Koeweg 1a en 1b 't Harde_bijlagen bij toelichting_Bijlage 3 onderzoek bedrijven en milieuzonering
Tekst van het document
6 maart 2023 | BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING
Koeweg 1a en 1b te ’t Harde
Advies op het gebied van milieu en geo-informatie
Colofon Onderzoek bedrijven en milieuzonering Koeweg 1a en 1b te ’t Harde Projectnummer: 22.2195 Status: Definitief Datum: 6 maart 2023 Opdrachtgever Adviesbureau op vrije voet Projectlocatie Koeweg 1a en 1b 8084 PN ’t Harde Opdrachtnemer Ordigi Bezoekadres: Burg. Verdijkplein 1 5835 AR Beugen Correspondentieadres: Postbus 186 5830 AD Boxmeer www.ordigi.nl Projectleiding Ordigi De heer B.H.G. Boonen Senior Adviseur 085-1063120 bas@ordigi.nl
© maart 2023 Ordigi B.V.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Ordigi. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Ordigi verwerpt elke aansprakelijkheid voor een ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor deze wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan worden veranderd zonder voorafgaande kennisgeving.
Inhoud HOOFDSTUK 1 Inleiding .................................................................................................................................. 1 1.1
Aanleiding........................................................................................................................................... 1
1.2
Plangebied ......................................................................................................................................... 1
1.3
Leeswijzer .......................................................................................................................................... 2
HOOFDSTUK 2 Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................ 3 2.1
Onderzoeksvragen ............................................................................................................................ 3
2.2
Uitwaartse of inwaartse milieuzonering ........................................................................................... 3
2.3
Omgevingstypen ............................................................................................................................... 3
2.4
Richtafstanden .................................................................................................................................. 3
HOOFDSTUK 3 Geurhinder en veehouderijen.............................................................................................. 5 3.1
Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ................................................................... 5
3.2
Voorgrondbelasting .......................................................................................................................... 6
3.3
Aan te houden afstanden ................................................................................................................. 6
3.4
Geurbelasting versus geurhinder ..................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 4 Uitwerking en resultaten ...................................................................................................... 8 4.1
Richtafstanden bedrijven en milieuzonering.................................................................................... 8
4.2
Voorgrondbelasting .......................................................................................................................... 9
4.3
Aan te houden afstanden ................................................................................................................. 9
4.4
Beoordeling woon- en leefklimaat geurhinder ................................................................................ 9
HOOFDSTUK 5 Samenvatting en conclusies ............................................................................................... 11 5.1
Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................................ 11
5.2
Geurhinder en veehouderijen.......................................................................................................... 11
5.3
Beantwoording onderzoeksvragen ................................................................................................. 11
BIJLAGEN 1.
Kaart omgeving van het plangebied
2. Voorgrondbelasting Koeweg 13 3. Voorgrondbelasting Nagelhoudsweg 7a 4. Voorgrondbelasting Stadsweg 22
HOOFDSTUK 1.1
1 Inleiding
Aanleiding In het kader van een bestemmingsplanwijziging aan de Koeweg 1a en 1b te ’t Harde, alwaar de bedrijfsbestemming van een ‘Handel in en reparatie van personenauto's en lichte bedrijfsauto's’ wordt gesaneerd en herbestemd tot ‘Wonen’, dient te worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Dit wordt milieuzonering genoemd, waarvan het beoordelingskader is vastgelegd in de handreiking Bedrijven en milieuzonering1.
1.2
Plangebied In figuur 1.1 is de beoogde inrichting van het plangebied weergegeven, zoals opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing.
Figuur 1.1. Plangebied, beoogde situatie
1 https://vng.nl/artikelen/bedrijven-en-milieuzonering
1
1.3
Leeswijzer Deze rapportage bestaat uit vijf hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een toelichting op de methodiek van bedrijven en milieuzonering. In hoofdstuk 3 wordt het toetsingskader rondom geurhinder en veehouderij nader uitgelegd. Hoofdstuk 4 betreft de uitwerking en resultaten van het onderzoek. Ten slotte wordt in hoofdstuk 5 een samenvatting van de resultaten weergegeven en wordt een antwoord gegeven op de onderzoeksvragen.
2
HOOFDSTUK 2.1
2 Bedrijven en milieuzonering
Onderzoeksvragen Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woonen leefklimaat gegarandeerd? worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Om een antwoord te geven op deze vragen is een inventarisatie gemaakt van de milieubelastende en milieugevoelige functies in de omgeving.
2.2
Uitwaartse of inwaartse milieuzonering Ruimtelijke scheiding kan tot stand komen door uitwaartse of inwaartse milieuzonering. Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies. In een zone rondom de milieubelastende functies worden woningen geweerd. Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieugevoelige functies. In een zone rondom de milieugevoelige functies zijn bepaalde milieubelastende functies niet toelaatbaar.
2.3
Omgevingstypen In de handreiking Bedrijven en milieuzonering worden twee omgevingstypen beschreven: Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook een lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied.
2.4
Richtafstanden Voor alle typen bedrijven zijn in bijlage 1 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering richtafstanden opgenomen. Het betreft de richtafstanden voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.
3
De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en rustig buitengebied. Ten opzichte van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (behalve voor het aspect gevaar). Per milieucategorie is voor elk omgevingstype de grootste richtafstand vanuit de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten opgenomen in tabel 2.1. Tabe l 2.1. Richtafstandenlijst Bedrijven en milie uzo nering Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Grootste richtafstand in meters Rustige woonwijk/buitengebied Gemengd gebied 10 0 30 10 50 30 100 50 200 100 300 200 500 300 700 500 1.000 700 1.500 1.000
4
HOOFDSTUK 3.1
3 Geurhinder en veehouderijen
Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv)2 worden uitgevoerd. De geplande geurgevoelige objecten moeten zijn gelegen buiten de wettelijk geldende geur- en afstandscontouren van de aanwezige veehouderijen. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie3 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen.
In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak. Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad. Deze werkwijze staat ook beschreven in de ‘Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij’4. Een te bestemmen geurgevoelig object moet buiten de wettelijk geldende geurcontouren van de omliggende veehouderijen liggen, om niet blootgesteld te worden aan te veel geurhinder. Bij veehouderijen met dieren waarvoor afstanden gelden moet het nieuwbouwplan buiten de wettelijk geldende minimale afstand plaatsvinden.
Binnen de geur- en afstandscontouren rondom de (bouwvlakken van de) veehouderijen, is geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit houdt in dat binnen deze
2 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020396 3 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2014:93 4 https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/geur/handreiking-wgv
5
contouren geen nieuwe bestemming mag worden vastgelegd, die het realiseren van geurgevoelige objecten mogelijk maakt. Op die manier wordt een aanvaardbaar woonen leefklimaat gewaarborgd en wordt voorkomen dat het veehouderijbedrijf in haar mogelijke ontwikkeling belemmerd wordt. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.
3.2
Voorgrondbelasting Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)5 een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied volgens de Meststoffenwet6 en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 3.1 opgenomen. Tabe l 3.1. Geurnormen volgens de Wgv Ligging geurgevoelig object Concentratiegebied Niet-concentratiegebied
Binnen bebouwde kom 3 ouE/m3 2 ouE/m3
Buiten bebouwde kom 14 ouE/m3 8 ouE/m3
In de Wgv is in artikel 6.1 opgenomen dat gemeenten in een concentratiegebied (zoals de gemeente Elburg) bij gemeentelijke verordening binnen een bandbreedte van 0,1 tot 14,0 ouE/m3 lucht binnen de bebouwde kom en 3,0 tot 35,0 ouE/m3 lucht buiten de bebouwde kom kunnen afwijken van de wettelijke standaardnorm. Ter voorbereiding van een dergelijke verordening kunnen gemeenten een aanhoudingsbesluit nemen om vergunningaanvragen aan te houden tot de verordening in werking treedt. Dit tot maximaal een jaar na het in werking treden van het aanhoudingsbesluit. De gemeente Elburg heeft in de ‘Geurverordening gemeente Elburg’7 het gebied waar de bestemmingsplanwijziging plaatsvindt, niet aangewezen als gebied waarvoor een andere maximale waarde voor de geurbelasting vanuit een veehouderij geldt. Daarom gelden de in tabel 1 genoemde standaard geurnormen van 3,0 en 14,0 ouE/m3. Voor het bepalen van de geurbelasting is het gebruik van het verspreidingsmodel VStacks vergunning 2020 voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend.
3.3
Aan te houden afstanden Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig
5 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020711 6 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004054/#BijlageI 7 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR32235
6
object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. De gemeente Elburg heeft in de ‘Geurverordening gemeente Elburg’ het gebied waar de bestemmingsplanwijziging plaatsvindt, niet aangewezen als gebied waarvoor een andere maximale vaste afstand voor de geurbelasting vanuit een veehouderij geldt. Daarom gelden genoemde standaard afstanden.
3.4
Geurbelasting versus geurhinder In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen worden met behulp van bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het rapport ‘Relatie tussen geurimmissie en geurhinder in de intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2007)8. De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGDrichtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 3.2. Tabe l 3.2. Milie ukwaliteit i.r.t. geurbelasting in concentratiegebied Voorgrondbelasting (ouE/m3) 0 - 1,5 1,5 - 3,5 3,5 - 6,5 6,5 - 10 10 - 14 14 - 19 19 - 25 25 - 32
Geurgehinderden (%) 0-5 5 - 10 10 - 15 15 - 20 20 - 25 25 - 30 30 - 35 35 - 40
Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
8
https://www.infomil.nl/publish/pages/104344/rapport_relatie_tussen_geurimmissie_en_geurhinder_in_de_int ensieve_veehouderij.pdf
7
HOOFDSTUK 4.1
4 Uitwerking en resultaten
Richtafstanden bedrijven en milieuzonering In het kader van de bestemmingsplanwijziging naar ‘Wonen’ dient de uitwaartse milieuzonering te worden beschouwd. In de omgeving is geen sprake van functiemenging, daarom wordt uitgegaan van de in tabel 2.1 opgenomen richtafstanden voor rustig buitengebied.
Figuur 4.1. Bedrijven in de omgeving van het plangebied (bron: Google Maps)
In figuur 4.1, bijlage 1 en tabel 4.1 zijn de meest in de nabijheid van het plangebied gelegen bedrijven opgenomen. In tabel 4.1 met de richtafstand én de feitelijke afstand tot het plangebied. De afstanden betreffen de kortste afstand in meters van bestemmingsvlak tot bestemmingsvlak. Tabe l 4.1. Afstande n plangebied tot omligge nde bedrijve n Bedrijfslocatie Koeweg 7 Koeweg 9 Koeweg 4 Koeweg 4a Koeweg 13 Stadsweg 32 Nagelhoudsweg 7a Nagelhoudsweg 11 Stadsweg 22
Activiteit t.b.v. richtafstand detailhandel detailhandel handel in auto’s loonbedrijf rundveehouderij rundveehouderij rundveehouderij paardenhouderij legkippenhouderij
Richtafstand 10 10 30 50 100 100 100 50 200
Feitelijke afstand 120 140 160 200 210 310 350 440 470
De resultaten laten zien dat voor alle bedrijven ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstanden uit de handreiking Bedrijven en milieuzonering.
8
4.2
Voorgrondbelasting Voor het aspect geur vanuit veehouderijen kan een richtafstand in sommige gevallen niet voldoende zijn. Gelet op enerzijds de afstand tot het plangebied en anderzijds de totale geuremissie is van de rundveehouderij aan de Koeweg 13, de melkveehouderij met 4 vleesstieren aan de Nagelhoudsweg 7a en de legkippenhouderij aan de Stadsweg 22 de voorgrondbelasting berekend. Dit is (worst case) op basis van de ‘omgekeerde werking’ van de Wgv uitgevoerd. Daarbij is uitgegaan van één emissiepunt op de rand van het bouwvlak, zo ver mogelijk in de richting van het plangebied. De gegevens over de totale geuremissie zijn verkregen uit de Kernregistratie dierverblijven (KRD) van Gelderland9. De geurbelasting is berekend met het rekenprogramma V-Stacks vergunning 2020. De geurberekeningen zijn opgenomen in bijlage 2, 3 en 4, de resultaten zijn opgenomen in tabel 4.2. Tabe l 4.2. Voorgrondbelasting omligge nde veeho uderijen op plangebied Veehouderij Koeweg 13 Nagelhoudsweg 7a Stadsweg 22
Totale geuremissie (ou/s) 712 178 56.303
Voorgrondbelasting (ouE/m3) 0,1 0,0 2,2
De maximale geurbelasting vanuit omliggende veehouderijen op het plangebied (waarvoor een geurnorm van 14,0 ouE/m3 geldt) bedraagt hiermee 2,2 ouE/m3.
4.3
Aan te houden afstanden In paragraaf 3.3 is toegelicht dat voor dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld een afstand van 50 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object binnen het plangebied in acht moet worden genomen. Uit de feitelijke afstanden in tabel 4.1 blijk dat het plangebied buiten de afstandscontour van 50 meter rondom de bouwvlakken van veehouderijen ligt. Ten aanzien van afstanden is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de belangen van de veehouderijen worden niet geschaad. Hierbij is rekening gehouden met de, binnen de huidige vergunning, maximale planologische mogelijkheden van de veehouderijen.
4.4
Beoordeling woon- en leefklimaat geurhinder Uit voorgaande paragrafen blijkt dat ter plaatse van het hoogst belaste punt op de rand van het plangebied: ruimschoots wordt voldaan aan de afstandseis van 50 meter; de voorgrondbelasting op zijn hoogst 2,2 ouE/m3 bedraagt. Omdat veehouderijen op grote afstand van het plangebied zijn gelegen (meer dan 50 meter) kan worden gesteld dat ten aanzien van afstanden sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
9 https://veehouderijen.igoview.nl/#!raadplegen
9
De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied bedraagt 2,2 ouE/m3. In paragraaf 3.2 is toegelicht dat de geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied 14,0 ouE/m3 bedraagt. Aan deze geurnorm wordt ruimschoots voldaan. De waarde voor de voorgrondbelasting komt volgens tabel 3.2 in paragraaf 3.4 overeen met een ‘goed’ woon- en leefklimaat.
10
HOOFDSTUK 5.1
5 Samenvatting en conclusies
Bedrijven en milieuzonering Voor alle bedrijven in de omgeving van het plangebied wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden uit de handreiking Bedrijven en milieuzonering.
5.2
Geurhinder en veehouderijen Het plangebied ligt buiten de afstandscontour van 50 meter rondom de bouwvlakken van veehouderijen. De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied bedraagt 2,2 ouE/m3, waarmee aan de geurnorm van 14,0 ouE/m3 voor geurgevoelige objecten in het buitengebied ruimschoots wordt voldaan.
5.3
Beantwoording onderzoeksvragen De in paragraaf 2.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen hiermee als volgt worden beantwoord: ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd; omliggende bedrijven worden niet (onevenredig) in hun belangen geschaad.
11
BIJLAGEN: 1. Kaart omgeving van het plangebied
Omgeving plangebied Koeweg 1a en 1b te 't Harde
Legenda Verblijfsobject Bouwvlak
Veehouderijen KRD Gelderland
2. Voorgrondbelasting Koeweg 13
Gegenereerd op: 11-10-2022
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: 02195 Koeweg 13 tHarde Gemaakt op: 2022-10-11 13:48:33 Rekentijd: 0:00:12 Naam van het bedrijf: 02195 Koeweg 13 tHarde Berekende ruwheid: 0,371 m
Brongegevens: Volgnr. BronID 1
Bouwvlak NO hoek
X-coord. 187 108
Y-coord. 492 145
EP Hoogte 5,0
EP Diam. 0,5
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID 2
Plan Koeweg 1a en 1b
X-coord. 187 318
Y-coord. 492 148
Geurnorm 14,0
Geurbelasting 0,1
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 4,00
712
Geb. Hoogte 6,0
3. Voorgrondbelasting Nagelhoudsweg 7a
Gegenereerd op: 6-03-2023
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: 02195 Nagelhoudsweg 7a tHarde Gemaakt op: 2023-03-06 15:45:38 Rekentijd: 0:00:12 Naam van het bedrijf: 02195 Nagelhoudsweg 7a tHarde Berekende ruwheid: 0,371 m
Brongegevens: Volgnr. BronID 1
Bouwvlak ZO hoek
X-coord. 187 138
Y-coord. 492 508
EP Hoogte 5,0
EP Diam. 0,5
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID 2
Plan Koeweg 1a en 1b
X-coord. 187 334
Y-coord. 492 207
Geurnorm 14,0
Geurbelasting 0,0
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 4,00
178
Geb. Hoogte 6,0
4. Voorgrondbelasting Stadsweg 22
Gegenereerd op: 11-10-2022
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: 02195 Stadsweg 22 tHarde Gemaakt op: 2022-10-11 13:49:17 Rekentijd: 0:00:12 Naam van het bedrijf: 02195 Stadsweg 22 tHarde Berekende ruwheid: 0,371 m
Brongegevens: Volgnr. BronID 1
Bouwvlak ZO hoek
X-coord. 187 414
Y-coord. 492 670
EP Hoogte 5,0
EP Diam. 0,5
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID 2
Plan Koeweg 1a en 1b
X-coord. 187 334
Y-coord. 492 207
Geurnorm 14,0
Geurbelasting 2,2
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 4,00
56 303
Geb. Hoogte 6,0