BP totaal zonder stikstof
Tekst van het document
Gemeente Elburg Bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Januari 2023
EDOK-RO
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
EDOK-RO Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld 06 – 1395 0955 @ info@edok-ro.nl www.edok-ro.nl
Documenttitel
: Bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Gemeente
: Elburg
Datum
: 20-01-2023
Opsteller
: EDOK-RO In samenwerking met Berends Bouwadvies
Contactpersoon
: Dhr. E. Dokter
2
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende planologische situatie 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie 2.1 Historie 2.2 Bestaande situatie 2.3 Toekomstige situatie
11 11 12 13
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie beleid
17 17 19 22 25
Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Water 4.3 Erfgoed 4.4 Flora en fauna 4.5 Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Kabels en leidingen 4.11 MER-toets
27 27 28 31 33 35 37 38 40 42 42 43
Hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen 5.1 Wro en Wabo 5.2 De bestemmingen
45 45 45
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
47 47 47
Bijlagen
49
Bijlage 1
Landschappelijk inrichtingsplan
51
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
53
Bijlage 3
Watertoets
55
Bijlage 4
Archeologisch onderzoek
57
Bijlage 5
Stikstof onderzoek
59
(ontwerp)
3
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Regels
61
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
63 63 69
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Bedrijventerrein Verkeer - Verblijfsgebied Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde
71 71 73 75 79
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
83 83 85 87 89 91
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
93 93 95
Bijlagen
97
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
99
Bijlage 2
Landschappelijk inrichtingsplan
101
Verbeelding
4
103
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Toelichting
(ontwerp)
5
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
6
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer heeft plannen voor de uitbreiding van zijn bedrijfsverzamelgebouw aan de Zuiderzeestraatweg West 24. De locatie stond van oudsher bekend als de vestiging van transportbedrijf Van der Weerd en is de laatste 25 jaar getransformeerd naar een bedrijfsverzamellocatie waar diverse bedrijven gevestigd zijn. Initiatiefnemer wordt de laatste jaren geconfronteerd met een stijgende vraag naar bedrijfsruimte en heeft op zijn terrein nog ruimte voor uitbreiding. Daarom heeft de initiatiefnemer in juli 2021 een principeverzoek ingediend om planologische medewerking te krijgen om de uitbreiding van het bedrijfsverzamelgebouw aan de Zuiderzeestraatweg West 24E in Doornspijk mogelijk te maken. Het college heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het verzoek tot een bestemmingsplanwijziging, onder een aantal voorwaarden. Om hieraan te voldoen is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het bedrijventerrein aan de Zuiderzeestraatweg West 24 is gelegen aan de westzijde van de N310 (Zuiderzeestraatweg West), tussen de woonkernen Doornspijk en Nieuwstad.
Figuur 1.1: Ligging plangebied Kadastraal Het plangebied wordt op de navolgende luchtfoto, met kadastrale percelen weergegeven.
(ontwerp)
7
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Figuur 1.2: Luchtfoto met kadastrale percelen (rode lijn = globale plangrens) Kadastrale gemeente
: Doornspijk
Sectie
:E
Kadastrale nummers
: 8169, 8171, 8172, 8174, 8175, 8177, 8178, 8179, 8252, 8582, 8583, 8831, 8841, 8842, 8843 en 8844.
1.3
Vigerende planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Elburg op 28 januari 2019.
Figuur 1.3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan
8
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemmingen: 'Bedrijventerrein' met bouwvlak, 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Leiding - Riool'. De dubbelbestemmingen: 'Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde' en 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde'. Verder gelden de functieaanduidingen: 'bedrijfswoning' en 'transportbedrijf, de gebiedsaanduiding: 'veiligheidszone lpg' en figuur: 'hartlijn leiding - riool'. De uitbreiding aan de noordzijde van het bouwvlak is volgens dit geldende bestemmingsplan niet mogelijk. De nieuwbouw wordt gerealiseerd buiten het bouwvlak. Buiten het bouwvlak is geen bebouwing toegestaan. Om dit alsnog mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied. De gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de regels van dit bestemmingsplan en tot slot behandelt hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
(ontwerp)
9
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
10
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande en toekomstige situatie
Historie
Volgens CultGIS werd het gebied waarbinnen het plangebied ligt vanaf ongeveer 1200 na Chr. ontgonnen. Op de kadastrale minuut uit 1811-1832 staat binnen het plangebied bouwland aangegeven, met een aantal perceelscheidingen (Figuur 2.1).
Figuur 2.1: Kadastrale minuut uit 1811 - 1832 Op de kaart van Topotijdreis (zie figuur 2.2) blijkt dat er in 1900 nog geen bebouwing aanwezig is. Rond 1957 is de eerste bebouwing zichtbaar. Rond 1996 is deze bebouwing uitgebreid en sindsdien nagenoeg ongewijzigd gebleven.
Figuur 2.2: Topotijdreis
(ontwerp)
11
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
2.2
Bestaande situatie
De ligging van de planlocatie is op een bedrijventerrein, gelegen aan de Zuiderzeestraatweg West in Doornspijk. De Zuiderzeestraatweg is een belangrijke ontsluitingsweg tussen Zwolle en Amersfoort. Ten noorden ligt een laaggelegen weidegebied, Het Goor, wat al sinds de 14e eeuw als inscharingsgebied voor vee wordt gebruikt. Het Goor wordt aan de westkant begrensd door de Kerkdijk, een dijk die de oorspronkelijk plek van Doornspijk (met de Ludgeruskerk) aan de Zuiderzeekust verbond met de hoger gelegen delen. Naast de Kerkdijk ligt de Waterlandspolder. Op het bedrijventerrein was decennialang Transportbedrijf Van der Weerd gevestigd. Momenteel worden de gebouwen gebruikt door meerdere bedrijven. Aan de zijde van de Waterlandspolder is een parkeerterrein van de gemeente gevestigd. Vanaf de planlocatie is er rondom vrij zicht over de weilanden en is aan de linkerkant de Kerkdijk zichtbaar. Aan de rechterkant zijn de contouren zichtbaar van de beplanting aan de achterkant van de erven langs de Zuiderzeestraatweg (o.a. eik en berk). Tegenover het bedrijventerrein is er zicht over de weilanden naar Het Goor. In het zichtveld staan een oude es en verschillende knotwilgen langs een sloot.
Op het bedrijventerrein bevinden zich vele bedrijven zoals: Glasservice Erick Wolf Autobedrijf Witte Maas automotive . A. Huenestein Autobedrijf Karzijn Figuur 2.3 geeft een overzicht vanaf de zuidzijde Zuiderzeestraatweg West en figuur 2.2 vanaf de noordzijde
Figuur 2.3: Foto vanaf de zuidzijde van Zuiderzeestraatweg West
Figuur 2.4: Foto vanaf de noordzijde van Zuiderzeestraatweg West, met aan de voorzijde het tankstation
12
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
2.3
Toekomstige situatie
Aan de noordzijde van het bestaande bedrijvencomplex wordt een nieuw bedrijvenverzamelgebouw gerealiseerd.
Figuur 2.5: Overzichtstekening van het nieuwe bedrijventerrein Er wordt een nieuw bedrijfsverzamelgebouw gerealiseerd van 53,2 x 20 meter. In het bedrijfsverzamelgebouw kunnen maximaal 12 bedrijfunits zich vestigen. De bedrijfunits hebben een bvo van circa 85 m2.
Figuur 2.6: Nieuwe uitbreiding Parkeren wordt op eigen terrein opgelost, zie 4.9. Daar waar mogelijk worden bomen geplant, waardoor de verharding iets zal afnemen. Landschappelijke inrichting In december 2022 is door Op 't Eek een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij rekening is gehouden met het Landschappelijk ontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente Elburg (zie Bijlage 1 Landschappelijk inrichtingsplan).
(ontwerp)
13
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk De ligging van de planlocatie is op een bedrijventerrein, gelegen aan de Zuiderzeestraatweg West in Doornspijk. De Zuiderzeestraatweg is een belangrijke ontsluitingsweg tussen Zwolle en Amersfoort. Ten noorden ligt een laaggelegen weidegebied, Het Goor, wat al sinds de 14e eeuw als inscharingsgebied voor vee wordt gebruikt. Het Goor wordt aan de westkant begrensd door de Kerkdijk, een dijk die de oorspronkelijk plek van Doornspijk (met de Ludgeruskerk) aan de Zuiderzeekust verbond met de hoger gelegen delen. Naast de Kerkdijk ligt de Waterlandspolder. Op het bedrijventerrein was decennia lang Transportbedrijf Van der Weerd gevestigd. Momenteel worden de gebouwen gebruikt door meerdere bedrijven. Aan de zijde van de Waterlandspolder is een parkeerterrein van de gemeente gevestigd. Door de gemeente Elburg is het Landschapsontwikkelingsplan Elburg (LOP) uitgewerkt om in het buitengebied de bescherming van waarden te waarborgen. Het buitengebied is opgedeeld in verschillende landschapstypen om de unieke landschappelijke verscheidenheid te behouden en waar mogelijk te versterken. Het plangebied valt binnen het ‘half open kampenlandschap’, zoals hieronder weergegeven.
De denkrichting bestaat uit het herstel van de samenhang en balans tussen de verschillende elementen: houtwallen, singels, wegbeplanting, erfbeplanting, open ruimtes, bebouwing en sloten. In dit landschapstype moet gezocht worden naar een goede balans tussen aangeplante perceelsranden en open percelen. Het karakter van een half open landschap moet behouden blijven. Daar waar de erven in de omgeving zijn voorzien van een groen kader, en daardoor bijdragen aan de waarde van het landschap, ontbreekt dit bij het gehele bedrijventerrein. Het open karakter van het terrein wordt versterkt door het (grotendeels) verdwijnen van de groene structuren in de weilanden richting Het Goor. Daarom is het wenselijk het karakter van het halfopen kampenlandschap terug te brengen op de planlocatie. De bedrijfsverzamellocatie bestaat uit een gebouw met 12 te verhuren ruimtes en 37 parkeerplaatsen. Op de locatie is er weinig ruimte voor het aanbrengen van groen. Een hagenstructuur (beuk) en inheemse bomen (wintereiken en elzen) zorgen voor een groen kader om het gebouw c.q. een landschappelijke inpassing qua keuze van de beplanting. Door de situering van het gebouw c.q. het gebruik komt er geen haag aan de kant van de weilanden (noordkant), wat er voor zorgt dat het open karakter van het half open kampenlandschap wordt versterkt.
Het landschap wordt eveneens versterkt door de keuze voor wintereiken, welke een verbinding vormen met de eiken in de omgeving. Door het groene kader zal de bedrijfsverzamellocatie een opvallende uitstraling krijgen, waardoor het voor ondernemers aantrekkelijk wordt een ruimte te huren. De ruimtelijke kwaliteit van de plek zal door de landschappelijke inpassing sterk toenemen.
Figuur 2.7: Inrichtingsplan Zuiderzeestraatweg West 24E
14
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk Door de inrichting van het terrein Zuiderzeestraatweg 24E wordt de landschappelijke kwaliteit verbeterd. Het Landschappelijk inrichtingsplan is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels behorende bij dit plan.
(ontwerp)
15
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
16
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk komt het van belang zijnde rijks-, provinciale en gemeentelijk beleid aan de orde. Eventueel sectoraal beleid is meegenomen in genoemde beleidsvelden of wordt in hoofdstuk 5, bij de milieu- en omgevingsaspecten, beschreven.
3.1
Rijksbeleid
Het Europese beleid is in grote mate vertaald naar het rijksbeleid, onder meer in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het rijksbeleid wordt in deze paragraaf beschreven. 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Zwolle is aangewezen als een van de NOVI-gebieden. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: De Omgevingsagenda. Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Regio Zwolle betreft een regio die snel sterk groeit, waardoor de woningmarkt oververhit is geraakt en het mobiliteitssysteem onder druk komt te staan. Als gevolg van klimaatverandering en de ligging in een Delta loopt het watersysteem van de regio tegen grenzen aan.
In de regio Zwolle is klimaatbestendige groei een hoofdopgave. De ambitie is om groeiregio Zwolle verder te ontwikkelen tot een blijvend aantrekkelijke, klimaatbestendige en economisch vitale regio. In de samenwerkingsafspraken voor de uitvoering van de Novi is ander andere vastgelegd dat in het bijzonder aandacht wordt besteed aan kwetsbaarheden in de fysieke leefomgeving, zoals gezondheid, natuurlijke systemen (bv bodem, ondergrond, water, lucht), natuur (bv biodiversiteit, natuurgebieden, habitats) evenals landschap en openbare ruimte (bv waardevolle landschappen, erfgoed).
(ontwerp)
17
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken van het SVIR. Voor het bestemmingsplan zijn de regels vanuit het Barro dan ook direct bindend en het meest van belang. Vanuit het Barro is voor het plangebied alleen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) direct van toepassing. Het rijk heeft voor het NNN aangegeven dat de begrenzing ervan een verantwoordelijkheid is van de provincies. De regels voor deze gebieden moeten dan ook in de provinciale verordening worden vastgelegd. Daarbij gaat het om het aanwijzen van wezenlijke kenmerken en waarden van gebieden en de regeling voor de bescherming, instandhouding en ontwikkeling daarvan. Het plangebied ligt niet in het NNN, dus is er geen belemmering. 3.1.3
Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.
Conform jurisprudentie is bij 11 woningen geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) en bij 12 woningen wel sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Van belang is de vraag of het plan voorziet in een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Daarover kunnen we kort zijn: omdat bij voorliggend plan wordt circa 1.050 m 2 nieuwe bedrijfsruimte gerealiseerd, waardoor er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er dient gemotiveerd te worden waarom deze uitbreiding van bedrijfsbebouwing op deze locatie nodig is. Daarover kan het volgende opgemerkt worden: De locatie stond van oudsher bekend als de vestiging van transportbedrijf Van der Weerd en is de laatste 25 jaar getransformeerd naar een bedrijfsverzamellocatie waar diverse bedrijven gevestigd zijn. De initiatiefnemer wordt de laatste jaren geconfronteerd met een stijgende vraag naar bedrijfsruimte en heeft op zijn terrein nog ruimte voor uitbreiding. Het bedrijfsverzamelgebouw is met name gericht op startende bedrijven en kleinere bedrijven die door willen groeien naar een professionele huisvesting. Deze bedrijven komen naar verwachting uit de directe omgeving. Hieronder een aantal (soort) bedrijven die interesse hebben : Eigenaar (opslag).
Aannemersbedrijf (opslag) Autobedrijf A (hal). Timmerwerkbedrijf (opslag). Straatwerk (opslag). Autobedrijf B (hal).
18
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk Dienstverlening (opslag). Bovenstaande bedrijven zijn deels al aanwezig op het bedrijventerrein en komen deels van elders. De al aanwezige bedrijven hebben te kennen gegeven meer ruimte nodig te hebben voor hun bedrijven. Door de nieuwe bedrijfsruimte behoeven zij niet te verkassen naar een andere locatie elders in de gemeente of daarbuiten. Daarmee kan geconcludeerd worden er behoefte aan extra bedrijfsruimte en dat de Ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor het voorliggende plan.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gelderland
De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, geactualiseerd op december 2018, vervangt het Streekplan en enkele andere structuurvisies. De Omgevingsvisie richt zich formeel op de komende tien jaar, maar wil ook een doorkijk bieden aan Gelderland op een langere termijn. Daarbij kijken de provincie en partners vanuit een integraal en internationaal perspectief naar Gelderland. Met deze bestuurlijke strategie kunnen voor Gelderland toekomst bestendige keuzes gemaakt worden. De provincie heeft in de Omgevingsvisie in het kader van een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland zeven ambities gedefinieerd. Om deze ambities naar beleid te kunnen vertalen is er per ambitie een aanpak geformuleerd. Energietransitie Het streven naar een versnelde energietransitie doormiddel van het gericht vergroten van het aandeel duurzame energie dat past binnen de Gelderse kwaliteiten. Klimaatadaptatie Het streven naar een klimaatbestendige regio doormiddel van het hanteren van toekomstgericht klimaatbeleid dat risico's en kansen van de regio in beeld brengt. Circulaire economie Het streven naar een afvalloze provincie doormiddel van voortvarend en innovatief circulair beleid. Biodiversiteit Het streven naar versterkte biodiversiteit doormiddel van stimulerend en beschermend beleid om zo de kwaliteiten van het landschap en natuurgebieden te behouden.
Bereikbaarheid Het streven naar duurzame en innovatieve bereikbaarheid van de provincie passend bij de veranderende vraag. Vestigingsklimaat Het streven naar het verbeteren van het vestigingsklimaat doormiddel van een duurzame, dynamische en economisch toegankelijke aanpak. Woon- en leefomgeving Het streven naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat doormiddel van het stimuleren van innovatie en duurzaamheid in bestaande woonwijken om klimaat neutraliteit te behalen. Een aantrekkelijke leefomgeving vergt een goede kwaliteit en beleving van natuur en landschap in Gelderland, een gezonde, veilige, schone en welvarende leefomgeving. De provincie zet daarom in op het waarborgen en op het verder ontwikkelen van die kwaliteiten van Gelderland. Ter bevorderen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving gaat de provincie meer inzetten op innovatie en duurzaamheid om deze aspecten toekomstbestendig te maken. Bij ruimtelijke initiatieven is het de uitdaging om een match te maken tussen de kwaliteiten van het betreffende initiatief en de kwaliteiten van de plek of het gebied waar het initiatief speelt. Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Dit plan behelst de uitbreiding van bedrijfsruimte op een bestaand bedrijvenperceel, waardoor er sprake is van inbreiding.
(ontwerp)
19
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
Met de Omgevingsverordening stelt de provincie juridisch bindende regels aan bestemmingsplannen van gemeenten. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, landbouw/veehouderij, natuur en landschap, grond- en drinkwater, milieu, verkeer en energie. De provincie Gelderland streeft naar een vitaal buitengebied met behoud van levendigheid en een verbetering van de kwaliteit van wonen, werken en vrijetijdsbesteding. De provincie stelt bij initiatieven dat deze de aanwezige en te ontwikkelen economie en gebiedskwaliteiten moeten versterken. Daarbij geldt voor een initiatief in het buitengebied dat het 'nieuwe rood' een kwaliteitsverbetering moet zijn in het gebied. Instructieregels bestemmingsplan bedrijventerreinen Paragraaf 2.2.3 van de omgevingsverordening bevat instructieregels voor bestemmingsplannen over solitaire bedrijvigheid (artikel 2.12). Artikel 2.12 (solitaire bedrijvigheid) 1. Een bestemmingsplan maakt geen vestiging mogelijk in het buitengebied van vormen van bedrijvigheid die naar huidige planologische inzichten wat betreft de ruimtelijke aanvaarbaarheid thuishoren op een bedrijventerrein. 2.
In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingplan nieuwvestiging toch mogelijk maken als: a. sprake is van functieverandering, of b. het vigerende Regionaal programma werklocaties hierover afspraken bevat. 3. Een bestemmingsplan maakt in het buitengebied uitbreiding van solitaire bedrijvigheid die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 vierkante meter en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 vierkante meter bedrijfsbebouwing niet mogelijk, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat: a. verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is; b. de uitbreiding regionaal is afgestemd; c. de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast; d. de uitbreiding mogelijk wordt gemaakt met een maatbestemming. Planspecifiek Er is sprake van een bedrijfsverzamelgebouw waar zich maximaal 12 bedrijven in kunnen vestigen van circa 85 m2. Door de realisatie van het bedrijfsverzamelgebouw, waarbij sprake is van inbreiding, wordt ruimte geboden aan nieuwe (startende) bedrijvigheid. Momenteel is er een grote behoefte aan bedrijfsruimte, vooral voor kleinere bedrijvigheid. Door de realisatie van het plan wordt ingespeeld op diversiteit in aanbod van bedrijfshuisvesting. Momenteel is er schaarste van ruimte op de bestaande bedrijventerreinen.
Daarnaast worden door het beoogde plan te realiseren de volgende doelen uit de Visiekaart Omgevingsplan Doornspijk bereikt: verplaatsing bedrijven uit dorp naar rand kern; werkgelegenheid behouden; upgraden locatie De Weerd. De gemeente heeft een positieve reactie gegeven op het principeverzoek, en is er dus sprake geweest van regionaal overleg. Voor de uitbreiding door Op 't Eekt een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waardoor de inbreiding goed passend is in het landschap en de kwaliteit van de omgeving wordt versterkt. Om de uitbreiding op het bestaande bedrijventerrein mogelijk te maken, is dit bestemmingsplan opgesteld en is er voor het nieuwe bedrijfsverzamelgebouw maatwerk toegepast in de re gels van dit bestemmingsplan. In regionaal verband is de aanwezige bedrijventerreinen in Elburg passend en is er zoals blijkt uit 3.1.3 behoefte aan kleine bedrijfsruimte voor regionale zzp-ers en startende ondernemers. Het bedrijfsverzamelgebouw vindt plaats binnen de bestemmingsplancontouren van de bestemming 'Bedrijventerrein', er is dus geen sprake van uitbreiding van het bedrijventerrein, artikel 2.10 is dus niet van toepassing. De inbreiding draagt door de landschappelijke inrichting, bij aan de
20
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk kwaliteitsverbetering en aanzicht van het bestaande terrein. Door de kleine bedrijfsunits kunnen startende en kleine ondernemers vanuit hier hun activiteiten verrichten en wordt voorkomen dat illegale vestiging in stedelijk of landelijk gebied plaats vindt. Gezien de aanwezige diversiteit aan bedrijven past dit qua aard, schaal en functie goed op deze locatie. Worden de bedrijven te groot dan zullen zij verhuizen naar de bestaande grotere bedrijventerreinen in de omgeving. De planlocatie is gesitueerd binnen een Nationaal landschap, maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit betekent dat de ontwikkeling de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap niet mag aantasten, tenzij: er geen reële alternatieven zijn; er sprake is van redenen van groot openbaar belang; compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. Nationaal Landschap Het Rijk heeft twintig karakteristieke gebieden in Nederland aangewezen als Nationaal Landschap, waaronder De Veluwe waarbinnen de planlocatie zich bevindt. Het ruimtelijk beleid is erop gericht om de kernkwaliteiten van deze gebieden te behouden en verder te ontwikkelen.
Figuur 3.1: Deelgebieden binnen het Nationaal Landschap Veluwe (plangebied rode stip) Het plangebied is gelegen binnen het deelgebied Randmeerkust agrarisch. De kernkwaliteiten van dit deelgebied laten zich als volgt omschrijven: Het deelgebied vormt een zichtbare beeldbepalende gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos – open essen – strokenverkaveling – onregelmatige blokverkaveling op strandwallen; van besloten boslandschap via kleinschaligheid naar grootschalig open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk. Het gebied wordt beschouwd als een kleinschalige flank van het Veluwemassief met dorpen en buurtschappen, houtsingels en grasland, waarbij de lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen gesitueerd is. Opvallend is het relatief gaaf ontwaterings-, ontsluitings- en verkavelingspatroon: regelmatig in het veenlandschap, onregelmatig in het kleilandschap; het vroegmiddeleeuws ontginningslandschap bij
(ontwerp)
21
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk Doornspijk en Wessingen springt eruit. Terwijl het gehele gebied in zijn structuur overwegend (laat) middeleeuws is, is het iets hoger gelegen gebied Doornspijk-Wessingen nog ouder. Een kenmerk van het gebied is verder dat de percelen overwegend strookvormig zijn, de richting verspringt van plaats tot plaats in een kleinschalig patroon. Sloten fungeren als perceelgrenzen, behalve op de hogere gronden, waar houtwallen en prikkeldraad de grenzen zijn. Toetsing De voorgenomen nieuwbouw van bedrijfsbebouwing op een bestaand industrieterrein tast de kernkwaliteiten niet aan. Juist door hier op een compleet verhard terrein te bouwen wordt voorkomen dat er in het landschap gebouwd wordt. Tevens heeft de initiatiefnemer aangegeven te willen kijken of er bomen, struiken, hagen o.i.d. kan worden toegevoegd in het plangebied. Dit levert dan een bijdrage aan de versterking van de landschappelijke kwaliteiten. Conclusie De realisatie van extra bedrijfsbebouwing op het bestaande bedrijventerrein zorgt er voor dat er sprake is van inbreiding. Hierdoor gaat dit initiatief niet ten koste van bestaand landelijk gebied. Door het landschappelijk inrichtingsplan wordt de kwaliteit versterkt (zie Bijlage 1).
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Elburg
De gemeente heeft gewerkt aan een integrale toekomstvisie voor de hele gemeente: de omgevingsvisie Elburg 2018. In deze visie kijkt de gemeente vooruit in een periode tot 2030. De wereld staat niet stil en Elburg wil meebewegen, inspelen op kansen en haar kwaliteiten ontwikkelen. Zo blijft de gemeente bouwen aan een vitale en krachtige gemeente, waar het goed wonen, werken en recreëren is, daarom heeft de gemeente als visie en missie: Samen naar een gezonde, veilige en duurzame balans tussen mens, ruimte en gebruik. Bij ontwikkelingen en investeringen staan de gemeentelijke kernwaarden voorop: Sociaal en zorgzaam, Gezond en groen, Gastvrij en ondernemend, Klimaatneutraal, Bereikbaar en veilig. Deze kernwaarden zijn uitgewerkt in de volgende vijf integrale thema’s: 1. Leefbare kernen – actieve samenleving 2. Aantrekkelijke omgevingskwaliteit 3. Vitaal economisch klimaat 4. Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig 5. Bereikbaar, nabij en toegankelijk Voor voorliggend plan is met name thema 3 van belang. Vitaal en economische klimaat In het algemeen geldt voor Elburg dat er sprake is van een redelijk gedifferentieerde bedrijvigheid, een behoorlijk inkomen en relatief weinig werkloosheid. Bedrijvigheid en economische dynamiek vormen een belangrijke basis de kernwaarden. Bedrijvigheid en ondernemerschap zijn de smeerolie voor een vitale samenleving.
Minimaal behoud van het niveau van de aanwezige bedrijvigheid is uitdrukkelijk de ambitie, passend bij de identiteit, waarden en kernkwaliteiten van Elburg. Hierbij geldt wel als uitgangspunten dat in de woonwijken rust en een aangenaam woon- en leefklimaat voorop staan. Bij investeringsverzoeken is de milieuwet- en regelgeving van groot belang op het voorkomen van toekomstige hinder. De Omgevingsvisie heeft een belangrijke rol in het op gang brengen van investeringen die bijdragen aan het bereiken van beoogde ambities en in het algemeen ook moeten leiden tot een kwaliteitsversterking. De IDee-kaarten voor samenhangende deelgebieden hebben hierin een belangrijke rol. Deze deelgebieden zijn afgebakend op basis van de gebiedsindeling op het regionale ‘NEO-niveau’ (zie tab ‘NEO’). Leidend daarvoor zijn de ontstaansgeschiedenis, de geomorfologische samenstelling, het functionele gebruik en de beleving van het gebied. Vanuit de visie op hoofdlijnen voor Elburg en de thematische uitwerkingen, benoemen de IDee-kaarten voor de deelgebieden: De ambitie: Het doel, het streven voor het gebied en de afweegbare ontwikkelingsmogelijkheden op hoofdlijnen.
22
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
De uitgangspunten kwaliteit: de uitgangs-/vertrekpunten die belangrijk zijn voor het behoud en versterking van de omgevingskwaliteit en identiteit van het gebied (de identiteitsdragers) Voor het plangebied geldt IDee-kaart: Doornspijk en Hoge Enk.
Figuur 3.1: Uitsnede omgevingsvisie Doornspijk en Hoge Enk Naast het accent op kwaliteit en identiteit ligt het accent ook op het behoud van de leefbaarheid in de dorpen door waar mogelijk het in stand houden van voorzieningen. Nieuwe woningen en ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig inpassen in het kampenlandschap. De uitbreiding van de bedrijfsgebouwen vindt plaats binnen de bestemming van het huidige bedrijventerrein aan de Zuiderzeestraatweg West 24. Hierdoor is er sprake van een inbreidingslocatie en vanwege het feit dat wordt getracht aandacht te hebben voor groen op de locatie van het nieuwe bedrijfsgebouw wordt het landschap niet aangetast, maar versterkt. Door de ontwikkeling is er sprake van kwaliteitsverbetering van het bedrijventerrein en het aanzicht daarvan. 3.3.2
Visiekaart Doornspijk
In 2021 is de Visiekaart Doornspijk opgesteld. Deze visiekaart is een belangrijke tussenstap bij het vertalen van de Omgevingsvisie naar het Omgevingsplan.
(ontwerp)
23
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Figuur 3.2: Visiekaart Doornspijk De Visiekaart Doornspijk geeft voor het plangebied aan: Verplaatsing bedrijven uit dorp naar rand kern. Verplaatsing / saneren LPG tankstation.
24
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Faciliteren bestaande bedrijven rand kern. Werkgelegenheid behouden. Upgraden locatie De Weerd.
Dit plan speelt goed in op het upgraden van locatie De Weerd en is dus in lijn met de Visiekaart. 3.3.3
Welstandsnota
In de Woningwet is geregeld dat elk bouwplan moet voldoen aan redelijke eisen van welstand. Een aanvraag om bouwvergunning wordt daarom voor advies voorgelegd aan de welstandscommissie van de gemeente Elburg. Deze commissie van deskundigen, waaronder ook burgerleden, kunnen niet zelf bepalen of een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand. Hiervoor wordt verwezen naar de welstandsnota. In de welstandnota wordt aangegeven aan welke architectonische eisen bouwplannen moeten voldoen en waar bij de beoordeling van een bouwplan op wordt gelet. Voor het plangebied wordt welstandsniveau 2 (reguliere toetsing) aangehouden. De welstandsbeoordeling richt zich op het handhaven of gericht veranderen en verbeteren van de basiskwaliteit van het gebied. Bij de toetsing wordt gelet op: Relatie met de omgeving. Bouwwerk op zichzelf. Detaillering waar van essentieel belang. 3.3.4 Parkeernota Voor de gemeentelijke parkeerregeling gelden de in september 2014 vastgestelde (inter)gemeentelijke Parkeernota en de door burgemeester en wethouders vastgestelde ‘Nadere regels parkeernormen en hoogte financiële voorwaarde’. Voor parkeren geldt als uitgangspunt dat op eigen erf geparkeerd moet worden. Een bouwplan wordt getoetst aan de algemene bouwregels, waarin de eis is opgenomen voor voldoende parkeervoorzieningen.
Het parkeerbeleid is in veel bestemmingsplannen geregeld met een verwijzing naar het Programma van Eisen voor de inrichting van de openbare ruimte van de gemeente Elburg. Op die manier beschikt(e) de gemeente Elburg over de mogelijkheid om bij ruimtelijke ontwikkelingen eisen te stellen aan het parkeren. Voor het nieuwe bedrijfsverzamelgebouw worden ruim voldoende parkeermogelijkheden aangelegd (zie 4.9).
3.4
Conclusie beleid
Het planvoornemen is in overeenstemming met het beleid.
(ontwerp)
25
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
26
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid.
4.1
Bodem
4.1.1
Algemeen
Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Bovendien dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden indien gebouwen worden gerealiseerd voor menselijk verblijf. 4.1.2
Onderzoek
In juni 2022 is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek). Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (bedrijfsactiviteit). Vooronderzoek De onderzoekslocatie maakt onderdeel uit van het bedrijfsterrein van een garagebedrijf. Op het westelijk deel van de locatie is een voormalige wasplaats aanwezig. Elders op de bedrijfslocatie, op circa 75 meter afstand, is een tankstation aanwezig; er wordt geen invloed verwacht op de kwaliteit van de bodem van onderhavige onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is in principe onvoldoende, omdat door de betreffende instanties desgevraagd geen gegevens zijn verstrekt over voormalig en huidig gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situaties, activiteiten en/of ongewone voorvallen. Dit betreft een afwijking ten opzichte van de NEN 5725:2017. Het risico bestaat dat potentieel bodembedreigende activiteiten die bij voorgaande onderzoeken niet in beeld zijn gekomen, ook nu over het hoofd zijn gezien.
Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie tot de maximale boordiepte van 3,3 m-mv is opgebouwd uit zand. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,80 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de grond zijn geen gehalten aan achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen
de
onderzochte
parameters
gemeten
boven
de
Grondwater: In het grondwater zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
(ontwerp)
27
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
4.1.3
Conclusie
Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat zowel de grond als het grondwater geen overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een verdachte locatie, is hiermee derhalve verworpen. Gezien het feit dat er geen verontreinigingen zijn aangetroffen, wordt geconcludeerd dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de geplande uitbreiding van het bedrijfspand.
4.2
Water
4.2.1
Algemeen
Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. 4.2.2
Nationale regelgeving en beleid
Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW), is een Europese richtlijn. Deze richtlijn is bedoeld om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in Europa op goed niveau te houden en te krijgen. Het doel is om in 2015 een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewateren te hebben en een goede chemische en kwantitatieve toestand voor alle grondwateren. Voor grondwater betekent dit onder meer dat er geen directe lozingen mogen plaatsvinden en de toename van chemische verontreiniging moet worden voorkomen. Het grondgebied van de gemeente Dalfsen behoort tot het stroomgebied van de Rijn, deelgebied Rijn-Oost. Voor dit deelgebied is in 2009 het stroomgebiedsbeheerplan vastgesteld. Nationaal Waterplan 2 Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het plan is een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
Uitgangspunt is het streven naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Waterbeleid 21e eeuw Met het Waterbeleid 21e eeuw wordt ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen die hogere eisen stellen aan het waterbeheer. Het gaat hierbij om onder andere de klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelrijzing. Het Waterbeleid 21e eeuw heeft twee principes voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd, te weten de tritsen: vasthouden, bergen en afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. De trits vasthouden, bergen en afvoeren houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt, wanneer nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden. Wanneer vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij de trits schoonhouden, scheiden en zuiveren gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoongehouden wordt. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk van elkaar gescheiden. Wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, wordt het verontreinigde water gezuiverd. In de waterparafraaf (zie paragraaf 1.5) wordt ingegaan op de wateraspecten.
28
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk BOP 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) door vertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.
Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. 4.2.3
Onderzoek
Het waterschap Vallei en Veluwe is in mei 2022 door EDOK-RO, geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). Uit de watertoets blijkt dat er geen waterschapsbelangen gelden voor het plangebied.. Aandachtspunten Naast de primaire waterbelangen, zullen in het overleg ook een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water aan de orde komen, zoals hoe rekening wordt gehouden met waterkwantiteit, waterkwaliteit, oppervlaktewater, grondwater en afvalwater. Aangezien er voor een deel in een beschermingszone A bouwwerkzaamheden plaats vinden is het nodig om een watervergunning aan te vragen. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.
Grondwaterneutraal bouwen
(ontwerp)
29
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. Het plan is vervolgens voorgelegd aan het waterschap. Het waterschap heeft aangegeven er door het plangebied een 188 meter lange duiker in de C-watergang (rood-witte lijn), zie navolgende afbeelding.
Ligging C-watergang (rode stippellijn) Deze watergang wordt in overleg met het waterschap verlegd. Begin december 2022 heeft een eerste overleg plaatsgevonden met het waterschap. De eerste conclusies/voorwaarden zijn: Op de duiker mag niet bebouwd worden. Voor het verleggen van de duiker dient een watervergunning aangevraagd te worden (omdat het een langer duiker betreft is er geen vrijstelling). Bij de nieuwe duiker dient om de 30 m en in elke bocht een inspectieput geplaatst te worden Nieuwe duiker diameter dient gelijk te zijn aan de oude duiker. Bij de omgevingsaanvraag zal worden aangegeven hoe hemelwater vanaf het gebouw en de verharding wordt geborgen. Dit kan bijvoorbeeld d.m.v. infiltratiekoffers of wadi. 4.2.4
Conclusie
Water zal geen belemmering zijn voor de realisatie van het plan, aangezien het waterschap bij de verdere uitwerking betrokken zal zijn. De watertoets is als Bijlage 3 Watertoets toegevoegd aan dit plan.
30
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
4.3
Erfgoed
4.3.1
Archeologie
Algemeen Wet op de archeologische monumentenzorg In de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: "de veroorzaker betaalt". Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief "in situ" (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologie vriendelijke alternatieven. Sinds 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Zolang de Omgevingswet nog niet in werking is getreden, vallen de artikelen waarin de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zijn vastgelegd, nog in de overgangsregeling van de Erfgoedwet.
Onderzoek In november 2022 heeft Lycens een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O, verkennende fase) uitgevoerd met betrekking tot het plangebied (zie Bijlage 4 Archeologisch onderzoek). Op de beleidskaart van de gemeente Elburg valt het plangebied geheel binnen een zone met "Waarde Archeologie 3" wat overeenkomt met een middelmatige archeologische verwachting. In dit gebied dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 0,3 m -mv, archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1), protocollen BRL SIKB 4002 (Bureauonderzoek) en 4003 (Inventariserend veldonderzoek), het archeologiebeleid van de gemeente Elburg en aanvullende eisen en richtlijnen zoals geformuleerd door de regioarcheoloog Noord-Veluwe. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen plannen. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het archeologisch relevante niveau niet meer intact is, waardoor de archeologische verwachting voor alle periodes naar laag kan worden bijgesteld. Conclusie Archeologie is geen belemmering voor de realisatie van de plannen. Ook voor het vrijgegeven deel van het plangebied bestaat de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen.
Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 4.3.2
Cultuurhistorie
Algemeen In de visie erfgoed en ruimte 'Kiezen voor karakter' (juni 2011) zet het Rijk uiteen hoe cultureel erfgoed wordt geborgd in de ruimtelijke ordening voor de periode 2011-2015. De moderne monumentenzorg is ontwikkelings- en gebiedsgericht. Bovendien vindt het Kabinet samenwerking met publieke en private partijen van belang.
(ontwerp)
31
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk In de visie wordt het karakter van Nederland gevat in vier kenmerkende eigenschappen: waterland, stedenland, kavelland en vrij land. De gebiedsgerichte omgang met erfgoed vergt dat deze karakteristieken worden verbonden met opgaven uit andere sectoren en dat de economische, sociaal-culturele en ecologische kracht van het erfgoed beter wordt uitgebaat. Veranderingen in de monumentenzorg en de ruimtelijke ordening geven burgers en bedrijven meer ruimte en geven decentrale overheden meer vrijheden en verantwoordelijkheden. Iedere overheidslaag staat voor de taak zijn belangen zo veel mogelijk vooraf kenbaar te maken en waar nodig met regels te borgen. Het rijk is daarnaast verantwoordelijk voor een goed functionerend stelsel. Provincies krijgen een centrale rol in de gebiedsgerichte belangenafweging en gemeenten verbinden gevolgen aan een gebiedsgerichte analyse van erfgoedwaarden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het Rijk heeft gekozen voor vijf prioriteiten van het gebiedsgerichte erfgoedbeleid in de komende jaren: 1. werelderfgoed: de samenhang borgen en de uitstraling vergroten; 2. eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren; 3. herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: met focus op groei en krimp; 4. levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie en ecologie; 5.
en wederopbouw: het tonen van een tijdperk. Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie De provincie Gelderland heeft een cultuurhistorische waardenkaart waarin de belangrijke archeologische en cultuurhistorische objecten en structuren van de provincie zijn weergegeven. De provincie beoogt hiermee de identiteit van de Gelderse regio's te behouden door cultuurhistorische elementen herkenbaar te maken en in stand te houden. Daarnaast zet ze in op een constante ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische waarden door uitvoering te geven aan programma's en projecten. Onderzoek
Figuur 4.1: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Uit de cultuurhistorische waardenkaart blijkt dat de woning Zuiderzeestraatweg West nr 9 een gemeentelijk monument is en dat de Zuiderzeestraatweg West wordt aangegeven als historische geografische weg: weg/pad. De voorgestane ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor deze cultuur historische waarden. Conclusie Dit aspect is geen belemmering voor de realisatie van het plan.
32
(ontwerp)
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk
4.4
Flora en fauna
4.4.1
Algemeen
Wet natuurbescherming De natuurwetgeving voor Nederland is per 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Binnen de wet zijn de beschermingsregimes voor Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden opgenomen als afzonderlijke hoofdstukken, waardoor de wet via duidelijke en eenvoudige regels voorziet in een heldere implementatie van de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen. Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Natura 2000 De wetgeving met betrekking tot Natura 2000-gebieden is vastgelegd in Hoofdstuk 2 van de Wet Natuurbescherming. Natura 2000-is de overkoepelende naam voor gebieden die op Europees niveau worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vanuit deze richtlijnen worden specifieke diersoorten en hun habitat beschermd om de biodiversiteit te behouden, te herstellen of uit te breiden. Het ondernemen van projecten, plannen of activiteiten in en in de omgeving van een Natura 2000-gebied kan mogelijkerwijs leiden tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Indien het niet mogelijk is om negatieve effecten op voorhand uit te sluiten, dan is er sprake van een vergunningsplicht en moet een habitattoets uitgevoerd worden.
In een habitattoets worden de projecten, plannen of activiteiten getoetst op hun invloed op de instandhoudingsdoelstellingen en of (onder bepaalde voorwaarden) toestemming voor de uitvoering kan worden verleend. Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent naast het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden drie beschermingscategorieën onder het hoofdstuk 'soortbescherming': 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels op grond van de Vogelrichtlijn (art 3.1). 2. Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn (art. 3.5). 3. Nationaal beschermde 'andere soorten' (art.3.10) als vermeld in Bijlage A van de Wet Natuurbescherming alsmede alle de vaatplanten van de soorten genoemd in bijlage B van de Wet Natuurbescherming. De Soortbescherming is alleen (met uitzondering van de zorgplicht) van toepassing op soorten genoemd onder deze drie beschermingscategorieën. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Het NNN is ruimtelijk in de Provinciale Structuurvisie vastgelegd. Het vormt een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen deze gebieden.
Ook de beheersgebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot het NNN. De planologische verankering van het NNN vindt plaats in (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Wanneer bij ruimtelijke ontwikkelingen een bestemmingsplan wijziging moet worden doorgevoerd dient altijd een 'Nee, tenzij'- toets te worden uitgevoerd. Hierin wordt beoordeeld of er als gevolg van de voorgenomen maatregelen significante effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden. 4.4.2
Onderzoek
Hierna wordt kort ingegaan of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming.
Gebiedsbescherming
(ontwerp)
33
bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 24 Doornspijk Natura 2000 Verstoring: Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot het Natura2000 gebied wordt geen verstoring verwacht. Stikstofdepositie: Het plangebied ligt op circa 2,65 kilometer verwijderd van het Natura2000 gebied de Veluwe en op circa 1,54 kilometer ten opzichte van de Veluwerandmeren.
Figuur 4.2: Ligging t.o.v. Natura 2000 gebieden Gezien de afstand tot het Natura-2000 gebied de Veluwe, wat stikstof gevoelig is, is in juni 2022 door Bureau Natuurlijk is stikstofonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 5 Stikstof onderzoek). Uit de Aerius berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr op het omliggende Natura 2000-gebied. Geconcludeerd wordt dat in de nieuwe gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jr niet wordt overschreden. Er is met de nieuwe gebruiksfase geen sprake van een significante verslechtering. Belangrijk is om te melden dat hier is uitgegaan van het worst case scenario t.a.v. uitstoot van de commerciële ruimten. De berekening voor de aanlegfase wordt ingediend bij de omgevingsaanvraag, aangezien het nieuwe rekenprogramma naar verwachting pas 26 januari 2023 beschikbaar is. Natuur Netwerk Nederland Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (Gelders Natuurnetwerk) is het eerder genoemde Natura2000 gebied de Veluwerandmeren. Aangezien het Natuurnetwerk in Gelderland geen externe werking kent is verdere toetsing niet aan de orde. Het plangebied is gelegen buiten het Natuurnetwerk in Gelderland of de Groene Ontwikkelingszone hiervan. Een nadere toetsing is niet noodzakelijk.
Soortbescherming In figuur 4.3 is te zien dat het gehele plangebied volledig is bebouwd en bestraat. De voorgenomen ontwikkelingen hebben dan ook geen nadelige effecten op flora en fauna.