Definitieve versie domein sociaal - Q3-rapportage 2020 Meerinzicht Uitvoering Jeugdwet.pdf
Tekst van het document
pagina 1 van 30
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
2. Beleidsmatige ontwikkelingen
3 4
2.1 COVID-19
4
2.2 Woonplaatsbeginsel
5
2.3 Regionale ontwikkelingen
5
3. Financiële rapportage programmakosten
8
3.1 Totaal financieel overzicht regio
9
3.2 Toelichting op hoofdlijnen
11
3.3 Ontwikkeling zorggebruik en gemiddelde looptijd van indicaties
12
3.4 Uitgebreidere toelichting op de cijfers per domein
15
4. Verantwoording Overige financiële dossiers
21
5. Prognose bedrijfsvoeringskosten Jeugd 2020
26
6. Overige informatie
27
7.
6.1 Toegang Stichting Jeugd Noord Veluwe
27
6.2 Toegang Jeugdhulp Zeewolde
27
6.3 Dashboard Aspectu
28
Bijlagen 7.1.
Bijlage per gemeente
29 29
pagina 2 van 30
1. Inleiding Voor u ligt de Q3 rapportage Jeugd 2020. In deze Q3 rapportage wordt inzage gegeven in de ontwikkelingen van de Jeugdwet over de eerste negen maanden van 2020. De eerste prognose 2020, die u in juli dit jaar ontvangen heeft, was gebaseerd op de jaarrekening cijfers 2019 geëxtrapoleerd met een tariefsverhoging. In de voorliggende rapportage is rekening gehouden met ontwikkelingen in de eerste helft van 2020, zoals de inen uitstroom van cliënten en ontwikkelingen in soort zorggebruik. De ontwikkelingen zijn vertaald in de uitgangspunten bij de 2e prognose 2020. Op het moment van schrijven van de Q3 rapportage is nog onduidelijk wat de landelijke richtlijnen en afspraken gaan worden ten aanzien van de verantwoordingseisen ten aanzien van de continuïteits bijdrage COVID-19 voor niet geleverde zorg in de maanden maart tot en met juni. In de voorliggende prognose hebben wij rekening gehouden met “realistische op indicaties gebaseerde afrekening” in lijn met de collegevoorstellen en de brieven richting aanbieders. De nog te publiceren landelijke richtlijn kan leiden tot hogere bijdragen per gemeente, aangezien het uitgangspunt van de gemeenten is deze richtlijn te volgen. Inzake de tabellen verstrekkingen cliënten en unieke cliënten worden aantallen vermeld die uit voormalige Qrapportages en Jaarverslag 2019 komen. Deze rapportages zijn momentopnames.
De recente rapportages kunnen hiervan afwijken, omdat de administratie ook met terugwerkende kracht cliënt mutaties verwerkt (dynamisch systeem). Hierdoor kan het voorkomen dat gegevens per ultimo 2019 uit eerdere rapportages niet aansluiten bij de aantallen begin 2020. Daar waar dit van toepassing is zal een toelichting gegeven worden.
pagina 3 van 30
2. Beleidsmatige ontwikkelingen In dit hoofdstuk worden de landelijke, regionale of lokale beleidsmatige ontwikkelingen weergegeven, die voor de (voorbereiding van de) uitvoering van taken rondom Jeugdhulp bij Meerinzicht een rol speelt of heeft gespeeld.
2.1 COVID-19 De gehele samenleving heeft te maken met de gevolgen van COVID-19 virus. Voor het sociaal domein heeft dit onder andere effect gehad op de jeugdhulp zowel voor jongeren en ouders als voor aanbieders en gemeenten. Bij de aanvang van de uitbraak van COVID-19 is er op uitvoerend niveau een vraagbaak/afstemmings team geformeerd met een medewerker van gemeente, het CJG, op afroep van Jeugdbescherming Gelderland en Meerinzicht. Dit team heeft uiteraard met hulp en inzet van diverse collega’s vragen beantwoord en de dagelijkse gang van zaken mbt jeugdhulp in goede banen geleid. Daarnaast functioneerde er een financieel advies team voor de regio voor financiële vraagstukken. Er was een korte lijn naar (het in EHZ verband opererende met een link naar de regio ) crisisteam. Diverse zaken zijn opgepakt door deze samenwerking en uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan is het opzetten en uitvoeren van interne en externe voorlichting en communicatie over de (landelijke) regelingen. Daarnaast heeft afstemming plaatsgevonden ten aanzien van maatregelen om voortzetting van hulpverlening al dan niet in aangepaste vorm voort te zetten zoals videoverbinding of telefonische hulpverlening.
Om ervoor te zorgen dat zorgaanbieders niet in liquiditeitsproblemen zouden komen, hebben de colleges op basis van het landelijke beleid Meerinzicht opdracht gegeven de bevoorschotting van zorgaanbieders te organiseren. Uit de respons van aanbieders blijken complimenten voor de regio voor de professionaliteit en snelheid waarmee de vraagstukken en problemen zijn opgelost. De komende maanden zal in afstemming met de zorgaanbieders de eindafrekening plaatsvinden, waarbij de door Covid-19 niet geleverde zorg door zorgaanbieders verantwoord wordt. Op basis van deze verantwoording, de uitbetaalde voorschotten en eventuele meer- of minderkosten (bijv. meerkosten voor mondkapjes, minderkosten voor reiskosten) kan de definitieve eindafrekening worden opgesteld. In dit proces wordt telkens uitgegaan van de actuele (landelijke ) richtlijnen. Tevens wordt de accountant van Meerinzicht betrokken bij de wijze van uitvoeren. Voorschotbedragen COVID-19 inzake niet geregistreerde zorg Vanuit de landelijke overheid (VWS) en VNG hebben de gemeenten richtlijnen ontvangen om in het COVID-19 tijdperk de zorgaanbieders op het vlak van weggevallen zorg financieel te ondersteunen. Het doel van de uitvoering van deze richtlijnen is dan ook om acute liquiditeitsproblemen te voorkomen en de gevolgen van de COVID-19 crisis voor de financiële positie voor 2020 van deze zorgaanbieders te neutraliseren.
De ondersteuning aan de zorgaanbieders heeft plaatsgevonden door het verstrekken van voorschotbedragen per maand voor de niet geleverde zorg. Voor het uitbetalen van genoemde voorschotbedragen heeft eerst besluitvorming plaatsgevonden in de Colleges van Burgemeester en Wethouders inzake het te volgen proces en wijze van bevoorschotting. Voorwaarde voor het verstrekken van een voorschot is dat aanbieders per cliënt de geleverde en niet geleverde zorg bijhouden. Deze maatregel gold oorspronkelijk vanaf maart t/m mei 2020 en is verlengd met één maand tot 1 juli 2020. Via de ontvangen richtlijnen vanuit het rijk is een berekeningswijze van de uit te keren voorschotbedragen qua financiële liquide ondersteuning (rekening houdende met de gedeclareerde bedragen per maand) per zorgaanbieder opgesteld. Tot op heden (28 september 2020) is voor onze regio inzake de uitvoering van de Jeugdwet over de maanden maart t/m juni 2020 een totaal van ca. 2,35 mln. euro aan voorschotbedragen aan zorgaanbieders overgemaakt.
pagina 4 van 30
Opvragen gegevens niet geleverde zorg en hierop volgend de afrekening: De vervolgstap in het proces afwikkeling COVID-19 over de declaratie maanden maart t/m juni 2020 is dat conform het gestelde in de verzonden brief aan de zorgaanbieders d.d. 7 april 2020 de gegevens inzake bedrag niet geleverde zorg bij de zorgaanbieders worden opgevraagd. Zodra deze gegevens bij Meerinzicht binnen zijn, dan berekent Meerinzicht de definitieve eindafrekening per gemeente en per zorgaanbieder en verrekent dit met het reeds uitgekeerde voorschotbedrag per gemeente en per zorgaanbieder. Het resultaat hiervan wordt dan uiteindelijk opgenomen in de exploitatiegegevens. Meerkosten COVID-19 In het algemeen is door de minister gecommuniceerd dat meerkosten die direct voortvloeien uit de corona maatregelen van het kabinet en het volgen van de RIVM-maatregelen, door het Rijk worden vergoed. Dat kan variëren van de aanschaf van beschermingsmiddelen tot extra inhuur van locaties. Afgesproken is dat het Rijk gemeenten zal compenseren voor de meerkosten die zij aan hun aanbieders betalen. Gemeenten ontvangen de vergoeding via een ophoging van de bestaande uitkeringen in het gemeentefonds. Deze afspraak geldt tot eind 2020. Inmiddels is er een brief naar alle aanbieders verzonden met een voorlopige instructie hoe te handelen met betrekking tot opgave van de gemaakte meerkosten.
2.2 Woonplaatsbeginsel De wijziging van het woonplaatsbeginsel is recent met een jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. In de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel zijn twee uitgangspunten: ● voor ambulante jeugdhulp is verantwoordelijk: de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP). Deze definitie is duidelijker en eenvoudiger; ● bij jeugdhulp met verblijf is verantwoordelijk: de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaand aan zijn (eerste) verblijf zijn woonadres in de zin van de Wet basisregistratie personen had. De gemeente waar de jeugdige vandaan komt, blijft dus (financieel) verantwoordelijk voor de jeugdige. Geldt ook voor de vormen van jeugdhulp die de jeugdige (extra) nodig heeft naast het verblijf. De financiële gevolgen van deze wijziging voor de gemeenten zijn op dit moment nog niet inzichtelijk. Zowel de impact op de rijksvergoeding als de mutaties in de cliëntenadministraties van de verantwoordelijke uitvoeringsorganisaties is onbekend. Meerinzicht dient immers cliënten, die niet onder het nieuwe Woonplaatsbeginsel bij de EHZNEO gemeenten horen, over te dragen naar verantwoordelijke gemeenten. Tegelijkertijd dienen wij mogelijk de bekostiging over te nemen van cliënten, die in huidige toepassing van WPB nog niet in beeld zijn.
Er is door Meerinzicht een projectvoorstel uitgewerkt waarin een plan van aanpak wordt omschreven om de wijziging van het woonplaatsbeginsel en de consequenties hiervan administratief, financieel en inhoudelijk voor te bereiden en nader uit te werken. Na positieve besluitvorming wordt eind december 2020 gestart met de implementatie van het project.
2.3
Regionale ontwikkelingen
Strategische projecten In de regio Noord Veluwe en Zeewolde werken de gemeenten, toegang en bedrijfsvoering jeugd toe naar goede zorg binnen het budget door het gewone leven te versterken. Dat is de missie en visie, die op basis van het uitvoeringsplan jeugdhulp door alle colleges is vastgesteld. De bijbehorende strategische doelen zijn: een
pagina 5 van 30
snellere toegang tot informatie en hulp te organiseren, gezinnen te versterken (in plaats van individuen), slimmer de ondersteuning te organiseren en de zorg beter betaalbaar te maken. Om de strategische doelen te behalen zijn operationele doelen geformuleerd, zodat er beter gestuurd kan worden op goede zorg binnen het budget en dit tevens kunnen monitoren. Het voorgestelde kader voor het formuleren van deze doelen is dat er in vijf jaar tijd een afname is van 25% van de kosten. Om dit ambitieuze doel te bereiken is er een sterke afhankelijkheid van onze partners. Om commitment en draagvlak bij hen te creëren zijn deze partners al in een vroegtijdig stadium betrokken bij dit proces en samen met hen wordt onderzocht wat nodig is om deze doelstellingen te kunnen realiseren. De operationele doelen worden gerealiseerd met tal van inspanningen, lokaal en regionaal (zie het DoeleninspanningenNetwerk hieronder). Eén van deze inspanningen is de inkoop, die onder het volgende kopje wordt beschreven. Doelen-Inspanningen Netwerk:
Inkoop Inkoop is een belangrijk middel om de bovengenoemde missie en visie voor de jeugdhulp te kunnen realiseren. De contracten voor Ambulant en Verblijf lopen in december 2020 af. De contracten voor Pleegzorg lopen door tot en met december 2021. Onlangs hebben de regiogemeenten besloten om de contracten Ambulant en Verblijf tijdelijk te verlengen tot 1 januari 2022 opdat alle nieuwe contracten dan op 1 tijdstip, namelijk per 1 januari 2022 ingaan.
pagina 6 van 30
In de voorbereiding op een nieuwe aanbesteding hebben de samenwerkende gemeenten in de Noord Veluwe en Zeewolde een ontwikkeltraject voor de inkoop van de Jeugdhulp doorlopen. Doel van het traject was het toewerken naar contouren van een meerjarige inkoopstrategie voor de Jeugdhulp.
De inkoopstrategie is gebaseerd en bouwt voort op de vastgestelde inkoopvisie van 2017. In de inkoopvisie staat de volgende doelstelling opgenomen: ‘We willen de meest passende zorg en ondersteuning voor onze jeugdigen, binnen het daarvoor beschikbare financiële kader. De zorg en ondersteuning vindt plaats zo dicht mogelijk bij de jeugdigen, de gezinnen en het eigen netwerk. De regie ligt hierbij bij hen zelf. De ondersteuning is kortdurend en licht waar kan (ambulant, vrij toegankelijk); langdurig en intensief waar nodig.’
In de maand oktober 2020 heeft er een regionaal raadsgesprek plaatsgevonden waarbij de gemeenteraden zijn geïnformeerd over het verloop van het inkoopproces tot nu toe. Ook is er ruimte geweest voor vragen en gesprek en is waardevolle input opgehaald voor het vervolgtraject van de inkoop.
pagina 7 van 30
3.
Financiële rapportage programmakosten
In dit hoofdstuk worden de werkelijke kosten jeugdhulp tot en met derde kwartaal 2020 in beeld gebracht. Tevens wordt een prognose voor de rest van het jaar opgenomen en wordt deze prognose vergeleken met de begroting van de gemeenten. Op basis van de prognose wordt een aangepaste bevoorschotting voorgesteld om de liquiditeit bij Meerinzicht op peil te houden om aan de contractuele verplichtingen met de zorgaanbieders te kunnen voldoen. De vanwege Covid-19 niet geleverde zorg wordt buiten het berichtenverkeer om financieel afgehandeld. Tweede prognoseberekening 2020, onderdeel reguliere zorg Meerinzicht geeft twee maal per jaar een prognose van de zorgkosten over het lopende jaar af. De eerste prognose vindt plaats medio juli, tegelijkertijd met de begroting voor de komende jaren. Hierbij worden indexcijfers in prijs en volume bepaald en gebruikt voor de berekening van de kosten. Zie de vermelde bedragen in de kolom gewijzigde begroting 2020 Meerinzicht van onderstaande financiële tabel. In oktober wordt de tweede prognose berekend op basis van de per cliënt geïndiceerde en gefactureerde zorg. Deze werkwijze is ook in 2018 en 2019 bij de Q3-rapportage Jeugd gebruikt. Ook bij de jaarrekening wordt voor de bepaling van de nog te betalen zorg gebruik gemaakt van deze methode, omdat deze methode een goede inschatting geeft van de werkelijke zorgkosten.
Zie de vermelde bedragen in de kolom 2e prognose 2020 van onderstaande financiële tabel. Vanwege de ontwikkelingen rondom Covid-19 wordt in de voorliggende prognose tevens ingegaan op de te verwachten effecten van de financiering van zorgaanbieders gedurende de maanden maart tot en met juni 2020. Aangezien de komende maanden er nog diverse ontwikkelingen plaats kunnen vinden, zijn de opgenomen prognoses inzake Covid-19 indicatief te noemen. De werkwijze voor de tweede prognoseberekening Jeugd 2020 is als volgt opgebouwd: 1.
over de periode 1-9-2018 t/m 29-2-2020 is de uitnutting van de gefactureerde zorg berekend in een percentage per productcode: De werkelijk gefactureerde zorg per cliënt/productcode wordt afgezet tegen de geïndiceerde zorg per cliënt/productcode en uitgedrukt in een percentage. Door dit percentage over een periode van anderhalf jaar te berekenen, ontstaat er een stabiel beeld over de benutte en gefactureerde zorg ten opzichte van de geïndiceerde zorg.
pagina 8 van 30
In onderstaande tabel is dit berekende percentage over 2020 per gemeente/zorgdomein weergegeven
* Zeewolde heeft separate bekostiging via de Aankoopcentrale, waardoor percentages kunnen afwijken Tabel 1
2. 3.
4.
5. 6.
uitgangspunt is de gefactureerde cliëntgebonden zorg over het lopende jaar. bepaling nog te verwachten facturatie per cliënt/productcode binnen de looptijd van de indicatie tot maximaal 31 december van het lopende jaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de percentages uit stap 1. bepaling per cliënt/productcode van de te verwachten facturatie op indicaties, waar nog geen facturatie op ontvangen is binnen de looptijd van de indicatie tot maximaal 31 december van het lopende jaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de percentages uit stap 1. bepaling van nog te ontvangen facturatie van niet-cliëntgebonden zorg. prognose zorgkosten = som van 2 t/m 5.
Tweede prognoseberekening 2020, onderdeel compensatie Covid-19 Meerinzicht heeft over de COVID-periode maart t/m juni 2020 zelf een indicatief bedrag inzake de niet geleverde zorg berekend. Hiervoor is als basis de referteperiode januari t/m februari 2020 genomen. Het gemiddelde dagbedrag is toegerekend naar de Covidmaanden en afgezet tegen de reeds gedeclareerde bedragen over dezelfde Covid-periode maart t/m juni 2020. Het verschil tussen beide bedragen is dan het indicatief berekende bedrag niet geleverde zorg. Laatstgenoemd berekende bedrag is meegenomen als component in de 2e prognoseberekening 2020. Het indicatieve bedrag COVID-19 bedraagt voor de zes regiogemeenten € 1.483.000,-- .
pagina 9 van 30
3.1
Totaal financieel overzicht regio Rekening
Actuele begroting
Actuele begroting
Realisatie
2e Prognose
Verschil 2e prognose
Verschil 2e prognose
2019
gemeente
Meerinzicht
t/m
2020
t.o.v.
t.o.v.
2020
2020
27-9-2020 *
actuele begroting gemeente
Rekening 2019
Domein
Ambulant
14.081.000
8.182.000 14.820.000
9.336.000
16.415.000
8.233.000
2.334.000
GGZ
10.170.000
6.503.000 10.685.000
5.899.000
10.006.000
3.503.000
-164.000
Dyslexie
835.000
670.000
855.000
496.000
905.000
235.000
70.000
Pleegzorg
2.612.000
1.600.000
2.665.000
1.788.000
2.822.000
1.222.000
210.000
JB / JR
2.900.000
1.790.000
2.945.000
2.028.000
3.121.000
1.331.000
221.000
Residentieel
12.617.000
8.983.000 12.930.000
7.417.000
10.445.000
1.462.000
-2.172.000
Overig
849.000
445.000
1.030.000
705.000
989.000
544.000
140.000
Overig-Covid-19
0
0
0
2.352.000
1.483.000
1.483.000
1.483.000
Woonplaatsbeginsel oude jaren
0
0
0
0
215.000
215.000
215.000
Niet toe te delen**
0 12.492.000
0
0
0 -12.492.000
0
Totaal
44.064.000 40.665.000 45.930.000 30.021.000
46.401.000
5.736.000
2.337.000
Tabel 2 *=betreft gegevens uit de financiële administratie t/m 27 september 2020 voornamelijk bestaande uit facturatie via berichtenverkeer over de declaratieperioden januari t/m augustus 2020 voor ca. € 27,18 mln ( januari t/m juli geeft een totaal van € 24,52 mln). **=de ontvangen begrotingsgegevens van de gemeenten Nunspeet en Oldebroek zijn niet onderverdeeld per domein.
pagina 10 van 30
Nieuwe voorschotbedragen Programmagelden Jeugd 2020 Op basis van de 2e prognose worden de voorschotbedragen aangepast. In november 2020 worden brieven voor de aanvullende voorschotbedragen voor de Programmagelden 2020 verzonden naar de gemeenten. Basis hiervoor is het saldo tussen het nieuwe voorschotbedrag 2020, gebaseerd op de 2e prognoseberekening 2020, en het oorspronkelijke voorschotbedrag 2020. Zie onderstaande tabel voor de impact per gemeente: In rekening gebrachte voorschotbedragen programmakosten 2020
2e Prognose 2020 Q3rapportage
Gemeente
Nieuwe voorschotbedragen programmakosten 2020
Verschil nieuwe -/oorspronkelijke voorschotbedragen 2020
Elburg
5.630.000
5.795.000
5.795.000
165.000
Ermelo
9.975.000
11.081.000
11.081.000
1.106.000
Harderwijk
10.400.000
12.391.000
12.391.000
1.991.000
Nunspeet
6.635.000
6.412.000
6.412.000
-223.000
Oldebroek
6.110.000
6.263.000
6.263.000
153.000
Zeewolde
4.710.000
4.459.000
4.459.000
-251.000
Totaal
43.460.000
46.401.000
46.401.000
2.941.000
Tabel 3 Nieuwe voorschotbedragen Programmagelden 2020
Uittreding gemeente Putten formeel per 1 januari 2020 Vanwege het feit dat de gemeente Putten per 1 januari 2020 formeel uit de DVO-Jeugd is gestapt heeft dit in de weergave van onderstaande tabellen en grafieken de consequentie dat alle getallen betrekking hebbende op Putten uit de aantallen voor de jaren 2018 en 2019 zijn gehaald. Voor 2020 waren de aantallen al niet meer in beeld in de bestanden administratie Meerinzicht.
3.2
Toelichting op hoofdlijnen
Zie tevens paragraaf 3.4. voor de uitgebreidere toelichting op de cijfers per zorgdomein. Voor de regionale jeugdhulp zijn voor 2020 de volgende hoofdlijnen in ontwikkeling van kosten te onderscheiden tussen de 2e Prognose 2020 en Rekening 2019 Meerinzicht als volgt: ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●
ambulant GGZ dyslexie pleegzorg JB/JR residentieel overig WPB-oude jaren overig-Covid-19 totaal
stijging € 2.334.000 ( ca.+ 17% ) daling € 164.000 ( ca - 2% ) stijging € 70.000 ( ca. + 8% ) stijging € 210.000 ( ca. + 8% ) stijging € 221.000 ( ca. + 8% ) daling € 2.172.000 ( ca. - 17% ) stijging € 140.000 ( ca.+ 16% ) stijging € 215.000 (ca +100% ) stijging € 1.483.000(ca +100% ) stijging € 2.337.000 (ca + 5% ) pagina 11 van 30
Bij deze tabel dient te worden opgemerkt dat ten opzichte van Jaarrekening 2019 een prijscorrectie van 2,36% is toegepast binnen de contracten. Dit betekent een verhoging van 1 MLN over de gehele linie. De netto toename van de zorgkosten bedraagt dus 1,4 MLN, een stijging van 3,3% ten opzichte van 2019. In de jaarrapportage 2019 is de trend van dalende cliëntenaantallen en de daling van het aantal verstrekkingen aan cliënten gesignaleerd. Deze trend zet zich voort in 2020, uitgezonderd Dyslexie en JB/JR ( OTS ) voor wat betreft het derde kwartaal 2020. Verder vindt er nog steeds een verschuiving plaats van Residentieel naar Ambulant. Dit is in lijn met de transformatiedoelen. Daartegenover staat wel een verdere toename van de kosten. De toename van de kosten duidt op complexere problematiek bij de cliënten, die in zorg zijn. De toename doet zich met name voor bij Ambulant in aantal en duurdere trajecten en GGZ in duurdere trajecten. Bij volume en kostenontwikkeling producten in de diverse domeinen dient wel met het volgende rekening gehouden te worden: - het relatieve deel van het voorschotbedrag COVID-19 is nog niet toegerekend over de specifieke domeinen; de gevolgen van eventueel nog in omloop zijnde aanvragen als gevolg van achterstand bij aanbieders en bijvoorbeeld de rechtbanken in verband met COVID-19 zijn nog onvoldoende bekend en dus niet verwerkt in deze rapportage.
pagina 12 van 30
3.3
Ontwikkeling zorggebruik en gemiddelde looptijd van indicaties
Aantal Jeugd cliënten Eén manier om het zorggebruik te monitoren is door te kijken naar het aantal cliënten. In het begin van 2020 telden we 3.950 unieke cliënten, per 30 september 2020 was dit aantal afgenomen tot 3.569. Dit betekent over de eerste 9 maanden van 2020 een afname van 381. Ter vergelijking: ultimo september 2019 bedroeg het aantal unieke cliënten 3.452. Instroom en Uitstroom Unieke cliënten inzake de regio Regio
Stand per
Instroom
Uitstroom
1-1-2020
Totaal
Stand per Toe/afname per
Stand per
Toe/afname
30-9-2020
30-9-2020
30-9-2019
in 2019
3.950
943
1.324
3.569
-381
3.452
-403
3.950
943
1.324
3.569
-381
3.452
-403
Tabel 4
Verstrekkingen in cijfers Er is bij een aantal cliënten sprake van meerdere voorzieningen. Daar waar de regio per 1 januari 3.950 unieke cliënten kende, werden aan die cliënten op 1 januari in totaal 4.910 voorzieningen verstrekt. In tabel 3 zijn de ontwikkelingen over het eerste 9 maanden over 2020 weergegeven. Instroom en Uitstroom o.b.v. verstrekkingen aan cliënten inzake de regio Domein
Stand per
Instroom
Uitstroom
Stand per Toe/afname per
Stand per Toe/afname
1-1-2020 per periode
per periode
30-9-2020
30-9-2020
30-9-2019
in 2019
Ambulant
1.482
424
529
1.377
-105
1.296
-124
Dyslexie
274
151
113
312
38
259
-10
GGZ
2.261
625
1.005
1.881
-380
1.868
-334
JB/JR
400
110
103
407
7
382
-6
Pleegzorg
225
37
50
212
-13
217
-12
Residentieel
268
70
112
226
-42
261
-37
4.910
1.417
1.912
4.415
-495
4.283
-523
Totaal Tabel 5
pagina 13 van 30
Gemiddelde looptijd indicaties in grafiekvorm als volgt: Onderstaande grafiek geeft voor het jaar 2020 weer wat de gemiddelde looptijd van de afgegeven indicaties per zorgdomein en per kwartaal is.
Figuur 1
Onderstaande grafiek geeft het verloop weer wat de gemiddelde looptijd van de afgegeven indicaties per zorgdomein en per kwartaal is vanaf het jaar 2018 t/m 1e halfjaar 2020.
Figuur 2
pagina 14 van 30
Te vermelden bijzonderheden bij figuur 2: Algemeen In bovenstaande grafiek is vanaf Q3-2018 een significante stijging te zien. Dit is tot stand gekomen door de configuratie/migratie van bestanden in het automatiseringssysteem/applicaties binnen Meerinzicht, hetgeen in de zomer van 2018 heeft plaatsgevonden. Specifiek Pleegzorg is een langdurige vorm van hulpverlening, die over het algemeen tot de leeftijd van 18 jaar of 21 jaar duurt. Dit traject wordt tussentijds niet onderbroken. Dat betekent dat de gemiddelde doorlooptijd van het traject inzake pleegzorg per jaar vermeerdert. Voor JB/JR is het volgende van toepassing: ●
naarmate het aantal OTS-en langer dan een jaar stijgt, dan vermeerdert daarmee ook de gemiddelde doorlooptijd;
●
justitiële maatregelen duren in de regel tot de leeftijd van 18 jaar. Dat betekent dat de gemiddelde doorlooptijd van het traject per jaar vermeerdert.
De cijfers met betrekking tot de gemiddelde looptijden van de indicaties per domein zijn op dit moment niet uit het dashboard Aspectu te halen.
3.4
Uitgebreidere toelichting op de cijfers per domein
Ambulant Het aantal verstrekkingen is t.o.v. 1-1-2020 afgenomen met 105 (7%). De dalende trend uit 2019 zet zich voort in de eerste 9 maanden van 2020. De gemiddelde waarde per cliënt is licht gedaald. In de eerste 9 maanden 2020 is er sprake van een stijging van de kosten. De gemiddelde looptijd daalt licht. Tijdens de eerste Covid-19 golf is er sprake geweest van een afname van contactmomenten. Vanaf de start van het 3e kwartaal is er sprake van stijgende omzet, met name als het gaat om inzet van met name specialistische ambulante producten. Ambulant begeleiding Trend: bij begeleiding individueel en begeleiding groep is er sprake van afname van de totale kosten. De toename van de inzet begeleiding (groep) specialistisch is opvallend. De groei van begeleiding (groep) specialistisch vraagt om nader onderzoek naar oorzaken en mogelijkheden tot terugdringen van de kosten. Vooral het thema tijdig afschalen van zorg en samenwerking met de voorliggende keten is terugkerend onderwerp van gesprek met zorgaanbieders. Vanuit de Q-gesprekken wordt door de zorgaanbieders vooral aangegeven dat de problematiek die wordt verwezen door CJG en GI’s als complexer is en dat vaker ingezet moet worden op hogere zorgzwaarte en intensiteit van zorg en het betrekken van meerdere interne medewerkers tijdens een zorgtraject.
Ambulant behandeling In 2019 is er een verschuiving opgetreden van residentieel naar ambulant. Deze trend zet zich voort in 2020. Het aantal cliënten behandeling specialistisch neemt toe en behandeling individueel neemt af. Aanbieders geven aan steeds meer een complexere doelgroep te zien en geven ook aan dat een zwaardere behandelinzet pagina 15 van 30
vanuit de start van de behandeling een langdurend behandeltraject voorkomt. Opvallend is de afname van behandeling (specialistisch) groep. Aanbieders geven aan dat er meer ingezet wordt op het netwerk en de schoolse situatie in plaats van dagopname. Tijdens de eerste Covid-19 golf is er bij individuele contacten het beeldbellen veelvuldig gebruikt als contactmoment, aanbieders geven aan dat bij groepsbehandeling er duidelijk sprake is geweest van daling van aanwezige cliënten en contactmomenten. In de vergelijking van de kosten ambulant tussen de 2e prognose 2020 (€ 16.415.000) en de jaarrekening 2019 Meerinzicht ( € 14.081.000) laat deze een stijging zien van ca 17%. Voor een groot deel is deze stijging ontstaan door: ● ●
dat er een verschuiving in kosten plaatsvindt van residentieel naar ambulant. een toename van ambulante behandeling specialistisch en begeleiding (groep) specialistisch
GGZ De regionale daling in verstrekkingen GGZ die we sinds 2019 zien loopt verder door. We zien een daling in de verstrekkingen van 17% (van 2261 naar 1881 verstrekkingen) ten opzichte van 01-01-2020 (tabel 3). De gemiddelde looptijd van de GGZ indicatie laat gedurende 2020 een lichte stijging zien (figuur 1). De gemiddelde looptijd is ongeveer 1 jaar, en is na een lichte daling begin 2020 in het derde kwartaal ongeveer gelijk aan de doorlooptijd in kwartaal 4 van 2019 (figuur 2). In de Q-gesprekken met de aanbieders horen we van een aantal aanbieders terug dat na COVID-19 het aantal cliënten wat afgenomen is. De verwachting van een aantal aanbieders was in eerste instantie dat er na COVID19 een aanmeld golf kon ontstaan. Dit zien we op dit moment niet terug. In verhouding is er bij basis GGZ een wat snellere daling in aantal cliënten dan bij de (Hoog) specialistische GGZ. Het algehele beeld blijft wel dat de meeste cliënten gebruik maken van de (Hoog) specialistische GGZ. Ook vanuit de Q-gesprekken horen we dit terug en wordt met name het complexer worden van de problematiek aangegeven. De tweede prognose 2020 (€ 10.006.000) laat ten opzichte van de jaarrekening 2019 (€ 10.170.000) een lichte verwachte daling zien van ca. 2% ( -/- € 164.000).
Dit past bij het hierboven vermelde aangegeven beeld dat we in de cijfers zien en van hetgeen we van de aanbieders horen in de Q-gesprekken.
Dyslexie Regionaal zien we een toename in de verstrekkingen (tabel 3). De stijging in de verstrekkingen ten opzichte van 01-01-2020 is ongeveer 14% (van 274 naar 312 verstrekkingen). Deze stijging is nagenoeg gelijk aan de stijging die in de cijfers bij de halfjaarrapportage zichtbaar was. De gemiddelde doorlooptijd van de dyslexie verstrekking loopt, na een daling in het eerste kwartaal, gedurende kwartaal 2 en 3 licht op (figuur 1). De gemiddelde doorlooptijd schommelt rond de 1,5 jaar en is momenteel op hetzelfde niveau als kwartaal 4 van 2019 (figuur 2). Tijdens de Q-gesprekken geven de aanbieders aan dat, nu de scholen weer open zijn, de diagnostiek weer is opgestart en de behandeling weer op de normale wijze verloopt. Aanbieders zien hierdoor een stijging in diagnostiek ten opzichte van de eerste periode in 2020. Dit is te verklaren doordat begin 2020 de diagnostiek grotendeels stil heeft gelegen door de COVID-19 maatregelen. We zien een toename van cliënten ten opzichte van de eerste 3 maanden 2019. Deze toename zien we vooral in behandeling. Bij diagnostiek zien we nog een lichte afname in het aantal cliënten ten opzichte van 2019. Dit
pagina 16 van 30
is, zoals eerder genoemd, te verklaren door het grotendeels stilvallen van diagnostiek begin 2020 door de COVID-19 maatregelen. De tweede prognose 2020 (€ 905.000) laat een lichte verwachte stijging van ca. 8% zien ten opzichte van de jaarrekening 2019 (€ 835.000). Dit sluit aan bij de signalen vanuit de aanbieders en het beeld in de verstrekkingen en aantallen cliënten.
Pleegzorg Bij de pleegzorg is er in de regio sprake van afname van 13 verstrekkingen (5,7%) t.o.v. 1-1-2020. Trend: pleegzorg regulier en pleegzorg-deeltijd laten een stijging zien in waarde per cliënt, ondanks een lichte afname van het aantal cliënten. Pleegzorg Initieel laat een afname zien in kosten in aantal cliënten. De doorlooptijd is gestegen. De totale kosten pleegzorg laten een stijging zien. Aanbieders pleegzorg blijven actief om nieuwe gezinnen te werven omdat er sprake blijft van tekort aan geschikte pleeggezinnen. De aspirant pleeggezinnen moeten de volledige pleegzorg cursus hebben doorlopen alvorens zij worden aangewezen als pleeggezin. In de vergelijking van de kosten tussen de 2e prognose 2020 (€ 2.822.000) en de jaarrekening 2019 ( € 2.612.000) laat deze vergelijking een stijging zien van € 210.000. De stijging betreft ca 8%.
Jeugdbescherming en Jeugdreclassering In de contractafspraken met de GI’s (Veluwe) is voor 2019 bepaald dat er een daling van 5% Ondertoezichtstellingen (OTS) moet worden gerealiseerd. In het 2e kwartaal van 2019 zijn in samenwerking met JBG, de Toegang en Meerinzicht gezamenlijk acties opgepakt op het voorkomen van OTS-en. Daarnaast werden de mogelijkheden tot verkorting van de duur van OTS verkend. De volgende acties zijn ingezet vanaf Q2-2019, te weten: 1. 2. 3.
Iedere casus wordt bij verlening opnieuw beoordeeld door medewerkers van de GI, dit inclusief een gedragswetenschapper. Stilzwijgende verlengingen worden niet meer toegepast; Het CJG wordt Intensiever betrokken bij de start van een traject maar ook bij de evaluatie; GI-medewerkers gaan meer plaatsonafhankelijk werken. Dit betekent meer fysieke aanwezigheid van GI-medewerkers in de lokale toegang (CJG ).
De maatregelen, die ingezet zijn, hebben tot op heden nog niet het gewenste resultaat namelijk een daling met 5 % van OTS laten zien ten opzichte van de doorlooptijden (stagnatie en daling) voor OTS. Dit is overigens een trend die niet alleen in onze regio voorkomt, maar ook in andere Gelderse regio’s . Het aantal zaken JB en JR en OTS-en , voornamelijk als gevolg van verleningsbesluiten op grond van rechterlijke uitspraken, is nauwelijks te beïnvloeden. Er heeft een regionale partner-tafel plaatsgevonden met GI’s. Hieruit zijn enkele afspraken tot actie en samenwerking voortgekomen. Daarnaast is er een vervolg in de vorm van partner-tafel georganiseerd op thema. Voornamelijk gericht op kosten-, volume- en projectbeheersing van OTS. Inmiddels zijn er gesprekken geweest over maatregelen met de rechterlijke macht en is er bovenregionaal een verbeteragenda opgesteld in samenwerking met de GI’s, Raad voor de Kinderbescherming, Veilig thuis en de regio’s (gemeenten). Door het verbeteren van de netwerksamenwerking, het meer standaardiseren om administratieve lasten te verlichten en afspraken over organisatie en uiteraard targets in uitvoering zal in 2020 en 2021 geïntensiveerd en met een andere insteek gewerkt worden aan het volume en kostenaspect. De activiteiten m.b.t. de verbeteragenda worden op dit moment uitgewerkt en geïmplementeerd. Het is voor pagina 17 van 30
resultaatmeting nog te vroeg en naar verwachting zal vanaf het 1e kwartaal 2021 gerapporteerd kunnen worden over resultaten Op dit moment kan het volgende voor 2020 worden waargenomen:
- stijging OTS > 1 jaar t/m 3e kwartaal 2020 t.o.v. dezelfde periode 2019 met 20 zaken ( 148 naar 168 ); - stijging OTS < 1 jaar t/m 3e kwartaal 2020 t.o.v. dezelfde periode 2019 met 18 zaken ( 119 naar 137) Er is ook een stijging van 15 zaken Jeugdbescherming. Dit is het gevolg van de inhaalslag bij de Raad van de Kinderbescherming en rechterlijke macht. . In de vergelijking van de kosten tussen de jaarrekening 2019 (€ 2.900.000) en de 2e prognose 2020 Meerinzicht ( € 3.121.000) laat deze vergelijking een stijging zien van € 221.000. De stijging betreft ca 8% hetgeen ontstaat uit: ●
stijging van de kosten in 2020 met ca. 8%, dit inclusief de stijging m.b.t. OTS en JB
Residentieel De afbouw in de residentiële zorg, de afbouw van 24 uurs voorziening is een blijvend punt van aandacht in de Q-gesprekken. Geconstateerd kan worden dat het aantal cliënten daalt, maar dat de complexiteit van de behandelingen is toegenomen. Dit heeft als resultaat dat er duurdere trajecten/behandelingen worden ingezet. De doorlooptijd daalt in het derde kwartaal van 2020 licht. Er is een duidelijke daling van het aantal verstrekkingen, te weten een verlaging met 42 verstrekkingen (-15% over de 3 kwartalen 2020 t.o.v. 1-1-2020). Trend: de gemiddelde waarde per cliënt over 3 kwartalen 2020 is t.o.v. de periode vorig jaar afgenomen met 505 euro voor residentiële voorzieningen. Indien wordt gekeken naar producten is de voornaamste dalende lijn te vinden binnen kort verblijf/ logeren met begeleiding ,verblijf met extra intensieve graad ( F ) en beschermd begeleid wonen/kamertraining Naast deze daling worden er ook een aantal stijgingen geconstateerd, de grootste stijgers zijn; gezinshuis op locatie en Jeugdzorg +. Samengevat zien we binnen de residentiële zorg specifieke dalingen en stijgingen, totaal in kosten residentieel is er in de 3 kwartalen 2020 sprake van een vanuit 2019 voortzettende daling. De aanbieders verblijf geven aan dat zij streven naar afschaling van het residentiële traject naar ambulante zorg.
Waar mogelijk wordt ingezet op (intensieve) zorg in de thuissituatie of zelfstandige situatie van de jeugdige. Tijdens de Q-gesprekken wordt door contractmanagement, beleid en CJG steeds weer de vraag gesteld hoe aanbieders kunnen komen tot meer preventieve (ambulante) inzet om residentiële zorg te voorkomen. Aanbieders denken hierin een goed aanbod te kunnen leveren, echter wel vanuit een hoog intensief en specialistisch zorgaanbod. Daarnaast bestaat er behoefte aan tussenvoorzieningen in situaties dat residentieel een te zwaar product is maar ambulante niet voldoende is. In het kader van de Transitiegelden Vastgoed ( voor de regio/ Ermelo een bedrag van 540.000 euro ) zullen mogelijkheden worden onderzocht voor passende voorzieningen ter vermindering van de zwaardere residentiële opvang. Eén van de transformatiedoelen is een verschuiving binnen de zorg teweeg brengen van residentieel naar ambulant. Dit is ook waarneembaar in de verschuiving van de kosten. Op dit moment worden initiatieven in werking gezet door GGZ-instellingen, in samenwerking met JeugdzorgPlus-instellingen, om residentiële zorg te voorkomen en verminderen door de inzet van FACT-teams en IHT. Daarnaast zijn er initiatieven om de gemiddelde doorlooptijd van behandeling in 2020 en 2021 telkens met 2,5 % te verminderen.
pagina 18 van 30
In de vergelijking van de kosten tussen de rekening 2019 (€ 12.617.000) en de 2e prognose 2020 Meerinzicht ( € 10.445.000) laat deze vergelijking een daling zien van € 2.172.000. De daling betreft ca 17 %. Voor een groot deel is deze daling ontstaan door: ● daling van de kosten in 2020 met ca.17 %. De daling doet zich significant voor bij de aanbieders van Jeugdhulp, namelijk bij ‘s Heerenloo , Pluryn en Karakter. Meerzorg (onderdeel residentieel): De vergoeding meerzorg wordt op basis van het goedgekeurde CCE-rapport (Centrum voor consultatie en expertise) verstrekt aan de cliënt/aanbieder. Vanaf het jaar 2019 vindt de facturatie meerzorg via het reguliere berichtenverkeer plaats. De inschatting is dat de kosten voor 2020 circa € 1,2 miljoen gaan bedragen. Het genoemde bedrag betreft meerzorg voor negen cliënten en heeft volledig betrekking op de gemeente Ermelo. Voor zover nu bekend stromen er in de loop van 2020 drie cliënten uit. Hier staat tegenover dat in 2020 ook drie cliënten zijn ingestroomd waarvan één cliënt is geïndiceerd met zeer zware zorg hetgeen voor een zeer groot deel resulteert in de verhoging van de kosten ten opzichte van 2019 van circa € 0,5 miljoen. Overig Het domein Overig bedraagt qua kosten voor de eerste 9 maanden van het jaar 2020 ( administratie verwerkt t/m 27 september 2020) € 705.000. De specificatie van deze post is als volgt: -
reguliere niet-cliëntgebonden kosten en kosten vervoer creditfactuur 2018 inzake IJsselgroep Psychologische Dienstverlening uitbetaling kosten aan gemeenten ( correctie WPB) over het jaar 2017
totaal
-/-
699.700 1 700 7.000 705.000
Overig - COVID-19 Per 28 september 2020 bedraagt de post Overig - COVID-19 qua betaalde voorschotbedragen aan de zorgaanbieders over de declaratiemaanden maart t/m juni 2020 in totaliteit € 2.352.000. De specificatie van deze post per gemeente inzake betaalde voorschotbedragen COVID-19 is als volgt: Gemeente:
Bedrag:
Elburg
318.000
Ermelo
587.000
Harderwijk
414.000
Nunspeet
407.000
Oldebroek
376.000
Zeewolde
250.000
Totaal
2.352.000
Tabel 6
pagina 19 van 30
Schulden woonplaatsbeginsel (WPB) 2017/2018/2019 inzake gemeenten buiten de regio Gemeente Zwolle heeft cliëntdossiers gecontroleerd en heeft in week 29-2020 een opgave aangeleverd inzake 2 cliënten betrekking hebbende op de jaren 2017 t/m 2019 voor een totaalbedrag afgerond € 215.000,-- . Onze administratie heeft voor beide cliëntsituaties het WPB gecheckt. Conclusie is dat volgens de WPB-regelgeving beide vorderingen legitiem zijn. De gemeenten Ermelo en Oldebroek moeten noodzakelijkerwijs de kosten dragen, dit op basis van bepaling grondslag WPB. De specificatie van deze post is als volgt: -
gemeente Ermelo: casus 1 cliënt WPB over de jaren 2017 t/m 2019 gemeente Oldebroek: casus 1 cliënt WPB over de jaren 2017 t/m 2019
totaal
130.000 85.000 215.000
Hoewel voor deze kosten nog geen factuur is ontvangen, zijn de kosten alvast meegenomen in de 2e prognoseberekening 2020.
pagina 20 van 30
4.
Verantwoording overige financiële dossiers
In dit hoofdstuk wordt inzake de afwikkeling van enkele financiële dossiers door Meerinzicht tussentijdse verantwoording afgelegd ten aanzien van de compensatieregeling voogdij (eventuele inkomsten gemeenten), voortgang projecten innovatie en stand van zaken rondom financiële afwikkeling (o.a. NTB/NTO aanbieders) 4.1. Compensatieregeling Voogdij/18+ 2021 Een deel van rijksbudget voor de gemeenten voor de uitvoering van jeugdhulp bestaat uit geld voor kinderen met een voogdijmaatregel en voor 18+ers. Een aantal gemeenten ervaart een verschil tussen het budget dat zij op grond van de beleidsinformatie krijgt toegewezen en de werkelijke kosten voor voogdij en 18+. Om de verschillende soorten problemen met de verdeling van het (historisch verdeelde) budget voor kinderen met een voogdijmaatregel en voor 18+ers op te lossen, is de compensatieregeling voogdij/18+ door het Rijk ingericht. Over het jaar 2018 kwam alleen de gemeente Elburg in aanmerking voor de compensatieregeling Voogdij/18+. De aanvraag is voor een bedrag van € 227.000 voor Elburg ingediend en gehonoreerd door VWS. Dit bedrag is opgenomen in de decembercirculaire 2019 voor het jaar 2020. Vanwege het feit dat de invoering van het woonplaatsbeginsel is uitgesteld naar 1 januari 2022 wordt het budget voor voogdij/18+ door het Ministerie van VWS ook in 2021 nog apart op basis van historisch zorggebruik 2019 verdeeld.
Per juli 2020 is de compensatieregeling voogdij/18+ voor 2020 weer opengesteld. Meerinzicht heeft in de maand september geïnventariseerd welke gemeenten in aanmerking komen voor de aanvraag compensatieregeling Voogdij/18+ 2021. Op basis van de uitkomsten van de eerste inventarisatie zijn berekeningen op cliëntniveau gemaakt inzake kosten voogdij 2019 voor de gemeenten Ermelo en Elburg en Zeewolde. De gemeenten Harderwijk, Nunspeet en Oldebroek kwamen in deze eerste berekening qua kosten voogdij al niet boven het drempelbedrag uit. De gemeenten Elburg en Zeewolde komen via de berekening in tweede instantie op cliëntniveau qua kosten ook niet boven het drempelbedrag uit. De gemeente Ermelo komt wel boven genoemd drempelbedrag uit. Zoals reeds vermeld in het Jaarverslag 2019 Meerinzicht heeft Ermelo voor 2019 te maken met fors hogere kosten op het onderdeel Residentieel. Dit heeft tot gevolg dat een berekening op cliëntniveau is gemaakt en dat Meerinzicht ultimo september 2020 de aanvraag voor ca. € 1,6 mln. voor de gemeente Ermelo voor compensatie bij het Ministerie heeft ingediend. VWS heeft als reactie op de ingediende aanvraag enkele detailvragen gesteld waarop de administratie Meerinzicht deze vragen inmiddels heeft beantwoord.
Ultimo oktober 2020 heeft VWS positief gereageerd op de beantwoording van de vragen door Meerinzicht met als gevolg dat een bedrag van € 1.622.083 wordt toegekend aan de gemeente Ermelo. Deze toekenning vindt plaats door het opnemen voor Ermelo van genoemd bedrag in de decembercirculaire van 2020 voor het jaar 2021. Wel is er vanuit het Ministerie van VWS een disclaimer van toepassing voor het definitief toekennen van het compensabele bedrag voogdij. Het landelijke budget voor de compensatieregeling is namelijk gemaximeerd. Het aantal ingediende aanvragen bepaalt uiteindelijk de hoogte van de definitieve beschikking.
4.2 Afwikkeling innovatiegelden 2018 In het boekjaar 2018 zijn regiobreed (exclusief gemeente Zeewolde) voor de innovatieprojecten Jeugd verplichtingen aangegaan voor een totaal van € 939.000. In 2018 is voor deze projecten voor in totaal € 111.000 aan facturen betaald. Het resterende bedrag ad € 828.000 is in het jaarrekeningtraject 2018 reeds pagina 21 van 30
afgerekend (als vooruitontvangen bedragen) met de regiogemeenten. Voor 2019 en de eerste 9 maanden over 2020 zijn regiobreed voor een totaal van € 466.860 aan facturen betaald aan zorgaanbieders. Door het feit dat reeds is in 2018 is afgerekend met de gemeenten, komt genoemd bedrag van € 466.860 ten laste van de post “vooruitontvangen”. Het resterende saldo innovatieprojecten Jeugd regiobreed bedraagt per 30 september 2020 ca. € 361.000. De specificatie per gemeente wordt separaat verstrekt aan de gemeenten. Afwikkeling innovatiegelden 2018 in jaar 2020 Regio
Restant verplichting
Betaald in
Afgewikkeld
Saldo per
2018 ultimo 2019
2020
in 2020
30-09-2020
Regio
556.782
195.642
0
361.140
Totaal
556.782
195.642
0
361.140
Tabel 7
Specificatie op regioniveau inzake status afwikkeling van de 3 innovatieprojecten als volgt: 1. 2.
Project Fact (Accare en ‘s Heerenloo / CJG participeert) Doelstellingen:
In de regio Noord-Veluwe richt FACT jeugd zich op twee verschillende groepen: -
Jeugdigen met complexe/ernstige problemen op meerdere levensgebieden die moeilijk in zorg te krijgen of te houden zijn;
-
Jeugdigen die nu gebruik maken van 24-uurs residentiële zorg.
Doel van FACT is hulp en ondersteuning bieden bij het leven thuis. Een jeugdige kan daardoor deelnemen aan het gewone leven in het gezin en op school. Resultaat: Het FACT-jeugd team heeft tot op heden 23 jeugdigen en hun gezin geholpen. Vrijwel alle aanmeldingen kwamen via gemeentelijke verwijzers (22) en een casus via een medisch specialist. Er is op dit moment nog te weinig data om de doelrealisatie goed te kunnen bepalen. Op dit moment zijn die zaken die in behandeling zijn genomen en nog lopen conform doelstelling. Er wordt ook een vergelijk getrokken met andere regio’s waar dit product al langer is ingezet en waar men over meer data beschikt om een resultaat oordeel te kunnen vormen. Een voorstel tot continuering van de inzet van dit product ter besluitvorming volgt in Q4- 2020. Financiën: Totaal bedrag aan toegekende subsidie € 471.500. Tot nu toe is gefactureerd: 2019
€ 141.450,- (30%)
2020
€ 188.600,- (40%)
Deze factuur is nog niet verwerkt in de administratie t/m 27 september 2020. Nog te verwachten uitgaven ( november 2020): € 141.450. pagina 22 van 30
2. Project Nerflander “de coulissen” ( Nerflander ) Doel: Het reactiveren van maximaal 10 jongeren. De doelgroep bestaat uit leerplichtige jongeren in het regulier voortgezet onderwijs en MBO in de leeftijdscategorie 12-16 jaar die dreigen uit te vallen of al langdurig zijn uitgevallen op school door overprikkeling of gedragsproblemen. De jongeren worden op de locatie van De Nerflander te Doornspijk (dan wel bij samenwerkende zorgverleners) ondersteund om terug in te stromen in het regulier voortgezet onderwijs of MBO. Het traject duurt tenminste 6 maanden en aan het eind van de looptijd is ten minste 30% weer succesvol op school aan de slag. Voor de overige jongeren is verlenging van het ondersteuningstraject mogelijk, doorverwijzing naar andere vormen van onderwijs, zorg en ondersteuning of begeleiding naar werk een optie. Resultaat: Geconcludeerd kan worden dat, na een aanvankelijk moeizame start en gelet op de omstandigheden in verband met corona, met het project De Coulissen het maximaal bereikbare resultaat is gerealiseerd en er toch een mooie brug is geslagen in de samenwerking tussen onderwijs en zorg.
We zien dat de aanpak vooral tot een positief resultaat leidt bij jongeren die al uitgevallen zijn op school en voor wie trajecten op school niet het gewenste effect hadden.Jongeren die uitgevallen zijn op school, kunnen weer toekomstperspectief krijgen met een traject via de Coulissen. Er is aan de doelstelling van het project voldaan. Financiële verantwoording/ Eindafrekening Van de Nerflander is de financiële eindverantwoording innovatiegelden ontvangen (bijlage 3).Het project is voor een lager bedrag gerealiseerd dan begroot. Dit heeft vooral te maken met het feit dat voor de post agrarisch een goedkoper en beter bij de doelgroep passende keuze is gemaakt: Ipv een hopplantage met bier als eindproduct, is gekozen voor een fruit- en moestuin. De begroting van het project De Coulissen bedroeg in totaal € 222.550,--. De totale projectkosten bedroegen uiteindelijk € 183.615,94 Reeds ontvangen (1 ste en 2 de termijn) is € 166.912,50 Nog te ontvangen door de Nerflander: € 16.703,44
3.Project Gezinsmentor ( Pluryn ) Doel: De focus van de zorg/begeleiding en behandeling ligt op het helpen bij het zelfherstellend vermogen van de jongeren op meerdere levensdomeinen. Het vergroten van zelfreflectie en versterken van positieve interacties. Resultaat: Er zijn te weinig aanmeldingen geweest om een gefundeerde uitspraak over het bestaansrecht en of de resultaten van dit innovatietraject. De investeringen door Pluryn zijn fors geweest met name in het aannemen
pagina 23 van 30
van adequaat personeel maar de opbrengsten waren zeer summier. Een evaluatie zal in kwartaal 4 worden opgeleverd. Het project is inmiddels gestopt/ er volgen geen declaraties meer. Financiën: Totaal toegekende subsidie (voor 10 trajecten) € 244.590 Totaal bedrag aan betaalde subsidie
€ 80.542
Reeds verbruikt/ betaald in 2019
€ 73.500
Reeds betaald in 2020
€
7.042
Nog te verwachten uitgaven 2020
€
0
4.3 Afwikkeling nog te betalen (NTB) 2019 inzake zorgaanbieders Meerinzicht heeft in de jaarrekening 2019 een post “nog te betalen aan zorgaanbieders Jeugd” opgenomen van circa € 4,4 miljoen. Voor het jaar 2018 betrof dit nog circa € 6,5 miljoen, dus is er een significante verbetering te zien in het declaratiegedrag van de zorgaanbieders. Van de post nog te betalen 2019 is op dit moment (peildatum 30 september 2020) inmiddels € 4,1 miljoen afgewikkeld. De prognose is dat in de komende periode nog € 0,3 miljoen wordt gefactureerd en betaald. In de jaarafsluiting 2020 wordt , net zoals in het jaarwerk 2019, de afrekening over 2019 per gemeente in de exploitatie 2020 verwerkt. De specificatie nog te betalen 2019 per gemeente wordt verstrekt aan de financials van de desbetreffende gemeenten.
Afwikkeling nog te betalen (NTB) 2019 aan zorgaanbieders in jaar 2020 Regio
Nog te betalen
Betaald in
Saldo NTB
2019
2020
per 30-09-2020
Regio
4.366.776
4.084.047
282.729
Totaal
4.366.776
4.084.047
282.729
Tabel 8
4.4 Afwikkeling posten nog te betalen aan zorgaanbieders over voorgaande jaren ( voor declaratie jaar 2019) De situatie kan zich voordoen dat in de komende jaren de zorgaanbieders nog declaraties indienen over voorgaande jaren. Restrictie voor betaling van deze declaraties is natuurlijk dat er een geldige indicatie aan ten grondslag ligt en dat deze declaraties binnen de wettelijke termijn van 5 jaar zijn ingediend. Als het bovenstaande zich voordoet, dan worden deze kosten over ‘oude’ declaratie jaren verwerkt in het lopende exploitatiejaar. Tot de datum 30 september 2020 is in het jaar 2020 voor circa € 13.000 over het declaratie jaar 2018 gedeclareerd en uitbetaald. Deze kosten zijn dus verwerkt in het exploitatiejaar 2020.
pagina 24 van 30
4.5 Afwikkeling vorderingen woonplaatsbeginsel (WPB) 2018 Zoals vermeld in het Jaarverslag over 2019 bedroeg het openstaande saldo afwikkeling woonplaatsbeginsel 2018 op dat moment € 369.076. Ontwikkelingen in het saldo in 2020 is als volgt: ●
In maart 2020 is van dat bedrag de grootste vordering van € 199.302 ontvangen van gemeente Zwolle; ● regio Foodvalley (administratiekantoor voor de gemeenten Barneveld, Ede en Nijkerk) heeft gereageerd naar Meerinzicht dat zij niet voornemens is om het totaalbedrag van € 116.551 aan Meerinzicht over te maken. Meerinzicht heeft via een laatste poging toch nog Foodvalley benaderd om tot betaling over te gaan. Helaas heeft dit niet tot resultaten geleid. Als laatste mogelijkheid heeft Meerinzicht nu contact gezocht met de regiogemeenten die het betreft om op bestuurlijk niveau te schakelen om deze vordering “binnen te halen”. Ultimo oktober 2020 heeft hierover ambtelijk overleg plaatsgevonden met als uitkomst dat één van de regiogemeenten de juridische kant van deze casus beoordeelt. Medio november 2020 vindt op ambtelijk niveau een vervolgoverleg plaats. ● met de gemeente Almere (een vordering van € 53.223) wordt op dit moment nog verder overlegd en tevens nadere informatie verstrekt over de openstaande vordering. Waarschijnlijk wordt dit te vorderen bedrag verrekend met facturen die de gemeente Almere inzake woonplaatsbeginsel heeft openstaan op gemeenten binnen onze regio. De administratie Jeugd Meerinzicht controleert op dit moment deze laatstgenoemde facturen.
Meerinzicht zal de betrokken gemeenten zo spoedig mogelijk omtrent de uitkomst van de controle/onderzoek op de hoogte stellen. Afwikkeling woonplaatsbeginsel (WPB) 2018 in jaar 2020 Regio
Restant vordering
Ontvangen in
Afgewikkeld
Vordering per
2018 ultimo 2019
2020
in 2020
30-09-2020
Regio
369.076
199.302
0
169.774
Totaal
369.076
199.302
0
169.774
Tabel 9
4.6 Vorderingen woonplaatsbeginsel (WPB) 2019 inzake gemeenten buiten de regio Op dit moment zijn de meeste facturen vervaardigd en verzonden naar 8 gemeenten buiten de regio voor een totaal van € 50.269. De stand van zaken per 30 september 2020 is dat nog ca. € 7.000 van deze vorderingen openstaat. De afdeling debiteurenbewaking Meerinzicht houdt deze openstaande vorderingen nauwlettend in de gaten.
Afwikkeling woonplaatsbeginsel (WPB) 2019 in jaar 2020 Regio
Vordering
Ontvangen in
Afgewikkeld
Vordering per
buiten regio
2020
in 2020
30-09-2020
Regio
50.269
42.400
738
7.131
Totaal
50.269
42.400
738
7.131
Tabel 10
pagina 25 van 30
5.
Prognose bedrijfsvoeringskosten Jeugd 2020
De inschatting voor bedrijfsvoeringskosten 2020 ligt globaal op hetzelfde niveau als de realisatie over 2019. De gemeente Putten draagt in 2020 éénmalig bij middels een uitstap fee van € 171.000. De extra inzet op de VIC (verbijzonderde interne controle) en de prestatielevering is structureel van karakter. Daarnaast wordt elk jaar een substantieel bedrag voor de accountscontrole met bijbehorende controleverklaringen uitgegeven. In totaliteit komt de prognose voor 2020 uit op een bedrag van € 1.674.000. In dit bedrag zijn de kosten voor de uitvoering van Aspectu opgenomen. Rekening houdende met de incidentele uitstap fee van € 171.000 bedraagt de prognose van de netto-last voor de deelnemende gemeenten € 1.503.000 (excl. BTW). In de jaarrekening 2020 vindt de definitieve afrekening plaats.
pagina 26 van 30
6.
Overige informatie
6.1 Toegang Stichting Jeugd Noord Veluwe De CJG's zijn het lokale aanspreekpunt voor ouders en jongeren in de gemeenten Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Elburg en Oldebroek. Zij begeleiden gezinnen en voeren waar nodig samen met de ouders en jongeren regie over de hulpvraag. In 2019 is opnieuw een toename van het aantal hulpvragen zichtbaar. Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar het jaarverslag en de kwartaalrapportages van de partner in het CJG: de Stichting Jeugd Noord-Veluwe, Icare Jeugdgezondheidszorg en GGD-NOG Jeugdgezondheidszorg. Naast die inhoudelijke rol op lokaal niveau, heeft het CJG ook een bijdrage geleverd aan de lokale en regionale beleidsvorming. Dat gebeurde onder meer door participatie in het paraplu-team en de daaraan gekoppelde werkgroepen, de uitvoering van een aantal plustaken in de verschillende gemeenten en de adviezen die het CJG uit hoofde van haar functie gevraagd en ongevraagd aan gemeenten gaf. In het voorjaar heeft het CJG, naar aanleiding van de getroffen COVID-19 maatregelen, samen met contractmanagement Meerinzicht en beleid jeugd geparticipeerd in de crisistafel jeugd waarin wekelijks afstemming plaatsvond over de impact van de maatregelen voor kinderen, jongeren en hun gezinnen en de zorgaanbieders. Er zijn regionaal 44 extra aanvragen in behandeling genomen om de COVID-19 maatregelen te compenseren.
6.2 Toegang Jeugdhulp Zeewolde Team Jeugd Zeewolde bestaat uit een team van klantmanagers met een gedragswetenschapper. Samen met beleidsambtenaren zijn zij verantwoordelijk voor de toegang en samenwerking met ketenpartners voor cliënten in Zeewolde. Het afgelopen kwartaal zijn ook zij geconfronteerd met de gevolgen van Corona. Er zijn niet meteen meer vragen gekomen, wel is het zo dat de vragen gecompliceerder lijken. Het vraagt extra inzet van de klantmanagers. Er is sprake van een formatie probleem door langdurige ziekte en vertrek van een collega. Er is voor een deel voor vervanging gezorgd. Tijdens de eerste periode waarin Corona een rol ging spelen zag men veel vragen om de ondersteuning uit te breiden. Dit had voor een groot deel te maken met het sluiten van de scholen. Het team heeft een rol gehad in het versneld realiseren van alternatieve opvang. De contacten met scholen en huisartsen zijn verder geïntensiveerd. De bevindingen uit het dashboard Jeugd worden in het team besproken. Ook is een contractmanager aangehaakt om te horen wat er speelt in de contacten met aanbieders en waar mogelijke kansen liggen.
pagina 27 van 30
6.3 Dashboard Aspectu
Het dashboard van Aspectu wordt in de verschillende gemeenten actief gebruikt. Na de verschillende trainingen is de kennis en kunde verhoogd en zijn de mogelijkheden van het dashboard nog beter bekend. Ook wordt er gekeken naar mogelijke uitbreidingen van het dashboard om hierdoor een nog actueler, breder of completer beeld te krijgen.
pagina 28 van 30
7. Bijlagen Via een separate mail, gericht aan de afzonderlijke gemeenten, wordt per gemeente een bijlage verstrekt waarin de volgende detailinformatie is opgenomen: · ·
overige managements-/detailinformatie gerelateerd aan cliënten; financiële detailinformatie.
pagina 29 van 30
pagina 30 van 30