bob 19 35 bezwaarmaker Graaf Reinoldweg def.docx
Tekst van het document
Uw brief van:
22 december 2020
Inlichtingen:
G. Rooks
Telefoonnr.:
0525-688688
Onderwerp:
beslissing op bezwaar
Tevens per e-mail: hdoornhof@akd.nl AANGETEKEND AKD N.V. de heer mr. drs. H. Doornhof Uw Aan kenmerk: Postbus 59280 Ons kenmerk: 78969 1040 KG AMSTERDAM Datum:
Bijlagen:
divers
Geachte heer mr. drs. Doornhof, Op 13 december 2019 hebben wij per e-mail een bezwaarschrift, dat u namens de Nunspeetse Onroerend Goed Maatschappij B.V. (hierna: N.O.M. B.V.) hebt ingediend ontvangen. Het bezwaarschrift is op 16 december 2019 tevens per post ingediend. Het bezwaarschrift is gericht tegen ons besluit van 5 november 2019 tot weigering van een omgevingsvergunning aan de N.O.M. B.V. voor functieverandering van een pand op het perceel, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie F, nummer 0970, plaatselijk bekend Graaf Reinoldweg 39 D 1 in ’t Harde, naar 24 onzelfstandige wooneenheden. In het gewijzigde voorstel van 4 mei 2020 wordt het aantal wooneenheden verlaagd naar 22, waarin 42 personen gehuisvest kunnen worden. In deze beslissing op bezwaar wordt uitgegaan van de gewijzigde aanvraag. Wij hebben het bezwaarschrift voor advies in handen gesteld van de commissie voor de bezwaarschriften. Op 3 maart 2020 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. U en uw cliënte hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de bezwaren mondeling toe te lichten c.q. aan te vullen. U hebt namens uw cliënte het woord gevoerd en het bezwaarschrift toegelicht. Tijdens de zitting bent u vergezeld door mevrouw G. Jansen-van Middendorp Msc, adviseur ruimtelijke ordening van Kubiek Ruimtelijke Plannen. Namens het college hebben de heer H. Deenen, juridisch medewerker handhaving, mevrouw J.
Raas, milieudeskundige van de Omgevingsdienst Noord Veluwe, en mevrouw mr. A.D. Haja, adviseur publiekszaken/advocaat, het woord gevoerd en een reactie gegeven op het bezwaarschrift. Van het horen is een audioverslag beschikbaar. Ook is een zakelijke weergave van hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, vervaardigd. Deze zakelijke weergave is als bijlage bij het advies van de commissie en dit besluit gevoegd. De commissie heeft op 28 juli 2020 aan ons advies uitgebracht over de te nemen beslissing op bezwaar. Een afschrift van het advies van de commissie is als bijlage bij deze brief gevoegd. Advies van de commissie In het advies van 28 juli 2020 met betrekking tot uw bezwaarschrift, heeft de commissie ons geadviseerd om in heroverweging op bezwaar het voorstel tot het treffen van extra geluidwerende maatregelen ten aanzien van de geluidwering van de gevels en ter verbetering van de interne akoestiek, dat u namens de N.O.M. op 4 mei 2020 hebt ingediend, samen met de Omgevingsdienst Noord-Veluwe (hierna: de ODNV) te beoordelen en te betrekken bij het nemen van een beslissing op bezwaar. Verder adviseert de commissie ons om bij u en het provinciebestuur navraag te doen naar de stand van zaken met betrekking tot uw voornemen om een aanvraag om een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming bij Gedeputeerde Staten van Gelderland in te dienen.
De commissie adviseert ons vervolgens om aan de hand van de uitkomsten van deze onderzoeken en de door de gemeenteraad op 29 mei 2020 vastgestelde ‘Notitie doelgroepenbeleid gemeente Elburg’ een besluit te nemen op het bezwaarschrift. Dit komt neer op het beantwoorden van de vraag of dit alles ons aanleiding geeft (moet geven) om het bestreden besluit van 5 november 2019 te herroepen en alsnog de
geweigerde omgevingsvergunning te verlenen of dat het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning, onder aanvulling van de motivering, in stand kan blijven. Conform het advies van de commissie hebben wij het voorstel tot het treffen van extra geluidwerende maatregelen samen met de ODNV beoordeeld. Ook hebben wij nadere informatie over het indienen van de Wnb-vergunning opgevraagd. Beoordeling voorstel N.O.M. van 4 mei 2020 tot het treffen van extra geluidwerende maatregelen In uw brief van 4 mei 2020 hebt u ons laten weten dat uw cliënte bereid is om extra geluidwerende maatregelen aan de gevels en in het kader van de interne akoestiek te realiseren, ten einde te voldoen aan de door de ODNV geadviseerde binnenwaarde van 33 dB te voldoen. In verband hiermee heeft uw cliënte aangepaste bouwtekeningen ingediend. In de brief van 4 mei jl. geeft u aan dat deze extra maatregelen door SPA WNP ingenieurs zijn beoordeeld en dat zij hierbij geconcludeerd hebben dat ten aanzien van de geluidwering van de gevels voldaan wordt aan een binnenniveau van maximaal 33 dB1. Ook ten aanzien van de interne akoestiek wordt voldaan aan het Bouwbesluit en de met de ODNV afgestemde eisen2. De ingediende rapporten en bouwtekeningen zijn door de ODNV beoordeeld.
Op 22 juni 2020 heeft de ODNV het volgende advies hierover uitgebracht 3 : “Met betrekking tot de gevelwering en geluid van buiten blijkt uit het onderzoek dat er voldoende inspanning wordt geleverd om te kunnen voldoen aan de gewenste binnenwaarde van 33 dB. Daarbij wordt in enkele gevallen, niet voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB. De geconstateerde te hoge binnenwaarden liggen (schatting) maximaal op 34 dB (1 dB overschrijding). Om niet te vervallen in discussies omtrent finetuning en het op papier winnen van een paar tienden decibel, worden de voorgestelde binnenwaarden, acceptabel geacht. Echter zal het rapport wel voorzien moeten zijn van correcte berekeningen en dito conclusies. De weergave dat in elke ruimte wordt voldaan, terwijl dit uit de berekende waarden niet blijkt, is onjuist. Daarnaast dienen de berekeningen in overeenstemming met het tekenwerk te worden gebracht in verband met de ventilatiebalans en het tekenwerk. Met betrekking tot de interne geluidwering dienen nog een aantal zaken te worden verduidelijkt voor hier akkoord op gegeven kan worden. We achten het zeer belangrijk dat er een goede technische uitvoering van de voorgestelde maatregelen wordt bewerkstelligd. Derhalve wordt de gemeente Elburg het volgende geadviseerd:
Aanbevolen wordt om de in de rapportage genoemde materialen en geluidisolatiewaarden op te nemen in de vergunningvoorschriften.
Tevens wordt de gemeente Elburg zeer sterk aanbevolen controles uit te voeren tijdens de bouw, waarbij wordt gecontroleerd of de voorgeschreven materialen daadwerkelijk worden toegepast.
Met betrekking tot de interne geluidwering wordt aanbevolen in het kader van de oplevering controlemetingen uit te voeren.
Er wordt algemeen aanbevolen om bij de uitvoering veel zorg en aandacht te besteden aan de toe te passen kier- en naaddichting, daar deze essentieel zijn voor een goede afdichting.”
Onderzoek geluidwering van de gevels, Rapport 21900356.R01a, 1 mei 2020; Onderzoek interne akoestiek, Rapport 21900356.R03a, 1 mei 2020; 3 Advies ODNV van 22 juni 2020, kenmerk EL Z-20-205350; 1 2
2
Hoewel op basis van de voorgestelde maatregelen geconcludeerd kan worden dat deze voor wat betreft het aspect geluid een goed woon- en leefklimaat ter plaatse kunnen waarborgen, mits de door de ODNV voorgestelde aanpassingen doorgevoerd worden, zijn wij van oordeel dat er nog steeds geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening op basis waarvan wij de gevraagde omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik zouden kunnen verlenen. Het criterium van de goede ruimtelijke ordening bevat immers meer aspecten dan alleen het aspect geluid. Niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening Ten aanzien van de besluitvorming geldt dat wij beleidsruimte hebben bij de beslissing of wij gebruik maken van onze bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Dat betekent dat wij, indien de activiteit niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening is, de keuze hebben om de bevoegdheid tot afwijking van het bestemmingsplan al dan niet te gebruiken. In dit kader hebben wij het project dan ook individueel beoordeeld, waarbij wij naar de specifieke vraag en de locatie hebben gekeken. Hierbij hebben wij onderzocht of het project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het ruimtelijk beleid van de gemeente dient eveneens bij deze beoordeling te worden betrokken.
Wij moeten in beginsel handelen overeenkomstig de inhoud van het gemeentelijk beleid; het verlenen van de omgevingsvergunning mag daarmee niet in strijd zijn. Notitie Doelgroepenbeleid gemeente Elburg In dit kader hebben wij – conform het advies van de commissie – gekeken naar de ‘Notitie Doelgroepenbeleid gemeente Elburg’, die op 29 mei 2020 samen met een tweetal amendementen door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze beleidsnotitie heeft als doel om ons college te sturen in het huisvesten van verschillende doelgroepen binnen de gemeente Elburg, waarbij het gaat om: "arbeidsmigranten", "mensen met onbegrepen gedrag", "spoedzoekers" en overige groepen. In het advies van 28 juli 2020 heeft de commissie aangegeven dat dit nieuwe ruimtelijke beleid van de gemeente(raad) bij de beslissing op bezwaar betrokken dient te worden. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 15 januari 2020 geeft de commissie aan dat ons college in beginsel moet handelen overeenkomstig de inhoud van het gemeentelijk beleid; het verlenen van de omgevingsvergunning mag daarmee niet in strijd zijn 4 . Daarbij geldt volgens de commissie dat het college het ruimtelijk beleid van de gemeenteraad volgt. De commissie verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2019 5 .
De commissie geeft verder aan dat de Afdeling in vaste rechtspraak heeft bepaald dat bij een heroverweging in bezwaar als uitgangspunt geldt dat rekening moet worden gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden, zoals die zich op dat moment voordoen en dat het recht moet worden toegepast zoals dat op dat moment geldt. Dit geldt eveneens voor beleidsregels (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 18 november 2009 6 ). Alleen in bijzondere gevallen kan daarvan worden afgeweken, als de rechtszekerheid daartoe noopt. De enkele omstandigheid dat uw cliënte door de toepassing van het nieuwe beleid in een ongunstiger positie komt, is – naar oordeel van de commissie - onvoldoende om van het uitgangspunt af te wijken. De commissie geeft tenslotte aan dat wij bij de toetsing aan het nieuwe doelgroepenbeleid ook de vraag moeten beantwoorden of er in casu sprake is van bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van het beleid. De commissie verwijst hierbij naar de eerdergenoemde uitspraak van de van 15 januari 2020.
ECLI:NL:RVS:2020:103; ECLI:NL:RVS:2019:1894; 6 ECLI:NL:RVS:2009:BK3603; 4 5
3
In paragraaf 4.3 van de Notitie Doelgroepenbeleid is een aantal algemene randvoorwaarden geformuleerd voor de huisvesting van de drie doelgroepen met de hoogste prioritering: spoedzoekers, arbeidsmigranten en mensen met onbegrepen gedrag. Deze randvoorwaarden houden o.a. het volgende in: • •
• •
Niet zomaar ‘mixen’: wees voorzichtig met menging van doelgroepen. Wenselijkheid en mogelijkheden moeten nader met belanghebbenden worden afgetast; Een passende schaal en omvang: op basis van ervaringen elders kunnen we een aantal uitgangspunten benoemen, maar dit zal in een proces met betrokkenen belanghebbers per initiatie verder moeten worden afgetast; Voorkom een te grote concentratie, streef naar een goede verspreide huisvesting; Overweeg het van toepassing verklaren van het keurmerk van de Stichting Normering Flexwonen (SNF).
Naast deze algemene randvoorwaarden zijn in paragraaf 4.4.1 van de Notitie Doelgroepenbeleid specifieke uitgangspunten voor de huisvesting van arbeidsmigranten geformuleerd. De uitgangspunten zijn als bijlage 1 aan dit besluit gehecht en maken een integraal deel van dit besluit uit. Op grond van de Notitie Doelgroepenbeleid dienen deze uitgangspunten als voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan c.q. het herzien van een bestemmingsplan verbonden te worden. Amendement In de raadsvergadering van 25 mei 2020 is verder het amendement van CDA en SGP aangenomen, waarin geconstateerd is dat: In de Notitie Doelgroepenbeleid de normering van de Stichting Normering Flexwonen (SNF) de minimale norm voor huisvesting van arbeidsmigranten is, waarbij aanvullend in de notitie staat dat er per kamer maximaal 2 personen gehuisvest zijn;
Volgens deze normering bewoners bij alle woonvormen in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5 m2 vloeroppervlakte ter beschikking hebben; Voor alle woonvormen geldt dat voor elke bewoner in het slaapvertrek een bed beschikbaar is met een matras, een kledingkast van tenminste 0.36 m3 plus een stoel.
In het amendement is verder overwogen dat: Het niet in het belang van arbeidsmigranten, hun werkgevers en omwonenden is als de woon- en leefomstandigheden van migranten niet voldoende passend en menswaardig zijn;
Overlast en overbevolking van woonvormen en locaties voor arbeidsmigranten voorkomen kan worden met een maximale bezetting per slaapvertrek; Huisvesting van arbeidsmigranten in Duitsland besmettingshaarden van het coronavirus blijken; De persoonlijke leefruimte voor een arbeidsmigrant met de normering van SNF niet geborgd is.
Bovenstaande heeft uiteindelijk geleid tot het besluit dat aan paragraaf 4.1.1. onder het kopje Uitgangspunten huisvesting, nieuw beleid van de Notitie Doelgroepenbeleid een zesde bullet wordt toegevoegd, luidende:
“Meer specifiek geldt voor het uitgangspunt in de achtste bullet onder bestaand beleid dat per slaapvertrek maximaal 1 persoon gehuisvest mag worden, tenzij het gaat om 2 partners die in een duurzame verhouding leven (al dan niet gehuwd). Deze verblijfsruimte voor 1 persoon voorzien in 1 bed per slaapvertrek en 1 kast, zoals aangegeven in de normering van SNF, 1 bureau of tafel en 1 of 2 stoelen’.
4
Niet in overeenstemming met Notitie Doelgroepenbeleid en Amendement Het voorliggende project is in niet overeenstemming met de Notitie Doelgroepenbeleid en het amendement van de gemeenteraad. Hieronder zullen wij de belangrijkste strijdigheden met de algemene en specifieke uitgangspunten van paragraven 4.3 en 4.4.1. van de Notitie Doelgroepenbeleid nader beschrijven. Deze uitgangspunten zijn als bijlage 1 bij dit besluit op bezwaar aangehecht en maken een onderdeel van dit besluit uit.
Algemene uitgangspunten
De aanvraag voor het huisvesten van 42 arbeidsmigranten in het voormalig Brigadegebouw voldoet niet aan de algemene randvoorwaarden van paragraaf 4.3 van de Notitie Doelgroepenbeleid voor wat betreft de schaal en omvang van de huisvesting en de voorwaarde dat een te grote concentratie moet worden voorkomen, waarbij gestreefd moet worden naar een goede verspreide huisvesting. De oorspronkelijke aanvraag ging uit van het vestigen van 46 arbeidsmigranten in 24 onzelfstandige wooneenheden. In het gewijzigde voorstel van 4 mei 2020 wordt het aantal wooneenheden verlaagd naar 22, waarin 42 personen gehuisvest worden. Door het huisvesten van een dergelijk groot aantal personen op één locatie ontstaat een ongewenste concentratie van huisvesting, een soort megawoning. Een dergelijke megawoning past wat de schaal en omvang niet in een kleine woonwijk. De aanvraag is derhalve op dit punt in strijd met de Notitie Doelgroepenbeleid.
We gaan uit van een opgave voor (legalisering van) huisvesting van maximaal 75-100 arbeidsmigranten.
In bullet 1 van paragraaf 4.4.1 op pagina 22 van de Notitie Doelgroepenbeleid wordt aangegeven dat wij uitgaan van een opgave voor huisvesting van maximaal 75-100 arbeidsmigranten. Dit uitgangspunt is in overeenstemming met de regionale afspraken die de gemeente Elburg met de andere gemeenten heeft gemaakt. Het aantal van 100 huisvestingsplaatsen wordt ook genoemd in het rapport ‘Kansenverkenning flexwonen in Elburg’, dat door het Expertisecentrum Flexwonen van september 2018 is opgesteld. In het rapport wordt aangegeven dat het huisvestingstekort ongeveer 100 plaatsen bedraagt. Op 7 oktober 2020 hebben wij een omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk, gedurende 1 jaar, huisvesten van 96 arbeidsmigranten op het perceel Berkenweg 13. Hiermee hebben wij in principe voldaan aan de bestaande opgave voor huisvesting van maximaal 100 arbeidsmigranten binnen de gemeente Elburg.
Huisvesting kan bestaan uit (transformatie van) bestaande bouw of uit nieuwbouw en is kleinschalig.
Het vestigen van 42 personen in het voormalige Brigadegebouw kan niet als kleinschalig worden aangemerkt, zodat de aanvraag in strijd is met het specifieke uitgangspunt genoemd in bullet 9 van paragraaf 4.4.1 op pagina 22 van de Notitie Doelgroepenbeleid.
Arbeidsmigranten zoveel mogelijk op korte afstand van de werklocatie worden gehuisvest.
In de gemeente Elburg werkt ca. 100 arbeidsmigranten verspreid over verschillende bedrijven. Deze bedrijven zijn echter niet op korte afstand van het voormalige Brigadegebouw gevestigd. Hiermee wordt niet voldaan aan het uitgangspunt genoemd in bullet 8 van paragraaf 4.4.1 op pagina 23 van de Notitie, waarin staat dat de arbeidsmigranten zoveel mogelijk op korte afstand van de werklocatie gehuisvest moeten worden.
5
Locaties komen niet zonder meer in aanmerking voor huisvesting voor arbeidsmigranten, maar worden afzonderlijk getoetst op ruimtelijke en maatschappelijke wenselijkheid.
In deze bullet 9 van paragraaf 4.4.1 op pagina 23 van de Notitie, wordt verwezen naar het afwegingskader van bijlage 7 van de Notitie Doelgroepenbeleid. Hierin is een vragenboom opgenomen aan de hand waarvan bepaald kan worden of medewerking aan een afwijking van het bestemminsplan op ruimtelijke en maatschappelijke bezwaren kan stuiten, welke zonder uitgebreid nader onderzoek, op voorhand bekend zijn. Hierbij kan gedacht worden aan gevaar, geluid- of geuroverlast door omliggende bedrijven, infrastructuur zoals drukleidingen, bedrijven die in hun toekomstige bedrijfsvoering belemmerd zouden worden, onaanvaardbare toename verkeersdruk en of andere belemmeringen. Daarnaast worden ook beleidsmatige belemmeringen genoemd, zoals belemmeringen vanuit omgevingsvisie. Het voormalige Brigadegebouw is gelegen in de directe omgeving van de A27, de provinciale weg N309 (Eperweg) en een spoorlijn. Door de ODNV is aangegeven dat de gecumuleerde geluidsbelasting (wegen en spoor) ten hoogste 64 dB bedraagt. De ODNV heeft daarom ook aangegeven dat er – zonder vergaande geluidsreducerende maatregelen - sprake is van een zeer matig tot onvoldoende woonklimaat in het Brigadegebouw. Dit is ook de reden dat het primaire besluit door ons college is geweigerd.
Hoewel de door aanvrager op 4 mei 2020 voorgestelde geluidwerende maatregelen aan de gevels en in het kader van de interne akoestiek door de ODNV uiteindelijk akkoord zijn bevonden, neemt dit niet weg dat het gebouw als een mogelijke huisvestingslocatie reeds op voorhand op ruimtelijke belemmeringen stuitte. De belemmeringen vanuit het geluid waren ook de reden dat het college op 10 april 2018 heeft vastgesteld dat het toekennen van een woonfunctie aan het pand niet de voorkeur heeft, omdat het zonder vergaande maatregelen niet mogelijk is om ter plaatse een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Het college heeft dan ook een aantal andere mogelijke bestemmingen voor het voormalig Brigadegebouw in kaart gebracht, zoals een outdoor army escaperoom, fitness of sportcentrum, maatschappelijk bedrijf met ruimte voor ontmoeting, praktijkruimte voor dierenarts, tandarts, oid. of een steunpunt ambulance. De constatering dat er vanwege het geluid geen goed woon- en leefklimaat in het Brigadegebouw gerealiseerd kan worden is door het Rijksvastgoedbedrijf in het ‘Biedboek verkoop bij openbare inschrijving van voormalig Brigadegebouw Koninklijke Marechaussee aan de Graf Reinoldweg 39, ’t Harde’ van 19 juli 2018 als een aandachtspunt benoemd. Daarnaast ligt het voormalige Brigadegebouw in de directe omgeving van het militaire terrein, dat zich ten oosten en zuiden bevindt.
De aangevraagde functiewijziging van het gebouw, waarin permanente huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk wordt gemaakt, kan leiden tot onaanvaardbare belemmering van bedrijfsvoering van het militaire terrein. Een woning is immers een geluidsgevoelig object in het kader van de Wet milieubeheer en verdient een speciale bescherming. Hierdoor kan het gebruik van het aangrenzende militaire terrein voor onder andere schietoefeningen ongewenst belemmerd worden. Gelet op het bovenstaande kan vastgesteld worden dat de aanvraag in strijd is met het bepaalde in bullet 9 van paragraaf 4.4.1 op pagina 23 van de Notitie Doelgroepenbeleid en het in bijlage 7 van deze Notitie opgenomen afwegingskader.
Huisvesting van arbeidsmigranten wordt niet toegestaan indien naar het oordeel van het college één of meerdere van de volgende aspecten in onevenredige mate worden aangetast of belemmerd: -
het woon- en leefklimaat van een nabijgelegen woonwijk of gemengd gebied en/of die van de huisvestingsvoorziening zelf; de gebruiksmogelijkheden van omliggende functies; verkeersontsluiting en parkeersituatie;
6
-
milieu hygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid.
Zoals hierboven in onze overwegingen ten aanzien van bullet 9 van paragraaf 4.4.1 op pagina 23 van de Notitie Doelgroepenbeleid is aangegeven, zijn wij van mening dat de aangevraagde functiewijziging tot onaanvaardbare belemmering van bedrijfsvoering van het aangrenzende militaire gebied kan leiden. De onevenredige aantasting of belemmering van de gebruiksmogelijkheden van omliggende functies wordt in bullet 10 van paragraaf 4.4.1 op pagina 23 van de Notitie Doelgroepenbeleid als een reden aangemerkt om geen huisvesting van arbeidsmigranten toe te staan. Ook een onevenredige aantasting of belemmering van het woon- en leefklimaat van de nabijgelegen woonwijk of gemengd gebied en/of die van de huisvestingsvoorziening zelf, wordt in bullet 10 als een reden gezien om geen huisvesting van arbeidsmigranten toe te staan. Het huisvesten van 42 arbeidsmigranten in een soort megawoning, welke wat de schaal en omvang betreft niet in een kleine woonwijk past, kan leiden tot een onevenredige aantasting of belemmering van het woon- en leefklimaat van deze woonwijk. In dit kader wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2014, waarin is bepaald dat bij de keuze van een geschikte locatie voor de huisvesting van arbeidsmigranten rekening moet worden gehouden met de uitstraling van dit gebruik op de omgeving.
De huisvesting van arbeidsmigranten in een gebouw betekent in de regel een intensief gebruik van de gebouwen en de onbebouwde gronden daarbij, een mogelijke toename van verkeersbewegingen en parkeerbehoefte. Voorts dient uit oogpunt van veiligheid en privacy voor de bewoners de oppervlakte van de gebouwen voldoende groot zijn voor het aantal mensen dat daar gehuisvest wordt 7 .
De gemeente maakt onderscheid in typen gebied: (monofunctionele) woonwijk, gemengde gebieden (gebieden met een gemengde bestemming) en bedrijventerreinen.
Kleinschalige huisvesting vindt bij voorkeur plaats in gemengde gebieden/bestemmingen. Grootschaliger huisvesting kan in gemengd gebied/bestemming of op (aan de rand van) bedrijventerreinen.
De Graaf Reinoldweg vormt een lus ten westen van de provinciale weg N309 (Eperweg), waarop ter plekke van het plangebied een maximale snelheid van 50 km/h geldt. De Graaf Reinoldweg is een 30 km/h weg en heeft een karakter van een kleinschalige woonwijk. Ten westen en zuiden van het Brigadegebouw liggen voornamelijk (rij)woningen (Graaf Reinoldweg 19 t/m 35 en Graaf Reinoldweg 20 t/m 38). Ten noorden van het Brigadegebouw is een stichting voor mensen met een verstandelijke beperking gevestigd, stichting Careander (Graaf Reinoldweg 2). Voorts is er aan de Graaf Reinoldweg 6 een Opleidingscentrum gevestigd en aan de Graaf Reinoldweg 4 een kantoor. Aan de overzijde van de Eperweg, ten oosten van het Brigadegebouw, zijn diverse functies gevestigd, zoals wederom woningen, en verder een pannenkoekenrestaurant en een discotheek. Het gebied heeft overwegend een woon- en verblijffunctie heeft met aaneengesloten bebouwing. Het militaire terrein, waar onderhavige projectlocatie deel van uit heeft gemaakt, strekt zich uit ten zuiden en oosten van het Brigadegebouw. Gelet op het bovenstaande zijn wij van mening dat de aanvraag voor de functiewijziging van het voormalige Brigadegebouw in strijd met het bepaalde in bullet 13 van paragraaf 4.4.1 op pagina 23 van de Notitie Doelgroepenbeleid en in bullet 1 op pagina 24 van de Notitie.
Het voormalige Brigadegebouw is namelijk gelegen in een gebied met overwegend een woon- en verblijfsfunctie en niet in een gemengd gebied/aan de rand van een bedrijventerrein, zoals
7
ECLI:NL:RVS:2014:463; 7
aangegeven in de Notitie.
De accommodatie dient in situering, schaal, vormgeving en (waar van toepassing) landschappelijke inpassing te passen binnen de karakteristiek van de omgeving.
Bij onze overwegingen ten aanzien van de algemene uitgangspunten van de Notitie en ten aanzien van bullet 9 van paragraaf 4.4.1 op pagina 22 van de Notitie hebben wij reeds aangegeven dat wij van mening zijn dat het huisvesten van 42 personen in het voormalige Brigadegebouw, niet als kleinschalig kan worden aangemerkt. Het Brigadegebouw is voorts gelegen in een gebied met overwegend een woon- en verblijfsfunctie, in de directe omgeving van het militair terrein, zodat hiermee niet voldaan wordt aan het uitgangspunt van bullet 1 op pagina 24 van de Notitie. Door het huisvesten van 42 personen in dit gebouw wordt een megawoning gecreëerd en worden 22 onzelfstandige wooneenheden toegevoegd aan een kleinschalige woonwijk. Het Brigadegebouw is als accommodatie wat de schaalgrootte, omvang en situering niet passend binnen de karakteristiek van de omgeving.
Per kamer zijn maximaal 2 personen gehuisvest.
In bullet 6 van paragraaf 4.4.1 op pagina 24 onder kopje Bestaand beleid van de Notitie wordt aangegeven dat er per kamer maximaal 2 personen gehuisvest mogen worden. Zoals hierboven uit een is gezet heeft het amendement van CDA en SGP van 25 mei 2020 geleid tot het besluit dat aan paragraaf 4.1.1. onder het kopje Uitgangspunten huisvesting, nieuw beleid van de Notitie Doelgroepenbeleid een zesde bullet wordt toegevoegd, luidende: “Meer specifiek geldt voor het uitgangspunt in de achtste bullet onder bestaand beleid dat per slaapvertrek maximaal 1 persoon gehuisvest mag worden, tenzij het gaat om 2 partners die in een duurzame verhouding leven (al dan niet gehuwd). Deze verblijfsruimte voor 1 persoon voorzien in 1 bed per slaapvertrek en 1 kast, zoals aangegeven in de normering van SNF, 1 bureau of tafel en 1 of 2 stoelen’. Wij zijn van mening dat de aanvraag niet in overeenstemming is met dit uitgangspunt. Uit de door uw cliënte ingediende aanvullende gegevens en bouwtekeningen van 29 maart 2020, gewijzigd op 17 april 2020, blijkt immers dat het de bedoeling is om in het voormalig Brigadegebouw, waarin in totaal 26 verblijfsruimten aanwezig zijn - waarvan 22 slaapkamers in totaal 42 arbeidsmigranten te huisvesten. Het gebouw bestaat uit twee bouwlagen.
In de verblijfsruimten (slaapkamers) 1, 2-7, 9, 1214 op de begane grond en in verblijfsruimten (slaapkamers) 16-23, 25 en 26 op de eerste verdieping worden steeds 2 personen gehuisvest. Daarnaast zijn er 2 verblijfsruimten (slaapkamers) bestemd voor 1 persoon. Het huisvesten van 2 personen die niet in een duurzame verhouding leven (al dan niet gehuwd) per verblijfsruimte (slaapkamer) is in strijd met het bepaalde in bullet 6 van paragraaf 4.1.1. op pagina 24 van de Notitie Doelgroepenbeleid, zoals aangenomen in het amendement van de raad. Door het stellen van de voorwaarde dat er per slaapvertrek maximaal 1 persoon gehuisvest mag worden, tenzij het gaat om 2 partners die in een duurzame verhouding leven (al dan niet gehuwd) wordt getracht de omvang en de locatie van de huisvesting te reguleren alsmede overbevolking en overlast in de buurt te beperken. Het beperken van het maximale aantal personen per kamer is volgens de Afdeling ook ruimtelijk relevant. In dit kader wordt verwezen naar de uitspraak van 16 maart 2011, waarin de Afdeling overweegt dat het aantal
8
bewoners van een pand dat voor verhuur bestemd is van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat van de omgeving 8 . Gelet op het bovenstaande zijn wij van mening dat het huisvesten van 2 personen per kamer in dit gebouw uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet gewenst is. Het huisvesten van in totaal 42 personen op deze locatie zal leiden tot overbevolking en daarmee het risico op fricties, overlast en/of het gevoel van sociale onveiligheid onderling en naar omwonenden/omliggende bedrijven vergroten. Het is ook niet in overeenstemming met de conclusies en aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, welke opgenomen zijn in het rapport ‘Geen tweederangsburgers, Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan’ van 30 oktober 2020. In dit rapport wordt aanbevolen om 1 persoon per slaapkamer te huisvesten met een minimale oppervlakte van 5,5 m2 en een minimale oppervlakte van de woonvoorziening van 15 m2 per persoon. Op basis van het bovenstaande komen wij ook tot de conclusie dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de algemene en specifieke uitgangspunten van de Notitie, zoals de locatie, schaalgrootte, omvang, ligging en de relatie tot de omgeving (kleinschalige woonwijk in de buurt).
Geen bijzondere omstandigheden die het afwijken van de beleidsregels rechtvaardigen Artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de vastgestelde beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben, die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. In vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 26 oktober 2016 9 en van 15 januari 2020 10) heeft de Afdeling bepaald dat het bestuursorgaan in beginsel moet handelen overeenkomstig de (gemeentelijke) beleidsregels, maar dat het daar in bijzondere gevallen gemotiveerd van af kan wijken. De Afdeling heeft aangegeven dat het bestuursorgaan dan alle omstandigheden van het geval dient te betrekken in zijn beoordeling. Het bestuursorgaan moet vervolgens bezien of deze op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb, die maken dat het handelen overeenkomstig de gemeentelijke beleidsregels gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met die beleidsregels te dienen doelen. De Notitie Doelgroepenbeleid bevat specifiek beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
Zoals hierboven uiteen is gezet, bevat dit beleid algemene en specifieke uitgangspunten waarmee rekening moet worden gehouden bij de keuze van de locatie. Er zijn ons geen omstandigheden bekend waarmee bij het totstandkoming van het beleid geen rekening is gehouden. De enkele omstandigheid dat uw cliënte door de toepassing van het nieuwe beleid in een ongunstiger positie komt, vinden wij onvoldoende om van het uitgangspunt af te wijken. Er is in casus geen sprake van bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van het beleid. In navolging van de commissie bezwaarschriften verwijzen wij hierbij naar de eerdergenoemde uitspraak van de Afdeling van 15 januari 2020. Belangenafweging Gelet op het bovenstaande concluderen wij dat het aangepast project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat er ter plaatse geen goed woon- en leefklimaat kan worden ECLI:NL:RVS:2011:BP7814; ECLI:NL:RVS:2016:2840; 10 ECLI:NL:RVS:2020:103; 8 9
9
gegarandeerd. Het initiatief is in strijd met het vastgestelde Notitie Doelgroepenbeleid en het bijbehorende amendement van de gemeenteraad. Gelet hierop hebben wij besloten om in dit individuele geval geen medewerking te verlenen aan het project en niet af te wijken van het bepaalde in het bestemmingsplan. Wij zijn van mening dat het belang van de aanvrager, welke gelegen is in het realiseren van het gevraagde gebruik, niet boven het belang van het vasthouden aan de vastgestelde planologische kaders van het bestemmingsplan en het Doelgroepenbeleid mag prevaleren. Wij hebben dan ook besloten om geen medewerking te verlenen aan het aangepast project door af te wijken van het bestemmingsplan door toepassing te geven aan een kruimelgeval van artikel 4, lid 11 van bijlage II van het Bor. Wnb-vergunning De commissie heeft in het advies van 28 juli jl. verder geoordeeld dat wij bij de weigering van de omgevingsvergunning voor de activiteiten 'het bouwen van een bouwwerk' en 'het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan' terecht de omstandigheid hebben betrokken dat uw cliënte (tot dat moment) geen stikstofdepositieberekening (AERlUS-berekening) had aangeleverd, ondanks dat dit wel aan haar was geadviseerd door de opstellers van het rapport Inventarium -QuickScan flora en fauna.
Door het ontbreken van een stikstofdepositie-berekening (AERIUS-berekening) konden wij niet vaststellen of er voor het project (ook) een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming nodig is. Dat is niet alleen van belang om vast te kunnen stellen of het project op dat punt niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (de aangeleverde ruimtelijke onderbouwing zelf is op dit onderdeel onvoldoende onderbouwd), maar ook voor het beantwoorden van de vraag, in het geval wel een vergunning nodig is, of wij hiervoor vergunning moeten verlenen (een omgevingsvergunning voor de activiteit 'activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving', waarbij vooraf aan Gedeputeerde Staten een verklaring van geen bedenkingen moet worden gevraagd (artikel 2.1, lid 1, onder i, van de Wabo juncto artikel 2.2aa, onder a, van het Bor juncto artikel 6.10a van het Bor) of dat Gedeputeerde Staten het bevoegde orgaan zijn (een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming, in het geval bij GS een aanvraag om een Wnb-vergunning is ingediend, hetgeen uw cliënte - naar de commissie vaststelt - niet had gedaan ten tijde van het nemen van het bestreden besluit). De commissie constateert dat u bij het bezwaarschrift alsnog een stikstofdepositieberekening hebt aangeleverd. In het kader van het opstellen van een verweerschrift hebben wij deze berekening laten beoordelen door Econsultancy.
Econsultancy heeft kritische kanttekeningen geplaatst bij de in bezwaar overgeleverde stikstofdepositie-berekening. Tijdens de hoorzitting heeft u aangegeven dat u 'spoedig' een Wnb-vergunning zult aanvragen bij Gedeputeerde Staten, voorzien van een geactualiseerde berekening. De consequentie hiervan zou dan volgens u zijn dat wij de omgevingsvergunning niet meer op deze grond zouden kunnen weigeren. Ten tijde van het opstellen van het advies was het de commissie niet bekend of u inmiddels een aanvraag om een Wnb-vergunning, voorzien van een geactualiseerde berekening, had ingediend bij Gedeputeerde Staten. De commissie adviseert ons dan ook om dit bij u en bij het provinciebestuur na te vragen en de uitkomsten hiervan mee te nemen bij de beslissing op bezwaar. Conform het advies van de Commissie hebben wij op 11 september 2020 nagevraagd of de Wnb-vergunning inmiddels was aangevraagd. Op 17 september 2020 hebben wij van uw een schriftelijk ontvangstbewijs van de op deze datum ingediende aanvraag Wnb-vergunning (zaaknummer 2020-012573) ontvangen. Per e-mail van 24 september 2020 heeft het provinciebestuur de ontvangst van de aanvraag Wnb-vergunning bevestigd. Gelet op het bovenstaande heeft de aanvraag omgevingsvergunning vanaf dat moment geen betrekking meer op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, onder b, van het Bor en zijn wij
10
niet langer bevoegd om op dit onderdeel een besluit te nemen dan wel een verklaring van geen bedenkingen aan te vragen bij Gedeputeerde Staten. Wij verwijzen in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 13 maart 2019 11. On hold- zetten van het project De commissie is in haar advies verder van oordeel dat de bezwaargrond dat de echte reden voor de weigering van de omgevingsvergunning gevormd wordt door de commotie in de buurt en de door de gemeenteraad aangenomen motie (het 'on hold'-zetten van dit project en gelijksoortige projecten) geen doel treft. Noch het collegeadvies noch het bestreden besluit geeft daartoe enige aanwijzing. Wij zijn met dit standpunt van de commissie bezwaarschriften eens en wij nemen deze over. Vertrouwensbeginsel In haar advies van 28 juli jl. oordeelt de commissie verder dat er geen sprake kan zijn van de opwekking van gerechtvaardigd vertrouwen dat de omgevingsvergunning voor de activiteit 'het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan' zou worden verleend. De commissie verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019 12. De commissie is van mening dat ons collegebesluit van 10 april 2018 daarvoor niet als basis kan dienen.
In dit collegebesluit staat weliswaar dat, wat de gemeente betreft, de meest wenselijke bestemming het realiseren van een opvang voor spoedzoekers is, maar wij hebben daarbij tegelijkertijd een - naar oordeel van de commissie - kritische kanttekening bijgeplaatst: "Als Flexwonen tot de conclusie komt dat het brigadegebouw geschikt is voor tijdelijke huisvesting, is de volgende uitdaging om te onderzoeken of het mogelijk is om een goed woon- en leefklimaat te realiseren. Net als de locatie Graaf Reinoldweg 4, waar u in 2016 over bent geadviseerd, is met name de geluidbelasting ter plaatse een probleem (door de aanwezigheid van een snel- en een spoorweg). De locatie van het brigadegebouw is zelfs nog slechter (vanwege de hoge geluidbelasting van de Eperweg) dan de Graaf Reinoldweg 4. Zonder vergaande maatregelen is voor deze locatie geen goed woon- en leefklimaat te garanderen." Hieruit volgt - naar oordeel van de commissie - dat wij uw cliënte geen zekerheid hebben gegeven dat de planologische medewerking uitmondt in een (onherroepelijke) omgevingsvergunning. Wij onderschrijven ook dit standpunt van de commissie en wij nemen deze over. Beslissing op bezwaar Wij zijn van mening dat het advies van de commissie voor de bezwaarschriften van 28 juli 2020 deugdelijk is gemotiveerd en op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.
In onze vergadering van 22 december 2020 hebben wij dan ook besloten om het advies van de commissie voor de bezwaarschriften over te nemen. Met toepassing van dit advies hebben wij besloten om uw bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het bestreden besluit van 5 november 20219 onder aanvulling van de bovenstaande motivering in stand te laten. Verzoek om vergoeding van proceskosten Artikel 7:15, tweede lid, van de Awb bepaalt dat de kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend worden vergoed op verzoek van de belanghebbende en voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
11 12
ECLI:NL:RVS:2019:803; ECLI:NL:RVS:2019:1694; 11
U hebt ons verzocht om vergoeding van proceskosten wegens het indienen van het bezwaarschrift. Er is weliswaar sprake van een gebrek in het bestreden besluit, maar dit gebrek kan – volgens de commissie - worden hersteld bij de beslissing op bezwaar (motiveringsgebrek). Dat betekent dat de beslissing op bezwaar niet leidt tot herroeping van het bestreden besluit. Daarmee wordt niet voldaan aan de door de Algemene wet bestuursrecht gestelde voorwaarden voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Instellen beroep Tegen deze beslissing op uw bezwaarschrift kunt u op grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na datum van verzending van deze brief beroep instellen bij de rechtbank Gelderland, afdeling Bestuursrecht, postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,
de secretaris,
ir. J.N. Rozendaal.
P.W. Wanrooij.
Bijlage 1 Uitgangspunten huisvesting Arbeidsmigranten (paragraaf 4.4.1 van de Notitie Doelgroepenbeleid) Algemeen We gaan uit van een opgave voor (legalisering van) huisvesting van maximaal 75-100 arbeidsmigranten. Dit beschouwen we voorlopig als een maximum. We blijven in regionaal verband in gesprek over voortgang, ervaringen en opgave met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten, op basis van de gemaakte afspraken. We verkennen of actualisering van die afspraken aan de orde is. We hanteren de in deze notitie opgenomen indicatie van aantallen als nulmeting. Door verplicht stellen van registratie (in de bevolkingsadministratie of nachtregisters, zie hieronder) en afspraken met huisvesters over het delen van beschikbare informatie, monitoren we de ontwikkelingen.
12
We richten ons op de logieswijze huisvesting van arbeidsmigranten die hier niet-permanent verblijven (short- en midstay). Permanente vestigers zijn aangewezen op de reguliere woningmarkt. Via de Woonvisie moet geregeld worden dat de woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief op peil is voor verschillende doelgroepen, zonder dat verdringing plaatsvindt. Door in te zetten op passende huisvesting in de vorm van logies ontstaat er geen extra druk op de reguliere woningmarkt in de gemeente Elburg. Ook wordt door het bieden van legale alternatieve huisvestingsvormen voorkomen dat arbeidsmigranten door o.a. uitzendbureaus (illegaal) op vakantieparken worden gehuisvest. De gemeente is mede verantwoordelijk voor het op een goede manier huisvesten van de arbeidsmigranten. Deze gedeelde verantwoordelijkheid dient in de huisvestingsinitiatieven terug te komen: het initiatief ligt bij de werkgever, de gemeente pakt de te volgen planologische procedure voortvarend op. Om een goede, integrale afweging te kunnen maken, hanteert de gemeente een afwegingskader (zie bijlage 7). De gemeente Elburg wil primair arbeidsmigranten huisvesten die aantoonbaar werkzaam zijn in de gemeente of de regio. Dit lijkt echter gezien de aard van het vraagstuk lastig houdbaar. Flexwerk is naar zijn aard altijd wisselend in volume en locatie.
Daarom is het belangrijk om op regionale schaal te blijven afstemmen. We staan huisvesting toe voor een periode van maximaal 15 jaar (via verlenen omgevingsvergunning Wro). Dit is zowel van toepassing op tijdelijke bewoning van een permanent gebouw als op tijdelijke (al dan niet verplaatsbare) gebouwen. Huisvesting kan bestaan uit (transformatie van) bestaande bouw of uit nieuwbouw en is kleinschalig. Uitgangspunten proces en uitvoering In alle gevallen van toevoeging van huisvestingsvoorzieningen voor arbeidsmigranten zal op initiatief van de aanvrager een omgevingsdialoog worden gehouden. Het is wel van belang dat de initiatiefnemer eerst met de gemeente in overleg gaat over de haalbaarheid van het plan. Het is niet wenselijk dat allerlei plannen met de omgeving worden gecommuniceerd, die bijvoorbeeld niet voldoen aan het nieuwe beleid dan wel aan de voorwaarden. Indien ingeschat wordt dat een principeverzoek kans van slagen heeft, kan de omgevingsdialoog worden georganiseerd. Initiatiefnemers gaan eerst met de gemeente Elburg in overleg alvorens zij een officiële vergunningaanvraag indienen. Alle initiatieven die door partijen worden aangedragen voor het huisvesten van arbeidsmigranten worden aan de in deze notitie genoemde uitgangspunten en afwegingskader getoetst (prétoets).
Als een locatie positief getoetst wordt op basis van de uitgangspunten en afwegingskader, dan wordt deze in de gemeente voorgelegd voor een eerste integrale toets vanuit alle relevante disciplines. Bij een positief oordeel wordt deze locatie als kansrijk aan het college voorgelegd. Het college bepaalt of de locatie verder kan worden opgepakt. Bij een verdeeld oordeel (op aspecten positief, op andere negatief maar repareerbaar) wordt deze locatie met voor en tegens aan het college voorgelegd. Het college bepaalt of de locatie verder kan worden opgepakt en onder welke voorwaarden. Bij een positief besluit van het college over de pré-toets is de initiatiefnemer verplicht om met de omgeving in gesprek te gaan en hen nader te informeren over de gewenste ontwikkelingen om voor begrip en draagvlak te zorgen. In de aanvraag (principeverzoek) is het resultaat van de omgevingsdialoog opgenomen. Deze dient dus te hebben plaatsgevonden voordat de officiële vergunningaanvraag of aanvraag bestemmingsplanwijziging wordt ingediend. Vervolgens kan de officiële vergunningaanvraag of aanvraag bestemmingsplanwijziging in gang worden gezet. In dit traject worden afspraken gemaakt over het verdere planologische proces dat doorlopen moet worden.
Onderdeel van dit proces is dat er voor iedere locatie met inachtneming van de hiervoor genoemde uitgangspunten - specifieke afspraken gemaakt worden met de eigenaar/beheerder. Hierin krijgen ook de resultaten vanuit de omgevingsdialoog een plek.
13
Uitgangspunten locatie Uitgangpunt is dat de arbeidsmigranten zoveel mogelijk op korte afstand van de werklocatie worden gehuisvest. Locaties komen niet zonder meer in aanmerking voor huisvesting voor arbeidsmigranten, maar worden afzonderlijk getoetst op ruimtelijke en maatschappelijke wenselijkheid (zie afwegingskader bijlage 7). Huisvesting van arbeidsmigranten wordt niet toegestaan indien naar het oordeel van het college één of meerdere van de volgende aspecten in onevenredige mate worden aangetast of belemmerd: het woon- en leefklimaat van een nabijgelegen woonwijk of gemengd gebied en/of die van de huisvestingsvoorziening zelf; de gebruiksmogelijkheden van omliggende functies; verkeersontsluiting en parkeersituatie; milieu hygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid. De locatie moet goed ontsloten zijn. Bij nieuwe locaties wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande ontsluitingswegen. Uitgangspunten huisvesting Huisvesting is altijd onzelfstandig en op logiesbasis, behalve voor longstay arbeidsmigranten en eventueel gereguleerde kamergewijze verhuur. Bestaand beleid De gemeente maakt onderscheid in typen gebied: (monofunctionele) woonwijk, gemengde gebieden (gebieden met een gemengde bestemming) en bedrijventerreinen.
De gemeente staat huisvesting van arbeidsmigranten niet toe op recreatieparken, tenzij hier in het kader van het project Vitale Vakantieparken expliciete afspraken over gemaakt worden. Kleinschalige huisvesting vindt bij voorkeur plaats in gemengde gebieden/bestemmingen. Grootschaliger huisvesting kan in gemengd gebied/bestemming of op (aan de rand van) bedrijventerreinen. De accommodatie dient in situering, schaal, vormgeving en (waar van toepassing) landschappelijke inpassing te passen binnen de karakteristiek van de omgeving. Voor de omvang van een locatie gaan we in eerste instantie uit van de benadering zoals die door SNF wordt gehanteerd (zie kader). Dat is vertrekpunt voor een nadere bepaling van schaal en omvang, die in nauw overleg met belanghebbenden tot stand komt. Op de locatie moet voldoende parkeergelegenheid zijn. Hierbij moet worden voldaan aan het gemeentelijk parkeerbeleid. De huisvesting voldoet aan de voorwaarden van het Bouwbesluit voor tijdelijke panden. De normering van de stichting Normering Flexwonen (SNF) is de minimale norm voor huisvesting van arbeidsmigranten (zie bijlage 5). Per kamer zijn maximaal 2 personen gehuisvest. Op het terrein van de locatie moet binnen en buiten gelegenheid zijn voor samenkomst en ontspanning, aangeboden door de exploitant van het gebouw.
Nieuw beleid De gemeente reguleert kamergewijze huisvesting van arbeidsmigranten en andere doelgroepen in gewone woningen in (monofunctionele) woonwijken (zie bijlage 6 Voorbeeld beleidslijn kamergewijze verhuur) De arbeidsmigranten dienen te worden ingeschreven bij het BRP van de gemeente (bij een beoogd verblijf van 4 maanden of langer). Er wordt een nachtregister bijgehouden per locatie waarin minimaal wordt opgenomen: personalia en contactgegevens, datum aanvang huisvesting en datum beëindiging huisvesting. Het betrokken uitzendbureau of het bedrijf dat de exploitatie voor haar rekening neemt dient te beschikken over het keurmerk c.q. te zijn aangesloten bij ABU, NBBU, SNA3 of gelijkwaardig. Deze keurmerken vertegenwoordigen kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies, veiligheid op de werkvloer en gedragsregels.
14
In het pand of op het terrein is voldoende ruimte voor het stallen van (brom- en snor)fietsen en containers voor huishoudelijk afval ten behoeve van de bewoners van het pand. Eigenaar verantwoordelijk Wat betreft de samenstelling van de groep arbeidsmigranten is de beheerder verantwoordelijk voor een passende mix van nationaliteiten, waarbij het voorkomen van overlast centraal staat. De locatie beschikt over goede voorzieningen voor het wassen en drogen van kleding en beddengoed of de beheerder maakt dit op een andere manier voor alle gebruikers van het pand mogelijk. Bij huisvesting van arbeidsmigranten dient de huisvester te zorgen voor goede voorzorgsmaatregelen en handhaving op leefbaarheid, veiligheid en het voorkomen van overlast. Per locatie worden daar afspraken over gemaakt. Het bijhouden van het nachtregister en het inschrijven en uitschrijven in het BRP is de verantwoordelijkheid van de beheerder. Uitgangspunten beheer Voor ieder locatie waarop deze uitgangspunten van toepassing zijn, dient een beheerder te worden aangewezen. Bij een logiesgebouw met een capaciteit van 30 personen of meer grotere omvang dient minimaal één beheerder continu aanwezig te zijn. In overleg met partijen zal de haalbaarheid hiervan (of van een acceptabel alternatief) verkend worden.
De beheerder moet naast Nederlands in ieder geval ook de taal beheersen van de meest voorkomende groepen arbeidsmigranten. De beheerder is 24 uur per dag bereikbaar en/of aanwezig, zorgt voor het dagelijkse onderhoud van de huisvesting en is de contactpersoon voor bewoners, omgeving en instanties (waaronder de gemeente). Binnen het beheer valt onder andere het toezien op de veiligheid van de bewoners en bijhouden van een adequate financiële en huuradministratie. Voor iedere locatie wordt door de beheerder een klachtenreglement opgesteld waar in staat hoe de communicatie met de omgeving verloopt (vast aanspreekpunt), hoe de omgeving kan reageren op overlastsituaties en hoe daar mee wordt omgegaan. Op de locatie biedt de huisvester voorlichting en informatie aan de bewoners, bij voorkeur in de taal van de bewoners maar in ieder geval ook in de Nederlandse en Engelse taal. Naast de informatie als opgenomen in de SNF-norm dient ook informatie ter beschikking te zijn over (de samenvatting van) cao voor uitzendkrachten, informatie over scholing, gezondheidszorg en sociale voorzieningen in de gemeente. Per locatie wordt een beheerplan opgesteld dat tenminste voldoet aan de normen van de SNF. In het beheerplan wordt aandacht besteed aan een goede oplossing voor de verwerking van het afval en het voorzien in cameratoezicht.
Onderdeel van het beheerplan is een huisreglement die in de juiste talen aanwezig is op iedere locatie. In het regelement moet duidelijk gemaakt worden hoe wordt omgegaan met overlast en verstoring van de openbare orde en veiligheid (maatregelen, aanpak, sancties). Ook de onderwerpen drugsgebruik, alcoholgebruik, parkeren van voertuigen, geluidsoverlast en zwerfafval dienen minimaal in het reglement te worden opgenomen. Als onderdeel van een goede communicatie met de omgeving is er een communicatieplan nodig en wordt vanaf de start van het realisatietraject een klankbordgroep in het leven geroepen, waarin tenminste de initiatiefnemer en een vertegenwoordiging van de omgeving participeren.
15
Bijlage 2 (Bijlage 5 van de Notitie Doelgroepenbeleid) Normen voor huisvesting arbeidsmigranten, SNF Normenset volgens SNF Bron: Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 8.0, geldig vanaf 1 september 2019 Ruimte en privacy Toegestane verblijfsvormen: a. reguliere woning b. hotel/pension c. wooneenheden in gebouwencomplex d. woonunits e. huisvesting op recreatieterrein
16
Bewoners hebben minimaal 10m2 gebruiksoppervlak wonen (GBO) per persoon. Bewoners van een reguliere woning (a.) en wooneenheden (c.) hebben minimaal 12m2 gebruiksoppervlak wonen (GBO) Dit geldt ook voor woonunits (d.) wanneer er sprake is van een bestemming “wonen”. Dit is inclusief 3,5 m2 slaapvertrek per persoon. Alle voorzieningen (sanitair, keuken, slaapvertrek en woonkamer of ontspanningsruimte) dienen onder één dak en inpandig bereikbaar te zijn. Bij alle woonvormen hebben bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5 m2 vloeroppervlakte ter beschikking. Tot uiterlijk 31-12-2023 geldt dat voor bestaande huisvesting in woonvorm e (huisvesting op recreatieterrein) bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 2,7 m2 vloeroppervlak ter beschikking hebben. Als de slaapruimte in woonvorm e minder dan 3,5m2 vloeroppervlakte per persoon is, mag de slaapruimte maximaal voor 2 personen gebruikt mag worden. Vanaf 1- 1-2024 vervalt deze uitzondering en geldt de eis dat in alle woonvormen bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5m2 vloeroppervlakte ter beschikking hebben.
Voor alle woonvormen geldt dat voor elke bewoner in het slaapvertrek een bed beschikbaar is met een matras van tenminste 80*200cm en kledingkast van tenminste 0,36m3 plus een stoel. Indien de kledingkast niet in het slaapvertrek staat, dient deze op slot te kunnen.
Tijdens de inspectie wordt gecontroleerd of de daadwerkelijke bezetting klopt met wat er uit de administratie blijkt.
Sanitair, veiligheid en hygiëne Er is minimaal 1 toilet per 8 personen. Er is minimaal 1 douche per 8 personen. Er is geen sprake van zichtbare overbelasting van het elektriciteitsnet (controle op o.a. op dubbelstekkers en kookplaatjes) De verlichting en elektriciteitsvoorziening in natte ruimten is spatwaterdicht geschikt voor gebruik in natte ruimtes. Er is geen sprake van omstandigheden die tot gevaar of verwondingen kunnen leiden. Hygiëne in en om de woonlocatie veroorzaakt geen gevaar voor de volksgezondheid. Er is een deugdelijke en aantoonbaar onderhouden mechanische installatie of natuurlijke ventilatie, dit in combinatie met voldoende beluchting.
Er is geen sprake van schimmelvorming in de badkamers, keukens en/of andere ruimtes. CV, gaskachel en geiser dienen tweejaarlijks aantoonbaar gecontroleerd te zijn. Op locaties met bestemming ‘wonen’ heeft elke verblijfsruimte minimaal 0,5 m2 daglichtoppervlakte. Op locaties met bestemming ‘logies’ heeft elke verblijfsruimte directe daglichttoetreding. Verblijfsruimten dienen verwarmd te kunnen worden. Voorzieningen Koelkast(en), 30 liter koel-/vriesruimte per persoon. Kookplaat/platen, minimaal 4 pitten. Specifieke norm bij grotere aantallen bewoners: bij meer dan 8 personen 1 pit per 2 personen, bij meer dan 30 personen minimaal 16 pitten. Kookplaat/platen in studio’s voor maximaal 2 bewoners dienen minimaal 2 pitten plus een magnetron of oven aanwezig te zijn. Informatievoorziening en overige eisen Er moet een informatiekaart aanwezig zijn die opgehangen is op een centrale plaats, De informatiekaart is opgesteld in het Engels of het Duits of de landstaal van de bewoners en deze bevat ten minste telefoonnummers van: beheerder/contactpersoon verhuurder - regiopolitie - brandweer - 112 (in
17
levensbedreigende situaties) - verkorte huis- en leefregels in landstaal van de bewoners - ontruimingsplan en noodprocedure Als de inspecteur gesloten slaapkamers aantreft dient hij/zij een herinspectie van de locatie te gelasten.
Brandveiligheid Maatregelen in de woning Brandblusser: - Een brandblusser moet voldoen aan het besluit draagbare blustoestellen 1997 en in het bijzonder de vigerende NEN-EN 3- 7. De plaatsing van brandblussers en keuze van de blusstof in relatie tot de brandklasse moet voldoen aan de vigerende NEN 4001+C1. - Een draagbaar blustoestel moet bij nieuwe levering worden voorzien van de aanduiding van de uiterste datum (jaar en maand) waarop het eerstvolgende onderhoud moet worden uitgevoerd dit conform de vigerende NEN 2559. - Het preventief onderhoud dient jaarlijks te worden uitgevoerd conform de vigerende NEN 2559 door een gecertificeerd REOB bedrijf. De onderhoudsgegevens moeten worden geregistreerd op een etiket op basis van de vigerende NEN 2559 dat duurzaam is bevestigd op het blustoestel. Er is in totaal 6 liter / 6 kilogram blusmiddel aanwezig - Er is een brandblusser van minimaal 2 liter / 2 kilogram binnen 5 meter van iedere plaats waar gekookt wordt en op plaatsen met open vuur (direct onder handbereik, dus niet in een andere eenheid en niet buiten).
- Er staat een instructie voor gebruik op elke brandblusser . Er is een blusdeken bij iedere kookgelegenheid. Er zijn werkende rook- en CO-melders op voorgeschreven plaats gemonteerd. Gecombineerde CO- en rookmelders zijn niet toegestaan.
Goed werkgeverschap Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor uitzendondernemingen als voorwaarde dat zij staan ingeschreven in het register van gecertificeerde ondernemingen van SNA.
Uitzendondernemingen die te werk stellen in de sector waar de cao vlees van toepassing is dienen te beschikken over het SNA-keurmerk. Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor agrarische ondernemingen in de sector ‘open teelten’ en in de sector ‘glastuinbouw’ die eigen werknemers huisvesten, dat zij bij het secretariaat de verklaring goed werkgeverschap zoals in de cao open teelten dan wel de cao glastuinbouw is voorgeschreven en beschikbaar via de SNFwebsite moeten indienen. Ondernemingen die geregistreerd zijn bij Fair Produce kunnen daarmee aantonen aan de eisen voor goed werkgeverschap te voldoen. Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor ondernemingen die eigen werknemers huisvesten in sectoren waarmee SNF nog géén afspraken heeft gemaakt over de invulling van goed werkgeverschap, dat zij bij het secretariaat een accountantsverklaring volgens het voorgeschreven format waaruit blijkt dat de van toepassing zijnde cao wordt nageleefd. Ondernemingen die geen eigen werknemers huisvesten hoeven niet aan deze normeis te voldoen. Zie reglement registratie voor de voorwaarden.
18
Bijlage 3 (Bijlage 7 bij de Notitie Doelgroepenbeleid) Afwegingskader Initiatieven Huisvesting Arbeidsmigranten De bestemming van de locatie 1. Staat de actuele bestemming van deze locatie wonen of logies (van arbeidsmigranten) toe? 2. Is een wijziging van de bestemming te overwegen? a. Zijn op voorhand, zonder uitgebreid nader onderzoek, al feitelijke belemmeringen bekend, waarbij gedacht kan worden aan: - Gevaar, geluid- of geuroverlast door omliggende bedrijven - Infrastructuur zoals drukleidingen - Bedrijven die in hun toekomstige bedrijfsvoering belemmerd zouden worden (planschade) - Onaanvaardbare toename verkeersdruk (afhankelijk van omvang, zie 4) - Andere belemmeringen 19
b. c. d. e.
Zijn er beleidsmatige belemmeringen tegen zo’n wijziging, zoals: - Er speelt al een ander verzoek/initiatief op die locatie - Belemmeringen vanuit omgevingsvisie - Andere belemmeringen
3. Is een tijdelijk afwijking van de bestemming (max. 10 jaar) te overwegen? a. Zijn op voorhand, zonder uitgebreid nader onderzoek, al feitelijke belemmeringen bekend tegen een tijdelijke afwijking, waarbij gedacht kan worden aan: - Gevaar, geluid- of geuroverlast door omliggende bedrijven - Infrastructuur zoals drukleidingen - Bedrijven die in de komende 10 jaar in (wijziging van) hun bedrijfsvoering belemmerd zouden - worden (planschade) - Onaanvaardbare toename verkeersdruk (afhankelijk van omvang, zie 4) - Andere belemmeringen b. Zijn er beleidsmatige belemmeringen tegen zo’n tijdelijke afwijking, zoals: - Er speelt al een ander verzoek/initiatief op die locatie; - Belemmeringen vanuit omgevingsvisie; - Andere belemmeringen. De aard en omvang van de voorziening 4. Welke omvang kan een voorziening maximaal hebben op een locatie? Een goede methode om te bepalen hoeveel arbeidsmigranten op een bepaalde locatie gehuisvest kunnen worden, is om te kijken naar referentieprojecten. Zie daarvoor paragraaf 5.3. Deze projecten voldoen aan de normen van SNF, hebben allemaal de mogelijkheid om parkeren op eigen terrein mogelijk te maken en worden positief ervaren door omwonenden en de betreffende gemeente. De referentieprojecten hebben gemiddeld ca. 70 m2 grond per bewoner beschikbaar. Die norm is daarom geschikt om te beoordelen wat een locatie kan hebben.