Organisatieverordening Elburg 2025 dropfmt
Tekst van het document
Organisatieverordening
gemeenteraad Elburg 2025 De raad van de gemeente Elburg;
gelezen het voorstel van het Presidium van 16 december 2025;
gelet op de artikelen 16, 33, 82, 83, 84 en 107a tweede lid, art. 107e, 155a van de Gemeentewet en artikel V 4 van de Kieswet;
besluit: vast te stellen de volgende verordening: Organisatieverordening gemeenteraad Elburg 2025.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a.
raad: de gemeenteraad van Elburg;
b. fractie: deel van de raad, bestaande uit een of meer raadsleden, die tot dezelfde politieke c.
groepering behoren;
voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;
d.
amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar
e.
subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm
f.
de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;
geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
g. h.
i. j.
k. l.
voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;
initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel; interruptie: korte vraag of opmerking zonder inleidend betoog;
Reguliere raadsvergadering: iedere raadsvergadering die op het vergaderschema van de raad staat vermeld;
College: College van Burgemeester en Wethouders;
Verwerkingsverantwoordelijke: de rol die de raad op grond van de Algemene Verordening
Gegevensbescherming heeft indien persoonsgegevens voor de taken van de raad waren verwerkt;
m. Algemene Verordening Gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees
Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119).
Hoofdstuk 2 Organisatie van de raad Artikel 2.1 Presidium 1.
De raad heeft een presidium.
2.
Het presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters of hun vervangers. De griffier
3.
Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan de vergadering.
4.
Het presidium houdt zich bezig met de organisatie en het functioneren van de raad, voor
5.
Het presidium stelt jaarlijks de bestuurlijke agenda van de raad vast.
6.
Het presidium vergadert in beslotenheid.
7.
Na vaststelling worden de notulen openbaar, tenzij expliciet is vermeld dat bepaalde delen van
is in elke vergadering van het presidium aanwezig.
zover het niet betreft de taken van de agendacommissie.
de notulen besloten blijven.
Artikel 2.2 Agendacommissie 1.
Er is een agendacommissie die werkt onder mandaat van het presidium.
2.
De agendacommissie bestaat uit de voorzitter en een aantal raadsleden. De griffier is in de
vergaderingen van de agendacommissie aanwezig. Tot de raadsleden behoren in ieder geval de vice-voorzitter van de raad en de commissievoorzitters.
3.
De agendacommissie heeft tot taak de conceptagenda's van de raad en de raadscommissies
op te stellen. Zij bepaalt de wijze van behandeling van de aangedragen onderwerpen alsmede de behandelrijpheid en compleetheid van de vergaderstukken.
4.
De agendacommissie heeft tevens tot taak de ontwikkeling van het dualisme in Elburg.
5.
lndien voorgedragen agendapunten naar het oordeel van de agendacommissie niet
6.
Als de agendacommissie verdeeld is over een bepaald onderwerp, wordt het onderwerp
7.
De agendacommissie is niet bevoegd om zelf nieuwe onderwerpen toe te voegen aan de
behandelrijp zijn, kan de agendacommissie deze terugleggen bij de indiener. teruggelegd bij het presidium.
agenda, maar beperkt zich tot de agendering van de onderwerpen die zij krijgt aangereikt vanuit de raad, de commissie, het presidium, het college, burgerinitiatieven en initiatiefvoorstellen.
8.
De agendacommissie stelt jaarlijks het vergaderschema voor de raad vast alsmede ad-hoc
9.
De agendacommissie agendeert waar nodig de ingekomen post uit de raadsvergadering en
vergaderingen.
opgewaardeerde onderwerpen. Voorwaarde voor agendering is dat de fractie die vraagt om
opwaardering schriftelijk motiveert wat en met welk doel precies het onderwerp besproken moet worden.
Artikel 2.3 Toelating nieuwe raadsleden en benoeming wethouder 1.
Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de griffier een commissie in bestaande
uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, waaronder de opgave van de nevenactiviteiten.
2.
De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en
doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.
3.
Bij de benoeming van een wethouder wordt een commissie ingesteld, die bestaat uit alle fractievoorzitters, welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de
Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het eerste en tweede lid. De commissie vergadert als tenminste de helft plus één van het aantal fractievoorzitters aanwezig is. Vervanging bij verhindering is niet mogelijk. 4.
In aanvulling op de vereisten in de Gemeentewet overlegt een kandidaat-wethouder ook een
5.
In opdracht van de burgemeester wordt voor alle kandidaat-wethouders een integriteitsscan
curriculum vitae en een Verklaring Omtrent Gedrag.
opgesteld door een daartoe gecertificeerd bureau. De resultaten van de scan worden met de burgemeester besproken, na toestemming van de kandidaat-wethouder. De conclusies en
aanbevelingen worden gedeeld met de geloofsbrievencommissie. De stukken zijn in beginsel niet-openbaar.
Artikel 2.4 Burgerraadsleden 1.
Fracties kunnen bij de raad maximaal twee personen voordragen, die als burgerraadslid namens
2.
Een burgerraadslid dient op een kieslijst te staan van de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezing
de fractie kunnen deelnemen aan de commissievergaderingen.
in Elburg. In de periode van het kalenderjaar voorafgaand en tot aan de nieuwe gemeenteraadsverkiezing vervalt deze eis.
3.
De raad benoemt het burgerraadslid nadat conform art. 2.3 lid 1 en 2 een
4.
Een burgerraadslid kan in voorkomende gevallen het raadslid vervangen in het Presidium en in de
5.
De burgerraadsleden zijn qua informatievoorziening gelijkgesteld aan raadsleden.
6.
De artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een
geloofsbrievenonderzoek is verricht die over de benoeming heeft geadviseerd. agendacommissie.
burgerraadslid. De burgemeester kan voor burgerraadsleden – na advies van de griffier – ontheffing verlenen van het verbod van art. 15 Gemeentewet.
Artikel 2.5 Fracties 1.
Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als een fractie beschouwd.
2.
Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.
3.
De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk
4.
Als een of meer raadsleden van een of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of
doorgegeven aan de voorzitter.
zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
5.
Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Artikel 2.6 Fractieondersteuning 1.
De fracties in de gemeenteraad van Elburg kunnen per jaar maximaal € 500,- declareren voor bestedingen aan het functioneren van de eigen fractie. Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken.
2.
De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: a.
b.
c.
d. e.
uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen;
betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie; giften;
betalingen aan raadsleden;
algemene opleidingen voor raadsleden tenzij deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van de deelnemers.
3.
Uitbetaling geschiedt uitsluitend op declaratiebasis. Op het declaratieformulier wordt duidelijk
4.
Declaraties worden ingediend bij de griffier en goedgekeurd door de griffier. Daarbij toetst de
5.
lndien de griffier een declaratie wil weigeren, wordt dit voorgelegd aan het presidium.
6.
lndien voor het eind van het jaar door een fractie minder dan € 500,- is gedeclareerd, vervalt
aangegeven waar het geld aan is besteed.
griffier de declaratie aan het gestelde in dit artikel.
het recht op dit restant bedrag. Resterende gelden kunnen niet worden doorgeschoven naar het volgende kalenderjaar.
7.
Bij splitsing van een fractie krijgt de nieuw gevormde fractie ook recht op € 500,-.
8.
In een verkiezingsjaar krijgen alleen de nieuw gekozen fracties de fractievergoeding.
Artikel 2.7 Ambtelijke bijstand 1.
Een raadslid kan zich tot de griffier wenden met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand.
2.
lndien de gevraagde bijstand niet door de griffier kan worden verleend, kan de griffier de gemeentesecretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.
3.
De gemeentesecretaris kan medewerking weigeren, als de gevraagde bijstand geen betrekking
4.
In geval de gemeentesecretaris medewerking weigert, kan de griffier het verzoek voorleggen
5.
lndien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende bijstand, doet hij of de
heeft op de werkzaamheden van de raad of als dit het belang van de gemeente kan schaden. aan de burgemeester. De burgemeester beslist over het verzoek.
griffier hiervan mededeling aan de secretaris. lndien overleg met de secretaris niet leidt tot
een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak.
Artikel 2.8 Griffier 1.
De griffier ondersteunt en adviseert de gemeenteraad, zijn leden, zijn voorzitter, en de door
2.
De griffier draagt zorg voor de voorbereiding, uitvoering en afwikkeling van de raad en haar
3.
De griffier geeft leiding aan de griffie.
4.
De griffier bewaakt de eenheid in de uitoefening van de taken van de griffie.
5.
De griffier bewaakt het raads- en griffiebudget.
de raad ingestelde commissies en hun voorzitters. commissies.
Artikel 2.9 Werkgeverschap griffie 1.
Er is een werkgeverscommissie griffie bestaande uit maximaal drie raadsleden. De leden
worden door de raad benoemd voor de gehele raadsperiode op voordracht van het presidium. De leden wijzen uit hun midden een voorzitter aan.
2.
De voorzitter is adviseur van de werkgeverscommissie.
3.
De griffier overlegt met de werkgeverscommissie over de invulling van de werkgeversrol door
4.
De vergaderingen van de werkgeverscommissie worden in het belang als bedoeld in artikel 5,
de gemeenteraad en de huishouding van de griffie.
tweede lid, onder e of artikel 5, vierde lid, van de Wet open overheid in beslotenheid gehouden.
5.
De agenda, de stukken en de besluitenlijst zijn openbaar, tenzij de werkgeverscommissie
beslist dat op grond van een belang, genoemd in artikel 5 van de Wet open overheid, hierop of een deel daarvan geheimhouding moet worden gelegd.
Artikel 2.10 Arbeidsvoorwaarden griffie
1.
Voor de toepassing van het personeelshandboek is de raad bevoegd ten aanzien van de
2.
De regelingen in het personeelshandboek dienen bij de uitvoering daarvan, behoudens de in
3.
griffier en de bij de griffie werkzame werknemers.
het derde lid vermelde uitzonderingen, als volgt te worden gelezen: a.
de werkgeverscommissie griffie treedt in de plaats van het college en in voorkomende gevallen
b.
de griffier treedt in de plaats van de gemeentesecretaris of de manager, voor zover het niet
c.
de werkgeverscommissie griffie is beoordelaar voor de griffier.
gaat om rechtspositionele besluiten die de griffier als persoon betreffen;
Beslissingen gericht op de arbeidsvoorwaarden van de griffier over de volgende onderwerpen behoudt de raad aan zich: a.
b. c. 4.
de portefeuillehouder;
aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst;
functieomschrijving en -waardering;
maatregelen met betrekking tot. een tekortkoming in het nakomen van de plichten welke de arbeidsovereenkomst aan de ambtenaar oplegt.
De werkgeverscommissie griffie is bevoegd de griffier en de op de griffie werkzame
ambtenaren voorschriften te geven als bedoeld in artikel 7:660 van het Burgerlijk wetboek. De beslissing van de werkgeverscommissie heeft onmiddellijk feitelijke werking en formele werking als de raad besluit die beslissing te bekrachtigen.
Artikel 2.11 Medezeggenschap griffie 1.
De griffie kent samen met de ambtelijke organisatie een gemeenschappelijke
2.
De gemeentesecretaris geldt voor de griffie als bestuurder in de zin van de Wet op de
3.
De bestuurder bespreekt een voorstel dat de griffie exclusief aangaat, voorafgaand aan de
ondernemingsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de ondernemingsraden. ondernemingsraden.
overlegvergadering met de griffier.
Artikel 2.12 De rekeningcommissie 1.
Er is een rekeningcommissie bestaande uit twee raadsleden.
2.
De griffie verzorgt het secretariaat van de rekeningcommissie.
3.
De griffie verzoekt jaarlijks aan twee raadsleden om zitting te nemen in de
4.
De rekeningcommissie adviseert de gemeenteraad over de goedkeuring van een vijftal
rekeningcommissie.
stichtingen, te weten: • • • •
Stichting Boedel Maria Harmens Courage Stichting Het Schipluidenfonds Stichting Vicarieen Elburg Stichting Het Goor
•
Stichting Het Weduwehofje
Artikel 2.13 Functionaris Gegevensbescherming 1.
De Functionaris Gegevensbescherming is niet tevens: a.
de griffier;
b.
een lid van de raad;
d.
een wethouder van de gemeente;
c.
e.
een burgerraadslid van de raad; de voorzitter van de raad.
2.
De Functionaris Gegevensbescherming wordt middels een besluit van de raad aangewezen.
3.
De raad kan in afwijking van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel het college de
4.
De raad is niet verplicht tot aanwijzing van dezelfde Functionaris Gegevensbescherming als
5.
Voor zover de raad dezelfde Functionaris Gegevensbescherming aanwijst als die voor het
bevoegdheid verlenen namens de raad de Functionaris Gegevensbescherming aan te wijzen. die het college heeft aangewezen, dan wel aanwijst.
college is of wordt aangewezen, blijft of wordt het college verantwoordelijk voor al die
aangelegenheden met betrekking tot het werkgeverschap, dan wel opdrachtgeverschap. 6.
Voor zover de raad dezelfde Functionaris Gegevensbescherming aanwijst als die voor het college is of wordt aangewezen, stelt het college de Functionaris Gegevensbescherming
voldoende middelen tot diens beschikking voor de uitoefening van diens taak voor de raad.
Artikel 2.14 Taken van de Functionaris Gegevensbescherming De Functionaris Gegevensbescherming vervult namens de raad de taken overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Hoofdstuk 3 Vergaderingen Paragraaf 1 Algemeen Artikel 3.1.1 Vergadermodel 1.
De gemeenteraad maakt onderscheid in een beeldvormende, meningsvormende en
besluitvormende behandeling. De agendacommissie stelt het karakter van de behandeling vast.
2.
Beeldvormende behandeling van een onderwerp heeft tot doel raadsleden te informeren over
3.
Meningsvormende behandeling van een onderwerp heeft tot doel dat de raadsleden
het onderwerp en heeft zoveel mogelijk een informeel karakter. argumenten uitwisselen.
4.
Besluitvormende behandeling heeft tot doel besluiten te nemen over geagendeerde
onderwerpen en zich politiek kunnen profileren van de fracties over het geagendeerde onderwerp.
5.
Beeldvormende en meningsvormende behandeling van onderwerpen vindt plaats in de
6.
Besluitvormende behandeling van onderwerpen vindt plaats in de raadsvergadering.
commissies.
Artikel 3.1.2 Agenda Bij aanvang van de vergadering stelt de raad c.q. de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van de voorzitter of een lid kan een onderwerp aan de agenda worden toegevoegd of verwijderd.
Paragraaf 2 De commissies Artikel 3.2.1 Samenstelling commissie 1.
De commissie bestaat uit: a.
b. c. 2.
een voorzitter: een door de raad te benoemen raadslid;
de leden: een raadslid per fractie of een burgerraadslid; secretaris: een medewerker van de griffie.
De onderwerpen voor een vergadering worden zoveel mogelijk gegroepeerd naar algemene bestuurszaken, ruimtelijke zaken en maatschappelijke zaken.
Artikel 3.2.2 Taken commissie Een commissie heeft de volgende taken: a.
het vergaren van alle benodigde informatie over de onderwerpen die op de agenda staan;
b.
in gesprek gaan met burgers over de geagendeerde onderwerpen;
d.
besluiten of de geagendeerde onderwerpen rijp zijn voor de raad, hetzij als hamerstuk hetzij
c.
e.
het uitwisselen van standpunten en argumenten tussen de fracties onderling;
als debatonderwerp in de raad. Een stuk kan alleen als hamerstuk naar de raad als alle fracties en het college het daarmee eens is;
overleg voeren met het college respectievelijk de burgemeester.
Artikel 3.2.3 Belangenverstrengeling 1.
Artikel 15 van de Gemeentewet is van toepassing op alle leden van de commissie en de
2.
In aanvulling op artikel 15 van de Gemeentewet adviseert een commissielid of een voorzitter
voorzitters.
niet aan derden die in geschil zijn met de gemeente.
3.
lndien commissieleden op grond van artikel 28 van de Gemeentewet niet mogen deelnemen
aan de stemming in de raad, nemen zij evenmin deel aan de voorbereiding in de commissie.
Artikel 3.2.4 Orde van de vergadering 1.
De voorzitter nodigt belanghebbenden, deskundigen en het college uit aan tafel.
2.
lnwoners en betrokkenen kunnen deelnemen aan de vergadering, op eigen verzoek of op
3.
Alvorens deel te nemen aan de vergadering hebben inwoners en betrokkenen de gelegenheid
uitnodiging van de agendacommissie.
om het woord te voeren over geagendeerde onderwerpen met uitzondering van: a.
b.
ter kennisname geagendeerde stukken;
indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
4.
De voorzitter bepaalt de lengte van de spreektijd aan de hand van het aantal deelnemers en
5.
De eerste termijn wordt gebruikt voor het vergaren van alle informatie bij de aanwezigen
6.
De tweede termijn wordt gebruikt voor het uitwisselen van argumenten en (voorlopige)
de zwaarte van de agenda. (beeldvorming).
standpunten (meningsvorming).
Artikel 3.2.5 Voorstel van orde 1.
De voorzitter en ieder lid van de commissie kunnen tijdens de vergadering mondeling een
2.
Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.
3.
Over een voorstel van orde beslist de commissie terstond.
voorstel van orde doen.
Artikel 3.2.6 Rondvraag De commissieleden kunnen in de commissievergadering het woord voeren over niet op de agenda geplaatste onderwerpen.
Artikel 3.2.7 Verslag Van de commissievergadering wordt een beknopt schriftelijk verslag en een videoverslag gemaakt.
Artikel 3.2.8 Spreekrecht burgers niet-geagendeerde onderwerpen 1.
Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende
maximaal dertig minuten het woord voeren over niet-geagendeerde onderwerpen. lndien
meerdere sprekers over een onderwerp willen spreken, hebben zij gezamenlijk maximaal 10 minuten. 2.
Het woord kan niet gevoerd worden: a.
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter
b.
over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
c. 3.
openstaat of heeft opengestaan;
indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd
evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
4.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Artikel 3.2.9. Besloten commissievergaderingen 1.
Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden uitsluitend naar de (burger)raads- en
2.
Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een vergadering ter vaststelling aangeboden.
collegeleden gemaild.
Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van het verslag.
3.
Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft
opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Paragraaf 3 De raad Artikel 3.3.1 Ambtsgebed 1.
De voorzitter opent de vergadering met het uitspreken van het ambtsgebed. De tekst luidt: "Almachtige God, Bij het begin van onze vergadering bidden wij U, in verbondenheid met velen, om Uw onmisbare zegen over onze werkzaamheden. Geef ons wijsheid en voorzichtigheid,
versterk in ons een diep besef van onze afhankelijkheid van U. Doe onze beraadslagingen en besluiten strekken tot bevordering van de ware belangen van onze gemeente. Amen." 2.
De voorzitter sluit de vergadering met het uitspreken van de volgende tekst: "Almachtige God! Wij danken U voor uw hulp bij het besturen van onze gemeente. Uw naam ontvangen daarvoor dank en eer. Amen."
3.
Deelnemers aan de vergadering zijn niet verplicht deel te nemen aan het ambtsgebed.
Artikel 3.3.2 Spreekrecht burgers Vervallen
Artikel 3.3.3 Primus bij hoofdelijke stemming lndien een raadslid vraagt om hoofdelijke stemming wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.
Artikel 3.3.4 lngekomen post De raad stelt, op voorstel van de griffier, de wijze van afdoening van de inkomen stukken vast.
Artikel 3.3.5 Verslag en besluitenlijst Van de vergadering wordt een videoverslag gemaakt en een besluitenlijst. De raad stelt de besluitenlijst vast.
Artikel 3.3.6 Vergaderorde en beraadslaging 1.
De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Aan het einde van een betoog in eerste termijn kan ieder raadslid interrumperen.
2.
In de 1e termijn hanteert de voorzitter een vaste sprekersvolgorde op basis van de
3.
Op verzoek van een lid van de raad, het college of op voorstel van de voorzitter kan de raad
4.
lndien raadsleden op grond van artikel 28 van de Gemeentewet niet mogen deelnemen aan de
verkiezingsuitslag (grootste partij eerst, kleinste partij laatst). besluiten de vergadering voor bepaalde tijd te schorsen.
stemming, nemen zij evenmin deel aan de beraadslaging.
Artikel 3.3.7 Voorzitter 1.
De plaatsvervangend voorzitter wordt op basis van een door de raad vastgestelde
2.
In het geval de voorzitter van de raad vanuit het oogpunt van zijn portefeuille aan de
profielschets, door de raad uit zijn midden benoemd.
beraadslaging deelneemt, wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de raad.
Artikel 3.3.8 Beslissing 1.
Na een stemming over eventuele amendementen vindt de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd.
2.
Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.
Artikel 3.3.9 Algemene bepalingen over stemming 1.
Voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te motiveren.
2.
De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. lndien geen stemming wordt gevraagd,
3.
In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht
stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.
4.
Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter (of de griffier) de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 3.3.3 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.
5.
De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige
6.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog
toevoeging.
herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 7.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 3.3.10 Stemming over amendementen en moties 1.
lndien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat
2.
lndien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het
3.
lndien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn
amendement gestemd.
subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.
ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.
4.
lndien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het
voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
Artikel 3.3.11 Stemming over personen 1.
Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.
2.
leder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming
moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.
3.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.
Artikel 3.3.12 Herstemming over personen 1.
Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt
2.
Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is
tot een tweede stemming overgegaan.
verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede
stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de
meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3.
lndien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Artikel 3.3.13 Beslissing door het lot 1.
Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet
2.
Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze
3.
Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op
plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. dit briefje voorkomt, is gekozen.
Paragraaf 4 Rechten van raadsleden Artikel 3.4.1 Amendement 1.
leder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen (sub)amendementen
indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.
2.
Een (sub)amendement wordt schriftelijke ingediend, tenzij de voorzitter oordeelt dat met een
3.
lntrekking van het (sub)amendement is mogelijk tot het moment van besluitvorming.
mondelinge indiening kan worden volstaan.
Artikel 3.4.2 Motie 1.
leder lid van de raad kan ter vergadering schriftelijk een motie indienen.
2.
De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de
3.
lntrekking van de motie is mogelijk tot het moment van besluitvorming.
beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.
Artikel 3.4.3 Voorstel van orde 1.
De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel
2.
Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.
3.
Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.
van orde doen.
Artikel 3.4.4 lnitiatiefvoorstel 1.
Een initiatiefvoorstel moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.
2.
Het college kan gedurende zes weken schriftelijk wensen en bedenkingen m.b.t. het voorstel
3.
De agendacommissie plaatst het voorstel inclusief de eventuele zienswijze van het college
indienen bij de raad.
op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.
4.
De behandeling van het voorstel vindt inhoudelijk plaats tenzij de raad oordeelt dat: a.
het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld;
b. het voorstel eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie.
Artikel 3.4.5 lnterpellatie 1.
Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste twee werkdagen voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend en wordt op de agenda van de
eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. leder raadslid kan een verzoek indienen. 2.
Voor het debat gelden de gebruikelijke debatregels met twee termijnen.
Artikel 3.4.6 Schriftelijke vragen
1.
Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd.
2.
De vragen worden bij de griffie ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.
3.
Schriftelijke beantwoording vindt plaats binnen dertig dagen. Vraag en antwoord gaan naar
4.
Dit artikel is ook van toepassing op burgerraadsleden.
alle raadsleden en worden gepubliceerd op de gemeentelijke website.
Artikel 3.4.7 Vragenhalfuur 1.
Aan het begin van een reguliere raadsvergadering (niet zijnde de raad voor de kadernota of de
2.
Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, mailt deze vragen uiterlijk
begroting) is er een vragenhalfuur.
op de dag van de raadsvergadering voor 9.00 uur bij de griffie. De voorzitter kan weigeren
een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt of wanneer de vragen niet de actualiteit betreffen. 3.
Een fractie kan maximaal twee vragen per vergadering stellen. Per vergadering worden
maximaal drie vragen behandeld, tenzij meer dan drie fracties een vraag hebben ingediend. In dat geval kan iedere fractie die een of meerdere vragen heeft ingediend, een vraag stellen.
4.
De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur
5.
De voorzitter kan per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de
6.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om een of meer vragen aan het
7.
Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst
8.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan
aan de orde worden gesteld.
burgemeester en voor de overige leden van de raad bepalen.
college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. het woord om aanvullende vragen te stellen.
de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
9.
Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 3.5.1 Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 3.5.2 Verslag besloten vergadering 1.
Conceptverslagen en conceptbesluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet
2.
Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten
verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier.
raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een
besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3.
De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 3.5.3 Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede
en derde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Hoofdstuk 4 De vertrouwenscommissie die de aanbeveling tot benoeming van de burgemeester voorbereidt, de
klankbordgesprekken met de burgemeester houdt en de aanbeveling tot herbenoeming van de burgemeester voorbereidt. Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 4.1.1 Taak De commissie heeft tot taak: a.
b. c.
de aanbeveling tot benoeming of herbenoeming van de burgemeester voor te bereiden en
de klankbordgesprekken met de burgemeester te houden. klankbordgesprekken te houden met de burgemeester.
Artikel 4.1.2 Samenstelling commissie 1.
De vertrouwenscommissie bestaat uit een lid per fractie, te benoemen door en uit de
2.
De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
3.
De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon.
4.
De commissie kent geen plaatsvervangende leden.
gemeenteraad.
Artikel 4.1.3 Ambtelijke ondersteuning 1.
De raadsgriffier is secretaris van de commissie en geeft ambtelijke ondersteuning aan de
2.
De gemeentesecretaris kan als plaatsvervangend secretaris ter ambtelijke ondersteuning aan
3.
De onder de leden 1 en 2 genoemde functionarissen zijn geen lid van en hebben geen
commissie.
de commissie worden toegevoegd. stemrecht in de commissie.
Artikel 4.1.4 Vergaderingen 1.
De commissie komt bijeen wanneer de voorzitter of minstens een derde van de leden dit nodig
2.
De voorzitter bepaalt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. De voorzitter roept
vindt. De commissie vergadert alleen als meer dan de helft van de leden aanwezig is. de volgende personen schriftelijk (brief of per mail) tot de vergadering op: a.
b. c.
d.
de leden van de commissie;
de sollicitanten naar het ambt van burgemeester, elk voor zover met de betreffende sollicitant een gesprek plaats heeft;
de burgemeester, voor zover met hem een gesprek plaats heeft;
de adviseurs, indien deze(n) aan de commissie zijn toegevoegd.
3.
De in het tweede lid bedoelde oproeping geschiedt ten minste 1 dag voorafgaand aan de
4.
lndien bijzondere omstandigheden een spoedige bijeenkomst van de commissie vergen kan
vergadering.
van deze termijn worden afgeweken doch geschiedt de oproeping ten minste 2 uren voorafgaand aan de vergadering.
Artikel 4.1.5 Stemming De commissie besluit over de vaststelling van een concept aanbeveling bij meerderheid van stemmen, waarbij elk lid een stem heeft. lndien de stemmen staken, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de
stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden de verschillende meningen in het verslag opgenomen.
Artikel 4.1.6 Verslag 1.
De commissie brengt over haar werkzaamheden ter voorbereiding van een aanbeveling
schriftelijk een verslag van bevindingen uit aan de gemeenteraad en aan de commissaris van de Koning.
2.
Dit schriftelijke, geheime verslag van bevindingen dat de commissie uitbrengt bevat in ieder geval: a.
een weergave van de wijze waarop de commissie haar werkzaamheden heeft verricht; en
b.
een concept aanbeveling met een gemotiveerde weergave van de bevindingen van de
c.
eventuele minderheidsstandpunten indien daarom door een lid van de commissie
commissie; en
gevraagd wordt.
Artikel 4.1.7 Geheimhouding 1.
Op alle informatie van de vertrouwenscommissie rust ingevolge de Gemeentewet de
verplichting tot geheimhouding, welke zich uitstrekt tot eenieder die van de informatie kennis draagt.
2.
De vergaderingen van de vertrouwenscommissie zijn ingevolge de Gemeentewet besloten. De voorzitter van de commissie wijst in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht. De
commissie legt in elke vergadering en in elk gesprek, met toepassing van artikel 86 van de
Gemeentewet, geheimhouding op over de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens
de vergadering of het gesprek. De (fungerend) voorzitter van de commissie ziet erop toe dat hieraan wordt voldaan. 3.
Stukken die van de vertrouwenscommissie uitgaan worden onder vermelding van "geheim" door
4.
Stukken bestemd voor de vertrouwenscommissie worden onder vermelding van "geheim"
de voorzitter en de secretaris ondertekend en verstuurd of bij de secretaris ter inzage gelegd. gezonden aan de secretaris en aldaar bewaard tot het moment van archivering. De secretaris ziet er op toe dat de vertrouwelijkheid in deze procesgang wordt gegarandeerd.
5.
Aan derden, die geen lid zijn van de vertrouwenscommissie, wordt ingevolge de Gemeentewet geen informatie verstrekt omtrent de inhoud van de stukken of het behandelde ter vergadering of in het gesprek.
6.
De vertrouwenscommissie zorgt er voor dat de geheimhouding blijft gewaarborgd bij het beheer van bescheiden, het voeren van correspondentie en bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken.
7.
De geheimhoudingsplicht blijft ingevolge de Gemeentewet van kracht ook in het geval de
8.
Het is dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de (plaatsvervangend)
commissie wordt ontbonden. secretaris en de adviseur(s).
Artikel 4.1.8 Archivering 1.
De secretaris van de commissie draagt er zorg voor dat na afronding van de herbenoeming en de klankbordgesprekken alle archiefbescheiden onverwijld in een envelop worden verzegeld
en gerubriceerd als "geheim", en worden geplaatst in de daartoe aangewezen archiefruimte. 2.
De secretaris van de commissie draagt er zorg voor dat in het belang van een zorgvuldige
overbrenging naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats, als bedoeld in artikel 12 van de Archiefwet 1995, een verklaring van overbrenging, als bedoeld in artikel 9 van het
Archiefbesluit 1995, wordt opgesteld voor archiefbescheiden waarvoor de wettelijke termijn verstreken is. In deze verklaring wordt melding gemaakt van het besluit tot toepassing van
artikel 15, eerste lid sub a, van de Archiefwet 1995 en de daarin gestelde beperkingen aan de openbaarheid, tot de archiefbescheiden 75 jaar oud zijn.
Paragraaf 2 Bepalingen inzake benoeming Artikel 4.2.1 Adviseur 1.
De commissie kan een of meer wethouders als adviseur toevoegen aan de commissie.
2.
Adviseurs worden uitgenodigd voor de vergaderingen van de commissie.
3.
Een adviseur is geen lid van en heeft geen stemrecht in de commissie.
Artikel 4.2.2 lnformatie over en gesprek met sollicitant De secretaris nodigt namens de voorzitter sollicitanten uit voor een gesprek met de commissie. De commissie treft daarbij voorzieningen die nodig zijn ter bescherming van de privacy van de sollicitant. Elk overleg met derden, in welke vorm dan ook, is uitgesloten.
Artikel 4.2.3 Bijzondere bepalingen inzake verslaglegging 1.
De commissie brengt van haar bevindingen verslag uit aan de raad en aan de commissaris
2.
Het verslag van bevindingen wordt in ieder geval vergezeld van een conceptaanbeveling van
van de Koning.
twee personen.
Artikel 4.2.4 Ontbinding Lopende een procedure tot benoeming is ontbinding van de commissie uitsluitend mogelijk met
ingang van de dag volgend op die waarop door de minister van BZK aan de gemeenteraad bekend is gemaakt dat in de vacature is voorzien.
Paragraaf 3 Bepalingen inzake de herbenoeming Artikel 4.3.1 Adviseur 1.
De commissie kan een of meer wethouders als adviseur toevoegen aan de commissie.
2.
Adviseurs worden uitgenodigd voor de vergaderingen van de commissie.
3.
Een adviseur is geen lid van en heeft geen stemrecht in de commissie.
Artikel 4.3.2 lnformatie over en gesprek met de burgemeester
1.
De commissie maakt vooraf aan de burgemeester kenbaar op basis van welke informatiebronnen zij zich een oordeel vormt over alle aspecten die in het herbenoemingsgesprek aan de orde kunnen komen.
2.
Basis voor de gesprekken zijn in elk geval de profielschets en de wettelijke taken van de
3.
Alvorens haar verslag van bevindingen aan de gemeenteraad, de commissaris van de Koning
burgemeester.
en de burgemeester te zenden, bespreekt de commissie dit met de burgemeester. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt dat bij het verslag van bevindingen wordt gevoegd.
4.
Concrete afspraken tussen de commissie en de burgemeester over de taakuitoefening worden expliciet in het verslag van bevindingen vermeld.
Artikel 4.3.3 Bijzondere bepaling inzake verslaglegging 1.
De commissie maakt vooraf aan de burgemeester, de gemeenteraad en de commissaris van
de Koning kenbaar op basis van welke informatiebronnen zij zich een oordeel zal vormen over het functioneren van de burgemeester. Daarbij baseert zij zich in ieder geval op de profielschets en de wettelijke taken van de burgemeester.
2.
Alvorens haar verslag van bevindingen aan de gemeenteraad, de commissaris van de Koning en de burgemeester te zenden, bespreekt de commissie dit met de burgemeester. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt dat bij het verslag van bevindingen wordt gevoegd.
3.
Het verslag van bevindingen wordt in ieder geval vergezeld van een conceptaanbeveling over
4.
Concrete afspraken tussen de commissie en de burgemeester over de taakuitoefening worden
de herbenoeming van de burgemeester. expliciet in het verslag vermeld.
Artikel 4.3.4 Ontbinding Lopende een procedure tot herbenoeming is ontbinding van de commissie uitsluitend mogelijk met
ingang van de dag volgende op die waarop door de minister van BZK aan de gemeenteraad bekend is gemaakt dat de burgemeester bij Koninklijk besluit is herbenoemd.
Paragraaf 4 Bepalingen inzake de klankbordgesprekken Artikel 4.4.1 Aantal 1.
De commissie houdt jaarlijks met de burgemeester een klankbordgesprek over de
2.
lndien de commissie dan wel de burgemeester de wens daartoe kenbaar maakt, houdt de
taakuitoefening.
commissie tussentijds een klankbordgesprek.
Artikel 4.4.2 Voorbereiding en inhoud
1.
De commissie maakt voorafgaand aan de klankbordgesprekken aan de burgemeester kenbaar
2.
De commissie gebruikt de profielschets en de wettelijke taken van de burgemeester als basis
3.
bij wie zij informatie zal inwinnen over de taakuitoefening door de burgemeester. voor de gesprekken.
Tevens betrekt de commissie hierbij het verslag van en de afspraken uit het vorige
klankbordgesprek.
Artikel 4.4.3 Bijzondere bepalingen inzake het verslag 1.
Alvorens het verslag vast te stellen, krijgt de burgemeester de gelegenheid te reageren op het
2.
Het verslag wordt getekend door de voorzitter en secretaris van de commissie.
3.
Raadsleden kunnen het verslag inzien. Het verslag is geheim en wordt niet openbaar gemaakt.
concept.
Een afschrift van het verslag wordt gezonden aan de commissaris van de Koning.
Paragraaf 5 Overige bepalingen Artikel 4.5.1 Onvoorziene gevallen In alle gevallen inzake de benoeming, herbenoeming of klankbordgesprekken waarin in hoofdstuk 4 van deze Verordening niet is voorzien, beslist de commissie.
Artikel 4.5.2 Ontbinding en wijziging van de samenstelling van de commissie 1.
De commissie blijft in stand zolang zij niet wordt ontbonden.
2.
De samenstelling van de commissie kan tussentijds worden aangepast met in achtneming van al hetgeen in hoofdstuk 4 is opgenomen.
Hoofdstuk 5 Afsluitende bepalingen Artikel 5.1 Slotbepalingen 1.
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist het presidium. Tijdens een vergadering beslist de voorzitter van de vergadering.
2.
Het presidium kan nadere regels stellen ter nadere uitleg van of aanvulling op het bepaalde in
3.
In afwijking van het eerste lid beslist de werkgeverscommissie over de toepassing van de
deze verordening.
rechtspositieregelingen betreffende de griffie.
Artikel 5.2 lnwerkingtreding, citeertitel en intrekking oude regeling 1.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.
2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Organisatieverordening gemeenteraad Elburg 2025.
3.
De Organisatieverordening gemeenteraad Elburg 2020 wordt per 1 januari 2025 ingetrokken.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Elburg in zijn vergadering van 16 december 2024.
De voorzitter, ir J.N. Rozendaal
De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing