Pilot Sumona Elburg 2024-2025 - WIELSPC (1)
Tekst van het document
(I)
Indicatoren voor de pilot suïcidepreventie (SUMONA ELBURG):
1. Rol als aandachtsfunctionaris en ondersteuningspunt: - De sumona-ondersteuner is zichtbaar binnen Stichting WIEL en wordt benaderd voor individuele begeleiding van suïcidale inwoners, vragen over suïcidepreventie, en deskundigheidsbevordering van collega’s. - Indicatoren: - Aantal aanvragen van collega’s voor advies of casuïstiekbesprekingen. - Aantal inwoners dat direct naar de ondersteuner wordt doorverwezen voor hulp. - Inzicht in de tijdsinzet van de ondersteuner, met name in relatie tot intensieve casussen en samenwerking met ketenpartners (inclusief scholen). 2. Veiligheid en ondersteuning voor de ondersteuner: - De ondersteuner voelt zich bekwaam en veilig in de rol, met toegang tot inhoudelijke ondersteuning (bijvoorbeeld via SPC) en directe opschaling bij noodsituaties (huisarts/crisisdienst/politie). - Indicatoren: - Voldoende trainingen gevolgd en regelmatige intervisies. - Aantal casussen waarbij consultatie met ketenpartners plaatsvindt. - Aantal spoedsituaties waarbij opgeschaald is naar huisartsen of crisisdiensten. - Aantal uren besteed aan intervisie en overlegmomenten voor afstemming en emotionele ondersteuning van de ondersteuner. 3. Contactpersoon en verbinder met ketenpartners: - De ondersteuner fungeert als vast aanspreekpunt voor ketenpartners binnen de regio Elburg en stimuleert samenwerking tussen partijen op het gebied van suïcidepreventie.
Indicatoren: - Aantal formele samenwerkingen met ketenpartners. - Aantal doorverwijzingen tussen Stichting WIEL en ketenpartners. - Aantal gezamenlijke projecten of initiatieven om suïcidepreventie regionaal te versterken (bijv. voorlichting op scholen, opzetten nieuwe netwerken). 4. Implementatie van suïcidepreventieprotocol op scholen: - Beide VO-scholen (Kinsberg en Nuborg College) hebben eind 2025 een praktisch bruikbaar suïcidepreventieprotocol dat duidelijke verwijsroutes en nazorgmogelijkheden bevat. Indicatoren: - Aantal protocollen opgesteld en/of herzien op de scholen. - Aantal trainingen en workshops over suïcidepreventie gegeven aan schoolteams. - Inzicht in de tijdsinzet per school voor implementatie en samenwerking (afstemming met bestaande protocollen). 5. Bereik van suïcidale inwoners buiten de GGZ: - Stichting WIEL bereikt en ondersteunt suïcidale inwoners die niet in behandeling zijn bij de GGZ, en maakt inzichtelijk welke ondersteuning bij welke partij hoort. Indicatoren: - Aantal mensen in ondersteuning bij WIEL zonder GGZ-aanmelding. - Inzicht in de verwijsroutes en of deze correct gevolgd worden. - Aantal consultaties met ketenpartners over complexe casussen.
6. Training van lokale organisaties: - Lokale organisaties worden getraind in signaleren, bespreekbaar maken en doorverwijzen van suïcidale inwoners. - Indicatoren: - Aantal getrainde organisaties. - Aantal signaleringen en doorverwijzingen naar Stichting WIEL of andere zorgpartners. 7. Clienttevredenheid en effectiviteit: - Inwoners (circa 10-20 per jaar) geven aan dat zij weer grip hebben op hun suïcidale gedachten en weten waar zij terechtkunnen voor verdere hulp. - Indicatoren: - Tevredenheidsscores van cliënten. - Aantal cliënten dat zelfredzaamheid en verbeterde mentale gezondheid rapporteert. - Inzicht in het type ondersteuning dat het meest effectief blijkt en de benodigde tijdsinzet per traject.
(II)
Uitvoeringsplan
Periode: Oktober – november en december 2024: Voorbereidingsfase, start implementatie - Opstellen van een concrete planning voor de pilot. - Vaste momenten inplannen voor overleg met ketenpartners en de gemeente. - Introductietraining voor de Sumona-methodiek en casuïstiekbesprekingen opzetten. - Inventariseren van scholingsvragen bij lokale partners (scholen, huisartsen, etc.). - Start training tbv de aandachtfunctionaris in de Sumona-methodiek - Starten met het opstellen van een suïcidepreventieprotocol voor beide VO-scholen (uitgaande van bestaande protocollen). Januari – Maart 2025: Vervolg implementatie, evaluatie en optimalisatie - Eerste casuïstiekbespreking organiseren met ketenpartners. - Eerste evaluatie met de ondersteuner en betrokken partijen, met aandacht voor de tijdsinzet en werkbelasting. - Aanscherpen van methodieken en processen waar nodig. - Check met scholen over voortgang suïcidepreventieprotocol en benodigde tijdsinvestering. - Vastleggen van de ureninzet per school en afstemmen op regionale ondersteuning vanuit SPC. April – Juni 2025: Uitbreiding van het netwerk en samenwerking - Begin individuele begeleiding van suïcidale inwoners. - Eerste trainingen voor lokale partners op basis van geïnventariseerde vragen. - Vaste casuïstiekbesprekingen en intervisie organiseren.
- Suïcidepreventieprotocols afronden en presenteren op beide scholen, met lokale implementatie. - Opstarten van een communicatiecampagne voor zichtbaarheid van de sumonaondersteuner binnen de gemeenschap. - Betrekken van nieuwe ketenpartners (zoals welzijnsorganisaties, sportverenigingen, etc.) bij de suïcidepreventieaanpak.
Juli – September 2025: Monitoring en bijsturing - Halverwege evaluatie van de pilot: bespreken voortgang met gemeente, ketenpartners en scholen, inclusief monitoring op tijdsinzet en werkbepasting. - Bijsturen van interventies op basis van de voortgangsrapportage. - Verdere trainingen en deskundigheidsbevordering van lokale partijen. Oktober – December 2025: Eindfase en rapportage - Eindrapportage opstellen voor de gemeente en betrokken partijen. - Eindevaluatie met scholen, ketenpartners en inwoners over de impact van de pilot. - Voorbereiden van mogelijke opschaling of continuering van de aanpak in 2026. Monitoring: -
Tussentijdse evaluaties in samenwerking met de gemeente. Reguliere rapportages van de aandachtsfunctionaris over casuïstiek, samenwerking en cliënttevredenheid. Gegevensverzameling via SPC en andere betrokken partijen over doorverwijzingen en trainingsresultaten.