geldt voor de kosten voor een projectleider. Ook is het effect van de aanpak groter wanneer gemeenten samenwerken in een regio.
2.5 De huidige omvang van preventie, jongerenwerk en onderwijs vraagt om een extra investering. OKO geeft de kans om de bestaande inzet programmatisch te verbeteren door middel van datagerichte en community-based aanpak. Dit vraagt om extra capaciteit van een projectleider en de GGD. Van elke
4
gemeente wordt in 2023 een inzet van 8-12 uur van de beleidsmedewerker Volksgezondheid verwacht. In de jaren erop is de verwachting dat de inzet minder zal zijn.
Kanttekeningen 1.1 OKO laat niet direct een meetbaar resultaat zien. De gemeenten die hebben deelgenomen aan de pilot geven aan dat resultaten niet direct zichtbaar zijn. Middelengebruik is een maatschappelijk probleem en dat vraagt om een lange adem en langdurige inzet om meetbare resultaten te zien. Echter er zijn wel directe resultaten terug te zien in de lokale samenwerking en het versterken van een kansrijke omgeving. De resultaten uit IJsland laten zien dat het effect pas op langere termijn zichtbaar is. 1.2 OKO vraagt een andere manier van samenwerken. De OKO-aanpak is anders dan de huidige aanpak en vraagt dus om verandering en draagvlak bij samenwerkingspartners. Dat kan weerstand oproepen. Het afgelopen jaar is gebleken dat relevante partners openstaan voor de OKO aanpak. Wanneer er gestart wordt met OKO wordt daar het eerste jaar verder op geïnvesteerd. Pilotgemeenten en hun partners geven terug dat deze andere manier van werken de samenwerking goed heeft gedaan 1.3 OKO vraagt een andere houding en rol van gemeenten. De keuzes die worden gemaakt binnen OKO worden samen met partners gemaakt. Dit wordt gedaan op basis van data. Dit kan betekenen dat er in de toekomst andere keuzes worden gemaakt. En dat van gemeenten een andere houding en rol en een wijziging van beleid vraagt. De rol van de gemeente zal meer die van samenwerkingspartner en facilitator zijn.
2.1 Regionale ondersteuning kan invloed hebben op de lokale aanpak. Regionale ondersteuning kan van invloed zijn op de lokale plannen en ideeën. Om te borgen dat er echt lokaal wordt gewerkt, is gekozen voor een lokale uitvoering met een lokaal plan gemaakt door de lokale projectgroep. De regionale opzet is vooral om kosten te delen en de benodigde expertise bij de projectleiders te borgen. Daarnaast heeft de regionale JOGG-structuur de afgelopen negen jaar bewezen dat regionale ondersteuning en lokale uitvoering een goede aanpak is die het lokale ten goede komt. 2.2 OKO vraagt een om extra investering De uitgaven van het sociaal domein staan onder druk. OKO vraagt op langere termijn – minimaal 4 jaar – om extra budget, terwijl het niet direct een meetbaar resultaat laat zien. Maar middelengebruik is een maatschappelijk probleem en dat vraag om een lange adem en langdurige inzet om meetbare resultaten te zien. Er zijn wel directe resultaten terug te zien in de lokale samenwerking en het versterken van een kansrijke omgeving. En de resultaten uit IJsland laten zien dat het effect op langere termijn zichtbaar wordt.
5
Financiën Kosten regionale projectondersteuning Er is budget nodig om de regionale ondersteuning voor OKO te financieren. Regionale inzet
Regionale
kosten
per
Regionale kosten per jaar
jaar Projectleiders
1,5 fte € 165.050,-- per jaar *
Dataonderzoek
GGD
In 2023 € 4.500,--
NOG
In 2025 € 16.500,-- **
Projectondersteuning
€ 15.000 per jaar ***
Trimbos-instituut *
Twee projectleiders die de projectgroepen ondersteunen.
lokale
Tweejaarlijks onderzoek door de GGD naar middelengebruik.
Trimbos-instituut biedt daarbij trainingen, tools, procesbegeleiding, uitwisseling met andere gemeenten en afstemming op landelijk niveau aan.
uitgaande van 1430 inzetbare uren per fté rekenend met een integraal uurtarief van € 77,-- (excl. BTW)
** bedrag zonder aftrek van SPUK data-onderzoek GGD *** bedrag zonder aftrek van SPUK-projectondersteuning
Het is nog niet duidelijk welke onderdelen van OKO in het bevolkingsonderzoek van de GGD NOG worden opgenomen. Het bedrag dat is opgenomen voor het data-onderzoek door de GGD NOG is een zo goed mogelijke aanname. De kosten voor OKO worden op basis van het aantal jeugdigen per gemeente als volgt verdeeld van 2023 t/m 2026. Gemeente Verdeelsleutel
Kosten 2023
Kosten 2024
Kosten 2025
Kosten 2026
Elburg
14,06%
€ 25.964
€ 25.331
€ 27.651
€ 25.331
Ermelo
14,06%
€ 25.964
€ 25.331
€ 27.651
€ 25.331
Harderwijk
27,60%
€ 50.968
€ 49.726
€ 54.280
€ 49.726
Nunspeet
16,15%
€ 29.823
€ 29.097
€ 31.761
€ 29.097
Oldebroek
14,06%
€ 25.964
€ 25.331
€ 27.651
€ 25.331
Putten
14,06%
€ 25.964
€ 25.331
€ 27.651
€ 25.331
100,00%
€ 184.665
€ 180.165
€ 196.665
€ 180.165
Daarnaast kan het zijn dat er lokaal nog een aanvullend uitvoeringsbudget nodig is. Landelijke bijdrage via Specifieke Uitkering Het Trimbos-instituut is momenteel met het ministerie van VWS een SPUK-regeling aan het uitwerken om gemeenten te ondersteunen met de implementatie van de OKO-aanpak. In deze SPUK-regeling komt een uitkering voor de ondersteuning door het Trimbos-instituut aan gemeenten en een uitkering voor GGD-en voor de uitvoering van het extra onderzoek voor het datagericht werken. De verwachting is dat hier grotendeels de kosten voor het Trimbos-instituut en het extra onderzoek door de GGD NOG uit gefinancierd kunnen worden. Lokale dekking Dekking voor de kosten van het project OKO zijn opgenomen in de Meerjarenprogrammabegroting 2023-2026. Communicatie/burgerparticipatie Communicatie met betrokken partijen volgt gedurende het traject.
6
Vervolg • Na positieve besluitvorming in de 6 gemeenteraden worden de volgende stappen gezet: • De regio wordt (definitief) aangemeld als deelnemer van het project OKO bij het Trimbos-instituut. • De regionale projectstructuur wordt opgezet en projectleiders worden geworven en aangesteld om • • •
in 2023 te kunnen starten. Het Trimbos-instituut zal de regio en de projectcoördinatoren ondersteunen in het opzetten van de lokale projectgroepen en lokale projectplannen. De GGD NOG wordt gevraagd om het data-onderzoek uit te voeren en de uitslag per gemeente te delen. De gemeenteraad wordt jaarlijks via een raadsinformatiebrief over de voortgang geïnformeerd.
Bijlage(n)
1. Raadsbesluit OKO project 2. Memo haalbaarheidsonderzoek ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving op de Noord-Veluwe’ 3. Advies adviesraden aanmelding Noord-Veluwe OKO project 4. Antwoordbrief advies adviesraden aanmelding Noord-Veluwe OKO project 5. Trendgrafieken jeugd- en kindermonitor 2021 Elburg
Elburg, 31 oktober 2022
De burgemeester,
waarnemend gemeentesecretaris,
Ir. J.N. Rozendaal
J. Hofstede