Koopsweg 19_vastgesteld 09-04-2024
Tekst van het document
Gemeente Elburg Bestemmingsplan Koopsweg 19 Doornspijk
Vastgesteld
bestemmingsplan Koopsweg 19
EDOK-RO
EDOK-RO Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld 06 – 1395 0955 @ info@edok-ro.nl www.edok-ro.nl
Documenttitel
: Bestemmingsplan Koopsweg 19, Doornspijk
Gemeente
: Elburg
Datum
: 09-04-2024
Opsteller
: EDOK-RO In samenwerking met Berends Bouwadvies
Contactpersoon
: Dhr. E. Dokter
2
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
Inhoudsopgave
Vaststellingsbesluit
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende planologische situatie 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
9 9 9 11 12 12
Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
13 13 15
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie beleid
19 19 20 22 22 28
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Erfgoed 4.5 Flora en fauna 4.6 Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Geur 4.9 Bedrijven en milieuzonering 4.10 Externe veiligheid 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Kabels en leidingen 4.13 MER-toets
29 29 29 30 32 35 38 39 40 42 43 46 47 47
Hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen 5.1 Algemeen 5.2 Dit bestemmingsplan
51 51 52
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
55 55 55
Bijlagen
57
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
59
Bijlage 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
61
Bijlage 3
Watertoets
63
Bijlage 4
Archeologie
65
Bijlage 5
Quickscan natuurtoets
67
Bijlage 6
Stikstofonderzoek
69
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Koopsweg 19 Bijlage 7
Voortoets Natura 2000
71
Bijlage 8
Onderzoek marterachtigen
73
Bijlage 9
Onderzoek huismus
75
Bijlage 10
Akoestisch onderzoek
77
Bijlage 11
Participatieverslag
79
Regels
81
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
83 83 89
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch Wonen Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde Waarde - Waardevol landschap
91 91 93 97 101
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
103 103 105 107 109
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
111 111 113
Bijlagen Bijlage 1
Verbeelding
4
115 Landschappelijk inpassingsplan
117
119
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
Vaststellingsbesluit
(vastgesteld)
5
bestemmingsplan Koopsweg 19
6
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
Toelichting
(vastgesteld)
7
bestemmingsplan Koopsweg 19
8
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Koopsweg 19 te Doornspijk bevindt zich een agrarisch bedrijf met opstallen en bedrijfsgebouwen. Tevens is op het adres een agrarische bedrijfswoning aanwezig. De agrarische bedrijfsvoering is beëindigd. Alle bedrijfsbebouwing, behalve de agrarische bedrijfswoning wordt gesloopt en de bestaande bedrijfswoning met inwoning, wordt omgezet naar een reguliere woning. Ter compensatie van de sloop van de opstallen wordt een nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd langs de Koopsweg. Door de sloop van landschappelijk verstorende bebouwing, wordt leegstand en ongewenst gebruik tegengegaan en wordt door de landschappelijke inpassing van het perceel, de omgevingskwaliteit en belevingswaarde van het buitengebied versterkt. Het plan voorziet zowel in een kwantitatieve verbetering (het terugbrengen van het aantal m³ aan bebouwing in het buitengebied) als in een kwalitatieve verbetering (de vormgeving van de nieuwe bebouwing in een landschappelijke setting). Volgens het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018’ hebben de gronden de bestemming ‘Agrarisch’. Voorliggend initiatief past dan ook niet binnen het geldende planologische regime. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is daarom een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend document voorziet in een toelichting bij het bestemmingsplan.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied bevindt zich in het landelijk gebied van de gemeente Elburg, ten zuid-oosten van de kern Doornspijk. Het plangebied wordt aan de westzijde begrenst door de Koopsweg en aan de zuidzijde door de Scholtensweg. In figuur 1.1 is de globale ligging ten opzichte van kern Doornspijk weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied Het plangebied is gelegen op de Hoek Koopsweg - Scholtenssteeg, en wordt omringd door weilanden en verspreid liggende woningen.
(vastgesteld)
9
bestemmingsplan Koopsweg 19
Figuur 1.2: Luchtfoto van plangebied en omgeving
Kadastrale gegevens Kadastrale gemeente
: Doornspijk
Sectie
:D
Nummers
: 3130, 3131 (deels) en 3132 (deels)
Figuur 1.3: Uitsnede kadastrale kaart
10
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
1.3
Vigerende planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012, actualisatie 2018'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Elburg op 28 januari 2019.
Figuur 1.4: Uitsnede vigerend bestemmingsplan met globaal plangebied (rood) In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming: 'Agrarisch', de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde' en 'Waarde - Waardevol landschap'. De maximum goothoogte is 6 meter en de maximale bouwhoogte 10 meter. Tevens geldt de gebiedsaanduiding 'overige zone - zoekzone landschappelijke versterking'. De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bedoeld voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Verder mag er één bedrijfswoning per bedrijf gerealiseerd worden. De gebouwen hebben een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter bij bedrijfswoningen en 12 meter bij bedrijfsgebouwen. Gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gerealiseerd. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Waardevol landschap’ en ‘Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde’. De dubbelbestemming ‘Waarde - Waardevol landschap’ geeft aan dat het gebied bestemd is voor het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap. Bij toepassing van een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid moet aangetoond kunnen worden dat de kernkwaliteiten van het landschap niet aangetast worden. De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde’ is voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden in de bodem.
Dit wordt gewaarborgd door bij bodemingrepen waarbij de oppervlakte groter is dan 120 m² en dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld wordt gegraven een archeologisch onderzoek verplicht te stellen.
(vastgesteld)
11
bestemmingsplan Koopsweg 19
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Koopsweg 19" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding, schaal 1:1.000 (tek.no. NL.IMRO.0230.BPKOOPSWEG19-VST1) regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied. De gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de regels behorende bij het bestemmingsplan en tot slot wordt in hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid behandeld.
12
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande en toekomstige situatie
Bestaande situatie
Doornspijk Doornspijk (Thornspiic) wordt al genoemd in een oorkonde uit het jaar 796. In de 13e eeuw veranderde de naam Doornspijk in ‘Stat van den Elborch’ (Elburg).Doornspijk was hierna slechts een groot landelijk gebied met als religieus centrum, de St. Ludgeruskerk Doornspijk is een langgerekt dorp, aan de Zuiderzeestraatweg West. Het dorp is ontstaan vanuit een lintbebouwing langs deze weg. Het dorp is omgeven door agrarisch gebied, hoofdzakelijk weilanden. Een opvallende groenstructuur daarbij is het landgoed Klarenbeek. Het plangebied bevindt zich aan de zuidoostzijde van de kern Doornspijk; één van de vijf dorpskernen van de gemeente Elburg. Doornspijk is gelegen tussen in het zuiden de Veluwe en in het noorden voorheen de Zuiderzee en tegenwoordig Flevoland. Doornspijk bestaat grotendeels uit een agrarische gemeenschap. Het dorp is één van de oudste van de Noordwest-Veluwe. Dit komt doordat de grond van nature erg vruchtbaar was door de regelmatige overstromingen van de Zuiderzee. In het midden van de 19e eeuw werd de Zuiderzeestraatweg aangelegd, die de verbinding verzorgt naar Nunspeet in het zuiden en Elburg in het noorden. Landschap De planlocatie bevindt zich in het kleinschalige kampenlandschap. Het mozaïek verkavelingspatroon (wat is ontstaan door de houtwallen, houtsingels en perceelsgrenzen) is goed zichtbaar op historische kaarten.
Op deze kaarten is goed te zien hoe de verkaveling weinig is veranderd in de periode van 1900 tot nu. De kaarten laten echter duidelijk zien dat in het kleinschalige kampenlandschap, waartoe de planlocatie (rode cirkel op kaarten) behoort, de groene structuren van het landschap (houtsingels, houtwallen) voor een groot deel zijn verdwenen. Het plangebied Uit topografische kaarten (zie figuur 2.1) blijkt er op de locatie sinds 1875 sprake is van bebouwing en agrarische gronden.
Figuur 2.1: Topografische kaart uit 1875, 1925, 1975 en 2022
(vastgesteld)
13
bestemmingsplan Koopsweg 19 Het plangebied betreft een agrarisch perceel met een aantal opstallen. De opstallen bestaan uit een boerderij (1965) en een vijftal schuren. De schuren hebben verschillende bouwaarden. Een gedeelte is opgetrokken uit bakstenen muren. Gasbetonblokken, hout en sandwichpanelen. De schuren zijn gedekt met golfplaten daken (deels met dakbeschot). Rondom is de planlocatie ingericht als (sier-)tuin met verharding, parkeren, sierbestrating, gazons, zonnepanelen, borders en hagen. Het geheel heeft geen cultuurhistorische waarde.
Figuur 2.2: Luchtfoto bestaande situatie
Figuur 2.3: Foto vanaf de Scholtensweg, met de bestaande boerderij (bron: google earth)
14
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
Figuur 2.4: Foto vanaf de Koopsweg, met een aantal schuren (bron: google earth)
2.2
Toekomstige situatie
Initiatiefnemer wil haar agrarische bestemming inruilen voor 1 nieuw te bouwen vrijstaande woning. Initiatiefnemer woont zelf in een deel van de bedrijfswoning, op de agrarische bestemming. De nieuwe woning is bestemd voor de initiatiefnemer. De voormalige agrarische woning, wordt een reguliere woning. In de nieuwe situatie worden alle opstallen, behalve de boerderij gesloopt. De sloop van landschappelijk verstorende bebouwing waardoor tevens leegstand en ongewenst gebruik wordt tegengegaan en de mogelijkheid om het perceel landschappelijk in te passen versterkt de omgevingskwaliteit en belevingswaarde van het buitengebied. Het plan voorziet zowel in een kwantitatieve verbetering (het terugbrengen van het aantal m³ aan bebouwing in het buitengebied) als in een kwalitatieve verbetering (de vormgeving van de nieuwe bebouwing in een landschappelijke setting), zie ook Bijlage 1. Er is dan ook sprake van versterking van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. Landschappelijke inpassing Door 'Op 't Eekt Groenontwerp' is voor het perceel een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld (zie Bijlage 1). Bij de landschappelijke inrichting van het perceel worden cultuurhistorische elementen toegepast zoals knip- of scheerhaag, hoogstamboomgaard, solitaire bomen, houtsingel en elzensingel.
(vastgesteld)
15
bestemmingsplan Koopsweg 19
Figuur 2.4: Landschappelijke inpassingsplan Bij het opstellen van het landschappelijk inrichtingsplan zijn het Landschappelijk ontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente Elburg en het Gebiedsplan Zoekzones Landschappelijke Versterkingen & Groene Wiggen als basis gebruikt. Voor de inrichting zijn naast de uitgangspunten op gemeentelijk en provinciaal niveau ook de wensen van de iniatiefnemers meegenomen. Sober, onderhoudsvriendelijk, en liever geen zomereiken, waren de belangrijkste punten. De inrichting van het huidige erf past niet in het beeld van een traditioneel boerenerf qua beplanting, maar wel in de verdeling van het erf in ‘voor’ en ‘achter’ wanneer wordt gekeken vanuit de gebruiksfunctie van het erf. Deze lijn wordt uiterlijk voortgezet met het bouwen van de nieuwe schuur en de ‘schuur’woning. Maar doordat de ‘schuur’woning een woonfunctie heeft, met alle daaraan verbonden wensen en eisen ten aanzien van de omgeving, is een traditionele erfverdeling niet (geheel) passend. Uitgangspunt is te bekijken wat de belangrijkste wensen zijn vanuit landschappelijk c.q. cultuurhistorisch oogpunt en deze te combineren met de wensen van de iniatiefnemers, zodat er een balans ontstaat.
Vanuit de visie van Zoekzone ’t Harde wordt de landschappelijke structuur langs de Koopsweg en Scholtenssteeg versterkt door het aanbrengen van bomenrijen, waarvan de assortimentskeuze wordt bepaald door de aanwezige structuren. Achter de nieuwe schuur wordt een houtsingel aangebracht, welke niet alleen het kleinschalige landschap versterkt maar ook appelleert aan de cultuurhistorie van de plek. Naast en voor de nieuwe ‘schuur’woning zou een houtsingel met boomvormers het meest passend zijn, landschappelijk gezien, maar de woonfunctie vraagt om een andere oplossing. Het plaatsen van de fruitbomen aan de voorzijde van de nieuwe woning zorgt voor herkenbaarheid van het gebouw als woning op een traditioneel boerenerf. De elzensingel is een alternatief voor de houtsingel, welke op deze plek veel licht en zicht zou onttrekken. Vanuit de visie van Zoekzone ’t Harde zijn boomgroepen van sierbomen toegestaan.
16
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19 Naast de nieuwe schuur wordt een groep van sierappels geplaatst om deze zodoende aan het zicht te onttrekken. Verschillende solitaire bomen op het erf brengen balans in het geheel. Als afscheiding wordt een gemengde kniphaag van beuk, haagbeuk en Spaanse aak aangeplant. De nieuwe woning De nieuwe woning komt op de plek van de voormalige schuren. Qua uitstraling is deze woning ondergeschikt aan de boerderij. Het heeft een enkelvoudige hoofdvorm met een forse kap. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van natuurlijke materialen en gedempte kleuren. De bestaande uitrit zal door beide woningen worden gebruikt.
Figuur 2.6: Nieuwe situatie Hierna volgen de indicatieve gevels van de nieuwe vrijstaande woning, bestaande uit 1 laag met kap.
Figuur 2.7: Indicatieve gevels
(vastgesteld)
17
bestemmingsplan Koopsweg 19 Daarnaast vinden de (her)ontwikkelingen duurzaam, vanuit optimaal ruimtegebruik, energieneutraal en levensloopbestendig plaats. Hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem. Een dochter met haar gezin gaat in de voormalige agrarische bedrijfswoning wonen. Hierdoor behouden de ouders aandacht, evenals een goede ondersteuning, zodat er zo lang mogelijk thuis gewoond kan blijven worden. Kleur en materiaal gebruik Gestucte plint (antraciet) Metselwerk, wildverband Eiken schijngebint Dakpannen, zwart edelengobe Natuursteen dorpels Hardhouten kozijnen, deuren en ramen Parkeren vindt plaats op eigen terrein.
18
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk komt het van belang zijnde rijks-, provinciale en gemeentelijk beleid aan de orde. Eventueel sectoraal beleid is meegenomen in genoemde beleidsvelden of wordt in Hoofdstuk 4, bij de milieu- en omgevingsaspecten, beschreven.
3.1
Rijksbeleid
Het Europese beleid is in grote mate vertaald naar het rijksbeleid, onder meer in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het rijksbeleid wordt in deze paragraaf beschreven. 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Zwolle is aangewezen als een van de NOVI-gebieden. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: De Omgevingsagenda. Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Regio Zwolle betreft een regio die snel sterk groeit, waardoor de woningmarkt oververhit is geraakt en het mobiliteitssysteem onder druk komt te staan. Als gevolg van klimaatverandering en de ligging in een Delta loopt het watersysteem van de regio tegen grenzen aan.
In de regio Zwolle is klimaatbestendige groei een hoofdopgave. De ambitie is om groeiregio Zwolle verder te ontwikkelen tot een blijvend aantrekkelijke, klimaatbestendige en economisch vitale regio. In de samenwerkingsafspraken voor de uitvoering van de Novi is ander andere vastgelegd dat in het bijzonder aandacht wordt besteed aan kwetsbaarheden in de fysieke leefomgeving, zoals gezondheid, natuurlijke systemen (bv bodem, ondergrond, water, lucht), natuur (bv biodiversiteit, natuurgebieden, habitats) evenals landschap en openbare ruimte (bv waardevolle landschappen, erfgoed).
(vastgesteld)
19
bestemmingsplan Koopsweg 19 Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken van het SVIR. Voor het bestemmingsplan zijn de regels vanuit het Barro dan ook direct bindend en het meest van belang. Vanuit het Barro is alleen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) direct van toepassing. Het rijk heeft voor het NNN aangegeven dat de begrenzing ervan een verantwoordelijkheid is van de provincies. De regels voor deze gebieden moeten dan ook in de provinciale verordening worden vastgelegd. Daarbij gaat het om het aanwijzen van wezenlijke kenmerken en waarden van gebieden en de regeling voor de bescherming, instandhouding en ontwikkeling daarvan. Het plangebied ligt niet in het NNN, dus is er geen belemmering. 3.1.3
Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.
Conform jurisprudentie is bij 11 woningen geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) en bij 12 woningen wel sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Bij voorliggend plan wordt 1 nieuwe woning gerealiseerd. Dit is minder dan 11 woningen, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en dus de behoefte van de ontwikkeling niet hoeft te worden aangetoond. De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
3.2
Provinciaal beleid
Vanaf de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten ontstaan. Uitgangspunt van het provinciaal beleid is decentraal regelen wat kan en centraal regelen wat moet. Actieplan wonen Gelderland heeft te maken met een urgente vraag naar meer woonruimte. Tot 2030 moeten er in de provincie ruim 80.000 nieuwe woningen gebouwd worden. De urgentie is zo hoog, dat provincie Gelderland met een Actieplan Wonen een bijdrage wil leveren aan de uitvoering van de bouwopgave. Drie doelen staan in dit actieplan centraal: 1. versnelling van de woningbouw (sneller); 2. meer betaalbare woningen (betaalbaar); 3. meer flexibele woonvormen (flexibel). Het Actieplan Wonen versnelt de komende vijf jaar de bouwproductie van 43.000 woningen met vijftig
20
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19 doorbraakprojecten. Daarnaast zorgen de acties ervoor dat overal in Gelderland bestemmingsplannen voldoende bouwplannen zijn opgenomen die uitgevoerd kunnen worden. 3.2.1
in
Omgevingsvisie Gelderland
Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten vastgesteld. De visie is per 1 maart 2019 in werking getreden. De visie geeft het provinciale ruimtelijke beleid voor de komende jaren op hoofdlijnen aan. Wonen De kwaliteit van de leefomgeving wordt in de visie van groot belang geacht. Een goede kwaliteit van de leefomgeving draagt bij aan gezondheid. Hier hoort goed wonen bij, zowel in stedelijk als landelijk gebied. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De visie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Er wordt uitgegaan van concentratie van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Het streven is naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen. Gelderland moet een aanbod van woningtypen en woonmilieus hebben dat past bij de diversiteit van de woningvraag. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. Er worden regionale afspraken gemaakt over een goede balans tussen vraag en aanbod van woningen.
Natuur en landschap De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Voor de planontwikkeling is het thema Wonen van belang.
Wonen In artikel 2.2.1.1 (Wonen) is bepaald dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio en het Regionaal Programma Wonen. Het gaat om alle nieuwe woningen die in een bestemmingsplan worden opgenomen, dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing, vrijkomende agrarische bebouwing etc.
(vastgesteld)
21
bestemmingsplan Koopsweg 19 Toetsing Eén van de doelstellingen uit de Omgevingsvisie betreft het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Daarbij is het van belang om te ontwikkelen met kwaliteit en recht te doen aan de kwaliteiten van het gebied. Onderhavig plan betreft een functiewijziging van de bestemming 'Agrarisch' naar alleen de bestemming ten behoeve van wonen, waarvan de bebouwing zorgvuldig landschappelijk wordt ingepast in de omgeving. Door 'Op 't Eek' is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarbij rekening is gehouden met de landschapskenmerken van de omgeving (zie Bijlage 1). Dit landschappelijk inpassingsplan is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. De ontwikkeling past daarmee binnen de kaders van de Omgevingsvisie Gelderland.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe (februari 2019)
Binnen de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV) werken de deelnemende gemeenten samen op de thema's Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting. Op basis van deze samenwerking maken de deelnemende gemeenten en de provincie afspraken ten aanzien van kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van het woningbouwprogramma. Dit maakt onderdeel uit van de Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe. De regio signaleert dat er sinds het einde van de crisis een oplopend tekort is aan woningen. Starters op de woningmarkt zoeken een betaalbare plek om te wonen, mensen met een zorgvraag zijn naarstig op zoek naar een beschutte omgeving en er is vraag naar nieuwe woonvormen. De woningbouw blijft fors achter bij de behoefte. Tekort aan bouwmaterialen en personeel, met stijgende prijzen tot gevolg, spelen de productie parten. Daarnaast vraag de energietransitie de aandacht. In regionaal verband en met de provincie is de afspraak gemaakt dat de afzonderlijke woningbehoefte per gemeente bij elkaar wordt opgeteld; dit is de regionale behoefte. Dit wordt beschreven in afzonderlijke woonvisies. De woonbehoefte komt voort uit woningbehoefteonderzoek. De monitoring van de kwantitatieve behoefte gebeurt nu achteraf om zo flexibeler te kunnen inspelen op veranderingen in de woningmarkt. De voorgestane ontwikkeling van 1 woning voorziet in de woningbehoefte en zal zorgen voor doorstroming. 3.3.2
Mobiliteitsvisie en -agenda
In de Mobiliteitsagenda worden de plannen en projecten van de regio en de provincie weergegeven op de terreinen van onder andere openbaar vervoer, fietsvoorzieningen, het verbeteren van de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. De Mobiliteitsagenda is afgeleid van de Mobiliteitsvisie. Deze agenda zet vooral in op een goede bereikbaarheid van de regio. Daarbij hoort een goede en veilige bereikbaarheid op de fiets en met het openbaar vervoer. Daarnaast is een verbetering van de regionale verkeersveiligheid van belang, om zo het aantal verkeersongevallen te verminderen. Het is daarom van belang dat het plangebied goed en veilig bereikbaar is voor alle soorten verkeer.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Elburg 2018
De Omgevingsvisie is vastgesteld op 30 januari 2019. Het document geeft een integrale toekomstvisie voor de hele gemeente tot 2030. De visie van de gemeente is ‘samen naar een gezonde, veilige en duurzame balans tussen mens, ruimte en gebruik.’ Een deel van de beschreven keuzen in de visie is een herbevestiging en bestendiging van het al ingezette beleid en voor een deel wordt een nieuwe richting ingeslagen. Bij ontwikkelingen en investeringen staan de kernwaarden van de gemeente voorop. De kernwaarden zijn onderverdeeld in vijf thema’s: 1. leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving; 2. aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit;
22
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19 3. vitaal economisch klimaat; 4. duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; 5. bereikbaar, nabij en toegankelijk. Vanuit het thema 'Leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving' wordt onder meer ingestoken op wonen voor iedereen. Alle leeftijdsgroepen moeten aangenaam kunnen wonen in Elburg. Uitgegaan dient te worden van duurzame, energieneutrale en levensloopbestendige ontwikkelingen, waarbij indien mogelijk direct de zorgcomponent wordt meegenomen. Nieuwbouwprogramma's worden ingezet voor aantrekkelijke woonmilieus voor jong en oud. Een ander thema is het streven naar een aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit. De groene parels van de gemeente moet worden versterkt. Er moet respectvol met de waarden in de gemeente worden omgegaan. Voor de verschillende deelgebieden in de gemeente zijn zogenoemde Idee-kaarten ontwikkeld. Deze kaarten benoemen de ambitie voor het gebied en de uitgangspunten voor behoud en versterking van de omgevingskwaliteit en de identiteit van het gebied. Voor het plangebied geldt IDeekaart: Overgangszone
Figuur 3.1: Uitsnede omgevingsvisie Overgangszone Ambitie: Behoud en versterken van de diversiteit, in beleving, in gebruik en naar ecologische waarden. Koesteren van kleinschaligheid, authenticiteit en van de gradiënt. De recreatieve kracht van het gebied verder benutten en ontsluiten, parels (zoals de landgoederen) aaneenrijgen. Voorkomen van verdere versnippering van het gebied. Zorg dragen voor geleidelijke en aantrekkelijke overgangen tussen de bebouwingsclusters en het buitengebied. Kwaliteitsimpuls voor de (recreatieve)voorzieningen in het gebied is wenselijk, evenals aandacht voor goede fietsverbindingen met voorzieningen. Levensvatbare agrarische bedrijven blijven hier gevestigd met nevenactiviteiten (verbreding) of verdieping (zoals natuurinclusieve landbouw). Voor hergebruik van vrijkomende agrarische bedrijven liggen er kansen (onder voorwaarden), voor bijvoorbeeld recreatie, kleinschalige horeca, ambachtelijke bedrijvigheid, verkoop streekproducten, zorg en wonen. Ieder verzoek bekijken we op maat, ruimtelijke kwaliteit en een gezond leefklimaat (mens, dier en plant/boom staan voorop). Uitgangspunten kwaliteit: nieuwe ontwikkelingen inpassen in kleinschalig landschap met karakteristieke landschapselementen zoals houtwallen en singels op de perceelsgrenzen; landschappelijke karakteristiek met beslotenheid door verspreiding agrarische erven behouden en
(vastgesteld)
23
bestemmingsplan Koopsweg 19 versterken; openheid richting omliggende polders behouden en versterken; versterken doorgaand netwerk van kleinschalige landschapselementen; beeklopen beleefbaar maken; Toetsing aan de omgevingsvisie Door de sloop van agrarische bebouwing is het mogelijk de vrijstaande woning te realiseren. Hierdoor wordt verpaupering van het buitengebied voorkomen. De toekomstige bewoners zullen de plaatselijke economie versterken, waardoor voorzieningen een grotere overlevingskans hebben. Door de landschappelijke inrichting wordt de landschappelijke kwaliteit versterkt. 3.4.2
Woonvisie 2020-2025
De gemeenteraad heeft op 28 september 2020 de Woonvisie gemeente Elburg 2020-2025 vastgesteld. De Woonvisie is voor de komende jaren de leidraad bij vraagstukken over de toenemende vraag naar woningen, een krappe woningmarkt en het bouwen van (passende) woningen. De komende tien jaar zijn ongeveer 800 woningen nodig, waarvan een deel uit de ‘ombouw’ van het huidige woningaanbod moet komen. Het Klimaatakkoord, de vergrijzing en andere maatschappelijke ontwikkelingen zorgen ervoor dat de gemeente in de toekomst een andere inrichting van de leefomgeving krijgt. Grote uitdaging is om wonen voor iedereen betaalbaar te houden. Nieuwe woonvormen, verduurzaming en transformatie van de bestaande bebouwde omgeving vormen de fundamenten onder het nieuwe beleid. Dat moet onder andere jongeren, ouderen en mensen met een specifieke vraag voldoende perspectief bieden op passende huisvesting binnen de gemeentegrenzen. De gemeente gaat uit van een versnelde verantwoorde groei met 810 woningen tot 2030, gelet op de achterstand in de woningbouw en de druk op de woningmarkt (oplopende wachttijden in de huur, snellere verkooptijden van woningen en oplopende koopprijzen). Op 17 april 2023 is het addendum woonvisie 2020-2025 in werking getreden. De aanleiding hiervoor is dat de woningmarkt in de afgelopen jaren veel ontwikkelingen heeft doorgemaakt. Er is een grote schaarste aan huizen ontstaan.
Deze schaarste heeft er voor gezorgd dat de huizenprijzen flink zijn gestegen. Door de wooncrisis is de vraag naar meer regie vanuit de overheid op de woningmarkt ontstaan. De rijksoverheid heeft op 11 maart 2022 de nationale woon- en bouwagenda uitgebracht. De bouwplannen die hierin staan, vereisen regie op gebiedsniveau vanuit de gemeenten. Er moet een betere verdeling van de woningmarkt komen. Van de 900.000 te realiseren woningen tot 2030 moet twee derde betaalbaar zijn. Ook moet 30% van de oplage in de sociale huur sector vallen. De strakkere regie vanuit de rijksoverheid vraagt meer afstemming tussen het bouwprogramma van de gemeente met het rijk en de provincie. In de Woondeal 2023 heeft de regio Noord-Veluwe afspraken gemaakt met provincie Gelderland. Hierin worden afspraken gemaakt over de aantallen te bouwen woningen en percentages sociale huur en betaalbare koop. Onze huidige woonvisie sluit niet meer aan bij deze ontwikkelingen. Met de aangepaste prijscategorieën sluiten we aan op de afspraken met provincie en het Rijk. Daarnaast zal de woonvisie flexibeler opgesteld moeten worden, zodat de ontwikkelingen van de woningmarkt meegenomen kan worden. Met meer flexibiliteit kunnen nieuwe afspraken met de provincie ook beter verwerkt worden. In de afspraken die we als regio met de provincie maken komen specifiekere plannen naar voren.
De woonvisie zal algemeen blijven en de woondeal en het woonprogramma zal hier een concretere invulling aan geven. Er is behoefte aan een gedifferentieerd programma, met daarbinnen een aantal belangrijke accenten: Sociale huur: gelijkvloers, met name klein en betaalbaar (onder de eerste aftoppingsgrens). Orde van grootte komt overeen met de afspraken die we gemaakt hebben met de provincie en het Rijk. Momenteel is dit 31% van het totale programma in de periode tot en met 2030 zoals in de Woondeal 2023 afgesproken Betaalbare koop: (koop tot aan €355.000,--): Orde van grootte komt overeen met de afspraken die gemaakt zijn met de provincie en het Rijk. Momenteel is dit 32% van het totale programma tot en met 2030, zoals in de Woondeal 2023 afgesproken. Daarbij staan wij open voor meer variatie: kleinere woningen, met een evenwichtige prijs-kwaliteitsverhouding. We willen hierbij voorkomen dat woningen onder de marktprijs verkocht worden en de eerste koper bij verkoop grote winsten maakt. Een goede prijs-kwaliteitsverhouding is dan belangrijk;”
24
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
Middenhuur: beperkt, met name tot €1,000,--. Orde van grootte komt overeen met de afspraken die we gemaakt hebben met de provincie en het Rijk. Momenteel ligt dit op 6% van het totale programma in de periode tot en met 2030, zoals in de Woondeal 2023 afgesproken. De realisatie zal aankomen op maatwerk op geschikte locaties, in nauwe afstemming met ontwikkelaars; Al met al is de opgave om meer focus te leggen op het realiseren van woningen in de categorieën sociale huur, betaalbare koopwoningen tot €355.000,-- en de middenhuur. Dit zijn belangrijke segmenten voor doelgroepen als starters, ouderen, jonge gezinnen en bijvoorbeeld mensen die doorstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Hierin conformeren wij ons aan de afspraken zoals die zijn opgenomen in de Woondeal 2023. Momenteel zal dit gaan om 68% van de totaal te realiseren woningen tot en met 2030.”
Daarbij staat de gemeente open voor meer variatie: kleinere woningen, met een evenwichtige prijskwaliteitsverhouding. De gemeente wil hierbij voorkomen dat woningen onder de marktprijs verkocht worden en de eerste koper bij verkoop grote winsten maakt. Een goede prijs-kwaliteitsverhouding is dan belangrijk; Middeldure huur: beperkt, met name tot € 950. Orde van grootte is op basis van onderzoek lastig aan te geven. Is maatwerk op geschikte locaties, in nauwe afstemming met ontwikkelaars; Daarnaast twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen aan de voorraad toevoegen. Een deel daarvan zal gerealiseerd moeten worden onder € 365.000,-. De uitbreidingsbehoefte op langere termijn voor het duurdere segment is beperkt. Al met al is de opgave om 30-40% van het nieuwbouwprogramma te realiseren in de sociale huursector, goedkope koop en betaalbare koopwoningen tot € 265.000,-. Dit zijn belangrijke segmenten voor doelgroepen als starters, jonge gezinnen en bijvoorbeeld mensen die doorstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Hierin conformeren wij ons aan de afspraken zoals die zijn opgenomen in de Woondeal 2023. Momenteel zal dit gaan om 68% van de totaal te realiseren woningen tot en met 2030.” In de woondeal regio Noord-Veluwe van 2023 staat het regionale aandeel aan sociale huur op 29%.
Voor Elburg staat dit op 31% van de te realiseren woningen. Op grond van de Woondeal moet in Elburg 32% van de nieuwbouw worden gerealiseerd in het betaalbare segment. Dat betreft alle woningen tot € 355.000,00. Het onderscheid tussen sociale koop en betaalbare koop in onze Woonvisie is om die reden overbodig geworden. De € 355.000,-- betreft de NHG-grens 2022. Om de betaalbaarheid van dit segment te waarborgen heeft de regio deze prijs vastgezet voor de periode tot en met 2030. Vanuit de Woondeal is de wens om een getal te plaatsen bij de categorie middenhuur. Deze categorie is relevant voor de beoogde doelgroepen uit onze woonvisie. Hierbij gaat het voornamelijk over de starters en ouderen. De grens van €1.000,-- wordt aangehouden door het Rijk. De categorieën van sociale huur, betaalbare koopwoningen tot €355.000,-- en de middenhuur sluiten aan bij de doelgroepen uit onze woonvisie: starters, jonge gezinnen, ouderen en de uitstroom uit wonen en zorg. De afspraak die de regio met de provincie heeft gemaakt resulteert in 65% betaalbaarheid. In Elburg ligt dit aandeel op 68%. Doelstellingen zoals deze in de afspraken met de provincie zijn opgesteld.
Conform de Woondeal 2023 betreft dat de volgende verdeling: 31% in sociale huur 32% betaalbare koop 6% middenhuur 31% nieuwbouw in duurdere segment (boven €355.000,--) In het overzicht van de doelstellingen komen de categorieën en de verdeling hiervan overeen met de afspraken die gemaakt zijn tussen regio Noord-Veluwe en provincie Gelderland. Toetsing aan de woonvisie: Dit plan behelst de realisatie van een vrijstaande levensloopbestendige woning in het landelijke gebied, waarbij sprake is van transformatie van leegstaand vastgoed. Bij de inrichting van het perceel wordt voldoende rekening gehouden met klimaatadaptatie. Dit voldoet aan de opgave vanuit de
(vastgesteld)
25
bestemmingsplan Koopsweg 19 woonvisie. 3.4.3
VAB-beleid gemeente Elburg
Voor de verandering van de bestemming ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ wordt gekeken naar het VAB-beleid 2016 van de gemeente Elburg. Hierin worden de voorwaarden gekaderd waarbinnen vrijgekomen agrarische bebouwing aangepast mag worden. Voor de transformatie naar de bestemming ‘Wonen’ gelden de volgende regels: Om in aanmerking te komen voor het bouwen van één of meerdere reguliere woningen dient minimaal 3.450 m³ aan bedrijfsbebouwing aanwezig te zijn op het perceel, exclusief de bestaande woning. Voor elke nieuw te bouwen woning dient minimaal 3.000 m³ aan bedrijfsbebouwing, exclusief de bestaande woning, te worden gesloopt. Elke nieuw te realiseren woning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m³. Naast de bestaande woning zijn maximaal vier woningen in maximaal twee gebouwen toegestaan op het perceel. Er komen maximaal drie bouwvlakken op het perceel, voor maximaal vijf woningen. De bestaande en nieuw te bouwen woning(en) krijgen een reguliere woonbestemming (W) conform het bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012’. Indien er sprake is van dubbele bewoning zal de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – dubbele bewoning’ toegevoegd worden. Indien er sprake is van één (of meerdere) vrijstaande woning(en) op het erf dan zal deze als vrijstaande woning worden aangeduid. Verder zijn ook een aantal doelstellingen opgenomen in het VAB-beleid 2016.
Voornamelijk ‘het verbeteren van de omgevingskwaliteit en belevingswaarde van het buitengebied’ en ‘het verbeteren van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied op sociaal en economisch gebied’ zijn belangrijke speerpunten waaraan getoetst dient te worden. Toetsing Het plan voldoet niet geheel aan de voorwaarden, maar wel aan de hoofddoelstelling van het VAB-beleid: Kwaliteitsverbetering van het landschap door een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en het tegengaan van verrommeling van het buitengebied. Agrarische landschappelijk verstorende bebouwing wordt gesloopt en door het landschappelijk inpassingsplan (zie Bijlage 1) wordt een dusdanige kwaliteitsimpuls gegeven dat het plan in lijn is met het gedachtegoed en de doelstellingen van het VAB-beleid. Door het landschappelijk inpassingsplan wordt de omgevingskwaliteit en de belevingswaarde van het buitengebied versterkt. Door de sloop van de opstallen voorziet het plan in zowel een kwantitatieve verbetering (het terugbrengen van het aantal m 3 aan bebouwing in het buitengebied) als ook in een kwalitatieve verbetering (de vormgeving van de nieuwe bebouwing in een landschappelijke setting). Door de toevoeging van een nieuwe woning wordt verpaupering voorkomen en wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit van het buitengebied van de gemeente Elburg.
Daarnaast vindt de (her)ontwikkelingen duurzaam, vanuit optimaal ruimtegebruik, energieneutraal en levensloopbestendig plaats. Met de realisatie van een energiezuinige en levensloopbestendige woning op het eigen erf wordt hier op een goede manier invulling aan gegeven. Dit plan voldoet aan de doelstellingen van het VAB beleid, omgevingsvisie en woonbeleid. Het plan voorkomt verloedering van het perceel, draagt bij aan de vitaliteit van het buitengebied en door de landschappelijke inpassing wordt de belevingswaarde van het landelijk gebied versterkt. 3.4.4
Welstandsnota
De gemeenteraad van Elburg heeft op 25 november 2013 de Welstandsnota vastgesteld. In de nota is het welstandsbeleid van de gemeente Elburg beschreven en zijn zowel gebiedsgerichte als algemene welstandscriteria geformuleerd. In de welstandsnota worden 20 deelgebieden onderscheiden. Het plangebied is gelegen in deelgebied 'Buitengebied'.
26
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
Figuur 3.2: Indeling in deelgebieden (Bron: Welstandsnota Elburg, SRO) Aan elk deelgebied is een welstandsniveau toegekend. Er wordt onderscheid gemaakt in drie welstandsniveau's, te weten: 'Welstandsniveau I, Zware toetsing'; 'Welstandsniveau II, Reguliere toetsing'; 'Welstandsvrij'. Dit deelgebied 'Buitengebied' heeft een open en landschappelijk karakter. Hierbinnen worden geen welstandsvrije gebieden aangewezen. Hiervoor zal altijd welstandsniveau II worden toegepast (uitgezonderd monumenten, buitenplaatsen en landgoederen). De welstandsbeoordeling richt zich op het handhaven of gericht veranderen en verbeteren van de basiskwaliteit van het gebied. Bij de toetsing wordt gelet op: Relatie met de omgeving. Bouwwerk op zichzelf. Detaillering waar van essentieel belang. De nieuw te bouwen woning zal bij de omgevingsaanvraag worden voorgelegd aan de welstandscommissie.
(vastgesteld)
27
bestemmingsplan Koopsweg 19
3.4.5
Parkeernota
Voor de gemeentelijke parkeerregeling geldt de in september 2014 vastgestelde (inter)gemeentelijke Parkeernota en de door burgemeester en wethouders vastgestelde ‘Nadere regels parkeernormen en hoogte financiële voorwaarde’. Voor parkeren geldt als uitgangspunt dat op eigen erf geparkeerd moet worden. Een bouwplan wordt getoetst aan de algemene bouwregels, waarin de eis is opgenomen voor voldoende parkeervoorzieningen op eigen perceel. Het parkeerbeleid is in veel bestemmingsplannen geregeld met een verwijzing naar het Programma van Eisen voor de inrichting van de openbare ruimte van de gemeente Elburg. Op die manier beschikt(e) de gemeente Elburg over de mogelijkheid om bij ruimtelijke ontwikkelingen eisen te stellen aan het parkeren. Het perceel is ruim genoeg om op eigen terrein te parkeren (zie 4.11).
3.5
Conclusie beleid
Uit voorgaande paragrafen blijkt dat het planvoornemen niet in strijd is met het beleid.
28
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Algemeen
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.
4.2
Bodem
4.2.1
Algemeen
Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Bovendien dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden indien gebouwen worden gerealiseerd voor menselijk verblijf. 4.2.2
Onderzoek
In oktober 2022 is door Eco Reest een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 2). Doel van het verkennend chemisch onderzoek is: een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen). Doel van het verkennend asbestonderzoek is: om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie tot circa 3,7 m-mv opgebouwd is uit zand. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 2,2 m-mv. Tijdens het veldwerk is plaatselijk een bijmenging met baksteen in de bodem waargenomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen.
Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In het geanalyseerde monster (puinhoudend) van de bovengrond overschrijden de gehalten aan koper en zink de achtergrondwaarden. Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten, boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Grondwater: In het grondwater overschrijden geen gehalten aan de onderzochte parameters de streefwaarden en/of detectiegrenzen. Uit de asbestanalyses is het volgende naar voren gekomen: In het geanalyseerde mengmonster van de bovengrond een gehalte aan asbest is aangetoond beneden de helft van de interventiewaarde. In het geanalyseerde mengmonster van de toplaag van de bodem en gehalte aan asbest is
(vastgesteld)
29
bestemmingsplan Koopsweg 19 aangetoond beneden de helft van de interventiewaarde. Verkennend chemisch bodemonderzoek Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming ‘wonen’ van het terrein, blijkt dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. Verkennend asbestonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek concluderen wij dat in de geanalyseerde mengmonsters van de toplaag van de bodem ter plaatse van de onverharde druppelzones van de asbestverdachte daken asbest is aangetoond. Het ter plaatse van de druppelzones aangetoonde gehalte aan asbest ligt ruim onder de helft van de interventiewaarde. De hypothese “verdachte locaties” wordt op grond van de resultaten van het huidige asbestonderzoek met betrekking tot de onderzochte terreindelen (druppelzones) bevestigd. Op grond van de huidige resultaten, waarbij de helft van de interventiewaarde niet is overschreden, is geen nader asbestonderzoek noodzakelijk. 4.2.3
Conclusie
Uit het bodem- en asbestonderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de realisering van het plan.
4.3
Water
4.3.1
Algemeen
Het waterbeleid is op verschillende bestuurslagen vormgegeven. Op Europees niveau de Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG), op rijksniveau is het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 met doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). Op provinciaal niveau zijn 3 speerpunten onderscheiden: 1. Ruimte voor water. 2. Regionale berging. 3. Voldoende en kwalitatief goed drinkwater. Het waterschap Vallei en Veluwe heeft tenslotte haar beleidsuitgangspunten in Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgelegd. In de Keur en legger zijn regels opgenomen.
haar
Het waterbeheerprogramma gaat uit van 6 hoofddoelen: 4. We beschermen het gebied tegen overstromingen. 5. We zorgen voor de juiste hoeveelheid water. 6. We zorgen voor de goede oppervlaktewaterkwaliteit. 7. Schoon en vuil water worden zo veel mogelijk gescheiden. 8. We halen de hoogst mogelijke waarde uit water. 9. We beheren de waterketen en watersysteem als één systeem, samen met partners. BOP 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument
30
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19 van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaalld naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Waterparagraaf In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets).
Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Daarnaast heeft de gemeente het Beleids- en Beheerplan Water en Riolering. Hierin wordt een waterberging van 60 mm per m2 verhard oppervlak gevraagd. 4.3.2
Onderzoek
Het waterschap Vallei en Veluwe is in juni 2022 door EDOK-RO, geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). Uit de watertoets blijkt: In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan heeft op 20 september 2022, het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.
(vastgesteld)
31
bestemmingsplan Koopsweg 19 Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. Waterbergingseis Het plan dient aan de gemeentelijke waterbergingseis te voldoen van 60 mm per m 2 verhard oppervlak. Dit kan ruim voldoende op eigen perceel worden geborgen. Bij de omgevingsaanvraag zal worden aangegeven hoe aan deze bergingseis wordt voldaan. 4.3.3
Conclusie
Water is geen belemmering voor de realisatie van de vrijstaande woning. De watertoets is als Bijlage 3 toegevoegd aan dit plan.
4.4
Erfgoed
4.4.1
Archeologie
Algemeen Wet op de archeologische monumentenzorg In de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: "de veroorzaker betaalt". Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief "in situ" (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologie vriendelijke alternatieven. Sinds 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Zolang de Omgevingswet nog niet in werking is getreden, vallen de artikelen waarin de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zijn vastgelegd, nog in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Onderzoek Het plan is voorgelegd aan de regio-archeoloog, zijn bevindingen zijn weergegeven in Bijlage 4.
32
(vastgesteld)
bestemmingsplan Koopsweg 19
Figuur 4.1: Archeologische verwachtingskaart + topokaart 1832 Op de topokaart 1832 (bruin=bouwland, groen=weiland) is het perceel weergegeven als bouwland. Het plangebied heeft een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische waarden. In dit geval komt dat door het voorkomen van een historisch erf dat zuidwestelijk van het plangebied ligt. Op de verwachtingenkaart is een buffer rond dit erf gelegd, omdat eventuele voorlopers van dit erf binnen deze buffer verwacht kan worden. In plangebied Rimpeler, Putten is dit tijdens veldwerk vastgesteld. Historische erven wandelen zogezegd. Ook in de Achterhoek is dit met veldwerk vastgesteld. Als je de buffer weghaalt, is de onderliggende verwachting middelmatig en geldt een vrijstellingsgrens van 500 m2. Het advies van de regio-archeoloog is: Vanwege onderliggende middelhoge verwachting (vrijstellingsgrens 500 m 2), de bouw van diverse opstallen en erfinrichting, erfgebruik wordt archeologisch onderzoek niet verlangd. De kans op het aantreffen van archeologische waarden wordt klein geacht. Conclusie Het aspect archeologie is geen belemmering voor het plan. Ook voor het vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen.