Dekkingsplan
Tekst van het document
Het op orde zijn van de brandveiligheid van een gebouw is primair de verantwoordelijkheid van de eigenaar/ gebruiker. De meeste veiligheidswinst zit in maatregelen binnen risicobeheersing, met effect op beïnvloedbare factoren. realiseren we een scenario dat beheersbaar is voor de brandweer, ook wanneer deze later aanwezig is dan de genoemde opkomst- en streeftijden. Het effect van risicobeheersingsmaatregelen is echter lastig meetbaar en beïnvloedt niet de operationele prestatie. Tijdoverschrijding kan niet in alle gevallen worden opgelost door (brand)preventieve maatregelen. Aandachtsobjecten Volgens de landelijke handreiking verdienen aandachtsobjecten een afzonderlijke beoordeling maar mag indien mogelijk ook een logische clustering plaatsvinden (zie Bijlage 5).
De mate van brandveiligheid van een object wordt bepaald door een samenspel tussen mens, gebouw, brand, interventie en omgevingskenmerken. Zie hiervoor ook Figuur 12. Het gaat bijvoorbeeld om de kenmerken van het object zelf, zoals de bouwmaterialen, brandwerende voorzieningen en de aanwezigheid van rookmelders. Daarnaast gaat het ook om de wijze waarop het object gebruikt wordt. Welke risicovolle activiteiten vinden plaats en kunnen de gebruikers zichzelf redden? Ook spelen de aanwezigheid van een bedrijfshulpverleningsorganisatie (BHV) en de inzetmogelijkheden van de brandweer een rol.
31
Figuur 12 Schematische weergave van het samenstel van kenmerken.
Het uitgangspunt van het systeem van brandveiligheid is in basis voor alle gebruiksfuncties gelijk. Vanuit het kenmerkenschema beredeneerd betekent dit dat de kenmerken van de mens, gebouw, brand en omgeving idealiter zo zouden moeten zijn dat een brand in een object leidt tot een beheersbaar scenario voor de brandweer. Er moeten voldoende voorzieningen aanwezig zijn om een object bij brand tijdig te verlaten en brand en rookverspreiding naar andere brandcompartimenten en percelen te voorkomen. Daarnaast moet het object goed bereikbaar zijn voor de brandweer, met daarbij een bluswatervoorziening die past bij de verwachte bluswaterbehoefte. Van de brandweer kan pas een goede interventie worden verwacht wanneer de mate van brandveiligheid in balans is met de kenmerken. Belangrijk hierin is dat onze afdeling risicobeheersing advisering over objecten en evenementen in de ruimtelijke omgeving op een risicogerichte wijze heeft ingericht. Dit betekent dat zij adviseert over de mate van brandveiligheid in brede zin, waarbij alle kenmerken worden meegenomen.
Risicogericht werken Wij richten onze werkzaamheden op de grootste risico s in onze regio, om te komen tot een risicobewuste en zelfredzame samenleving. Risicogericht werken betekent beïnvloeding van de
32
analyse bepalen we kunnen worden. De opkomsttijd is maar een beperkt onderdeel van het risico. Risicogericht werken betekent ook dat tijd en capaciteit gericht worden ingezet in die situaties waar het veiligheidsrendement het hoogst is. We controleren niet langer in situaties waarin beperkt(er) veiligheidswinst valt te behalen (de facto zullen we voor bedrijven en instellingen ons vooral richten op de complexere dossiers met een hoger risico). Het wettelijk kader bepaalt, ook bij een risicogericht advies, de ondergrens. Daar waar een hoger maatregelenniveau wordt geadviseerd dan wettelijk vereist, wordt toegelicht waarom dat zo is. De gedachte is dat de risicobewuste eigenaar/gebruiker vanuit een gevoelde verantwoordelijkheid meer genegen is om risicogerichte maatregelen te treffen. Hierbij geldt: hoe eerder wij zijn aangesloten bij een initiatief, hoe beter rekening kan worden gehouden met aspecten als opkomsttijden. De mate van brandveiligheid wordt op diverse manieren beïnvloed. Daarbij werken we volgens de landelijke methode voor risicogericht werken. De invloed op de mate van brandveiligheid richt zicht op: Wet- en regelgeving Inrichting van de omgeving Vergunning, toezicht en handhaving Kennisdeling in relatie tot gedragsverandering Kennisdeling in relatie tot handelingsperspectief repressieve dienst Communicatie en
Voorlichting en campagnes voor een risicobewuste samenleving Brandveiligheid is van ons allemaal. Er zijn veel aspecten die brandveiligheid beïnvloeden. Denk aan brandveilig meubilair, gebouwen met een brandveilig ontwerp of goede vluchtwegen. Het is dus van belang dat we ons realiseren dat brandveiligheid veel meer is dan alleen de opkomsttijden van de brandweer. Zowel de risicobewustzijnscampagnes als de traditionele brandveiligheidsvoorlichting richten zich op situaties waar een risico zich voordoet. In de komende beleidsperiode wordt wederom aansluiting gezocht bij het risicoprofiel en waar van toepassing het dekkingsplan. Met behulp van innovatieve risicocommunicatie, gedragsinterventies en voorlichting hebben we namelijk invloed op de manier waarop mensen zich gedragen en hoe mensen zichzelf en hun naasten kunnen redden. De afgelopen jaren zijn goede resultaten behaald met doelgroep- en risicogerichte gedragsinterventies, met name voor brand. We zijn trots op het werk dat wij hiervoor verzetten en de resultaten die wij behalen. Dit betekent dat wij steeds betere interventies ontwikkelen die gestoeld zijn op gedragswetenschappelijke methodes. We zijn hierin toonaangevend en een deskundige gedragsadviseur voor regionale en gemeentelijke gedragsvraagstukken. Dit punt komt ook nadrukkelijk naar voren in regionaal beleidsplan 2025-2028.
33
Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Een ander belangrijk punt in regionaal beleidsplan 2025-2028 is de aandacht voor het thema natuurbrandbeheersing. Een aantal van de aandachtsgebieden en -objecten dat naar voren komt bevindt zich in een natuurgebied. Wij werken samen met de Gelderse , de provincie en gemeenten aan de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing. Onderdeel van deze aanpak is het risicogerichte brandveiligheidsadvies bij risicovolle en/of kwetsbare objecten in de natuurlijke omgeving. Dit betekent dat een aantal aandachtsobjecten uit het dekkingsplan al in de gebiedsgerichte aanpak wordt meegenomen. Opkomsttijd wordt meegewogen in het risicogerichte advies.
Een sluitende veiligheidsketen De koppeling tussen crisisbeheersing, risicobeheersing, de operationeel informatiebeheerders en brandweerzorg is sluitend. Alles ter ondersteuning van een snelle en adequate inzet van de brandweer. De komende beleidsperiode onderzoeken we, in het kader van informatiegestuurd werken, hoe informatiesystemen de behoefte aan samenwerking nader kunnen ondersteunen. De aandachtsobjecten op de aandachtspuntenlijst zijn opgenomen in onze risicogerichte benadering. Een uitwerking van de acties die vanuit de risicogerichte werkwijze al zijn uitgezet op de aandachtsobjecten staat in Bijlage 5.
Regionale conclusies en aanbevelingen De eerste tankautospuit (basisbrandweereenheid) kan na een melding van gebouwbrand over het algemeen binnen de gestelde bandbreedte ter plaatse zijn. De slagkracht is op orde en de regionale capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten voldoet aan het landelijke slagkrachtprofiel. Wel is het voortzettingsvermogen bij dit soort inzetten kwetsbaar. De beschikbaarheid van de eerstelijns tankautospuiten is op niveau, maar de beschikbaarheid van vrijwilligers behoeft continu aandacht. Met de huidige kazernespreiding, het aantal eenheden en onze organisatievorm kunnen wij passende brandweerzorg leveren. De interne samenwerking tussen risicobeheersing, vakbekwaamheid en operationele informatievoorziening in het risicogericht voorbereiden op incidenten werkt naar behoren. Er zijn geen ingrijpende maatregelen nodig. We kunnen gestaag verder werken aan optimalisatie van onze huidige brandweerorganisatie.
34
Dekkingsplan vaststellen | Processtap 4 Op dit moment wijken de opkomsttijden uit de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor dekkingsplannen (nog) af van de voorgeschreven opkomsttijden uit het Besluit In overleg tussen de minister van Justitie en Veiligheid en het Veiligheidsberaad is overeengekomen dat de Landelijke Handreiking Uniforme Systematiek voor dekkingsplannen.
35
Uitvoering bijstellen | Processtap 5 Wij kunnen met de huidige kazernespreiding, het aantal eenheden en onze organisatievorm de basisbrandweerzorg leveren. Er is op dit moment geen aanleiding om onze uitvoering bij te stellen. Ons materieelspreidingsplan (MSP) zit nog in de implementatiefase. Onlangs is het eerste voertuig uitgeleverd door de opdrachtnemer. De getoonde afbeeldingen met betrekking tot de dekking zijn gebaseerd op de huidige locaties en brandweerzorgeenheden. Gedurende de looptijd van dit dekkingsplan zullen de afbeeldingen wijzigen.
36
Dekking uitvoeren en beoordelen | Processtap 6 en 7 Wij ontwikkelen ons de komende beleidsperiode op het gebied van informatiegestuurd werken. Hiermee werken we ook aan een actieve(re) registratie van incidentgegevens. Volgens de handreiking zijn voor de monitoring van het dekkingsplan ten minste de volgende gegevens relevant: Statustijden Type incident Prioriteit en wijzigingen van prioriteit tijdens een incident Adres of locatie van het incident Beschikbaarheid (paraatheid en gelijktijdigheid) Bezetting Duiding van bijzondere omstandigheden Het bestuur wordt twee keer per jaar met een prestatiekaart geïnformeerd over een aantal beoordelingsfactoren: Aantal incidenten Paraatheid Prio 1-dekking en spreidingsplan Internationale samenwerking Analyses / advies ruimtelijke veiligheid, veilig bouwen en evenementen Proces gedrag en veilige leefomgeving, resultaten en bereik campagnes In het beleidsplan van 2025-2028 is informatiegestuurd werken benoemd als speerpunt. Wij hebben al analyses en dashboards gerealiseerd en in gebruik genomen. Dit bouwen we de komende jaren verder uit. Hierbij maken we in principe gebruik van centrale, goed beheerde datavoorzieningen, gecombineerd met externe bronnen. De komende jaren ligt de focus op een nog beter beheer en ontsluiting van deze voorzieningen, zowel intern als richting ketenpartners.
37
Bijlage 1 - Overzicht materieel per post na realisatie project vervanging blusvoertuigen District Achterhoek-Zuid Post
Voertuig
Organisatievorm
TS Aalten
WTG
Vrije instroom
WVD Dinxperlo
TS
Vrije instroom
Borculo
TS
Vrije instroom
TS Eibergen
WTG
Vrije instroom
WVD Neede
TS WTS500
Vrije instroom
TS Ruurlo
WTS500
Vrije instroom
VIA TS Groenlo
WTG
Vrije instroom
ORT TS Lichtenvoorde
WTS500 HV
Vrije instroom
VIA
Gebruikte afkortingen: TS Tankautospuit TS Combi Tankautospuit terreinvaardig (Combi) NB Spec Specialistisch voortuig natuurbrand HV Hulpverleningsvoertuig RV Redvoertuig WVD Waarschuwing en verkenning WTG Watertankwagen GWT Groot Watertransport WTS500 Klein Watertransport MCU Mobiele Commando Unit VIA Vee-redinstallatie-aanhanger SB Schuimblusvoertuig BRV Brandweervaartuig BOE Basis Ontsmettingseenheid GOE Grootschalige Ontsmettingseenheid
TS TS Winterswijk
GWT
Vrije instroom
WTG RV TS TS Doetinchem
GWT RV
Kazernering
HV MCU Wehl
TS VIA
Vrije instroom
TS Gendringen
VIA ORT
Vrij instroom
BRV Silvolde Varsseveld Bergh
TS WTS500 TS SB TS Combi
Vrije instroom Vrije instroom Vrije instroom
38
WTG WVD Didam
TS Combi WTS500
Vrije instroom
District Achterhoek-Noord Post
Voertuig
Organisatievorm
TS TS Zutphen
RV HV
Kazernering
ORT BRV TS Lochem
WTS500
Vrije instroom
ORT Laren Almen Barchem
TS WTG TS WVD TS
Vrije instroom Vrije instroom Vrije instroom
TS Gorssel
WTS500 ORT
Vrije instroom
BRV Hengelo (GLD)
TS WTS500
Vrije instroom
TS Steenderen
WVD ORT
Vrije instroom
BRV Vorden Zelhem
TS Combi WTG TS Combi WTG
Vrije instroom Vrije instroom
District Midden Post
Voertuig
Organisatievorm
TS Apeldoorn-Centrum
RV HV
Beroeps
GPD Apeldoorn Vrijw Apeldoorn-Zuid
TS Combi GOE/BOE TS GWT
Vrije instroom Dagdienst bezetting
39
WTG Beekbergen
TS Combi
Vrije instroom
De Maten
TS
Vrije instroom
Hoenderloo
TS Combi
Vrije instroom
Hoog Soeren
TS Combi
Vrije instroom
Loenen
TS Combi
Vrije instroom
TS Combi
Uddel
WTG
Ugchelen
TS Combi TS
Brummen
WTG
Vrije instroom Vrije instroom Vrije instroom
TS Eerbeek
NB Spec
Voorst
TS
Vrije instroom
WTS 500 TS
Terwolde
WVD
Vrije instroom Vrije instroom
TS Twello
SB
Vrije instroom
WTS 500 TS Combi
Klarenbeek
VIA
Vrije instroom
District Veluwe Post
Voertuig
Organisatievorm
TS Epe
NB Spec
Vrije instroom
WTG TS Vaassen
NB Spec
Vrije instroom
WTS500 Oene Wapenveld
TS VIA TS Combi WTS500
Vrije instroom Vrije instroom
TS Combi Heerde
ORT
Vrije instroom
BRV Hattem
TS WTG
Vrije instroom
TS Wezep
NB Spec
Vrije instroom
HV TS Combi Oldebroek
WTG
Vrije instroom
WVD Elburg
TS Combi
Vrije instroom
40
NB Spec RV WTS500 SB TS Elspeet
NB Spec WTS500
Vrije instroom
VIA TS Combi Nunspeet
TS WTG
Vrije instroom
GWT TS TS RV Harderwijk
HV
Vrije instroom
DT ORT BRV Hierden
TS Combi
Vrije instroom
TS Ermelo
NB Spec WTG
Vrije instroom
WVD TS Putten
NB Spec
Vrije instroom
WTS500
41
Bijlage 2a - Technische uitgangspunten berekeningen Het dekkingsplan komt tot stand door per buurt in de regio de opkomsttijd te berekenen met een rekensysteem. In deze bijlage van het dekkingsplan geven we uitleg over de werking van het rekensysteem en de uitgangspunten bij de berekeningen.
Rekensysteem Wij gebruiken het rekenprogramma CARE (CArtografische REkenmodule van de firma SafetyCT) voor de berekeningen die de basis vormen van het dekkingsplan. Op basis van het gebouwbestand, de infrastructuur en de theoretische rijsnelheden worden Kazerne Volgorde Tabellen gemaakt. Per object berekenen we welk voertuig het snelst ter plaatse kan zijn. Zo worden prognoses op de schaal van regionaal, gemeentelijk of verzorgingsgebied gemaakt over de opkomsttijden. Om het systeem te kunnen laten rekenen, kiest de regio uitgangspunten. Vaak zijn die gebaseerd op praktijkmetingen. De uitkomsten blijven echter theoretische berekeningen en prognoses. De uitgangspunten bij de berekeningen Voor de berekeningen voor het dekkingsplan is een aantal uitgangspunten bepaald, op basis waarvan het rekensysteem gevuld is. De volgende uitgangspunten zijn gekozen. Waarde
Toelichting
Opmerking
Rekenmethode
CARE, versie 2.12.3
Toepassing wordt door meerdere gebruikt.
Objecten
BAG (Basisadministratie Adressen en Gebouwen) KRO (Kern Registratie Objecten)
Programma voor dekkingsprognoses. Ontwikkeld door SafetyCT De KRO is een verzameling van objecten uit diverse landelijke registraties in één kaartbeeld. De database bevat gegevens van registraties zoals BAG, BRT, WOZ, Handelsregister, RRGS en LRKP.
Normtijden
Zoals opgenomen in de landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen. Berekend met een wegenbestand van de Roadtool.
Aangepast voor hulpdiensten met speedprofiles van TomTom. Wegenbestand bepaald aan de hand van de Roadtool van SafetyCT.
Toepassing wordt door meerdere gebruikt.
Rijtijden
Basisbrandweereenheid
Tankautospuit met een zestal bemanningsleden.
42
Het aantal gemeten tijden levert voor een aantal posten on onze regio nog geen valide beeld op als de nieuwe systematiek wordt gebruikt. Dit komt door het kleine aantal meldingen. Onze mediaantijden zijn daarom nog op basis van de systematiek van het vorige dekkingsplan. De werkwijze uit de handreiking is nog niet toegepast. Actualiseren uitruktijd: De uitruktijd wordt berekend. Dit is het gemiddelde van de mediaan van 2019, 2020 en 2021 van alle prio 1-incidenten. Uitruktijden van langer dan tien minuten en korter dan twee seconden worden niet meegenomen in de berekening. We gaan ervan uit dat dit foutieve statussen zijn. Uitruktijden die worden gerealiseerd na een half uur vanaf de start van het incident tellen niet mee in de berekening. We gaan ervan uit dat die uitruktijden niet van waarde zijn voor de berekening van de uitruktijd van de eerste tankautospuit. De uitruktijd Redvoertuig wordt bepaald op basis van geregistreerde uitruktijden. Dit is het gemiddelde van de mediaan van 2019, 2020 en 2021 van alle prio 1-incidenten. Als meldkamertijd is als mediaantijd 78 seconden aangehouden. In 2023 hebben we besloten om geen onderscheid te maken in een dag-, avond-, nacht- en weekendvenster. In de BVOG wordt één uitruktijd toegepast.
De volgende mediaantijden (tankautospuit) zijn aangehouden als grondslag voor de berekeningen: Gemiddelde van mediaan uitruktijd uitruktijd Achterhoek-Noord Almen Barchem Borculo Eibergen Gorssel Hengelo Gld Laren Lochem Neede Ruurlo Steenderen Vorden Zelhem Zutphen Achterhoek-Zuid Aalten Bergh Didam Dinxperlo
0:04:30 0:05:11 0:05:34 0:04:24 0:03:57 0:05:23 0:04:24 0:05:00 0:05:00 0:04:04 0:05:30 0:04:54 0:04:09 0:02:16 0:05:36 0:04:32 0:05:17 0:04:28
43
Doetinchem Gendringen Groenlo Lichtenvoorde Silvolde Varsseveld Wehl Winterswijk Midden Apeldoorn - Beroeps Apeldoorn-Centrum Apeldoorn-De Maten Apeldoorn-Zuid Beekbergen Brummen Eerbeek Hoenderloo Hoog-Soeren Klarenbeek Loenen Terwolde Twello Uddel Ugchelen Voorst Veluwe Elburg Elspeet Epe Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Hierden Nunspeet Oene Oldebroek Putten Vaassen Wapenveld Wezep
0:02:14 0:05:13 0:05:34 0:05:09 0:06:22 0:04:23 0:05:04 0:05:16 0:01:21 0:05:30 0:04:28 0:01:32 0:04:10 0:06:59 0:04:54 0:03:06 0:03:57 0:03:36 0:04:08 0:03:01 0:04:16 0:03:21 0:03:25 0:04:23 0:04:16 0:03:21 0:03:48 0:04:52 0:05:27 0:04:00 0:04:15 0:04:35 0:03:48 0:03:32 0:03:43 0:03:56 0:03:43 0:04:04 0:04:51
44
Bijlage 2b - Relevante bestuurlijke besluiten Streeftijd Redvoertuig
15 minuten
Vorige dekkingsplan
Streeftijd hulpverleningsvoertuig (HV)
15 minuten
Vorige dekkingsplan
Duidelijk is dat niet overal deze streefwaarde kan worden gerealiseerd.
Streeftijd Waterongevallen (WO) duiken
30 minuten
Vorige dekkingsplan
Duidelijk is dat niet overal deze streefwaarde kan worden gerealiseerd.
Paraatheidsregeling Uitruk op Maat
Door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders voor flexibele voertuigbezetting (2015)
45
Bijlage 3 - Opkomstprestaties In deze bijlage hebben we de visualisaties opgenomen van de opkomstprestaties in onze regio en in het weekend. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. In deze bijlage zijn de visualisaties van de avond, nacht en het weekend, die horen bij processtap 2 en 3 van de Handreiking Landelijk Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen, opgenomen.
Figuur 13 rood de langste. Vanuit de handreiking is het kleurgebruik voorgeschreven.
Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd wordt bereikt kan ook worden weergegeven in een s-curve. In een staafdiagram is verder gespecifieerd in welke tijdvakken de locaties bereikt worden.
Figuur 14 Percentage van de objectlocaties in de regio die binnen een bepaalde tijd door de eerste tankautospuit bereikt worden, uitgezet in tijdvakken waarin ze bereikt worden. Hier zijn de avond, nacht en het weekend weergegeven.
46
Figuur 15 Opkomsttijden van de eerste drie tankautospuiten overdag, in minuten. De lichtste kleur geeft de snelste tijd aan en de donkerste kleur de langste.
Figuur 16 Het percentage van de objectlocaties in de regio die binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten worden
In Hoofdstuk 2 (processtap 2) hebben we de operationele prestaties voor de basisbrandweerzorg inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Om te beoordelen of deze prestaties afdoende zijn gebruikt de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen de methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden.
47
Figuur 17 Beoordeling van gebieden op factor snelheid. De punten zijn objecten die bijzondere aandacht vereisen (aandachtsgebieden/objecten).
48
Bijlage 4 - Repressieve dekking van de overige kerntaakgebieden De Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen maakt voor de beoordeling van de basisbrandweerzorg gebruik van de nieuwe methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Deze methode richt zich op de beoordeling van de basisbrandweereenheid (tankautospuit). De methode geeft geen beoordelingskader voor het redvoertuig en de overige taakgebieden. Wij hebben de opkomsttijden voor hulpverlening, redding op hoogte, natuurbranden en waterongevallen geanalyseerd en beoordeeld.
4a. Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening Een steeds groter deel van de werklast van de brandweer bestaat uit hulpverlening. Het gaat hierbij om technische hulpverlening bij verkeersongevallen, maar ook om hulp aan andere hulpdiensten, zoals het afhijsen van patiënten voor de ambulancedienst of het openen van deuren voor de politie. Daarnaast rukt de brandweer steeds vaker uit voor reanimatie. De operationele prestatie bij hulpverlening, in relatie tot de wordt gewogen aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Snelheid Voor hulpverlening is geen wettelijke opkomstnorm bepaald. Wij hanteren een streeftijd van 18 minuten voor de opkomst van een hulpverleningsvoertuig. Landelijk wordt gestreefd naar 20 minuten. De eigen opgelegde streefwaarde is daarmee strenger dan waar in het land voor wordt gepleit. Het hulpverleningsvoertuig is altijd ondersteunend aan een basiseenheid (tankautospuit) of aan een Officier van Dienst. Daarvan weten we dat deze in 99% van de regio binnen 18 minuten ter plaatse kunnen zijn. Onze hulpverleningsvoertuigen staan in de regio geplaatst op de kazernes in Doetinchem, Lichtenvoorde, Apeldoorn, Zutphen, Harderwijk en Wezep. In onderstaande visualisatie is weergegeven in welk deel van de regio binnen 18 minuten een hulpverleningsvoertuig ter plaatse kan zijn (groen).
Figuur 18
49
Capaciteit De brandweer heeft voldoende slagkracht voor hulpverlening. Zowel bij kleine incidenten als voor stormdagen of bijvoorbeeld bij complexere spoorwegongevallen. Paraatheid en restdekking Hulpverleningsvoertuigen zijn gestationeerd op posten met een beroepsprofiel, met een kazerneringsprofiel en bij posten met een vrij instroomprofiel (vrijwilligers). In het geval van gelijktijdigheid van (maatgevende) incidenten hebben we voldoende eenheden beschikbaar om in te zetten. Daarnaast kunnen interregionale eenheden gealarmeerd worden. Werkdruk Door veranderende incidenten loopt de werkdruk op de hulpverleningsvoertuigen langzaam terug. Het aantal incidenten loopt terug, maar er is ook minder behoefte aan zwaar hulpverleningsmaterieel dankzij andere (veiligere) voertuigtypen en protocollen van de ambulancedienst. Wij hebben hierop geanticipeerd door het aantal hulpverleningsvoertuigen in het dekkings- en spreidingsplan terug te brengen van 11 naar 6. Analyse Hulpverleningsvoertuigen kunnen in het grootste deel van de regio aan de streefwaarde voor de opkomsttijd (15 minuten) voldoen. In de gebieden waar het hulpverleningsvoertuig niet binnen deze tijd ter plaatse kan zijn, is het risico op zware ongevallen te classificeren als laag/gemiddeld. In deze delen van de regio bevindt zich minder infrastructuur zoals snelwegen of spoorlijnen.
Conclusies en aanbevelingen De brandweerzorg voor het taakgebied ulpverlening is op orde. Er is voldoende dekking en capaciteit om incidenten te bestrijden. Er zijn geen aanvullende maatregelen nodig.
4b. Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig In het Besluit veiligheidsregio s staat dat het bestuur van de veiligheidsregio vaststelt voor welke objecten bij binnenbrand de inzet van een ondersteuningseenheid voor redden en blussen op hoogte altijd noodzakelijk is. De opkomstnorm van dit redvoertuig is dan dezelfde als voor de eerste tankautospuit. Ons bestuur heeft in 2012 besloten hiertoe geen noodzaak te zien. Snelheid Voor redvoertuigen is geen wettelijke opkomstnorm bepaald. Wij hanteren een streeftijd van 18 minuten. Een redvoertuig is altijd ondersteunend aan een tankautospuit, daarvan weten we dat deze in 99% van de regio binnen 18 minuten ter plaatse kan zijn. Onze redvoertuigen staan in de regio geplaatst op de posten Doetinchem, Winterswijk, Apeldoorn, Zutphen, Elburg en Harderwijk. In onderstaande visualisatie is een weergegeven in welk deel van de regio binnen 18 minuten een redvoertuig ter plaatse kan zijn (geel).
50
Figuur 19
De brandweer is in staat om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding en/of blussing op hoogte. Werkdruk We zien een redelijk stabiel aantal inzetten van het redvoertuig. Er is geen aanleiding om te zoeken naar mogelijkheden om de werkdruk te verlagen. Deze wordt als beheersbaar beschouwd. Analyse afgestemde streefwaarde voor de opkomsttijd. Wij zijn in staat om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding en/of blussing op hoogte. Conclusie en aanbeveling De spreiding van de zes redvoertuigen is op orde. Er is voldoende dekking en capaciteit om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding en/of blussing op hoogte. Op basis van het risicoprofiel zijn geen aanvullende maatregelen nodig.
4c. Beoordeling operationele prestaties bij waterongevallen Een van onze kerntaken bestaat uit uitrukken naar waterongevallen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om mensen of dieren die te water zijn geraakt. De operationele prestatie bij waterongevallen, in relatie Daarbij is gekeken naar de Landelijke Handreiking Waterongevallen bestrijding, welke uitgaat van een drietrapsescalatiemodel: grijpredding, oppervlakteredding en duiken.
51
Snelheid Alle basiseenheden (tankautospuiten) binnen onze regio zijn uitgerust en geoefend om een grijpredding uit te voeren. Hierbij bevindt het slachtoffer zich aan de oppervlakte in water van maximaal 1,5 meter diep en maximaal 15 meter van de waterkant. De posten Gendringen/Eibergen (zorgen gezamenlijk voor de paraatheid/bezetting één ORT), Groenlo, Gorssel, Lochem, Steenderen, Zutphen, Harderwijk en Heerde hebben een oppervlaktereddingsteam. Deze posten zijn geselecteerd op basis van een natuurlijke spreiding en uitvoeren wanneer het slachtoffer zich maximaal 200 meter van de waterkant bevindt en zich aan het wateroppervlak bevindt. In Gendringen, Gorssel, Steenderen, Zutphen, Harderwijk en Heerde beschikken we over brandweervaartuigen. Deze eenheden kunnen een oppervlakteredding uitvoeren vanaf de boot, een onderwaterzoeking doen met behulp van sonar en assisteren bij een duikinzet.
Figuur 20
We hebben in onze regio één duikteam. Dat beschikt over een waterongevallenvoertuig en een brandweervaartuig. Deze eenheid kan een reddingsactie uitvoeren tot een diepte van maximaal 15 meter. Voor de maximale opkomsttijd bij een waterongeval is geen wettelijke norm bepaald. Wij hanteren de volgende opkomsttijden: Grijpredding
18 minuten
Oppervlakteredding
30 minuten
Duikinzet
30 minuten
Brandweervaartuig
30 minuten
52
Figuur 21
Figuur 22
Capaciteit Wij kunnen binnen afzienbare tijd capaciteit organiseren voor de bestrijding van waterongevallen. De gebeurt zoals aangegeven op basis van een drietrapsescalatiemodel: grijpredding, oppervlakteredding en duiken. Wij hebben één duikteam in onze regio en acht oppervlaktereddingsteams. Daarnaast is op elke post expertise voor een grijpredding. Wij hebben voldoende slagkracht voor bestrijding van waterongevallen. Paraatheid Het duikteam in onze regio wordt bezet door personeel van de post Harderwijk. In het geval van een gelijktijdige inzet van de tankautospuit en het duikteam bepaalt de bevelvoerder van post Harderwijk welke taak prioriteit krijgt. Voor de taak die eventueel niet vervuld kan worden, worden dan andere eenheden gealarmeerd.
53
Restdekking Dankzij de interregionale samenwerking met andere duikteams kan er beroep worden gedaan op
Analyse Wij kunnen bij waterongevallen in een beperkt deel van de regio aan de gestelde streefwaarde voldoen. Dit is in 2022 bestuurlijk geaccepteerd en is er geen significante wijziging van het risicobeeld ontstaan. In de gebieden waar het duikteam niet op tijd kan zijn is het risico op waterongevallen relatief laag. Door de interregionale samenwerking zijn de slagkracht en restdekking hoog. Conclusies en aanbevelingen Onze brandweerzorg voor het taakgebied waterongevallen is op orde. Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden. Er zijn geen maatregelen nodig.
4d. Beoordeling operationele prestaties bij watertransportsystemen Met een watertransportsysteem kunnen we grote hoeveelheden bluswater vervoeren. Voor het Daarnaast willen we als vangnet voor falende bluswatersystemen en als tijdelijke overbrugging in geval van een acuut bluswaterprobleem beschikken over voldoende water op wielen dat flexibel kan worden ingezet. Mede gezien de langdurige perioden droogte van de afgelopen jaren en de verwachting dat dit in de toekomst vaker kan optreden is er behoefte aan een robuust systeem. Snelheid Wij hebben op cruciale posten water op wielen (Tankwagen Groot TWG) georganiseerd bij posten. Hierdoor kunnen we snel schakelen en is er op korte afstand voldoende bluswater om mee te starten. In de visie Grootschalig Brandweer Optreden (GBO) zijn gewenste opkomsttijden van 30 minuten voor de eerste eenheid en voor de tweede eenheid 60 minuten. Capaciteit Dankzij een brede spreiding van 17 voertuigen met een tankinhoud van 16.000 liter bluswater is er altijd minimaal één tankwagen dicht bij een incident gestationeerd. Deze kan direct met de eerste tankautospuit uitrukken. Daarnaast staan bij andere posten 15 watertransportsystemen van 500 meter (WTS-500) en op 4 locaties (Doetinchem, Winterswijk, Apeldoorn-Zuid en Nunspeet) watertransportsysteem van 1.500 meter (WTS-1500).
54
Figuur 23
Figuur 24
55
Figuur 25
Paraatheid De bezetting van de watertransportsystemen komt voornamelijk vanuit vrijwilligers op de posten. De WTS1500 op de post Doetinchem wordt door gekazerneerden bemand. Deze kan daardoor sneller uitrukken dan die vanuit de vrijwillige posten. Restdekking Vanwege een grote spreiding van het materieel is de restdekking geborgd. Analyse Wij kunnen bij vraag naar bluswater voor voldoende materieel en personeel zorgen. Ook hebben we onze voertuigen voldoende gespreid in de regio staan. Conclusies en aanbevelingen Onze brandweerzorg voor het taakgebied bluswatertransport is op orde. Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden. Er zijn geen maatregelen nodig.
4e. Beoordeling operationele prestaties bij natuurbranden Snelheid Eén van onze kerntaken bestaat uit uitrukken naar natuurbranden. Hierbij gaat het om brand in bijvoorbeeld bermen, heide, bossen of akkerbouw (graansoorten). Onze operationele prestatie bij paraatheid en werkdruk. Capaciteit Wij beschikken, na afronding van project vervanging blusvoertuigen, over 18 combivoertuigen (TS-NB Combi) en 8 specialistische natuurbrandbestrijdingsvoertuigen. De combivoertuigen kunnen we inzetten bij zowel natuurbranden als woningbranden of in de opschaling bij grote incidenten. Deze voertuigen zijn voorzien van onder andere vierwielaandrijving. De specialistische voertuigen zijn
56
hoofdzakelijk geschikt voor het bestrijden van natuurbranden. Voertuigen zijn voorzien van dakmonitoren waarmee een gerichte blussing al rijdend mogelijk is. Ze hebben ook vierwielaandrijving maar een lichtere variant. Hierdoor zijn ze in het terrein heel wendbaar.
Figuur 26 Opkomsttijd van het aantal natuurbrandbestrijdingsvoertuigen binnen 15 minuten.
57
Figuur 27 Opkomsttijd van natuurbrandbestrijdingsvoertuigen weergegeven in blokken van vijf minuten.
In het de periode van 1 maart tot halverwege september, wanneer de kans op natuurbrand het grootst is, streven we ernaar de reserve-combivoertuigen die besteld zijn op de posten Vaassen, Nunspeet, Ermelo, Harderwijk en Winterswijk te stallen. Hiermee neemt de capaciteit c.q. slagkracht in de bestrijding van een natuurbrand met ruim 20% toe. Paraatheid De bezetting van onze natuurbrandvoertuigen wordt voornamelijk door de vrijwillige posten verzorgd. Stationering van deze voertuigen is opgenomen in het materieelspreidingsplan. Dit beoogt een goede onze regio. In de directe nabijheid van natuurgebieden zijn veel terreinvaardige voertuigen gestationeerd. Hierdoor kan bij een tijdige alarmering snel een voertuig ter plaatse zijn. Vanuit Meldkamer Oost-Nederland worden, afhankelijk van de weersomstandigheden en de melding van de natuurbrand, twee of vier blusvoertuigen, inclusief operationele leiding, gealarmeerd. Landelijk zijn er geen opkomsttijden bepaald voor natuurbranden. Restdekking In de eerste alarmering zullen de eenheden die op relatief korte afstand van de brand gestationeerd zijn worden gealarmeerd. De Algemeen Commandant Brandweer zal ook mee-gealarmeerd worden indien de brand te groot is om in eerste aanleg te blussen. De Algemeen Commandant zal in overleg met de meldkamer de restdekking van het gebied bewaken en voertuigen herpositioneren.
Een verzoek om interregionale bijstand zal ook gewogen worden op restdekking.
58
Analyse Wij kunnen bij een natuurbrand voor voldoende materieel en personeel zorgen. Onze voertuigen staan voldoende verspreid in de regio. Conclusies en aanbevelingen Onze brandweerzorg is op orde voor taakgebied natuurbrandbestrijding . Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden. Er zijn geen maatregelen nodig.
4f. Beoordeling operationele prestaties bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen Een van onze kerntaken bestaat uit het uitrukken naar ongevallen met gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om uitrukken na meldingen van koolmonoxide, maar ook om ongevallen met giftige stoffen bij bedrijven. De operationele prestatie bij ongevallen met gevaarlijke stoffen, in relatie tot de worden gewogen aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In Oost-5-verband is onderzocht wat de mogelijkheden zijn bij het organiseren van gaspakken volgens de landelijke visie Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS). Er zijn verschillende opties uitgewerkt: Uitbesteden aan een bedrijf. Dit bleek geen goede optie. Bedrijven kunnen/willen niet alle werkzaamheden uitvoeren. Ook liepen die van ons) op tot meer dan 2,5 uur. Twee steunpunten in Oost-5. Elke regio binnen Oost-5 minimaal één gaspakkenteam. In Oost-5-overleg is geconcludeerd dat het in stand houden van minimaal één gaspakkenteam per veiligheidsregio de voorkeur heeft. Dit omdat de kennis en vaardigheden dan binnen de blijven en zij gelijkwaardig bijdragen aan de gaspakkentaak. Basis OntsmettingsEenheid (BOE) De landelijke visie IBGS stelt het volgende t.a.v. de BOE: Het specialisme ontsmetting is (inter)regionaal op basis van het risicoprofiel belegd.
Bij een beperkt aantal slachtoffers (<10) kan de basis ontsmettingseenheid ingezet worden. Intussen kunnen slachtoffers door een tankautospuit met de aanwezige middelen ontsmet worden. De basis ontsmettingseenheid kan tevens de ingezette brandweereenheden met persoonlijke beschermingsmiddelen zodanig ontsmetten dat hulpverleningspersoneel veilig uit het pak kan. Deze eenheid speelt op lokale schaal een rol in de arbeidshygiënische ontsmetting van eenheden. De opkomsttijd van de basis ontsmettingseenheid is afhankelijk van het (inter)regionaal samenwerkingsverband. Het regionaal risicoprofiel biedt aanknopingspunten voor de gewenste opkomsttijd voor deze eenheden in de regio. Eén BOE is voldoende op de interregionale schaal van Oost-5. Er is gekozen voor de locatie Apeldoorn-Centrum in verband met de centrale ligging, de
59
paraatheid van het beroepspersoneel en de combinatie met de gaspakken (BOE en GOE) die op dezelfde post zijn gestationeerd (alle kennis binnen één post). Grootschalige OntsmettingsEenheid (GOE) In de landelijke visie IBGS staat het volgende m.b.t. de GOE: Bij grote aantallen slachtoffers dienen de landelijke grootschalige ontsmettingseenheden ingezet te worden. Zij kunnen ingezet worden om capaciteit te leveren voor de ontsmetting, ook kunnen ze ingezet worden om kennis en expertise te leveren (bij standaardafwijking). De opkomsttijd van de GOE is maximaal 2 uur na alarmering en heeft een capaciteit van 90 slachtoffers per uur. Intussen kunnen slachtoffers op een afgezonderde locatie worden ondergebracht. Wij zijn één van de zes toebedeeld hebben gekregen.
in Nederland die de grootschalige ontsmettingstaak
Snelheid De inzet bij kleinschalige ongevallen met gevaarlijke stoffen wordt in eerste instantie afgehandeld door de tankautospuit. Deze eenheid kan zich bij laten staan door bijvoorbeeld een gaspakkenteam en/of schuimbluseenheid. In tegenstelling tot de andere specialistische taken is voor de IBGS-taak geen opkomsttijd vastgesteld.
60
Capaciteit Onze brandweer is in staat om voldoende capaciteit te organiseren voor de bestrijding van incidenten waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Paraatheid en werkdruk De BOE en GOE worden bemenst met een springbezetting van het beroepspersoneel van post Apeldoorn-Centrum. Hierbij maakt de bemanning de keuze tussen de eenheid waarmee wordt uitgerukt, afhankelijk van het incident. Het lage aantal uitrukken in combinatie met een relatief laag risico op dergelijke incidenten maakt een vaste bezetting niet nodig. De paraatheid van de BOE en GOE is daarmee op orde. Analyse Onze dekking en paraatheid bij incidenten met gevaarlijke stoffen is op orde. Conclusies en aanbevelingen Onze brandweerzorg op het taakgebied ncidentbestrijding gevaarlijke stoffen is op orde. Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden. Er zijn geen maatregelen nodig.
4g. Beoordeling operationele prestatie van Redding Groot Vee In het vorige dekkingsplan is melding gemaakt van de projectopdracht om onderzoek te doen naar het onderwerp Redding Groot Vee (RGV). Naast allerlei aanbevelingen op het gebied van materieel, uitrusting en procedures is ook gekeken naar de gewenste opkomsttijd. Dit op basis van de aanwezige vee intensiteit en ervaringen van betrokken posten. De uitkomsten zijn gebruikt in het uitgangspunten document Spreidingsplan VNOG. Conclusie is dat met 7 RGV eenheden verspreid door de regio, VNOG voldoende capaciteit voorhanden heeft. De opkomsttijd voor de Redding Groot Vee is bepaald op 30 minuten. Snelheid Voor het redden van groot vee is geen wettelijke opkomstnorm bepaald. VNOG hanteert een streeftijd van 30 minuten. Een voertuig is altijd ondersteunend aan een tankautospuit, daarvan weten we dat deze in 99% van de regio binnen 18 minuten ter plaatse kan zijn. Na levering (verwachting medio 2025) van de RGV-eenheden worden deze geplaatst op de posten Genderingen, Lichtenvoorde, Ruurlo, Wehl, Elspeet, Oene en Klarenbeek. In onderstaande visualisatie is een weergegeven in welk deel van de regio binnen 30 minuten een RGV-eenheid ter plaatse kan zijn.
61
Figuur 28
Werkdruk We zien een redelijk stabiel aantal inzetten in agrarisch gebied of zelfs een lichte daling. Er is geen aanleiding om te zoeken naar mogelijkheden om de werkdruk te verlagen. Deze wordt als beheersbaar beschouwd. Analyse De huidige spreiding van de RGV-eenheden afgestemde streefwaarde voor de opkomsttijd. Wij zijn in staat om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding van vee. Conclusie en aanbeveling De spreiding van de zeven RGV-eenheden voldoet. Er is voldoende dekking en capaciteit om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding van groot vee. Op basis van het risicoprofiel zijn geen aanvullende maatregelen nodig.
4g. Beoordeling operationele prestatie van Schuimblusvoertuigen hnologische omgeving (pagina 10) is er een risico op het ontstaan van incidenten met gevaarlijke stoffen. Schuimblusvoertuigen (SB) hebben de capaciteit om branden te doven door een dikke schuimlaag te creëren die de zuurstoftoevoer naar het vuur afsnijdt en het koelt. Dit type blusvoertuig is vooral effectief bij vloeistofbranden en kan voorkomen dat brandbare vloeistoffen verder verspreiden. Deze voertuigen zijn essentieel voor het bestrijden van grote industriële branden, zoals die in chemische fabrieken en opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen en of energiedragers. Snelheid Voor de inzet van een SB is geen wettelijke opkomstnorm bepaald. VNOG hanteert een streeftijd van 60 minuten. Een voertuig is altijd ondersteunend aan een tankautospuit, daarvan weten we dat deze
62
in 99% van de regio binnen 18 minuten ter plaatse kan zijn. Gelet op de uitgestrektheid van de regio VNOG is bepaald dat deze voertuigen geplaatst worden op de posten Elburg, Twello en Varsseveld. Alle tankautospuiten zijn voorzien van een kleine hoeveelheid schuim om kleine vloeistofbranden (denk aan autobrand met uitloop van benzine) te kunnen bestrijden. Werkdruk De aantallen inzetten met schuim is relatief laag. Er is geen aanleiding om te zoeken naar mogelijkheden om de werkdruk te verlagen. Deze wordt als beheersbaar beschouwd. Analyse De huidige spreiding van de SBafgestemde streefwaarde voor de opkomsttijd. Wij zijn in staat om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij de bestrijding Conclusie en aanbeveling De spreiding van de drie SB-eenheden voldoet. Er is voldoende dekking en capaciteit om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen met blusschuim. Op basis van het risicoprofiel zijn geen aanvullende maatregelen nodig.
63
Bijlage 5 - Aandachtsobjecten Op basis van de methode en beoordeling van de dekking zijn binnen ons werkgebied aandachtsobjecten aanwezig. De objecten hebben onderstaande functies. In voorkomende gevallen kan het geval zijn dat een object tot meerdere categorieën hoort. 1. Oude binnenstad. Het betreft hier objecten van het jaar 1900 of ouder. 2. Gebouwen voor slapende, niet-zelfredzame personen: o
Gezondheidzorg: verpleeg- en verzorgingsinstellingen, ziekenhuizen, categorale woonvormen, gehandicaptenzorg en revalidatiecentra.
o
Celfunctie.
3. Woongebouwen hoger dan 20 meter. Hoogbouw, zoals kantoorpanden, valt volgens deze methode niet onder woongebouwen hoger dan 20 meter . 4. Portiekwoningen in een portiekflat. Voor deze objecten geldt volgens de GGO-methodiek een opkomsttijd van maximaal 10 minuten. Dit wordt momenteel niet behaald door de brandweer. Hieronder geven wij weer op welke wijze wij beleidsmatig de mate van (brand)veiligheid beïnvloeden in de geclusterde aandachtsobjecten. Zoals in processtap 3 beschreven hanteren wij een risicogerichte werkwijze. Deze zetten we in de komende beleidsperiode voort.
1. Oude binnenstad Binnen VNOG zijn zeven concentraties van objecten binnen het thema oude binnenstad . Dit objecttype krijgt bijzondere aandacht, omdat een concentratie van dit objecttype leidt tot mogelijke problemen met veilige ontvluchting bij brand. Dit incidentscenario is ook opgenomen in regionaal risicoprofiel 2025-2028, onder scenario in deze aandachtsobjecten gaat het hier niet om een nieuw risico. In 2022 zijn alle woningen in oude binnensteden en kernen onderdeel geweest van de Vluchtsleutelcampagne, gericht op veilig vluchten bij brand. Komende beleidsperiode wordt onderzocht of het spreidingsgebied van de campagne uit 2022 overeenkomt met de nieuwe berekening uit dit dekkingsplan. De campagne wordt alsnog uitgerold in de gebieden die zijn gemist. Overwogen wordt om een herhalingscampagne te organiseren in de gebieden van 2022. Bereikbaarheid en toegankelijkheid voor hulpdiensten is in dit soort gebieden van belang. De huidige werkprocessen van risicobeheersing en brandweerzorg in combinatie met de gemeenten dragen bij aan een optimale informatiepositie.
2. Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen Gezondheidszorg Gezondheidszorgobjecten zijn objecten voor slapende, niet-zelfredzame personen. Wij hebben bijzondere aandacht voor dit soort objecten. In verband met de verminderde zelfredzaamheid in onze regio is hier in potentie een hoger risico op slachtoffers bij brand. Wij willen in adviesprocessen
64
vanuit gemeenten dan ook volledig en vroegtijdig betrokken zijn. Van deze objecten is een groot gedeelte voorzien van een doormelding van het brandalarm naar de hulpdiensten. Hiermee wordt een snelle alarmering bij brand geborgd. Celfuncties In onze regio zijn geen objecten met een celfunctie die vanuit de berekende opkomsttijden/dekkingsplan als aandachtsobject naar voren komen. Wij zien dit objecttype als hoogrisico-object. Wij willen in adviesprocessen vanuit gemeenten dan ook volledig en vroegtijdig betrokken zijn.
3. Hoge woongebouwen In onze regio zijn 23 hoge woongebouwen vanuit het dekkingsplan als aandachtsobject naar voren gekomen. Wij zien dit objecttype als middenrisico-object. Wij willen in adviesprocessen vanuit gemeenten dan ook vroegtijdig betrokken zijn om te kunnen adviseren over het risico. In 2024 zijn in onze regio alle woningen hoger dan 13 meter onderdeel geweest van de Vluchtsleutelcampagne, ter ondersteuning van het veilig vluchten bij brand.
4. Portiekwoningen In onze regio zijn circa 500 portiekwoningen vanuit het dekkingsplan als aandachtsobject naar voren gekomen. Wij zien dit objecttype als middenrisico-object. Wij willen in adviesprocessen vanuit gemeenten dan ook vroegtijdig betrokken zijn om te kunnen adviseren over het risico. In 2024 zijn in onze regio alle woningen hoger dan 13 meter (waaronder portiekwoningen) onderdeel geweest van de Vluchtsleutelcampagne, ter ondersteuning van het veilig vluchten bij brand.
65