Inhoudelijke schriftelijke vragen CU MPB 2025-2028
Tekst van het document
Vraag/vragen ter voorbereiding van vergadering (geen schriftelijke vraag ex 3.4.6 Organisatieverordening): Verzoek beantwoording vóór of op vergadering van 4 november 2024. Indiener: Gert-Jan Hoeve Datum: 26 oktober 2024
Onderwerp: Raadsvoorstel Meerjarenprogrammabegroting 2025-2028 Inleiding: Ten behoeve van de beeldvorming op 4 november 2024 heeft de fractie CU een aantal inhoudelijke vragen over de programmabegroting op een aantal voor ons belangrijke thema’s. Beantwoording graag zoveel mogelijk voor de vergadering.
Vragen: 1. P.18: Er wordt ingezet op vermindering van overlast door inzet van cameratoezicht en beveiligers. In hoeverre is er nagedacht over en zijn er mogelijkheden voor ‘hangplekken’? 2. P.18: We zien een forse stijging van het aantal winkeldiefstallen. Is hier een specifieke oorzaak voor en leidt deze stijging tot extra acties vanuit het college? 3. P.21: In hoeverre is er bij de hier genoemde activiteiten aandacht voor toenemende risico’s door ebikes? Zijn er bijvoorbeeld meer onveilige oversteekplaatsen door hogere snelheid fietsers? Zijn er bij alle scholen veilige oversteekplaatsen? 4. P.35: Het percentage Niet-sporters stijgt nog steeds. Zijn oorzaken bekend en hoe wordt ingezet op het ombuigen van deze trend? 5. P.27: De tweede alinea onder ‘Visie’ (beginnend met ‘Leerlingen’) is nietszeggend. Kan het college concreter dan ‘zo dicht mogelijk bij huis’ aangeven wat haar ambitie is als het gaat om een passend aanbod voor alle leerlingen? Wanneer is het college tevreden? 6. P.28: Het relatieve verzuim is nogal gestegen. Is hier een specifieke oorzaak voor en leidt deze stijging tot extra acties vanuit het college? 7. PP.31-32: Het capaciteitsonderzoek wordt genoemd, alsook de vervolgstap waarbij gekeken wordt naar de mogelijkheden om in te spelen op de behoeften van onderwijsinstellingen (en turnfaciliteiten worden meegenomen).
Wat is de planning van dit onderzoek en wanneer wordt de raad geïnformeerd? 8. P. 39: Samenkracht en burgerparticipatie: Experimenteren met nieuwe werkvormen van participatie. Aan welke werkvormen denkt het college concreet en in hoeverre wordt de raad hierover geïnformeerd? 9. PP.51-52: Kunnen de activiteiten op p.52 aan een planning gehangen worden? Wanneer zijn er resultaten te verwachten en wanneer wordt de raad hierbij betrokken/hierover geïnformeerd? 10. P.86: ‘Waar mogelijk actieve grondpolitiek bedrijven’. a. Wat verstaat het college onder actieve grondpolitiek? b. In hoeverre (welke locaties, hoe grootschalig) wordt dit nu ingezet?
c. Is het college van mening dat met actieve grondpolitiek de noodzaak voor het vestigen van voorkeursrecht in de omvang waarin we dat nu doen had kunnen voorkomen/in de toekomst kan voorkomen? Waarom wel/niet? 11. P.32 & 101: Er gaat 300.000 per jaar naar het CvC. Hun werkzaamheden worden beschreven met woorden als verbinden, ondersteunen, kennisoverdracht. Is er een afspraak over het evalueren van de meerwaarde van het CvC en hoe worden de verenigingen/stichtingen die de meerwaarde zouden moeten ervaren daarbij betrokken? 12. PP.101-102: We kennen diverse begrotingssubsidies. Divers in thema, organisaties en bedragen: a. Hoe is bepaald welke partijen begrotingssubsidie krijgen en welke partijen via subsidieregelingen voor subsidie in aanmerking komen? b. Hoe zijn de bedragen bepaald van de verschillende begrotingssubsidies? c. Wordt de lijst met begrotingssubsidies ook periodiek herijkt? En wanneer en op basis van welke criteria gebeurd dit dan?