CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigd Doelgroepenbeleid.pdf

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente elburgBij agendapunt: Wijzigingen Doelgroepenbeleid17.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Anders gezegd, voorkomen moet worden dat daar waar woon- en leefsituaties van elkaar afwijken, er over en weer fricties en/of overlastsituaties ontstaan, die afbreuk doen aan het woon- en leefklimaat. Ook voor omwonenden dan wel omliggende bedrijven is het van belang dat de verschillende doelgroepen niet op dezelfde locatie worden gehuisvest. Voorkomen moet worden dat omwonenden/omliggende bedrijven worden geconfronteerd met verschillende woon- en leefsituaties van verschillende doelgroepen. Het risico op fricties, overlast en/of een gevoel van sociale onveiligheid wordt beperkt indien de verschillende doelgroepen niet op één en dezelfde locatie worden gehuisvest. Daarmee kan ook voor omwonenden/omliggende bedrijven een aanvaardbaar woon- en leefklimaat/vestigingsklimaat worden geborgd.

20

  

 

Met “niet in elkaars nabijheid” wordt bedoeld een minimale afstand tussen de locaties van ten minste 500 meter. Waarbij met “locatie” Stichting Normering Flexwonen Doel is om partijen die te maken hebben met het te bewonen object wordt bedoeld. de huisvesting van arbeidsmigranten (geEen passende schaal en omvang. Op basis van ervaringen elders meenten, werkgevers, werknemers, buurtkunnen we een aantal uitgangspunten benoemen, maar dit zal in een bewoners) de zekerheid te geven dat de proces met betrokken belanghebbers per initiatief verder moeten huisvesting van arbeidsmigranten op orde is. worden afgetast. De Stichting Normering Flexwonen beheert Voorkom een te grote concentratie, streef naar een goede verspreide de registers van ondernemingen die aan de huisvesting. norm voor huisvesting van arbeidsmigranten Er moet voldaan worden aan de minimale eisen zoals gesteld door de voldoen en onderhoudt deze normen. Organisaties die huisvesting voor arbeidsmigranStichting Normering Flexwonen (SNF, zie kader). ten aanbieden kunnen een certificaat van de Procesmatig: SNF behalen. Hiervoor dienen zij te voldoen ­ Werk samen aan goede keuzes en oplossingen. Als initiatieven aan de norm voor huisvesting van arbeidsuitgewerkt worden, zorg dan voor een goede procesarchitectuur, migranten. Huisvestingslocaties van de orgamet betrokkenheid van direct belanghebbenden.

nisaties die zich aanmelden bij de Stichting ­ Zorg voor een goede communicatie tijdens het proces van Normering Flexwonen worden jaarlijks getotstandkoming van dit beleid, uitvoering en uitwerking in controleerd. concrete initiatieven, met alle belanghebbenden. Zie verder: www.normeringflexwonen.nl ­ Zorg voor goede, eenduidige afspraken tussen partijen over zaken die van belang worden geacht. ­ Zorg voor blijvende communicatie, terugkoppeling en evaluatie van beleid en initiatieven. Waarschijnlijk kan niet alles vooraf geheel geborgd worden. Blijvende afstemming en zonodig bijstelling van afspraken is cruciaal. ­ Zorg voor een jaarlijkse monitoring en actualisatie van de (regionale/lokale) opgaven. Bestaande en toekomstige initiatieven voor locaties waar meer dan 9 personen behorende tot de doelgroep spoedzoekers, arbeidsmigranten en personen met onbegrepen gedrag (gaan) verblijven of gehuisvest zijn/worden, worden in een vroegtijdig stadium ter kennisgeving aan de gemeenteraad voorgelegd. Voordat een besluit wordt genomen op een vergunningaanvraag voor het huisvesten van bovengenoemde doelgroepen vallende onder de zogenaamde kruimelgevallenregeling zal de raad daarover worden geïnformeerd. Gelet op de wettelijke beslistermijnen van maximaal 8 weken van de Wabo, dient de raad z.s.m. geïnformeerd te worden.

Bij een vergunningaanvraag welke behandeld wordt met de uitgebreide procedure (zogenaamde projectafwijkingsbesluit) wordt de raad op grond van de Wabo gevraagd om een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Dit gebeurt binnen de daarvoor geldende termijnen.

4.4.

Specifieke uitgangspunten en randvoorwaarden voor huisvesting van doelgroepen

Het is helder, dat voorgaande constateringen nog niet leiden tot de conclusie dat zomaar met ieder initiatief akkoord gegaan moet worden. Mede op basis van ervaringen elders2 en de input die inwoners van de gemeente Elburg geleverd hebben, formuleren we per doelgroep uitgangspunten en randvoorwaarden waar initiatieven aan getoetst worden. Daarbij gaan we vooral uitgebreid in op de regulering van de huisvesting van arbeidsmigranten, omdat dat een relatief nieuwe en zeer specifieke groep is waarvoor nog weinig beleid, regelgeving en beheersafspraken bestaan en waar we met nieuwe partners te maken krijgen. Goede regulering is nodig om de huisvestingstaak beheersbaar te maken, te zorgen voor fatsoenlijke huisvesting van de mensen zelf én optimale garanties voor goede woon- en leefomstandigheden van omwonenden.

4.4.1. Arbeidsmigranten Algemeen  We gaan uit van een opgave voor (legalisering van) huisvesting van maximaal 75-100 arbeidsmigranten. Dit beschouwen we voorlopig als een maximum. 2 We hebben ons laten inspireren door voorbeelden van onder andere de gemeenten Tilburg, Reusel-de Mierden, Ede en

de Routekaart huisvesting arbeidsmigranten’ (Expertisecentrum Flexwonen, 2019) 21

  

 

We blijven in regionaal verband in gesprek over voortgang, ervaringen en opgave met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten, op basis van de gemaakte afspraken. We verkennen of actualisering van die afspraken aan de orde is. We hanteren de in deze notitie opgenomen indicatie van aantallen als nulmeting. Door verplicht stellen van registratie (in de bevolkingsadministratie of nachtregisters, zie hieronder) en afspraken met huisvesters over het delen van beschikbare informatie, monitoren we de ontwikkelingen. We richten ons op de logieswijze huisvesting van arbeidsmigranten die hier niet-permanent verblijven (short- en midstay). Permanente vestigers zijn aangewezen op de reguliere woningmarkt. Via de Woonvisie moet geregeld worden dat de woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief op peil is voor verschillende doelgroepen, zonder dat verdringing plaatsvindt. Door in te zetten op passende huisvesting in de vorm van logies ontstaat er geen extra druk op de reguliere woningmarkt in de gemeente Elburg. Ook wordt door het bieden van legale alternatieve huisvestingsvormen voorkomen dat arbeidsmigranten door o.a. uitzendbureaus (illegaal) op vakantieparken worden gehuisvest. De gemeente is medeverantwoordelijk voor het op een goede manier huisvesten van de arbeidsmigranten.

Deze gedeelde verantwoordelijkheid dient in de huisvestingsinitiatieven terug te komen: het initiatief ligt bij de werkgever, de gemeente pakt de te volgen planologische procedure voortvarend op. Om een goede, integrale afweging te kunnen maken, hanteert de gemeente een afwegingskader (zie bijlage 7). De gemeente Elburg wil primair arbeidsmigranten huisvesten die aantoonbaar werkzaam zijn in de gemeente of de regio. Dit lijkt echter gezien de aard van het vraagstuk lastig houdbaar. Flexwerk is naar zijn aard altijd wisselend in volume en locatie. Daarom is het belangrijk om op regionale schaal te blijven afstemmen. We staan huisvesting (niet zijnde huisvesting op een recreatiepark) toe voor een periode van maximaal 15 jaar (via verlenen omgevingsvergunning). Dit is zowel van toepassing op tijdelijke bewoning van een permanent gebouw als op tijdelijke (al dan niet verplaatsbare) gebouwen. Op huisvesting op een recreatiepark is het Beleidsplan Vitale Vakantieparken van toepassing. Huisvesting kan bestaan uit (transformatie van) bestaande bouw of uit nieuwbouw en is kleinschalig.

Uitgangspunten proces en uitvoering Binnen de gemeente wordt de burgerparticipatie nader uitgewerkt. Hiervoor zijn speciale schema Klantreizen opgesteld. Deze reizen hebben betrekking op drie fasen: Verkennen initiatief, Vergunningen en Toezicht & Handhaving. Elke reis wordt apart beschreven. De ingediende initiatieven dienen aan de hand van deze Klantreizen en de burgerparticipatie doorlopen en getoetst te worden. Bij initiatieven in het kader van dit doelgroepenbeleid is de initiatiefnemer verplicht het burgerparticipatietraject, zoals omschreven in de klantreizen, te doorlopen. Indien de initiatiefnemer niet kan aantonen dat hij op adequate wijze invulling heeft gegeven aan deze stappen, dan kan dit een reden zijn om planologische medewerking te ontzeggen. Uitgangspunten locatie  Uitgangpunt is dat de arbeidsmigranten zoveel mogelijk op korte afstand van de werklocatie worden gehuisvest.  Locaties komen niet zonder meer in aanmerking voor huisvesting voor arbeidsmigranten, maar worden afzonderlijk getoetst op ruimtelijke en maatschappelijke wenselijkheid (zie afwegingskader bijlage 7).

 Huisvesting van arbeidsmigranten wordt niet toegestaan indien naar het oordeel van het college één of meerdere van de volgende aspecten in onevenredige mate worden aangetast of belemmerd: ­ het woon- en leefklimaat van een nabijgelegen woonwijk of gemengd gebied en/of die van de huisvestingsvoorziening zelf; ­ de gebruiksmogelijkheden van omliggende functies; ­ verkeersontsluiting en parkeersituatie; ­ milieu hygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid.  De locatie moet goed ontsloten zijn. Bij nieuwe locaties wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande ontsluitingswegen.

22

Uitgangspunten huisvesting             

 

Huisvesting is altijd onzelfstandig en op logiesbasis, behalve voor longstay arbeidsmigranten en eventueel gereguleerde kamergewijze verhuur. De gemeente maakt onderscheid in typen gebied: (monofunctionele) woonwijk, gemengde gebieden (gebieden met een gemengde bestemming) en bedrijventerreinen. De gemeente staat huisvesting van arbeidsmigranten niet toe op recreatieparken, tenzij hier in het kader van het project Vitale Vakantieparken expliciete afspraken over gemaakt worden. Kleinschalige huisvesting vindt bij voorkeur plaats in gemengde gebieden/bestemmingen. Grootschaliger huisvesting kan in gemengd gebied/bestemming of op (aan de rand van) bedrijventerreinen. De accommodatie dient in situering, schaal, vormgeving en (waar van toepassing) landschappelijke inpassing te passen binnen de karakteristiek van de omgeving. Op de locatie moet voldoende parkeergelegenheid zijn. Hierbij moet worden voldaan aan het gemeentelijk parkeerbeleid. De huisvesting voldoet aan de voorwaarden van het Bouwbesluit voor tijdelijke panden. De normering van de stichting Normering Flexwonen (SNF) is de minimale norm voor huisvesting van arbeidsmigranten (zie bijlage 6). Op het terrein van de locatie moet binnen en buiten gelegenheid zijn voor samenkomst en ontspanning, aangeboden door de exploitant van het gebouw.

De gemeente reguleert kamergewijze huisvesting van arbeidsmigranten en andere doelgroepen in gewone woningen in (monofunctionele) woonwijken (zie bijlage 5 Voorbeeld beleidslijn kamergewijze verhuur) De arbeidsmigranten dienen te worden ingeschreven bij het BRP van de gemeente (bij een beoogd verblijf van 4 maanden of langer). Er wordt een nachtregister bijgehouden per locatie waarin minimaal wordt opgenomen: personalia en contactgegevens, datum aanvang huisvesting en datum beëindiging huisvesting. Het betrokken uitzendbureau of het bedrijf dat de exploitatie voor haar rekening neemt dient te beschikken over het keurmerk c.q. te zijn aangesloten bij ABU, NBBU, SNA3 of gelijkwaardig. Deze keurmerken vertegenwoordigen kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies, veiligheid op de werkvloer en gedragsregels. In het pand of op het terrein is voldoende ruimte voor het stallen van (brom- en snor-) fietsen en containers voor huishoudelijk afval ten behoeve van de bewoners van het pand.

Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de arbeidsmigranten zelf te borgen, overbewoning te voorkomen, en daarmee een risico op fricties, overlast en/of een gevoel van sociale onveiligheid onderling en naar omwonenden/omliggende bedrijven zo veel mogelijk te beperken, is het van belang dat een te huisvesten arbeidsmigrant de beschikking heeft over een minimale gebruiksoppervlakte. De normering van de stichting Normering Flexwonen (SNF) is de minimale norm voor huisvesting van arbeidsmigranten (zoals opgenomen in bijlage 6). Eigenaar verantwoordelijk

 

Wat betreft de samenstelling van de groep arbeidsmigranten is de beheerder verantwoordelijk voor een passende mix van nationaliteiten, waarbij het voorkomen van overlast centraal staat. De locatie beschikt over goede voorzieningen voor het wassen en drogen van kleding en beddengoed of de beheerder maakt dit op een andere manier voor alle gebruikers van het pand mogelijk.

3 ABU = Algemene Bond Uitzendondernemingen, belangenbehartiger van de uitzend- en payrollbranche

NBBU = Nederlandse Bond Van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen, brancheorganisatie van professionele intermediairs op de arbeidsmarkt. Behartigt belangen van ruim 1.200 dienstverleners in de flexbranche: uitzendbureaus, payroll ondernemingen, zzp-bemiddelaars en andere intermediairs op de flexibele arbeidsmarkt SNA = Stichting Normering Arbeid. SNA heeft als doel het realiseren van zelfregulering ter voorkoming van fraude en illegaliteit in de uitzendbranche en bij alle vormen van (onder)aanneming van werk

23

 

Bij huisvesting van arbeidsmigranten dient de huisvester te zorgen voor goede voorzorgsmaatregelen en handhaving op leefbaarheid, veiligheid en het voorkomen van overlast. Per locatie worden daar afspraken over gemaakt. Het bijhouden van het nachtregister en het inschrijven en uitschrijven in het BRP is de verantwoordelijkheid van de beheerder.

Uitgangspunten beheer  Voor ieder locatie waarop deze uitgangspunten van toepassing zijn, dient een beheerder te worden aangewezen.  Bij een logiesgebouw met een capaciteit van 30 personen of meer grotere omvang dient minimaal één beheerder continu aanwezig te zijn. In overleg met partijen zal de haalbaarheid hiervan (of van een acceptabel alternatief) verkend worden.  De beheerder moet naast Nederlands in ieder geval ook de taal beheersen van de meest voorkomende groepen arbeidsmigranten.  De beheerder is 24 uur per dag bereikbaar en/of aanwezig, zorgt voor het dagelijkse onderhoud van de huisvesting en is de contactpersoon voor bewoners, omgeving en instanties (waaronder de gemeente). Binnen het beheer valt onder andere het toezien op de veiligheid van de bewoners en bijhouden van een adequate financiële en huuradministratie.  Voor iedere locatie wordt door de beheerder een klachtenreglement opgesteld waarin staat hoe de communicatie met de omgeving verloopt (vast aanspreekpunt), hoe de omgeving kan reageren op overlastsituaties en hoe daar mee wordt omgegaan.  Op de locatie biedt de huisvester voorlichting en informatie aan de bewoners, bij voorkeur in de taal van de bewoners maar in ieder geval ook in de Nederlandse en Engelse taal.

Naast de informatie als opgenomen in de SNF-norm dient ook informatie ter beschikking te zijn over (de samenvatting van) cao voor uitzendkrachten, informatie over scholing, gezondheidszorg en sociale voorzieningen in de gemeente.  Per locatie wordt een beheerplan opgesteld dat tenminste voldoet aan de normen van de SNF. In het beheerplan wordt aandacht besteed aan een goede oplossing voor de verwerking van het afval en het voorzien in cameratoezicht.  Onderdeel van het beheerplan is een huisreglement die in de juiste talen aanwezig is op iedere locatie. In het regelement moet duidelijk gemaakt worden hoe wordt omgegaan met overlast en verstoring van de openbare orde en veiligheid (maatregelen, aanpak, sancties). Ook de onderwerpen drugsgebruik, alcoholgebruik, parkeren van voertuigen, geluidsoverlast en zwerfafval dienen minimaal in het reglement te worden opgenomen.  Als onderdeel van een goede communicatie met de omgeving is er een communicatieplan nodig en wordt vanaf de start van het realisatietraject een klankbordgroep in het leven geroepen, waarin tenminste de initiatiefnemer en een vertegenwoordiging van de omgeving participeren. Overige bepalingen, evaluatie  Deze uitgangspunten zijn een aanvulling op vigerende landelijke en plaatselijke regelgeving (WABO, Bouwbesluit, Burgerlijk Wetboek, BRP, Parkeerbeleid etc).

 Alle geldende - plaatselijke - ruimtelijke procedures, beleidskaders en verordeningen met wettelijke bepalingen ten aanzien van woon- en leefklimaat, ontheffingsmogelijkheden, bezwaar en beroepstermijnen blijven onverminderd van kracht.  De uitgangspunten verbinden we aan het verstrekken van een omgevingsvergunning voor zover daarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan c.q. het herzien van een bestemmingsplan.  Het bevoegd gezag zal indien en voor zover vereist ter bestrijding van overlast en onveiligheid, gebruik maken van zijn bevoegdheid om handhavend op te treden.  Deze uitgangspunten worden een jaar na invoering geëvalueerd.

24

4.4.2. Maatwerk voor mensen met onbegrepen gedrag Uitgangspunten Het evaluatierapport Skaeve Huse (2010) heeft een aantal tips/criteria opgesteld voor een succesvol project. Deze punten zijn besproken in de regio Noord Veluwe en worden meegegeven als aandachtspunten om een locatie te beoordelen op geschiktheid. 1. Een permanente locatie voor bij voorkeur 8 woonunits, of 2 maal 4 woonunits (om herhaalde onrust te voorkomen vanwege stress van verplaatsing). 2. Een woonunit is 30-50m2 groot. Daarnaast wordt geadviseerd de woonunits zo ver mogelijk uit elkaar te plaatsen om de bewoners wat buitenruimte te bieden en de overlast tussen te bewoners te vermijden. 3. Om overlast voor de omgeving en de bewoners te beperken moet de locatie op minimaal 75 à 100 meter van woonbebouwing of andere gevoelige functies liggen. Daarnaast kan het afschermen van het terrein met groen of een schutting ook helpen om de overlast te beperken en de privacy van de bewoners te bevorderen. 4. Voorzieningen in de buurt. De bewoners zijn in staat om zelfstandig een huishouden te voeren, al dan niet met begeleiding op afstand. Het is dus verstandig om de bewoners de mogelijkheid te bieden om vanuit hun locatie te voorzien in haar eigen basisbehoeften en dus ook de basisvoorzieningen, zoals een supermarkt/ winkelcentrum in de nabijheid (0-3km) te hebben. 5. Route naar voorzieningen langs hoofdroutes.

De route waarlangs bewoners zich zullen bewegen van en naar basisvoorzieningen (winkels) zou bij voorkeur langs hoofdroutes leiden en niet door woonwijken, buurten of speelparken, om overlast zoveel mogelijk te vermijden. 6. Voorts moet gedacht worden aan:  Eigen keuken en sanitair  Robuuste uitvoering zodat het goed schoon te houden is  Goed geïsoleerd  Eigen buitenruimte (geen tuin maar bestrating) 7. Zorg, begeleiding, toezicht en handhaving moeten optimaal geborgd zijn. Hierover worden van begin af aan goede beheersafspraken gemaakt. Daarbij zijn initiatiefnemers, zorg-hulpverleningsinstanties, Veluwse Nachtdienst, gemeente (BOA’s), politie en omwonenden direct betrokken. 8. Wat betreft de doelgroep: over de samenstelling van de te huisvesten personen worden met betrokken partijen en personen per initiatief nadere afspraken gemaakt. Hierbij gaat aandacht uit naar een passende mix, ter beoordeling door een deskundige zorginstelling. De Centrale Toegang speelt hierbij een belangrijke rol. Onderdeel van de afspraken is in ieder geval, dat zedendelinquenten niet tot de beoogde doelgroep . behoren. 9. Voorts geldt bij deze doelgroep nadrukkelijk dat huisvesting in de directe nabijheid van andere doelgroepen, zoals arbeidsmigranten en spoedzoekers, op een locatie niet mogelijk is.

4.4.3. Spoedzoekers Zoals eerder beschreven, onderscheidt het rapport ‘Kansenverkenning flexwonen in Elburg’ een aantal doelgroepen die we onder de noemer ‘spoedzoeker’ kunnen scharen: echtscheidingsgevallen/relatieverbreking, huisuitzetting/gedwongen verkoop (beide beperkte aantallen) en overige spoedzoekers (jongeren die zelfstandig willen wonen maar (nog) niet in aanmerking komen voor een huur- of koopwoning, personen die een tijdelijke oplossing nodig hebben ter overbrugging naar een (andere) reguliere woning, mensen met tijdelijk werk elders en mensen die als mantelzorger in de nabijheid van hun familie of vrienden willen wonen. In totaal zou het gaan om het extra realiseren van 60-100 plaatsen voor tijdelijke bewoning. Uitgangspunten  In het algemeen zal de reguliere voorraad kleine en betaalbare huurwoningen uitgebreid moeten worden om slaagkansen voor jongeren in de reguliere huursector te verhogen (nader afwegen in Woonvisie).  Aanvullend gaan we gaan uit van het realiseren van 60-100 plaatsen voor tijdelijke bewoning.  Voorts geldt bij deze doelgroep ook dat huisvesting in de directe nabijheid van de doelgroepen arbeidsmigranten en personen met onbegrepen gedrag niet wordt toegestaan.

25

 

Daarnaast kan in het kader van het Beleidsplan Vitale Vakantieparken bezien worden of gedogen c.q. reguleren van tijdelijke huisvesting op recreatieparken een deel van de oplossing kan bieden. Tot slot zou een alternatief kunnen zijn het realiseren van een aantal pauzewoningen.

26

5. Wat gaan we concreet doen In dit hoofdstuk vatten we de concrete voornemens uit deze beleidsnotitie samen. Daarbij besteden we kort aandacht aan een aantal flankerende acties.

5.1.         

Acties die voortvloeien uit het Doelgroepenbeleid

We gaan uit van de opgaven zoals geformuleerd in hoofdstuk 2. We gaan kamergewijze verhuur in bestaande woningvoorraad reguleren. We verklaren de normenset van de SNF van toepassing op de huisvesting van arbeidsmigranten. Onderdeel daarvan is de regulering van registratie van arbeidsmigranten. We richten een goed proces in voor afweging en beoordeling van initiatieven (afwegingskader). We organiseren een goede wijze van monitoring en registratie (arbeidsmigranten) in, en stellen opgaven bij indien nodig. We blijven met de regio in gesprek over opgave en voortgang, met name met betrekking tot arbeidsmigranten. We actualiseren het beleidsplan Vitale Vakantieparken en stemmen dit af met het Doelgroepenbeleid. Na vaststelling van deze notitie werken we de acties uit in een concrete uitvoeringsagenda, met aandacht voor planning, verantwoordelijken, betrokkenen, communicatie en middelen. Bij de diverse uitvoeringsacties zetten we in op goede communicatie, een open dialoog met betrokkenen en werken aan draagvlak teneinde te komen tot een goede inbedding in beleid en draagvlak bij onze inwoners.

5.2.

Flankerende acties

Oprichting Regietafel huisvesting arbeidsmigranten De regulering van de huisvesting van arbeidsmigranten staat in veel gemeenten nog in de kinderschoenen. Zo ook in de gemeente Elburg. Het kan gezien worden als een gezamenlijke zoektocht, waarbij diverse belangen op een goede manier moeten worden afgewogen. Goede communicatie, openheid en het delen van zorgen, twijfels maar vooral ook goede ideeën en kansen is van belang. De inrichting van een Regietafel kan hier een goed podium voor bieden. In de Regietafel hebben vertegenwoordigers van betrokken partijen zitting, onder voorzitterschap van de gemeente als regisseur. Het takenpakket van de Regietafel kan bestaan uit de volgende taken:  Uitvoering geven aan het Doelgroepenbeleid;  Verder uitwerken en concretiseren van acties uit het Doelgroepenbeleid;  Monitoring en evaluatie van beleid en huisvestingsprojecten;  Vinger aan de pols houden bij dagelijkse gang van zaken bij de gerealiseerde projecten. Inspanningsverplichting activering lokaal werklozen Tijdens de expertsessie op 28 oktober is de vraag aan de orde geweest of lokaal werkzoekenden ingezet kunnen worden op vacatures in plaats van arbeidsmigranten. Een poging daartoe door een grote werkgever in de gemeente Elburg is eerder op niets uitgelopen. Maar het blijft een aandachtspunt waar nog een inspanning op gepleegd kan worden.

Hoewel de resultaten waarschijnlijk marginaal zullen zijn ten opzichte van de grote behoefte aan arbeidskrachten, blijft het toch de moeite waard om hierop in te zetten. Wij gaan in gesprek met lokale werkgevers over wederzijdse inspanningsverplichting om lokaal werklozen aan het werk te krijgen.

27

Waarom activeren we niet meer mensen die hier werkloos zijn? Het aantal werklozen is de laatste tijd sterk afgenomen. Daarnaast zijn lang niet alle mensen zonder baan ‘fit to work’, zeker voor het vaak best zware of tijdelijke werk waarvoor arbeidsmigranten worden ingezet. Eerdere gerichte pogingen om mensen met een uitkering aan het werk te krijgen in dit soort werk liepen vaak niet op een succes uit. Hoewel de resultaten waarschijnlijk marginaal zullen zijn ten opzichte van de grote behoefte aan arbeidskrachten, blijft het toch de moeite waard om hierop in te zetten. Gemeenten zouden hierover zeker het gesprek met lokale werkgevers aan kunnen gaan en een inspanningsverplichting kunnen vragen in ruil voor medewerking in het huisvestingsdossier. Uit: Routekaart Expertisecentrum Flexwonen

Bevorderen integratie arbeidsmigranten Tijdens de bijeenkomsten met de gemeenteraad is tevens de kwestie van integratie van arbeidsmigranten aan de orde geweest. Dit is alleen aan de orde voor longstay en heeft reeds aandacht. Voor short- en midstay zullen de acties uit §5.1 (toepassing SNF keurmerk, huisregels, beheerders, voorlichting en informatie) zaken in goede banen moeten leiden.

28

Bijlage 1: Afspraken uit Intentieverklaring Huisvesting Arbeidsmigranten 1. 2.

De inzet van arbeidsmigranten op de Nederlandse arbeidsmarkt wordt gezien als een gegeven. De ondertekenaars zien een gezamenlijke opgave om zorg te dragen voor een goede, veilige en gezonde huisvesting van arbeidsmigranten.  De eerste verantwoordelijkheid van gemeenten betreft het faciliteren van initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten.  De eerste verantwoordelijkheid van corporaties is het huisvesten van die arbeidsmigranten, die zich blijvend willen vestigen in ons land.  De eerste verantwoordelijkheid van bedrijven en uitzendorganisaties is het - mogelijk in samenwerking met huisvesters - zoeken en realiseren van tijdelijke opvangmogelijkheden. 3. Bestaande wet- en regelgeving, bijvoorbeeld huisvestingsverordening, bestemmingsplannen en verstrekte vergunningen, arbeidstijdenwet en cao- regelgeving, zijn altijd leidend. Hierbij past een gezamenlijke inspanning de inschrijving van arbeidsmigranten in de Gemeentelijke Basis Administratie te bevorderen. 4. Huisvesting in de wijk wordt gezien als een oplossing wanneer wordt gekeken naar doelstellingen als integratie en terugdringing van de afhankelijkheid van de medewerkers van de werkgever, maar ook andere mogelijke initiatieven zullen worden bevorderd. 5. Communicatie wordt als een gezamenlijk speerpunt gezien.

Open en eerlijk communiceren we over onze taken en verantwoordelijkheden op het gebied van (de huisvesting van) arbeidsmigranten. 6. Waar mensen wonen vinden incidenten plaats. Mochten er zich incidenten of calamiteiten op het gebied van huisvesting voordoen, dan zien partijen het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid deze snel en adequaat op te lossen. De eigen verantwoordelijkheid van de arbeidsmigrant en ook van de omgeving is daarbij vertrekpunt. 7. Daar waar ontwikkelingen rondom het thema arbeidsmigranten plaatsvinden worden bestaande contacten tussen partijen aangehaald om elkaars kennis en kunde te versterken. 8. Het tegengaan van uitbuiting van arbeidsmigranten en van de praktijken van malafide werkgevers en malafide verhuurders wordt als een gemeenschappelijk doel gezien. 9. Alle partijen, zowel werkgevers en uitzendbranche, de woningcorporaties en de verhuurders als de overheid, zijn bereikbaar voor reacties vanuit de omwonenden of andere belanghebbenden. 10. Een evenwichtige en goede samenwerking staat altijd centraal. Of het nu om de communicatie, de arbeidsmarkt of de huisvesting of om andere aspecten van de aanwezigheid van arbeidsmigranten gaat. 11. Alle ondertekenaars wijzen één aanspreekpunt aan voor de huisvesting van arbeidsmigranten. De lijst met namen wordt toegevoegd aan de afsprakenlijst.

Waar het gaat om deze intentieverklaring zijn deze medewerkers het eerste aanspreekpunt. 12. Dit document is een eerste aanzet op hoofdlijnen. Partijen zullen zich inspannen vóór 1 januari 2015 tot verdere, concrete afspraken te komen.

29

Bijlage 2: Opbrengst inloopavonden juli 2019, doelgroepen en huisvestingsvormen In het overzicht staat aangegeven welke woonvormen volgens inwoners van de kernen van Elburg passend zijn voor betreffende doelgroepen.

30

Bijlage 3: Impressie Woonplatform Elburg d.d. 2 september 2019

31

32

33

34

35

Bijlage 4: Verslag Expertsessie 28 oktober 2019 Notulen Commissie Ruimtelijke Ontwikkeling Datum 28-10-2019 Tijd 19:30 - 22:30 Locatie Raadszaal Voorzitter E.H.C. ten Have - Schoonhoven Aanwezigen W. Bijl, D. Bos, C.H. Dijkhuizen, E.H.C. ten Have - Schoonhoven, J. Karreman, A.J. (Arjan) Klein (WH R-Vhv), S.W. (Willem) Krooneman (WH SZ), M.C. Luiting, J.N. (Jan Nathan) Rozendaal (BU), J.W. Valk, D.A. van Velthuysen en A.E. de Weerd - Deetman Toelichting Extra commissievergadering RO/MO

1

Opening Notulen Mevrouw ten Have opent de vergadering. Het is een experimentele vergadervorm met veel experts in een openbare commissievergadering, waar allen vanavond getuigen van mogen zijn. De burgemeester houdt een verbindende inleiding. Het gaat vanavond om mensen met onbegrepen gedrag en om arbeidsmigranten die in de samenleving een plekje moeten vinden. Daar hebben we als samenleving een verantwoordelijkheid voor. Het gaat bij de eerste categorie om mensen die niet te veel prikkels moeten hebben. Het gaat om een beperkte groep mensen. Ook bij arbeidsmigranten gaat hetzelfde op. Deze mensen werken hier en dat mag. Je zult met elkaar een plek moeten vinden onder goede voorwaarden. Verder aanwezig diverse genodigden. Mw. M. Sluiter leidt de avond.

2

Vaststellen agenda

3

Post van inwoners Deze mail, ingekomen post raad van 16 september, is op verzoek van de raad aan de stukken toegevoegd.

4

Bespreekstukken Bespreekstukken zijn bedoeld om met de wethouder in gesprek te gaan en om waar nodig het onderwerp voor te bereiden voor de raadsvergadering. Het verzoek is om feitelijke vragen zoveel mogelijk buiten de vergadering om te stellen, per mail via de griffie of rechtstreeks telefonisch met de vakambtenaar.

4.1

Sessie over onbegrepen gedrag

36

Notulen Dhr. de Boed leidt het onderwerp in. Hij schetst een persoonlijk beeld van iemand met onbegrepen gedrag. Daarna komt mw. Meilink van de GGD, team Via (Vangnet, informatie en advies),oftewel bemoeizorg. Zij leveren de professionele zorg en schakelen daarbij zoveel mogelijk de omgeving in. Ze gaan op zoek naar de mens achter het gedrag en proberen zo te begrijpen en te vertalen wat er gebeurt. Vragen van de raadsleden: VVD: vind het lastig om een oplossing te vinden voor een generiek probleem. Iedere situatie is weer anders. Ieder mens is uniek. De heer De Boed beaamt dat voor ieder persoon een specifieke oplossing moet worden gevonden. CDA: Hoe kunnen mensen zich melden als er vragen om hulp zijn. Dit kan bij Doe'th en bij de GGD op de website via een speciaal daarvoor ontwikkelde website. De voorkeur is dat vragen zoveel mogelijk lokaal binnenkomen. Team VIA is het einde van de keten. CDA: Zijn er lotgenotencontacten. De heer De Boed geeft aan dat de mogelijkheid er is maar dat er een grote drempel is voor mensen met onbegrepen gedrag. Er komen steeds meer initiatieven. CDA: Speelde de woonlocatie een rol in alles waar de heer de Boed woonde? Voor de heer De Boed speelde dit geen rol omdat hij een goede opvang had. Zijn zus zorgde voor goede opvang. Zonder haar inzet zou het allemaal anders zijn geweest.

CU: Regie houden in dit gebied voor mensen met een beperking, hoe werkt dat? De heer De Boed geeft aan dat mensen wat meer regie krijgen. Daar wordt op ingezet. CU: Hoe is de bejegening? In het verleden ging het erg om de ziekte en een stempel. Dat wordt minder. De term onbegrepen gedrag is leuk maar het gaat natuurlijk wel om onbegrepen gedrag. Laten we het beestje bij de naam noemen. CU: Samenwerking? De samenwerking van de GGD met Uwoon is goed. Er liggen nog wel kansen. AB: Willen mensen een plek midden in de samenleving of juist ter eigen bescherming aan de rand van die samenleving. Dhr. De Boed geeft aan dat het gaat om tijdelijk aan de rand van de samenleving maar uiteindelijk wel midden in de samenleving. Een pauzestand is soms nodig. Belangrijk is dat je ergens een plek hebt, dat hoeft niet per se in of net naast de gemeente waar je woont. Omdat het om een klein groepje gaat zou je ook met gemeenten gezamenlijk wat kunnen doen. AB: hoe is het met de huisvesting? Voor Elburg zijn het een paar mensen, in de regio een heel wijkje. De vraag is of je die allemaal bij elkaar wilt hebben. Iedereen heeft een eigen individuele oplossing nodig. Meestal lukt dat ook. Soms is een oplossing buiten de wijk, tijdelijk of permanent, het beste. Uwoon regelt woningen en zou graag huizen regelen op plaatsen waar mensen met onbegrepen gedrag een goede plek vinden.

Uwoon heeft dus locaties nodig. EB: Verschil tussen onbegrepen en onbegrepen gedrag. Er is verschil afhankelijk van de oorzaak van de onbegrepenheid. Onbegrepenheid leidt niet altijd tot onbegrepen gedrag. EB: Wat was de invloed van uw zus. Dan had de heer De Boed hier niet meer gezeten. SGP: Wat is de meerwaarde van het gebruik van de term onbegrepen gedrag. Het gaat er om of de omgeving het gedrag begrijpt. Dat kan per persoon verschillend zijn. Belangrijk is bv. gevaarlijk gedrag. En of er sprake is van ervaren overlast. SGP: als we onbegrepen gedrag niet kunnen definiëren hoe kunnen we dan aangeven dat het om slechts een paar personen gaat? Het kleine groepje van max. 10 zijn mensen die niet in een reguliere woonwijk passen omdat daar teveel prikkels zijn. De groep met onbegrepen gedrag is groter, maar het merendeel kan wel in een reguliere woonwijk wonen. Die komen dus bovenop die tien. Dhr. Vlijm: in een bijeenkomst laatst over Stuyvezand werd gezegd dat er geen delinquenten zouden komen. In het inleidend praatje van de burgemeester werd al meteen een vb. van een ex-delinquent gegeven. Hoe zit dat?

4.2

Sessie over doelgroepenhuisvesting Notulen De heer Ponstein van machinefabriek Elburg leidt het onderwerp in. Zij werken met arbeidsmigranten uit het Oostblok. In 2002 ging de markt open voor arbeidskrachten. Het begon met Polen, nu meer en meer met mensen uit Tsjechië, Hongarije, Roemenië. Dat liep op

37

tot 30 a 40% van de totale personeelssterkte. Huisvesting was in de jaren 90 al een probleem en dat probleem is steeds groter geworden. Ponstein werft de mensen niet maar heeft contacten met uitzendbureaus. De fabriek zelf is niet in staat de mensen te werven. De Nederlandse uitzendbureaus boden geen soelaas. Daardoor zijn ze bij uitzendbureaus terechtgekomen die mensen uit het Oostblok halen. Er is nog een poging gedaan met mensen uit de kaartenbak van de gemeente. Dat heeft een groot voordeel omdat er geen huisvestingsbehoefte is. Dit heeft geleid tot 10 mensen. Daarvan kwamen er 7 niet opdagen, 2 te laat, 1 op tijd. Uiteindelijk is niemand aan het werk gegaan. Ze werken nu met twee buitenlandse uitzendbureaus die elk zo'n 15 man aan het werk hebben. Op het hoogtepunt zo'n 40 mensen. Tegenwoordig moet hij eerst de huisvesting regelen, pas dan komen de werknemers. Andersom lukt niet meer. Dhr. Vlijm (Berkenweg): de vraag is of mensen daar wel willen zitten. Is het de rand van de woonwijk of is dit de rand van de samenleving. De buurt van 17 personen is goed ingelicht over de mensen met onbegrepen gedrag. Maar hoe worden de arbeidsmigranten meegenomen in de vraag hoe je omgaat met onbegrepen gedrag. Wat de buurt beangstigd is dat een hek en cameratoezicht nodig is. De notitie spreekt over rand van de woonwijk.

Wat is dat? Blijven deze mensen aan de Berkenweg wonen of keren ze ooit terug naar een woonwijk. En is de stap van afgelegen naar woonwijk dan niet te groot. Is de Berkenweg wel een prikkelarme omgeving met de tuinen en lawaaierige apparatuur en de (soms luidruchtige) migranten. En hoe beweegt men zich naar de kernen. De supermarkt is kilometers verderop. De buurt heeft niets gemerkt van de steekpartij afgelopen weekend. Het is daarmee een sociaal onveilige buurt, geen sociale controle. Wie kan de veiligheid van de buurt garanderen. Wie is aansprakelijk als het mis gaat. De buurt wil meedenken maar ook gehoord worden. Wat voor mensen komen er in de toekomst? Wat heeft voorrang als de arbeidsmigranten en de mensen met onbegrepen gedrag niet samen kunnen leven. Dhr. Plugge (Brigadegebouw): Bewoners hebben geen vertrouwen meer in de politiek. Laat de bewoners meepraten. De stakeholdersbijeenkomst bv. mocht de buurt niet bij zijn. Een verslag hebben ze niet gehad. Er wordt gezegd dat aantal arbeidsmigranten onbekend is. Waar werken die mensen? Moet Elburg dan alles voor de omgeving opvangen. Zorg voor spreiding. Niet twee groepen samen op 1 locatie. Geen grote concentraties. Laat mensen bij het bedrijf wonen. Er zijn al meer dan 90 arbeidsmigranten, waarom dan nog meer? Denk aan locaties als Uwoon, Kruismaten. 46 buitenlanders uit vier landen is wel veel. Waarom niet spoedzoekers.

Max. 10 buitenlanders. Zorg voor dagelijkse begeleiding om excessen te voorkomen. Dhr. Reedijk (Flexwonen) geeft een presentatie. Desgevraagd geeft hij aan dat short stay arbeidsmigranten niet goed mengt met andere doelgroepen. Combi met de midstay kan wel. Vragenronde raadsleden: CU: kunnen de werkzaamheden ook naar het buitenland? Deels, maar bij just in time levering wil men het risico niet nemen van productie elders. Het transport is te ver weg en onbetrouwbaar. CU: meest gewenste huisvestingsvorm voor arbeidsmigranten. Er zijn goede voorbeelden op industrieterreinen. Niet bij zware industrie. Niet waar je bedrijven belemeert in uitbreiding. Migranten vinden dat ook prima. Gaat zeker goed aan de randen van terreinen. Vaak wat grootschaliger locaties. Dat is zeker voor short stay beter omdat je dan kunt zorgen voor (recreatie)voorzieningen en een 24/7 beheerder. Alternatief is bv. voormalig zorgvastgoed. AB: Handhaving voor beide doelgroepen. Veel vragen over veiligheid. Zijn er voldoende mogelijkheden om te handhaven. Handhaving OOV ligt primair bij de politie. BOA's treden in overleg met politie. Overlast van BBQ is lastig, dat mag nou eenmaal. AB: Hoe borgen we uitbuiting? Er is wel het een en ander geregeld als het gaat om uitbuiting op de werkvloer en de salariëring. Voor wonen is het SNF keurmerk belangrijk. Min. opp. vlaktemaat is 10 m2.

Dan is een kwaliteitsniveau geborgd dat acceptabel is. De economie in Polen draait goed. Het is moeilijker om arbeidsmigranten te vinden. Huisvesting is een criterium aan het worden om mensen te krijgen. Dat drijft de kwaliteit omhoog. EB: Wonen bij eigen bedrijf van dhr. Ponstein? Belangrijkste is dat gemeente het probleem onderkent en de oplossing faciliteert. Oplossingen van flexwonen ziet er goed uit. Werknemers die goed in hun vel zitten, presteren beter. Maar samenwerking tussen gemeente en bedrijfsleven is al heel wat. Dan gebeurt er in ieder geval wat. EB: wat deed gemeente Katwijk voor de flexwoningen. Deze gemeente stond er positief in maar heeft moeilijk gehad door een bijna bewonersopstand. Gemeente heeft initiatief genomen tot overlegorgaan. Gemeente heeft nek uitgestoken en bijdrage in beheer gegeven. Dat gebeurt niet vaak. Bijdrage is later teruggedraaid want die bleek niet nodig. Belangrijkste was dat er tijdelijke ontheffing voor 10 jaar op bedrijventerrein kwam.

38

SGP: Kwaliteitkeurmerk gaat dat ook over de inpasbaarheid in de buurt zoals omvang. SNF gaat niet over omvang van het complex en de omgeving, wel over beheer. 24/7 bereikbaarheid. PvdA: We hebben al moeite om plekken te vinden voor onze eigen inwoners. Er zijn veel niet toekomst bestendige recreatieparken. Daar moet je iets anders mee. vb is Putten. VVD: Salariëring arbeidsmigranten? CAO, daar hebben ook de uitzendbureaus mee te maken. Salaris ligt op niveau van de Nederlanders. VVD: is het sociaal wenselijk dat kinderen hier niet kunnen wonen omdat de arbeidsmigranten in de huizen zitten. Arbeidsmigranten dragen inderdaad bij aan tekort aan woningen. Dat totale probleem bestaat al tientallen jaren. Het zijn allemaal Europeanen en er is een heel groot probleem. VVD: wil geen Pools dorp. Diversiteit in de bevolking is juist mooi. Het wordt een plek voor tijdelijke bewoning, hotelachtig. Deze mensen streven niet naar integratie. VVD: Hoeveel arbeidsmigranten hebben we nu werkelijk? Dat ligt aan de basis van beleid. CDA: Verhaal van de 10 uitkeringsgerechtigden is wel schokkend. CDA: Hoe is huisvesting van arbeidsmigranten door dhr. Ponstein geregeld. Probleem van huisvesting zal altijd bij uitzendbureau. Ponstein betaalde. Mensen zaten op campings etc. Alleen touwtjes zijn aangetrokken en dit wordt steeds moeilijker, vooral sinds een jaar.

Nu moet hij zelf voor huisvesting zorgen/bijdragen waarbij regie bij uitzendbureau ligt, die moet voldoen aan de keurmerken. Ze hebben huizen gekocht in Elburg, Dronten en Kampen voor de arbeidskrachten die al wat langer in dienst zijn. Ponstein zorgt voor de financiering. CDA: Ervaringen bij de Berkenweg de afgelopen jaren. Idee dat het wat rustiger wordt, lijken ook wat minder mensen te zijn. Nog steeds hard gereden. Buurt wordt wel netjes gehouden. Wethouder Krooneman: Aan de Berkenweg komen in ieder geval niet delinquenten en verslaafden.

5

Sluiting Notulen Derde ronde: wat willen de raadsleden meegeven aan het college m.b.t. verdere beleidsontwikkeling. SGP: 4 september is al inhoudelijke reactie gegeven. SGP kan zich vinden in de uitgangspunten van de notitie. Afstemming en samenwerking is belangrijk. Dat ontbreekt nog in deze nota. Mensen die we hier hebben moeten we op een fatsoenlijke manier huisvesten. Dat is belangrijk om onze economie draaiende te houden. Bij onbegrepen gedrag is porfessionele ondersteuning belangrijk. Voor beide groepen is de duiding om hoeveel mensen het nou gaat is belangrijk. Dat blijft onduidelijk. Kunnen we een generieke voorziening plaatsen? Gezien de geringe opgave lijkt maatwerk belangrijk. Splitsing tussen jongeren en echte spoedzoekers is goed verwerkt. EB: Komt schriftelijk nog. Fatsoenlijke plekken is belangrijk. Begrijpt de nood voor de bedrijven. AB: Schriftelijke reactie. Blij met notitie die alle ontwikkelingen helder schetst met daarin heldere afspraken. Niet mengen van doelgroepen. Zeker arbeidsmigranten niet binnen woonwijken en een goede verhouding migranten en bewoners. Heeft consequenties voor de huidige bewoners. Mensen met beperking in eigen woonomgeving met goede zorg. Veel vormen zijn nog niet naar voren gekomen zoals tiny houses. Er is duidelijke prioritering in de huisvestingsvraag. Ook voor onze eigen inwoners. Komt ze schriftelijk op terug.

En de aantallen, blijft onduidelijk. nulmeting nodig. CU: zinvol om met alle partijen in gesprek te blijven. Bedrijventerrein is niet in nota uitgewerkt. Ontbreekt nog gelet op deze avond. Certificering belangrijk. Niet mixen van doelgroepen. Vitale vakantieparken: als plek is moet er betrouwbare samenwerking zijn voordat er tijdelijke vergunning komt. Graag verband tussen doelgroepenbeleid en uitgangspunten van vitale vakantieparken. Onbegrepen gedrag qua huisvesting wat concreter. Reguliere woning, apart gebouw? Welke opties zijn er. CDA: Vaart maken. Notitie amper gewijzigd t.o.v. 4 sept. Verliezen zo tijd. Notitie kan afgemaakt worden en naar de raad. Mensen slapen nu op plekken waar je dat niet wilt. Mensen zijn onderdeel van de samenleving. Ambitie is goede huisvesting is mogelijk. Maatwerk per locatie. Weeg de belangen. Bv. de bijzondere locatie van Brigadegebouw moet zwaar meewegen. Goed om te concentreren waar het planologisch passend is en handhaving te organiseren is. Zorg voor mensen staat voor CDA nooit on hold. VVD: Beleid gaat niet zonder duidelijke cijfers. Diversiteit. Migranten moeten zich ook mengen

39

in de samenleving. EU-arbeidsmigranten geen hogere prioriteit t.o.v. andere doelgroepen. Spoedzoekers, jongeren belangrijk. Migranten moeten voor eigen huisvesting zorgen. Onbegrepen gedrag: zorgelijk dat wij onbegrepen gedrag niet begrijpen. Onbegrepen gedrag zonder overlast moet kunnen. Onbegrepen gedrag is wel een probleem. Kan tot gevaarlijke situaties leiden. PvdA: Sluit zich aan bij CDA. Kwaliteit voor alle doelgroepen in deze gemeente. Schriftelijke technische vragen deze week en reacties uiterlijk 13 november bij de griffie. Daarna komen alle antwoorden, ook die van de bewoners van vanavond die nog niet zijn beantwoord. Wethouder Krooneman geeft aan dat na vanavond gezorgd zal worden dat mensen deze winter niet in een caravan hoeven te zitten. Het gaat om schrijnende gevallen van mensen met onbegrepen gedrag. Mevrouw De Weerd geeft aan dat hier nog een schriftelijke reactie op komt want er is wel een motie die het beleid on hold staat. Mensen die zorg nodig hebben, moeten geholpen worden, maar ze is wel benieuwd welke oplossing het college dan heeft binnen de contouren van de motie. Als college met individuele casus komt kan de raad er naar kijken, maar de motie blijft on hold. PvdA: schrijnende gevallen oplossen. VVD: Niemand hoort buiten de boot te vallen. CDA: idem PvdA CU: ontwikkelingen locaties doelgroepenbeleid on hold.

Als iets noodzakelijk is dan die mensen plaatsen, maar niet op de nieuwe locaties die in de motie zijn genoemd. College heeft vrijheid buiten de in de motie genoemde locaties. AB: locaties van de motie staan on hold. EB: liever geen mensen onder de brug. Niet de locaties genoemd in de motie. SGP: College heeft verantwoordelijkheid voor de zorg van deze schrijnende gevallen. Wethouder informeert de raad achteraf als er een schrijnend geval is en hoe die is opgelost.

40

Bijlage 5 Voorbeeld Beleidslijn kamergewijze verhuur Let op: deze beleidslijn is slechts indicatief en betreft geen vastgesteld beleid van gemeente Elburg. De gemeente faciliteert ondernemers bij het huisvesten van hun werknemers en dat is in het belang van de lokale economie. Maar niet tegen elke prijs. Wanneer de leefomstandigheden van de tijdelijke werknemers of van de eigen (omwonende) burgers in het geding zijn, dan dient de gemeente haar beleid te handhaven en misstanden of overtredingen van afspraken aan te pakken. De gemeente stelt regels op en geeft vergunningen af. Periodiek kan men panden langsgaan om te controleren of er volgens vergunning en voorschriften gehandeld wordt. Het tijdelijk huisvesten van buitenlandse werknemers is veelal in strijd met het Bestemmingsplan. Immers:  Een woning is een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.  Een eengezinswoning is een zelfstandig, al dan niet zijdelings aaneengebouwd, gebouw dat één gebouw omvat. Een woongroep bestaande uit het tijdelijk huisvesten van buitenlandse werknemers in een woning is daarmee niet gelijk te stellen en past niet in de gebruiksfunctie van een woning. De rechtbank van 's-Hertogenbosch heeft zich hierover op 13 april 2006 uitgesproken. Er is geen sprake van één huishouden.

De verschillende werknemers zullen de woning voornamelijk alleen als slaapplaats gebruiken en daarnaast zoveel mogelijk op het werk aanwezig zijn. Hier is een kamergewijze verhuur van toepassing. Daarnaast zal het hoofdverblijf van de buitenlandse werknemers elders, nl. in het thuisland, liggen. Medewerking aan het huisvesten van buitenlandse werknemers in een woning zal via een bestemmingswijziging of een afwijkingsprocedure plaats dienen te vinden. Het is niet wenselijk geacht om alles minutieus in het bestemmingsplan te regelen. Daarom leggen we nadere voorwaarden in een beleidsregel vast. In deze beleidsregel kunnen ook regels worden opgenomen over bv. brandveiligheidseisen, over minimumkwaliteit van de huisvesting waaronder een minimumvloeroppervlakte per persoon. De te volgen beleidslijn De bestemming wonen is in beginsel bestemd voor woningen voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Tijdelijke verhuur aan tijdelijke werknemers valt hier niet onder. Een omgevingsvergunning voor tijdelijke verhuur kan worden verleend onder de volgende voorwaarden: 1. Voor woningen groter dan 80 m2 en kleiner dan 120 m2 bruto-vloeroppervlakte (tot het bvo van een woning behoren begane grond, verdieping en eventueel zolder als deze is ingericht om te wonen/slapen): a. de huisvesting van maximaal 4 afzonderlijke personen buiten het verband van een huishouden; b.

wanneer er geen afzonderlijk huishouden in het gebouw is ondergebracht; c. er naar het oordeel van de gemeente voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn, waarbij een parkeernorm geldt van 0,7 parkeerplaats per persoon of er wordt door aanvrager schriftelijk en gemotiveerd onderbouwd welke maatregelen er worden getroffen om van de parkeernorm te kunnen afwijken. Hierbij is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om op basis van deze onderbouwing nadere eisen te stellen; d. een redelijke spreiding van de huisvesting van arbeidsmigranten is naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders voldoende gewaarborgd. 2. Ten behoeve van de huisvesting van meer dan vier personen buiten het verband van een huishouden kan het college voor woningen met een vloeroppervlak van meer dan 120 m2 bruto-vloeroppervlakte (tot het bvo van een woning behoren begane grond, verdieping en eventueel zolder als deze is ingericht om te wonen/slapen) een buitenplanse afwijkingsprocedure volgen en ontheffing verlenen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de buitenplanse afwijkingsprocedure geldt voor maximaal zes personen; b.

er zijn naar het oordeel van de gemeente voldoende parkeerplaatsen aanwezig, waarbij een parkeernorm geldt van 0,7 parkeerplaats per persoon voor het aantal personen boven het toegestane maximum aantal van vier personen of er wordt door aanvrager schriftelijk en gemotiveerd onderbouwd welke maatregelen er worden getroffen om van de parkeernorm te kunnen afwijken. Hierbij is het

41

3.

4.

college van burgemeester en wethouders bevoegd om op basis van deze onderbouwing nadere eisen te stellen; c. een redelijke spreiding van de huisvesting van arbeidsmigranten is naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders voldoende gewaarborgd. Voor woningen in … geldt - in verband met de bebouwingsdichtheid en het geringe aantal parkeerplaatsen - maximale huisvesting van vier afzonderlijke personen buiten het verband van een huishouden in een woning (los van de grootte) en een limitering van .. % van het aantal woningen. Op basis van het huidige aantal wooneenheden van .. stuks bedraagt de limitering … woningen. Behalve bovenstaande moet uiteraard voldaan worden aan bestaande regelgeving zoals het Bouwbesluit 2012 (inclusief Besluit brandveilig gebruik bouwwerken) en de bouwverordening. Overgangsregeling voor bestaande situaties. Voor woningen waar al tijdelijke werknemers gehuisvest zijn is een overgangsregeling van kracht. Uitzendbureaus en andere werkgevers die huisvesting bieden kunnen zich tot 1 januari 2021 melden bij de gemeente. Alleen dan kunnen zij onder de hieronder beschreven overgangsregeling vallen. a. Woningen die zijn aangemeld voor 1 januari 2018 en voldoen aan de gestelde voorwaarden in deze beleidsregel worden vergund. b.

In het geval er sprake is van een woning waarin meer dan het maximum aantal personen zijn gehuisvest, dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een termijn van één jaar na de inwerkingtreding van deze beleidsregel het aantal personen definitief terug te zijn gebracht tot het maximale aantal, tenzij dit vanuit (brand)veiligheidsoverwegingen uiteraard eerder vereist is. Deze termijn zal als (extra) voorwaarde aan de vergunning worden gekoppeld. c. Zodra blijkens het nachtregister het maximumaantal personen is bereikt door vertrek van personen wordt het aantal niet opnieuw overschreden door nieuwkomers in de woning.

42

Bijlage 6 Normen voor huisvesting arbeidsmigranten, SNF Normenset volgens SNF

Bron: Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 8.0, geldig vanaf 1 september 2019 Ruimte en privacy  Toegestane verblijfsvormen: a. reguliere woning b. hotel/pension c. wooneenheden in gebouwencomplex d. woonunits e. huisvesting op recreatieterrein  Bewoners hebben minimaal 10m2 gebruiksoppervlak wonen (GBO) per persoon.  Bewoners van een reguliere woning (a.) en wooneenheden (c.) hebben minimaal 12m2 gebruiksoppervlak wonen (GBO)  Dit geldt ook voor woonunits (d.) wanneer er sprake is van een bestemming “wonen”. Dit is inclusief 3,5 m2 slaapvertrek per persoon.  Alle voorzieningen (sanitair, keuken, slaapvertrek en woonkamer of ontspanningsruimte) dienen onder één dak en inpandig bereikbaar te zijn.  Bij alle woonvormen hebben bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5 m2 vloeroppervlakte ter beschikking.  Tot uiterlijk 31-12-2023 geldt dat voor bestaande huisvesting in woonvorm e (huisvesting op recreatieterrein) bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 2,7 m2 vloeroppervlak ter beschikking hebben. Als de slaapruimte in woonvorm e minder dan 3,5m2 vloeroppervlakte per persoon is, mag de slaapruimte maximaal voor 2 personen gebruikt mag worden. Vanaf 1- 1-2024 vervalt deze uitzondering en geldt de eis dat in alle woonvormen bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5m2 vloeroppervlakte ter beschikking hebben.

 Voor alle woonvormen geldt dat voor elke bewoner in het slaapvertrek een bed beschikbaar is met een matras van tenminste 80*200cm en kledingkast van tenminste 0,36m3 plus een stoel. Indien de kledingkast niet in het slaapvertrek staat, dient deze op slot te kunnen.  Tijdens de inspectie wordt gecontroleerd of de daadwerkelijke bezetting klopt met wat er uit de administratie blijkt. Sanitair, veiligheid en hygiëne  Er is minimaal 1 toilet per 8 personen.  Er is minimaal 1 douche per 8 personen.  Er is geen sprake van zichtbare overbelasting van het elektriciteitsnet (controle op o.a. op dubbelstekkers en kookplaatjes)  De verlichting en elektriciteitsvoorziening in natte ruimten is spatwaterdicht geschikt voor gebruik in natte ruimtes.  Er is geen sprake van omstandigheden die tot gevaar of verwondingen kunnen leiden.  Hygiëne in en om de woonlocatie veroorzaakt geen gevaar voor de volksgezondheid.  Er is een deugdelijke en aantoonbaar onderhouden mechanische installatie of natuurlijke ventilatie, dit in combinatie met voldoende beluchting.  Er is geen sprake van schimmelvorming in de badkamers, keukens en/of andere ruimtes.  CV, gaskachel en geiser dienen tweejaarlijks aantoonbaar gecontroleerd te zijn.  Op locaties met bestemming ‘wonen’ heeft elke verblijfsruimte minimaal 0,5 m2 daglichtoppervlakte.

 Op locaties met bestemming ‘logies’ heeft elke verblijfsruimte directe daglichttoetreding.  Verblijfsruimten dienen verwarmd te kunnen worden. Voorzieningen  Koelkast(en), 30 liter koel-/vriesruimte per persoon. 43

  

Kookplaat/platen, minimaal 4 pitten. Specifieke norm bij grotere aantallen bewoners: bij meer dan 8 personen 1 pit per 2 personen, bij meer dan 30 personen minimaal 16 pitten.

Kookplaat/platen in studio’s voor maximaal 2 bewoners dienen minimaal 2 pitten plus een magnetron of oven aanwezig te zijn.

Informatievoorziening en overige eisen  Er moet een informatiekaart aanwezig zijn die opgehangen is op een centrale plaats, De informatiekaart is opgesteld in het Engels of het Duits of de landstaal van de bewoners en deze bevat ten minste telefoonnummers van: ­ beheerder/contactpersoon verhuurder ­ regiopolitie ­ brandweer ­ 112 (in levensbedreigende situaties) ­ verkorte huis- en leefregels in landstaal van de bewoners ­ ontruimingsplan en noodprocedure  Als de inspecteur gesloten slaapkamers aantreft dient hij/zij een herinspectie van de locatie te

gelasten.

Brandveiligheid Maatregelen in de woning  Brandblusser: ­ Een brandblusser moet voldoen aan het besluit draagbare blustoestellen 1997 en in het bijzonder de vigerende NEN-EN 3- 7. De plaatsing van brandblussers en keuze van de blusstof in relatie tot de brandklasse moet voldoen aan de vigerende NEN 4001+C1. ­ Een draagbaar blustoestel moet bij nieuwe levering worden voorzien van de aanduiding van de uiterste datum (jaar en maand) waarop het eerstvolgende onderhoud moet worden uitgevoerd dit conform de vigerende NEN 2559. ­ Het preventief onderhoud dient jaarlijks te worden uitgevoerd conform de vigerende NEN 2559 door een gecertificeerd REOB bedrijf. De onderhoudsgegevens moeten worden geregistreerd op een etiket op basis van de vigerende NEN 2559 dat duurzaam is bevestigd op het blustoestel. Er is in totaal 6 liter / 6 kilogram blusmiddel aanwezig ­ Er is een brandblusser van minimaal 2 liter / 2 kilogram binnen 5 meter van iedere plaats waar gekookt wordt en op plaatsen met open vuur (direct onder handbereik, dus niet in een andere eenheid en niet buiten). ­ Er staat een instructie voor gebruik op elke brandblusser  Er is een blusdeken bij iedere kookgelegenheid.  Er zijn werkende rook- en CO-melders op voorgeschreven plaats gemonteerd. Gecombineerde CO- en rookmelders zijn niet toegestaan.

Goed werkgeverschap  Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor uitzendondernemingen als voorwaarde dat zij staan ingeschreven in het register van gecertificeerde ondernemingen van SNA.  Uitzendondernemingen die te werk stellen in de sector waar de cao vlees van toepassing is dienen te beschikken over het SNA-keurmerk.  Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor agrarische ondernemingen in de sector ‘open teelten’ en in de sector ‘glastuinbouw’ die eigen werknemers huisvesten, dat zij bij het secretariaat de verklaring goed werkgeverschap zoals in de cao open teelten dan wel de cao glastuinbouw is voorgeschreven en beschikbaar via de SNF-website moeten indienen.  Ondernemingen die geregistreerd zijn bij Fair Produce kunnen daarmee aantonen aan de eisen voor goed werkgeverschap te voldoen.

44

Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor ondernemingen die eigen werknemers huisvesten in sectoren waarmee SNF nog géén afspraken heeft gemaakt over de invulling van goed werkgeverschap, dat zij bij het secretariaat een accountantsverklaring volgens het voorgeschreven format waaruit blijkt dat de van toepassing zijnde cao wordt nageleefd. Ondernemingen die geen eigen werknemers huisvesten hoeven niet aan deze normeis te voldoen. Zie reglement registratie voor de voorwaarden.

45

Bijlage 7 Afwegingskader Initiatieven Huisvesting Arbeidsmigranten De bestemming van de locatie 1.

Staat de actuele bestemming van deze locatie wonen of logies (van arbeidsmigranten) toe?

2.

Is een wijziging van de bestemming te overwegen? a. Zijn op voorhand, zonder uitgebreid nader onderzoek, al feitelijke belemmeringen bekend, waarbij gedacht kan worden aan: ­ Gevaar, geluid- of geuroverlast door omliggende bedrijven ­ Infrastructuur zoals drukleidingen ­ Bedrijven die in hun toekomstige bedrijfsvoering belemmerd zouden worden (planschade) ­ Onaanvaardbare toename verkeersdruk (afhankelijk van omvang, zie 4) ­ Andere belemmeringen b. Zijn er beleidsmatige belemmeringen tegen zo’n wijziging, zoals: ­ Er speelt al een ander verzoek/initiatief op die locatie ­ Belemmeringen vanuit omgevingsvisie ­ Andere belemmeringen

3.

Is een tijdelijk afwijking van de bestemming (max. 10 jaar) te overwegen? a. Zijn op voorhand, zonder uitgebreid nader onderzoek, al feitelijke belemmeringen bekend tegen een tijdelijke afwijking, waarbij gedacht kan worden aan: ­ Gevaar, geluid- of geuroverlast door omliggende bedrijven ­ Infrastructuur zoals drukleidingen ­ Bedrijven die in de komende 10 jaar in (wijziging van) hun bedrijfsvoering belemmerd zouden ­ worden (planschade) ­ Onaanvaardbare toename verkeersdruk (afhankelijk van omvang, zie 4) ­ Andere belemmeringen b. Zijn er beleidsmatige belemmeringen tegen zo’n tijdelijke afwijking, zoals: ­ Er speelt al een ander verzoek/initiatief op die locatie; ­ Belemmeringen vanuit omgevingsvisie; ­ Andere belemmeringen.

De aard en omvang van de voorziening 4.

Welke omvang kan een voorziening maximaal hebben op een locatie? Er moet worden voldaan aan de normering van de Stichting Normering Flexwonen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=02b2be9c-989d-4f32-8633-c0dc9985a89c