CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning oktober 2023

Raadsvergadering 5 februari 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanpassing verordening Wmo12.177 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.6.2 Begeleiding individueel specialistisch Bij begeleiding specialistisch is er sprake van een tijdelijk interventie (maximaal 6 maanden) waarbij er een behoefte is aan extra, “andere” of aanvullende competenties en deskundigheid in verband met die specifieke situatie. Begeleiding specialistisch kan ingezet worden wanneer een situatie escaleert of dreigt te escaleren en er stabilisatie nodig is en is in principe altijd voor een kortere periode van toepassing (dit in tegenstelling tot reguliere begeleiding die vaak voor een langere periode van toepassing is). Uitgangspunt is dat begeleiding specialistisch wordt ingezet in plaats van de reguliere begeleiding. Een combinatie van of specifieke gedragsproblematiek is geen reden om begeleiding specialistisch in te zetten. Voorwaarde voor begeleiding specialistisch is dat er een reële verwachting bestaat dat de inwoner met behulp van de inzet van begeleiding specialistisch is te stabiliseren dan wel een positieve verandering door te maken en/of de inzet van specialistische begeleiding bijdraagt aan versnelde zelfredzaamheid en participatie. Dit zodat daarna de reguliere begeleiding weer een toereikende maatwerkvoorziening is. Bij verslechtering of aanvullende problematiek moet altijd een kritische afweging worden gemaakt of er nog sprake is van maatwerkondersteuning vanuit de Wmo of dat behandeling voorliggend is

2.6.2.1 Doelgroep Inwoners met psychische- en psychosociale klachten, niet aangeboren hersenletsel (NAH), een psychiatrische aandoening of beperking, psychogeriatrische aandoening/beperking, verstandelijke beperking, lichamelijke of zintuiglijke beperking, of een combinatie daarvan, met beperkingen op het terrein van- of knelpunten met: 1. sociale redzaamheid; 2. psychisch functioneren; 3. bewegen en verplaatsen; 4. geheugen en oriëntatie; 5. probleemgedrag. Onderstaande kenmerken geven aan dat een inwoner in aanmerking kan komen voor begeleiding specialistisch. Inwoner heeft ernstig tekortschietende vaardigheden in het zelfregulerend vermogen of bij gedragsproblemen, zoals: 1. Acute “extra” psychische en/of psychiatrische problematiek; 2. Aanvullende diagnoses met invloed op het dagelijks functioneren van de inwoner; 3. Minder remmingen op gedrag/zwaardere gedragsproblemen en/of onvoorspelbaarheid en/of grilligheid (geen standaard protocol van handelen mogelijk) dat niet hanteerbaar is voor de betrokkene zelf; 4. Toename in destructief gedrag (gericht op zichzelf en/of de ander); 5. Toename in zelf verwondend of zelfbeschadigend gedrag; 6. Toename van complexe problematiek, waardoor er ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren ontstaan. 7. Het gaat in deze vorm van ondersteuning om zowel planbare als niet planbare ondersteuning.

De inwoner heeft naast één of meerdere vaste dagen en tijdstippen begeleiding ook ondersteuning nodig wanneer zich een ad hoc situatie voordoet. De inwoner heeft dan direct ondersteuning nodig. Waardoor er bij niet ingrijpen sprake is van; 1. Grote risico’s voor de veiligheid van de inwoner en omgeving en/of; 2. Een sterkere toegenomen verslechtering van de gezondheidssituatie van de inwoner dan bij reguliere begeleiding in een meer stabiele situatie.

2.6.3 Begeleiding individueel waakvlam De Waakvlam begeleiding kan geïndiceerd worden na afloop van een indicatie begeleiding regulier. Gemeente geeft de dienstverleningsopdracht aan aanbieder om gedurende maximaal 1 jaar na afloop van indicatie maximaal 12 uur begeleiding regulier te bieden om een terugval van de inwoner te voorkomen. De Waakvlam begeleiding is bedoeld als een vorm van nazorg na afloop van de initiële indicatie begeleiding regulier. Door middel van begeleiding waakvlam houden Wmo-professionals en zorgaanbieders kwetsbare inwoners in beeld, ofwel een vinger aan de pols en wordt geprobeerd te voorkomen dat er een terugval plaatsvindt. Voor de inwoner wordt de waakvlam ervaren als een extra steuntje in de rug, of ter ondersteuning bij het opbouwen/vergroten van het eigen netwerk. De aanbieder heeft de vrijheid om de waakvlam in te zetten op het moment dat hij dit nodig vindt voor de inwoner/als de inwoner signalen geeft dat dit nodig zou zijn. Dit kan een korte periode met een hoge frequentie zijn of juist gedurende een jaar elke maand 1 begeleidingsmoment. De waakvlam staat garant voor maximaal 12 uur reguliere begeleiding met een looptijd van maximaal 1 jaar.

2.7 Logeeropvang functie respijtzorg Logeeropvang of ook wel kortdurend verblijf genoemd, is een vorm van maatwerkondersteuning. Inzet is mogelijk vanuit verschillende wetten. Vanuit de Wmo valt inzet onder het bevorderen of stabiliseren van de zelfredzaamheid van de inwoner. In de meeste gevallen is de inzet van logeeropvang een vorm van respijtzorg, die gericht is op het ontlasten van de mantelzorger. Doel is te voorkomen dat de mantelzorger overbelast raakt en met als doel dat de inwoner langer thuis kan blijven wonen. Daarnaast kan de logeeropvang ingezet worden als time-out voorziening, als het samenhangt met de bevordering of stabilisatie van de zelfredzaamheid van de inwoner. Bij logeeropvang verblijft de inwoner, tijdelijk op een andere locatie, waar toezicht en de noodzakelijke ondersteuning en begeleiding geboden worden aan de inwoner. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘logeren’. In principe wordt de ondersteuning die in de thuissituatie door de mantelzorger wordt verleend, vervangen door ondersteuning via de aanbieder Logeeropvang. In gevallen waarin de inwoner aanspraak kan maken op tijdelijk verblijf op basis van de Zvw of de Wet langdurige zorg (Wlz), is dit voorliggend ten opzichte van de Wmo. De gemeente kijkt ook naar vrij beschikbare respijtzorg die in sommige gemeenten geboden wordt na bemiddeling door het welzijnswerk of een steunpunt mantelzorg.

2.7.1 Doelgroep Inwoners met psychische- en psychosociale klachten, niet aangeboren hersenletsel (NAH), een psychiatrische aandoening of beperking, psychogeriatrische aandoening/beperking, verstandelijke beperking, lichamelijke of zintuiglijke beperking, of een combinatie daarvan, met beperkingen op het terrein van- of knelpunten met: 1. sociale redzaamheid; 2. het bewegen en verplaatsen; 3. het psychisch functioneren; 4. het geheugen en de oriëntatie; 5. het vertonen van licht probleemgedrag. De deelnemers die logeren: 1. hebben vaak enige fysieke zorgbehoefte; 2. hebben behoefte aan structuur en regelmaat; hebben begeleiding en toezicht in de nabijheid nodig. Logeeropvang richt zich op de inwoner waar toezicht in de directe nabijheid aanwezig moet zijn en waar ondersteuning noodzakelijk is. Het gedrag van de inwoner is voorspelbaar en risico’s als gevolg van de problematiek zijn goed in te schatten.

Kenmerken/ Activiteiten Logeeropvang omvat de volgende elementen: 1. Een verblijf gedurende een etmaal, waarbij altijd een overnachting is inbegrepen, in een instelling of andere locatie waarbij in elk geval toezicht aanwezig is; 2. Het verblijf en hotelmatige kosten als voeding, wasverzorging van beddengoed en handdoeken en schoonmaken van de kamer zijn inbegrepen; 3. Toezicht betekent dat er gedurende de aanwezigheid van inwoners toezicht en begeleiding in de nabijheid beschikbaar is; 4. Er is geen geneeskundige zorg nodig. Wanneer dat wel het geval is, zal er een beroep gedaan worden op de regeling eerstelijns verblijf (Zvw); 5. Wanneer een inwoner permanent toezicht en /- of ondersteuning in de nabijheid nodig heeft, zal onderzoek nodig zijn om te beoordelen of Wlz of Beschermd Wonen aan de orde is. Hierbij is ook een combinatie met ZVW mogelijk; 6. Tijdens de Logeeropvang kan geen sprake zijn van behandeling. 7. Kortdurend verblijf is logeren gedurende een bepaalde periode en in principe maximaal 2 etmalen per week, gerekend over 1 kalenderjaar.

2.8 Logeeropvang inclusief begeleiding/ begeleiding groep Logeeropvang of ook wel kortdurend verblijf genoemd, is een vorm van maatwerkondersteuning. Inzet is mogelijk vanuit verschillende wetten. Vanuit de Wmo valt inzet onder het bevorderen of stabiliseren van de zelfredzaamheid van de inwoner. In de meeste gevallen is de inzet van logeeropvang een vorm van respijtzorg, die gericht is op het ontlasten van de mantelzorger. Doel is te voorkomen dat de mantelzorger overbelast raakt en wordt beoogd dat de inwoner langer thuis kan blijven wonen. Tevens kan de logeeropvang ingezet worden als time-out voorziening, als het samenhangt met de bevordering of stabilisatie van de zelfredzaamheid van de inwoner. Bij logeeropvang verblijft de inwoner, tijdelijk op een andere locatie, waar toezicht en de 25 noodzakelijke ondersteuning en begeleiding geboden worden aan de inwoner. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘logeren’. In principe wordt de ondersteuning die in de thuissituatie door de mantelzorger wordt verleend, vervangen door ondersteuning via de aanbieder Logeeropvang. In gevallen waarin de inwoner aanspraak kan maken op tijdelijk verblijf op basis van de Zvw of de Wet langdurige zorg (Wlz), is dit voorliggend ten opzichte van de Wmo.

Als gemeenten kijken we overigens ook naar vrij beschikbare respijtzorg die in sommige gemeenten geboden wordt na bemiddeling door het welzijnswerk of een steunpunt mantelzorg.

2.8.1 Doelgroep Inwoners met psychische- en psychosociale klachten, niet aangeboren hersenletsel (NAH), een psychiatrische aandoening of beperking, psychogeriatrische aandoening/beperking, verstandelijke beperking, lichamelijke of zintuiglijke beperking, of een combinatie daarvan, met beperkingen op het terrein van- of knelpunten met: 1. sociale redzaamheid; 2. het bewegen en verplaatsen; 3. het psychisch functioneren; 4. het geheugen en de oriëntatie; 5. het vertonen van licht probleemgedrag. De deelnemers die logeren: 1. hebben vaak enige fysieke zorgbehoefte; 2. hebben behoefte aan structuur en regelmaat; 3. hebben begeleiding en toezicht in de nabijheid nodig. Logeeropvang richt zich op de inwoner waar toezicht in de directe nabijheid aanwezig moet zijn en waar ondersteuning noodzakelijk is. Het gedrag van de inwoner is voorspelbaar en risico’s als gevolg van de problematiek zijn goed in te schatten. Kenmerken/ Activiteiten Logeeropvang omvat de volgende elementen: 1. Een verblijf gedurende een etmaal, waarbij altijd een overnachting is inbegrepen, in een instelling of andere locatie waarbij in elk geval toezicht aanwezig is;

2. Het verblijf en hotelmatige kosten als voeding, wasverzorging van beddengoed en handdoeken en schoonmaken van de kamer zijn inbegrepen; 3. De begeleiding en begeleiding groep zijn inbegrepen. Wat betekent dat indien inwoner de bestaande begeleiding groep blijft gebruiken tijdens logeer periode, de aanbieder begeleiding groep declareert bij de aanbieder logeeropvang; 4. Toezicht betekent dat er gedurende de aanwezigheid van de inwoners toezicht en begeleiding in de nabijheid beschikbaar is; 5. Er is geen geneeskundige zorg nodig. Wanneer dat wel het geval is, zal er een beroep gedaan worden op de regeling eerstelijns verblijf (Zvw). Wanneer een inwoner permanent toezicht en /- of ondersteuning in de nabijheid nodig heeft, zal onderzoek nodig zijn om te beoordelen of Wlz of Beschermd Wonen aan de orde is. Hierbij is ook een combinatie met ZVW mogelijk; 6. Tijdens de Logeeropvang kan geen sprake zijn van behandeling.

2.9 Beschermd wonen GGZ en opvang Beschermd wonen in de Wmo 2015 is: “wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de inwoner of anderen, bestemd voor personen met psychische aandoeningen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving”. Het gaat dan om: - een maatwerkvoorziening beschermd wonen GGZ (en daarmee een veilige woonomgeving) te bieden aan een inwoner die niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving, als gevolg van psychische of psychosociale problemen; - algemene of maatwerkvoorzieningen maatschappelijke opvang (en daarmee een veilige woonomgeving) te bieden aan een persoon die niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en mede als gevolg daarvan dakloos is geworden. Samen met gemeente Harderwijk en de regiogemeenten zetten we in op het bieden van continuïteit van zorg, het sturen op maatschappelijk resultaat en een goede balans tussen het bevorderen van participatie en het bieden van bescherming.

Het streven is om met maatschappelijke partners en regiogemeenten iedereen in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Als een inwoner niet voldoende voor zichzelf kan zorgen, dakloos wordt of er ontstaat onveiligheid biedt de gemeente opvang en bescherming met als doel iemand, zo snel als mogelijk en gewenst, weer mogelijkheden te bieden zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Binnen de maatschappelijke opvang wordt ingezet op het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de dak- of thuisloze, zodat hij in staat is om zelfstandig deel te nemen aan de samenleving en zo zelfstandig mogelijk te wonen. Dagactivering is een belangrijk onderdeel van de maatschappelijke opvang. Naast de maatschappelijke opvang en beschermd wonen GGZ ontwikkelen gemeenten in samenwerking met maatschappelijke organisaties nieuwe initiatieven die een soort van algemene voorziening betreffen, bijvoorbeeld het project “kansrijk wonen” voor de doelgroep kwetsbare jongeren. Gemeente Harderwijk vervult naast haar lokale verantwoordelijkheid ook een centrale gemeentelijke rol voor de regio, zoals voor Nunspeet. Daarnaast zetten we volop in op het sneller uitstromen uit voorzieningen voor opvang en beschermd wonen GGZ. Als iemand geen beschermd wonen of opvang meer nodig heeft, zal hij vaak nog wel begeleiding in de thuissituatie krijgen.

Aangezien dit een lokale verantwoordelijkheid betreft zal de centrumgemeente afspraken maken over een vloeiende overgang. Continuïteit van zorg is hierbij een gezamenlijke taak. Een indicatie voor beschermd wonen kan worden bekostigd met zorg in natura (ZIN) of via een Persoonsgebonden budget (Pgb). Het Pgb geeft de cliënt meer keuzevrijheid, maar brengt ook meer risico’s met zich mee. De afgelopen jaren is het namelijk voorgekomen dat woonzorgvoorzieningen bekostigd vanuit het Pgb kwalitatief achterblijven.

In het afgelopen jaar is in de regio Noord-Veluwe daarom gewerkt aan een kader PBG en beschermd wonen en beleidsregels PGB en beschermd wonen. Dit met het doel de inzet van een PGB beschermd wonen mogelijk te maken waar dat meerwaarde heeft. In Nunspeet is daartoe de Beleidsregels Persoonsgebonden Budgetten Beschermd wonen gemeente Nunspeet vastgesteld. De GGD beoordeelt de aanvragen voor Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Noord Veluwe. Meer informatie staat op: https://www.ggdnog.nl/thema-sprofessionals/item/maatschappelijke-zorg-2/centrale-toegang-beschermd-wonen-noordveluwe-2.

2.10 Tijdelijk beschermd wonen LVB 18+ De doelgroep voor tijdelijk beschermd wonen LVB betreft (jong)volwassenen met een (licht) verstandelijke beperking (LVB) die op termijn (naar verwachting) zelfstandig kunnen wonen (eventueel met begeleiding), maar in de aanloop naar deze zelfstandigheid tijdelijk, tot het vinden van een structurele financiering, na het 18e levensjaar een beschermde woonomgeving nodig hebben. Het gaat met name om (jong)volwassenen met een licht verstandelijke beperking in combinatie met (ernstig) probleemgedrag. De toekenning tot tijdelijk beschermd wonen LVB 18+ is aan de orde wanneer alle volgende criteria van toepassing zijn: 1. De inwoner heeft een IQ tussen 50 en 85 in combinatie met (ernstige) gedragsproblematiek en kan (nog) niet zelfstandig wonen. Er wordt gewerkt aan het vergroten van de zelfredzaamheid; 2. De inwoner is 18 jaar of ouder en heeft de Nederlandse nationaliteit of verblijft legaal in Nederland; 3. Noodzaak tot verblijf in een 24-uurs setting: noodzakelijk voor de inwoner is verblijf in een instelling met de daarbij behorende zorg door middel van 24-uurs toezicht. Zorg in de nabijheid is noodzakelijk, iemand kan zelf niet risico’s inschatten en adequaat en op tijd om hulp vragen met als gevolg risico op (zelf)verwaarlozing of overlast; 4.

De inschatting is dat de inwoner op termijn in staat is tot zelfstandig (begeleid) wonen met behulp van zelfstandigheidstraining; onderlegger hiervoor is een afwijzing op een Wlz-aanvraag; 5. De inwoner heeft intensieve ondersteuning nodig bij het dagelijks functioneren op verschillende leefgebieden, gericht op de ontwikkeling en zelfstandigheid (zelfstandig wonen) van de inwoner; 6. Het toezicht en de intensieve ondersteuning kan niet geleverd worden door ambulante ondersteuners; 7. De inwoner accepteert een begeleidings-/ontwikkelingstraject dat met inachtneming van zijn mogelijkheden gericht is op het zo snel mogelijk zelfstandig gaan wonen, al dan niet met behulp van ambulante begeleiding; 8. Acute situatie: er is geen sprake van een acute (crisis)situatie in de geestelijke gezondheid. In dat geval is crisisopvang meer voor de hand liggend. Dan betreft het mensen die ten gevolge van hun psychische problematiek gevaar lopen of veroorzaken als zij niet onmiddellijk of uiterlijk binnen 24 uur worden behandeld. Inwoners kunnen niet zelf rechtstreeks contact opnemen met de crisisdienst. Dit kan alleen via een (huis)arts of eventueel via de politie. Na de toekenning en plaatsing vindt halfjaarlijkse evaluatie plaats zodat monitoring plaatsvindt op de bovenstaande criteria en het begeleidingsplan.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen 1. Met ingang van 1 januari 2024 worden de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Elburg 2021 ingetrokken. 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Elburg 2024. 3. Deze Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Elburg 2024 treden in werking met ingang van 1 januari 2024. Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente XXXXX

in zijn vergadering van XXX,

De burgemeester,

de secretaris,

XXXXXX

XXXXX

Toelichting bij Schoon en leefbaar huis (Behouden???_) Naar aanleiding van de landelijke discussie over de huishoudelijke hulp en de wijze waarop de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) door gemeenten wordt vertaald naar lokaal beleid heeft gemeente Utrecht een onderzoek laten uitvoeren (Normering van de basisvoorziening ‘Schoon Huis’, 12 augustus 2016). Dit onderzoek is uitgevoerd door KPMG Plexus en Bureau HHM. Gekozen is voor een onderzoek verricht door het Bureau HHM, een onafhankelijke derde partij, die geen belang heeft bij de uitkomst van het onderzoek ter vaststelling van maatstaven voor resultaten. Een vergelijking van de normtijden in gemeente Nunspeet met de resultaten van het onderzoek "Normering van de basisvoorziening "Schoon huis" wijst uit dat de gemeente Nunspeet voor het realiseren van een "schoon en leefbaar huis" een gelijke indeling qua uren per schoon te maken ruimte hanteert en op jaarbasis het onderzoek van Utrecht nagenoeg op hetzelfde aantal uren uitkomt (104 uren tegenover 104,9 uren). Het onderzoek in Utrecht richt zich op het resultaat een ‘schoon en leefbaar huis’. Om dit te bereiken is 108 uur HH per jaar nodig. Dit houdt in dat zowel in Elburg, Nunspeet als in Oldebroek dat de was- en strijkservice en het bereiden en klaarzetten van maaltijden onder aanvullende activiteiten vallen.

In het genoemde onderzoek van de gemeente Utrecht zijn diverse soorten woningen meegenomen. In de uiteindelijke onderzoeksresultaten wordt hier geen onderscheid meer in gemaakt. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoon gemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt, maar dat alleen de noodzakelijk in gebruik zijnde ruimtes periodiek worden schoongemaakt. Daarbij is het aan de bewoner zelf om keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Volstaan kan worden met het toewijzen van normtijden aan delen van de woning. Onder verwijzing naar het bovengenoemde onderzoek is met aanpassing van de beleidsregels sprake van een objectieve normering en wordt op dit punt voldaan aan de eisen die CRvB stelt. De uitspraken van de CRvB, die de aanleiding vormden voor het in opdracht van de gemeente Utrecht uitgevoerde onderzoek geven aan dat het modulair toekennen van huishoudelijke hulp is toegestaan. Dit is echter alleen mogelijk als de omvang van de betreffende voorziening is gebaseerd op deugdelijk en onafhankelijk onderzoek. Daarnaast is steeds maatwerk noodzakelijk. Dit betekent in concrete situaties dat de gemeente nooit kan volstaan met een verwijzing naar een bepaalde standaard, maar steeds moet motiveren dat in de concrete situatie de standaardvoorziening toereikend is. Maatwerk is het uitgangspunt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=e615da8b-6000-40a0-9e58-ae6b8f369783